Voor diverse projecten waren incidentele budgetten beschikbaar in 2025. Het niet gebruikte deel valt vrij ten gunste van het rekeningsaldo. Enkele projecten zijn echter nog niet volledig uitgevoerd. In de nota financieel beleid van onze gemeente is gesteld dat overheveling van budgetten naar een volgend jaar alleen kan door middel van een begrotingswijziging bij de jaarrekening van het af te sluiten boekjaar. De over te hevelen budgetten worden dan, gelijktijdig met het vaststellen van de jaarrekening, middels een begrotingswijziging in 2026 geactualiseerd en geautoriseerd.
Programma 2 Verkeer en Vervoer
Verkeerskundige knelpunten
Er wordt verder gewerkt aan de maatregelen voor verkeerskundige knelpunten in 2026.
Programma 6 Sociaal Domein
Renovatie en verduurzaming dorpshuis Oosterstreek
Voor de renovatie- en verduurzamingsproject van dorpshuis Oosterstreek is een incidentele subsidie beschikbaar gesteld in 2025. Er is afgesproken de subsidie in termijnen uit te betalen bij tussentijdse opleveringen van het project. Momenteel zijn de werkzaamheden in volle gang en de verwachting is dat het project medio 2026 zal worden opgeleverd met bijbehorend laatste termijn van de subsidie.
Alleenverdienersproblematiek
Wij gaan verder aan de slag met de middelen die wij van het Rijk hebben ontvangen in de meicirculaire voor de alleenverdienersproblematiek (€ 59.000). Wij moeten wettelijk € 1.000 geven aan inwoners die onder deze regeling vallen. Het proces om over te kunnen gaan tot betaling is pas in december 2025 gereed gekomen. Om die reden is deze vergoeding nog niet aan alle inwoners, die hier recht op hebben, verstrekt.
Programma 7 Volksgezondheid en Milieu
Klimaat & duurzaamheid
Het budget is onder andere ingezet voor het OWO-energiebureau, onderzoek naar haalbaarheid warmtenetten en externe ondersteuning voor het warmteprogramma. Dit is een transitie pad wat nog jaren duurt, daar willen wij de resterende middelen voor gebruiken.
Programma 8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing
Implementatie omgevingswet
Wij ontvingen de afgelopen jaren van het Rijk een bijdrage in de transitiekosten die wij maken in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Hoewel de omgevingswet daadwerkelijk in werking is getreden per 1 januari 2024 gaat de implementatie en de transitie ook de komende jaren nog door. Om deze kosten te dekken en de eventuele financiële effecten op te kunnen vangen, stellen wij voor het restant budget van € 455.000 over te hevelen naar 2026.
Huisvestingsprogramma
Dit betreft de kosten voor implementatie en uitwerken van het huisvestingsprogramma. Dit wordt in 2026 verder opgepakt/vormgegeven.
Welstandsnota
Er wordt in OWO-verband, vanuit het project Omgevingswet, gewerkt aan het opstellen van nieuw beleid voor welstand. Omdat de Omgevingswet een meer integrale benadering vraagt wordt er niet meer gesproken over een welstandsnota maar over een nota Omgevingskwaliteit. De gezamenlijke aanpak door de OWO gemeenten wordt begin 2026 opgeleverd. Aan de hand van die aanpak werken wijin 2026 aan de drie nieuwe nota’s omgevingskwaliteit, te starten met de gemeente Weststellingwerf. Het eindresultaat is een Nota Omgevingskwaliteit voor Weststellingwerf. Wij maken voor het opstellen van de nota gebruik van een deskundig bureau. Door de beschikbare ambtelijke capaciteit en prioritering is het niet gelukt om in 2025 te starten met het opstellen van de nota Omgevingskwaliteit.
Omgevingsplan (OWO)
De voorbereidingen voor de start van de werkzaamheden van externe partijen hebben langer geduurd dan verwacht. Hierdoor is er in 2025 aanzienlijk minder uitgegeven dan begroot. Het resterend budget 2025 is nodig gedurende de transitiefase welke duurt tot 2032.
Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR)
Vanuit het Rijk is voor de periode 2025–2027 jaarlijks € 350.000 aan procesmiddelen beschikbaar gesteld in het kader van het Nationaal Programma Vitale Regio’s. De Rijksmiddelen zijn expliciet bedoeld voor proces- en voorbereidingskosten en kunnen binnen de periode 2025–2027 worden ingezet voor zowel het Regioplan als de voorbereiding van de eerste uitvoeringsagenda.
De middelen die in 2025 zijn ontvangen, zijn deels ingezet voor de organisatie van regionale bijeenkomsten en het opstellen van het Regioplan. Voorgesteld wordt het resterende deel over te hevelen naar 2026 en in te zetten voor de aanstelling van een kwartiermaker. Deze kwartiermaker krijgt opdracht om de eerste uitvoeringsagenda op te stellen en daarbij de verdere uitwerking van de organisatie, governance en het financieringsvraagstuk van het NPVR voor te bereiden.