Programma 6 | Sociaal domein

Inhoud

Programma 6 | Sociaal domein

Portefeuillehouder(s) Rikkers en Zonderland
Organisatie Sociaal domein

Taakvelden

  • Samenkracht en burgerparticipatie
  • Arbeidsparticipatie
  • Begeleide participatie
  • Geëscaleerde zorg 18+
  • Inkomensregelingen
  • Maatwerkdienstverlening 18+
  • Maatwerkdienstverlening 18-
  • Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
  • Wijkteams
  • Geëscaleerde zorg 18-

Actuele ontwikkelingen en trends

Gevolgen van de corona-crisis

BUIG
Het kabinet heeft economische maatregelen genomen om banen en inkomens te beschermen en de gevolgen van de corona-crisis voor zzp’ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven te beperken. Dit zijn de regelingen waar de meeste ondernemers op dit moment gebruik van maken:

  • Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)
  • Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS)
  • Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

Van bovenstaande regelingen voeren wij als gemeente de Tozo uit. Zelfstandigen kunnen maximaal drie maanden inkomensondersteuning ontvangen en een lening voor een bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal € 10.157 .

Wij hebben de uitvoering voor de bijstand voor zelfstandigen uitbesteed aan Bureau Zelfstandigen Fryslân (dit is een onderdeel van gemeente Leeuwarden). De uitvoering van de Tozo regeling ligt hierdoor ook bij Bureau Zelfstandigen Fryslân. Voor de uitkeringskosten van de Tozo hebben wij van het rijk in maart 2020 een voorschot ontvangen. Na afloop van dit jaar moet iedere gemeente zich verantwoorden over de werkelijke uitgaven. Voor de vergoeding van de uitvoeringskosten geldt een vast bedrag per besluit op een aanvraag. 

Inkomensregelingen
De verwachting is dat meer inwoners een beroep zullen doen op de bijstand.  Een deel van de groep inwoners die hun baan verliest heeft recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Zij zullen nog niet gelijk een beroep doen op de bijstand. Hierdoor neemt mogelijk de instroom in de bijstand pas later toe. Inwoners die recent uit de uitkering zijn gestroomd en hun baan verliezen hebben vaak nog geen WW-rechten opgebouwd en doen al eerder een beroep op de bijstand. Door de toename in de bijstand doen waarschijnlijk ook meer inwoners een beroep op de bijzondere bijstand.

De afgelopen jaren hadden we voldoende budget voor de Inkomensregelingen en stelden we het budget bij op basis van realisatiecijfers. Gezien de ontwikkelingen rond corona kunnen we hier op dit moment nog geen inschatting van maken. Bij de najaarsnota is hier meer duidelijkheid over.

Jeugd
Door de corona-crisis zien we een aantal risico’s voor het budget jeugd:

  • Mogelijk meer hulpvragen. De situatie die door de corona-crisis is ontstaan, heeft veel invloed op gezinnen. Daarnaast wordt de hulp nu in veel gevallen op een alternatieve manier verleend, waarbij het de vraag is of dit altijd voldoende is. Wanneer de reguliere hulpverlening weer opgestart kan worden, verwachten we dat de Vlechtwerkers bij een deel van de gezinnen de vertrouwensband weer moet opbouwen;
  • Op basis van de Friese gedragslijn betalen we zorgaanbieders door, ook als er geen zorg wordt geleverd. Dit wordt achteraf gedeclareerd bij het Rijk. Risico is dat de vergoeding van het Rijk achteraf onvoldoende is voor alle gemaakte kosten (ook al is in de gedragslijn opgenomen dat we niet meer betalen dan we van het Rijk krijgen);
  • De beheersmaatregelen hebben mogelijk een minder groot effect op de uitgaven. Door bovengenoemde gedragslijn is het complexer geworden om te sturen op resultaten. De inzet op preventie en met name de ontwikkeling op scholen ligt nagenoeg stil. Ook de ontwikkelingen om van individuele tot collectieve voorzieningen te komen liggen stil.

Wmo
De corona-crisis heeft de volgende risico's voor de Wmo :

