Paragrafen

Inhoud

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

Portefeuillehouder Jongebloed 
Organisatie Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

De paragraaf gaat over alle gemeentelijke heffingen. Hier gaan we ook in op de actuele ontwikkeling rondom het gemeentelijk belastinggebied. Ook de lokale lastendruk en de kwijtschelding komen in deze paragraaf aan de orde.

Inleiding

De lokale heffingen worden onderscheiden naar belastingen en rechten.

Belastingen
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij worden besteed. In onze gemeente heffen we de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-) toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting.

Rechten
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties door de gemeente geleverd. Denk aan de afvalinzameling, het onderhoud aan de riolering en het verstrekken van een paspoort. De opbrengst van de rechten is niet vrij besteedbaar. Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt kostendekkende tarieven.

Actuele ontwikkelingen

Index op heffingen
Voor 2021 zijn de lokale heffingen verhoogd met de inflatiecorrectie van 1,5%. Dit percentage is de verwachte consumentenprijsindex uit het Centraal Economisch Plan. Voor een aantal heffingen zijn andere afspraken (denk aan precariobelasting en reclamebelasting).

Wet WOZ
De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet Onroerende Zaken (WOZ). Verder geeft ze aan dat de mogelijkheid om WOZ-waarden van andere woningen te raadplegen via www.woz-waardeloket.nl door veel Nederlanders wordt gewaardeerd en benut. De berekening van de taxaties voor woningen vindt nu plaats op basis van de inhoud van een woning. Ingaande 2022 is het verplicht om dat te doen op basis van de oppervlakte van een woning. De komende jaren wordt gewerkt aan deze overgang.

Precariobelasting
Het kabinet heeft de precariobelasting op nutsbedrijven per 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Voor Weststellingwerf betekent dit dat we tot en met 2021 het tarief van € 2,33 (=tarief per 10 februari 2016) per strekkende meter hanteren.

De opbrengst van de precariobelasting over 2015 en latere jaren is in 2019 in de reserve investeringsambities gestort, vanwege het intrekken van bezwaar- en beroepschriften. Ook de opbrengsten over 2020 en 2021 zullen aan deze reserve worden toegevoegd. 

Afvalstoffen- en rioolheffing
Rioolheffing
De tarieven zijn voor 2021 ten opzichte van 2020 in lijn gebracht met het nieuwe Gemeentelijk RioleringsPlan 2021 - 2025. In dit plan zijn diverse klimaatmaatregelen opgenomen om met name wateroverlast in de wijken te voorkomen. Dit leidt tot een lastenverzwaring voor 2021 en de komende jaren. 
Uw raad moet dit nieuwe GRP 2021 - 2025 en de maatregelen die daarin zijn opgenomen, nog wel goedkeuren. Vooruitlopend op de besluitvorming is de begroting alvast in lijn gebracht met het nieuwe GRP.

Afvalstoffenheffing
Wettelijke taak afvalinzameling
Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Zij hebben de plicht om het huishoudelijk restafval en het (gescheiden aangeboden) gft-afval (groente, fruit en tuinafval) bij elk perceel in te zamelen. Daarnaast zijn zij verplicht een aantal droge componenten zoals papier en karton, glas, textiel, klein chemisch afval, elektr(on)ische apparaten, asbesthoudend afval gescheiden in te zamelen. Dit kan zijn huis aan huis maar een brengsysteem is hierin ook voldoende. Voor grof huishoudelijk afval geldt een plicht tot inzameling bij elk perceel (zonder minimale frequentie) en de plicht om een brengvoorziening beschikbaar te stellen.
Al deze verplichtingen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm), de belangrijkste Nederlandse wetgeving op het gebied van afvalstoffen. Het tweede belangrijk nationaal beleidskader is het Landelijk AfvalbeheerPlan, kortweg LAP. 

Actuele ontwikkelingen
In de begroting 2020 hebben wij een aantal maatregelen doorgevoerd om de afvalstoffenheffing meer kostendekkend te krijgen. Zo zijn de tarieven verhoogd voor één- en meerpersoons huishoudingen. De tarieven voor het brengstation zijn voor 2020 gelijk gebleven. 
In 2020 was de kostendekkendheid van het taakveld afval 94%. Dit betekende echter weer en forse onttrekking aan de reserve afvalstoffenheffing. Bekend is dat de reserve steeds kleiner wordt en dat het niet kostendekkend maken van het tarief, betekent dat de reserve medio 2022 leeg is. 

Nu zien wij dat de verwerkingskosten voor 2021 weer gaan toenemen. De verhoogde verbrandingsbelasting worden in diverse tarieven doorberekend en het verwerkingstarief voor fractie gft gat met € 12 per ton toenemen. Ook het afvoeren van bepaalde afvalstromen vanaf ons brengstation wordt duurder. 

Dat, samen met het al jaren niet kostendekkend zijn van het tarief, zorgt er voor dat wij voor 2021 moeten ingrijpen om niet nog verder weg zakken in de kostendekkendheid. Een stijging van het tarief van afvalstoffenheffing, dat hiermee geheel gebaseerd is op de werkelijke kosten, is derhalve onvermijdelijk en reëel. Daarnaast zal ook het tarief voor het brengstation aangepast worden (zie onder).

Kostendekkendheid
In het coalitieakkoord is als uitgangspunt geformuleerd dat de afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn. 
Door het verhogen van de verbrandingsbelasting in 2019 en het verwerkingstarief gft-afval is de mate van kostendekkendheid van afval flink onder druk komen te staan. De tarieven waren al niet kostendekkend (94% kostendekkendheid bij de begroting 2020), maar door de verhoging van de verwerkingstarieven daalt de kostendekkendheid nog verder. 

Maatregelen
De opbrengsten voor het taakveld afval zullen moeten toenemen om de inzameling en verwerking van afval te kunnen blijven betalen.

Om de kostendekkendheid toe te laten nemen zijn er twee tarieven die verhoogd moeten worden:
1: afvalstoffenheffing
2: tarieven brengstation

1. afvalstoffenheffing
In onderstaand overzicht staan de aangepaste tarieven voor één- en meerpersoons huishoudingen.

 

tarief 2020

tarief 2021

meerpersoons

€ 260,22

€ 290,00

eenpersoons

€ 170,33

€ 193,00

 

2. tarieven brengstation
De tarieven voor het brengstation zijn al jaren gelijk gebleven. Er zijn steeds minder fracties waarvoor de tarieven worden berekend. Zo is in 2019 de groenfractie vrijgesteld van tarief. Inwoners kunnen dus gratis hun grof snoei- en tuinafval bij ons brengen. 
Echter, de afvalfracties waar wel voor betaald moet worden, worden voor ons ook steeds duurder om vervolgens af te voeren. Dat maakt dat wij genoodzaakt zijn de tarieven te verhogen met € 0,01 per kg aangeboden afval. 

Als wij deze 2 maatregelen doorvoeren, dan zijn we in 2021 100% kostendekkend. Op die manier houden we nog een deel van de reserve in stand, zodat investeringen in de toekomst niet direct tot een forse verhoging van het tarief hoeven te leiden. 

In de planvorming voor het nieuwe Gemeentelijk Afvalstoffenplan onderzoeken wij de mogelijkheden voor tariefdifferentiatie wat betreft de afvalfracties op het afvalbrengstation.

Autonome ontwikkelingen

De gemiddelde woonlast voor onze inwoners in 2021 stijgt ten opzichte van 2020. Voor de OZB passen we een inflatiecorrectie toe. Daarnaast is voor de afvalstoffenheffing het tarief verhoogd met name als gevolg van de doorberekening van de verbrandingsbelasting en toename verwerkingskosten gft afval (zie hierboven). Tevens neemt het tarief voor de rioolheffing toe als gevolg van maatregelen die wij moeten nemen om er voor te zorgen dat invloed van de klimaatverandering geen onnodige overlast  voor onze inwoners en bedrijven oplevert. 

Opbrengst van de belangrijkste heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Onroerende-zaakbelastingen 4.858 4.858 4.858 4.858
Forensenbelasting 50 50 50 50
Toeristenbelasting 150 150 150 150
Precariobelasting 2.353 0 0 0
Afvalstoffenheffing 2.951 2.951 2.951 2.951
Rioolheffing 2.048 2.139 2.230 2.321
Leges burgerzaken 273 236 207 189
Leges omgevingsvergunningen (WABO) 600 600 600 600
Marktgelden 10 10 10 10
Begraafplaatsen 91 91 91 91
Reclamebelasting 95 95 95 95
Eindtotaal 13.479 11.180 11.242 11.315

Toelichting op opbrengst van de belangrijkste heffingen

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De OZB zijn veruit de belangrijkste gemeentelijke belastingen. Er zijn drie belastingsoorten, namelijk:
1. een belasting geheven van de eigenaren van woningen;
2. een belasting geheven van de eigenaren van niet-woningen;
3. een belasting geheven van de gebruikers van niet-woningen.

De heffingsgrondslag is gebaseerd op de waarde zoals vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende-zaken (wet WOZ). Het OZB-bedrag wordt berekend op basis van een percentage (het tarief) van de WOZ-waarde. Voor de genoemde OZB-belastingen hanteren we verschillende percentages.

De aanslag OZB voor het belastingjaar 2021 is gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) tarieven voor 2021 en de waardepeildatum per 1 januari 2020. De definitieve vaststelling van de OZB-tarieven vindt in de raad van december plaats. De totale opbrengst voor 2021 is ten opzichte van 2020 gecorrigeerd met een inflatiepercentage. Bij de raming voor 2021 is rekening gehouden met de autonome stijging als gevolg van verbouw/nieuwbouw.

Forensenbelasting
Forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die niet in de gemeente wonen, maar daar meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf en/of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Grondslag voor de heffing is net als bij de OZB de WOZ-waarde.

(Water) toeristenbelasting
(Water) toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen vergoeding overnachtingen aanbiedt, bijvoorbeeld in een hotel, een bed & breakfast of op een camping. Grondslag voor de heffing is de logiesomzet. In zijn vergadering van 22 juni 2015 heeft de raad besloten de grondslag en het tarief vast te stellen op 4%. In deze programmabegroting stellen we voor het tarief voor 2020 op dat percentage te handhaven. 

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond. De precariobelasting kan worden gebruikt om belasting te heffen op kabels en leidingen. Als de gemeente gebruik van zijn grond voor het hebben van voorwerpen moet gedogen, kan zij geen precariobelasting heffen. Een gedoogplicht kan bijvoorbeeld voorgeschreven staan in de wet, zoals de Telecommunicatiewet (denk aan telefoonleidingen). Ook kan een privaatrechtelijke overeenkomst zijn gesloten. Zolang er op de juridische procedure rondom bezwaar/beroep geen uitspraak is, storten we de opbrengst voorlopig in een voorziening. Inmiddels is de mogelijkheid van heffing van deze vorm van precariobelasting afgeschaft. Onze gemeente valt onder de overgangsregeling (zie ook onder "actuele ontwikkelingen"). 

Reclamebelasting
In Wolvega wordt vanaf 2016 reclamebelasting geheven vanuit het principe 'Voor ondernemers, door ondernemers'. De opbrengst van reclamebelasting wordt volledig uitgekeerd als subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Weststellingwerf (SOW). In 2020 is de verordening aangepast en is de heffingsmaatstaf gewijzigd. 2021 is het tweede jaar dat de tarieven gebaseerd zijn op de WOZ-waarden voor de aanslagen reclamebelasting.

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing Werkelijk
2017
Werkelijk
2018
Werkeljk
2019
Begroot
2020
Begroot 2021
Tarief meerpersoonshuishouden 259,20 249,20 249,20 260,22 290,00
Tarief eenpersoonshuishouden 170,64 160,64 160,64 170,33 193,00
Opbrengsten (x € 1.000) 2.594  2.488 2.443  2.639  2.951

Afvalstoffenheffing kan worden geheven wanneer de gemeente tenminste eenmaal per week het huishoudelijk afval ophaalt, zoals de Wet milieubeheer voorschrijft. Het uitgangspunt is een 100% kostendekking. Door een forse verhoging van de verbrandingsbelasting en de verwerkingskosten voor gft-afval is de mate van kostendekkendheid van het product afval onder druk komen te staan. Het tarief 2021 is zodanig aangepast, dat deze de te maken kosten 100% dekken. 

Rioolheffing

Rioolheffing Werkelijk
2017
Werkelijk
2018
Werkelijk
2019
Begroot
2020
Begroot 
2021
Tarief huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater 111,30 116,86 116,86 118,62 123,94
Tarief hemel- en grondwatertaken 45,15 47,41 47,41 48,12 50,28
Opbrengsten (x € 1.000) 1.778  1.907 1.909   1.957  2.048

De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing betaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Evenals bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt een 100% kostendekking. De tarieven zijn voor 2021 ten opzichte van 2020 in lijn gebracht met het nieuwe Gemeentelijk RioleringsPlan 2021 - 2025. In dit plan zijn diverse klimaatmaatregelen opgenomen om met name wateroverlast in de wijken te voorkomen. Dit leidt tot een lastenverzwaring voor 2021 en de komende jaren. 
Uw raad moet dit nieuwe GRP 2021 - 2025 en de maatregelen die daarin zijn opgenomen, nog wel goedkeuren. Vooruitlopend op de besluitvorming is de begroting alvast in lijn gebracht met het nieuwe GRP. 

