Jaarverslag - Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen worden onderverdeeld in belastingen en rechten.

Belastingen
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij besteed worden. In onze gemeente geldt dit voor de onroerendezaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-)toeristenbelasting en reclamebelasting.

Rechten
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties, die door de gemeente worden geleverd. Deze opbrengsten zijn niet vrij besteedbaar. In onze gemeente geldt dit voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges burgerzaken. Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt dat de tarieven kostendekkend zijn.

De tarieven zijn opgenomen in verordeningen, die de gemeenteraad vaststelt. De tarieven in 2025 zijn vastgesteld in de raadsvergadering van 2 december 2024. Voor de heffing van de OZB en de forensenbelasting is jaarlijks een waardering van de onroerende zaken (WOZ waarden) nodig. 

Tarievenbeleid 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Tarievenbeleid 2025

Voor 2025 zijn de belangrijkste heffingen met 2,6% inflatiecorrectie verhoogd, met uitzondering van de riool- en afvalstoffenheffing. In 2025 is de afvalstoffenheffing verhoogd naar € 305 voor meerpersoonshuishoudens en € 203 voor eenpersoonshuishoudens. De stijging komt vooral door hogere verwerkingskosten bij Omrin. De rioolheffing is conform het Gemeentelijk RioleringsPlan 2021 - 2025 verhoogd. Het tarief voor huishoudelijk en bedrijfsafvalwater bedroeg € 145,06 en voor hemel- en grondwater € 55,03. Bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing is het uitgangspunt 100% kostendekking gehanteerd.

Zowel voor eenpersoons- als meerpersoonshuishoudens is de totale woonlastendruk ten opzichte van 2024 gestegen. Zo ging de totale woonlast voor meerpersoonshuishoudens in onze gemeente van € 819 in 2024 naar € 843 in 2025. De gemeentelijke woonlasten in Weststellingwerf liggen echter nog wel ruim onder het landelijk gemiddelde van € 1.053 over 2025. Ook wanneer wij de woonlasten in onze gemeente vergelijken met de andere 17 gemeenten in onze provincie dan zien wij dat wij met een derde plek in de ranking laag scoren qua woonlasten.

Tabel opbrengst belangrijkste heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Tabel opbrengst belangrijkste heffingen
Lokale heffingen Rekening 2024 Rekening 2025 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Onroerendezaakbelastingen 5.153 5.335 5.226 5.226 109
Forensenbelasting 46 52 54 54 -2
Toeristenbelasting 184 204 170 170 34
Reclamebelasting 102 102 105 105 -2
Afvalstoffenheffing 3.105 3.159 3.152 3.208 7
Rioolheffing 2.313 2.428 2.467 2.467 -39
Marktgelden 17 17 21 21 -4
Leges burgerzaken 558 561 582 421 -21
Leges omgevingsvergunningen (WABO) 898 914 794 529 120
Begraafplaatsen 122 149 145 145 4
Eindtotaal 12.498 12.920 12.715 12.346 205

Totaalopbrengst van de belangrijkste heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Totaalopbrengst van de belangrijkste heffingen

Onroerendezaakbelastingen OZB
Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
Ieder jaar taxeert de gemeente alle onroerende zaken binnen de gemeente. De WOZ-waarden van woningen zijn in onze gemeente gemiddeld tussen de 1,9% en 2,8% gestegen in 2025 (bron AD.nl). De WOZ-waarde is niet alleen de grondslag voor de OZB en de forensenbelasting, het wordt ook gebruikt voor belastingen van het Rijk en het waterschap. De aanslagen in 2025 zijn gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2024. Bij het opstellen van de begroting, bepalen wij met het op dat moment bekende bedrag van de WOZ-waarden, het OZB-tarief. Daarna zijn er nog tal van gebeurtenissen die van invloed zijn op de definitieve WOZ-waarden per peildatum, daardoor kan de opbrengst afwijken van de begroting. 

Bezwaar en beroep
Over het belastingjaar 2025 zijn in totaal 220 bezwaarschriften ontvangen op basis van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ). Dat is ongeveer 1,5% van het aantal opgelegde aanslagen onroerendezaakbelasting. De voornaamste redenen van bezwaar zijn de stijging van de waarde ten opzichte van de vorige peildatum. Daarnaast hanteren de no-cure-no-pay bureaus voor meerdere woningen dezelfde motivatie, namelijk gedateerde keuken en sanitair. Van het aantal ontvangen bezwaarschriften hebben wij afgerond 26,8% gegrond verklaard. Over het belastingjaar 2025 zijn tot nu toe 4 beroepszaken ingediend (peildatum: 20 februari 2026). 

De opbrengst
De verwachte opbrengst OZB over 2025 was afgerond € 5,2 miljoen. De werkelijke opbrengst is afgerond € 5,3 miljoen. 

Forensenbelasting
Voor deze belasting wordt, net als bij de OZB, als grondslag de WOZ-waarde gehanteerd. De werkelijke opbrengst van € 52.000 valt iets lager uit dan onze raming van € 54.000.

Toeristenbelasting
De heffingsmaatstaf van deze belasting is de vergoeding die is verschuldigd voor de overnachting. Voor 2025 is het tarief net als de afgelopen jaren 4% van de logiesomzet. In de begroting 2025 hadden wij een opbrengst geraamd van € 169.600. Over het belastingjaar 2025 hebben wij een meeropbrengst van € 34.000. De definitieve logiesomzet over 2025 is dus hoger dan wij in eerste instantie verwachtten. De definitieve afrekening volgt zoals gebruikelijk een jaar later (de afrekening van 2025 volgt in 2026). 

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg. Wij kennen deze belasting sinds 2016, waarvan de opbrengst ten goede komt aan het ondernemersfonds. Uit dit fonds worden activiteiten voor en door ondernemers en haar bezoekers in Wolvega betaald. De daadwerkelijke opbrengsten liggen in 2025 gelijk aan de uitgaven. 

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt is dat de kosten voor afvalinzameling en -verwerking volledig (100%) worden gedekt door de opbrengst van de afvalstoffenheffing. Bij de start van 2025 werd uitgegaan van een kostendekkendheid van 100%. Op basis van de actuele inzichten is bij de najaarsnota echter een negatief saldo van € 170.400 ontstaan. Dit tekort is gedekt vanuit de reserve afval. De werkelijke kostendekkendheid is uitgekomen op 92%, wat lager is dan de begrote 95%. Voor een nadere toelichting op de onderliggende cijfers wordt verwezen naar de financiële toelichting bij programma 7 van de jaarrekening. Om de lagere kostendekkendheid op te vangen is € 280.000 onttrokken aan de egalisatiereserve afval. Deze reserve is bedoeld om financiële schommelingen op te vangen en zo te voorkomen dat tariefaanpassingen te abrupt moeten plaatsvinden.

x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval Rekening 2025 Begroting 2025*
Kosten taakveld 3.457 3.290
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) -875 -822
Netto kosten taakveld 2.582 2.468
Toe te rekenen kosten:
Straatvegen 9 21
Minimabeleid 81 88
Overhead 452 452
Compensabele btw 315 282
Toe te rekenen kosten 857 843
Totale kosten 3.439 3.311
Opbrengst heffingen -3.159 -3.152
Dekkingspercentage 92% 95%
*Op basis van de geactualiseerde begroting

Rioolheffing
De kosten voor het beheren en onderhouden van het rioolstelsel worden door middel van de rioolheffing bij gebruikers in rekening gebracht. De gemeente heeft hierbij de wettelijke zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Net als bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt dat de rioolheffing 100% kostendekkend is. In 2025 bedraagt de werkelijke kostendekkendheid 95%, wat lager is dan de begrote 97%. Voor een inhoudelijke toelichting op de verschillen wordt verwezen naar de financiële toelichting bij programma 7 van de jaarrekening. Om het tekort op te vangen is € 130.000 onttrokken aan de egalisatiereserve riolering. Deze reserve is bedoeld om financiële schommelingen op te vangen en zo te voorkomen dat tariefaanpassingen te abrupt moeten plaatsvinden.

x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering Rekening 2025 Begroting 2025*
Kosten taakveld 1.959 1.957
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) -2 0
Netto kosten taakveld 1.957 1.957
Toe te rekenen kosten:
Overhead 349 349
Straatreiniging 9 21
Compensabele btw 244 227
Toe te rekenen kosten 602 597
Totale kosten 2.559 2.554
Opbrengst heffingen -2.428 -2.467
Dekkingspercentage 95% 97%
*Op basis van de geactualiseerde begroting

Markt- en staangelden
Marktgeld wordt geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijkse) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 

Leges
Leges zijn vergoedingen die worden betaald voor een door de gemeente geleverde (meestal administratieve) dienst, waar mensen zelf om vragen. Zo worden bijvoorbeeld leges betaald voor het voltrekken van een huwelijk, de afgifte van een uittreksel uit een bepaald register, reisdocumenten, rijbewijzen of voor vergunningen zoals een omgevingsvergunning. 

Kostendekkendheid leges
Binnen de leges zijn er een drietal titels. Titel 1 gaat over diverse burgerzaken (zoals rijbewijzen, reisdocumenten, gezondheidsverklaringen en documenten rondom naturalisatie). Titel 2 richt zich op de leges rondom omgevingsvergunningen. Titel 3 benoemt diensten die vallen onder de Europese dienstenrichtlijn (zoals de APV, drank & horeca wet en de winkeltijdenwet). In onze legesverordening 2025 staan de titels nader toegelicht.

x € 1.000
Algemene legesverordening totaal Rekening 2025 Begroting 2025
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 1.585 1.562
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen
Netto kosten taakveld 1.585 1.562
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 817 816
BTW
Totale kosten 2.402 2.378
Opbrengst heffingen -1.486 -1.231
Dekkingspercentage 62% 52%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 1
Algemene dienstverlening Rekening 2025 Begroting 2025
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 885 876
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen
Netto kosten taakveld 885 876
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 516 515
BTW
Totale kosten 1.401 1.390
Opbrengst heffingen -545 -399
Dekkingspercentage 39% 29%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 2
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Rekening 2025 Begroting 2025
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 665 665
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen
Netto kosten taakveld 665 665
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 285 285
BTW
Totale kosten 950 950
Opbrengst heffingen -914 -795
Dekkingspercentage 96% 84%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Rekening 2025 Begroting 2025
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 35 22
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen
Netto kosten taakveld 35 22
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 16 16
BTW
Totale kosten 51 38
Opbrengst heffingen -27 -37
Dekkingspercentage 54% 99%

Begraafplaatsen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Begraafplaatsen

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van diensten door de gemeente in verband met de begraafplaats.
De gerealiseerde kostendekkendheid (26%) van het taakveld begraafplaatsen is iets hoger dan begroot (25%).

x € 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen Rekening 2025 Begroting 2025
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 348 355
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen
Netto kosten taakveld 348 355
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 218 218
BTW 11 11
Totale kosten 577 584
Opbrengst heffingen -149 -145
Dekking 26% 25%

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtschelding

Wij hanteren een kwijtscheldingsbeleid voor inwoners zonder vermogen, die een laag inkomen hebben. Kwijtschelding is mogelijk voor afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelasting. De kwijtscheldingsregeling is gebaseerd op landelijke normen, welke met ingang van 2023 zijn verruimd en vastgesteld in de nieuwe “Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Weststellingwerf 2023”. Op basis van de betaalcapaciteit wordt berekend of inwoners in aanmerking komen voor kwijtschelding. Bij de aanvragen voor 2025 is net als vorig jaar gebruik gemaakt van het Inlichtingenbureau omdat wij als gemeente geen toegang hebben tot alle gegevens zoals inkomen, banktegoed, voertuigenbezit. Hierdoor vindt er een correcte toetsing plaats en worden de juiste toewijzingen voor kwijtschelding gedaan.

In het belastingjaar 2025 was er voor 219 inwoners (2024: 251) sprake van een automatische kwijtschelding na toetsing door het Inlichtingenbureau. Van de 230 beoordeelde aanvragen tot kwijtschelding zijn er 133 toegewezen. Het toewijzingspercentage van 58% in 2025 is hoger dan het percentage in 2024 (54%). 

Kwijtscheldingen (aantallen) 2025 2024 Verschil
Automatische kwijtschelding na toets Inlichtingenbureau 219 251 -32
Aantal aanvragen tot kwijtschelding 230 256 -26
Aantal toegewezen kwijtscheldingen na aanvraag 133 137 -4
Totaal aantal kwijtscheldingen (automatisch en na aanvraag) 352 388 -36
Percentage toegewezen kwijtscheldingen na aanvraag 58% 54% 4%

Kwijtschelding in euro's
Het totale bedrag aan verleende kwijtschelding is afgerond € 80.000. Dit is grotendeels voor de afvalstoffenheffing.

x € 1.000
Kwijtschelding (€) Rekening 2024 Rekening 2025 Begroting 2025 Primitieve begroting 2025 Verschil
Afval 86 80 88 113 8
OZB 0 1 2 2 1
Totaal 86 81 90 115 9

Gemeentelijke woonlasten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Gemeentelijke woonlasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht over 2025 van de woonlasten van de 18 Friese gemeenten. In 2025 staan wij op plek 3. Dit waar het gaat om de laagste woonlasten in onze provincie.

Woonlastendruk 2025 OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
Eph Mph Eph Mph Eph Mph
1 Ameland 265 182 239 150 177 597 681
2 Opsterland 311 209 251 197 259 717 821
3 Weststellingwerf 338 203 305 200 200 741 843
4 Harlingen 330 217 323 202 202 749 855
5 Ooststellingwerf 272 224 290 176 305 672 867
6 De Fryske Marren 350 248 315 131 225 729 890
7 Leeuwarden 367 221 354 144 177 732 898
8 Terschelling 450 254 254 197 197 901 901
9 Súdwest Fryslân 400 244 293 211 211 855 904
10 Noardeast-Fryslân 423 170 242 240 240 833 905
11 Vlieland 353 280 374 127 191 760 918
12 Tytsjerksteradiel 516 212 302 152 169 880 987
13 Dantumadiel 540 209 261 188 188 937 989
14 Smallingerland 382 254 298 321 321 957 1.001
15 Heerenveen 442 234 301 198 263 874 1.006
16 Achtkarspelen 431 239 341 235 235 905 1.007
17 Waadhoeke 365 253 316 278 348 896 1.029
18 Schiermonnikoog 499 264 344 132 192 895 1.035
Toelichting bij de tabellen:
Eph= eenpersoonshuishouden
Mph= meerpersoonshuishouden
Bron: Coelo (Atlas van de lokale lasten 2025)

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Dat wil zeggen: welke capaciteit is nodig om de risico's op te vangen, en wel zodanig dat een tegenvaller in de uitvoering niet direct tot een bezuiniging hoeft te leiden.

 De wet geeft aan welke onderwerpen in deze paragraaf aan bod moeten komen:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

De doelstellingen zijn:

  1. voldoen aan wet- en regelgeving;
  2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee het risicobewustzijn aanmoedigen;
  3. een onderbouwing van het berekende weerstandsvermogen;
  4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid zijn over de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit de volgende uitgangspunten vastgelegd:

De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel een minimale ratio weerstandsvermogen van 1,0;
Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten wij aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat wij streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal). 

In ons collegeprogramma hebben wij opgenomen dat wij een ratio weerstandsvermogen willen hanteren van 2,0 en een minimale solvabiliteitsratio van 20%. 

In deze jaarrekening voldoen wij aan de uitgangspunten van het financieel beleid. Ook het uitgangspunt van een weerstandsratio van 2,0 zoals aangegeven in het collegeprogramma wordt gehaald. Deze is namelijk 2,07.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. Dit zonder dat de begroting en het beleid aangepast moet worden.

De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opgevangen. In het kader van het project 'ombuigingen 2026 e.v.' hebben wij vanaf 2026 nog een post voor onvoorziene zaken van € 100.000.

De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedroeg op 31 december 2025 afgerond € 19 miljoen (voor resultaatbestemming).

De bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad een specifiek doel vastgelegd. Eventueel kan de bestemming door de raad worden gewijzigd. Wanneer op een bestemmingsreserve geen verplichting rust voegen wij deze reserve toe aan de algemene reserve. Op dat moment vormt het onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor het vaststellen van onze weerstandscapaciteit worden de bestemmingsreserves op dit moment niet meegenomen.

De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd. Ook kan de boekwaarde lager zijn dan de verkoopwaarde. De mogelijke overwaarde die bij verkoop ontstaat, kan dan worden ingezet voor de opvang van onverwachte tegenvallers. Op dit moment verwachten wij dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit nihil is.

De niet-benutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
- de OZB
- de rioolheffing
- de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Vanaf 2020 heeft het Rijk een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. De niet-benutte belastingcapaciteit hebben wij tegen nul gewaardeerd. Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid. 

Samenvatting
De incidentele weerstandscapaciteit bedroeg ongeveer € 19 miljoen.

x € 1.000
Weerstandscapaciteit 31-12-2025
a. De incidentele begrotingsruimte 100
b. Algemene reserve (stand 31/12 voor resultaatbestemming) 18.856
c. Bestemmingsreserves
d. De stille reserves
18.956

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Vervolgens zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (= het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij bepaald op € 9,1 miljoen. De belangrijkste risico’s die onze gemeente loopt, worden hierna behandeld.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 492.500 (GF&R)
Gemeentefonds
Een deel van de financiële druk, zoals wij die op ons af zagen komen, is verlicht. Toch blijft de structurele korting op het gemeentefonds voor een groot deel bestaan. Daardoor is de druk nog niet van de ketel. Het ravijn bestaat nog steeds, alleen is in de tijd opgeschoven. Het nieuwe regeerakkoord zegt niets over middelen voor de gemeenten en daardoor blijft het onzeker hoe de toekomst van het gemeentefonds er uit ziet. Ook zit er een risico in de herverdeling van het gemeentefonds. Wij hebben namelijk de volgende stap van de herverdeling gemeentefonds opgenomen in onze begroting (€ 15 per inwoner vanaf 2027). Besluitvorming van het Rijk over deze volgende stap is echter nog niet rond. Tot slot schiet de nieuwe financieringssystematiek, op basis van het bbp, met name tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten op te vangen. Die kosten stijgen namelijk harder dan het gemiddelde bbp. Dit blijft voor ons een risico.

Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. Wij houden de toekomstige noodzakelijke financieringen nauwlettend in de gaten om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). De rentes stijgen licht op dit moment en in de komende planperiode verwachten wij een nieuwe lening aan te moeten trekken. Het renterisico is hierdoor iets toegenomen.

Pensioenopbouw (gewezen) wethouders
Jaarlijks wordt bij de jaarrekening de voorziening voor de pensioenen van onze (gewezen) wethouders herijkt. Dit doen wij op basis van de actuariële waardeberekeningen van onze externe adviseur. Zij berekenden op basis van diverse parameters welk bedrag er in de voorziening aanwezig moest zijn op de peildatum 31-12-2025. Een van de belangrijkste parameters is de rekenrente. Deze wordt jaarlijks vastgesteld door De Nederlandse Bank. Dit percentage kan jaarlijks verschillen, waardoor op basis van de wet- en regelgeving een storting of een onttrekking aan de voorziening plaatsvindt. De rekenrente is in 2025 iets gestegen waardoor een klein deel van de voorziening kon vrijvallen. Wij hebben echter ook een grote storting in de voorziening moeten doen ter voorbereiding op de overgang van de wethouderspensioenen naar het nieuwe pensioenstelsel. Omdat de voorziening nu op peil is en wij niet direct een grotere daling van de rekenrente verwachten, blijft het risico beperkt.

Onzekerheden grondexploitaties € 710.000 (GREX)
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties zoals gebruikelijk zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk plaatsvinden. In 2025 is er een nieuwe grondexploitatie toegevoegd, waardoor risico's toenemen. Maar doordat de boekwaarde van de andere exploitaties dalen (door de gerealiseerde verkopen) en er één exploitaties is afgesloten, nemen daarentegen de onzekerheden en risico`s ook weer af. Daarnaast is de looptijd van de exploitaties 1 jaar korter. De totale risico inschatting neemt hierdoor af. De winst- en verliesnemingen worden jaarlijks geactualiseerd per grondexploitatie. De verliesvoorzieningen worden berekend op basis van de netto contante waarde (2%). De winstnemingen worden berekend met de Percentage of Completion Methode (POC).

Risico’s binnen het Sociaal Domein € 672.500 (SD)
De risico’s binnen het Sociaal Domein liggen met name in de open einderegelingen. Dit zijn regelingen die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar in feite financieel niet zijn begrensd. Als er meer aanspraak op dergelijke regelingen wordt gedaan, zal de gemeente vanuit haar wettelijke taak aanvullend (financiële) middelen beschikbaar moeten stellen. De gemeente kan deze middelen veelal niet verhalen op derden. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.

Wmo
Toenemende vergrijzing, complexer wordende samenleving en de landelijke invoering van het abonnementstarief laten in Weststellingwerf een toename zien van het aantal Wmo-cliënten. Voor de komende jaren is nog een aantal decentraliserende rijksmaatregelen te verwachten die de gemeente raken. Zo wordt gesproken over de decentralisatie van Beschermd Wonen en ook Maatschappelijke Opvang. De gemeente wordt dan verantwoordelijk voor deze taken. De invoering van de decentralisatie van Beschermd wonen is opnieuw uitgesteld. Er is nog geen nieuwe streefdatum bekend. Het blijft daarbij de vraag of het Rijk voldoende middelen beschikbaar gaat stellen. Indexatie van de tarieven en volumestijging nemen wij op als autonome ontwikkeling in de kadernota.

Jeugdwet
De financiering van de Jeugdwet is een zeer complex stelsel. Het onderdeel 'resultaat gestuurde inkoop' is aanbesteed. Deze aanbesteding is ingegaan per 1 januari 2024. De financiële effecten van de aanbesteding zijn nog steeds onvoldoende bekend. Wel zien wij een aantal kostenverhogende effecten van de inkoop op casusniveau. Hoe zich dat in de volle breedte ontwikkelt is nu nog niet volledig in beeld. Het onderdeel hoog specialistische Jeugdhulp kenmerkt zich door een laag aantal cliënten en hoge kosten per cliënt. Lasten kunnen snel fluctueren bij relatief kleine wijzigingen in omvang van het aantal cliënten. Vertraging in afgegeven toewijzingen (berichtenverkeer) in combinatie met grillig declaratiegedrag van zorgaanbieders maakt monitoring complex en lastig. Wij hebben daarom beperkt zicht op de ontwikkeling en de voorspelbaarheid van de lasten. Er is een start gemaakt met het ontwikkelen van een dashboard Jeugd. De eerste versie van de dashboard Jeugd is inmiddels beschikbaar. Indexatie van de tarieven en volumestijging nemen wij op als autonome ontwikkeling in de kadernota.

Hervormingsagenda
De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Een deel van de maatregelen uit de hervormingsagenda zijn al geïmplementeerd. Ondanks de reeds genomen maatregelen blijven de kosten Jeugd jaarlijks toenemen en is de besparing vanuit de hervormingsagenda hoogstwaarschijnlijk niet te realiseren. Begin 2025 is het rapport Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd gepubliceerd. Dit rapport concludeerde dat het niet wenselijk en niet haalbaar is om de beoogde besparingen vanaf 2026, zoals opgenomen in het meerjarig financieel kader in de Hervormingsagenda Jeugd, te handhaven. Het vorige kabinet nam het advies van de commissie Van Ark over de Hervormingsagenda Jeugd serieus en heeft dit verwerkt in de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. Er zijn toen extra middelen toegekend aan het gemeentefonds voor de jaren 2025-2027 om de grootste financiële druk bij gemeenten te verlichten. Daarnaast hebben wij (slechts) een deel van het tekort van € 414 miljoen over 2023 en 2024 teruggekregen. Dat betekende een incidenteel voordeel voor ons. Vanaf 2028 verwacht het kabinet structurele besparingen, maar de VNG vindt deze verwachtingen te ambitieus. Daarom komt er, op verzoek van de VNG, een tweede advies van de commissie Van Ark in het eerste kwartaal van 2027. Dit zal gaan over de voortgang van de hervormingen, financiële compensatie en een realistisch financieel kader vanaf 2028.

Statushouders
De gemeente is bezig met de taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Dit begint steeds meer vorm te krijgen waardoor de aantallen toenemen. De huisvesting van statushouders kan op korte termijn leiden tot een toename van het aantal uitkeringen.

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 875.000 (OHP)
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn vooruitlopend op de onderzoeksrapporten naar de kwaliteit en het integraal beheer van onze kapitaalgoederen, extra middelen beschikbaar gesteld. Op basis van de onderzoeksrapporten blijkt dat de beschikbaar gestelde middelen, voor het onderdeel vervangingsinvesteringen niet toereikend zijn. De onderhoudsbudgetten zijn wel toereikend. Op dit moment wordt gewerkt aan een uitwerking van de vervangingsopgave, zodat de gevolgen hiervan meegenomen kunnen worden in de integrale afweging bij de kadernota. Bij de plannen die de raad voor de langere termijn (10-20 jaar) vaststelt of heeft vastgesteld zien wij prijsrisico's ontstaan.
Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen.

Projecten € 5,6 miljoen (P)
De gemeente voert op dit moment diverse projecten uit en bereidt nieuwe projecten voor, waardoor de projectenportefeuille groeit. Ook in de komende jaren starten of worden grote projecten uitgewerkt. Denk hierbij vooral aan de herinrichting van wegen, het Pastorieplein en de verbouw van Kerk op de Hoogte. Voor een aantal projecten hebben wij middelen gereserveerd in de Reserve Investeringsambities, maar deze ramingen zijn niet altijd toereikend. Daarom beoordelen wij per project de haalbaarheid, betaalbaarheid en schaalbaarheid. In de voorbereidingsfase zijn risico’s vaak groter omdat veel factoren nog niet vaststaan. Ook ontstaan uitdagingen in de planning zoals netwerkcongestie of stikstof. Zodra wij echter in de uitvoering zitten, worden risico’s concreet: ze doen zich daadwerkelijk voor óf ze vallen weg. Tot slot kunnen kosten op het moment van aanbesteding mee- of tegenvallen. Projecten brengen verschillende risico’s met zich mee die de voortgang of realisatie kunnen beïnvloeden. Dit betreft risico’s in de voorbereiding, de kwaliteit en de volledigheid van de aanbesteding. Denk hierbij aan onverwachte kosten, lagere inkomsten, technische of juridische knelpunten en de complexiteit van samenwerking met meerdere stakeholders. 

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 362.500 (VP)
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van gemeenschappelijke regelingen en stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien wij dat gemeenten elkaar steeds beter vinden. 
Een voorbeeld hiervan is de oproep van de gezamenlijke gemeenten aan de verbonden partijen om mee te denken in de mogelijkheden om het ravijnjaar het hoofd te bieden. De VRF heeft hier aan meegewerkt door diverse scenario's uit te werken. Het scenario-denken is daarmee meer gemeengoed geworden binnen de VRF. Dat beperkt vervolgens het risico op een plotselinge verhoging van onze bijdrage aan de VRF.

Overige onzekerheden en risico’s: € 445.000 (OVERIG)
Overige risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, veiligheids- en aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door bijvoorbeeld een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie. Ook het treffen van technische beheermaatregelen en het optimaliseren van bedrijfsprocessen zorgen voor een lager risico.

Toekomstige ontwikkelingen
Wij zien dat de omvang van onze begroting nog altijd toeneemt. Dit is inherent aan de activiteiten waar wij als gemeente voor aan de lat staan. Wij zien meer taken en daarmee ook meer risico's op ons afkomen. Wij noemen hier als voorbeeld het klimaatakkoord en de funderingsaanpak. Ook kunnen ontwikkelingen zoals vertraging bij netwerkbeheerders van energie (NuLelie) gevolgen voor ons hebben. Daarnaast leven wij in een onzekere tijd. Uiteraard houden wij de ontwikkelingen, de gevolgen en de risico's nauwlettend in de gaten. Wij hebben voor de ontwikkelingen ook een bedrag in onze begroting opgenomen. Via onze reguliere planning en controlcyclus sturen wij waar nodig bij.

Kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Kengetallen

Met ingang van 2016 worden een vijftal financiële kengetallen voorgeschreven. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid sluiten wij voor de verplichte kengetallen aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1. Netto schuldquote

a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90% 

90 - 130%

> 130%

2. Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3. Grondexploitatieruimte

< 20%

20 - 35%

> 35%

4. Structurele exploitatieruimte

 > 0%

 0%

 < 0%

5. Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

 

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat wij financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt. In onderstaand overzicht wordt het verloop van onze kengetallen weergegeven:

Kengetallen Rekening Begroot Rekening Categorie
2025 2025 2024 peiljaar 2025
1 Netto schuldquote 19,63% 21,07% 19,50% A
Netto schuldquote (gecorrigeerd) 19,61% 21,05% 19,48% A
2 Solvabiliteitsratio 50,11% 50,93% 48,54% A
3 Grondexploitatie 8,54% 9,42% 10,51% A
4 Structurele exploitatieruimte 4,17% 2,18% 5,02% A
5 Belastingcapaciteit 80,06% 84,73% 82,39% A

Toelichting tabel kengetallen

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt voldoen wij in deze jaarrekening bij dit kengetal ruimschoots aan ons streven en vallen wij in categorie A.

2.Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen wij uit boven ons streefpercentage van minimaal 20% en vallen wij in categorie A.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten.
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Door onder andere de verkopen is de balanswaarde van de grondexploitaties gedaald. Dat maakt dat het risico minder groot wordt en wij in categorie A uit komen.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele lasten zijn de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, bij structurele baten gaat het onder andere om de Algemene uitkering van het gemeentefonds en eigen belastinginkomsten. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. In 2025 hadden wij een positief structureel exploitatiesaldo waardoor wij in categorie A vallen.

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Deze woonlasten zijn de optelsom van de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar t-1 en uit te drukken in een percentage. Zoals uit de tabel van de kengetallen blijkt, zijn de woonlasten in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde voor een gezin. Als basis hebben wij het landelijk gemiddelde van 2025 (= 100%) genomen. Dat staat op € 1.053. Met een bedrag van € 843 aan woonlasten binnen gemeente Weststellingwerf vallen wij hiermee onder categorie A.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Wij merken dat wij steeds meer last krijgen van extremen in het weer. In de zomer zagen wij droge periodes die het veen onder de wegen aantast. In de herfst hadden wij zoveel neerslag dat de bermen met veel meer dan de gebruikelijke schades te maken kregen. Naast de wegen en bermen hebben de extremen ook een negatieve invloed op de kwaliteit van beplantingen, speelgazons en bomen.

Om meer grip te krijgen op toekomstige investeringen zijn wij gestart met een traject van projectmatig werken. Om meer grip te krijgen op de lopende onderhoudsprogramma's zijn wij begonnen met het vastleggen van onze kwaliteit van de openbare ruimte in het informatie model openbare ruimte (IMBOR).