  • De verwachting is dat het corona-virus zijn doorwerking heeft op het aantal Wmo-aanvragen en op een intensivering van de ondersteuning bij bestaande Wmo-cliënten. De huidige corona-situatie heeft zijn doorwerking op de Wmo-doelgroep, zowel fysiek als mentaal. We verwachten dat dit tot extra Wmo-aanvragen leidt;
  • Regionale en lokale aanbieders worden corona-periode zoveel mogelijk doorbetaald. De kosten hiervan en voor eventuele meerkosten worden achteraf gedeclareerd bij het Rijk. Risico is dat de vergoeding met terugwerkende kracht niet toereikend is voor de gemaakte kosten;
  • Het Rijk heeft besloten over de maanden april en mei 2020 geen eigen bijdrage te innen bij inwoners die gebruik maken van ondersteuning vanuit de Wmo. Over de maanden daarna is op het moment van dit schrijven nog geen duidelijkheid.  Het effect van het tijdelijk niet innen van de eigen bijdrage is dat de inkomsten hiervan gedurende deze periode wegvallen. De VNG is met het Ministerie van VWS in gesprek over de compensatie van de gederfde inkomsten, hierover is op het moment van dit schrijven nog geen duidelijkheid.
  • Omdat er geen huisbezoeken afgelegd worden is adequate indicatiestelling lastig. Dat geldt bijvoorbeeld voor hulpmiddelen (vaardigheden zijn van veraf lastig in te schatten) en dagbesteding (dat is soms gesloten of wordt op een andere manier ingevuld);
  • Op het gebied van Wmo beschermd wonen kan de aangepaste werkwijze van het Regionaal Expertise Team van SDF, waarbij bij onvoldoende informatie de indicatie voor maximaal 3 maanden ambtshalve verlengd kan worden, leiden tot een stagnatie van het terugdringen van het regionale tekort BW.                           

Regiodeal

Bij de actuele ontwikkelingen op hoofdlijnen is de Regiodeal benoemd. Daar is aangegeven dat de  noodzakelijke kosten in 2020, die we gaan maken om de Regiodeal verder te begeleiden en uit te werken worden opgenomen in programma 6. De keuze om de plankosten voor de (integrale en daarmee programma-overstijgende) Regiodeal onder te brengen in programma 6 komt vooral doordat het project Bestemming Wolvega (in programma 6) een langere looptijd heeft dan de andere (Quick Win) projecten binnen de Regiodeal.

Het project Bestemming Wolvega (nauw verbonden met het project Centrum Ontwikkeling Wolvega in programma 3) moet concreet leiden tot;

  • Een daling van het aantal bijstands uitkeringen in Wolvega;
  • Verbetering van de sociale cohesie, hogere Sociaal Economische Status (SES) score voor Wolvega;
  • Versterking van de sociale basis door meer vrijwilligers initiatieven, meer collectieve voorzieningen en meer inwoner initiatieven;
  • Meer grip of balans in de budgetten Wmo, jeugd en participatie;
  • Vernieuwde samenwerking tussen gemeente en inwoners van Wolvega (zowel sociaal als ruimte);
  • Plekken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten;
  • Een invulling van het Verhaal van Wolvega. Wat kenmerkt ons? Waar zijn we trots op?

Exploitatie

+ = voordeel - = nadeel Voorjaarsnota
Programma 6 Sociaal domein 2020
Lasten
Beleidsveld Participatie
Maatwerkdienstverlening 18+
Hulp bij het huishouden -407.000
Individuele begeleiding -1.311.000
Vervoer -160.000
Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
Hulpmiddelen incidenteel -89.000
Hulpmiddelen structureel -120.000
Grip op WMO +/+ P.M.
Beleidsveld Jeugdzorg
Grip op Jeugd +/+ P.M.
Plankosten Regiodeal -60.000
Totaal lasten -2.147.000
Baten
Beleidsveld Jeugdzorg
Geëscaleerde zorg 18-
Voogdij eenmalige uitkering 271.000
Totaal baten 271.000
Onttrekking reserve investeringsambities Regiodeal 60.000
Totaal programma 6 -1.816.000

Toelichting exploitatie

Beleidsveld Wmo

Hulp bij het huishouden:
In 2019 kwamen we  € 407.000 tekort op hulp bij het huishouden. In 2019 hebben meer inwoners een indicatie gekregen voor huishoudelijke hulp. Dit is een landelijke ontwikkeling sinds de invoering van het abonnementstarief. Ook zijn er gemiddeld meer uren toegekend doordat de ondersteuningsbehoefte van inwoners verandert. Door deze ontwikkelingen zijn de uitgaven hoger. Op dit moment is er geen aanleiding te verwachten dat de uitgaven lager zullen worden zonder ingrijpen, wat terug te zien is in de prognose voor 2020. Voorstel is om het budget te verhogen met € 407.000.  De corona- situatie zorgt daarnaast naar verwachting ook voor een verhoging van het aantal aanvragen op dit product. 