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Markt- en staangelden
Marktgeld word geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijkse) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 

Leges
Leges worden geheven voor gemeentelijke diensten, bijvoorbeeld voor het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het afgeven van paspoorten en rijbewijzen, het verstrekken van afschriften. De legesverordening bevat meestal een uitgebreide tarieventabel waarin de diensten met name worden genoemd met de bijbehorende tarieven.

Kwijtschelding
Voor kwijtschelding komt iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). We hanteren bij kwijtschelding 100% van de bijstandsnorm. Daarmee hanteren we de maximaal door het rijk toegestane normen. Het jaarlijkse bedrag aan kwijtschelding ramen we voor 2021-2024 op € 125.000.

Kwijtschelding Werkelijk
2017
Werkelijk
2018
Werkelijk
2019
Aantal aanvragen 777 676 561
Toegewezen 557 599 494
Toegewezen (in %) 72% 89% 88%
       
Kosten 119.000 109.000 103.000

 

Kostendekkendheid riolering

x 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
Kosten taakveld 1.550 1.637 1.640
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 03 00 00
Netto kosten taakveld 1.550 1.637 1.640
Toe te rekenen kosten:
Overhead 269 263 272
Compensabele btw 139 153 194
Toe te rekenen kosten 408 416 482
Totale kosten 1.958 2.053 2.123
Opbrengst heffingen 1.909 1.957 2.048
Dekkingspercentage 98% 95% 96%

Toelichting kostendekkendheid riolering

Het dekkingspercentage voor 2021 bedraagt 94%. Daarbij hebben we het tarief voor de rioolheffing gecorrigeerd voor de inflatie. 
De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend, zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met het taakveld toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd, is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 80% (zie "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 272.000.

De kostendekkendheid op dit taakveld is nog geen 100%. Voor 2021 berekenen we naast de inflatiecorrectie, een klein deel van de toegenomen kosten door in  het tarief. Dit omdat de reserve rioolheffing ruim voldoende is om het exploitatietekort vooreerst nog op te vangen. Op deze manier dempen we de stijging van de woonlasten als gevolg van de verhoging van de afvalstoffenheffing. In de eerst komende jaren zullen we geleidelijk ook de rioolheffing 100% kostendekkend maken.

Kostendekkendheid afval

x 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
Kosten taakveld 2.156 2.357 2.543
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) -360 444 504
Netto kosten taakveld 1.796 1.913 2.039
Toe te rekenen kosten:
straatvegen 36 16 16
minimabeleid 120 120 120
Overhead 454 443 455
Compensabele btw 300 327 326
Toe te rekenen kosten 909 906 918
Totale kosten 2.705 2.819 2.957
Opbrengst heffingen 2.443 2.639 2.951
Dekkingspercentage 90% 94% 100%

Toelichting kostendekkendheid afval

Naast de afvalstoffenheffing ontvangen we vergoedingen vanuit de stichting Afvalfonds voor glas, kunststof, papier en dergelijke en de opbrengsten vanuit het gemeentelijk afvalbrengstation. De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Van de kosten voor straatreiniging wordt 40% toegerekend aan het taakveld afval. Dit percentage is op basis van historische gegevens vastgesteld. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met het taakveld toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 80% (zie "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 455.000. Het dekkingspercentage voor 2021 bedraagt 100%.

Kostendekkendheid algemene leges

x 1.000
Algemene legesverordening totaal Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 1.497 1.452 1.272
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 70 - -
Netto kosten taakveld 1.567 1.452 1.272
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 229 196 214
BTW 3 4 4
Totale kosten 1.799 1.651 1.490
Opbrengst heffingen -943 -931 -954
Dekking 59% 58% 64%
x 1.000
Titel 1 Algemene dienstverlening Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 365 326 372
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 3 - -
Netto kosten taakveld 362 326 372
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 169 147 155
BTW - - -
Totale kosten 531 473 527
Opbrengst heffingen -336 -263 -283
Dekking 63% 56% 54%
x 1.000
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 821 810 703
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 65 - -
Netto kosten taakveld 886 810 703
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 36 35 33
BTW 3 4 4
Totale kosten 925 848 739
Opbrengst heffingen -564 -614 -620
Dekking 71% 72% 84%
bedragen x 1.000
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 311 316 197
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 2 - -
Netto kosten taakveld 313 316 197
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 24 14 26
BTW - - -
Totale kosten 337 330 223
Opbrengst heffingen -43 -54 -52
Dekking 13% 16% 23%

Toelichting kostendekkendheid algemene leges

Uit bovenstaande tabellen blijkt dat per titel van de algemene legesverordening de heffingen ruim onder de 100% kostendekkendheid blijven. De lasten die in bovenstaande tabellen zijn meegenomen, zijn de direct toe te rekenen kosten aan diensten die verricht worden in het kader van het verstrekken van dienstverlening.
Op basis van gedetailleerde teamplannen en historische cijfers, zijn alleen de directe personele kosten in bovenstaande tabel opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de uren van de baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH). Daarnaast zijn de materiële kosten opgenomen die te maken hebben met de dienstverlening ten aanzien van de diensten in deze legesverordening.
We hanteren een opslag voor overheadkosten van 80% over de directe loonkosten (zie ook "Overzicht kosten overhead"). De totale kostendekkendheid van de Algemene Legesverordening komt uit op 64%.

Kostendekkendheid begraafrechten

x 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 163 159 165
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 58 0 0
Netto kosten taakveld 106 159 165
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 112 92 92
BTW 6 2 3
Totale kosten 223 253 260
Opbrengst heffingen -84 -137 -138
Dekking 38% 54% 53%

Toelichting kostendekkendheid begraafplaatsen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de kostendekkendheid van de begraafplaatsen ruim onder de toegestane 100% kostendekkendheid blijft. De kosten die toegerekend worden aan het taakveld zijn de kosten van publiekszaken voor het behandelen van de aanvragen. Daarnaast worden kosten van de afdeling Gemeentewerf toegerekend voor het onderhouden van de begraafplaats.

Gemeentelijke woonlasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de woonlasten over 2020 van de 18 Friese gemeenten. 
Bron: Coelo (Atlas van de lokale lasten)
Mph= Meerpersoonshuishoudens

Woonlastendruk OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
Mph Mph Mph
1 Harlingen 214 250 176 640
2 Ameland 246 223 183 652
3 Weststellingwerf 274 260 167 701
4 Vlieland 227 324 150 701
5 Súdwest-Fryslân 281 241 182 704
6 Ooststellingwerf 209 231 270 710
7 Opsterland 245 229 248 722
8 Terschelling 347 207 176 730
9 Leeuwarden 240 325 174 739
10 De Fryske Marren 276 267 204 747
11 Waadhoeke 249 260 268 777
12 Achtkarspelen 302 335 167 804
13 Smallingerland 268 265 280 813
14 Noardeast-Fryslân 296 278 249 823
15 Dantumandiel 370 251 203 824
16 Heerenveen 302 313 216 831
17 Schiermonnikoog 282 365 187 834
18 Tytsjerksteradiel 405 283 154 842

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

De paragraaf geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Dat wil zeggen: welke capaciteit is nodig om de risico's op te vangen, en wel zodanig dat een tegenvaller in de uitvoering niet direct tot een bezuiniging hoeft te leiden.

 De wet geeft aan welke onderwerpen in deze paragraaf aan bod moeten komen:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Gezien de aard van de volgende onderwerpen benoemen we ze hier wel, maar is de financiële impact voor onze gemeente onduidelijk.

Covid-19 virus
Het COVID-19 (Corona) virus heeft naar verwachting veel impact op de beleidsterreinen van onze begroting 2021 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. U vindt in deze paragraaf dan ook geen financiële vertaling in het weerstandsvermogen in het kader van COVID-19. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.

Herijking gemeentefonds
Begin 2020 heeft de minister van BZK de Tweede Kamer geïnformeerd over het uitstellen van invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds naar 2022. Vooral voor kleine en middelgrote gemeenten zouden de inkomsten fors dalen. Voor het klassieke deel is aanvullend onderzoek nodig en voor het sociaal domein is een nadere analyse van de uitschieters gewenst. Besluitvorming over de invoering wordt wel dit jaar wordt afgerond (met publicatie in decembercirculaire gemeentefonds 2020). Wij informeren u wanneer hierover meer duidelijkheid is voor onze gemeente.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

De doelstellingen zijn:

  1. voldoen aan wet- en regelgeving;
  2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee het risicobewustzijn aanmoedigen;
  3. een onderbouwing van het berekende weerstandsvermogen;
  4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid zijn over de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit de volgende uitgangspunten vastgelegd:  

  • De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel de hoogte van de netto risico's;
  • Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten we aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat we streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal). 

In deze begroting voldoen we aan beide uitgangspunten.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. Dit zonder dat de begroting en het beleid aangepast moeten worden. De weerstandscapaciteit is de som van:

  1. de begrotingsruimte;
  2. de algemene reserve;
  3. bestanddelen van de bestemmingsreserves;
  4. de stille reserves;
  5. de niet-benutte belastingcapaciteit;
  6. mogelijke ombuigingsmaatregelen.

a. De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opgevangen. Wij hebben gekozen voor een bedrag van € 30.000. Daarnaast is in deze meerjarenbegroting vanaf 2021 een stelpost risicobeheersing opgenomen om specifieke risico’s op voorhand af te dekken. Het gaat om een bedrag van € 250.000 per jaar. Beschikking over deze stelpost kan alleen via een raadsbesluit en is uitsluitend bedoeld ter dekking van structurele risico’s die op enig moment werkelijkheid worden. 

b. De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedraagt per 1 januari 2
020 € 19,0 miljoen.  Als de jaren 2021-2024 aan de verwachtingen voldoen, dan is de stand van de algemene reserve € 12,7 miljoen per 1 januari 2025. Dit moet worden ingezet om onze incidentele weerstandscapaciteit te versterken.

c. De bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad een specifiek doel vastgelegd. Eventueel kan de bestemming  door de raad worden gewijzigd. Wanneer op een bestemmingsreserve geen verplichting rust voegen we deze reserve toe aan de algemene reserve. Op dat moment vormt het onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor het vaststellen van onze weerstandscapaciteit worden de bestemmingsreserves op dit moment niet meegenomen.

d. De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd. Ook kan de boekwaarde lager zijn dan de verkoopwaarde. De mogelijke overwaarde die bij verkoop ontstaat, kan dan worden ingezet bij onverwachte tegenvallers. Op dit moment verwachten we dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit niet zo groot is.

e. De niet-benutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
a. de OZB;
b. de rioolheffing;
c. de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Vanaf 2020 heeft het rijk een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk er te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken.  De benchmark vervangt de landelijke macronorm voor de OZB.  De macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten. Als een gemeente een beroep wil doen op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) voor een aanvullende uitkering is voor de OZB de norm voor 2020 een minimale heffing van 0,1853 % van de WOZ-waarde. De niet-benutte belastingcapaciteit hebben wij tegen nul gewaardeerd.  Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid. 

f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen
We gaan er op dit moment vanuit dat eventuele ombuigingsmaatregelen structureel zullen worden gerealiseerd.

Samenvattend
De structurele weerstandscapaciteit in de begrotingsexploitatie bedraagt vanaf 2021€ 0,25 miljoen. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt hiermee over 2021 € 14,5 miljoen en loopt af naar € 12,7 miljoen over 2024.

Totaalbeeld
De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Weststellingwerf is:

x € 1.000
Onderdeel 2021 2022 2023 2024
a. De structurele begrotingsruimte 250 250 250 250
De incidentele begrotingsruimte 30 30 30 30
b. De algemene reserve 14.493 13.269 12.688 12.711
c. Bestemmingsreserves - - - -
d. De stille reserves - - - -
e. De onbenutte belastingcapaciteit - - - -
f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen - - - -
14.770 13.550 12.970 12.990

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 5,6 miljoen. De belangrijkste risico’s loopt onze gemeente op de volgende onderwerpen, die hierna één voor één worden behandeld. 

Onzekerheden grondexploitaties € 2,8 miljoen
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, begin 2019 zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen.
Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Voor 31 december 2019 heeft een toets plaatsgevonden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming. Dit heeft niet geleid tot een afwaardering. U heeft voor de zomer van 2019 besloten om de exploitatie van Lindewijk deelgebied 2 voort te zetten. Daarnaast heeft u in december 2019 besloten om Helomastate (Maïsland) niet in exploitatie te nemen.

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen:  Sociaal domein € 500.000
Jeugdwet en Wmo
Uitgangspunt voor Weststellingwerf is steeds geweest dat bekostiging moet plaatsvinden binnen de budgetten die het rijk beschikbaar stelt. Aanvullende gemeentelijke middelen zijn ingezet om de inrichting van de gebiedsteams verder vorm te geven. De laatste jaren lukt het de gemeente niet om binnen het oorspronkelijke rijksgeld te blijven. De gemeentelijke financiën komen daarmee steeds meer onder druk te staan.