Wegen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Wegen

De jaarlijkse onderhoudsprogramma’s voor asfalt en elementenonderhoud (klinkerwegen) zijn uitgevoerd. Te noemen locaties van (groot) onderhoud zijn onder andere: 

  • Onderhoud asfaltwegen: Bekhofweg, Boijl; Scheenebospad, Oldeholtpade; Oosterseveldweg, Noordwolde; Dwarsvaartweg, Noordwolde; Pasmalaan, Oldeholtpade; Oostvierdeparten Boijl; Vaartweg, Steggerda; Westvierdeparten Noordwolde; Lindedijk, Nijetrijne; Oosterbroekweg, Blesdijke; Steenwijkerweg, de Blesse;  
  • Onderhoud klinkerwegen: Trottoirs Stadhouderslaan, Wolvega; Ir Lelylaan, Wolvega; Binnenweg Nijeholtpade; Nieuweweg, Spanga (beton); Nijverheidsstraat/ Industriestraat, Noordwolde; Kwekerije en Hevetille Noordwolde trottoirs;
  • Diverse locaties herstel grasstenen;
  • Er is 16 kilometer aan asfaltscheuren gedicht;
  • Er is klein asfaltonderhoud uitgevoerd: fietspad Markeweg, de Blesse; fietspad Noordwolderweg, Noordwolde; Spoorlaan/Heerenveenseweg /Om den Noort, Wolvega;   
  • Onze eigen stratenmakers zijn van start gegaan. Ze hebben veel calamiteiten kunnen oppakken en zijn snel en flexibel inzetbaar. Het inzet van eigen stratenmakers is van grote waarde voor onze dienstverlening richting de burger.     
  • Onze eigen scheuren en gaten vulploeg voor asfaltverharding heeft meer dan 8.000 kilogram reparatieasfalt verwerkt.

Groen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Groen

Openbaar groen
Wij hebben 216 bomen aangeplant. Na reguliere inspectie (jaarlijks een derde van het bomenbestand) was gebleken dat 115 bomen gekapt moest worden om aan de zorgplicht (veiligheid) te voldoen. Weststellingwerf heeft circa 30.000 bomen in beheer.

Wij hebben langs een aantal paden en erfgrenzen wortelschermen geplaatst om overlast en wortelopdruk te voorkomen. Om droogteschade te beperken hebben wij bij het planten van de bomen standaard een watergeefrand geplaatst en hierin is een mulchlaag aangebracht om water langer vast te houden.

Op diverse plekken zijn beplantingsvakken, die aan het eind van hun levensfase waren, gerooid. Hierna is waar nodig grond verbeterd en nieuwe beplanting aangebracht. 

Vergroten biodiversiteit 
Wij hebben op meerdere locaties bloembollen aangebracht die bijdragen aan het vergroten van biodiversiteit. Waar mogelijk brengen wij gevallen blad terug in de beplantingsvakken. Dit draagt bij aan een betere vochthuishouding en een beter bodemleven en vruchtbaarheid.

Wij hebben ecologisch berm- en slootonderhoud buiten de bebouwde kommen uitgevoerd. Binnen de bebouwde kommen worden meer gazonstroken ecologisch beheerd.

De effecten van het ecologisch bermbeheer zijn gemonitord en de resultaten zijn met de gemeenteraad gedeeld. Ten opzichte van de nulmeting zijn er nog geen grote veranderingen waargenomen. 

Voor een uitgebreide toelichting, zie programma 2.

Bruggen, waterwegen en kades

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Bruggen, waterwegen en kades

Bruggen en duikers
In 2025 is het geplande groot onderhoud aan de betonnen verkeersbrug in de Steenwijkerweg tussen Wolvega en De Blesse uitgevoerd. Hierbij zijn de oplegblokken vervangen, betonrot hersteld en de voegovergangen vervangen. Door het onderhoud kan de brug nu weer jarenlang veilig mee.
Het jaarlijks onderhoudsprogramma voor de bruggen, steigers en duikers is uitgevoerd. 

Kades (oevers)
In 2025 zijn wij gestart met het opstellen van een meerjaren onderhoudsplan voor de oevers. In 2026 wordt dit verder uitgewerkt.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Weststellingwerf heeft in totaal 4.516 lichtmasten in eigendom en beheer. Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is via de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân aanbesteed. Zie ook paragraaf verbonden partijen.
Het prestatiegerichte contract dat de coöperatie met de aannemer heeft afgesloten geldt vanaf 1 april 2025. Onder onderhoud verstaan wij het oplossen van storingen aan de openbare verlichting. Ook het reinigen en schilderen van masten/armaturen en vervangen van lampen, masten en armaturen valt onder deze aanbesteding.
Resultaten 2025: 

  • In 2025 zijn 950 lichtmasten gereinigd in 16 dorpen.
  • In 2025 zijn 82 armaturen vervangen door led-armaturen. Hiermee is het aantal lichtmasten met ledverlichting toegenomen tot 96%. Ook zijn 19 lichtmasten vervangen.

Riolering

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Riolering

In 2025 hebben wij de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

Reguliere werkzaamheden
Regulier onderhoud aan:

  • 416 vuilwatergemalen;
  • 9 randvoorzieningen (dit zijn tijdelijke opvangbakken of leidingen voor vuilwater);
  • 9 regenwatergemalen.

Daarnaast is er ruim 7 kilometer vrijverval riool gereinigd en geïnspecteerd en hebben wij 11.819 kolken gereinigd. 

Projectmatige werkzaamheden

Opgestarte projecten
In 2025 zijn wij gestart met de voorbereiding van de volgende projecten:

  • Vervanging riolering en aanleg hemelwaterriool in de Rozenstraat in Wolvega;
  • Vervanging van het rioolgemaal Kerkeweg in Langelille;
  • Klimaatmaatregel Reitsmastraat in Noordwolde;
  • Klimaatmaatregel IJsbaanweg in Noordwolde;
  • Klimaatmaatregel Sleeswijkplein in Wolvega;
  • Klimaatmaatregel Omgang in Wolvega;
  • Klimaatmaatregel Nieuwstraat in De Blesse.

In uitvoering zijnde projecten
In 2025 zijn wij gestart met de uitvoering van de vervanging van de riolering en de aanleg van een hemelwaterriool in de volgende straten in Wolvega:

  • Beatrixstraat;
  • Irenestraat;
  • Margrietstraat;
  • Marijkestraat;
  • Bernhardlaan.

Bij de werkzaamheden zijn als pilot ook twee opbouwwerkers (Sociaal Domein) betrokken. Het doel is om zichtbaar in de wijk te zijn en met inwoners in gesprek te gaan over hun wijk en eigen situatie. De opbouwwerkers hebben actief de nieuwsbrieven, over wat de opbouwwerkers voor je kunnen betekenen en over de werkzaamheden, verspreid. De eerste reacties zijn positief.

Afgeronde projecten
In 2025 is de uitvoering van de klimaatmaatregel in de Houtstraat afgerond. In de van Harenstraat is het riool vervangen en hemelwaterriool bijgelegd. In de Hoofdstraat Oost is hemelwaterriool bijgelegd.
Ook is in 2025 de riolering in de Emmastraat en een deel van de riolering in de Willem III-straat vervangen. Gelijktijdig met het vervangen is een hemelwaterriool aangelegd.  

Tractiemiddelen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Tractiemiddelen

Bij de vervanging van tractiemiddelen kiezen wij waar mogelijk voor de meest duurzame oplossing. In 2025 hebben wij vier elektrische voertuigen aangeschaft. Deze worden opgeladen met de duurzame stroom die wordt opgewekt door de zonnepanelen op de daken van de gemeentewerf.

Met deze investeringen zetten wij niet alleen stappen richting een schonere en energiezuinigere bedrijfsvoering, maar leveren wij ook een concrete bijdrage aan onze doelstellingen binnen de CO2-prestatieladder.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Gebouwen

In 2025 is de gemeentelijke vastgoedportefeuille uitgebreid met de verwerving van diverse panden. Deze aankopen ondersteunen meerdere beleidsdoelstellingen.

Het onderhoud van de vastgoedportefeuille is grotendeels conform planning uitgevoerd. De gebouwen zijn onderhouden op het vastgestelde kwaliteitsniveau ‘sober en doelmatig’, zoals vastgelegd in de notitie Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed. Door de uitbreiding van de portefeuille en de daarmee samenhangende extra inzet zijn niet alle geplande werkzaamheden afgerond. Deze werkzaamheden worden in de opvolgende periode alsnog voltooid.

In 2024 is gestart met het actualiseren van alle Meerjaren Onderhoudsplannen (MJOP’s) voor de gebouwen binnen de maatschappelijke vastgoedportefeuille. In 2025 zijn de laatste rapporten opgeleverd. In 2025 is deels gewerkt met de nieuwe MJOP-systematiek en deels nog met de voorgaande systematiek. Vanaf 2026 worden deze MJOP’s gebruikt en vormen zij tevens het fundament voor het opstellen van Duurzame Meerjaren Onderhoudsplannen (DMJOP’s). Bij het aanvragen van de middelen voor 2025 waren nog niet alle nieuwe MJOP’s volledig gereed. Door deze transitie is een beperkt aantal werkzaamheden tussen de oude en nieuwe programmering buiten de reguliere planning geraakt. Deze werkzaamheden worden opnieuw geïnventariseerd en opgenomen in de eerstvolgende planning- en controlcyclus.

Werkzaamheden in 2025 vanuit de MJOP'S
Sportcomplex de Steense, renovatie van de zwemhal

  • Vervangen van de luchtbehandeling van het zwembad door een duurzame en efficiënte installatie met warmte terugwinning uit afgezogen lucht en vocht;
  • Vervangen van de luchtbehandeling van de kleedruimten voor een duurzame ventilatie met warmte terugwinning;
  • Vernieuwing van het plafond in de zwemhal, inclusief het toepassen van duurzame ledverlichting;
  • Vervangen van de dakbedekking van de kleedruimten, waarbij de isolatie is verhoogd naar de nieuwbouwstandaard.

Zwembad de Dobbe

  • Renovatie van de kleedruimten;
  • De verlichting vervangen voor duurzame ledverlichting. 

Gemeentehuis

  • Vervangen van alle bestaande verlichting in de kantoren en verkeersgebieden voor duurzame ledverlichting;
  • Toepassing van duurzame ledverlichting met bewegingssensoren in alle toiletgroepen;
  • De nood- en vluchtwegverlichting vervangen voor energiezuinige led variant.

Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden wij terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan wij bedachtzaam om met publieke middelen en zijn wij transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen wij via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen wij strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden wij eventuele overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - De uitgangspunten

Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten alleen nog toegestaan aan medeoverheden. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben, kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk. Wij hebben momenteel drie geldleningen.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort structureel dreigt te worden, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De ontwikkeling van de kasgeldlimiet over 2025 is hieronder weergegeven. Het schema laat zien dat er voldoende ruimte onder de kasgeldlimiet aanwezig was.

x € 1.000
Kasgeldlimiet (1) Vlottende schuld (2) Vlottende middelen (3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
1e kwartaal 2025 146 17.376 -17.230
2e kwartaal 2025 0 18.206 -18.206
3e kwartaal 2025 0 25.744 -25.744
4e kwartaal 2025 0 19.905 -19.905
(4) gemiddelde 37 20.308 -20.271
(5) Begrotingstotaal (primaire begroting) 104.859
(6) Percentage regeling 8,5%
(7) = (5 x 6) Kasgeldlimiet 8.913
(8a) = (7>4) ruimte onder de kasgeldlimiet 29.184
(8b) = (4>7) overschrijding van de kasgeldlimiet

Toelichting kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Toelichting kasgeldlimiet

Op dit moment hebben wij voldoende liquide middelen beschikbaar. Deze staan bij de Staat (schatkist). Wij blijven binnen de ruimte van de kasgeldlimiet. Wij houden het komende jaar de uitgaven van onze investeringen in de gaten om zo te bepalen of en wanneer wij een nieuwe langlopende lening nodig hebben. 

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisicobeheer

De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op basis van het werkelijke volume is onze gemeente in 2025 binnen de renterisiconorm gebleven.

x € 1.000
Renterisiconorm en renterisico Werkelijk 2025 Begroot 2026 Begroot 2027 Begroot 2028 Begroot 2029
Renterisico op vaste schuld
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g
1b. Renteherziening op vaste schuld u/g
2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a -1b) 0 0 0 0 0
3. Aflossingen 3.345 3.345 3.345 3.345 4.345
4. Renterisico (2 + 3) 3.345 3.345 3.345 3.345 3.345
Renterisiconorm
5. Volume totale lasten in begroting en rekening (excl. bestemming reserves) 114.949 106.056 105.642 105.655 105.933
6. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 20% 20% 20% 20% 20%
7. Renterisiconorm (5 x 6) 22.990 21.211 21.128 21.131 21.187
Toets renterisiconorm
8. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (7 - 4) 19.645 17.866 17.783 17.786 17.842

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren verstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. Jaarlijks wordt hier op afgelost. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben wij verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

x € 1.000
Kredietrisicobeheer op verstrekte gelden Restant schuld ultimo 2025
Rentedragende leningen overig 530
Gegarandeerde geldleningen (100%) 1.735
Indirect gegarandeerde geldleningen (WSW-achtervang 50% van € 45.666) 22.833
Totaal 25.098

Gemeentefinanciering

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat wij steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte en wordt deze afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin. Uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. 

x € 1.000
Vaste schuld Werkelijk Begroot
Stand 1-1-2025 38.507 38.507
Reguliere aflossing en herfinanciering
Te herfinancieren op begrotingsbasis
Reguliere aflossing 3.345 3.345
Stand 31-12-2025 35.162 35.162

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Leningenportefeuille

Het verloop van onze leningenportefeuille is hieronder weergegeven.

x € 1.000
Leningenportefeuille 1-1-2025 Aflossing 31-12-2025 Rentepercentage
Leningnummer 201601 (BNG 347) 32.007 2.845 29.162 3,440%
Leningnummer 201602 (BNG 348) 4.000 4.000 1,940%
Leningnummer 200901 (ASN 291) 2.500 500 2.000 4,165%
Totaal 38.507 3.345 35.162

Financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Wij hebben op dit moment geen financieringsbehoefte. 

x € 1.000
Financieringsbehoefte Stand per 31-12-2025 incl. rekening resultaat 2025 31-12-2025 31-12-2024
Reserves 61.677 59.148 53.027
Voorzieningen 7.711 7.711 6.568
Vaste geldleningen 35.162 35.162 38.507
Totaal 104.550 102.021 98.102
Vaste activa 83.098 83.098 95.633
Voorraden 10.152 10.152 11.600
Totaal 93.250 93.250 107.233
Financieringstekort (-) cq. overschot (+) 11.300 8.771 -9.131

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Schatkistbankieren

Excel-tabel

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)
Verslagjaar 2025
(1) Drempelbedrag 2097
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 424 378 448 377
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 1.673 1.720 1.649 1.720
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - -
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar 2025
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 104.859
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 104.859
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat -
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. Drempelbedrag 2097
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 38.203 34.361 41.244 34.673
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 424 378 448 377

Omschrijving (toelichting)

Toelichting schatkistbankieren
Met de gewijzigde wet Fido beoogt de wetgever een bijdrage te leveren aan de vereiste daling van de EMU-schuld voor de Nederlandse overheid door de overtollige liquiditeiten van decentrale overheden voortaan zoveel mogelijk te bundelen binnen de overheidssfeer. Deze consolidatie van schuldverhoudingen tussen overheden onderling kan in de eerste plaats worden bereikt door middel van verplicht schatkistbankieren. In de tweede plaats kan consolidatie worden bereikt doordat decentrale overheden hun overtollige middelen gebruiken om onderling leningen te verstrekken. Dit heeft eenzelfde effect op de EMU-schuld als het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist.

Schatkistbankieren betekent dat overheidsorganisaties, zoals gemeenten en provincies, hun geld bij de Nederlandse overheid (de schatkist) bewaren in plaats van bij een gewone bank. Dit zorgt ervoor dat het geld veilig is en helpt de overheid om schulden en rente te beheersen.

Als een gemeente geld over heeft, moet dit naar de schatkist. Als de gemeente geld nodig heeft, kan het daar weer worden opgenomen. Dit systeem voorkomt risico’s en zorgt ervoor dat de overheid het geld efficiënter gebruikt.

Voor 2025 is er een drempelbedrag vastgesteld van 2% van het (primitieve) begrotingstotaal. Het drempelbedrag bedraagt € 2.097.000. 
Het gehele jaar is gebruik gemaakt van schatkistbankieren. Eind 2025 is het saldo in de schatkist € 14.453.000.

Rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie

In het volgende renteschema is uiteengezet hoe voor 2025 de rente is toegerekend. Het saldo tussen de rente die is doorberekend aan de taakvelden en de werkelijk te betalen rente is verantwoord op het taakveld treasury. Het taakveld treasury is opgenomen in het overzicht van algemene dekkingsmiddelen.

x € 1.000
Renteschema Werkelijk 2025 Begroot 2025
a. De externe rentelasten over de korte en lange termijn 1.223 1.400
b. De externe rentebaten 457 375
Totaal door te berekenen rente 766 1.025
c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 264 240
Saldo door te berekenen rente 502 785
d. Rente over eigen financieringsmiddelen
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 986 1.212
f. Renteresultaat op het taakveld treasury -484 -427

EMU saldo

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - EMU saldo

Omschrijving (toelichting)

Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven met derden van de gemeente op transactiebasis in een bepaalde periode. Eenvoudig gezegd geeft het EMU-saldo aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de gemeente.

Het EMU-saldo van één jaar zegt relatief weinig, Een structureel negatief EMU-saldo is echter wel reden tot zorg; dit geeft aan dat de gemeente jaar-op-jaar meer geld uitgeeft dan de gemeente ontvangt. Andersom kan het ook onwenselijk zijn dat het EMU-saldo enkele jaren op rij een flink positief saldo vertoont. Dit geeft immers aan dat de gemeente mogelijk overhoudt, terwijl het geld besteed kan worden aan voorzieningen in de gemeente.

Het EMU-saldo vervult een rol bij de afspraken die in Europees verband zijn gemaakt over het toegestane maximale tekort ervan op nationaal niveau om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden. In Nederland geldt een macro EMU-tekort voor de decentrale overheden van 0,27 procent van het bruto binnenlands product per jaar. 

Vier scenario's uitgelegd
Bij de gemeente kunnen zich vier scenario’s voordoen. Hierbij wordt benadrukt dat het bij het beoordelen van de scenario’s vooral gaat om de meerjarige ontwikkeling van het EMU-saldo.

Het EMU-saldo is positief:
De gemeente krijgt via reële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgeeft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reservepositie te verhogen. Daarmee draagt de gemeente positief bij aan het EMU-saldo van Nederland. 

Het EMU-saldo grenst aan 0:
De gemeente krijgt via reële transacties ongeveer evenveel geld binnen als dat er wordt uitgegeven.

Het EMU-saldo is negatief:
De gemeente geeft via reële transacties meer geld uit dan dat erbinnen komt. De gemeente zal schulden moeten maken, leningen moeten aantrekken, of het gespaarde geld moeten aanspreken. Ook kan het zijn dat het eigen vermogen (reserves) afneemt. Hierdoor draagt de gemeente negatief bij aan het EMU-saldo van Nederland.
Maar deze blijft onder de referentiewaarde: aangezien het EMU-saldo onder de referentiewaarde valt, is de bijdrage van de gemeente aan het EMU-saldo geen aandachtspunt mits de andere overheden zich ook aan hun referentiewaarden houden.

Het EMU saldo overschrijdt de referentiewaarde:
Als het EMU-saldo boven de referentiewaarde uitstijgt, is de bijdrage van de gemeente aan het landelijke EMU-saldo een aandachtspunt. 

Gemeente Weststellingwerf heeft een negatief EMU-saldo
Het EMU-saldo 2025 voor onze gemeente is - € 1.815.000

Excel-tabel

x € 1.000
EMU-saldo Rekening 2025
1. (+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). 3.926
2. (-) Mutatie (im)materiële vaste activa 8.330
3. (+) Mutatie voorzieningen 1.142
4. (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -1.447
5. (-) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa 0
Berekend EMU-saldo -1.815

Paragraaf Bedrijfsvoering

Privacy en informatieveiligheid

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Privacy en informatieveiligheid

Afgelopen jaar hebben wij onze focus gelegd op het weerbaarder maken van de gemeente op het gebied van informatiebeveiliging. Wij hebben stappen gemaakt op het gebied van de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging 2.0. Deze stappen maken wij in OWO-verband. Op het gebied van privacy hebben wij de organisatie een training gegeven over privacy, een spelvorm aangeboden waarin de collega’s vragen over privacy en informatiebeveiliging moesten beantwoorden en een mystery guest op bezoek gehad. 
Het vergroten/onderhouden van informatiebeveiliging- en privacy bewustzijn en kennis blijft een doorlopend proces. Tenslotte hebben wij de jaarlijks verantwoording afgelegd via de zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit), de zelfevaluatie BRP (Basisregistratie personen) en de zelfevaluatie Reisdocumenten.

 

Rechtmatigheid

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Rechtmatigheid

Rechtmatig handelen is voor een overheidsorganisatie een belangrijk uitgangspunt. De gemeentelijke processen zijn ingericht om onder meer de rechtmatigheid te waarborgen en de risico's te beheersen. De verbijzonderde interne controle is er mede op gericht om de rechtmatigheid te onderzoeken en daarmee bij te dragen aan de kwaliteit van onze organisatie. 

Interne controle 
In 2025 zijn de (verbijzonderde) interne controles uitgevoerd op basis van het door de raad vastgestelde controleprotocol inclusief normenkader en het jaarplan verbijzonderde interne controle 2025. De controles zijn in het jaarplan opgenomen op basis van de financiële omvang, risicoanalyses en relevante wet- en regelgeving en zijn afgestemd met de accountant. De controles in het jaarplan vormen naast overige controlewerkzaamheden de onderbouwing voor de rechtmatigheidsverantwoording over 2025. De aanbevelingen voortkomend uit de verbijzonderde interne controles over 2025 worden gemonitord en worden twee keer per jaar via het actieregister aangeboden aan de controlecommissie. 

Uit de (verbijzonderde) interne controles komt naar voren dat wij hebben gehandeld conform de wet Fido. Voor een toelichting volstaan wij met een verwijzing naar de paragraaf financiering. Uit de (verbijzonderde) interne controles komen geen concrete aanwijzingen naar voren van het veelvuldig niet naleven of onjuist documenteren en/of motiveren van de normen gids proportionaliteit. 

Accountantscontrole 
De accountant heeft in het najaar de interim-controle 2025 uitgevoerd. Naar aanleiding van de bevindingen uit de interim-controle heeft de accountant enkele aanbevelingen meegegeven. De aanbevelingen worden gemonitord en twee keer per jaar via het actieregister aangeboden aan de controlecommissie. In februari 2026 is de controlecommissie geïnformeerd over de uitkomsten van de interim-controle en de hieruit voortgekomen aanbevelingen. De accountant geeft bij de jaarstukken van de gemeente een verklaring over de getrouwheid van de jaarrekening. 

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Rechtmatigheidsverantwoording

Het college van burgemeester en wethouders legt verantwoording af over de rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording valt, als onderdeel van de jaarrekening (zie onderdeel jaarrekening -overig), onder het getrouwheidsoordeel van de accountant. In de rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen dat de omvang van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor vastgestelde verantwoordingsgrens van € 2.298.974. Conform de Kadernota rechtmatigheid en op basis van de afspraken met de raad worden de afwijkingen boven de rapportagegrens van €114.949 hieronder toegelicht:

  • In de beoordeling van het begrotingscriterium is een aantal begrotingsonrechtmatigheden geconstateerd voor in totaal € 3.903.000.  

    Er zijn in vijf programma's lastenoverschrijdingen vastgesteld voor in totaal € 3.691.000. Het totaal aan lastenoverschrijdingen dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee als acceptabel is geduid bedraagt 3.375.000. Het resterende saldo aan lastenoverschrijdingen van € 316.000 bestaat uit individuele lastenoverschrijdingen onder de rapportagegrens.

    Er zijn drie overschrijdingen van de investeringskredieten vastgesteld voor in totaal € 212.000. Eén overschrijding bedraagt € 164.000 welke niet past binnen het vooraf vastgestelde beleid van de gemeenteraad en groter is dan de rapportagegrens. Voor een toelichting verwijzen wij naar de financiële analyse in programma 5 in de jaarrekening.

  • In de uitgevoerde verbijzonderde interne controles is een drietal afwijkingen (onrechtmatigheden) geconstateerd in het proces van inkoop- en aanbestedingen. De onrechtmatigheden bedragen in totaal € 967.000 en zijn veroorzaakt doordat inkopen ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed. Het gaat hierbij om één onrechtmatigheid van € 270.000 die in 2024 is geconstateerd en doorwerkt naar 2025. In 2025 is hiervoor de voorbereiding voor een Europese aanbesteding gestart. De overige twee onrechtmatigheden bedragen in totaal € 697.000 en zijn in 2025 ontstaan en hiervoor zijn in 2025 ook acties in gang gezet en deels afgerond om conform de wet- en regelgeving te handelen. 

Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur

Op basis van de verordening artikel 213A van de Gemeentewet voeren wij intern onderzoek uit naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid. In 2025 hebben wij intern geen specifieke onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid uitgevoerd. De opvolging van de aanbevelingen van eerdere onderzoeken monitoren wij intern. Hierover rapporteren wij de controlecommissie tweemaal per jaar.

Continuïteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Continuïteit

Personeel - Wet DBA
Sinds 1 januari 2025 moeten wij schijnzelfstandigheid van zzp'ers (zelfstandige zonder personeel) actief voorkomen. Sommige tijdelijke functies, zoals ter vervanging bij ziekte, zijn niet meer geschikt voor een zzp'er. Hierdoor is het soms nog lastiger passende tijdelijke krachten te vinden.

Financiële positie 
In de risicoparagraaf hebben wij de gemeentelijke risico's beschreven en gekwantificeerd. Daarbij hanteren wij als norm voor het weerstandsvermogen dat wij minimaal tweemaal de omvang van de risico's in de Algemene Reserve hebben. Met deze jaarrekening voldoen wij aan die eigen norm. Verder is de solvabiliteit goed en hebben wij een financieel positief meerjarenperspectief.

Continuïteit ICT
In 2025 is de lijn doorgezet dat ICT-continuïteit ondersteunend is aan, en voortvloeit uit, de bedrijfscontinuïteit. De ingezette koers is verder geconcretiseerd: de cloudmigratie en het uitfaseren van legacy-systemen zijn nagenoeg afgerond. Daarnaast hebben wij in 2025 nadrukkelijk gefocust op leveranciersmanagement in samenwerking met Inkoop. Ook is de Procedure Ernstige Verstoringen (PEV) opnieuw beoordeeld en waar nodig aangescherpt. Vanuit de drie OWO-gemeenten wordt gezamenlijk gewerkt aan een opdrachtomschrijving voor een gezamenlijk bedrijfscontinuïteitsplan, waar wij in 2025 verdere stappen in hebben gezet.

De ingezette lijn om de ICT-omgeving te moderniseren en te standaardiseren draagt bij aan een stabielere, veiligere en minder complexe infrastructuur. In 2025 zijn opnieuw geen grote veiligheidsrisico's of ernstige verstoringen in de infrastructuur geconstateerd. De continue aandacht voor security en bewustwording binnen de organisatie blijft een belangrijk aandachtspunt.

De gemeente is (in OWO-verband) gestart met de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) door middel van een Information Security Management System (ISMS), waarbij de informatiebeveiligingsorganisatie een cruciale rol speelt in het begeleiden en waarborgen van dit proces. De eerste sessies zijn inmiddels gepland, wat de brede gedragenheid vanuit de directie voor dit belangrijke initiatief onderstreept. Hiermee zijn tevens de eerste stappen gezet richting implementatie NIS2.

Fraude

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Fraude

Fraude is bij voorbaat niet uit te sluiten. Frauderisico's krijgen binnen onze organisatie op verschillende manieren aandacht. Er zijn in onze organisatie diverse maatregelen aanwezig in de processen om fraude zoveel mogelijk te beperken. De maatregelen worden door middel van (verbijzonderde) interne controles getoetst waarmee de kwaliteit van de interne beheersing op het gebied van fraude wordt gewaarborgd.

Over 2025 is de frauderisicoanalyse geactualiseerd (hard-controls) en hebben er frauderisicoanalyse besprekingen plaatsgevonden (soft-controls). Hieruit kan worden geconcludeerd dat er in 2025 op verschillende aspecten binnen de gemeente aandacht is geweest voor frauderisico's. 

In het verslagjaar 2025 is de gemeente geconfronteerd met een externe fraude. Naar aanleiding hiervan zijn aanvullende beveiligingsmaatregelen en bewustwordingsacties uitgevoerd ter versterking van de interne beheersing. Het bedrag blijft onder de door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens en rapportagegrens en is daarom niet afzonderlijk opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Wij hebben geen concrete aanwijzingen of vermoedens dat er binnen de gemeentelijke organisatie fraudes hebben voorgedaan in boekjaar 2025.

Organisatieontwikkeling

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Organisatieontwikkeling

Organisatieplan 2025 Welzijn in Weststellingwerf 

De missie Welzijn in Weststellingwerf is gedurende het management development traject tot stand gekomen. De missie Welzijn in Weststellingwerf luidt als volgt: "Met onze diensten dragen wij bij aan een veilige, gezonde en prettige samenleving. We zijn betrouwbaar en we tonen lef en daadkracht. We nemen eigenaarschap voor ons werk en we kijken reflectief naar ons handelen."    

Onze strategie: We zetten in op de doorontwikkeling van onze dienstverlening en de wendbaarheid en professionaliteit van onze medewerkers. Dit hebben we gedaan door te werken met onze kernwaarden: 

 1. Betrouwbaarheid: Het nakomen van afspraken, consistent handelen en zorgen voor transparantie in werk en communicatie. 

2. Lef en daadkracht: Actief initiatief tonen, beslissingen nemen en handelen, zelfs in uitdagende situaties. 

3. Eigenaarschap: Verantwoordelijkheid nemen voor taken en doelen, en het proactief aanpakken van uitdagingen en kansen. 

4. Reflectief vermogen: Kritisch naar eigen handelen kijken, leren van ervaringen en bijdragen aan persoonlijke- en teamontwikkeling. 

5. Wendbaarheid en professionaliteit: Snel en effectief kunnen reageren op veranderende omstandigheden, met een focus op kwaliteit en verbetering van de dienstverlening.

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Uitvoering Human Resources Management (HRM)

Op het gebied van HR-dienstverlening is er in 2025 een aantal ontwikkelingen geweest.

Wij hebben een aantal HRM-processen gedigitaliseerd en verbeterd. Leidinggevenden en medewerkers kunnen steeds meer zelf aanvragen via self service. Een aantal aanvragen kan zelfs heel eenvoudig via een app op de mobiel. 

In 2025 is het aanbod binnen het Individueel Keuzebudget verruimd, onder andere om persoonlijke gezondheid te verbeteren. 

Verder is er een nieuw wervings- en selectiebeleid opgesteld. Hierin staat onder andere beschreven op welke manier de organisatie nieuw personeel kan aantrekken (vinden) en behouden (binden en boeien).  

Samen met Ooststellingwerf is besloten om met het functiewaarderingssysteem HR21 te werken. Afgelopen jaar is al het voorwerk gedaan om per 1 januari 2026 over te kunnen. Hierdoor sluiten wij aan bij andere gemeentelijk organisaties die al over zijn gestapt naar HR21. Deze systematiek wordt voorgeschreven vanuit de Cao. Dit verkleint onderlinge concurrentie en bevordert eenduidigheid binnen gemeenten.

In de gesprekcyclus stond de missie "Welzijn in Weststellingwerf" centraal.

Ziekteverzuim 
Het verzuimpercentage over 2025 is uitgekomen op 6,84%. Het verzuim is aan de hoge kant, maar ten opzichte van vorig jaar is er een dalende tendens gaande. Wij blijven inzetten om het ziekteverzuimcijfer te verlagen.

Personeelsbudget
Op het beschikbare salarisbudget (eigen personeel en inhuur) en begrote personele budgetten (zoals opleidingsbudget) hebben wij een kleine overschrijding. Daarnaast heeft er een storting plaatsgevonden in de voorziening RVU (Regeling Vervroegde Uittreding) en de voorziening Verlofsparen. 