Begeleiding
In 2019 is geen onderscheid gemaakt voor de uitgaven van individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf. Op dit totale budget hadden we in 2019 een overschrijding van €  2.135.000 op een totale besteding van € 3.266.000. In de toename van het aantal cliënten is echter zichtbaar dat de overschrijding vooral binnen individuele begeleiding veroorzaakt wordt. Sinds 2017 is al een toename van het aantal cliënten zichtbaar, waarvan de verwachting is dat die lijn wordt voortgezet. In de begroting is nu € 770.000 voor dagbesteding opgenomen, voor individuele begeleiding € 1.083.562 en voor kortdurend verblijf € 99.000. Voorstel is voor individuele begeleiding het totaal bestede bedrag van 2019 op te nemen, minus € 770.000 die begroot is voor dagbesteding en € 99.000 wat is opgenomen voor kortdurend verblijf.
Dit betekent:

  • Individuele begeleiding: € 2.394.838 (verhoging van € 1.311.276)
  • Dagbesteding: € 769.718
  • Kortdurend verblijf: € 99.314

Op dit moment is er geen aanleiding te verwachten dat dit lager wordt zonder ingrijpen.

Vervoer
Het aantal cliënten van het collectieve Wmo-vervoer is de afgelopen jaren gestegen. In 2019 heeft er een overschrijding  plaatsgevonden van € 160.000 op het begrote bedrag van € 200.000. Voorstel is dit bedrag structureel te verhogen naar het bestede bedrag van 2019.

Hulpmiddelen
Voor hulpmiddelen geldt dat we in 2019 € 89.000 hebben overgehouden door leveringsproblemen bij onze leverancier. Dit bedrag van € 89.000 zullen we naar verwachting wel kwijt zijn aan de openstaande aanvragen uit 2019. Daarnaast geldt dat de nieuwe leverancier hogere tarieven rekent, waardoor we naar verwachting in 2020 € 120.000 meer uit zullen geven. Voorstel is het budget structureel te verhogen tot een bedrag van: € 315.686 en voor 2020 éénmalig tot € 404.686, zodat de aanvragen van 2019 hierin meegenomen zijn.

Conclusie
Uiteindelijk komt het erop neer, dat indien er geen maatregelen worden getroffen en daarmee de situatie gelijk blijft aan 2019 de begroting met € 2.087.109 verhoogd moet worden. Zelfs dan is het de vraag of dit voldoende is. Onder andere door de doorwerking van de corona-situatie.  De huidige situatie met betrekking tot Wmo is op dit moment niet stabiel en dat bemoeilijkt het om een reëel beeld voor 2020 neer te zetten. De verwachting is in ieder geval niet dat we in 2020 tot minder kosten komen dan in 2019.
Samen met uw raad zullen we keuzes moeten maken voor maatregelen op het gebied van de Wmo. We komen met concrete voorstellen via het traject Grip op Wmo. In hoofdlijn ziet dit programma er als volgt uit:

GRIP op Wmo

 

2020

Soort maatregel

kosten

besparing

1: maatregelen gericht op een kostenbewuste uitvoering onder andere

-inzet inkoopondersteuner

-scholing Vlechtwerkers

 pm

pm

2: beleidsmaatregelen die op de kortere termijn leiden tot het terugdringen van het tekort onder andere

-nieuw normenkader HH

-hogere tarieven vervoer

 pm

pm

3: maatregelen gericht op transformatie onder andere

-algemene voorzieningen

-indicatievrije dagbesteding

pm

pm

Totaal

pm

pm

 

N.B.: in deze voorjaarsnota wordt  slechts een indicatie gegeven van mogelijke besparingen met het programma Grip op Wmo. Realisatie hangt af van besluitvorming inclusief consequenties  in het najaar. In de begroting wordt het programma nader uitgewerkt en voorzien van een meerjarenperspectief.

Beleidsveld Jeugd
In de begroting van 2020 wordt een besparing van € 600.000 verwacht als gevolg van de maatregelen ‘Grip op Jeugd’ zoals deze in de Voorjaarsnota 2019/Kadernota 2020 zijn opgenomen. Wanneer we in 2020 binnen de begroting blijven, realiseren we feitelijk een flinke besparing op de uitgaven aan jeugdhulp ten opzichte van voorgaande jaren. Uitgaande van het effect van de maatregelen in 2019 is de verwachte besparing voor 2020 een haalbaar scenario.

Voordeel geëscaleerde zorg 18- (jeugdbescherming, jeugdreclassering en crisis)
We hebben een eenmalig voordeel van € 271.000 vanuit de compensatieregeling voogdij.

  • In de Voorjaarsnota van 2019 is voor dit taakveld de bijdrage structureel opgehoogd. In 2019 hadden we hier desondanks een tekort door een forse, nadelige afrekening over 2018 voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. De afrekening hiervoor over het jaar 2019 is gelijk aan de reeds gemaakte uitgaven. Dit heeft dus geen nadelig effect op het budget van 2020. 
  • Voor crisiszorg geldt vanaf 1 januari 2020 een nieuw contract met lagere tarieven. Bij gelijkblijvend aantal cliënten in crisiszorg levert dit een besparing op ten opzichte van 2019. Voor dit taakveld verwachten we zodoende iets meer in control te zijn.