In de jaarrekeningen 2018 en 2019 hebben zich tekorten voor zowel Jeugd als Wmo voor gedaan. Momenteel is de gemeente op verschillende manieren bezig met beheersmaatregelen. Eén daarvan is 'Grip op Jeugd', waarbij we op zowel provinciaal (SDF), regionaal (OWO-gemeenten) als lokaal niveau maatregelen treffen die moeten leiden tot lagere kosten. Ook zijn we gestart met het project 'Grip op Wmo'. Belangrijk uitgangspunt is tot dusver steeds dat we de zorg leveren die noodzakelijk is. De cliënt mag niets merken van de efficiencyslagen die nu gemaakt worden.

De informatie rondom de zorgverlening, die voortkomt uit de drie decentralisaties, komt steeds beter in beeld. Met betrekking tot de uitgaven jeugdzorg en Wmo (AWBZ) wordt vanaf 2017 door de Friese gemeenten gewerkt met het landelijk knooppunt berichtenverkeer GGK/VECOZO. De communicatie tussen de gemeenten en zorginstellingen is daarmee gestandaardiseerd en geoptimaliseerd. Dit betekent echter niet dat alle onzekerheden over de uitgaven zijn opgelost. De kwaliteit van het berichtenverkeer blijft een aandachtspunt. Een beheersmaatregel is de implementatie van een monitoringsysteem voor Jeugdzorg, Wmo en Participatie (Werk en Inkomen). Dit monitoringsysteem is in basis operationeel en zal verder worden uitgebouwd.

Toenemende vergrijzing en de invoering van het abonnementstarief (rijksmaatregel) laten in Weststellingwerf een toename zien van het aantal Wmo-cliënten. Voor de komende jaren zijn nog een aantal decentraliserende rijksmaatregelen te verwachten die de gemeente zullen raken. Zo wordt gesproken over de decentralisatie van Beschermd Wonen en ook Maatschappelijke Opvang. De invoeringsdatum is tot dusver steeds uitgesteld, maar de maatregelen zitten er aan te komen. De gemeente wordt dan verantwoordelijk voor deze taken. Het blijft daarbij de vraag of het rijk voldoende middelen beschikbaar gaat stellen.

In de begroting 2021 is geen (structurele) indexatie van tarieven Jeugdhulp opgenomen. Voor 2021 wordt nog wel een indexering van tarieven voor specialistische jeugdhulp verwacht (dit valt onder het taakveld Maatwerkdienstverlening 18-).   Afhankelijk van de hoogte van de indexering levert dit een financieel risico op.

Doorverwijzingen naar niet gecontracteerde partners
Volgens de Jeugdwet zijn de huisarts, medisch specialist en jeugdzorgaanbieders (na verwijzing) gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdzorgaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Niet-gecontracteerde zorg hoeft de gemeente niet te vergoeden als passende jeugdzorg vanuit een contractpartner voorhanden is. Sinds 2018 zijn vrijwel alle contracten voor Jeugdzorg regionaal ingekocht. Van lokaal ingekochte Jeugdzorg is geen sprake meer. Onder voorwaarden kan een niet-gecontracteerde zorgaanbieder alsnog zorg (blijven) verlenen. Past het niet binnen de voorwaarden dan kan een jeugdige en/of de ouder(s)/verzorger(s) voor eigen rekening gebruik (blijven) maken van niet-gecontracteerde jeugdzorg. Bij zwaarwegende redenen kan een persoonsgebonden budget (pgb) worden aangevraagd. Met deze aanpak is het mogelijke risico en de financiële impact van doorverwijzingen naar niet-gecontracteerde partners geminimaliseerd.

Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan
De wetgever laat toe dat zorgaanbieders tot 5 jaar na het einde van de zorgverlening nog facturen in mogen dienen. De afgelopen jaarrekeningen heeft dat voor zowel Jeugd als Wmo tot een aanzienlijke financiële verstoring geleid.
Sinds begin 2018 functioneert in samenwerking met de OWO-gemeenten en de Backoffice Sociaal domein een verplichtingenadministratie. Hiermee hebben we beter zicht op het (financiële) verloop van zorgtrajecten. 
In de jaarrekening proberen we zoveel als mogelijk op basis van ingediende productverantwoordingen op te nemen. Dit gaat steeds beter, maar desondanks blijken deze beheersmaatregelen tot voor kort (jaarrekening 2019) nog niet afdoende.
Op regionaal niveau werken we samen met de andere Friese gemeenten om te komen tot een verdere verbeterslag. Vanwege het gezamenlijke beleid en de gezamenlijke uitvoering van de administratie van het Sociaal domein bij de Backoffice Sociaal domein is er intensieve samenwerking met de OWO-gemeenten.

Regionaal werkt Weststellingwerf samen met verschillende partijen om de administratieve lastendruk voor het Sociaal domein te verminderen. Zo onderzoeken we de mogelijkheid van Horizontaal toezicht bij grote zorgaanbieders.

Risico’s open-einde regelingen
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeelden noemen wij leerlingenvervoer, Jeugdwet of de WMO) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden.

Risico's vorderingen
Per 1 januari 2021 is er nieuwe wetgeving rond de beslagvrije voet. Dit heeft gevolgen voor ons invorderingsbeleid en de ontvangsten van opgelegde vorderingen vanuit de bijstand. De beslagvrije voet gaat van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm naar 95% van de toepasselijke bijstandsnorm. Bij bijzondere omstandigheden kan de beslag vrije voet worden verhoogd of verlaagd. Door de nieuwe regels komt er minder geld binnen. We gaan nog nader onderzoeken welk effect dit heeft op de gemeentelijke begroting vanaf 2021.

Risico effecten Corona op verstrekte aantal uitkeringen
Sinds medio maart 2020 worden we geconfronteerd met maatregelen vanwege Corona. Verwacht wordt dat deze maatregelen ook effect hebben op de lokale economie en werkgelegenheid. Ervaringen uit het verleden leren dat de eerste effecten voor Weststellingwerf ongeveer 8 tot 9 maanden later zichtbaar worden. Dat betekent dat vanaf 2021 de eerste effecten op het aantal BUIG-uitkeringen te verwachten zijn.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 1.100.000
Samen de trap op en samen de trap af
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval! 

BTW-compensatiefonds
Bij de bevoorschotting van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt met ingang van 2019 de raming van het bedrag van het BTW-compensatiefonds dat aan de Algemene uitkering vrijvalt, achteraf verrekend. Door deze wijziging in ramingssystematiek ontvangen gemeenten uiteindelijk niets meer of minder uit het gemeentefonds.

Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar. 

Pensioenopbouw (gewezen) wethouders
Jaarlijks wordt bij de jaarrekening de voorziening voor de pensioenen van onze (gewezen) wethouders herijkt. Dit doen wij op basis van de actuariële waardeberekeningen van onze externe adviseur. Zij berekenen op basis van diverse parameters welk bedrag er in de voorziening aanwezig moet zijn op de peildatum 31 december van het betreffende jaar. Een van de belangrijkste parameters is de rekenrente. Deze wordt jaarlijks vastgesteld door De Nederlandse Bank. Dit percentage kan jaarlijks verschillen, waardoor op basis van de wet- en regelgeving een storting of een onttrekking aan de voorziening plaatsvindt.

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). 

Onzekerheden realisatie (externe) subsidies € 0
Wanneer de voortgang van een gesubsidieerd project ernstig vertraagt, kan dit consequenties hebben voor de externe financiering. Tijdig overleg met de subsidieverstrekker om de mogelijkheden van verlenging van de termijn te onderzoeken, is daarbij een belangrijke beheersmaatregel die, indien nodig, door ons actief wordt toegepast. Nog belangrijker is alvorens een subsidie aan te vragen goed te onderzoeken of uitvoering binnen de subsidieperiode mogelijk is en voldoen aan de subsidievoorwaarden reëel is. Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 625.000
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er geen eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. 

Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.

Overige onzekerheden en risico’s: beheersmaatregelen in de bedrijfsvoering € 350.000
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie
Bij de OWO bedrijfsvoering spelen nieuwe ontwikkelingen die er zeker aan zitten te komen maar die nog geen financiële vertaling hebben kunnen krijgen. Het gaat om voldoen aan veranderende en nieuwe wetgeving, voor de toekomst bestendige informatievoorziening in de OWO-samenwerking en archiefverplichtingen en werkvoorraad wegwerken bij de documentaire informatievoorziening. In de komende planning & control documenten wordt dit verder uitgewerkt.

Overige onzekerheden en risico's: Vennootschapsbelasting (VPB) € 0
Met ingang van 1 januari 2016 is de VPB ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten van overheidsbedrijven. Het gaat bij onze gemeente met name om de vraag in hoeverre we voor de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig zijn. De laatste berichten zijn dat we ook hiervoor niet als ondernemer worden aangemerkt en dus geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen.

 

Weerstandsvermogen

De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico's worden uitgedrukt in weerstandsvermogen. De hoogte van het weerstandsvermogen is als volgt weer te geven:

x € 1.000
Weerstandsvermogen 2021
Weerstandscapaciteit 14.770
Risico's -5.600
Weerstandsvermogen 9.170

Kengetallen

Met ingang van 2016 zijn een vijftal financiële kengetallen verplicht gesteld. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 (zie ook hiervoor onder ‘beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s’) sluiten we aan voor de verplichte kengetallen bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90 - 130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90%  90 - 130% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
3. Grondexploitatieruimte < 20% 20 - 35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Eerste jaar en meerjarig > 0% Begroting en meerjarig 0% Begroting en meerjarig < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105%

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van de kengetallen weergegeven:

Kengetallen Rekening Begroot Begroot MJB MJB MJB Categorie
2019 2020 2021 2022 2023 2024 (peiljaar 2021)
1 Netto schuldquote 69,12% 72,26% 81,21% 72,88% 66,17% 60,76% A
Netto schuldquote (gecorrigeerd) 66,90% 69,87% 74,22% 66,39% 60,36% 55,67% A
2 Solvabiliteitsratio 22,31% 20,11% 28,21% 29,41% 29,55% 29,68% B
3 Grondexploitatie 27,22% 25,49% 28,01% 27,21% 25,66% 25,70% B
4 Structurele exploitatieruimte -0,39% -0,44% 0,67% -1,43% -0,64% 0,05% A
5 Belastingcapaciteit 91,08% 93,51% 95,62% 95,62% 95,62% 95,62% B
* betreft de geactualiseerde begroting 2020

Toelichting kengetallen

Basis voor deze kengetallen is de geprognosticeerde balans voor de jaren 2021-2024. Deze staat onder 'Uiteenzetting van de financiële positie'.

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Een schuldquote van 100% wordt over het algemeen als grens gezien tussen acceptabel en in toenemende mate risicovol.
Wij zitten ruimschoots onder die grens.

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen we voor de komende vier jaren uit boven ons streefpercentage van minimaal 20%.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Uiteraard blijven wij het nauwlettend volgen en houden vast aan ons streven om te voldoen aan categorie B.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele lasten zijn de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, bij structurele baten gaat het onder andere om de Algemene uitkering van het gemeentefonds en eigen belastinginkomsten. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.
Uit het percentage blijkt dat we voor 2021 in categorie A vallen. Voor de jaren 2022 en 2023 vallen we in categorie C, maar vanaf 2024 komen we weer in categorie A. 

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Deze woonlasten zijn de optelsom van de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.
Zoals uit de tabel blijkt, zijn de woonlasten voor de jaren 2021-2024 in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde van € 776,00 (=100%) van het belastingjaar 2020.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

 

Portefeuillehouder

Jongebloed en Rikkers

Organisatie

Ruimte, Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Beleidsnota's

Van toepassing zijn de volgende nota´s:

  • Beleidsplan Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte 2012-2016
  • Nota Openbare Verlichting
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020
  • Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed
  • bomenbeleidsplan
  • landschapsvisie zuid oost friesland
  • Plan van aanpak verduurzamen gemeentelijke vastgoedportefeuille ( vaststelling september 2020)

Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte

Uw raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld. Hierin zijn de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. De door uw raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen, zijn hierin meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken:

  • Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden;
  • Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.

In het collegeprogramma 2018-2022 hebben wij aangegeven hoe wij willen komen tot een nieuwe kwaliteitsambitie openbare ruimte. 
Zoals wij u al hebben gemeld, zien wij een verschuiving in de politieke discussie van onderhoudskwaliteit naar inrichtingskwaliteit. Wat wij merken is dat, vooral bij herinrichtingen, er behoefte is aan een basis voor de bepaling van de inrichtingskwaliteit openbare ruimte. Onder inrichtingskwaliteit verstaan wij onder andere inrichtingsprincipes en materiaalkeuze. Dit betekent een verandering van de ambitie. Zie ook programma 2.

