Begroting op hoofdlijnen

Algemeen beeld

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Algemeen beeld

Voor u ligt de programmabegroting 2027-2030, de eerste begroting van het nieuwe college. Deze begroting markeert de start van een nieuwe bestuursperiode en sluit aan bij de richting die we met het coalitieakkoord Weststellingwerf 2026-2030 'Met elkaar. Voor Weststellingwerf.’ hebben ingezet. De komende jaren zetten wij in op sterke en leefbare dorpen, woningbouw in alle kernen, een toekomstbestendige infrastructuur, een sterke sociale basis, economische ontwikkeling en een duurzame leefomgeving. Samenwerking met inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties staat daarbij centraal.

Tegelijkertijd wordt parallel aan deze begroting gewerkt aan een collegeprogramma. Daarom zijn nog niet alle onderdelen van het coalitieakkoord volledig uitgewerkt. Sommige ambities vragen om nadere uitwerking en concrete keuzes. De financiële verwerking van het coalitieakkoord is wel opgenomen in deze begroting.

Financieel beeld 2027-2030

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Financieel beeld 2027-2030

Een onzeker financieel vooruitzicht, maar onze begroting is in 2027 sluitend
De financiële vooruitzichten voor onze gemeente blijven onzeker. De financiële positie van de Nederlandse gemeenten is de afgelopen periode weliswaar iets verbeterd door aanvullende (incidentele) middelen vanuit het Rijk, maar structurele knelpunten zijn niet verdwenen. De discussie over de balans tussen gemeentelijke taken en de beschikbare middelen blijft onverminderd actueel. Gemeenten worden geconfronteerd met stijgende kosten, met name binnen het sociaal domein, terwijl de structurele financiële ruimte onder druk blijft staan.

Tegen deze achtergrond presenteert gemeente Weststellingwerf voor 2027 en 2028 een sluitende begroting. Vanaf 2029 ontstaat, evenals bij veel andere gemeenten, een financieel tekort. Hoewel dit tekort gunstiger uitvalt dan eerder bij de Voorjaarsnota werd voorzien, benadrukt het dat de financiële uitdagingen voor gemeenten nog niet zijn opgelost. Ook daarom blijven wij werken aan een financieel gezonde gemeente, waarin ambitie, uitvoerbaarheid en een solide financiële basis met elkaar in evenwicht zijn.

Ontwikkeling gemeentefonds
De ontwikkeling van het gemeentefonds blijft een belangrijke factor in het financiële perspectief van de gemeente. Sinds 2024 wordt de jaarlijkse groei van het gemeentefonds gebaseerd op de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Deze nieuwe systematiek wordt in 2027 en 2029 geëvalueerd. Daarnaast is landelijk discussie over een betere compensatie van prijsstijgingen, omdat gemeenten de afgelopen jaren niet volledig zijn gecompenseerd voor de werkelijke kostenontwikkeling.

Ook de herijking van het gemeentefonds blijft een aandachtspunt. Weststellingwerf behoort tot de gemeenten die voordeel hebben van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Dit voordeel wordt echter nog steeds begrensd door het bestaande ingroeipad, waardoor het volledige effect slechts deels beschikbaar is. Bovendien bestaat er onzekerheid over de vraag of onze positie als voordeelgemeente in de toekomst wordt gehandhaafd. Dit vergroot de financiële onzekerheid.

Tegelijkertijd blijft de vraag naar een structureel passende financiering van gemeentelijke taken actueel. Vooral binnen het sociaal domein bestaan zorgen over de balans tussen taken, kosten en beschikbare middelen. De uitkomsten van landelijke onderzoeken (zoals de commissie van Ark) en besluitvorming daarover kunnen daarom de komende jaren van invloed zijn op de financiële positie van onze gemeente.

Incidentele middelen voor structureel beleid
Een blijvend aandachtspunt is de inzet van incidentele middelen voor opgaven met een structureel karakter. De afgelopen jaren heeft het Rijk regelmatig tijdelijke middelen beschikbaar gesteld, terwijl gemeenten deze middelen vaak moeten inzetten voor langdurige maatschappelijke opgaven. Hierdoor ontstaat op korte termijn financiële ruimte, maar ontbreekt op langere termijn zekerheid over de beschikbaarheid van middelen.