Maatwerkdienstverlening 18-

  • Lagere tarieven hoogspecialistische jeugdhulp per 1 mei 2020 als gevolg van een nieuw contract. Bij gelijkblijvend aantal cliënten levert dit een besparing op. Onderdeel van het contract is een verdere afbouw van ‘bedden’ waarbij er een geschikt ambulant alternatief moet zijn. Dit is er nu nog onvoldoende. Sociaal Domein Fryslân (SDF) probeert Rijksmiddelen te krijgen voor het opzetten van alternatieven.

Doorontwikkeling beheersmaatregelen ‘Grip op Jeugd’ 2020
Ondanks dat we een risico zien in een geringer effect van de beheersmaatregelen door de corona-uitbraak, zien we tegelijkertijd mogelijkheden om de bestaande Grip op Jeugd-maatregelen door te ontwikkelen, dan wel om alternatieve beheersmaatregelen in te zetten. 

1. Toegang doorverwijzers

  • De verwachting is dat de inzet van de Praktijkondersteuner (POH) Jeugd in 2020 een grotere besparing oplevert dan in 2019 (bruto € 93.000), omdat zij in 2019 een deel van het jaar actief was. Op basis van de inhoudelijke evaluatie die wordt uitgevoerd willen we de inzet van de POH-Jeugd in 2020 verder doorontwikkelen met mogelijk verdere kostenbeheersing als gevolg.
  • Een alternatieve beheersmaatregel is om afspraken te maken met Gecertificeerde Instellingen (GI’s) voor de doorverwijzingen die zij naar jeugdhulp doen. In OWO-verband wordt hier op ingezet.

2. Toegang GBT/Meer controle

  • In 2019 hebben de inkoopondersteuners een besparing opgeleverd van ruim € 285.000. Bij doorrekening naar geheel 2020 dan leveren de inkoopondersteuners dit jaar naar verwachting een significant hogere besparing. Risico hierbij is de verminderde sturingsmogelijkheden als gevolg van de corona-crisis zoals eerder aangegeven.
  • De beheersmaatregelen in de gebiedsteams kunnen verder worden ontwikkeld. Bijvoorbeeld: meer eenduidigheid (door middel van kaders of richtlijnen) bij doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Ook is een mogelijkheid om het onderscheid tussen specialistische jeugdhulp en de hulp van de gebiedsteams (nog) scherper te krijgen. Dit heeft tot doel om te voorkomen dat er wordt doorverwezen, terwijl hulp door het gebiedsteam of andere ‘voorliggende’ (en goedkopere) voorzieningen ook mogelijk was geweest.
  • Tot slot zijn er mogelijkheden om via het gebiedsteam meer ‘grip’ te krijgen op geëscaleerde zorg, door in sommige gevallen meer oog te hebben of te houden voor de veiligheid in het gezin en eventueel beginnende criminaliteit onder jongeren.

3. Nieuwe contracten en afspraken met aanbieders

  • Zie de eerdergenoemde nieuwe contracten voor crisiszorg en hoogspecialistische jeugdhulp. Naast tarieven wordt ook meer in algemene zin gekeken hoe de afspraken (of contracten) meer kunnen functioneren zoals bedoeld is. Begin dit jaar heeft de Taskforce Jeugd hierover adviezen uitgebracht. De komende periode zullen deze, en andere adviezen, worden geïmplementeerd.

4. Toegezegde lobby naar Den Haag

  • In navolging van deze toezegging zijn brandbrieven naar het Rijk gestuurd over de financiën in het sociaal domein. Zie hiervoor ook de memo financiën sociaal domein raadsvergadering 16 april 2020.

5. Terugvordering als gevolg van ‘conversie-problemen’

  • In 2018 bleek dat de hulp aan bestaande cliënten (cliënten die in 2017 en 2018 zorg kregen) in sommige gevallen twee keer door de aanbieders is gedeclareerd. Op dit moment worden de dubbele declaraties, als gevolg van deze ‘conversie’ problematiek, door de Friese gemeenten bij aanbieders teruggevorderd. Dit loopt nog en het is onduidelijk wat er daadwerkelijk geïnd wordt en welke verdeelsleutel tussen de Friese gemeenten wordt toegepast. In de begroting 2021 komen we hierop terug.

Regiodeal

Voor het begeleiden en uitwerken van de Regiodeal worden plankosten gemaakt. In 2020 verwachten we € 110.000 aan kosten te maken. Hiervan is € 100.000 (50% uit bestaand budget) bedoeld voor de planvorming van het project Bestemming Wolvega en € 10.000 voor de overall programmabegeleiding Regiodeal. Het deel dat niet uit bestaande budgetten kan worden gedekt, bedraagt € 60.000 en onttrekken we uit de reserve investeringsambities.

Publicatiedatum: 29-05-2020

Inhoud