Meer
Publicatiedatum: 09-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

Portefeuillehouder Jongebloed, Zonderland en Hoen 
Organisatie Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

In deze paragraaf geven we een nadere toelichting op de lokale heffingen binnen onze gemeente. Verder schetsen we de actuele ontwikkelingen rondom het gemeentelijk belastinggebied. De begrotingsvoorschriften vragen per heffing een overzicht van de taakvelden waarvan lasten in de heffing zijn meegenomen. In deze paragraaf wordt een onderbouwing gegeven van de belangrijkste tarieven. 

Inleiding

De lokale heffingen worden onderscheiden naar belastingen en rechten.

Belastingen
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij worden besteed. In onze gemeente heffen we de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-) toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting.

Rechten
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties door de gemeente geleverd. De opbrengst van de rechten is niet vrij besteedbaar: de opbrengsten moeten aangewend worden voor de gerelateerde prestaties. Dit geldt voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges burgerzaken. Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt kostendekkende tarieven.

Actuele ontwikkelingen

Wet WOZ
De Waarderingskamer heeft onlangs een inventarisatie gehouden onder alle gemeenten over de gemiddelde WOZ-waarden van woningen. Hieruit blijkt dat de gemiddelde WOZ-waarde van woningen voor volgend jaar stijgt. De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet Onroerende Zaken (WOZ). Verder geeft ze aan dat de mogelijkheid om WOZ-waarden van andere woningen te raadplegen via www.woz-waardeloket.nl door veel Nederlanders wordt gewaardeerd en benut. Er bestaat wellicht ruimte om verdere stappen te zetten op het terrein van de openbaarheid van WOZ-waarden.
De berekening van de taxaties voor woningen vindt nu plaats op basis van de inhoud van een woning. Ingaande 2022 is het verplicht om dat te doen op basis van de oppervlakte van een woning. De komende jaren wordt gewerkt aan deze overgang.

Precariobelasting
Het kabinet heeft de precariobelasting op nutsbedrijven per 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Voor Weststellingwerf betekent dit dat we tot en met 2021 het tarief van
€ 2,33 (=tarief per 10 februari 2016) per strekkende meter hanteren.

Vanaf belastingjaar 2016 is de opbrengst met ruim € 1 miljoen gestegen. Dit als gevolg van de toename van de te belasten strekkende meters aan kabels en leidingen. Die toename is ontstaan door ruiling van het netwerk tussen twee beheerders. De opbrengst van de precariobelasting over 2015 en latere jaren houden we vooralsnog in de voorziening tot de bezwaar- en beroepsmogelijkheden zijn uitgeput. Het beroep tegen de aanslag 2015 is nog in behandeling bij de Rechtbank Noord-Nederland.

Afvalstoffen- en rioolheffing
Er is een wetsvoorstel dat er toe strekt wijzigingen in de Gemeentewet en de Wet milieubeheer aan te brengen. Die zijn nodig om de gemeente te verplichten de rioolheffing en de afvalstoffenheffing te heffen, uitsluitend van de gebruiker. Het uitgangspunt van het voorstel is als volgt: de overheid zorgt voor diverse publieke voorzieningen. Zo zorgen gemeenten onder andere voor het riool en het inzamelen dan wel verwerken van huishoudelijk afval. Uiteraard zijn deze diensten niet gratis. Er worden immers kosten voor gemaakt. Wie van een publieke voorziening gebruik maakt, zoals het riool of de inzameling en verwerking van afval, moet daarvoor dan ook betalen. Verder wordt voorgesteld in de wet een verplichting voor gemeenten op te nemen om de kosten van het riool en de afvalinzameling en -verwerking voor ten minste 80% te dekken uit de opbrengsten van beide heffingen (uiteraard wel met een maximum van 100%). Dit ook onder de noemer van "de vervuiler betaalt". 
Ook voor onze gemeente betekent dat een verandering omdat we de rioolheffing nu heffen van de eigenaar. Voor de kostendekkendheid van beide heffingen zitten we zo rond de 100%, dus dat leidt niet tot een wijziging.