Dit speelt onder meer bij diverse specifieke uitkeringen en programma's zoals de Brede SPUK en het Integraal Zorgakkoord (IZA). Gemeenten worden hierbij gestimuleerd om structureel beleid te ontwikkelen en duurzame resultaten te realiseren, terwijl de financiering veelal tijdelijk is. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging tussen maatschappelijke ambities, continuïteit van dienstverlening en financiële houdbaarheid op de langere termijn.

Een realistische begroting
Deze begroting is opgesteld op basis van de ontwikkelingen en verwachtingen die op dit moment bekend zijn. Daarmee biedt zij een realistisch beeld van de financiële positie van de gemeente voor de komende jaren. Tegelijkertijd blijven er onzekerheden die van invloed kunnen zijn op onze financiële vooruitzichten. Wij volgen deze ontwikkelingen daarom nauwgezet en informeren uw raad hierover via de reguliere planning- en controlcyclus.

Ratio weerstandsvermogen
De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel een minimale ratio weerstandsvermogen van 1,0. In ons coalitieakkoord hebben we opgenomen dat we streven naar een weerstandsvermogen dat hoger is dan noodzakelijk. We streven hierbij naar een factor van anderhalf. Met andere woorden een ratio van 1,5.
In 2027 hebben we een ratio weerstandsvermogen van 1,33. Daarmee voldoen wij aan de minimale weerstandsratio, maar (nog) niet aan onze eigen gestelde norm van 1,5. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen wij u naar de paragraaf 'Weerstandsvermogen en risicobeheersing'.

Structureel begrotingssaldo 2027-2030

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Structureel begrotingssaldo 2027-2030

In de begroting moet duidelijk zijn welke lasten en baten structureel zijn en welk incidenteel. Als de structurele lasten gedekt zijn door de structurele baten (de structurele baten zijn groter dan de structurele lasten), dan is er sprake van structureel evenwicht. Als de eerste jaarschijf van de begroting (het jaar 2027) niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat het evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren er wel is. Uit de tabel hierna blijkt dat we in 2027 voldoen aan het structurele evenwicht. Dit geldt ook voor het jaar 2028. Daarna zien we een negatief saldo ontstaan. Dit heeft uiteraard alles te maken met de terugval van de inkomsten uit het gemeentefonds. Wij verwachten in 2027 meer duidelijkheid over de verdere ontwikkeling van het gemeentefonds. Op basis van deze informatie beoordelen wij het financieel meerjarenperspectief opnieuw, waarna duidelijk wordt in hoeverre de nu geraamde negatieve saldi zich daadwerkelijk zullen voordoen en welke maatregelen eventueel nodig zijn. Met deze begroting voldoen we echter aan de eis van onze toezichthouder om in aanmerking te komen voor het repressief toezicht (controle achteraf). Uiteraard past dit ook bij onze eigen wens om te streven naar een financieel gezond perspectief. 

x € 1.000
Saldo van de begroting Begroot 2027 MJB 2028 MJB 2029 MJB 2030
Lasten (excl. reservemutaties) 112.322 110.908 109.794 111.038
Baten (excl. reservemutaties) 112.460 109.655 108.087 109.462
Saldo van baten en lasten 138 -1.253 -1.706 -1.576
Toevoegingen reserves 4.130 30 30 30
Onttrekkingen reserves 4.455 1.678 1.372 1.356
Saldo reservemutaties 325 1.648 1.342 1.326
Begrotingssaldo 463 395 -364 -250
Incidentele lasten (incl. reservemutaties) 5.486 1.042 464 464
Incidentele baten (incl. reservemutaties) 4.134 984 634 434
Saldo incidentele baten en lasten 1.352 58 -170 30
Structureel begrotingssaldo 1.815 453 -534 -220

Uitgangspunten bij de begroting 2027-2030

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Uitgangspunten bij de begroting 2027-2030

In deze begroting gaan we uit van de onderstaande technische uitgangspunten. Deze hebben betrekking op specifieke onderdelen van de begroting, zoals te hanteren percentages voor rente en loon- en prijsstijging en de berekening van het gemeentefonds. Daarnaast hebben we in het kader van het financieel toezicht van de provincie een aantal richtlijnen ontvangen.