Paragraaf OWO-samenwerking

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf OWO-samenwerking - Inleiding

De OWO-samenwerking werkt aan drie opdrachten: de samenwerking vanuit de OWO-afdeling aan met name uitvoerende taken, de samenwerking aan complexe opgaven en de bestuurlijke samenwerking in de regio. Deze OWO-paragraaf kijkt terug op welke wijze er in 2025 gewerkt is aan deze drie opdrachten.

Samenwerking vanuit de OWO-afdelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf OWO-samenwerking - Samenwerking vanuit de OWO-afdelingen

Algemeen 
In 2025 is het onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de OWO-afdelingen VTH en B&R afgerond. Het onderzoek laat zien dat er behoefte is aan een herijking van de opdracht van deze OWO-afdelingen, om duidelijkheid te creëren over welke taken in OWO-verband worden uitgevoerd en welke binnen de afzonderlijke gemeenten, en hoe de onderlinge samenwerking is ingericht. Aanleiding hiervoor zijn onder meer de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen. In het najaar van 2025 is het proces gestart om te komen tot een vernieuwde opdrachtbeschrijving voor de OWO-afdelingen.

OWO-Beheer & registratie
Belastingen
De overstap naar de nieuwe Belastingapplicatie is in 2025 nagenoeg afgerond. Hiermee hebben we een stap gezet in de dienstverlening naar inwoners die nu gemakkelijker inzicht kunnen krijgen in bijvoorbeeld hun WOZ-waarde.

Backoffice Sociaal domein
De overstap naar de drie kernapplicaties van het Sociaal Domein is weerbarstig en vraagt veel van de organisaties. Het betekent dat systemen en processen worden aangepast, dat er duidelijke werkafspraken komen en dat medewerkers nieuwe kennis en vaardigheden opdoen. In samenwerking met de aanbieder is hard gewerkt deze grote overstap voor te bereiden en uit te voeren. Dit is in 2025 niet gelukt. We verwachten de overstap in 2026 af te ronden. 

OWO-Bedrijfsvoering
Digitale dienstverlening
Digitale dienstverlening is een structureel en doorlopend onderdeel van de bedrijfsvoering van de OWO-gemeenten. In samenhang met de Wet open overheid (Woo) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) werd ook in 2025 continue gewerkt aan het borgen, verduidelijken en doorontwikkelen van bestaande digitale kanalen en werkwijzen. In het aanwijzingsbesluit leggen we vast via welke digitale kanalen inwoners en bedrijven officiële berichten aan ons kunnen sturen. Dit besluit is in 2025 voorbereid en wordt in het voorjaar 2026 aan u voorgelegd. 
In 2025 is het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld en is gestart met de implementatie van de BIO2, als basis voor een veilige en betrouwbare digitale dienstverlening.

Datagedreven werken
Vanuit OWO-Bedrijfsvoering richt het cluster Datamanagement zich op het vergroten van bewustwording, kennis en vaardigheden van alle medewerkers, zodat data op een verantwoorde manier kan worden benut in het dagelijks werk. Daarnaast is gewerkt aan een toekomstgerichte datastrategie die aansluit bij de informatiebehoefte van de organisaties en bijdraagt aan een duurzame informatievoorziening.

Inkoop, aanbesteden en verzekeren
In 2025 zijn 50 aanbestedingen doorlopen, waaronder de aanbesteding van een aantal grote verzekeringen. Hierbij is ingezet op uniformering voor de drie gemeenten. Ook is meer ingezet op het verhalen van schade veroorzaakt door derde partijen. Het verzekeringsbeleid is geactualiseerd en wordt in het 1e half jaar van 2026 vastgesteld.

OWO-Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Uitvoerings & handhavingsstrategie (U&H strategie)
Het voormalige VTH-beleidsplan gaat door invoering van de Omgevingswet verder als de Uitvoerings & Handhavingsstrategie. Dit is de basis voor de werkzaamheden vanuit de OWO-afdeling VTH. In 2025 is de U&H-strategie voorbereid en in afstemming met beleidsafdelingen en bestuurders opgesteld. De strategie wordt in het voorjaar van 2026 vastgesteld door de colleges. 

In de bijlage (nr. 5) van deze jaarstukken is een overzicht van (een deel van) het verzette werk 'OWO-afdelingen in cijfers' opgenomen.

Samenwerking aan complexe opgaven

Terug naar navigatie - Paragraaf OWO-samenwerking - Samenwerking aan complexe opgaven

Omgevingswet
In 2025 hebben de OWO-gemeenten verdere routine ontwikkeld in het werken onder de Omgevingswet. Waar 2024 nog vooral gericht was op het op orde houden van de vergunningverlening en het mogelijk maken van initiatieven via wijzigingen van het omgevingsplan, is dit inmiddels uitgegroeid tot een stabiel en voorspelbaar proces. Tegelijkertijd is in OWO-verband gewerkt aan de gebiedsdekkende omgevingsplannen, wat heeft geresulteerd in een definitieve uitgangspuntennotitie die begin 2026 door de drie gemeenteraden is vastgesteld. Ook wordt de juridische basis verder versterkt, onder meer door de evaluatie van het Verzamelbesluit bevoegdheden Omgevingswet, waarmee een belangrijke stap wordt gezet in de verdere professionalisering van de uitvoering.

APV
De jaarlijkse actualisatie van de APV wordt in gezamenlijkheid opgepakt waarbij jaarlijks een andere OWO-gemeente de coördinatie op zich neemt. Op deze wijze is het mogelijk met beperkte capaciteit toch jaarlijks de APV te actualiseren. De samenwerking aan de APV betekent niet dat er geen gemeente specifieke onderdelen mogelijk blijven.

Evenementenbeleid
In 2025 zijn we begonnen met het opstellen van gezamenlijk OWO-evenementenbeleid. Dit is een omvangrijk project waarbij we samen optrekken met zowel partners (waaronder veiligheidsregio en politie) en organisatoren. Afronding verwachten we eind 2026. 

Ondermijning
Afgelopen jaar is veel aandacht geweest voor de bestrijding van ondermijning. Samen met bijvoorbeeld politie, RIEC en belastingdienst hebben we ingezet op bewustwording en zo nodig handhaving. Er zijn controles uitgevoerd bij bijvoorbeeld horeca, vakantieparken en garageboxen.

Energietransitie
Via het OWO-energiebureau hebben we ook in 2025 stappen gezet in de energietransitie. Drie energiecoaches werken vanuit het energiebureau aan het adviseren van inwoners. In 2025 is er een onderzoek opgestart wat we nog meer vanuit het energiebureau kunnen oppakken. Naar verwachting wordt dit in 2026 duidelijk. 

Bestuurlijke samenwerking

Terug naar navigatie - Paragraaf OWO-samenwerking - Bestuurlijke samenwerking

Binnen OWO-verband vindt structurele afstemming plaats tussen de colleges van de drie gemeenten op portefeuilleniveau. Dit versterkt de positie van OWO als regionale gesprekspartner richting onder andere FUMO en het Sociaal Domein Fryslân. Beleidsontwikkeling vanuit provincie, Wetterskip en Rijk wordt gezamenlijk besproken en indien gewenst gecoördineerd beantwoord.

Paragraaf Verbonden Partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Inleiding

Wij hebben een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier bijvoorbeeld om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. De samenwerkingsvormen worden aangeduid met het begrip "verbonden partijen''. Hieronder wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is gebaseerd op het uitgangspunt dat onze gemeente alleen participeert in verbonden partijen als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten (van een stichting of vennootschap) staat telkens de doelstelling van de betreffende rechtspersoon geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het veelal om:

  • Efficiency voordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.
  • Wettelijke verplichting.

Zeggenschap in de praktijk

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Zeggenschap in de praktijk

De invloed van de gemeenten verloopt via besturen van stichtingen, gemeenschappelijke regelingen, aandeelhouders en de raden van commissarissen en toezicht. In het bestuur van die stichtingen en ondernemingen zijn wij vertegenwoordigd. Via dat bestuur wordt onze invloed aangewend als het gaat om sturing op onder andere financiën, risico’s en toekomstvisie. Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur en dat brengt met zich mee dat de directe invloed per definitie beperkt is. Als zich een meerderheid vormt voor of tegen een voorstel dan is de stem van de enkeling niet doorslaggevend en zal de minderheid zich ook moeten schikken. De democratische controle op de in dit overzicht genoemde ‘partijen’ waarmee de gemeente zich verbonden heeft, ligt bij de gemeenteraad. In de besturen zitten in de meeste gevallen leden van ons college en die verantwoorden zich tegenover de raad op de gebruikelijke wijze.

Beleidsontwikkelingen enkele samenwerkingsverbanden

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Beleidsontwikkelingen enkele samenwerkingsverbanden

Gemeenschappelijke Regelingen

Veiligheidsregio Fryslân

Gezondheid
In 2025 werkte GGD Fryslân verder aan de landelijke plannen om gezondheid en preventie te versterken. Dit gebeurde in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het nieuwe Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Door deze akkoorden kregen publieke gezondheid en preventie een duidelijkere positie in het nationale zorgbeleid. GGD Fryslân speelde hierbij een actieve rol en werkte nauw samen met gemeenten en verschillende partners.

In 2024 en 2025 had GGD Fryslân te maken met stijgende kosten, vooral voor huisvesting en noodzakelijke aanpassingen in functies en salarissen. Daardoor ontstond een structureel begrotingstekort. De bestuurscommissie gezondheid heeft gevraagd om verschillende scenario’s uit te werken voor efficiëntere huisvesting en taakuitvoering. In 2025 zijn deze scenario’s ontwikkeld en besproken. Voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ) werd gekeken naar slimmer gebruik van locaties, aangepaste huurafspraken en mogelijkheden voor samenwerking met publieke organisaties. Belangrijk uitgangspunt was dat consultatiebureaus goed bereikbaar blijven. De uitkomsten vormen de basis voor het nieuwe strategisch huisvestingsplan.

Ondanks de financiële druk bleef GGD Fryslân investeren in belangrijke preventietaken. Programma’s zoals Gezond Zwanger en ondersteuning van jonge kwetsbare kinderen werden voortgezet. De bestuurscommissie gezondheid benadrukte dat deze activiteiten waardevol zijn en dat bezuinigingen op jeugdgezondheidszorg uiteindelijk kunnen leiden tot hogere maatschappelijke kosten. Een deel van het tekort werd binnen de organisatie opgevangen door efficiënter te werken. Gemeenten droegen bij om het resterende tekort te dekken.

Daarnaast versterkte GGD Fryslân in 2025 haar rol als adviseur en kennispartner voor gemeenten. De Volksgezondheid Toekomstverkenning (VTV) werd gebruikt om inzichten te delen over toekomstige gezondheidsontwikkelingen. Ook werd het Ambtelijk Overleg Publieke Gezondheid ingericht als nieuw platform om met gemeenten te spreken over uitdagingen en oplossingen.

GGD Fryslân was betrokken bij diverse netwerken, waaronder Seker en Sûn, de bestuurscommissie van het Fries Integraal Zorgakkoord (FrIZA) en de stuurgroep Strong Teens and Resilient Minds (STORM). Deze samenwerkingen zijn belangrijk om grote gezondheidsopgaven gezamenlijk aan te pakken.

Crisisbeheersing
In 2025 heeft de Veiligheidsregio Fryslân te maken gehad met verschillende typen crises, waarvan sommige grootschalig of langdurig. Een voorbeeld hiervan is het ongeval met de luchtballon.

Voor het borgen en professionaliseren van de crisisbeheersing hebben alle 25 Veiligheidsregio’s structureel extra BDUR-middelen (Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding) ontvangen. Deze gelden zorgen voor het versterken van de afdeling crisisbeheersing en de crisisorganisatie in Fryslân. De extra toegekende BDUR-middelen zijn ook bedoeld voor het versterken van de informatiepositie van Veiligheidsregio’s.

De Veiligheidsregio Fryslân heeft bijgedragen aan het voorkomen van crisis door het maken en actualiseren van bestrijdingsplannen en informatiekaarten. Hierdoor kan de crisisfunctionaris rekenen op actuele plannen.

In 2025 is verder gewerkt aan de inrichting van een 24/7 informatiepositie bij kwetsbaarheden, dreigingen en incidenten/crises die permanent ondersteunt bij het proces van risicomonitoring.

Brandweer
Het programma van Brandweer Fryslân heeft in 2025 een bijdrage opgeleverd aan de veiligheid van de inwoners van Fryslân. Zij richten zich op het voorkomen en beheersen van risico’s; het bestrijden van brand; en hulp bij ongevallen.

De Brandweer Fryslân had, wat betreft het aantal incidenten, een vergelijkbaar jaar ten opzichte van 2024. De brandweerposten oefende risicogericht. Als structurele input voor deze oefeningen gebruikten zij de uitkomsten uit het repressief overleg, de ontwikkelingen in het kader van de energietransitie en een betere deling van informatie over risico’s.

In 2025 heeft de brandweer een nieuw dekkingsplan voorgelegd aan het bestuur. Het dekkingsplan wordt in 2026 ter zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd.

In 3Noord-verband is in 2025 een pilot met drones uitgevoerd. Naar aanleiding van deze pilot zal een analyse worden opgemaakt of deze drones van meerwaarde zijn bij een veiliger en effectiever optreden in het geval van bijvoorbeeld een brand.

Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving (FUMO)
De FUMO (Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing) is de Friese omgevingsdienst. Het aantal taken dat aan de FUMO wordt toebedeeld, wordt deels door de rijksoverheid bepaald (de basistaken) en is deels een bevoegdheid van de gemeente (de plustaken). In 2025 heeft de FUMO intensief gewerkt aan het versterken van de organisatie om tijdig te kunnen voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten. Hiervoor zijn interne verbeteringen doorgevoerd en processen verder geprofessionaliseerd, in lijn met de landelijke monitoring van de voortgang richting 1 april 2026.

Daarnaast is er in 2025 een onderzoek naar de FUMO gestart waarin de toekomstbestendigheid van de organisatie wordt verkend. Dit onderzoek richt zich specifiek op de bestuurlijke en strategische positionering van de FUMO. De conclusies hiervan zijn nog niet beschikbaar. Daarnaast loopt er een traject in relatie tot de robuustheidscriteria.

Verder is in samenwerking met alle Friese deelnemers de provinciebrede Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Fryslân 2025–2028 (UHF) vastgesteld. Deze strategie geeft richting aan de uitvoering door sterk te sturen op risicogericht en outcome-gericht werken.

De Marrekrite
Voor de aanleg en het onderhoud van recreatieve voorzieningen in de provincie Fryslân is de Gemeenschappelijke Regeling ‘Recreatieschap Marrekrite’ ingesteld. De belangrijkste taak van ‘Recreatieschap Marrekrite’ is het onderhoud en beheer van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen voor boten, en het wandel- en fietsknooppuntennetwerk. Het gebruikelijke onderhoud van fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie en de gemeenten.

Daarnaast is in 2025 besloten de taken van ‘Recreatieschap Marrekrite’ uit te breiden met het Routebureau Fryslân. Hiermee is de coördinatie, ontwikkeling en promotie van de recreatieve routenetwerken binnen de provincie, ondergebracht binnen één organisatie. Routebureau Fryslân draagt hiermee zorg voor een samenhangend, kwalitatief en actueel routenetwerk.

In de regio Zuidoost Friesland wordt samengewerkt aan het ontwikkelen en verbeteren van specifieke routenetwerken, zoals ruiterroutes en ATB-routes. De expertise van 'Recreatieschap Marrekrite' op het gebied van landrecreatie wordt hierbij ingeschakeld.

Verder wordt door onze gemeente samen met ‘Recreatieschap Marrekrite’ gewerkt aan de realisatie van drie TOP’s (Toeristische Overstappunten) in de gemeente. De eerste TOP bij de Driewegsluis is gerealiseerd en geplaatst. De ontwikkeling van de andere twee TOP’s, in Noordwolde en Wolvega, is inmiddels opgestart.