De staatssecretaris van Financiën heeft aangekondigd dat de afvalstoffenbelasting in 2019 meer dan verdubbeld ten opzichte van het huidige tarief. Ook treedt de exportheffing in 2019 in werking. In het regeerakkoord is afgesproken dat de opbrengst van de afvalstoffenbelasting per 1 januari 2019 wordt verhoogd met € 100 miljoen per jaar (prijspeil 2017). In het belastingplan 2019 zal daarom een relatief forse verhoging an het tarief van de afvalstoffenbelasting worden voorgesteld. Wat het nieuwe tarief precies wordt, is nog niet bekend, maar dat zou zo maar een verdubbeling kunnen zijn.
Voor onze gemeente gaat het dan om de verbrandingsbelasting die betaald wordt voor iedere ton afval die naar de Reststoffen Energie Centrale (REC) in Harlingen wordt gebracht. Omrin betaalt deze belasting voor ons en belast 68% hiervan aan de aandeelhoudende gemeenten door. Voor onze gemeente zou dat dus betekenen dat € 1,00 landelijke verhoging van het verbrandingstarief, een verhoging  van de kosten van € 0,68 per ton met zich mee brengt.

Autonome ontwikkelingen

De gemiddelde woonlast voor onze inwoners is voor 2019 ten opzichte van 2018 gelijk gebleven. Het tarief voor de rioolheffing is voor 2019 niet verhoogd. In het gemeentelijke rioleringsplan was voor 2019 nog een stijging voorzien. Op basis van actualisatie van de exploitatie riolering blijkt dat niet nodig. We zitten op een kostendekkendheid van 98%. Ook voor de opbrengst onroerende-zaakbelastingen en de afvalstoffenheffing stellen we voor geen wijziging toe te passen ten opzichte van 2018. De overige heffingen (leges, toeristenbelasting, forensenbelasting, reclamebelasting, precariobelasting en graf- en begraafrechten) blijven eveneens gelijk aan 2018.

Totaalopbrengst van de belangrijkste heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Begroting MJB MJB MJB
2019 2020 2021 2022
Onroerende-zaakbelastingen 4.693 4.693 4.693 4.693
Forensenbelasting 48 48 48 48
Toeristenbelasting 120 120 120 120
Precariobelasting 2.353 2.353 2.353 0
Afvalstoffenheffing 2.443 2.443 2.443 2.443
Rioolheffing 1.909 1.909 1.909 1.909
Leges burgerzaken 276 276 276 276
Leges omgevingsvergunningen (WABO) 540 540 540 540
Leges algemene plaatselijke verordening 51 51 51 51
Marktgelden 10 10 10 10
Graf- en begraafrechten 88 88 88 88
Reclamebelasting 40 40 0 0
Totaal 12.571 12.571 12.531 10.178

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De OZB zijn veruit de belangrijkste gemeentelijke belastingen. Er zijn drie belastingsoorten, namelijk:
1. een belasting geheven van de eigenaren van woningen;
2. een belasting geheven van de eigenaren van niet-woningen;
3. een belasting geheven van de gebruikers van niet-woningen.

De heffingsgrondslag is gebaseerd op de waarde zoals vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende-zaken (wet WOZ). Het OZB-bedrag wordt berekend op basis van een percentage (het tarief) van de WOZ-waarde. Voor de genoemde OZB-belastingen hanteren we verschillende percentages.

De aanslag OZB voor het belastingjaar 2019 is gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) tarieven voor 2019 en de waardepeildatum per 1 januari 2018. De definitieve vaststelling van de OZB-tarieven vindt in de raad van december plaats. De totale opbrengst voor 2019 is gelijk gebleven aan die van 2018. Bij de raming voor 2019 is rekening gehouden met de autonome stijging als gevolg van verbouw/nieuwbouw.

Forensenbelasting
Forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die niet in de gemeente wonen, maar daar meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf en/of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Grondslag voor de heffing is net als bij de OZB de WOZ-waarde.

(Water) toeristenbelasting
(Water) toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen vergoeding overnachtingen aanbiedt, bijvoorbeeld in een hotel, een bed & breakfast of op een camping. Grondslag voor de heffing is de logiesomzet. In zijn vergadering van 22 juni 2015 heeft de raad besloten de grondslag en het tarief vast te stellen op 4% tot en met 2018. In deze programmabegroting stellen we voor het tarief voor 2019 op dat percentage te handhaven. 