Rente
Bij het bepalen van de rekenrente (renteomslag-percentage) volgen we de notitie rente van de commissie BBV. Voor 2027 hanteren we, zoals bij de Voorjaarsnota 2026 inclusief meerjarenperspectief aangegeven, afgerond 1,5%. We blijven de ontwikkelingen op het gebied van de rente in 2027 volgen en rekenen waar nodig de rente opnieuw door.

Gemeentefonds
Bij de inkomsten uit het gemeentefonds zijn de mutaties op basis van de meicirculaire 2026 (in constante prijzen) meegenomen. De algemene uitkering is structureel van aard.

Loonontwikkelingen
Voor de ramingen van de salarissen van het ambtelijk personeel vormen de cao-afspraken het uitgangspunt. De cao gemeenten heeft een looptijd tot 31 maart 2027. Per 1 januari 2027 stijgen de salarissen met 1,6%. Deze is opgenomen in de begroting. Voor de periode na 1 april 2027 is nog geen nieuwe cao afgesloten. Om die reden baseren we ons voor de periode 1 april t/m 31 december op het indexatiecijfer (cao-loon (b)) uit de raming van het Centraal Economisch Plan door het CPB. De raming uit maart 2026 geeft een verwachte indexatie weer van 3,5 %. Gemiddeld resulteert dit in een salarisontwikkeling van 3% in 2027. De pensioenpremie van het ABP is nog niet bekend.

Prijsstijgingen (inflatie)
We hanteren in principe de nullijn, ook voor prijsgevoelige ramingen. Het uitgangspunt is dat noodzakelijke verhogingen binnen het budget (door bijvoorbeeld efficiëntiemaatregelen) moeten worden opgevangen. Bij uitzondering kan van deze nullijn worden afgeweken als blijkt/vaststaat dat dit uitgangspunt niet is uit te voeren. Dan is er een mogelijkheid tot budgetbijstelling. We zien op een aantal gebieden dat de nullijn niet realistisch is, hier zijn argumenten om van die lijn af te wijken. Zo stijgen de tarieven in het sociaal domein nog steeds behoorlijk. Wij hebben geen invloed op deze tariefstijgingen, daarom moeten we deze extra uitgaven opnemen in onze begroting. Ook is de mogelijkheid tot budgetbijstelling er als we als gemeente op basis van een overeenkomst/contract verplicht zijn subsidie-instellingen te compenseren voor loon/prijsstijgingen. 

Ontwikkeling van de lokale heffingen
Uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is 100% kostendekkendheid. De overige gemeentelijke belastingen worden in 2027 verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,1%. Dit percentage is de verwachte consumentenprijsindex uit het Centraal Economisch Plan. Ook worden waar mogelijk de huur- en pachtopbrengsten geïndexeerd met een inflatiecorrectie van 2,1%.

Dekkingsreserves kapitaallasten 
Vanwege financieel technische redenen maken we gebruik van een dekkingsreserve kapitaallasten. Deze dekkingsreserves zijn, zoals de naam al zegt, bestemd voor de dekking van de kapitaallasten. Deze reserves zijn niet vrij besteedbaar. De dekkingsreserves kapitaallasten wordt als één bestemmingsreserve weergegeven in het overzicht van reserves en voorzieningen. Dit is het totaal van alle dekkingsreserves kapitaallasten. Administratief is de reserve opgebouwd per investering.

Middelen jeugdzorg
De provincie, als toezichthouder, heeft een richtlijn uitgebracht over hoe wij in de begroting om mogen gaan met de besparingen op de middelen voor de jeugdzorg zoals het Rijk deze heeft verwerkt. Concreet betekent dit dat wij de besparing als gevolg van het sturen op trajectduur jeugdzorg en de eigen bijdrage jeugdzorg budgettair neutraal mogen verwerken in onze begroting. Daarmee komt de verantwoordelijkheid om deze besparingen te behalen bij het Rijk te liggen. In onze begroting hebben wij deze twee posten conform de richtlijn budgettair neutraal verwerkt.