Welstandszorg Hûs en Hiem
De Gemeenten en Hûs en Hiem werken gezamenlijk aan een meer flexibele en klantgerichte werkwijze, zoals beoogd onder de Omgevingswet. Hiervoor is in 2024 een opdracht opgesteld voor de uitvoering van een onderzoek over de toekomstige borging omgevingskwaliteit Fryslân. In 2025 is het advies ‘Een moaier Fryslân voor en van iedereen’ gepresenteerd. Er wordt ingezet op een breed kennis- en adviescentrum waarbij het Monumentensteunpunt en de Provincie betrokken worden. 

In 2024 zijn de nieuwe sneltoetscriteria vastgesteld door de drie gemeenteraden van de OWO-gemeenten. De nieuwe sneltoetscriteria zijn hierdoor een onderdeel van de huidige welstandsnota’s geworden. De oude sneltoetscriteria werden al lang niet meer gebruikt, omdat ze verouderd waren. In 2025 zouden wij beginnen met het aanpassen van de rest van de welstandsnota (nota Omgevingskwaliteit) van de gemeente Weststellingwerf. Dit heeft een langere opstartfase nodig gehad dan verwacht. De aanbesteding voor de aanpassing van de nota wordt begin 2026 afgerond en daarna start de uitvoering. Het incidentele budget dat voor deze nota is gereserveerd wordt hiervoor benut in de komende twee jaar.

Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV
Voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) neemt de gemeente Weststellingwerf deel aan de GR Sociale werkvoorziening Fryslân. De GR is een samenwerkingsverband van de gemeenten Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf. Als uitkomst van de herstructurering SW-bedrijf in 2019 is de GR SW Fryslân omgevormd tot een bedrijfsvoeringsorganisatie. De GR heeft jaarlijks minimale kosten voor bijvoorbeeld het opstellen van de jaarrekening en de facilitering van de bestuursvergaderingen. Samen met Ooststellingwerf, Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel behoort Weststellingwerf tot de niet-aandeelhoudende gemeenten. 

Met ingang van 2020 is door de gemeente een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Caparis aangegaan voor de duur van vijf jaar. In 2024 is besloten de DVO te verlengen. De looptijd is van 2025 tot en met 2029. In het kader van deze overeenkomst organiseert Caparis passende werkzaamheden voor inwoners met een Wsw-indicatie. Caparis rapporteert per kwartaal aan de gemeente over de uitvoering van de overeenkomst.

In 2025 heeft besluitvorming plaatsgevonden om de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in de gemeenschappelijke regeling te verwerken.

Naamloze Vennootschappen

Afvalsturing Friesland N.V.
Afvalsturing Friesland N.V. handelend onder de naam Omrin, houdt zich bezig met de verwerking van huishoudelijk afval. De bedrijfsvoering van Afvalsturing Friesland N.V. is gericht op bewerking en verwerking van huishoudelijk afval, het terugwinnen van grondstoffen en de productie van duurzame energie. Op Ecopark de Wierde (gemeente Heerenveen) bevindt zich de scheidings- en bewerkingsinstallatie, waar machines zoveel mogelijk herbruikbare materialen uit het afval halen. Hiermee levert Omrin een belangrijke bijdrage aan de circulaire economie, in lijn met de VANG-doelstellingen (Van Afval Naar Grondstof). De afvalverwerking vindt plaats op basis van nascheiding.

In 2025 richtte de strategie zich net als de komende jaren onder andere op maximaal terugwinnen van grondstoffen en duurzame energie, verlagen van de CO2eq voetafdruk.

N.V. Fryslan Miljeu
N.V. Fryslân Miljeu eveneens handelend onder de naam Omrin, is sinds 2025 verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijk afval.

Sinds januari 2025 is de gemeente aandeelhouder van N.V. Fryslân Miljeu en heeft Omrin de inzameling van het GFT- en restafval van de Gemeente Weststellingwerf overgenomen.

Bank Nederlandse Gemeenten
BNG Bank is een Nederlandse financiële instelling die zich richt op het verstrekken van krediet aan de publieke sector. De bank is in handen van Nederlandse overheden, waaronder gemeenten, provincies en de Staat. De missie van BNG Bank is het versterken van de publieke sector door financiering te bieden voor maatschappelijke opgaven en zo bij te dragen aan een duurzaam en toekomstbestendig Nederland.

In 2025 heeft BNG Bank opnieuw solide resultaten geboekt en haar maatschappelijke rol verder versterkt:

Financiële resultaten
In het halfjaarbericht 2025 rapporteerde BNG Bank een nettowinst van €142 miljoen. Ondanks economische onzekerheden en schommelingen op de financiële markten bleef de kapitaal- en liquiditeitspositie sterk. De groei van de leningportefeuille onderstreept de blijvende vraag naar publieke financiering en de relevante rol van BNG Bank voor gemeenten en andere publieke instellingen.

Kredietverlening en publieke investeringen
In de eerste helft van 2025 verstrekte de bank €5,3 miljard aan nieuwe langlopende leningen, voornamelijk aan woningcorporaties en voor publieke infrastructuur. De totale kredietportefeuille groeide hierdoor naar €94,2 miljard.

Duurzaamheid en maatschappelijke impact
BNG Bank blijft inzetten op het vergroten van haar maatschappelijke impact, onder meer door financiering van duurzame projecten en het verder uitvoeren van haar klimaatdoelstellingen. De bank benadrukt dat zij wil bijdragen aan een toekomstbestendige publieke sector en een duurzamer Nederland.

Stichtingen

Stichting Kredietbank
De Kredietbank wordt door ons ingezet voor schuldregelingstrajecten voor inwoners van onze gemeente. Vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening bieden wij inwoners een oplossing voor hun schuld.

Stichting Comprix
Stichting Comprix is verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs in de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf en Opsterland. Zij bieden onderwijs aan circa 4000 leerlingen verspreid over 35 scholen, waarvan 14 in Weststellingwerf. Onder de 35 scholen vallen ook twee scholen voor speciaal basisonderwijs en zes samenwerkings- of identiteitsrijke basisscholen. Stichting Comprix streeft naar toekomstbestendig onderwijs van hoge kwaliteit voor zoveel mogelijk kinderen in de landelijke regio Zuidoost Fryslân. Dit doen zij door algemeen toegankelijk, passend en thuisnabij onderwijs te bieden. Hiervoor werken zij jaarlijks aan de speerpunten die geformuleerd staan in het strategisch beleidsplan 2023-2026.

Coöperaties

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.
Weststellingwerf is lid van de OVEF. De OVEF is de energieleverancier voor Friese overheden en aangesloten instellingen. Hij beheert de energievoorziening, inclusief openbare verlichting en publieke laadpalen in Fryslân. Sinds 1 januari 2024 levert OVEF energie aan haar leden via het zelfleveringsmodel, waarbij wordt gestreefd naar een optimale afstemming van vraag en aanbod binnen Fryslân, met lokaal opgewekte elektriciteit uit wind en zon. Indien nodig wordt aanvullende energie ingekocht.

In 2025 maakt OVEF structureel gebruik van een Energie Management Systeem (EMS) om verbruiksdata te registreren, analyseren en rapporteren aan leden, met als doel efficiënter energiegebruik en betere afstemming van vraag en aanbod.

Ook heeft de Algemene Ledenvergadering van OVEF in 2025 gesproken over de toekomstige inrichting van de publieke laadinfrastructuur. Besloten is om geen integrale concessie te vergeven aan een commerciële marktpartij die het gehele proces op zich neemt. De Friese overheden gaan hierin meer zelf doen. Vervolgbesluitvorming over de financiële dekking en de te kiezen structuur vindt op een later moment plaats.

Centrumregelingen

Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten (Uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Friesland) (SDF)
De Friese gemeenten streven naar maximale efficiëntie en effectiviteit in de uitvoering van de aan hen opgelegde wettelijke taken in het sociaal domein. Het algemene doel van SDF is specialistische zorg en ondersteuning leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten. Alle 18 Friese gemeenten nemen deel aan deze GR. De inzet van SDF is opgebouwd uit een aantal onderdelen, waaraan de gemeenten naar verhouding bijdragen:

•    dienstverlening voor derden (bedrijfsvoering: instandhouding SDF, Zorg voor Jeugd Friesland, Foar Fryske Bern)
•    sociale integratie en achterstandsgroepen (maatschappelijke opvang en vrouwenopvang)
•    maatschappelijke ondersteuning (beschermd wonen)
•    zorg voor jeugd (regionale jeugdzorg)

De inhoudelijke ontwikkelingen zijn verwerkt in programma 6, sociaal domein.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen , vennootschappen en centrumregeling:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt 

Veiligheidregio Fryslân (VRF)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel door schaalvergroting
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Integrale deelnemersbijdrage 2025 Gezondheid € 1.377.259 Crisisbeheer € 157.953 Brandweer € 1.735.080
Risico's

De VRF kent het inherente risico dat eventuele afwijkingen ten opzichte van de begroting achteraf bij de deelnemende gemeenten in rekening worden gebracht. Daarnaast neemt de gemeentelijke bijdrage structureel toe door autonome kostenontwikkelingen, waaronder prijsstijgingen en opgaves rondom taken en capaciteit. We beheersen de risico’s door periodieke monitoring, deelname aan bestuurlijke en ambtelijke overleggen. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en control cyclus van de VRF.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 8.868.000 € 82.448.000
31-12-2024 € 10.661.592 € 87.343.698
Resultaat 2024 € 3.643.126
Portefeuillehouder Van der Graaf (Veiligheid), Zonderland (Gezondheid)
FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)
Vestigingsplaats Grou
Doel deelname Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang

Integrale deelnemersbijdrage 2025 € 575.327

Risico's

De Gemeenschappelijke Regeling brengt het inherente risico mee dat deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. De gemeente houdt toezicht via bestuurlijke vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur en ambtelijke deelname aan de Controllersgroep en het Opdrachtgeversoverleg. Voor onze gemeente zijn alleen de wettelijke basistaken ondergebracht; daardoor dragen we geen risico voor de uitvoering van plustaken. De gewijzigde financieringssystematiek (betalen per afgenomen dienst) heeft geleid tot een hogere gemeentelijke bijdrage.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 1.278.771 €5.326.624
31-12-2024 € 839.506 € 4.783.724
Resultaat 2024 € -361.794
Portefeuillehouder Den Hartigh
GR Hûs en Hiem
Vestigingsplaatss Leeuwarden
Doel deelname Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel
Belang De Gemeenschappelijke Regeling is budgetneutraal. Leges die de GR - Hûs en Hiem bij de gemeente in rekening brengt worden één op één doorberekend naar de aanvrager.
Risico's

De financiële risico’s voor de gemeente zijn zeer beperkt. Kosten worden één-op-één doorberekend aan de aanvrager en de regeling heeft een gezonde financiële positie. Wel blijven maatschappelijke ontwikkelingen relevant om te monitoren.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 256.743 € 452.937
31-12-2024 € 382.955 € 425.448
Resultaat 2024 € 123.212
Portefeuillehouder Zonderland
Recreatieschap voor het Friese Waterland 'De Marrekrite'
Vestigingsplaats Uitwellingerga
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf Provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2025 € 33.804 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud. Er is door Marrekrite in 2025 een winstuitkering gedaan van € 5.961.
Risico's

Het risico voor de gemeente is beperkt. Zoals bij elke gemeenschappelijke regeling bestaat het inherente risico dat deelnemers moeten bijdragen aan tekorten.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 4.328.380 € 4.893.971
31-12-2024 € 4.256.355 € 6.861.369
Resultaat 2024 € 127.975
Portefeuillehouder Hoen
GR SW Fryslân
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel
Belang Integrale deelnemersbijdrage 2025 € 0
Risico's

De gemeente is verantwoordelijk voor de overige kosten van de GR SW Fryslân. Hiermee is sprake van een financieel risico wanneer deze kosten stijgen.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 0 € 4.210.000
31-12-2024 € 0 € 2.088.000
Resultaat 2024 € 0
Portefeuillehouder Den Hartigh


2. Lijst met stichtingen en coöperaties waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen
Belang Uitgeleend werkkapitaal € 90.000
Risico's

De gemeente loopt beperkte financiële risico’s, voornamelijk door mogelijke exploitatietekorten in de uitvoering van schuldhulpverlening en kredietverstrekking. Onvoorziene fluctuaties in instroom kunnen leiden tot hogere kosten, die via de deelnemende gemeenten moeten worden opgevangen.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 3.209.000 € 47.553.000
31-12-2024 € 2.499.000 € 48.295.000
Resultaat 2024 Niet bekend
Portefeuillehouder Den Hartigh
Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)
Vestigingsplaats Wolvega
Doel deelname Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.
Belang Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.
Risico's

De risico’s voor de gemeente zijn beperkt. We beschikken over voldoende beleidsmatige vertegenwoordiging en invloed. Comprix heeft een gezonde financiële positie, waardoor de financiële risico’s minimaal zijn.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 6.470.458 € 11.358.717

31-12-2024

€ 6.848.478 € 12.741.163
Resultaat 2024 € 378.022
Portefeuillehouder Hartog
Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.  (OVEF)
Vestigingsplaats Sneek
Doel deelname Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.
Belang Mede-eigenaar van de energievoorziening en openbare verlichting, waardoor we duurzaam, lokaal en kostenbewust kunnen opereren.
Risico's

Sinds 1 januari 2024 levert OVEF energie aan haar leden via het zelfleveringsmodel, waarbij wordt gestreefd naar een optimale afstemming van vraag en aanbod binnen Fryslân, met lokaal opgewekte elektriciteit uit wind en zon. Indien nodig wordt aanvullende energie ingekocht. Hierdoor zijn de risico’s toegenomen. Belangrijke risico’s betreffen prijsvolatiliteit op de energiemarkt, contractuele verplichtingen en de mogelijke financiële gevolgen bij ongunstige marktontwikkelingen. Operationele risico’s, zoals leveringsproblemen of administratieve afwijkingen, kunnen eveneens impact hebben op de financiële positie van OVEF en daarmee op de gemeente.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2023 € 426.347 € 102.980

31-12-2023

€ 128.948 € 2.575.442
Resultaat 2023 € -297.399
Portefeuillehouder Hartog

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

NV Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doel deelname BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Belang Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178
Risico's

BNG beschikt over topratings en een strak kapitalisatiebeleid, waardoor de financiële positie sterk is en de bank tegen gunstige voorwaarden kan lenen. Hierdoor is het risico voor de gemeente als aandeelhouder zeer beperkt.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 4.721.000.000 € 110.819.000.000
31-12-2024 € 4.777.000.000 € 123.164.000.000
Resultaat 2024 € 294.000.000
Portefeuillehouder Hoen 

 

OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang

Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000

Risico's

De risico’s zijn beperkt. De gemeente is goed vertegenwoordigd op beleidsniveau en de onderneming beschikt over een gezonde financiële positie.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 78.528.000 € 106.366.000
31-12-2024

€ 83.562.000

€ 131.694.000
Resultaat 2024 € 7.130.000
Portefeuillehouder Den Hartigh
OMRIN (Friesland Miljeu NV)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang Deelname  10.500 aandelen à € 65,87 = € 691.635
Risico's

De risico’s zijn beperkt. De gemeente is goed vertegenwoordigd op beleidsniveau en de onderneming beschikt over een gezonde financiële positie.