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond. De precariobelasting kan worden gebruikt om belasting te heffen op kabels en leidingen. Als de gemeente gebruik van zijn grond voor het hebben van voorwerpen moet gedogen, kan zij geen precariobelasting heffen. Een gedoogplicht kan bijvoorbeeld gelden bij of krachtens wet - zoals de Telecommunicatiewet (denk aan telefoonleidingen) - of een privaatrechtelijke overeenkomst. Zolang er op de juridische procedure rondom bezwaar/beroep geen uitspraak is, storten we de opbrengst voorlopig in een voorziening. Inmiddels is de mogelijkheid van heffing van deze vorm van precariobelasting afgeschaft. Onze gemeente valt onder de overgangsregeling (zie ook onder "actuele ontwikkelingen"). 

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg. In zijn vergadering van 15 juni 2015 heeft de raad besloten ingaande 1 januari 2016 vijf jaar lang reclamebelasting te heffen. De opbrengst komt ten goede aan het ondernemersfonds waaruit bepaalde activiteiten in Wolvega worden betaald. Er wordt een vast bedrag van € 100 per aanslag geheven. 

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing Werkelijk
2014
Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Werkelijk
2017
Begroot
2018
Begroot
2019
Tarief meerpersoonshuishouden 259,20 259,20 259,20 259,20 249,20 249,20
Tarief eenpersoonshuishouden 170,64 170,64 170,64 170,64 160,64 160,64
Opbrengsten (exclusief bedrijfsafval) 2.512 2.565 2.576   2.594 2.443 2.443

Afvalstoffenheffing kan worden geheven wanneer de gemeente tenminste eenmaal per week het huishoudelijk afval ophaalt, zoals de Wet milieubeheer voorschrijft. Wij stellen voor het tarief voor 2019 gelijk te houden aan dat van 2018. Dit is mogelijk in combinatie met een beroep op de egalisatiereserve. Een aandachtspunt is wel dat als het exploitatietekort de komende jaren ongewijzigd blijft, we aan het einde van deze bestuursperiode niet voldoende middelen hebben in de reserve om het jaarlijkse tekort op te vangen. Vooruitlopend op de begroting 2020 zullen we de exploitatie afval doorlichten en met in achtneming van de dan actuele ontwikkelingen binnen het taakveld een voorstel doen voor het op termijn kostendekkend maken van het taakveld.

Rioolheffing

Rioolheffing Werkelijk
2014
Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Werkelijk
2017
Begroot
2018
Begroot
2019
  Tarief huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater 106,00 106,00 106,00 111,30 116,86 116,86
  Tarief hemel- en grondwatertaken 43,00 43,00 43,00 45,15 47,41 47,41
Opbrengsten 1.694 1.699 1.683  1.778 1.867 1.909 

De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing betaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Evenals bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt een 100% kostendekking. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is voor 2019 nog een tariefsverhoging voorzien. Dat blijkt niet nodig te zijn want we zitten voor 2019 al bijna aan de 100% kostendekking.  

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Markt- en staangelden
Marktgeld word geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijkse) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 

Leges
Leges worden geheven voor gemeentelijke diensten, bijvoorbeeld voor het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het afgeven van paspoorten en rijbewijzen, het verstrekken van afschriften. De legesverordening bevat meestal een uitgebreide tarieventabel waarin de diensten met name worden genoemd met de bijbehorende tarieven.

Kwijtschelding
Voor kwijtschelding komt iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). We hanteren bij kwijtschelding 100% van de bijstandsnorm. Daarmee hanteren we de maximaal door het rijk toegestane normen. Het jaarlijkse bedrag aan kwijtschelding ramen we voor 2019-2022 op € 125.000.  

