In deze begroting gaan we uit van de onderstaande technische uitgangspunten. Deze hebben betrekking op specifieke onderdelen van de begroting, zoals te hanteren percentages voor rente en loon- en prijsstijging en de berekening van het gemeentefonds. Daarnaast hebben we in het kader van het financieel toezicht van de provincie een aantal richtlijnen ontvangen.
Rente
Bij het bepalen van de rekenrente (renteomslag-percentage) volgen we de notitie rente van de commissie BBV. Voor 2027 hanteren we, zoals bij de Voorjaarsnota 2026 inclusief meerjarenperspectief aangegeven, afgerond 1,5%. We blijven de ontwikkelingen op het gebied van de rente in 2027 volgen en rekenen waar nodig de rente opnieuw door.
Gemeentefonds
Bij de inkomsten uit het gemeentefonds zijn de mutaties op basis van de meicirculaire 2026 (in constante prijzen) meegenomen. De algemene uitkering is structureel van aard.
Loonontwikkelingen
Voor de ramingen van de salarissen van het ambtelijk personeel vormen de cao-afspraken het uitgangspunt. De cao gemeenten heeft een looptijd tot 31 maart 2027. Per 1 januari 2027 stijgen de salarissen met 1,6%. Deze is opgenomen in de begroting. Voor de periode na 1 april 2027 is nog geen nieuwe cao afgesloten. Om die reden baseren we ons voor de periode 1 april t/m 31 december op het indexatiecijfer (cao-loon (b)) uit de raming van het Centraal Economisch Plan door het CPB. De raming uit maart 2026 geeft een verwachte indexatie weer van 3,5 %. Gemiddeld resulteert dit in een salarisontwikkeling van 3% in 2027. De pensioenpremie van het ABP is nog niet bekend.
Prijsstijgingen (inflatie)
We hanteren in principe de nullijn, ook voor prijsgevoelige ramingen. Het uitgangspunt is dat noodzakelijke verhogingen binnen het budget (door bijvoorbeeld efficiëntiemaatregelen) moeten worden opgevangen. Bij uitzondering kan van deze nullijn worden afgeweken als blijkt/vaststaat dat dit uitgangspunt niet is uit te voeren. Dan is er een mogelijkheid tot budgetbijstelling. We zien op een aantal gebieden dat de nullijn niet realistisch is, hier zijn argumenten om van die lijn af te wijken. Zo stijgen de tarieven in het sociaal domein nog steeds behoorlijk. Wij hebben geen invloed op deze tariefstijgingen, daarom moeten we deze extra uitgaven opnemen in onze begroting. Ook is de mogelijkheid tot budgetbijstelling er als we als gemeente op basis van een overeenkomst/contract verplicht zijn subsidie-instellingen te compenseren voor loon/prijsstijgingen.
Ontwikkeling van de lokale heffingen
Uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is 100% kostendekkendheid. De overige gemeentelijke belastingen worden in 2027 verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,1%. Dit percentage is de verwachte consumentenprijsindex uit het Centraal Economisch Plan. Ook worden waar mogelijk de huur- en pachtopbrengsten geïndexeerd met een inflatiecorrectie van 2,1%.
Dekkingsreserves kapitaallasten
Vanwege financieel technische redenen maken we gebruik van een dekkingsreserve kapitaallasten. Deze dekkingsreserves zijn, zoals de naam al zegt, bestemd voor de dekking van de kapitaallasten. Deze reserves zijn niet vrij besteedbaar. De dekkingsreserves kapitaallasten wordt als één bestemmingsreserve weergegeven in het overzicht van reserves en voorzieningen. Dit is het totaal van alle dekkingsreserves kapitaallasten. Administratief is de reserve opgebouwd per investering.
Middelen jeugdzorg
De provincie, als toezichthouder, heeft een richtlijn uitgebracht over hoe wij in de begroting om mogen gaan met de besparingen op de middelen voor de jeugdzorg zoals het Rijk deze heeft verwerkt. Concreet betekent dit dat wij de besparing als gevolg van het sturen op trajectduur jeugdzorg en de eigen bijdrage jeugdzorg budgettair neutraal mogen verwerken in onze begroting. Daarmee komt de verantwoordelijkheid om deze besparingen te behalen bij het Rijk te liggen. In onze begroting hebben wij deze twee posten conform de richtlijn budgettair neutraal verwerkt.