Wegen

Het totale areaal aan verhard oppervlak bedraagt circa 255 hectare. Hier binnen valt 130 km aan wegen binnen de bebouwde kom, 285 km aan wegen buiten de bebouwde kom en 85 km aan fietspaden. Daarnaast heeft de gemeente 214 hectare bermen en 442 km aan schouwsloten in onderhoud.

In 2015 is door provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân een Veenweidevisie opgesteld. Door lagere grondwaterstanden en steeds drogere zomers droogt de veengrond uit, hierdoor zakt de bodem. Dit probleem speelt op veel plaatsen in Nederland en zeker in delen in Friesland. In een aantal gebieden van onze gemeente is veengrond aanwezig, waardoor wij ook last hebben van deze veenweideproblematiek. Als de bodem daalt is er ook kans op het verzakken van de wegen die daar op liggen. Wij kennen nu de omvang van dit risico nog niet. Voor de werkzaamheden die dan nodig zijn om de wegen te herstellen is geen dekking binnen de bestaande onderhoudsgelden. Wij houden de toestand van de wegen in de veenweide gebieden goed in de gaten en informeren u over ontwikkelingen. Als gevolg van deze veenweideproblematiek zal eind 2020 worden gestart met de reconstructie van de Lemsterweg in verband met de versnelde achteruitgang van de kwaliteit. Door uitdroging van het aanwezige veenpakket zijn scheuren en verzakkingen in het wegdek ontstaan. Vanuit onze zorgplicht om de veiligheid van de weggebruikers te waarborgen is reparatie van de scheuren en verzakkingen noodzakelijk.

Om de doelstelling te monitoren worden de wegen geïnspecteerd op basis van de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) methodiek, waarbij de relatie wordt gelegd met de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het beleidsplan. Dit resulteert in een meerjarig inzicht (5 jaar) van planning en begroting. De hieruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden zijn voor deze periode afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting.

Groen

Groen komt in vele vormen terug in de openbare ruimte. Het totale areaal groen binnen de gemeente bedraagt ongeveer 112 hectare. Het grootste areaal bevindt zich in de woongebieden. Langs de plattelandswegen staan de meeste bomen. Het beheer vindt plaats op basis van een kwaliteit gestuurd (groen)beheersysteem.
Het groenbeheer is onder te verdelen in verzorging (kwaliteit onderhoud) en technische staat (kwaliteit inrichting). Het openbaar groen wordt op basis van de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het integrale beleidsplan openbare ruimte onderhouden en gerenoveerd. De kwaliteit van de technische staat van het openbaar groen wordt per gebied regelmatig gemeten. Voordat een renovatie wordt uitgevoerd, wordt de ruimtelijke kwaliteit (mooi en functioneel) bekeken.
Eens per drie jaar worden alle 30.000 bomen geïnspecteerd. Wanneer de kwaliteit van een boom daar aanleiding toe geeft (de zogenaamde zorgbomen), wordt er jaarlijks geïnspecteerd en zo nodig nader onderzocht. Extreem droge (en warme) zomers van de afgelopen jaren hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van de bomen, beplantingen en gazons. De jaarlijkse inspecties kunnen aanleiding geven om te rapporteren over de veiligheid (zorgplicht) en de benodigde budgetten.
De werkzaamheden betreffende bomen zijn voor de duur van het bomenbeleidsplan afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting.

Bruggen, waterwegen en kades

Weststellingwerf heeft 50 bruggen in beheer die bestaan uit 32 bruggen voor fiets-/voetgangersverkeer en 18 bruggen voor autoverkeer. De bruggen variëren van één middelgrote beweegbare brug bij Nijelamer tot meerdere kleine, vaste, houten bruggen voor fiets- en voetgangers. Met de gemeentes Steenwijkerland, De Fryske Marren en Ooststellingwerf hebben we 3 bruggen in gezamenlijk beheer en onderhoud.
Via een jaarlijkse monitoring wordt de staat van alle kapitaalgoederen gevolgd. Er wordt eens in de 5 jaar geïnspecteerd.

De beweegbare brug bij Nijelamer zal eind 2020 worden voorzien van een nieuwe elektrische installatie. Na uitvoering van de werkzaamheden en voor het nieuwe vaarseizoen 2021 dient deze brug weer vrij van storingen te kunnen worden bediend door de gebruikers.

In het huidige tracé van het fietspad langs de Linde tussen de A32 en de Kontermansbrug, dat onderdeel uitmaakt van de gebiedsinrichting Beekdal Linde, zijn 11 in slechte staat verkerende houten fietsbruggen aanwezig. Tijdens de uitvoering van het project waarbij een betonnen fietspad wordt aangelegd zullen deze bruggen worden opgeruimd. In het nieuw aan te leggen fietspad worden, voor rekening van de provincie Fryslân, twee composieten bruggen geplaatst welke na afronding van het project in beheer en onderhoud van Weststellingwerf dienen te worden opgenomen.

Openbare verlichting

De gemeente Weststellingwerf heeft in totaal 4.425 lichtmasten in eigendom en beheer (31-8-2020). Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is door de Coöperatie Openbare Verlichting en Inkoop Energie Fryslân vanaf 1 april 2019 aanbesteed.  Met onderhoud bedoelen wij het reinigen en schilderen van masten en armaturen. Ook het oplossen van storingen aan de openbare verlichting en vervangen van masten en armaturen valt onder deze aanbesteding.

Zoals bekend zijn wij bezig met het versneld vervangen van de openbare verlichting door LED verlichting. Dit zal leiden tot een besparing op het energieverbruik.

Riolering

Er wordt invulling gegeven aan de wettelijke taken die de gemeente heeft voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. De wijze van de invulling is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hierin zijn de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen beschreven. Naast het beheer en onderhoud aan het bestaande systeem wordt er nieuwe aanleg en aanpassingen aan het bestaande systeem gepleegd. Uitgangspunt is dit op een doelmatige wijze uit te voeren. Indien mogelijk worden er werkzaamheden in OWO-verband uitgevoerd. Daarnaast werken wij met alle Friese gemeenten, Wetterskip, provincie en Vitens aan maatregelen voor een toekomstbestendige Friese waterketen. Dit is vastgelegd in het Fries bestuursakkoord waterketen (FBWK).

De nieuwe aanleg en aanpassingen zijn de komende periode gericht op het klimaatbestendig maken van de leefomgeving. In het nieuwe GRP 2021-2025 staan de maatregelen beschreven die daarvoor uitgevoerd gaan worden en wat de kosten daarvan zijn.

Tractiemiddelen

De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheersysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel worden vervangen. Er is een meerjarig overzicht opgesteld van te vervangen materieel. Dit is vertaald in deze begroting en het bijbehorende investeringsplan. 

Gebouwen

Zoals beschreven in de notitie ‘Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed’ zijn onze gebouwen opgedeeld in twee categorieën:

  • functionele panden (dragen bij aan het realiseren van doelen van de gemeente);
  • niet-functionele panden (op termijn afstoten). 

Het onderhoud van de panden is verdeeld in dagelijks onderhoud en planmatig onderhoud (groot onderhoud en planmatige vervangingen). Volgens de NEN 2767-inspecties wordt het geplande onderhoud vastgelegd in een meerjarenonderhoudsplanning. 
Voor de functionele panden wordt het onderhoud zo gepland dat het niveau ‘sober en doelmatig’ blijft. Voor ieder functioneel pand is het onderhoud in een meerjarig onderhoudsplan vertaald.
Voor de niet-functionele panden is gekozen om het onderhoud zo minimaal mogelijk uit te voeren. Alleen noodzakelijke maatregelen voor het behoud van de huidige functie en het huidige gebruik van het gebouw worden uitgevoerd.
Voor het verduurzamen van onze vastgoedportefeuille is een plan van aanpak opgesteld, zie programma 8.

Beschikbare middelen voor het onderhoud

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
tractiemiddelen 171 153 153 153 153 153
gebouwen 691 643 570 510 447 526
wegen 1.633 1.744 1.743 1.743 1.743 1.743
bruggen en duikers 115 149 117 117 117 117
openbare verlichting 78 30 24 24 24 24
openbaar groen 354 356 257 262 264 266
riolering 216 181 181 181 181 181
terreinen 49 83 83 83 83 83
overig 26 41 46 46 46 46
Eindtotaal 3.333 3.380 3.174 3.118 3.058 3.139

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn we transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden we eventuele overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten niet mogelijk. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben, kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.
We hebben momenteel nog drie geldleningen.

Risicobeheer

De overheid hanteert 2 instrumenten, binnen de wet Fido, voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel van deze normen is het krijgen van een stabiele rentelast over de jaren. 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort structureel dreigt te worden, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De berekening van de kasgeldlimiet voor de komende jaren is als volgt:

x € 1.000
Kasgeldlimiet 2021 2022 2023 2024
Begrotingsvolume 79.654 79.113 78.046 78.308
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
De kasgeldlimiet in euro's 6.771 6.725 6.634 6.656

Renterisicobeheer

De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
Onze ruimte binnen deze norm is als volgt:

x € 1.000
Renterisiconorm 2021 2022 2023 2024
Begrotingsvolume 79.654 79.113 78.046 78.308
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 20,00% 20,00% 20,00% 20,00%
Toegestane renterisiconorm 15.931 15.823 15.609 15.662
Renteherziening op vaste schuld (opgenomen) 0 0 0 0
Renteherziening op vaste schuld (uitgezet) 0 0 0 0
Aflossingen 3.345 3.345 3.345 3.345
Huidige renterisiconorm 3.345 3.345 3.345 3.345
Ruimte binnen de toegestane renterisiconorm 12.586 12.478 12.264 12.317

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren verstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. Jaarlijks wordt hier op afgelost. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

x € 1.000
Verstrekte geldleningen en gegarandeerde leningen Ultimo 2020
Rentedragende leningen 1.802
Gegarandeerde geldleningen (100%) 3.397
Indirect gegarandeerde geldleningen (WSW-achtervang) 30.279
Totaal 35.478

Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling (een iets oplopende rente voor de langere looptijden) wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte en deze wordt afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin: uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. We laten daarbij de kortlopende schuld niet onnodig hoog oplopen waardoor lang geld moet worden aangetrokken op een voor onze gemeente ongunstig moment: een evenwichtige spreiding van de aflossingen en rentebetalingen is belangrijk bij een beheersbare liquiditeitsbegroting.

Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Leningenportefeuille

Het verloop van onze leningenportefeuille staat in de geprognosticeerde balans (zie onder “Uiteenzetting van de financiële positie”).

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Het beeld wat structureel lijkt, voor de komende jaren, is dat aantrekken van een vaste geldlening onvermijdelijk lijkt te zijn.  Wel zijn er zijn liquide middelen beschikbaar, onder andere door schatkistbankieren, zodat we niet (volledig) hoeven te financieren. 

x € 1.000
Financieringsbehoefte per 31 december 2021 2022 2023 2024
Eigen vermogen 29.714 28.208 27.410 27.184
Voorzieningen 6.087 6.066 6.041 6.040
Vaste geldleningen 48.542 45.197 41.852 38.507
84.343 79.471 75.303 71.731
Vaste activa 78.136 69.745 64.898 60.654
Voorraden 22.289 21.135 19.925 20.113
Bijstelling op basis van geïnventariseerde risico's 2.800 5.600
100.425 90.880 87.623 86.367
Financieringstekort (-) danwel overschot (+) per 31 december - 16.082 - 11.409 - 12.320 - 14.636

De wijze van rentetoerekening

In het volgende renteschema staat hoe voor alle jaren de rentetoerekening in deze begroting is vormgegeven. Het renteresultaat is verantwoord bij het Overzicht algemene dekkingsmiddelen, taakveld treasury.

x € 1.000
Renteschema 2021 2022 2023 2024
Externe rentelasten over de korte en lange termijn 1.761 1.662 1.563 1.465
Externe rentebaten 39 38 38 37
Totaal door te berekenen rente 1.722 1.624 1.525 1.428
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties 665 604 578 549
Rente over eigen financieringsmiddelen
Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 1.116 1.157 1.134 1.108
1.781 1.761 1.712 1.657
Renteresultaat op het taakveld treasury -59 -137 -187 -229

EMU saldo

Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU-saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het voor 2021 begrote EMU-saldo voor onze gemeente bedraagt € 6.853.000 negatief. 

Overige ontwikkelingen

Schatkistbankieren
Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist.  De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2021 ongeveer € 597.000.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort en Hoen

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

 

De onderdelen inkoop & aanbesteding, informatisering & automatisering, documentaire informatievoorziening, financiële- en personele administratie als ook verzekeringen en business intelligence worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking.

Informatieveiligheid en privacy

Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) gegevensuitwisseling met overheidsorganisaties, (keten)partners, burgers, bedrijven en instellingen. Het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van gegevens kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Het kan ook leiden tot boetes of imagoschade. Een betrouwbare informatievoorziening is nodig voor het goed functioneren van de gemeente. Het is ook de basis voor het beschermen van de rechten van burgers en bedrijven.

