Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Inhoud

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Portefeuillehouder(s) Jongebloed
Organisatie Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Taakvelden

  • OZB woningen
  • OZB niet-woningen
  • Belastingen overig
  • Economische promotie
  • Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
  • Treasury

Algemeen

Dit overzicht gaat over de algemene dekkingsmiddelen. Het kenmerk van deze dekkingsmiddelen is dat ze vrij besteedbaar zijn. Ze zijn dus niet aan een bepaald programma gebonden. Met de algemene dekkingsmiddelen is de financiële dekking van de bestedingen in de programma`s 0 tot en met 8.

Specifieke dekkingsmiddelen zijn bijvoorbeeld de opbrengst afvalstoffenheffing, de opbrengst rioolheffing maar ook de specifieke uitkeringen van het rijk. Specifieke uitkeringen zijn onder andere de Gebundelde Uitkering (BUIG; zie programma 6). Ook noemen we in dit verband de SPUK Sport (zie programma 5). De specifieke dekkingsmiddelen staan dus opgenomen in de betreffende programma`s in deze begroting. Ze verlagen het saldo van lasten en baten op het betreffende programma.

Gemeentelijke belastingen
Naast de twee taakvelden van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) wordt hier ook het taakveld Belastingen overig opgenomen. Dat zijn de precariobelasting en de reclamebelasting. In Wolvega wordt vanaf 2016 reclamebelasting geheven vanuit het principe 'Voor ondernemers, door ondernemers'. De opbrengst van reclamebelasting wordt volledig uitgekeerd als subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Weststellingwerf (SOW). In 2020 is de verordening aangepast en is de heffingsmaatstaf gewijzigd. 2021 is het tweede jaar dat de tarieven gebaseerd zijn op de WOZ-waarden voor de aanslagen reclamebelasting.
Het rijk heeft besloten dat gemeenten vanaf 1 juli 2017 geen precariobelasting op kabels en leidingen meer mogen heffen. Voor onze gemeente geldt een overgangsregeling tot 1 januari 2022.

Onder het taakveld Economische promotie vallen de toeristenbelasting en de forensenbelasting. In de paragraaf lokale heffingen gaan we uitgebreid in op de gemeentelijke belastingen.

Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
Gemeenten ontvangen geld van het rijk uit het gemeentefonds om hun taken uit te voeren. Het is de grootste inkomstenpost voor iedere gemeente. Gemeenten mogen zelf bepalen waar ze dit geld aan besteden. Uiteraard wel binnen de regels van de wet. 

Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van een gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het rijk kijkt bij de verdeling van het gemeentefonds over de gemeenten onder meer naar:

  • aantal inwoners
  • aantal jongeren
  • aantal huishoudens met een laag inkomen
  • aantal bijstandsontvangers
  • oppervlakte van de gemeente.

We noemen er vijf. De ''landelijke pot van het gemeentefonds'' wordt verdeeld over alle gemeenten op basis van ruim 80 verdeelmaatstaven. Een groot deel van het geld uit het gemeentefonds keert het rijk uit in de vorm van een Algemene uitkering. Daarnaast zijn er nog integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Een decentralisatie-uitkering is tijdelijk voor een bepaald aantal jaren. Een integratie-uitkering is ingesteld met de bedoeling dat het op korte termijn overgaat naar de Algemene uitkering. Dat is vanaf 2019 grotendeels gebeurd met de integratie-uitkering Sociaal domein.

Gemeenten ontvangen normaal gesproken op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkering. De raming van de gemeentefondsuitkering voor de jaren 2021-2024 is in deze programmabegroting bepaald op basis van de mei-circulaire 2020. Voor 2021 verwachten we € 47 miljoen uit het gemeentefonds te ontvangen.

Algemene uitkering
De omvang van de Algemene uitkering is afhankelijk van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Geeft het rijk meer uit dan neemt de ¨landelijke pot¨ ook toe. Geeft het rijk minder uit dan komt er in de ¨gemeentefonds-pot¨ ook minder. Elk jaar maken we in september en mei hiervan een berekening. Ook de compensatie van het rijk voor de stijging van de lonen en prijzen zit er in. In deze programmabegroting hebben we die cijfers geactualiseerd op basis van de mei-circulaire 2020. Van de € 47 miljoen aan verwachte gemeentefondsuitkering heeft € 42,2 miljoen betrekking op de Algemene uitkering. 

Overige uitkeringen
De integratie-uitkering Sociaal domein is min of meer ontvlecht. Het grootste deel zit ingaande 2019 in de Algemene uitkering. Uitzondering daarop zijn de onderdelen ¨Voogdij/18+¨ en ¨participatie¨ (WSW). Voor deze onderdelen is er nog een afzonderlijke integratie-uitkering. We ontvangen hiervoor in 2021 € 4,9 miljoen.