De besparingsopgave van de Hervormingsagenda, welke is geïndexeerd, mag niet budgettair neutraal worden verwerkt. Wij moeten zelf maatregelen treffen om deze besparing te realiseren. De toezichthouder heeft om die reden in de richtlijnen opgenomen dat wij hiervoor geen stelpost op mogen nemen en de besparing moeten verwerken in onze begroting. Dit betekent concreet dat wij vanaf 2028 fors minder inkomsten krijgen voor de jeugdzorg (via het gemeentefonds). Wij hebben dit conform richtlijn verwerkt in onze begroting.
Ook hebben wij geen stelpost opgenomen vooruitlopend op een nieuwe uitspraak van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (commissie van Ark). De VNG heeft in een begrotingsadvies aan de gemeenten hier wel toe opgeroepen. Omdat deze stelpost niet voldoende onderbouwd kan worden en nog uiterst onzeker is, hebben wij deze niet opgenomen. De toezichthouder zou deze stelpost ook niet accepteren.
Middelen Wmo
In het coalitieakkoord van kabinet Jetten is een maatregel opgenomen waarbij de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening met ingang van 1 januari 2029 wordt geschrapt. In de meicirculaire 2026 werd daarom € 1,4 miljard uit het gemeentefonds gehaald. Voor de inwoners die niet in staat zijn de huishoudelijke hulp zelf te regelen blijft deze taak bij de gemeente. Voor dit vangnet wordt jaarlijks € 430 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het is nog onduidelijk hoe dit vangnet eruit komt te zien en wie hiervan gebruik kan maken. Als gevolg hiervan kunnen wij nog niet inzichtelijk maken wat de daadwerkelijke financiële gevolgen zijn van het nieuwe beleid. Om die reden hebben wij deze maatregel budgettair neutraal verwerkt in de begroting. Hiermee volgen wij de richtlijn die de provincie als toezichthouder hiervoor geeft.
Middelen klimaat en duurzaamheid
In navolging van voorgaande jaren blijft de provincie als richtlijn stellen dat gemeenten de middelen voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid (CDOKE-middelen) budgettair neutraal opnemen in hun begroting. Dat betekent dat wij voor de inkomsten voor CDOKE (inmiddels via de algemene uitkering, niet meer als specifieke uitkering) een gelijk bedrag aan uitgaven voor klimaat- en energietaken op moeten nemen. Wij volgen deze richtlijn (zie programma 7).
Ingroeipad herijking gemeentefonds
Per 2023 is een nieuw verdeelmodel voor het gemeentefonds ingevoerd. Wij zijn hierin voordeelgemeente. Dat wil zeggen dat wij een grotere bijdrage vanuit het gemeentefonds zouden moeten ontvangen. Voor de invoering van het nieuwe verdeelmodel wordt een ingroeipad gehanteerd. Volgens dat ingroeipad ontvangen wij nu maximaal € 37,50 per inwoner meer uit het gemeentefonds. De minister van Binnenlandse Zaken heeft ons laten weten dat het ingroeipad vooralsnog wordt bevroren. Dat betekent dat er voorlopig geen volgende stap op het ingroeipad wordt gezet. Er wordt eerst meer onderzoek gedaan naar de uitwerking van de herverdeling.
Eerder gingen wij er vanuit dat we in ieder geval nog € 15 per inwoner extra zouden ontvangen op basis van het ingroeipad. Omdat er nu veel onzekerheid bestaat over de volgende stap in de herverdeling, hebben we deze € 15 per inwoner uit de ramingen gehaald. Daarmee voldoen wij inmiddels ook weer aan de richtlijn van de toezichthouder.
BTW compensatiefonds (BCF)
Gemeenten kunnen in bepaalde gevallen betaalde btw declareren via het BCF. Er zit een landelijk plafond op dit fonds. Als gemeenten minder gebruiken dan het plafond, dan wordt het restant verdeeld via het gemeentefonds. Wij mogen in onze begroting en meerjarenraming rekening houden met de verwachte ruimte onder het plafond van het BCF. Wij mogen de laatst gerealiseerde ruimte onder het BCF-plafond opnemen in onze ramingen. Voor de raming in deze begroting wordt gebruik gemaakt van de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond van het jaar 2025. Deze is bekend gemaakt in de meicirculaire 2026.