De komende jaren blijft onze gemeente inzetten op het verhogen van de informatieveiligheid en het zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Dat doen we onder andere met het:

1. implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO);
2. voldoen aan de privacywetgeving, waaronder het doorontwikkelen van de toezichthoudende taak van de Functionaris Gegevensbescherming (FG);
3. vergroten en borgen van het informatiebeveiligings- en privacybewustzijn van medewerkers;
4. afleggen van verantwoording via de zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit), de zelfevaluatie BRP (Basisregistratie personen) en de zelfevaluatie PNIK (Paspoorten en Nederlandse Identiteitskaarten).

Rechtmatigheid

De gemeente moet bij de uitvoering van de gemeentelijke taken handelen volgens wettelijke richtlijnen. Het gaat hierbij om de rechtmatigheid van beheershandelingen die tot financiële transacties leiden. Deze financiële transacties worden in de jaarrekening verantwoord. Daarbij worden via interne controle de verordeningen op juistheid van handelen en rechtmatige totstandkoming getoetst. De kaders en belangrijkste activiteiten op het gebied van rechtmatigheid zijn vastgelegd in het beleidsplan interne beheersing en het jaarplan interne controle. Het speerpunt in het beleidsplan Interne Beheersing 2020-2022 is hoe we vanaf 2021 als organisatie kunnen voldoen aan de vereisten van de rechtmatigheidsverklaring. De invoering hiervan in de organisatie wordt stapsgewijs aangepakt.

Met ingang van 2021 wordt namelijk de invulling van de accountantsverklaring gewijzigd. De jaarstukken 2021 moeten een rechtmatigheidsverklaring van het college hebben. Jaarlijks legt het college in de rechtmatigheidsverklaring verantwoording af aan de raad over de mate waarin de bedrijfsvoering van onze gemeente financieel en organisatorisch in control is. De accountant geeft over de jaarrekening en de rechtmatigheidsverklaring van het college een oordeel over het getrouwe beeld. Daarmee vervalt het oordeel over de rechtmatigheid van de achterliggende beheershandelingen van de accountant. Dit wordt voortaan meegenomen in de getrouw beeld verklaring zelf. Het controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening 2020 wordt eind 2020/begin 2021, samen met het normenkader, ter vaststelling voorgelegd aan de Raad.

 

Organisatieontwikkeling


We ontwikkelen ons in 2021 verder naar de organisatie die we voor ogen hebben: ‘een flexibele, op de samenleving gerichte organisatie, die zich kenmerkt door Professionele dienstbaarheid, Integraliteit en Maatwerk (PIM)'.

Flexibele organisatie
De Coronacrisis heeft voor een versnelling gezorgd in het flexibel werken in de organisatie. In 2021 werkt een groot deel van onze medewerkers plaatsonafhankelijk. We gaan niet terug naar de tijd voor Corona. We werken vanaf 2021 naar verwachting in een hybride werkvorm waar we thuiswerken, maar elkaar ook ontmoeten op onze werklocaties. We passen de kantoorinrichting hierop aan. Het gemeentehuis richten we in als ontmoetingsplek waar we samen werken, overleggen en met elkaar in verbinding staan. We verwachten de aanpassingen vooralsnog te kunnen doen
binnen bestaande budgetten.

PIM en proeftuinen
De PIM werkgroepen gaan in 2021 verder waar we voor Corona waren gebleven. We gaan verder op expeditie door met elkaar in gesprek te gaan, van elkaar te leren en informatie met elkaar te delen. Om verbetering van integraliteit en professionele dienstbaarheid kracht bij te zetten werken we aan interne proeftuinen/labs. Medewerkers gaan vanuit verschillende vakgebieden aan de slag met vraagstukken. Ook experimenteren we met vernieuwde vormen van klantcontact en participatie. We verwachten hiermee op het gebied van houding en gedrag een professionaliseringslag te maken gericht op het aansluiten bij de dienstbare eerste overheid.

De PIM ontwikkelingen en pensionering van de adjunct-gemeentesecretaris zijn aanleiding om naar de organisatiestructuur te kijken.

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

PIM op expeditie is leidend voor het HR beleid en verankerd in onze personeelsinstrumenten zoals werving & selectie, introductie, leren en de gesprekscyclus. In 2021 besteden we extra aandacht aan leren, de gesprekscyclus en arbeidsomstandigheden.

Leren
Leren en ontwikkelen doen we op verschillende manieren en in verschillende vormen. Dit kan individueel, ‘on the job’, in proeftuinen, maar ook digitaal. Onze online leeromgeving de ‘Weststellingwerf academie’ bouwen we verder uit met maatwerkopleidingen en leerlijnen specifiek voor onze organisatie. Kennis van werkwijzen in de organisatie komt hiermee voor iedereen op eenzelfde manier beschikbaar. We gebruiken de ontvangen subsidie van het A&O fonds hiervoor.
Om het leren in proeftuinen kracht bij te zetten besteden we aandacht aan leren in samenwerkende groepen. We werken dit uit in ons concernbrede opleidingsprogramma.

Gesprekscyclus
Binnen de jaarlijkse plannings- en beoordelingsgesprekken bouwen we ruimte in voor 360 graden (door meerdere mensen gegeven) feedback en feedforward (benadrukt positief en gewenst gedrag in de toekomst). Dit inzicht draagt bij aan bewustwording van gewenst gedrag en aanwezige sterktes.

Arbeidsomstandigheden
Het thuiswerken en hybride werken in de toekomst vraagt een andere manier van aandacht besteden aan arbeidsomstandigheden. Onze zorgplicht die we als werkgever hebben wijzigt niet, het zicht op de arbeidsomstandigheden van medewerkers wel. We ontwikkelen beleid dat aansluit bij deze nieuwe werkelijkheid. We gaan bijvoorbeeld aan de slag met i-arbo gericht op virtuele hulp voor goede arbeidsomstandigheden. Ook komen we medewerkers tegemoet in noodzakelijke faciliteiten voor een thuiswerkplek. We gaan er vooralsnog vanuit dat we dit binnen bestaande budgetten kunnen opvangen.

Ziekteverzuim
We streven ernaar onder de landelijke verzuimnorm van het A&O fonds van 4,6% te blijven.

Paragraaf OWO-samenwerking

Paragraaf OWO-samenwerking

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Bestuursovereenkomst

De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2015 heeft per 1 juli 2017 de voltooiing van de bouw van de drie OWO-afdelingen bereikt. Na de bouwfase verkeren de OWO-afdelingen nu in de fase van continue verdere ontwikkeling en professionalisering en dat verloopt naar wens. De OWO-afdelingsplannen zijn de basis voor de onderlinge ambities, de bestaande afspraken en de financiële vereffening en verrekening tussen de drie gemeenten. Een uniek construct in Nederland. Nieuwe plannen of beleidsopgaven pakken de drie gemeenten, waar mogelijk, gezamenlijk op. Bij actuele of nieuwe (beleids)vraagstukken maken de OWO-gemeenten gebruik van elkaars kennis, kunde en/of capaciteit. Op deze manier lukt het de drie gemeenten om sneller en effectiever in te spelen op landelijke, provinciale of regionale opgaven. Een mooi voorbeeld hiervan is de invoering van de Omgevingswet.

Medio 2019 is een bijeenkomst van de drie OWO-gemeenteraden geweest waarin de raadsleden meegenomen zijn in de stand van zaken van de OWO-samenwerking en de ontwikkeling hiervan. Tijdens deze bijeenkomst is ook bij de raadsleden gepeild hoe zij aankijken tegen de samenwerking. Oogst van deze avond is dat de drie raden overwegend positief aankijken tegen de OWO-samenwerking. De drie OWO-gemeenteraden hebben ook gevraagd om een OWO-visie (strategische agenda) op papier te zetten. Aan deze opdracht is een vervolg gegeven door het opstellen van een document met de volgende onderdelen:

1. Waarom werken de drie gemeenten samen in de huidige samenwerking op basis van een bestuursovereenkomst?
2. Een inventarisatie vanuit de OWO-afdelingen waar de huidige samenwerking verbeterd en verder ontwikkeld kan worden.
3. Kansen voor verdere/meer samenwerking: mogelijkheden voor ‘uitbouwen’ van de samenwerking onder de huidige vorm en uitgangspunten.
4. De politieke wenselijkheid van de richting waarin de samenwerking zich ontwikkelt en een ambtelijke inventarisatie van de richting:
a. visie en/of inzichten van (een delegatie van) de drie gemeenteraden;
b. bestuurlijke (drie colleges) visie en/of inzichten over de richting;
c. ambtelijke (directies en MT’s) visie en/of inzichten over de richting.

In de zomer van 2020 is een concept OWO-visie (strategische agenda) door de drie OWO-colleges opgesteld op basis van een aantal bijeenkomsten. Dit concept is schriftelijk (vanwege de COVID-19-maatregelen kon een interactieve werksessie geen doorgang vinden) aan de drie OWO-gemeenteraden voorgelegd met een aantal gerichte vragen. Deze consultatieronde is in het derde kwartaal van 2020 afgerond. De input zal worden verwerkt en de definitieve versie zal eind 2020 met de drie gemeenteraden gedeeld worden.

OWO afdelingen

OWO-afdelingen: het fundament van onze samenwerking

www.weststellingwerf/organisatie/owo-samenwerking

OWO is het antwoord van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland op nauwer samenwerken tussen de gemeenten. Door krachten en kennis te bundelen, kunnen we de kwaliteit verhogen, de kwetsbaarheid verminderen en kosten besparen. OWO bestaat uit drie samenwerkende gemeenten die naast de eigen afdelingen drie gezamenlijke afdelingen hebben. Hier werkt ongeveer een derde van de medewerkers.

Ook buiten onze gemeenten is de OWO-samenwerking een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband: samen waar het kan én met behoud van eigenheid. Onverminderd zetten de afdelingen zich in voor de vier K’s:

1. meer Kwaliteit
2. vergroten Kennis
3. vermindering Kwetsbaarheid
4. minder (meer) Kosten

In de tweede helft van 2017, op het moment dat het einde van de bouwfase in beeld kwam, zijn de OWO-directie met de OWO-afdelingshoofden in gesprek gegaan over de toekomst en verdere
ontwikkeling van de OWO-samenwerking. De OWO-samenwerking is uniek en er staat een hele mooie basis. Cliché of niet, maar ‘stilstand is achteruitgang’ ligt op de loer. Om dit niet te laten gebeuren is eind 2018 een lijstje met prioriteiten opgesteld waarmee de OWO-samenwerking, gelet op alle ontwikkelingen buiten en binnen, de komende jaren aan de slag wil.

Deze prioriteiten zijn:

1. OWO 2.0 - herijken OWO-afdelingen
     OWO 2.0 - zoektocht OWO-identiteit
2. Ambities en inrichting dienstverleningsconcept
3. Door ontwikkelen inkoop- en aanbestedingsbeleid
4. Door ontwikkelen GEO-informatie
5. Positioneren verzekeringen
6. Harmonisatie APV
7. Actualiseren VTH-beleidsplan
8. Omgevingswet
9. Informatieveiligheidsbeleid en privacy
10. Innovatie

Afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) (gemeente Opsterland)

Het landschap waarin VTH zich bevindt, is volop in beweging. Vooral de komst van de Omgevingswet zorgt voor een ingrijpend veranderingsproces.

Beleidsplan Vergunningverlening, toezicht en handhaving fysieke leefomgeving
Voor de periode 2020-2024 is een OWO-breed beleidsplan vastgesteld. De drie gemeenteraden hebben kaders meegegeven voor dit beleidsplan. Het beleidsplan geeft richting aan de prioriteiten voor de afdeling VTH: een verschuiving van minder periodieke milieucontroles (onder andere veroorzaakt door verschuiving van deze taken naar de FUMO) naar meer tijd voor natuur, landschap en groen en meer aandacht voor de openbare ruimte. Daarnaast zijn energietransitie en ondermijning belangrijke aandachtspunten. De afdeling werkt aan accentverschuivingen in taken en competenties om de beleidsdoelen te kunnen realiseren. Mede ingegeven door een recent rekenkameronderzoek rond het proces van vergunningverlening is monitoring van resultaten nadrukkelijk in de uitvoeringsorganisatie opgenomen.

Omgevingswet
De Omgevingswet lijkt op 1 januari 2022 in werking te treden. Dit betekent niet dat op deze datum alle doelen uit deze wet gerealiseerd moeten zijn. Voor een aantal minimale eisen geldt dit wel maar een verdere implementatie loopt tot 2028. De drie gemeenten en de OWO-afdelingen trekken nauw samen op om op tijd klaar te zijn. Grote klussen zijn er op het gebied van automatisering en opleiden personeel. Ook de afstemming met de ketenpartners is van groot belang, vooral met de FUMO. In de begrotingen is hiervoor geld gereserveerd. De Omgevingswet zal ook gevolgen hebben voor de legesopbrengsten: meer vergunningsvrij bouwen zal tot minder legesinkomsten leiden. De impact nemen we mee in de begroting van 2022.