September-circulaire 2019 vergeleken met mei-circulaire 2020
De uitkomsten uit de mei-circulaire 2020 zijn positiever dan die van de september-circulaire 2019. Dit komt met name door de verwachte hogere rijksuitgaven ten opzichte van de miljoenennota die het gevolg zijn van vorig jaar in september is verschenen. De omvang van het gemeentefonds is gegroeid. De belangrijkste verklaring daarvoor ligt in de hogere ontwikkeling van de lonen en prijzen, gebaseerd op gegevens van het Centraal Plan Bureau. Vanaf 2022 ontwikkelen de accressen zich negatief. Verder zit er in het participatiebudget voor 2021-2024 een geleidelijke afbouw. Dit is gebaseerd op de voorspelde uitstroom uit de WSW voor de komende jaren.

Treasury
Alle rente ramen we op het taakveld Treasury. Dat is de rente die we moeten betalen voor de langlopende geldleningen die we hebben. Daar tegenover staat de ontvangen rente voor geldleningen die wij als gemeente hebben verstrekt (bijvoorbeeld de hypothecaire geldleningen aan ambtenaren). 

Actuele ontwikkelingen en nieuw beleid

Stelpost jeugdzorg
Het kabinet heeft in 2019 besloten extra middelen toe te voegen aan het jeugdhulpbudget. In 2019 was sprake van € 420 miljoen (waarvan € 20 miljoen tijdelijk aan de jeugdautoriteit beschikbaar wordt gesteld) en in 2020 en 2021 jaarlijks € 300 miljoen. Aanvullend doet het rijk nog onderzoek om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben. De bedoeling is dat in het najaar van 2020 het nieuwe onderzoek wordt afgerond.

In de begroting 2020-2023 zijn we ervan uit gegaan dat het rijk ook voor de jaren 2022 en 2023 een extra bijdrage beschikbaar stelt. In het landelijk overleg van de provincies is destijds afgesproken dat de structurele bijdrage maximaal het bedrag is dat gemeenten krijgen in 2021. Voor onze gemeente gaat dit om een bedrag van € 450.000. Voorschrift hierbij was wel dat we het voor die jaren opnemen als een stelpost ¨Uitkomst onderzoek jeugdzorg¨. Daarbij moet iedere gemeente ook zelf maatregelen nemen gericht op beheersing van de kosten van de jeugdzorg.
In de nu voorliggende begroting 2021-2024 is de genoemde stelpost jeugd niet meer opgenomen. De provincie Fryslân adviseert ons om deze stelpost vanaf 2022 niet meer op te nemen vanwege het onzekere karakter. Hierover hebben we u ook in de Voorjaarsnota 2020 geïnformeerd.

Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek
Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de herijking van het gemeentefonds. De fondsbeheerders (minister BZK en staatssecretaris van Financiën) onderzoeken samen met gemeenten hoe het geld het best verdeeld kan worden. Daarnaast moet door herijking de verdeling eenvoudiger worden. Dan kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de financiële positie. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds wordt met één jaar uitgesteld, van 2021 naar 2022. Eind november 2020 gaat een definitief voorstel naar de Tweede Kamer. Verwerking van de uitkomsten vindt plaats in de decembercirculaire 2020. De effecten hiervan worden meegenomen in de Kadernota 2022.

Ontwikkelingen aanvullend compensatiepakket corona
Als gevolg van de toegenomen financiële druk bij gemeenten heeft het kabinet besloten de opschalingskorting voor 2021 en 2021 te schrappen. Deze maatregel heeft een positief effect op de algemene uitkering van het gemeentefonds. De uitkering zal worden opgenomen in de september-circulaire 2020 en zal voor de begroting 2021 een positief resultaat tot gevolg hebben.
Het verwachte incidentele voordeel van € 230.000 voor 2021 zal worden verwerkt in de Voorjaarsnota 2022.

September-circulaire 2019 vergeleken met  mei-circulaire 2020
De uitkomsten uit de mei-circulaire 2020 zijn positiever dan die van de september-circulaire 2019. Dit komt met name door de verwachte hogere rijksuitgaven ten opzichte van de miljoenennota die het gevolg zijn van vorig jaar in september is verschenen . De omvang van het gemeentefonds is gegroeid. De belangrijkste verklaring daarvoor ligt in de hogere ontwikkeling van de lonen en prijzen, gebaseerd op gegevens van het Centraal Plan Bureau. Vanaf 2022 ontwikkelen de accressen zich negatief. In het participatiebudget voor 2021-2024 is een geleidelijke afbouw zichtbaar. Dit is gebaseerd op de voorspelde uitstroom uit de WSW voor de komende jaren. Dat zijn de middelen die een gemeente ontvangt voor mensen met een indicatie voor een sociale werkvoorziening (Wsw). 

Woonlasten
Vanaf 2020 heeft het rijk een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk er te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. De benchmark vervangt de landelijke macronorm voor de OZB. De macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de OZB-opbrengsten van alle gemeenten.

Precario belasting
Bij de jaarrekening 2019 is de voorziening Precariobelasting vervallen. De baten van 2020 en 2021 storten we in de reserve Investeringsambities. 2021 is het laatste jaar dat we deze belasting kunnen heffen. Zie ook programma 8.

