Meer
Publicatiedatum: 09-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Begroting op hoofdlijnen

Begroting op hoofdlijnen

Een nieuw collegeprogramma, nieuwe en gewijzigde doelstellingen en dus ook nieuwe zaken die de komende jaren uitgevoerd gaan worden. In hoofdlijnen pakken we hier de highlights uit de programma's.

Financieel vertrekpunt

Het financiële vertrekpunt van de programmabegroting 2019-2022 is de eindstand van de programmabegroting 2018-2021.

x € 1.000
Omschrijving Begroot 2019 MJB 2020 MJB 2021 MJB 2022
Eindstand programmabegroting 2018-2021 394 220 685 732
Wijzigingen na vaststelling programmabegroting 2018-2021 -213 -213 -213 -213
Strategisch vastgoedbeleid -78 -78 -78 -78
Saldo na besluitvorming door de raad 103 -71 394 441
Bijstelling gemeentefonds mei-circulaire 2018 2.326 2.568 2.847 3.378
Vertrekpunt programmabegroting 2019-2022 2.429 2.497 3.241 3.819

Uitgangspunten bij deze programmabegroting

De technische uitgangspunten hebben betrekking op specifieke onderdelen van de begroting, zoals te hanteren percentages voor rente en loon- en prijsstijging en de ontwikkeling van de lokale lasten.

Rente
In de notitie rente (BBV) van juli 2016 wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en -baten in de begroting en de jaarstukken. Op basis van de daarin opgenomen berekening van de renteomslag komen we uit op een (voor) gecalculeerd percentage voor 2019 van 2%. In deze begroting hebben we dit percentage ook voor de latere jaren gehanteerd. Voor 2018 was het eveneens 2%.

Loon- en prijsontwikkeling
Voor de ramingen van de salarissen van het ambtelijk personeel vormen de cao-afspraken het uitgangspunt. Het laatste cao-akkoord loopt tot 1 januari 2019. We houden rekening met een stijging van de CAO-lonen met 2,5% vanaf 1 januari 2019. Deze verwachting is gebaseerd op gegevens van het Centraal planbureau (Centraal Economisch Plan 2018) en afgestemd binnen de OWO-gemeenten.   

Voor de prijzen van alle inkoopbudgetten hebben we de nullijn gehanteerd dat wil zeggen we nemen geen prijsstijging (inflatie) mee.  Ook voor onze inkomsten hebben we geen inflatie toegepast. Uitgangspunt in deze begroting is dat de gemiddelde woonlast - bestaande uit de onroerende-zaakbelastingen voor woningen, de riool- en afvalstoffenheffing - voor 2019 gelijk blijft aan die van 2018.  Ook de overige gemeentelijke heffingen blijven gelijk aan die van 2018 (met uitzondering van eventuele contractafspraken voor bijvoorbeeld huur en pacht).

Herijking exploitatie

Binnen de kaders stellen wij voor om een aantal zaken te wijzigen in de exploitatie. Een specificatie van de aanpassingen staan hierna.

x € 1.000
Herijking exploitatie Begroot 2019 MJB 2020 MJB 2021 MJB 2022
Autonome stijgingen -94 -95 -95 -95
Verbonden partijen -63 -63 -78 -122
Personeel -914 -942 -942 -942
OWO-samenwerking -117 -117 -117 -117
Bomenbeleidsplan, slootafval -200 -100 -100 -100
Gemeentefonds 587 588 589 589
Speeltuinen -35 -35 -35 -35
Jeugd en WMO -1.379 -1.322 -1.368 -1.427
Verward gedrag -28 -28 -28 -28
Technische aanpassingen -19 49 -127 -324
Stelpost prijsstijgingen 320 320 320 320
Gemeentelijke heffingen 28 16 24 10
Overig 26 12 9 123
Totaal mutaties herijking -1.888 -1.717 -1.948 -2.148

Toelichting op herijking exploitatie

Autonome stijgingen
Betreft met name de actualisatie van de te betalen kosten van de nutsvoorzieningen en kosten van publieke heffingen.

Verbonden partijen
Op basis van de meerjarenbegroting van de Veiligheidsregio Fryslân is de gemeentelijke bijdrage verhoogd. Ook voor de Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving (FUMO) betalen we een hogere bijdrage.

Personeel
Voor de loonontwikkelingen per 1 januari 2019 hebben we € 380.000 meegenomen We gaan er dan vanuit dat de loonkosten van de collectieve sector met 2,5% toenemen.  Het overige betreft uitbreiding van de formatie en toename overige personeelskosten. Ook de uitbreiding van ons college nemen we hier in mee.

OWO-samenwerking
Voor de loonontwikkelingen van de medewerkers die in dienst zijn van de andere twee OWO-gemeenten hebben we eveneens 2.5% meegenomen.

Bomenbeleidsplan, slootafval
Als gevolg van diverse boomziektes moeten diverse bomen worden gekapt. We verwachten voor 2019 nog kosten te moeten maken voor herplant. Verder zijn hier de kosten van afvoer van het slootafval meegenomen.

