Voorjaarsnota en meerjarenperspectief op hoofdlijnen

Voorjaarsnota en meerjarenperspectief op hoofdlijnen toegelicht

Terug naar navigatie - Voorjaarsnota en meerjarenperspectief op hoofdlijnen - Voorjaarsnota en meerjarenperspectief op hoofdlijnen toegelicht

De voorliggende voorjaarsnota bouwt voort op de Programmabegroting 2026, die door de raad in november 2025 is vastgesteld. Met deze begroting is destijds een sluitend financieel meerjarenperspectief voor de periode 2026–2029 gepresenteerd en voldeed de gemeente aan de wettelijke vereisten. Daarmee werd tevens een belangrijk signaal van financiële stabiliteit afgegeven. In de periode daarna zijn via diverse begrotingswijzigingen, voortvloeiend uit besluiten van uw raad, aanpassingen doorgevoerd.

Door verschillende ontwikkelingen zien we dat het structurele financiële beeld onder druk staat. De belangrijkste oorzaak hiervoor ligt aan de inkomstenkant. Het beleid van het Rijk kenmerkt zich door de inzet van vooral incidentele middelen, terwijl structurele compensatie voor gemeentelijke taken achterblijft. Dit leidt tot een structurele daling in inkomsten vanuit het gemeentefonds. Tegelijkertijd nemen de structurele lasten van de gemeente toe, onder meer door autonome ontwikkelingen zoals prijs- en loonstijgingen, indexaties, demografische ontwikkelingen en eerder gemaakte beleidskeuzes. 

Deze combinatie van teruglopende structurele inkomsten en oplopende structurele lasten maakt dat het evenwicht niet vanzelfsprekend is. De beschikbare financiële ruimte staat onder druk en is beperkt om autonome ontwikkelingen structureel op te blijven vangen. Dit stelt de gemeente voor een belangrijk financieel vraagstuk op de middellange termijn.

Gelet op de huidige fase en de aankomende coalitieonderhandelingen is ervoor gekozen deze voorjaarsnota beleidsarm te houden. Nieuwe beleidskeuzes en wensen worden betrokken bij de coalitieonderhandelingen en daaropvolgende besluitvorming. Deze nota richt zich daarom primair op het actualiseren van het financiële beeld en het inzichtelijk maken van de belangrijkste ontwikkelingen. Met deze nota bieden wij uw raad een actueel overzicht van het financieel meerjarenperspectief en de relevante ontwikkelingen die daarop van invloed zijn. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen door de nieuwe coalitie en voor de uitwerking in de programmabegroting 2027 en volgende jaren.

In de hiernavolgende tabel zijn de wijzigingen in het financieel meerjarenperspectief ten opzichte van de vastgestelde begroting opgenomen. Na de tabel volgt per onderdeel een nadere toelichting.

+ = voordeel - = nadeel Voorjaarsnota Meerjarenperspectief
Eindtotaal per programma 2026 2027 2028 2029 2030
Stand programmabegroting na begrotingswijzigingen 1, 2, 4 en 5 815.100 1.341.400 313.400 269.600 520.600
Wijziging septembercirculaire 2025 63.100 -9.300 -86.000 -139.000 -79.000
Wijziging decembercirculaire 2025 60.000
Verwerken uitganspunten (cao, belasting, loon- en prijscompensatie) 500.000 892.300 789.400 1.098.400 1.096.100
Vrijval stelpost ontwikkelingen en risico's 500.000 500.000 750.000 750.000 750.000
Beginstand voorjaarsnota 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 1.938.200 2.724.400 1.766.800 1.979.000 2.287.700
Mutaties voorjaarsnota / meerjarenperspectief*:
Programma 0 Bestuur en ondersteuning -85.700 -75.200 -45.200 -45.200 -45.200
Programma 1 Veiligheid -6.000 -6.000 -6.000 -6.000 -6.000
Programma 2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat -28.300 36.000 -33.300 -33.300 -29.300
Programma 3 Economie -20.000 -20.420 -20.420 -20.420 -20.420
Programma 4 Onderwijs -183.700 -244.000 -164.000 -136.000 -125.000
Programma 5 Sport, Cultuur en Recreatie -417.960 -2.080.870 -80.870 -80.870 -83.070
Programma 6 Sociaal Domein -2.221.100 -2.207.300 -1.461.900 -1.461.900 -1.461.900
Programma 7 Volksgezondheid en Milieu -1.008.900 -1.172.000 -228.000 -198.000 -198.000
Programma 8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing 330.050 364.850 364.850 110.000 -90.000
Overzicht algemene dekkingsmiddelen 1.243.080 983.420 42.420 42.420 42.420
Overzicht Overhead -676.200 -873.600 -799.300 -807.700 -817.100
Overzicht Onvoorzien
Eindtotaal programma's -3.074.730 -5.295.120 -2.431.720 -2.636.970 -2.833.570
Stand na voorjaarsnota 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 -1.136.530 -2.570.720 -664.920 -657.970 -545.870
*De bedragen per programma kunnen afwijken van de bedragen in de daadwerkelijke begrotingswijziging. Dit wordt veroorzaakt doordat kosten als totaalbedrag opgevoerd zijn bij een programma vanwege het inzicht in de totale kosten. In de begroting zijn de daadwerkelijke kosten echter verspreid over verschillende programma's. Het effect op het begrotingssaldo is echter gelijk.