Kwijtschelding Wekelijk
2014
Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Werkelijk
2017
Aantal aanvragen 601 629 632 632
Toegewezen 465 452 466 466
Toegewezen (in %) 77% 72% 72%  72%
         
Kosten 111.000 115.000 106.000 119.000

 

Kostendekkendheid

Op grond van de voorschriften moet iedere gemeente in de paragraaf lokale heffingen inzicht geven in de mate van kostendekkendheid, voor die leges en/of heffingen die niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Het betreft hier de afvalstoffenheffing, rioolheffing, algemene legesverordening en de begraafrechten. De algemene legesverordening hebben wij verder uitgesplitst naar titel 1, 2 en 3. Voor titel 1 gaat het dan voornamelijk over burgerlijke stand, rijbewijzen, reisdocumenten en marktgelden. Titel 2 gaat over alle zaken omtrent de omgevingsvergunningen en titel 3 omvat de horeca en algemene plaatselijke verordening (apv).
Zoals uit de onderstaande tabellen blijkt, blijft de kostendekkendheid onder de door uw raad in het coalitieakkoord geformuleerde 100% kostendekkendheid. 

Rioolheffing

 x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering 2019 2019
Kosten taakveld

1.550

Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 0
Netto kosten taakveld 1.550
Toe te rekenen kosten:  
overhead 269
compensabele btw 139
Toe te rekenen kosten 408
Totale kosten 1.958
   
Opbrengst heffingen 1.909
   
Dekkingspercentage 98%

Toelichting:
Het dekkingspercentage voor 2019 bedraagt 98%. Daarbij hebben we het tarief voor de rioolheffing gelijk gehouden aan dat van 2018. Zoals in de begroting 2018 al in aangegeven halen wij het kostendekkend niveau in 2019. Als de in het GRP (Gemeentelijk RioleringsPlan) voorziene tariefstijging wordt doorgevoerd, dan is het taakveld riolering meer dan kostendekkend. Aangezien het niet is toegestaan om meer dan kostendekkend te zijn, stellen wij voor om het tarief voor 2019 gelijk te houden aan 2018. Daarmee blijven de woonlasten voor onze inwoners gelijk.
De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend, zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met het taakveld toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd, is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 95% (zie "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 269.000.

Afvalstoffenheffing

 x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval 2019 2019
Kosten taakveld 2.156
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) -360
Netto kosten taakveld 1.796
Toe te rekenen kosten:  
straatvegen 36
minimabeleid 120
overhead 454
compensabele btw 300
Toe te rekenen kosten 909
Totale kosten 2.705
   
Opbrengst heffingen 2.443
   
Dekkingspercentage 90%

Toelichting:
Naast de afvalstoffenheffing ontvangen we vergoedingen vanuit de stichting Afvalfonds voor glas, kunststof, papier en dergelijke en de opbrengsten vanuit het gemeentelijk afvalbrengstation. De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Van de kosten voor straatvegen wordt 40% toegerekend aan het taakveld afval. Dit percentage is op basis van historische gegevens vastgesteld. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met het taakveld toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 95% (zie "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 454.000. Het dekkingspercentage voor 2019 bedraagt 90%.

Algemene leges

 x € 1.000
Algemene legesverordening totaal 2019
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.304
Inkomsten taakvelden(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld 1.304
Toe te rekenen kosten:  
Overhead inclusief. (omslag)rente 199
Totale kosten 1.503
   
Opbrengst heffingen -881
   
Dekkingspercentage 59%

 

 Titel 1 Algemene dienstverlening

 x € 1.000
Titel 1 Algemene dienstverlening 2019
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 366
Inkomsten taakvelden(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld 366
Toe te rekenen kosten:  
Overhead inclusief (omslag)rente 143
Totale kosten 509
   
Opbrengst heffingen -287
   
Dekkingspercentage 56%

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

 x € 1.000
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 2019
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 617
Inkomsten taakvelden(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld 617
Toe te rekenen kosten:  
Overhead inclusief (omslag)rente 30
Totale kosten 647
   
Opbrengst heffingen -574
   
Dekkingspercentage 83%

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 x € 1.000
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 2019
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 321
Inkomsten taakvelden(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld 321
Toe te reken kosten  
Overhead inclusief (omslag)rente 25
Totale kosten 347
   