Doelstellingen

P&C cyclus balans in schuldenlast, woonlast, investeringen

Wat willen we bereiken? 

  • Financiële ruimte voor investeren in ambities en de investeringskalender;
  • Niveau woonlasten en gemeentelijke heffingen deze bestuursperiode stabiliseren.

Algemene dekkingsmiddelen

Bedragen x €1.000
Exploitatie Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Lasten
0.5 Treasury 197 -167 31 -48 -99 -142
0.61 OZB woningen 209 194 182 174 174 174
0.62 OZB niet-woningen 160 177 182 174 174 174
0.64 Belastingen overig 2.430 2.467 105 105 105 105
0.8 Overige baten en lasten 55 0 0 0 0 0
3.4 Economische promotie 49 58 58 58 58 58
Totaal Lasten 3.100 2.729 558 462 412 368
Baten
0.5 Treasury -217 -107 -76 -75 -74 -74
0.61 OZB woningen -2.969 -2.984 -3.029 -3.029 -3.029 -3.029
0.62 OZB niet-woningen -1.799 -1.802 -1.830 -1.830 -1.830 -1.830
0.64 Belastingen overig -13.239 -2.441 -2.483 -130 -130 -130
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds -44.776 -45.733 -47.156 -47.168 -47.267 -47.544
0.8 Overige baten en lasten -114 0 0 0 0 0
3.4 Economische promotie -192 -199 -200 -200 -200 -200
Totaal Baten -63.307 -53.266 -54.773 -52.431 -52.530 -52.805

Toelichting algemene dekkingsmiddelen

Begroting 2021 ten opzichte van de begroting 2020
Lasten
Treasury
Op het taakveld treasury staat de rente die we moeten betalen voor onze langlopende geldleningen (zie ook paragraaf financiering). Deze rentekosten berekenen we door aan de taakvelden in de programma's. De totale doorberekende rente is in mindering gebracht op de rente die we moeten betalen. Hier staat dus het saldo.

OZB woningen
Er is voor een aantal jaren een incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de kosten van een andere waardering van woningen. De taxaties van woningen moeten vanaf 1 januari 2022 worden gewaardeerd op basis van oppervlakte. We waarderen woningen nu nog op basis van inhoud (m3). Deze tijdelijke budgetten zijn vanaf 2022 niet meer nodig.

Treasury
Hier staat de rente die we ontvangen van derden. Er zijn uitgezette leningen afgelost waardoor we minder rente ontvangen.

OZB woningen en OZB niet-woningen
De geraamde opbrengst 2021 is ten opzichte van 2020 gecorrigeerd met een inflatiepercentage van 1,5%. Bij de raming voor 2021 is verder rekening gehouden met de autonome stijging als gevolg van verbouw/nieuwbouw.

Algemene- en overige uitkeringen gemeentefonds
De ramingen voor de jaren 2021-2024 zijn gebaseerd op de mei-circulaire 2020.

Begroting 2021 en meerjarenperspectief
Baten
Belastingen overig
Als gevolg van de afschaffing van de precariobelasting op nutsbedrijven kunnen we op basis van een overgangstermijn tot 1 januari 2022 nog deze belasting heffen. Omdat we de opbrengst jaarlijks storten in een voorziening laat het overzicht met ingang van 2022 zowel een daling zien aan de batenkant (daar staat de geraamde opbrengst) als ook aan de lastenkant (daar staat de storting in de reserve). Zie voor meer info de paragraaf Lokale heffingen.

 

Verschil gemeentefondsuitkering

In het participatiebudget is voor de periode 2021-2024 een geleidelijke afbouw zichtbaar. Dit is gebaseerd op de voorspelde uitstroom uit de WSW voor de komende jaren. In het participatiebudget zijn de middelen opgenomen die een gemeente ontvangt voor mensen met een indicatie voor een sociale werkvoorziening (Wsw). De Wsw-middelen zijn verdeeld op basis van de voorspelde uitstroom uit de Wsw. 

x € 1.000
Omschrijving - = nadelig 2021 2022 2023 2024
Programmabegroting 2020-2023
Algemene uitkering 40.927 40.729 41.257 41.736
Integratie-uitkeringen Voogdij/18+ en participatie 4.667 4.518 4.348 4.278
Stelpost uitkomst onderzoek jeugdzorg 0 450 450 450
Totaal gemeentefonds: programmabegroting 2020 45.594 45.697 46.055 46.464
Mei-circulaire 2020
Algemene uitkering 42.255 42.463 42.649 42.972
Integratie-uitkeringen Voogdij/18+ en participatie 4.902 4.706 4.618 4.572
Totaal gemeentefonds: mei-circulaire 2020 47.157 47.169 47.267 47.544
mutatie mei-circulaire 2020 t.o.v. begroting 1.563 1.472 1.212 1.080
** stelpost jeugdzorg 0 450 450 450
Verschil met begroting voorgaande jaar 1.563 1.922 1.662 1.530
** Zie hiervoor de toelichting onder de ''actuele ontwikkelingen''
Publicatiedatum: 25-09-2020

Inhoud