Actuele ontwikkelingen en risico's

Inleiding

Terug naar navigatie - Actuele ontwikkelingen en risico's - Inleiding
Gemeenten staan de komende jaren voor de nodige uitdagingen en ontwikkelingen. Vraagstukken op het gebied van zorg, wonen, bestaanszekerheid, duurzaamheid en veiligheid vragen om een blijvend actieve rol van gemeenten. Tegelijkertijd nemen de financiële onzekerheden toe. In dit hoofdstuk worden enkele belangrijke ontwikkelingen en bijbehorende risico’s geschetst die relevant zijn voor deze voorjaarsnota en het realiseren van een sluitend financieel meerjarenperspectief.

Ontwikkelingen en risico's

Terug naar navigatie - Actuele ontwikkelingen en risico's - Ontwikkelingen en risico's

Taken en middelen in balans
Een structureel aandachtspunt vormt de balans tussen de taken die gemeenten uitvoeren en de middelen die wij daarvoor ontvangen. Zowel de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) als de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) concluderen dat deze balans momenteel onvoldoende is. Sinds de decentralisaties zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor een breed en complex takenpakket, met name in het sociaal domein, terwijl de bijbehorende financiële middelen onvoldoende meebewegen met volumeontwikkelingen, loon- en prijsstijgingen en toenemende complexiteit. De ROB heeft in meerdere adviezen vastgesteld dat het gemeentefonds (onze grootste inkomstenbron) onvoldoende voorspelbaar en onvoldoende toereikend is om het huidige takenpakket duurzaam te kunnen uitvoeren, wat leidt tot financiële druk en het risico op verschraling van voorzieningen. De VNG onderschrijft deze analyse en pleit nadrukkelijk voor structurele oplossingen, waaronder een adequatere bekostiging van gemeentelijke taken en meer financiële stabiliteit op de lange termijn. Daarnaast voert de VNG actief gesprekken met het Rijk over compensatie van stijgende kosten.
Eerder is vanaf 2023 de herijking van het gemeentefonds ingezet. Onze gemeente is daarbij aangemerkt als voordeelgemeente. Dit voordeel zou via een ingroeipad stapsgewijs beschikbaar komen. Tot op heden zijn de eerste stappen in dit ingroeipad gezet, met een maximum van € 37,50 per inwoner, terwijl het uiteindelijke voordeel voor onze gemeente groter is. Het recente advies (april 2026) van de ROB om het ingroeipad te bevriezen brengt nieuwe onzekerheden met zich mee. Hierdoor is onduidelijk wanneer en in welke mate het resterende voordeel daadwerkelijk in de gemeentelijke begroting kan worden verwerkt. Bovendien bestaat er onzekerheid over de vraag of onze positie als voordeelgemeente in de toekomst wordt gehandhaafd. Dit bemoeilijkt het opstellen van de meerjarige financiële kaders en vergroot de financiële onzekerheid.

Incidentele middelen voor structureel beleid
In het verlengde van de discussie over taken en middelen in balans speelt het vraagstuk van incidentele middelen voor structureel beleid. Het Rijk stelt de afgelopen jaren veelal incidentele middelen beschikbaar, terwijl de onderliggende opgaven een structureel karakter hebben. Hierdoor ontstaat op korte termijn financiële ruimte, maar blijft structurele duidelijkheid over de gemeentelijke inkomsten uit. Daarnaast is er nog steeds sprake van een groot aantal specifieke uitkeringen, waarvan een aanzienlijk deel incidenteel van aard is. Bij meerdere van deze specifieke uitkeringen en bij middelen die voortvloeien uit akkoorden zoals de Brede SPUK en het Integraal Zorgakkoord (IZA), worden gemeenten expliciet gevraagd of gestimuleerd om structureel beleid te ontwikkelen en duurzame resultaten te realiseren. Tegelijkertijd zijn de bijbehorende financiële middelen tijdelijk en niet structureel geborgd. Dit leidt tot spanning tussen beleidsinhoudelijke ambities en financiële haalbaarheid op de lange termijn.

Kosten en financiering van de jeugdzorg
De financiering van de jeugdzorg is ingewikkeld en de kosten zijn moeilijk te voorspellen. Het onderdeel 'resultaat gestuurde inkoop' is aanbesteed. Deze aanbesteding is ingegaan per 1 januari 2024. De financiële effecten van de aanbesteding zijn nog steeds onvoldoende bekend. Wel zien wij een aantal kostenverhogende effecten van de inkoop op casusniveau. Hoe zich dat vertaalt naar de totale uitgaven voor jeugdzorg is nu nog niet volledig in beeld. Daarnaast kenmerkt het onderdeel hoog specialistische Jeugdhulp zich door een laag aantal cliënten en hoge kosten per cliënt. Dit betekent dat relatief kleine veranderingen in het aantal cliënten direct grote financiële gevolgen kunnen hebben. De kosten kunnen daardoor sterk schommelen.