Opbrengst heffingen -57
   
Dekkingspercentage 16%

Toelichting:
Uit bovenstaande tabellen blijkt dat per titel van de algemene legesverordening de heffingen ruim onder de 100% kostendekkendheid blijven. De lasten die in bovenstaande tabellen zijn meegenomen, zijn de direct toe te rekenen kosten aan diensten die verricht worden in het kader van het verstrekken van dienstverlening.
Op basis van gedetailleerde teamplannen en historische cijfers, zijn alleen de directe personele kosten in bovenstaande tabel opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de uren van de baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH). Daarnaast zijn de materiële kosten opgenomen die te maken hebben met de dienstverlening ten aanzien van de diensten in deze legesverordening.
We hanteren een opslag voor overheadkosten van 95% over de directe loonkosten (zie ook "Overzicht kosten overhead"). De totale kostendekkendheid van de Algemene Legesverordening komt uit op 61%.

Begraafplaatsen

 x € 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen 2019
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 155
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 0
Netto kosten taakveld 155
   
Toe te reken kosten  
Overhead incl. (omslag)rente 100
BTW 2
Totale kosten 258
   
Opbrengst heffingen -136
   
Dekking 53%

Toelichting:
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de kostendekkendheid van de begraafplaatsen ruim onder de toegestane 100% kostendekkendheid blijft. De kosten die toegerekend worden aan het taakveld zijn de kosten van publiekszaken voor het behandelen van de aanvragen. Daarnaast worden kosten van de afdeling Gemeentewerf toegerekend voor het onderhouden van de begraafplaats.

Gemeentelijke woonlasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht over 2018 van de woonlasten van de 20 Friese gemeenten. 
Bron: Coelo Atlas van de lokale lasten

Woonlastendruk OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
Eph Mph Eph Mph Eph Mph
1 Harlingen 207 168 223 181 181 557 612
2 Vlieland 201 225 300 50 150 476 650
3 Ameland 252 170 223 139 183 560 658
4 Leeuwarden 225 171 256 148 177 543 658
5 Ooststellingwerf 204 148 199 154 266 506 670
6 Súdwest-Fryslân 278 187 224 177 177 642 679
7 Weststellingwerf 266 161 249 164 164 590 679
8 Terschelling 306 197 197 176 176 679 679
9 Dantumadiel 253 180 225 205 205 638 683
10 De Fryske Marren 263 192 249 114 192 569 704
11 Opsterland 249 179 227 171 230 599 706
12 Waadhoeke 249 190 238 189 237 628 724
13 Kollumerland en Nieuwkruisland 257 129 193 276 276 662 726
14 Dongeradeel 262 175 255 225 225 662 742
15 Heerenveen 304 199 244 148 197 651 745
16 Achtkarspelen 293 198 282 171 171 662 746
17 Smallingerland 248 202 238 276 276 726 762
18 Tytsjerksteradiel 388 133 190 168 188 689 766
19 Ferwerderadiel 292 222 295 190 190 704 777
20 Schiermonnikoog 261 272 354 71 185 604 800
Toelichting bij de tabel:
Eph= eenpersoonshuishouden
Mph= meerpersoonshuishouden

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

In deze paragraaf wordt de stand van zaken met betrekking tot de financiële positie van onze gemeente weergegeven. Onder weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen.

 De paragraaf moet de volgende onderdelen bevatten:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

De doelstellingen kunnen als volgt worden samengevat:

  • voldoen aan wet- en regelgeving;
  • inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee stimulering van het risicobewustzijn;
  • de berekening van het weerstandsvermogen is onderbouwd;
  • de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid - vastgesteld in de raadsvergadering van 12 december 2016 en ingaande 1 januari 2017 - zijn ten aanzien van de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaci­teit de volgende uitgangspunten vastgelegd:

  • De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit (ter hoogte van minimaal de vrije algemene reserve en de post onvoorzien) moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel de hoogte van de netto risico’s;
  • Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten we aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat we streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal).