Afdeling Beheer en Registratie (gemeente Ooststellingwerf)

Digitalisering
Een rode draad die bij beide teams (Backoffice Sociaal Domein en Belastingen & Vastgoedinformatie) is te herkennen, is de voortschrijdende digitalisering. Niet alleen in de reguliere werkprocessen dat heeft geleid tot een reductie van het aantal fte’s, maar ook in de ontwikkelingen voor het komende jaar en de daarop volgende jaren. Dan gaat het over nieuwe applicaties, koppelingen tussen basisregistraties, digitaal registreren et cetera. Daarnaast hebben ook de wijzigingen in wet- en regelgeving grote invloed en ook hierin speelt de digitalisering een prominente rol zoals bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de invoer van landelijke administratieprotocollen. Deze veranderingen en ontwikkelingen hebben hun effect op het type medewerker dat deze werkzaamheden uitvoert, de mandateringen en de overdracht van werkzaamheden aan de OWO-afdelingen.

Monitoring uitgaven zorg
De afdeling is vertegenwoordigd in de diverse werkgroepen die de ontwikkeling van de uitgaven van de diverse onderdelen (Jeugd, Wmo et cetera) volgen. De capaciteit die hiermee gemoeid is, vangt de afdeling op binnen de reguliere capaciteit.

Invoering omgevingswet
De afdeling Beheer en Registatie neemt actief deel aan de werkgroep die de invoering van de Omgevingswet begeleidt. De capaciteit die hiermee gemoeid is wordt opgevangen binnen de reguliere capaciteit.

WOZ-waarden op basis van oppervlakte
Met ingang van 2022 moeten de woningen getaxeerd worden op basis van de oppervlakte in plaats van inhoud. Hiermee is gestart in 2019 en in 2022 vindt de eerste herwaardering plaats op basis van de oppervlakte. Het jaar 2021 is een testjaar en een jaar waarin de puntjes op de I worden gezet. We hebben voor 2019 en 2020 incidentele gelden ontvangen.

Aanbesteding
Er zijn verschillende applicaties waarvan de contracten aflopen die we niet meer rechtmatig kunnen verlengen. Daarom zullen we opnieuw moeten aanbesteden. De voorbereidende werkzaamheden voor de OWO-brede aanbesteding zijn in 2020 gestart en beide teams, zowel Backoffice Sociaal Domein als Belastingen & Vastgoedinformatie, nemen hieraan deel.

Afdeling Bedrijfsvoering (gemeente Weststellingwerf)

De afdeling Bedrijfsvoering levert advisering, ondersteuning en uitvoering van taken op het gebied van informatisering en automatisering, business intelligence, de documentaire informatievoorziening, de personeels- en salarisadministratie, inkoop en verzekeringen en de financiële administratie.

Informatisering en Automatisering (I&A)
De informatie- en communicatietechnologie (ICT) heeft vanaf 2021 extra geld nodig. Dit is bij de kadernota gemeld en aangevraagd. Veel digitaliserings- en automatiseringstaken hebben wij in het verleden al gedaan met het beschikbare geld. Maar de digitale verandering gaat door en hiervoor is nog veel nodig. Ook is extra geld nodig voor stijgende prijzen en contracten. ICT is niet meer weg te denken en is onderdeel van ons dagelijks bestaan. Onze OWO-ICT is voor:

• ruim 80.000 inwoners en bedrijven, en
• ongeveer 900 gebruikers.

Daarnaast werken wij samen met andere overheden en partners. Wij hebben hierin een wettelijke taak waarvoor eisen gelden. Onze data moet betrouwbaar en beschikbaar zijn. ICT moet het gewoon doen, snel werken, veilig en betrouwbaar zijn. Deze aanvraag voor extra geld is nodig om te blijven zorgen voor:

• veiligheid en snelheid van ons netwerk,
• alle gebruikers in ons netwerk,
• nieuwe inrichting werkplek,
• digitale diensten aan onze bedrijven en burgers,
• opslaan en delen van informatie,
• digitale werkprocessen.

In 2021 bieden I&A en DIV een voorstel aan voor het vaststellen van een informatievisie. Daarnaast zullen in 2021 de veiligheid en de beschikbaarheid van betrouwbare data en het blijven voldoen aan de wetgeving (AVG, BIG, BIO enzovoorts) belangrijke speerpunten zijn.

Door de versnelde uitrol van het op afstand werken door de COVID-19-maatregelen en het uitrollen van mobiele werkplekken in de drie gemeenten (onder andere laptops) zal ook in 2021 het werken op locatie en vanuit thuis of elders de nieuwe werkelijkheid zijn. We breiden de middelen en voorzieningen in 2021 waar nodig of gewenst verder uit en zetten het optimaliseren voort.

In 2021 moeten we een groot deel van het bestaande applicatielandschap en de daarbij behorende voorzieningen in de ketens van alle processen Europees aanbesteden en gunnen. De projectvoering is in 2020 voorbereid en rond de zomer van 2021 is bekend op welke manier en met welke leverancier(s) we voor de toekomst gaan bouwen aan de continuering van onze informatievoorziening, gegevensbeheer, uitwisseling van gegevens en de functionele toepassingen. De rechtmatigheid van de aanbesteding en de functionele wensen van alle proceseigenaren in de drie huizen gaan we in OWO-samenwerking bedienen.

Documentaire Informatievoorziening (DIV)
De nazorg van de invoering van het zaakgericht werken in OWO-verband vraagt aandacht. Zaakgericht werken biedt centraal inzicht in alle lopende zaken en ondersteunt volledige digitale dossiervorming. De uitfasering en ontsluiting van informatie van de bestaande documentaire management systemen (DMS) zoals Corsa en Decos rollen we uit en borgen we.

Vanuit de Archiefwet en de provincie als toezichthouder liggen grote opgaven om te voldoen aan de inrichting en het actueel zijn van de informatievoorziening en archiefvorming. Hiervoor zijn aanvullende middelen ingezet. Dit proces duurt nog zeker tot 2023, net als de extra inzet van personeel.

Binnen het ruimtelijk domein zal de naderende invoering van de Omgevingswet een grote rol gaan spelen. Daarbij staat een goede informatievoorziening voor zowel de ambtenaar als de burger centraal. Dit betekent dat we moeten investeren in een goede kwaliteit van onze gegevens.

Inkoop
Op het terrein van het inkoop- en aanbestedingsbeleid gaan we in 2021 het bestaande beleidskader hanteren en de toepassing stimuleren. Wij faciliteren, motiveren en sturen daarbij op onze beleidsdoelen: lokaal- en regionale inkoop daar waar dat kan. Het actieplan Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) rollen we verder uit waar het ambitiedocument circulaire economie Fryslân deel van uitmaakt.

Het thema Beter Aanbesteden, waarin wij met het ministerie landelijk zijn opgetrokken wordt toegepast. Dit heeft als doel het verbeteren van de inkoop van diensten en producten zodat het slimmer, beter en makkelijker wordt voor zowel ondernemers als overheden.

Verzekeringen
We ontwikkelen het onderwerp verzekeringen binnen de OWO-gemeenten verder met als focus risicomanagement: bewustwording van wat, wanneer verzekerd moet zijn. In 2021 gaan wij werken volgens het in 2020 gepresenteerde verzekeringenbeleidskader. De groei in het aantal claims en verzekeringen voor de gemeenten zorgt er tevens voor dat gemeenten in control moeten zijn. Door deze ontwikkelingen bestaat het risico dat in de komende jaren de grote verzekeraars premies en het eigen risico gaan verhogen. Voor deze begroting was er nog geen aanleiding om de budgetten hierop aan te laten passen. We volgen de marktontwikkelingen op de voet.

Financiële administratie
Het op tijd binnen de gestelde kaders betaalbaar stellen van facturen is een continu proces waarbij de norm is dat minimaal 95 procent van de onbetwiste facturen binnen dertig dagen betaald zijn. Het verwerken, muteren en verantwoorden van onze financiën in combinatie met het ontsluiten van deze informatie is in combinatie met onze ondersteuning voor de reguliere planning- en controlcyclus een prominente activiteit.

Personeels- en salarisadministratie
De personeels- en salarisadministratie (PSA) faciliteert gebruikers met het softwarepakket e-HRM waarmee zij eenvoudig, overal en altijd hun zaken kunnen inzien of regelen, zoals de salarisspecificatie, declaraties, verlofregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden. Leidinggevenden krijgen (digitale) ondersteuning in het werken met digitale personeelsdossiers. Daarnaast ondersteunt PSA de (werving- en selectie)processen en overige vraagstukken van HRM.

Nieuwe ontwikkelingen
Onderstaand melden wij thema's waarvan wij voorzien dat zij nog in 2021 een rol gaan spelen maar waar vooralsnog geen financieel gevolg aan is gegeven in deze begroting. Zodra over deze thema's meer bekend is op gevolg, benodigde acties en financiële middelen wordt dit bekend gesteld en in de eerstvolgende reguliere processtap van de Planning & Control cyclus meegenomen.

1. Veranderende en nieuwe wetgeving
1.1 Wet open overheid: deze wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Deze wet vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De impact voor de OWO-gemeenten is momenteel lastig in te schatten en nader onderzoek is nodig. Ook de Eerste Kamer heeft de behandeling voorlopig opgeschort om ruimte te geven voor nader onderzoek naar de impact van de wet voor overheden. Er bestaat brede consensus over het belang van de Wet open overheid, maar nog niet over de invulling. De strekking van de wet is duidelijk: actiever en transparant (overheids)informatie delen. En dit stelt eisen aan de kwaliteit van de informatiehuishouding (archivering, systemen, processen, publicatiekanalen) en aan de kennis van betrokken medewerkers.

1.2 Archiefwet 2021: deze wet is in voorbereiding en heeft gevolgen door de verkorting van de termijnen voor de overbrenging van archiefstukken van twintig jaar nu naar tien jaar straks. Ook gelet op het interbestuurlijk toezicht (IBT) vanuit de provincie zijn extra inspanningen nodig om te kunnen voldoen aan datgene wat in het Verbeterplan door de toezichthouder wordt gevraagd.

2. Informatisering, digitalisering en automatisering
In 2019 is onderzoek gedaan naar de inrichting van een voor de toekomst bestendige informatievoorziening in de OWO-samenwerking. Uit dit onderzoek is een aantal aandachtsgebieden naar voren gekomen. De uitwerking van deze aandachtsgebieden vindt in 2020 en 2021 plaats en heeft budgettaire consequenties.

2.1 Data gedreven werken: om hier invulling aan te geven zoeken we regionaal de aansluiting bij Data Fryslân in Leeuwarden. Dit is om Proces- en projectvoeringkosten om data gedreven werken te optimaliseren.

2.2 Nieuwe rollen en functies zoals IT-architect, Informatie Architect, Change Management (ITIL-procesvoering) en Incidentbeheerder. Om de kwetsbaarheid op het gebied van netwerkbeheer te verminderen is aanvullende spreiding van kennis noodzakelijk. Voor een belangrijk deel zetten we de beschikbaar gekomen vacatureruimte (1 fte) in. Om het gehele pakket kwalitatief goed en toekomstbestendig af te dekken is aanvullend nog 1 fte nodig.

2.3 Nieuwe rol en functie van strategische Informatiemanager.

3. Archiefverplichtingen en werkvoorraad wegwerken DIV
Om de achterstanden en de werkvoorraad weg te werken en de archieven op orde te brengen is zowel in 2021 als ook in 2022 en 2023 nog extra inhuurcapaciteit nodig. Het gaat vooral om uitvoeringstaken bij DIV zoals scannen, registreren, archiveren, inventarissen overbrengen en het doen van kwaliteitscontroles. Archieven moeten op orde zijn, zoals de Archiefwet voorschrijft. Als dit niet het geval is dan kan er sprake zijn van taakverwaarlozing.

Aan de ontstane situatie ligt een aantal redenen ten grondslag. Er is sprake van een hoog ziekteverzuim en langdurige uitval van medewerkers en het is lastig mensen te vinden met de juiste competenties. Daarnaast is er sprake van een hybride situatie (zowel papier als digitaal archiveren in 2019 en 2020) met dubbele werkzaamheden tot gevolg. We hebben ook te maken met verschillende werkwijzen in de drie OWO-gemeenten en we moeten systemen en processen opnieuw opbouwen die nog niet optimaal werken. Deze werkzaamheden zijn majeur en veel omvattend; op de procesvoering is nog zeker voor drie jaar extra inzet noodzakelijk.

Paragraaf Verbonden Partijen

Paragraaf Verbonden Partijen

Portefeuillehouder(s)

College

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

Wij hebben een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. De samenwerkingsvormen duiden we aan met het begrip 'verbonden partijen''. Hieronder verstaan we een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
Met bestuurlijk belang bedoelen we: de gemeente heeft zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht.
Onder financieel belang verstaan we: het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is dat de gemeente alleen participeert in een verbonden partij als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten is de doelstelling van de verbonden partij geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het vaak om:

  • Efficiency voordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.
  • Wettelijke verplichting

Zeggenschap in de praktijk

De gemeente kan invloed uitoefenen door middel van:

- besturen van stichtingen en gemeenschappelijke regelingen
- vergadering van aandeelhouders
- raad van commissarissen
- toezicht

Wij wenden onze invloed aan als het gaat om sturing op (onder andere) financiën, risico’s en toekomstvisie.
Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur. Hierdoor is de directe invloed per definitie beperkt. Bij een meerderheid voor een voorstel zal de minderheid zich moeten schikken. De democratische controle op de verbonden partijen ligt bij de gemeenteraad. Collegeleden die deel uitmaken van een bestuur van een verbonden partij, leggen verantwoording af aan de raad.