Gemeentefonds
In de raming van de gemeentefondsuitkering is een voorschot op de ruimte onder het Btw Compensatie Fonds (BCF)-plafond (2/3 deel) meegenomen. Dit is € 500.000 (uitgaande van € 506 miljoen macro) per jaar extra voor onze gemeente. Deze verhoging is meegenomen omdat we verwachten dat gemeenten niet volledig een beroep doen op het BCF-fonds.  Als de gemeenten minder declareren dan wordt "het overschot" gestort in het gemeentefonds. Het ministerie van BZK en de VNG staat op het standpunt dat de ruimte onder het plafond in 2019 voor 100% mag worden geraamd. De provincie adviseert een voorzichtige inschatting te maken, want er schuilt een risico in. Verder is hier de bijdrage voor buurtsportcoaches (jaarlijks bijna € 90.000) meegenomen.

Speeltuinen
Betreft de kosten van het in standhouden van de speelvoorzieningen om te voldoen aan de veiligheidseisen.

Jeugd en WMO
We verwachten dat de structurele kosten van jeugdhulp en Wmo toenemen. We ramen daarvoor € 1 miljoen extra. We hebben extra middelen gekregen via het gemeentefonds. Daarnaast hebben we € 250.000 extra opgenomen voor risico jeugddetentie. Ook het benodigde budget voor de WMO is € 0,6 miljoen hoger. De opheffing van 't "Hek" Sociaal domein betekent dat de opgenomen stelpost voor 2019-2022 vrijvalt (zie programma 6 onder "actuele ontwikkelingen"). 

Verward gedrag
In 2018 en 2019 worden in Friesland een aantal pilotprojecten uitgevoerd om te komen tot een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag. Deze projecten dragen bij aan de verkenning die moet leiden naar een structurele borging van de gemeentelijke inzet bij aanpak personen met verward gedrag.

Technische aanpassingen
Betreft actualisatie van de geplande investeringen waardoor de geraamde kapitaallasten later ingaan alsmede correcties in de ramingen. Verder staat hier het renteresultaat van de te betalen rente en de (doorberekende) en ontvangen rente.

Stelpost prijsstijgingen inkoopbudgetten
In de vorige meerjarenbegroting is een stelpost opgenomen voor eventuele aanpassing van de inkoopbudgetten. In deze programmabegroting laten we de stelpost vervallen omdat de ramingen opnieuw zijn geactualiseerd.

Gemeentelijke heffingen
De raming van de onroerende-zaakbelastingen is bijgesteld aan de hand van de werkelijke opbrengst over het belastingjaar 2018. Daarnaast is de raming van de leges burgerzaken bijgesteld omdat we verwachten dat er minder rijbewijzen en reisdocumenten worden afgenomen. De geldigheid van rijbewijzen en reisdocumenten is door het rijk verhoogd van vijf naar tien jaar.

Overig
Hier staan correcties in een aantal uitgavenbudgetten.

 

Collegeprogramma

Op basis van het collegeprogramma dat bij deze programmabegroting is gevoegd komen we nog tot de volgende wijzigingen:

x € 1.000
Nr. Mutaties op basis van collegeprogramma Begroot 2019 MJB 2020 MJB 2021 MJB 2022
Programma 0
1 Bestuurlijke vernieuwing -40 -40 -40
2 Initiatieven van uit de samenleving -100 -100 -100 -100
3 Beleidsplan dienstverlening -50
4 Proces doorontwikkeling PIM -85 -85 -85 -85
39 OWO-samenwerking -241 -224 -208 -208
Programma 3
23 Versterken (kern-) winkelstructuur Wolvega -25 -25 -25 -25
Programma 5
9 Versterken kunst- en cultuuraanbod -45 -45 -45
10 Sport en Bewegen -60 -210 -210 -210
25 Bevorderen recreatie en toerisme -120 -120 -120 -120
Programma 6
15 Herijken welzijnswerk -65
16 Aanpak laaggeletterdheid, armoede en schulden -39 -39
18 Versterken ketensamenwerking ouderen -47 -47 -47 -47
Programma 8
37 Uitwerken Omgevingsvisie -250 -250 -250 -250
Totaal mutaties collegeprogramma -1.072 -1.235 -1.130 -1.090

Toelichting op collegeprogramma

Voor een toelichting verwijzen wij u naar het collegeprogramma. De nummering in bovenstaande tabel is conform het collegeprogramma.

Eindstand

x € 1.000
Omschrijving Begroot 2019 MJB 2020 MJB 2021 MJB 2022
Beginsaldo programmabegroting 2019-2022 2.429 2.497 3.241 3.819
Mutaties op basis van herijking exploitatie -1.888 -1.717 -1.948 -2.148
Mutaties op basis van het collegeprogramma -1.072 -1.235 -1.130 -1.090
Eindsaldo programmabegroting 2019-2022 -531 -455 163 581

Structureel begrotingsevenwicht

Als in het betreffende begrotingsjaar structurele lasten gedekt zijn door structurele baten is er sprake van structureel evenwicht. Uit de begroting moet duidelijk zijn welke geraamde lasten en baten structureel van aard zijn en welke incidenteel.

Het structureel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te corrigeren met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat overblijft moet positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten).

Uit de tabel hierna blijkt dat we ieder jaar voldoen aan het structurele evenwicht.

x € 1.000
Omschrijving Begroot 2019 MJB 2020 MJB 2021 MJB 2022
Eindsaldo programmabegroting 2019-2022 -531 -455 163 581
Bij: incidenteel saldo 538 485 220 180
Structureel saldo van de begroting 7 30 383 761