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 € 11.572.000 € 26.299.000
31-12-2024

€ 13.030.000

€ 30.506.000
Resultaat 2024 € 1.621.000
Portefeuillehouder Den Hartigh

4. Overzicht Centrumregelingen waarin de gemeente deelneemt 

Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten (Uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Friesland) (SDF)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname De Friese gemeenten streven naar maximale efficiëntie en effectiviteit in de uitvoering van de aan hen opgelegde wettelijke taken in het sociaal domein. Het algemene doel van SDF is specialistische zorg en ondersteuning leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten. Alle 18 Friese gemeenten nemen deel aan deze GR.
Belang De centrumgemeente berekent de integrale kosten voor haar dienstverlening door aan gemeenten. De kosten voor de dienstverlening bestaan uit kosten voor instandhouding en kosten voor taakuitvoering. De kosten voor instandhouding worden onder gemeenten verdeeld op basis van inwoneraantal van elke gemeente met peildatum 1 januari van jaar t-1. De kosten voor uitvoering van taken worden verdeeld onder gemeenten op basis van het percentuele aandeel dat een gemeente toekomt in het totaal van aantallen cliënten op basis van de Jeugdwet. Het voorschot van de bijdrage voor 2025 bedroeg € 251.760
Risico's
Er bestaat een financieel risico doordat de gemeenten achteraf alsnog worden geconfronteerd met eventuele tekorten wanneer Sociaal Domein Fryslân de afgesproken begroting niet realiseert. Dit risico beheersen we intern door de uitgaven periodiek te monitoren en actief input te leveren in zowel bestuurlijk als ambtelijk overleg. Daarnaast wordt de begroting van het SDF besproken in de planning- en control cyclus van het SDF. 
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2024 €  - €  -
31-12-2024

€  -

€  -
Resultaat 2024 €  -
Portefeuillehouder Tom Hartog en Hanneke Zonderland

 

Paragraaf Grondbeleid

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Algemeen

Algemeen 
Grondbeleid is een middel om de ruimtelijke opgaven die voortvloeien uit beleidsdoelstellingen en ambities te verwezenlijken. Het staat daarmee ten dienste van deze ruimtelijke opgaven. In deze paragraaf wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde grondbeleid in 2025.  

Beleid
In juni 2025 heeft de gemeenteraad een nieuwe Nota Grondbeleid vastgesteld. Met het nieuwe grondbeleid geeft de gemeente richting aan de rol die de gemeente hierin wil nemen en welke instrumenten hiervoor kunnen worden gebruikt onder de Omgevingswet. In de nota is opgenomen dat indien een gewenste ruimtelijke ontwikkeling vereist dat actief grondbeleid gevoerd moet worden, wordt overgaan tot verwerving van de benodigde gronden. Indien een ruimtelijke ontwikkeling in beperkte mate bijdraagt, wordt gekeken naar de mate van medewerking die van de gemeente wordt gevraagd. De gemeente maakt dan de afweging vanuit haar publiekrechtelijke taak en toetsende rol. Deze afweging leidt tot een faciliterende rol of het besluit tot niet meewerken aan de ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente werkt niet mee aan een ruimtelijke ontwikkeling indien deze niet bijdraagt aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen en ambities.

Conform de Nota Grondbeleid hebben wij de Grondprijzenbrief 2025 vastgesteld. In de Grondprijzenbrief zijn de geldende grondprijzen opgenomen en de uitgangspunten zoals de gemeente die hanteert voor de uitgifte van gronden met verschillende functies. Het belangrijkste uitgangspunt is dat grond wordt uitgegeven tegen marktconforme prijzen.

Uitvoering
Een belangrijk deel van de ambities in het Coalitieakkoord 2022-2026 op het gebied van wonen vult de gemeente actief in door de ontwikkeling van de Lindewijk. In het kader van de doelstelling voor het realiseren van meer betaalbare woningen zijn in 2025 de voorbereidingen getroffen voor het toevoegen van extra woningen in fase 2 van de Lindewijk 2. Ook wordt aan deze doelstelling invulling gegeven middels het in 2025 vastgestelde bestemmingsplan Pieterslaan met bijbehorende grondexploitatie ten behoeve van de realisatie van 18 sociale huurwoningen.

Vanuit een faciliterende rol stimuleert de gemeente onder andere woningbouwinitiatieven van dorpen. De gemeente heeft hiervoor eind 2023 een toolkit beschikbaar gesteld. Conform de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, worden de door de gemeente te maken ambtelijke kosten bij een faciliterende rol via een anterieure overeenkomst verhaald op de initiatiefnemer. In 2025 is één intentieovereenkomst gesloten met een initiatiefnemer voor het onderzoeken van de mogelijkheden om te komen tot een anterieure overeenkomst voor de ontwikkeling van woningbouw op een inbreidingslocatie in Wolvega. 

Op het gebied van economie pakt de gemeente ook een actieve rol. In het project Centrumontwikkeling Wolvega is in 2025 het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten ingezet om een betere ontsluiting van het centrum mogelijk te kunnen maken. Daarnaast heeft de gemeenteraad in 2025 het bestemmingsplan vastgesteld voor fase 2 van het bedrijventerrein Uitbreiding Schipsloot. Dit levert een nieuw aanbod van bedrijfskavels op voor reeds gevestigde en/of nieuwe ondernemers. De uitgifte hiervan start in 2026.

Parameters

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Parameters

De grondexploitaties zijn beoordeeld en geactualiseerd. In 2025 waren de parameters voor kosten- en opbrengstenstijging respectievelijk 2% en 1,5%. Voor de actualisatie voor de jaren 2026 en daaropvolgend zijn de parameters voor kosten- en opbrengstenstijging gewijzigd in respectievelijk 3% en 2%. Het rentepercentage bedraagt 1,5%. Dit is alleen van toepassing op grondexploitaties waar sprake is van een verliesvoorziening. De disconteringsvoet voor de berekening van de toekomstige waarde van een grondexploitatie en daarmee de omvangbepaling van de te nemen winst of verlies, bedraagt 2%.

Marketing

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Marketing

Bij de verkoop van woningbouwkavels en de bedrijventerreinen is het belangrijk om ons aanbod bij een zo groot mogelijk publiek onder de aandacht te brengen.
Hiervoor zijn diverse communicatiemiddelen en promotie ingezet. Hieronder een samenvatting van de acties die wij in 2025 hebben uitgevoerd: 

  • De marketingcampagne 'Klaar voor de stap?' wordt doorlopend ingezet om de bedrijfskavels op de bedrijventerreinen in de gemeente onder de aandacht te brengen. Kopers van bedrijfskavels ontvangen vanuit deze campagne de inmiddels bekende rode laarzen.
  • Actueel houden van de informatie op de websites www.bedrijventerreinwolvega.nlwww.weststellingwerf.nl en www.lindewijk.nl;
  • Diverse advertenties van de woningbouwkavels in verschillende kranten en gidsen;
  • Ondersteuning bij uitgifte van nieuwe particuliere kavels aan de Monarchvlinder met o.a. advertenties en een inloopbijeenkomst;
  • De vernieuwde website voor de Lindewijk met een 3d-visualisatie is up-to-date gehouden met sfeerfoto's van de wijk en van de deelprojecten; 
  • Diverse PR voor Lindewijk met bijvoorbeeld acties/advertenties social media, nieuwsbrieven belangstellenden en inwoners, PR-doeken en PR-borden op locatie, free publicity – onder andere persberichten, faciliteren Rondje Lindewijk.

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Woningbouwlocaties

Lindewijk Deelgebied 1
Alle beschikbare kavels (zowel projectmatig en particulier) zijn verkocht. Het Icarusblauwtje is woonrijp gemaakt. De bouw van het appartementengebouw aan het Tijgerblauwtje is in september 2025 gestart. Het woonrijp maken van dit laatste deel van deelgebied 1 staat gepland voor 2027. Dit betreft ook het opheffen van de bouwweg in deelgebied 1, de definitieve inrichting van het omliggende openbare gebied en het realiseren van de laatste brug.

Lindewijk Deelgebied 2
Voor 2025 is wederom zo veel mogelijk ingezet op projectmatige bouwkavels gericht op betaalbaar wonen en natuurlijk ook op de uitgifte van particuliere kavels.
Er is een bouwkavel verkocht voor 7 projectmatige rijwoningen in de vorm van een landhuis aan het einde van de centrale groene as (Oranjetipje). Daarnaast is er een bouwkavel voor 16 projectmatige seniorenwoningen verkocht aan de Rotsvlinder en de Distelvlinder. 
In april 2025 zijn 7 nieuwe particuliere kavels aan de Monarchvlinder in de verkoop gegaan. Deze zijn inmiddels allemaal onder optie. Daarnaast zijn er 5 particuliere kavels aan de IJsvogelvlinder verkocht. De overige particuliere kavels aan de IJsvogelvlinder (4 per 1-1-2026) zijn onder optie.
De geplande 44 woningen zijn niet allemaal verkocht, mede doordat de verkoop van een bouwkavel voor 10 starterswoningen aan het Koevinkje is doorgeschoven naar januari 2026.

Het bouwrijp maken van fase 3 voor de ontwikkelkavels 41, 42, 43 en 76 is in 2025 aanbesteed en gestart. Om meer betaalbare woningen mogelijk te maken is het woningbouwprogramma verhoogd van 247 woningen naar 280 woningen. Daarnaast is het Oranjetipje woonrijp gemaakt en is het geluidscherm gerealiseerd.

De bestaande verliesvoorziening wordt met circa € 142.000 verhoogd, als gevolg van het toevoegen van meer betaalbare woningen in het programma. 

Locatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
De grondexploitatie van deze ontwikkeling is per 31 december 2025 afgesloten. Alle werkzaamheden zijn afgerond. Met de afsluiting van deze grondexploitatie kan een winstneming plaatsvinden van circa € 94.000.

Herontwikkeling Pieterslaan Wolvega
In 2025 is het bestemmingsplan Pieterslaan 85a Wolvega vastgesteld alsmede bijbehorende grondexploitatie. In samenwerking met de woningstichting worden op de locatie 18 sociale huurwoningen gerealiseerd. In verband met de volledige inzet van deze locatie voor sociale huurwoningen is er geen sluitende grondexploitatie. Een voorziening is gevormd van circa € 385.000. De werkzaamheden worden naar verwachting in 2026 gestart. 

Ontwikkeling 13 sociale huurwoningen Heerenveenseweg
Aan de Heerenveenseweg zijn in 2025 gronden verkocht ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van 13 sociale huurwoningen. De bouw van de woningen is eind 2025 gestart. De woningen worden opgeleverd in 2026. De locatie maakt onderdeel uit van de grondexploitatie van bedrijventerrein De Plantage, zie onderstaande toelichting.

Bedrijventerreinen

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
In 2025 zijn de laatste twee woon-werkkavels en één zichtkavel verkocht. Daarnaast zijn voor drie zichtkavels in fase 1 de koopovereenkomsten in december 2025 ondertekend. De juridische levering van deze kavels vindt plaats in 2026, waardoor de bijbehorende verkoopopbrengsten in dat jaar worden verantwoord. De verkoopprocedure voor fase 2 start enkele maanden later dan oorspronkelijk gepland, namelijk in januari 2026. Als gevolg van deze verschuivingen vallen de geraamde opbrengsten voor 2025 lager uit dan eerder begroot. De gerealiseerde kosten in 2025 zijn daarentegen licht hoger dan geraamd.

De geactualiseerde raming van kosten en opbrengsten voor de resterende looptijd van de exploitatie levert een financieel voordeel op. Dit wordt veroorzaakt door de hogere verkoopprijzen van de nog te verkopen kavels in fase 1 en de nieuwe kavels in fase 2. Deze prijsverhoging is doorgevoerd op basis van een extern adviesrapport. De bestaande voorziening kan hierdoor met circa € 264.000 worden verlaagd. 

Een potentieel risico voor de nog te verkopen kavels is de netcongestie. 

De Plantage te Wolvega
In 2025 is één zichtkavel verkocht, evenals de grond aan de Heerenveenseweg ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van 13 sociale huurwoningen. De verwachting was dat tevens de laatste niet-zichtlocatie aan de Ruige Weegbree in 2025 zou worden verkocht. De verkoopprocedure hiervoor is echter begin 2026 gestart. Op het bedrijventerrein resteren thans nog één zichtlocatie en één niet-zichtlocatie.

De gerealiseerde kosten in 2025 zijn hoger uitgevallen dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt door de start van het bouwrijp maken van de kavel aan de Heerenveenseweg. Deze werkzaamheden waren later in de tijd voorzien.

De geactualiseerde raming van kosten en opbrengsten voor de resterende looptijd van de exploitatie levert een financieel voordeel op. Dit wordt mede veroorzaakt door de hogere verkoopprijzen van de nog te verkopen kavels. Deze prijsverhoging is doorgevoerd op basis van een extern adviesrapport. De bestaande voorziening kan daarom met circa € 18.000 worden verlaagd.

Een potentieel risico voor de nog te verkopen kavels is de netcongestie. 

Noord West III te Wolvega
De bebouwing van de laatste kavel is in 2025 gestart. Als gevolg hiervan kunnen de laatste werkzaamheden voor het woonrijp maken worden uitgevoerd in 2026. De looptijd van de grondexploitatie is hierdoor met één jaar verlengd tot en met 2026. Als gevolg van deze langere looptijd ontstaat een beperkt financieel nadeel binnen de exploitatie. De bestaande voorziening dient daarom met circa € 7.000 te worden verhoogd.

Boekwaarde bouwgronden

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Boekwaarde bouwgronden
x € 1.000
Grondexploitaties per 31-12-2025 Resterende looptijd in jaren Boekwaarde 31-12-2025 Nog te maken kosten Nog te ontvangen opbrengsten Eindwaarde nominaal (einde looptijd) Eindwaarde NCW 2,00% Verlies- voorziening totaal Winst- uitname totaal
Woningbouwterreinen
Wolvega Lindewijk 5 10.705 11.037 19.915 1.849 1.675 1.675 -
Noordwolde Renbaanschool - -287 - - - 287 - 287 - 287
Wolvega Pieterslaan 2 60 660 320 401 385 385 -
totaal 10.479 11.697 20.235 1.963 1.773 2.060 287
Bedrijventerreinen
Wolvega Noord West III 1 409 188 - 597 586 586 -
Wolvega Uitbreiding Schipsloot 5 1.738 991 2.708 20 18 18 -
Wolvega De Plantage 4 3.302 1.221 842 3.680 3.400 3.400 -
totaal 5.449 2.399 3.550 4.298 4.004 4.005 -
Totaal 15.927 14.096 23.786 6.260 5.777 6.065 287

Toelichting tabel

  • De boekwaarde is het totaalbedrag van alle investeringen en opbrengsten uit het verleden.
  • Balanswaarde is de gerealiseerde waarde inclusief de verliesvoorzieningen en winstnemingen.
  • Verliesvoorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd per grondexploitatie en berekend op basis van de netto contante waarde (NCW) van 2%.
  • Winstnemingen worden jaarlijks berekend over de winstgevende grondexploitaties met de Percentage of Completion Methode (POC).
  • De POC-methode is de opbrengsten en kosten naar rato van de prestatie verwerken. Hierdoor ontstaat er inzicht in de financiële gevolgen tijdens een boekjaar en worden de opbrengsten en kosten in de winst- en verliesrekening verantwoord.

In de toelichting op de balans onder de vlottende activa worden de prognoses van kosten, opbrengsten, eindwaardes en resterende looptijd getoond.

Paragraaf Regiodeal Zuidoost Friesland

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Regiodeal Zuidoost Friesland - Algemeen

In juli 2020 is de Regio Deal Zuidoost Friesland gesloten met het Rijk. Een samenwerking tussen 7 partners in Zuidoost Friesland (Opsterland, Weststellingwerf, Ooststellingwerf, Heerenveen, Smallingerland, Wetterskip en Provincie Friesland) en het Rijk waarmee € 30 miljoen is geïnvesteerd vanuit Rijk en regio. Op 1 oktober 2025 zijn de laatste projecten in de Regio Deal Zuidoost Friesland afgerond. Deze projecten hadden verlenging gekregen om hun gelden te besteden. Het ging onder andere om de projecten Water voor natuur en landbouw en Bestemming Wolvega.

In de periode van 1 oktober 2025 tot 15 juli 2026 vindt de laatste administratieve afhandeling van de deal plaats. Door de verlenging was er logischerwijs langere inzet van onze gemeente nodig voor de coördinatie en afronding. De benodigde middelen waren opgenomen in de begroting 2025.