In deze begroting voldoen we aan beide uitgangspunten.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die elementen waarmee tegenvallers eventueel gedekt kunnen worden. De weerstandscapaciteit is de som van:

  1. de begrotingsruimte;
  2. de algemene reserve;
  3. bestanddelen van de bestemmingsreserves;
  4. de stille reserves;
  5. de niet-benutte belastingcapaciteit;
  6. mogelijke ombuigingsmaatregelen.

Ad a. De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opgevangen. Wij hebben gekozen voor een bedrag van € 30.000 per jaar. Daarnaast is in deze meerjarenbegroting een stelpost risicobeheersing opgenomen om specifieke risico’s op voorhand af te dekken. Het gaat jaarlijks om een bedrag van € 500.000. Beschikking over deze stelpost kan alleen via een raadsbesluit en is uitsluitend bedoeld ter dekking van structurele risico’s die op enig moment werkelijkheid worden. 

Ad b. De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedraagt per 1 januari 2018 € 19,6 miljoen.  Als de jaren 2018-2021 aan de verwachtingen voldoen, dan is de stand van de algemene reserve € 19,1 miljoen per 1 januari 2023. Dit moet worden ingezet om onze incidentele weerstandscapaciteit te versterken.

Ad c. Bestanddelen van de bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad door middel van een raadsbesluit een specifiek doel vastgelegd, waarvan de bestemming eventueel door de raad ook nog kan worden gewijzigd. Omdat de bestemming vastligt, wordt voor de bepaling van de weerstandscapaciteit op dit moment geen rekening gehouden met bestemmingsreserves.

Ad d. De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd of waarvan de boekwaarde beduidend onder de handelswaarde ligt. De mogelijke meeropbrengsten die bij verkoop ontstaan, kunnen onder andere worden ingezet ter dekking van onverwachte tegenvallers. De verwachting is op dit moment dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit minimaal is.

Ad e. De niet-benutte belastingcapaciteit
De Financiële verhoudingswet (FVW) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moet hebben, voordat een gemeente in aanmerking komt voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 van de FVW. Om dat te kunnen beoordelen, moet duidelijk zijn welke eigen inkomsten daarbij worden betrokken en wat een redelijk peil is. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
1. de OZB;
2. de rioolheffingen;
3. de afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten.

Voor het onderdeel OZB geldt een percentage van de WOZ-waarde. Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid. Voor 2019 is de norm voor toelating tot een aanvullende gemeentefondsuitkering 0,1905% van de WOZ-waarde.

Ad f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen
Ten aanzien van de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt er op dit moment vanuit gegaan dat de ombuigingsmaatregelen structureel zullen worden gerealiseerd.

Samenvattend
De structurele weerstandscapaciteit in de begrotingsexploitatie bedraagt hiermee over 2019 € 0,5 miljoen. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt hiermee over 2019 € 18,8 miljoen en loopt op naar € 19,1 miljoen over 2022.

Totaalbeeld
De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Weststellingwerf is:

x € 1.000
Onderdeel 2019 2020 2021 2022
a. De structurele begrotingsruimte 500 500 500 500
De incidentele begrotingsruimte 30 30 30 30
b. De algemene reserve 18.800 18.400 18.500 19.100
c. Bestemmingsreserves - - - -
d. De stille reserves - - - -
e. De onbenutte belastingcapaciteit - - - -
f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen - - - -
19.330 18.930 19.030 19.630

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 6,4 miljoen. De belangrijkste risico’s loopt onze gemeente op de volgende onderwerpen, die hierna één voor één worden behandeld. 

Onzekerheden grondexploitaties € 4,2 miljoen
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, begin 2018 zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen. Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Uiterlijk 31 december 2019 zal een toets moeten plaatsvinden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming. Indien hierbij een duurzame waardevermindering wordt vastgesteld, zal dit uiterlijk 31 december 2019 tot afwaardering van deze gronden moeten leiden. De financiële impact van de gewijzigde regelgeving is dus sterk afhankelijk van de besluitvorming over de uiteindelijke bestemming van de NIEGG gronden die de raad zal nemen in de toekomst. Met name het besluit over (het moment van) het in exploitatie nemen van Lindewijk deelgebied 2 zal belangrijk zijn.