Toelichting

Terug naar navigatie - Voorjaarsnota en meerjarenperspectief op hoofdlijnen - Toelichting

Beginstand voorjaarsnota 2026 en meerjarenperspectief
De beginstand van deze voorjaarsnota 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 is de stand van de Programmabegroting 2026. Nadien zijn er nog begrotingswijzigingen geweest (1, 2, 4 en 5). Deze wijzigingen zijn conform raadsbesluiten verwerkt.

Het begrotingssaldo wijzigt daarnaast door de septembercirculaire 2025 en de decembercirculaire 2025. Wij informeerden u als raad via afzonderlijke memo's over de effecten van de circulaires. De circulaires worden nu verwerkt in de begroting. Daarnaast hebben we het financieel meerjarenperspectief geactualiseerd op basis van de reguliere uitgangspunten (middelen voor loon- en prijsontwikkeling, cao-ontwikkeling, enzovoort).

In de Programmabegroting 2026 is een stelpost opgenomen voor ontwikkelingen en risico’s. Deze stelpost was bedoeld om ruimte te reserveren voor onzekerheden en ontwikkelingen die ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet concreet waren uitgewerkt. Inmiddels is een deel van de toen benoemde ontwikkelingen nader ingevuld en financieel verwerkt in deze voorjaarsnota of in het meerjarenperspectief. Om die reden valt de stelpost voor ontwikkelingen en risico’s nu vrij. Het laten vrijvallen van deze stelpost betekent overigens niet dat er geen nieuwe of aanvullende ontwikkelingen en risico’s meer zijn. Ook in de komende jaren blijven onzekerheden bestaan, onder andere als gevolg van rijksbeleid en autonome ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn opgenomen in het hoofdstuk 'Ontwikkelingen en risico's. Voor deze nieuwe ontwikkelingen is in deze voorjaarsnota en in het meerjarenperspectief geen aanvullende stelpost geraamd. Eventuele financiële effecten worden, zodra deze concreter zijn, via reguliere besluitvorming aan uw raad voorgelegd. Daarnaast is in de Programmabegroting 2026 een afzonderlijke stelpost opgenomen voor het nieuwe college (€ 250.000 in 2026, € 500.000 vanaf 2027). Deze stelpost is ongewijzigd in stand gelaten. 

Bovenstaande leidt tot de beginstand van deze voorjaarsnota.

Vervolgens hebben wij in deze voorjaarsnota en in het meerjarenperspectief diverse mutaties en ontwikkelingen opgenomen. Deze lichten we hieronder op hoofdlijnen toe. In de programma's worden deze mutaties gespecificeerd.

Mutaties voorjaarsnota en meerjarenperspectief
De mutaties vanuit de programma's zijn onder te verdelen in indexaties, autonome ontwikkelingen, specifieke uitkeringen en aanpassing van beleid of nieuw beleid.

Indexaties
Al jaren is ons uitgangspunt bij de begroting dat we de nullijn hanteren bij het indexeren van de budgetten, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. Ook dit jaar hanteren wij datzelfde uitgangspunt, met name ook vanwege de beperkte financiële ruimte die we hebben. We zien op een aantal gebieden dat de nullijn niet realistisch is, hier zijn argumenten om van die lijn af te wijken.

Autonome ontwikkelingen
Voor de autonome ontwikkelingen geldt dat wij hier geen tot weinig invloed op hebben en we ontkomen er niet aan om deze op te nemen in onze begroting. Een voorbeeld van een autonome ontwikkeling is bijvoorbeeld onze bijdrage aan verbonden partijen zoals de Veiligheidsregio Fryslân. Autonome ontwikkelingen zijn uitgaven die hoe dan ook gedaan (moeten) worden.

Specifieke uitkeringen
Wij krijgen in de loop van het jaar diverse beschikkingen van specifieke uitkeringen. Dat houdt in dat wij een bijdrage ontvangen van het Rijk of een andere mede-overheid. Deze zijn echter nog niet in de begroting opgenomen. Deze extra middelen moeten daarom nog worden geraamd aan zowel de baten- als de lastenkant, zodat uw raad de uitgaven autoriseert. Voor ons begrotingssaldo zijn de specifieke uitkeringen vaak budgettair neutraal.

Aanpassing beleid/nieuw beleid
Om onze ambities en doelen te behalen is op een aantal punten bijstelling nodig. Deze aanpassingen komen voort uit reeds vastgesteld of uitvoerend beleid. Daarnaast nemen we een aantal zaken op vanwege nieuwe inzichten, kansen die zich voordoen, wetgeving, dekking of nieuwe ontwikkelingen.