Financieel belang

Het financiële belang in een verbonden partij staat per instelling in de tabel onderaan deze paragraaf. 

Beleidsontwikkelingen enkele verbonden partijen

Veiligheidsregio Fryslân

De Veiligheidsregio Fryslân (VRF) levert een bijdrage aan een veilig en gezond Fryslân. De VRF richt zich op brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en crisisbeheersing. Het beleid van de VRF richt zich op het bevorderen van samenwerking en beter gebruik maken van informatie en technologie. De begroting is opgebouwd uit 4 onderdelen:
1. GGD;
2. Crisisbeheersing;
3. Brandweer
4. Organisatie

Ad 1. GGD
De hoofdambitie van de GGD is “we gaan de komende vier jaren gezondheidswinst boeken”. De GGD richt zich daarom in 2021 op de volgende speerpunten:
• Gezondheid krijgt in alle omgevingsvisies een plek;
• Kinderopvang in Friesland voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en veiligheid;
• De huidige vaccinatiegraad blijft op peil;
• Minder druk op de specialistische hulp en zorg;
• Het voorkomen en bestrijden van antibioticaresistentie;
• Niemand valt tussen wal en schip.

Ad 2. Crisisbeheersing
In 2021 gaat de afdeling crisisbeheersing met de volgende speerpunten aan de slag:
• Risico’s in beeld te hebben door middel van een actueel risicobeeld en het
veiligheidsbewustzijn van burgers te vergroten;
• de netwerksamenleving binnen de crisisorganisatie verbeteren;
• De crisisorganisatie bekwaam en up to date houden;
• De advisering verbeteren bij evenementen en de zorg continuïteit bij crises;
• Leren van evaluaties en belevingsonderzoeken.

Ad 3. Brandweer
In 2020 gaat de brandweer met de volgende speerpunten aan de slag op het gebied van brandweer:
• Samen aantoonbaar paraat en vakbekwaam;
• Risicobewust en risicogericht samenwerken.

Ad 4. Organisatie
Voor de VRF als organisatie staan de volgende drie speerpunten centraal:
1. Digitalisering van alle dienstverlening aan inwoners van Fryslân;
2. Duurzaamheid voorbeeldgedrag: in 2022 staat nul op de meter;
3. Uitstekend werkgeverschap: in 2020 is de VRF een ‘Great Place To Work’.

Welstandszorg Hûs en Hiem
Hûs en Hiem verzorgt de welstandsadvisering voor de gemeenten in  Fryslân. Met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022 vervalt de huidige vorm van de welstandstoetsing. Onder aansturing van de Vereniging Friese Gemeenten wordt onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van de welstandstoets. Op basis van het rapport "Borging en versterking ruimtelijke kwaliteit bebouwde omgeving" wordt de discussie verder gevoerd. In 2021 zal besluitvorming plaatsvinden. 

FUMO
De nieuwe begroting van de FUMO is voor het eerst sinds een aantal jaren nagenoeg gelijk aan de begroting van het vorige jaar. Voor Weststellingwerf zit er zelfs een klein voordeel in van € 1000. De FUMO krijgt meer en meer grip op haar bedrijfsprocessen waardoor de efficiency toeneemt. Ontwikkelingen zoals de Omgevingswet zullen wel extra inzet vragen, maar aan de andere kant is het weerstandsvermogen eerder op het gewenste niveau dan verwacht. Al met al heeft dit tot gevolg dat de gemeentelijke bijdrage niet stijgt in 2021. OWO blijft inzetten op een goede verbinding met de FUMO en is actief betrokken bij een aantal primaire bedrijfsprocessen om zodoende recht te doen aan één van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek rond het proces van vergunningverlening in 2019.

Omrin
Wij zijn samen met de Friese gemeenten (met uitzondering van Smallingerland) aandeelhouder van Afvalsturing Friesland (met handelsnaam Omrin).
Omrin is tot stand gekomen vanuit de wens tot meer integrale samenwerking op het gebied van afval. Doelstelling van de samenwerking is een betere kostenbeheersing en meer invloed op het ketenbeheer. De aangesloten gemeenten hebben een leveringsplicht van huishoudelijk afval aan Omrin.
De visie van Omrin is: “Van grondstof naar product, van product naar afval, van afval terug naar grondstof. Hoe beter we kringlopen sluiten, des te minder grondstoffen we nodig hebben”.
Op Ecopark de Wierde staat de scheidings- en bewerkingsinstallatie. Machines halen zoveel mogelijk herbruikbare afvaldeeltjes uit het huishoudelijk afval. Het afval dat overblijft, gaat naar de ReststoffenEnergieCentrale (REC) in Harlingen. Door dit afval te verbranden, wordt duurzame energie opgewekt. Omrin is voortdurend bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de overgang Van afval naar grondstof (Vang).

De Marrekrite
Voor de aanleg en onderhoud van recreatieve voorzieningen in Friesland is in 1957 De Marrekrite ingesteld. De belangrijkste taak is het beheer en onderhoud van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen en het wandel- en fietsknooppuntennetwerk. Ook het aanleggen, aanpassen en uitbreiden van het wandel- en fietsknooppuntensysteem en het beheer en onderhoud van routenetwerken (borden) gebeurt door de Marrekrite. Het onderhoud van de fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie en de gemeenten.

Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale werkvoorziening Fryslân
Als uitkomst van de herstructurering SW bedrijf in 2019 is de GR SW Fryslân omgevormd tot een bedrijfsvoeringsorganisatie. De GR heeft als enige doel om werkgever te zijn voor de SW medewerkers van Caparis NV.
Inhoudelijk wordt er niet meer gestuurd vanuit de GR. Deze sturing is verplaatst naar de dienstverleningsovereenkomsten die de individuele gemeenten hebben afgesloten met Caparis NV.
De GR heeft jaarlijks minimale kosten voor bijvoorbeeld de facilitering van de SW raad, het opstellen van de jaarrekening en de facilitering van de bestuursvergaderingen.

Stichting Comprix
Stichting Comprix is verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs in de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf en Opsterland.  In Weststellingwerf gaat het om 21 openbare basisscholen.

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.
Onze gemeente is sinds begin 2018 deelnemer in de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. Voorheen was dit Stichting Openbare Verlichting Fryslân (SOVF). Deze coöperatie doet het onderhoud aan de openbare verlichting van de meeste Friese gemeenten en de provincie Fryslân. Daarnaast koopt de coöperatie energie in voor deze partijen.

Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt 

Veiligheidsregio Fryslân
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel door schaalvergroting
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2021  Veiligheid € 1.496.259 Gezondheid € 1.065.544
Ontwikkelingen 2021 Beschermen en bevorderen van de gezondheid en veiligheid van inwoners in Friesland. Dit door middel van verbeterde zorg, crisisbeheersing en digitale beveiliging.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2018 € 5.266.000 58.560.000
31-12-2019 € 3.615.000 €  69.718.000
Resultaat 2019 € -524.000
Portefeuillehouder Van de Nadort
FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)
Vestigingsplaats Grou
Doel deelname Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2021 €  333.000
Ontwikkelingen 2021 De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken.
Doel van de FUMO is het realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten. Per 1-1-2020 zijn, op basis van het Besluit VTH, achtergebleven taken van gemeenten geïmplementeerd bij de FUMO. Ook ligt de focus op de voorbereiding op de implementatie van de Omgevingswet.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2018 647.000 4.245.000
31-12-2019 €  1.365.000 €  4.791.000
Resultaat 2019 € 391.000
Portefeuillehouder Jongebloed
GR Hus en Hiem
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel
Belang In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.
Ontwikkelingen 2021 De invoering van de Omgevingswet en de COVID-19 epidemie zal invloed gaan hebben op de gehele bouwsector. 
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2018 369.000 € 120.000
31-12-2019 € 334.000 € 82.000
Resultaat 2019 € 7.000
Portefeuillehouder Zonderland
Recreatieschap voor het Friese Waterland 'De Marrekrite'
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf Provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2021 € 29.000 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.
Ontwikkelingen 2021 Duurzame (vervangings-)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2018 4.137.000 1.380.000
31-12-2019 € 4.740.000 € 490.000
Resultaat 2019 € 603.000
Portefeuillehouder Hoen
OLAF / OMRIN 
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf  Provincie Fryslân en de Friese gemeenten
Belang Zie onder OMRIN
Ontwikkelingen 2020 Zie onder OMRIN
Vermogen Zie onder OMRIN
Resultaat 2018 Zie onder OMRIN
Portefeuillehouder Rikkers
GR SW Fryslân
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel
Belang Exploitatiebijdrage 2021 € 5.000
Ontwikkelingen 2021 Als gevolg van de gemaakte afspraken in de fairdeal tussen de 8 gemeenten en Caparis NV is de relatie tussen de GR en de 8 gemeenten veranderd. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de sociale werkvoorziening zich in de komende jaren gaat ontwikkelen. 
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2018 600.000 € 5.661.000
31-12-2019 € 458.000 € 5.161.000
Resultaat 2019 € -142.000
Portefeuillehouder Rikkers

2. Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen
Belang Deelname € 120.892
Ontwikkelingen 2020 Voorkomen schuldproblematiek.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2018 2.371.000 42.801.000
31-12-2019 € 2.704.000 € 39.848.000
Resultaat 2019 333.000
Portefeuillehouder Rikkers
Stichting FRIGEM
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Krachtenbundeling aandeelhouders (voormalig)
Opmerking Gezamenlijke vertegenwoordiging oud-aandeelhouders NV FRIGEM in aandeelhoudersvergadering (voormalig) Essent. Lid college in bestuur
Belang Geen
Ontwikkelingen 2021 Er worden geen gemeentelijke taken uitgevoerd.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2018 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Jongebloed 
Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)
Vestigingsplaats Wolvega
Doel deelname Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.
Belang Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.
Ontwikkelingen 2021 geen specifieke ontwikkelingen
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 7.813.000 6.051.000
31-12-2019 € 9.188.000 € 6.001.000
Resultaat 2019 € 1.375.000
Portefeuillehouder Hoen
Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. 
Vestigingsplaats Sneek
Doel deelname Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.
Belang Exploitatiebijdrage 2021 € 26.000
Ontwikkelingen 2020 Professionalisering van dit samenwerkingsverband op het gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie verder ontwikkelen.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2018 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Rikkers

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

Caparis NV
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering geven aan de WSW  
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel
Belang De gemeente is aandeelhouder.
Ontwikkelingen 2021 Zie de ontwikkelingen GR SW Fryslân
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 13.920.000
€ 9.966.000
31-12-2017 € 16.091.000 € 7.505.000
Resultaat 2017 € 2.171
Portefeuillehouder Jongebloed
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doel deelname BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Belang Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178
Ontwikkelingen 2021 COVID-19 epidemie zal invloed gaan hebben op de resultaten, echter zijn de gevolgen nog niet in te schatten. 
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2018 4.991.000.000­ 132.519.000.000
31-12-2019 € 4.887.000.000 € 144.802.000.000
Resultaat 2019 € 163.000.000
Portefeuillehouder Jongebloed 
OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000
Ontwikkelingen 2021 De wereldbevolking groeit, onze grondstoffen worden schaarser. We moeten zuinig zijn met wat we hebben. Omrin droomt daarom van een circulaire economie. Een systeem waarin we grondstoffen en producten zoveel mogelijk hergebruiken.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2018 € 50.585.000 € 152.203.000
31-12-2019 € 57.000.000 € 142.008.000
Resultaat 2019 € 6.536.000
Portefeuillehouder Rikkers

 

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf Grondbeleid

Portefeuillehouder

Jongebloed en Zonderland

Organisatie

Ruimte

Algemeen

Inwoners en ondernemers investeren in de nieuwbouw van woningen en bedrijfspanden. Hiervoor hebben ze grond gekocht van de gemeente. De Coronacrisis heeft beperkte invloed gehad op de verkoopresultaten. Wat de effecten in 2021 en de langere termijn zijn, laat zich lastig voorspellen. Met de huidige interesse in onze kavels verwachten wij dat de lijn van 2020 in 2021 wordt voortgezet. 

Gedurende het jaar worden de grondexploitaties kritisch gevolgd bij de jaarlijkse planning & controlcyclus. Dit betekent dat jaarlijks de ramingen van de grondexploitaties bij de jaarrekening worden geactualiseerd. Bij de begroting worden de kosten, fasering en verkoopritme getoetst aan de hand van de ramingen. Bij de ontwikkelingen van de bouwgrond in exploitatie (BIE) zijn per exploitatie de verwachtingen voor 2021 aangegeven. 