De besparingsopgave van de Hervormingsagenda, welke is geïndexeerd, mag niet budgettair neutraal worden verwerkt. Wij moeten zelf maatregelen treffen om deze besparing te realiseren. De toezichthouder heeft om die reden in de richtlijnen opgenomen dat wij hiervoor geen stelpost op mogen nemen en de besparing moeten verwerken in onze begroting. Dit betekent concreet dat wij vanaf 2028 fors minder inkomsten krijgen voor de jeugdzorg (via het gemeentefonds). Wij hebben dit conform richtlijn verwerkt in onze begroting.

Ook hebben wij geen stelpost opgenomen vooruitlopend op een nieuwe uitspraak van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (commissie van Ark). De VNG heeft in een begrotingsadvies aan de gemeenten hier wel toe opgeroepen. Omdat deze stelpost niet voldoende onderbouwd kan worden en nog uiterst onzeker is, hebben wij deze niet opgenomen. De toezichthouder zou deze stelpost ook niet accepteren.

Middelen Wmo
In het coalitieakkoord van kabinet Jetten is een maatregel opgenomen waarbij de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening met ingang van 1 januari 2029 wordt geschrapt. In de meicirculaire 2026 werd daarom € 1,4 miljard uit het gemeentefonds gehaald. Voor de inwoners die niet in staat zijn de huishoudelijke hulp zelf te regelen blijft deze taak bij de gemeente. Voor dit vangnet wordt jaarlijks € 430 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het is nog onduidelijk hoe dit vangnet eruit komt te zien en wie hiervan gebruik kan maken. Als gevolg hiervan kunnen wij nog niet inzichtelijk maken wat de daadwerkelijke financiële gevolgen zijn van het nieuwe beleid. Om die reden hebben wij deze maatregel budgettair neutraal verwerkt in de begroting. Hiermee volgen wij de richtlijn die de provincie als toezichthouder hiervoor geeft.

Middelen klimaat en duurzaamheid
In navolging van voorgaande jaren blijft de provincie als richtlijn stellen dat gemeenten de middelen voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid (CDOKE-middelen) budgettair neutraal opnemen in hun begroting. Dat betekent dat wij voor de inkomsten voor CDOKE (inmiddels via de algemene uitkering, niet meer als specifieke uitkering) een gelijk bedrag aan uitgaven voor klimaat- en energietaken op moeten nemen. Wij volgen deze richtlijn (zie programma 7).

Ingroeipad herijking gemeentefonds
Per 2023 is een nieuw verdeelmodel voor het gemeentefonds ingevoerd. Wij zijn hierin voordeelgemeente. Dat wil zeggen dat wij een grotere bijdrage vanuit het gemeentefonds zouden moeten ontvangen. Voor de invoering van het nieuwe verdeelmodel wordt een ingroeipad gehanteerd. Volgens dat ingroeipad ontvangen wij nu maximaal € 37,50 per inwoner meer uit het gemeentefonds. De minister van Binnenlandse Zaken heeft ons laten weten dat het ingroeipad vooralsnog wordt bevroren. Dat betekent dat er voorlopig geen volgende stap op het ingroeipad wordt gezet. Er wordt eerst meer onderzoek gedaan naar de uitwerking van de herverdeling. 
Eerder gingen wij er vanuit dat we in ieder geval nog € 15 per inwoner extra zouden ontvangen op basis van het ingroeipad. Omdat er nu veel onzekerheid bestaat over de volgende stap in de herverdeling, hebben we deze € 15 per inwoner uit de ramingen gehaald. Daarmee voldoen wij inmiddels ook weer aan de richtlijn van de toezichthouder.

BTW compensatiefonds (BCF)
Gemeenten kunnen in bepaalde gevallen betaalde btw declareren via het BCF. Er zit een landelijk plafond op dit fonds. Als gemeenten minder gebruiken dan het plafond, dan wordt het restant verdeeld via het gemeentefonds. Wij mogen in onze begroting en meerjarenraming rekening houden met de verwachte ruimte onder het plafond van het BCF. Wij mogen de laatst gerealiseerde ruimte onder het BCF-plafond opnemen in onze ramingen. Voor de raming in deze begroting wordt gebruik gemaakt van de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond van het jaar 2025. Deze is bekend gemaakt in de meicirculaire 2026.