Bestemming Wolvega
Weststellingwerf voerde van maart 2022 tot 1 oktober 2025 het project Bestemming Wolvega uit binnen de pijler Vitale Kernen van de Regiodeal. Bestemming Wolvega richtte zich op de sociale structuren in Wolvega en op het verhaal van het dorp zelf. Wat kenmerkt Wolvega en haar inwoners? En welke stappen kunnen we, samen met de inwoners, zetten om van Wolvega een levendig, inclusief en divers dorp te maken — op een manier die recht doet aan de kracht van de gemeenschap?

In 2025 zijn de laatste drie deelprojecten van Bestemming Wolvega afgerond.

Buurtverbinders
Doel was om buurtverbinders in kaart te brengen en te onderzoeken welke ideeën er leven en waar behoefte is aan ondersteuning. Het resultaat is een netwerk van 45 actieve buurtverbinders in Wolvega. Deze groep komt 2 keer per jaar samen, onder begeleiding van het opbouwwerk.

Wolvest the Movie 
Tijdens het Lindefestival was in Theater op de Hoogte de film Wolvest the Movie te zien. Deze film vormde een vervolg op het Wolfestival 2023. Het initiatief en de organisatie van Wolvest the Movie lagen volledig in handen van inwoners van Wolvega.

Centrale ontmoetingsplek
In 2025 presenteerde de opbouwgroep, een groep enthousiaste inwoners, een organisatie- en exploitatieplan aan de raad. Aan de hand van dit plan is de subsidie voor Huis op de Hoogte en Theater op de Hoogte vastgesteld. In mei 2025 organiseerde de opbouwgroep een grote informatiebijeenkomst in Theater op de Hoogte. Op deze avond werd het beeldmerk van de Stichting Ontmoetingscentrum Op de Hoogte en de plannen onthuld. In augustus is het bestuur geïnstalleerd en is de Stichting Ontmoetingscentrum Op de Hoogte ingeschreven bij KvK.

De voormalige Kerk op de Hoogte krijgt de functie van theaterkerk: Theater op de Hoogte. Een werkgroep ontwikkelt plannen voor theater-, muziek- en filmactiviteiten in het gebouw. De werkgroep heeft hiervoor een programma van eisen opgesteld en werkt samen met een architect en de gemeente aan de verbouwplannen. Vanwege het monumentale karakter van het gebouw vergt de renovatie de nodige tijd; de verwachting is dat de werkzaamheden eind 2026 of begin 2027 van start gaan.

Rond de zomer werd Huis op de Hoogte verbouwd en opgeknapt. Het jongerenwerk van de gemeente ging samen met een groep enthousiaste jongeren aan de slag om een eigen jongeren ontmoetingscentrum in te richten en plannen te maken voor de programmering.
Vanaf 1 november 2025 heeft Huis op de Hoogte een betaalde beheerder. Deze is in 2025 en 2026 in dienst van de gemeente. Eind 2026 wordt gekeken naar een constructie waarbij de beheerder in dienst komt van de Stichting Ontmoetingscentrum Op de Hoogte.
Op 7 november vond de feestelijke opening plaats van Huis op de Hoogte. Deze opening markeerde het einde van het project Bestemming Wolvega.

Voor de borging van het project is het volgende geregeld:

  • 2-jaarlijks bestuurlijk overleg tussen bestuur Stichting Ontmoetingscentrum op de hoogte en bestuur gemeente.
  • Vaststelling begrotingssubsidie
  • Huisvestingsvragen, huurcontracten, beheer en onderhoud via team vastgoed
  • Opbouwwerk geeft ondersteuning op vraagstukken rondom vrijwilligers, werkgroepen, maatschappelijke doelstellingen.
  • Jongerenwerk ondersteunt jongerencentrum NEXUS

 Zie ook programma 6 en voor de aankoop PKN-percelen programma 5.

Water voor natuur en landbouw 
Dit project van Wetterskip Fryslân vond deels plaats in Weststellingwerf: in Oldelamer/Nijelamer. Er is met relevante partijen een aanpak opgesteld om het waterpeil meer getrapt met het maaiveld te laten verlopen en te kunnen laten variëren. Dit biedt kansen om de waterhuishouding in het landelijke gebied te verbeteren, voor zowel de natuur als de landbouw. Om ecologische redenen was verlenging verleend tot 1 oktober 2025. De werkzaamheden zijn succesvol afgerond in september 2025 en hiermee draagt het project bij aan de verbetering van natuurwaarden en versterking van het regionale watersysteem.

Ontwikkeling samenwerking Zuidoost Friesland
De samenwerking in Zuidoost Friesland richtte zich op de lopende regiodeal. In 2024 werd bekend dat onze regio mee ging doen aan het Rijks-initiatief ‘Elke regio telt!’. In dit Nationaal programma Vitale Regio’s werkten wij in 2025 mee aan de totstandkoming van een overkoepelend Regioplan voor de komende 20 jaar. 

Financieel

Terug naar navigatie - Paragraaf Regiodeal Zuidoost Friesland - Financieel

De Regiodeal omvatte in totaal een bedrag van € 30 miljoen. Daarvan werd € 15 miljoen door het Rijk geïnvesteerd en de regio stond garant voor € 15 miljoen cofinanciering. In 2025 hebben wij alleen nog uitgaven gedaan voor het project Bestemming Wolvega. Deze zijn ten laste van de Rijksbijdrage gebracht. Wij hebben in de loop van 2025 nog een extra bijdrage vanuit de Regiodeal ontvangen van € 33.500 voor het project Bestemming Wolvega. Het totale budget voor het project is daarmee op € 963.500 gekomen. In totaal is er € 982.000 besteed voor Bestemming Wolvega, waardoor een relatief klein tekort van € 18.500 is ontstaan.

In de voorgaande jaren (2021 t/m 2024) hebben wij voldoende middelen ingebracht als cofinanciering voor de Regiodeal. Om die reden hebben wij in 2025 geen middelen ingebracht voor de cofinanciering. 

De organisatiekosten voor de Regiodeal bedroegen in 2025 € 17.500.

Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma - Inleiding

Het dynamisch investeringsprogramma
Vijf jaar geleden, bij de kadernota 2020, stelden wij een dynamisch investeringsprogramma in. Inmiddels zijn de nodige investeringen vanuit het dynamische investeringsprogramma gestart en hebben wijonder andere bij het collegeprogramma 2022-2026 middelen voor nieuwe investeringen toegevoegd. In het overzicht hierna is het volledige programma opgenomen. Als zich nieuwe kansen voordoen, dan voegen wij deze toe aan de dynamische investeringsprogramma. De financiële vertaling van de projecten wordt pas in de begroting opgenomen als de projecten gereed zijn voor uitvoering. De financiële projectvoorstellen worden afzonderlijk voorgelegd aan de gemeenteraad.

Dynamische investeringskalender

Terug naar navigatie - Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma - Dynamische investeringskalender
Overzicht ontwikkeling dynamisch investeringsprogramma
Reserve investeringsambities
stand 1-1-2025 14.268.534
Onttrekking verbetering zwemgelegenheden -518.000
Onttrekking voorbereidingskrediet Lycklamaweg -60.000
Onttrekking herinrichting Lycklamaweg -2.498.000
stand 31-12-2025 11.192.534
Wat is al toegezegd om te dekken uit deze gelden
Kosten 2026 beheerder Op de Hoogte -50.000
Totaal toegezegd -50.000
Waar moet nog een raadsbesluit over komen
Fietspad fase 3 -580.000
Motie Energiefonds -500.000
Ander gebruik gemeentehuis -250.000
Onderhoud wegen en fietspaden -500.000
Verbeteren verkeerscirculatie Wolvega -1.000.000
Gebiedsontwikkeling Spokedam -500.000
Verbetering van zwemgelegenheden -141.000
Centrum Wolvega project 2: ontwikkeling Groene Hart -2.275.000
Centrum Wolvega project 3: Acht-Pilarenplein -2.000.000
Betaalbaar wonen -1.000.000
Rentecomponent (voor dekking kap.lst uit reserve inv.ambities) -2.396.534
Totaal nog over te beslissen - 11.142.534
Verwacht saldo Reserve investeringsambities 0

Toelichting op Dynamische investeringskalender

Terug naar navigatie - Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma - Toelichting op Dynamische investeringskalender

Het afgelopen jaar hebben wijdiverse mutaties doorgevoerd in de dynamische investeringsagenda naar aanleiding van afzonderlijke raadsvoorstellen. Zo onttrokken wij de middelen voor de verbetering van de zwemgelegenheden. Ook onttrokken wij de middelen voor de voorbereidingen van het project 'Lycklamaweg' en voor het project (definitief ontwerp) 'herinrichting Lycklamaweg' zelf.
In totaal zit er nu nog ongeveer € 11 miljoen in de dynamische investeringsagenda. Hieronder wordt elk project dat nog in de dynamische investeringsagenda is opgenomen, apart toegelicht.

Motie energiefonds

Terug naar navigatie - Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma - Motie energiefonds

Medio 2024 is gestart met een maatwerk- en financieel-advies voor een beperkt aantal huishoudens. In 2025 is hier verder op doorgegaan. De focus ligt nu op een groep inwoners die door het Rijk zijn voorgedragen. Als de ervaringen positief zijn, kan besloten worden het aantal huishoudens uit te breiden. Eventueel vervolgfinanciering voorzien wij vanuit het door uw raad gereserveerde bedrag. 

Gebiedsontwikkeling Spokedam

Terug naar navigatie - Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma - Gebiedsontwikkeling Spokedam

Voor de gebiedsontwikkeling Spokedam in Noordwolde doen zich verschillende mogelijke ontwikkelingen voor op het gebied van recreatie en toerisme. Door in te zetten op integrale gebiedsontwikkeling sluit de gemeente aan bij deze dynamiek en wordt ruimte gecreëerd om koppelkansen binnen het gebied optimaal te benutten. Hiermee speelt de gemeente proactief in op toekomstige mogelijkheden.

In 2025 hebben zich nog geen concrete kansen voorgedaan die tot uitvoering hebben geleid. Wel wordt actief gewerkt aan verdere verkenning en voorbereiding van de gebiedsontwikkeling. Mogelijkheden worden in kaart gebracht en er worden gesprekken gevoerd met betrokken partijen. Ook wordt onderzoek gedaan naar het uitwerken van scenario’s.

Centrum Wolvega project 2: ontwikkeling Groene Hart

Terug naar navigatie - Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma - Centrum Wolvega project 2: ontwikkeling Groene Hart

De tweede project van het Centrumplan is de realisatie van het Groene Hart Wolvega. De voorbereiding van deze fase is in 2024 gestart en in 2025 voortgezet.

Deze fase omvat in grote lijnen:

  • de voorbereiding voor aankoop en sloop van de 3 panden in het Middenblok;
  • de voorbereiding en realisatie van de herinrichting van een deel van de openbare ruimte (voorzijde) van Huize Lindenoord;
  • de voorbereiding voor aanleg van een de Tuin van Jufrouw Sikkinga , rondom Kerk op de Hoogte en rondom Huize Lindenoord;
  • realisatie door projectontwikkelaar van nieuwe historiserende panden rondom Huize Lindenoord

Zie verder ook programma  3.

Paragraaf Wet open overheid (Woo)

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet open overheid (Woo) - Inleiding

De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en wordt vanaf 2022 stapsgewijs ingevoerd.

De Woo kent drie doelstellingen:
1.    Het actief openbaar maken van informatie. 
2.    Het tijdig openbaar maken van informatie dat opgevraagd wordt. 
3.    Het duurzaam toegankelijk maken van digitale documenten. 

Wat hebben we gedaan?

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet open overheid (Woo) - Wat hebben we gedaan?

Het actief openbaar maken van informatie
Door de Wet open overheid (Woo) moet de overheid steeds meer informatie actief openbaar maken. De actieve openbaarmaking wordt landelijke stapsgewijs uitgerold in de vorm van tranches met informatiecategorieën. De verplichting tot openbaarmaking geldt als de Koninklijke Besluiten (per informatiecategorie) genomen zijn.

De eerste tranche is actief vanaf 1 november 2024 en bevat de informatiecategorieën:

  • Wetten en algemeen verbindende voorschriften
  • Overige besluiten van algemene strekking
  • Organisatie en werkwijze
  • Bereikbaarheidsgegevens

In afwachting van het koninklijk besluit over de volgende tranche hebben de OWO-gemeenten in 2025 voorbereidingen getroffen voor het publiceren van de resterende informatiecategorieën:

De tweede tranche:

  • Ontwerpen van wet en regelgeving met adviesaanvraag
  • Bij vertegenwoordigde organen ingekomen stukken
  • Vergaderstukken decentrale overheid  
  • Agenda’s en besluitenlijsten bestuurscolleges
  • Adviezen
  • Jaarplannen en verslagen

De derde tranche:

  • Convenanten
  • Woo-verzoeken en -besluiten
  • Onderzoeksrapporten
  • Klachtoordelen

De vierde tranche:

  • Beschikkingen

Het ministerie van BZK verwacht de eerste helft van 2026 hier meer duidelijkheid over te kunnen geven. De voorbereidingen hiervoor pakten we in OWO-verband in samenwerking met de 3 gemeentes op.

Het tijdig openbaar maken van informatie die opgevraagd wordt
Naast het actief openbaar maken van informatie, kan er vanuit de Woo specifieke overheidsinformatie opgevraagd worden. Uitgangspunt hierbij is: alles is openbaar, tenzij.

De gemeente heeft een Woo-contactpersoon aangesteld die inwoners en ondernemers kan helpen bij de beantwoording van verzoeken om openbaarmaking van publieke informatie.

In de gemeente Weststellingwerf zijn in 2025 in totaal 23 Woo-verzoeken binnengekomen.
Hiervan waren 5 verzoeken geen Woo-verzoeken, maar verzoeken om informatie. Eén verzoek viel niet onder de Woo, maar onder de Wet waardering onroerende zaken.
Van de daadwerkelijke 17 Woo-verzoeken zijn 4 verzoeken ingetrokken en één verzoek is niet in behandeling genomen.
Ten aanzien van de overblijvende 12 verzoeken zijn er 5 binnen de wettelijke termijn afgehandeld en de overige 7 niet. Oorzaken hiervoor zijn onder meer de omvang en complexiteit van de verzoeken en de beschikbare personele capaciteit.
In 8 gevallen zijn de gevraagde documenten geheel of ten dele verstrekt.
In 4 gevallen werd gevraagd om documenten die de gemeente niet onder zich heeft of om documenten die reeds openbaar waren.

Het duurzaam toegankelijk maken van digitale documenten
De actieve openbaarmaking van de verplichte Woo categorieën en overige publicaties wordt gedaan via de website van de gemeente. We gebruiken hierin waar mogelijk en/of nodig bestaande publicatiekanalen van de landelijke overheid en/of de gemeente zelf. Er is een oriëntatie uitgevoerd naar de mogelijkheden rond een Woo platform. Dit platform werkt als een subsite binnen de gemeentelijke website en bevat straks de publicaties met een openbaar karakter (waaronder de Woo-documenen). Bezoekers van de website kunnen hi
erin straks alle openbare documenten (of verwijzingen er naar toe) vinden. De link naar de Woo publicaties op dit platform worden zodra dit gerealiseerd is ook opgenomen in de landelijke Woo index.

Een gemeente die haar informatiehuishouding op orde heeft, weet welke documenten ze heeft en kan die documenten vinden wanneer hier om gevraagd wordt. Er is daarnaast een gecontroleerd proces waarmee documenten na de voorgeschreven bewaartermijn vernietigd worden of gereed zijn om te worden overgedragen aan een archiefbewaarplaats. 
In 2024 hebben de OWO-gemeenten zich reeds voorbereid op aansluiting bij het e-depot. Met de aansluiting op het e-depot regelt de OWO de duurzame toegankelijkheid van digitale informatie zodat de te bewaren digitale informatie in de toekomst toegankelijk, vindbaar en raadpleegbaar blijft.