Marketing

De beschikbare woningbouwkavels en bedrijventerreinen wordt door ons onder de aandacht gebracht bij potentiële belangstellenden. Wij bereiken onze doelgroepen door het inzetten van verschillende communicatiemiddelen, die zijn afgestemd op deze doelgroep. Voor de verkoop van bedrijventerreinen is een marketingstrategie ontwikkeld. In 2021 wordt deze ingezet voor de verkoop van kavels op De Plantage en Uitbreiding Schipsloot. 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Hieronder wordt nader ingegaan op vier grondexploitaties waarvan twee bedrijventerreinen en twee woningbouwlocaties. De woningbouwlocatie De Tuinen wordt naar verwachting in 2020 afgerond. Het afsluiten van de grondexploitatie is mogelijk als alle kavels zijn verkocht en het openbaar gebied definitief is ingericht. In 2021 blijkt of dit is gerealiseerd voor De Tuinen of dat de looptijd van deze exploitatie moet worden verlengd. Dit geldt ook voor de exploitaties Oldeholtpade en Noord West III. Een verlenging van de grondexploitatie(s) zorgt voor een nadelig financieel effect als gevolg van rentekosten. Bij de Jaarrekening 2020 wordt u hierover nader geïnformeerd.

Woningbouwlocaties

Lindewijk Wolvega
De begroting 2021 voor Lindewijk (deelgebieden 1 en 2) ligt, voor zover het deelgebied 1 betreft, in het verlengde van de vastgestelde grondexploitatie Lindewijk. Nadat het bestemmingsplan voor Lindewijk deelgebied 2 door de raad is vastgesteld (prognose: begin 2021) zal integraal over Lindewijk worden gerapporteerd. In deze begroting treft u voor Lindewijk deelgebied 1 en deelgebied 2 aparte toelichtingen aan.

Lindewijk deelgebied 1 Wolvega
Het herstel van de woningmarkt in 2019 zet in 2020, ondanks of dankzij Corona, goed door. De verkoop van particuliere bouwkavels in het dure segment loopt rustig door. De teller voor het verkoopresultaat staat eind augustus 2020 op 35 projectmatige kavels en 4 particuliere bouwkavels. Op dit moment (september 2020) zijn er 12 opties op particuliere kavels. De overdracht van het beheer van het openbaar gebied in de Lindewijk aan de staande organisatie is in mei 2020 geëffectueerd.

Lindewijk deelgebied 2 Wolvega
In de tweede helft van 2019 is gestart met het vaststellen van de uitgangspunten voor het stedenbouwkundig plan Lindewijk deelgebied 2. Tevens zijn diverse onderzoeken (alle met positief resultaat) uitgevoerd. In het voorjaar van 2020 is het stedenbouwkundig plan opgesteld, en medio 2020 is gestart met het opstellen van het bestemmingsplan Lindewijk deelgebied 2.

Locatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
Deze grondexploitatie heeft een looptijd tot en met 2024. Met de start van de bouw van de laatste acht projectmatige rijwoningen, is de interesse voor de particuliere kavels voor vrijstaande woningen toegenomen. De verwachting is dat de (geplande) verkopen in 2021 worden gerealiseerd. 

Bedrijventerreinen

Zoals aangegeven onder het kopje 'marketing' is gestart met de nieuwe marketingstrategie. Hiermee verwachten wij ook onze zichtlocaties meer onder de aandacht te brengen bij potentiële kopers.

De Plantage te Wolvega
Tot de grondexploitatie van De Plantage behoort het bedrijventerrein en de twee woningbouwkavels aan de Heerenveenseweg. Op De Plantage is nog een ruim aanbod van zichtlocaties en één kavel op een niet-zichtlocatie. De gereserveerde kavels aan de Heerenveenseweg worden waarschijnlijk in 2021 verkocht. Na de bouw van de woningen wordt de openbare ruimte bij de woningen definitief ingericht.

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
In 2020 is de belangstelling voor Uitbreiding Schipsloot verder toegenomen. De verkopen worden in 2020/2021 gerealiseerd. Langs de Om den Noort zijn nog voldoende mogelijkheden voor de vestiging van bedrijven. Ook zijn er nog kavels voor werken/wonen beschikbaar. Belangstellenden kunnen voor deze werken/wonen kavels gebruik maken van ruimere bebouwingsmogelijkheden. De verwachting is dat deze verruiming meer interesse oplevert.

Prognose 2021

Toelichting grondexploitaties
De prognoses in onderstaand overzicht zijn gebaseerd op de vastgestelde grondexploitaties bij de jaarrekening 2019.  Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarverslaggeving van juli 2019 moet jaarlijks het resultaat per grondexploitatie in begroting en jaarrekening worden verwerkt. Dit gebeurt via de Percentage of Completion (POC) methode. Dit betekent dat bij meerjarige grondexploitaties de verwachte winst niet pas aan het einde van de looptijd wordt verantwoord maar jaarlijks tijdens de looptijd.

Voor de grondexploitatie locatie Renbaanschool is met de POC methode een winstverwachting berekend. Bij de jaarrekening 2020 zullen wij bezien hoe groot de winstverwachting is en of wij verantwoord een deel hiervan kunnen gebruiken. De overige grondexploitaties hebben voorzichtigheidshalve geen verwachte winsten of toe- en afname van de voorzieningen in 2021.

x € 1000
Grondexploitaties boekwaarden (BW) Boekwaarde 1-1-2020 Verliesvoorziening tot 2021 Winstuitname tot 2021 Balanswaarde 1-1-2021 Investeringen 2021 Opbrengsten 2021 Verliesvoorziening 2021 Winstuitneming 2021 Balanswaarde 31-12-2021
Woningbouwterreinen
Wolvega Lindewijk 16.474 1.291 - 15.183 2.301 5.699 - - 11.785
Noordwolde Locatie Renbaanschool 183 - 22 205 70 183 - - 92
Totaal 16.657 1.291 22 15.388 2.371 5.882 - - 11.877
Bedrijventerreinen
Wolvega Schipsloot 4.751 1.031 - 3.720 199 529 - - 3.390
Wolvega De Plantage 4.750 2.669 - 2.081 158 899 - - 1.340
Totaal 9.501 3.700 - 5.801 357 1.428 - - 4.730
Totaal 26.158 4.991 22 21.189 2.728 7.310 - - 16.607

Prognose einde looptijd

x € 1000
Grondexploitaties per 31-12-2020 Resterende looptijd in jaren Boekwaarde 31-12-2020 Nog te maken kosten Nog te ontvangen opbrengsten Eindwaarde (einde looptijd) NCW 2,00% NCW 2,61% Verlies- voorziening totaal Winst- uitname totaal
Woningbouwterreinen
Wolvega Lindewijk 9 13.076 15.432 29.740 1.671 1.472 1.291 1.291 -
Noordwolde Renbaanschool 1 70 332 569 - 199 - 184 - 180 - 22
totaal 13.146 15.765 30.309 1.472 1.288 1.111 1.291 22
Bedrijventerreinen
Wolvega Schipsloot 9 4.421 1.647 4.520 1.282 1.031 964 1.031 -
Wolvega De Plantage 3 4.009 1.387 2.376 2.947 2.669 2.589 2.669 -
totaal 8.430 3.034 6.896 4.229 3.700 3.553 3.700 -
Totaal 21.576 18.798 37.205 5.701 4.988 4.664 4.991 22

Paragraaf Regiodeal

Paragraaf Regiodeal

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

Algemeen

In juli 2020 is de Regiodeal Zuidoost Friesland gesloten met het Rijk. Een samenwerking tussen 7 partners in Zuidoost Friesland (Opsterland, Weststellingwerf, Ooststellingwerf, Heerenveen, Smallingerland, Wetterskip en Provincie Friesland) en het Rijk.
De Regiodeal is een vervolg op de streekagenda en een nieuw hoofdstuk in de samenwerking Zuidoost Friesland. Met het programma Vitaal en Veerkrachtig Zuidoost wordt de komende 4 jaar 30 miljoen geïnvesteerd vanuit Rijk en regio. De Regio Deal geeft een stevige impuls aan Zuidoost Friesland. Met de mienskip slaan we de handen ineen om hun dorpen en het landschap nog sterker te maken. Zo blijft dit unieke gebied een fijne plek om te leven, te werken, te ontmoeten én te bezoeken, nu en in de toekomst.
Het Fries Sociaal Planbureau gaat de uitvoering van de deal monitoren en combineert dit met een regionale vertaling van de monitor Brede Welvaart.

Als regio werken we aan de volgende projecten
- Regiofonds € 1 miljoen
- Duurzaamheid € 1 miljoen
- Recreatie en toerisme € 1 miljoen
- Zorgeconomie € 525.000
- Dorp ontwikkel maatschappijen € 125.000
- Landschap en natuur € 250.000

Voor Weststellingwerf zijn de volgende projecten voorgesteld. Deze zijn nog onder voorbehoud van besluitvorming in uw raad. De bedragen die er achter staan, zijn de bijdragen vanuit de Regiodeal.

- Bestemming Wolvega € 1 miljoen
- Zuidelijke poort (Driewegsluis) € 300.000
- Gebiedsontwikkeling Beekdal Linde € 800.000 (in samenwerking met provincie en Wetterskip, waarvan € 300.000 voor Weststellingwerf )

Tot slot zal het Wetterskip in Oldelamer een project natuur en water uitvoeren voor een bedrag van € 500.000

Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma

Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort, Jongebloed, Zonderland, Rikkers en Hoen

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

Inleiding

Het dynamisch investeringsprogramma
Bij de kadernota 2020-2023 hebben we een dynamisch investeringsprogramma ingesteld. In het overzicht hieronder zijn de budgetten van dit programma opgenomen. Als zich nieuwe kansen voordoen, dan zullen we ze toevoegen aan deze dynamische investeringsagenda. Vanuit het dynamisch investeringsplan is ook een relatie te leggen met de Regiodeal. Wij zien hierdoor synergievoordelen en cofinancieringsmogelijkheden ontstaan. Duidelijk is dat het geld wat we aan precario hebben en zullen ontvangen en de budgetten voor de collegeambities voldoende zijn. De financiële vertaling van de projecten zal pas in de begroting wordt opgenomen als de projecten gereed zijn voor uitvoering. We komen voor de financiële voorstellen terug bij u. 

Dynamische investeringskalender

 

Grote Projecten bestuursakkoord Dynamisch investeringsplan
Centrum Wolvega* € 2.500.000
Infra De Blesse € 3.500.000
Scholen € 2.700.000
Infra Lycklamaweg € 1.500.000
Rottige Meente/ Driewegsluis € 1.000.000
Bijdrage sportaccommodaties incl. kunstgrasvelden** € 400.000
Fietspad langs de Linde fase 2 € 1.217.000
Fietspad langs de Linde fase 3 € 580.000
Totaal € 13.397.000
**
* er is een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld
** aan dit project is een bijdrage verleend

Fietspad langs de Linde fase 2 en 3

De eerste fase van het fietspad, Driewegsluis tot Steenwijkerweg, is afgerond. Voor de fasen twee (Lindepad) en drie (ontbrekende schakel tussen Kontermansbrug en het IJkenverlaatpad) zijn de voorbereidingen bezig. Zowel fase twee als fase drie maken deel uit van de gebiedsinrichting Beekdal-Linde. Zie verder programma 2.

Centrum Wolvega

Wij werken aan een compact en aantrekkelijk centrum in Wolvega. Wij doen dit samen met de ondernemers, inwoners, vastgoedeigenaren en overige stakeholders. In programma 3 van deze begroting staat dit onderdeel verder beschreven.

Infra De Blesse

We maken van de oude rijksweg 32 een plattelandsweg met een dorps karakter. Er wordt samen met bewoners, gesproken over een passende herinrichting.
Aanvang van de uitvoering wordt voorzien in 2021 en daartoe ontvangt u van ons de voorstellen. Zie verder ook programma 2.

Scholen

In het dynamisch investeringsprogramma is een bedrag opgenomen voor de mogelijke uitkomsten van het Integraal strategisch onderwijshuisvestingsplan (ISHP).

Infra Lycklamaweg

Het gaat hier om het autoluw en verkeersveilig maken van de Lycklamaweg en het realiseren van een veilige spoorwegovergang. Samen met de aanwonenden wordt een plan opgesteld voor herinrichting. Besluitvorming hierover en het beschikbaar stellen van het krediet wordt voorzien in 2021. 

Rottige Meente/ Driewegsluis

In 2019 heeft u een startnotitie vastgesteld. In 2021 zullen wij u een voorstel doen toekomen inclusief kredietaanvraag en verder werken aan de uitvoering hiervan. 

Bijdrage sportaccommodaties incl. kunstgrasvelden

In het investeringsprogramma was een budget van € 400.000 opgenomen voor bijdrage aan het Masterplan van FC Wolvega. Deze bijdrage is in 2020 toegekend. 

Publicatiedatum: 25-09-2020

Inhoud