Toelichting programmabegroting 2027-2030

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Toelichting programmabegroting 2027-2030

Het vertrekpunt van deze programmabegroting is de Voorjaarsnota 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030. Voor de volledigheid is het overzicht hierna opgebouwd vanuit de eindstand van de programmabegroting 2026-2029 inclusief de begrotingswijzigingen die de raad nadien heeft vastgesteld. Dat leidt tot de eindstand van de Voorjaarsnota 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030. Vervolgens staan de diverse mutaties die verwerkt zijn in deze begroting in het overzicht. Het verwerken van deze mutaties leidt tot het eindsaldo van de programmabegroting 2027-2030. De mutaties lichten we toe na de tabel.

x € 1.000
Eindstand programmabegroting Begroot 2027 MJB 2028 MJB 2029 MJB 2030
Eindstand programmabegroting 2026-2029 (incl. begrotingswijziging 1 t/m 5) 1.341 313 270 521
1. Mutaties Voorjaarsnota 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 -3.912 -978 -928 -1.067
Eindstand Voorjaarsnota 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030 -2.571 -665 -658 -546
2. Mutaties gemeentefonds (meicirculaire 2026) 781 312 64 119
3. Mutaties op basis van herijking exploitatie 1.200 822 414 471
4. Tussentijdse ontwikkelingen
- Inzet middelen coalitieakkoord 2026-2030 52 -75 -185 -295
- Onttrekking algemene reserve voor coalitieakkoord 2026-2030 (sportaccommodaties en fonds Hist. gevels) 2.100
- Storting in dynamische investeringsagenda t.b.v. sportaccommodaties en fonds historische gevels -2.100
- Sluitend maken begroting - onttrekking algemene reserve 1.000
Eindstand programmabegroting 2027-2030 463 395 -364 -250

1. Mutaties voorjaarsnota 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - 1. Mutaties voorjaarsnota 2026 en meerjarenperspectief 2027-2030

De raad heeft op 29 juni 2026 de Voorjaarsnota 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 behandeld. De structurele gevolgen van de Voorjaarsnota 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 zijn verwerkt in deze begroting. Voor een toelichting op deze mutaties verwijzen wij naar de Voorjaarsnota 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030. Daarnaast zijn de diverse begrotingswijzigingen verwerkt.

2. Mutaties gemeentefonds

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - 2. Mutaties gemeentefonds

In juni 2026 is de raad geïnformeerd over de uitkomsten van de meicirculaire van het gemeentefonds. De uitkomsten zijn conform de memo aan de raad verwerkt in de begroting 2027. Voor een uitgebreidere toelichting op de mutaties verwijzen wij u naar de raadsmemo en het hoofdstuk Algemene Dekkingsmiddelen in deze begroting.

3. Mutatie op basis van de herijking exploitatie

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - 3. Mutatie op basis van de herijking exploitatie

Bij de herijking van de exploitatie actualiseren wij jaarlijks de structurele budgetten op basis van de uitgangspunten van de begroting en de meest recente inzichten. Het gaat hierbij om technische aanpassingen die ervoor zorgen dat de begroting zo goed mogelijk aansluit bij de verwachte werkelijkheid. Een belangrijk onderdeel van deze actualisatie betreft de kapitaallasten. Hiervoor beoordelen we alle investeringen opnieuw op basis van de meest actuele planning. We kijken kritisch naar het moment waarop projecten daadwerkelijk starten, wanneer investeringen worden afgerond en vanaf wanneer de afschrijving begint. Ook nemen we de nieuwe investeringen op in de begroting op het moment waarop deze naar verwachting daadwerkelijk worden uitgevoerd. Omdat investeringen in de praktijk regelmatig later plaatsvinden dan oorspronkelijk geraamd, verschuiven bijbehorende kapitaallasten vaak naar latere jaren. Hierdoor ontstaat in de eerste jaren van de begroting financiële ruimte.