Meerjarige uitwerking Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) en Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR)
Het GVVP en het IBOR zijn door de gemeenteraad vastgesteld, met daarbij de afspraak dat deze kaders verder worden uitgewerkt in meerjarige uitvoeringsplannen, inclusief de daarbij behorende financiële consequenties. In de voorjaarsnota zijn hiervoor al deels voorstellen opgenomen. Een volledige meerjarige uitwerking, waarin duidelijk wordt welke maatregelen wanneer nodig zijn en welke structurele middelen hiervoor benodigd zijn, is op dit moment echter nog niet beschikbaar. Deze uitwerking vraagt aanvullend onderzoek en verdere prioritering. Dit brengt onzekerheid over de uiteindelijke financiële impact op de begroting met zich mee.

Informatieveiligheid
Gemeenten hebben een wettelijke verplichting om hun informatiebeveiliging op orde te hebben. Deze verplichting volgt onder andere uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), die sinds 1 januari 2019 geldt en vereist dat gemeenten aantoonbaar ‘in control’ zijn over hun informatiebeveiliging. Daarnaast verplicht de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) gemeenten om passende technische en organisatorische maatregelen te nemen ter bescherming van persoonsgegevens. De eisen worden verder aangescherpt door de nieuwe Europese NIS2-richtlijn, die wordt omgezet in de Cyberbeveiligingswet. Gemeenten verwerken grote hoeveelheden gevoelige gegevens van inwoners, zoals burgerservicenummers, adres- en inkomensgegevens. Dit maakt gemeenten een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen. Toenemende dreiging, strengere wet- en regelgeving en de afhankelijkheid van digitale systemen vragen om blijvende investeringen in informatiebeveiliging. Onvoldoende beheersing brengt niet alleen risico’s met zich mee voor de continuïteit van de dienstverlening, maar ook voor privacy, bedrijfsvoering en bestuurlijke verantwoording.

Nationaal Programma Vitale Regio's
In maart 2026 stemde het college in met het Regioplan NPVR Zuidoost-Fryslân 2045. Het vormt de langjarige strategische samenwerkingsagenda die het Rijk met onze regio aangaat. Want in 2023 liet het rapport Elke Regio Telt! zien dat landelijke beleids- en investeringskeuzes onvoldoende rekening hebben gehouden met regionale verschillen. Naar aanleiding van dit rapport riep het Rijk het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) in het leven. Elf regio’s, waaronder Zuidoost-Fryslân, maakten elk een strategische visie voor de komende 20 jaar. Wij deden dit samen met 4 buurgemeenten, het Rijk, de provincie, het Wetterskip en ruim 35 organisaties.
Het NPVR richt zich op het duurzaam versterken van gebieden met krimp en vergrijzing. In het Regioplan kiezen wij ervoor innovatie actief in te zetten bij de aanpak van belangrijke regionale vraagstukken. Waar het Regioplan een gezamenlijke toekomstvisie is, komt de concrete uitwerking tot stand in uitvoeringsagenda’s van elk 4 jaar.
Het Regioplan zelf brengt geen directe financiële verplichtingen met zich mee. Voor de periode 2025–2027 stelt het Rijk tijdelijke middelen beschikbaar (€ 350.000 per jaar). Deze middelen zijn tot nu toe ingezet voor het opstellen van het Regioplan en worden gebruikt voor de volgende fase, waarbij een kwartiermaker aan de slag gaat met het uitwerken van een passende organisatie en het opstellen van een eerste uitvoeringsagenda. Ook eventuele structurele financiële consequenties worden in deze fase uitgewerkt en separaat aan de raad voorgelegd.

Evaluatie organisatieontwikkeling
De afgelopen periode is ingezet op de organisatieontwikkeling met als doel te komen tot een flexibele en toekomstbestendige organisatie die goed is toegerust op maatschappelijke opgaven. De focus ligt daarbij op een organisatie die gericht is op de samenleving en wordt gekenmerkt door professionele dienstverlening, integraliteit en maatwerk. In 2026 wordt het organisatieontwikkeltraject geëvalueerd. Deze evaluatie moet inzicht geven in de mate waarin de ingezette ontwikkellijnen effectief zijn en op welke onderdelen verdere versterking nodig is om de organisatie toekomstbestendig te maken. De uitkomsten van deze evaluatie worden medio 2026 verwacht. Op basis hiervan kan blijken dat vervolgstappen nodig zijn.

Uitvoering projecten
Binnen de organisatie zijn diverse projecten in uitvoering of worden projecten voorbereid waarvoor middelen zijn gereserveerd. De looptijd van deze projecten strekt zich vaak uit over meerdere jaren. In de praktijk blijkt dat de beschikbare of gereserveerde middelen niet altijd toereikend zijn om projecten volledig binnen de gestelde kaders te realiseren. Dit kan onder andere samenhangen met prijsstijgingen gedurende de looptijd van projecten, bijvoorbeeld als gevolg van inflatie of hogere uitvoeringskosten. Daarnaast kan gedurende het project sprake zijn van uitbreiding of aanscherping van de projectopdracht, bijvoorbeeld door nieuwe inzichten, aanvullende wensen of veranderde omstandigheden. Dit kan leiden tot hogere kosten dan vooraf geraamd.