Daarnaast hebben we de dotaties aan de voorzieningen opnieuw beoordeeld. Daarbij wordt bekeken of de hoogte van de jaarlijkse toevoegingen nog aansluit bij de toekomstige verplichtingen waarvoor de voorzieningen zijn gevormd. Een voorbeeld hiervan is de voorziening voor de pensioenen van wethouders. Door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel worden deze pensioenverplichtingen ondergebracht bij het ABP. Hierdoor zijn vanaf dat moment geen nieuwe dotaties aan deze voorziening meer nodig, wat leidt tot een verlaging van de geraamde lasten en daarmee tot financiële ruimte in de begroting. Verder zijn de directe loonkosten, de overhead en de toerekening van kosten aan de taakvelden opnieuw berekend op basis van de actuele gegevens. Tot slot zijn huren, pachten en subsidies geactualiseerd volgens de vastgestelde indexeringsuitgangspunten en de meest recente informatie.

4. Tussentijdse ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - 4. Tussentijdse ontwikkelingen

In de begroting was een stelpost opgenomen voor de financiële gevolgen van het coalitieakkoord. Nu de maatregelen en investeringen uit het coalitieakkoord in deze begroting verwerkt zijn, kan de eerder opgenomen stelpost vervallen. Tegenover het vrijvallen van deze stelpost staan de lasten en baten die voortvloeien uit de uitvoering van het coalitieakkoord. Daarnaast vindt er ook een onttrekking plaats uit de algemene reserve voor de incidentele budgetten uit het coalitieakkoord. Dit zijn de sportaccommodaties (€ 2 miljoen) en een fonds Historische gevels (€ 100.000). Deze incidentele bedragen worden toegevoegd aan de reserve dynamische investeringsagenda. Een nadere specificatie van deze financiële verwerking is opgenomen in de bijlage bij het coalitieakkoord. In de tabel staat het saldo tussen de vrijval van de stelpost en de financiële verwerking van het coalitieakkoord genoemd.

Om de begroting voor 2027 sluitend te presenteren, wordt daarnaast een incidentele onttrekking van € 1 miljoen aan de algemene reserve gedaan. Gemeenten zijn op grond van de geldende financiële regelgeving verplicht een reëel en sluitend begrotingsbeeld vast te stellen. De onttrekking uit de algemene reserve heeft een incidenteel karakter en wordt ingezet ter dekking van incidentele lasten.

Woonlasten

Terug naar navigatie - Begroting op hoofdlijnen - Woonlasten

De gemiddelde woonlast voor een meerpersoonshuishouden in Nederland - bestaande uit de OZB voor woningen, de riool- en afvalstoffenheffing - bedroeg in 2026 € 1.095. De gemiddelde woonlast voor een meerspersoonshuishouden in gemeente Weststellingwerf ligt met € 968 (woonlasten 2026) onder het gemiddelde van Nederland.

OZB
De aanslag OZB voor het belastingjaar 2027 is gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) tarieven voor 2027 en de waardepeildatum per 1 januari 2026. De definitieve vaststelling van de OZB-tarieven vindt in de raad van december plaats. De totale opbrengst voor 2027 is ten opzichte van 2026 gecorrigeerd met het inflatiepercentage van 2,1%.

Afvalstoffenheffing 
In 2026 zijn we gestart met het systeem Diftar+. Dit staat voor een “gedifferentieerd tariefstelling” waarbij inwoners niet alleen een vast bedrag betalen via de afvalstoffenheffing, maar ook kosten per lediging en per kilo afval dat wordt aangeboden. Voor 2027 richten we ons op het handhaven van een kostendekkendheid van 100%, een geleidelijke verhoging van het variabele tarief en het zetten van een eerste financieel verantwoorde stap naar een meer evenwichtige tariefstructuur voor éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens.

Rioolheffing
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing betaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Voor de rioolheffing neemt het tarief met 3,5% toe. Het tarief 2027 is zodanig verhoogd, dat de opbrengst uit de rioolheffing de te maken kosten 100% dekken.