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen:  Sociaal domein € 450.000
Jeugdwet en Wmo
De informatie rondom de zorgverlening vanwege de drie decentralisaties komt steeds beter in beeld. Met betrekking tot de uitgaven jeugdzorg en Wmo (AWBZ) wordt vanaf 2017 door de Friese gemeenten gewerkt met het landelijk knooppunt berichtenverkeer VECOZO waardoor de communicatie tussen de gemeenten en zorginstellingen verder is geoptimaliseerd. Dit betekent echter niet dat alle onzekerheden ten aanzien van de uitgaven zijn opgelost. De kwaliteit van het berichtenverkeer blijft een aandachtspunt, waar hard aan wordt gewerkt door zowel gemeenten als zorginstellingen. Het uitgangspunt in Weststellingwerf is dat bekostiging moet plaatsvinden binnen de daarvoor door het rijk beschikbaar gestelde budgetten. Deze rijksbudgetten zijn aangevuld met reguliere gemeentelijke middelen om de inrichting van het Sociaal domein, in het bijzonder de inrichting van de gebiedsteams, verder vorm te geven.

Doorverwijzingen naar niet gecontracteerde partners
Volgens de Jeugdwet zijn huisarts, medisch specialist en jeugdzorgaanbieder (na verwijzing) gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdzorgaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Niet-gecontracteerde zorg hoeft de gemeente niet te vergoeden als passende jeugdzorg vanuit een contractpartner voorhanden is. Sinds 2018 zijn vrijwel alle contracten voor Jeugdzorg regionaal ingekocht. Van lokaal ingekochte Jeugdzorg is geen sprake meer. Onder voorwaarden kan een niet-gecontracteerde zorgaanbieder alsnog zorg (blijven) verlenen. Past het niet binnen de voorwaarden dan kan een jeugdige en/of de ouder(s)/verzorger(s) voor eigen rekening gebruik (blijven) maken van niet-gecontracteerde jeugdzorg. Bij zwaarwegende redenen kan een PGB worden aangevraagd.
Met deze aanpak is het mogelijke risico en financiële impact van doorverwijzingen naar niet-gecontracteerde partners geminimaliseerd.

Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan
Het risico van niet-tijdige en niet-juiste aanlevering is ten aanzien van de zorgtoewijzing en de facturatie aanzienlijk teruggedrongen met het in gebruik nemen van het Gemeentelijk Gegevens Knooppunt (GGK) in 2017. De jaarrekening 2017 van onze gemeente was voor het eerst sinds 2015 weer voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring.
Sinds 2018 worden Diagnose Behandel Combinaties niet meer toegepast. Dit type zorgtrajecten werd pas na beëindiging van het zorgtraject afgerekend. 
Sinds 2018 geldt een nieuwe regionale inkoopsystematiek voor Jeugdzorg. Zodra een zorgtraject start dient een zorgaanbieder maandelijks te factureren. Dat gebeurt nog niet altijd, maar gaat wel steeds beter.
Sinds begin 2018 functioneert in samenwerking met de OWO-gemeenten en de Backoffice Sociaal domein een verplichtingenadministratie. Hiermee hebben we beter zicht op het (financiële) verloop van zorgtrajecten. 
Op regionaal niveau trekt onze gemeente nauw op met de andere Friese gemeenten om te komen tot een verdere verbeterslag. Vanwege het gezamenlijke beleid en de gezamenlijke uitvoering van de administratie van het Sociaal domein bij de Backoffice Sociaal domein is er intensieve samenwerking met de OWO-gemeenten.
Regionaal werkt Weststellingwerf samen met verschillende partijen om de administratieve lastendruk voor het Sociaal domein te verminderen. 
Zo participeren we ambtelijk in een werkgroep Horizontaal toezicht met grote zorgaanbieders. Doel van de pilot is eerder in een verantwoordingsjaar zicht te krijgen op de rechtmatigheid van de verantwoorde zorg.

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: Van vóór 2015 bestaande regelingen € 50.000
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar die in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 375.000
Samen de trap op en samen de trap af
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval! De kabinetsformatie speelt hierbij de komende tijd ook een grote rol. 

BTW-compensatiefonds
Bij de bevoorschotting van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt met ingang van 2019 de raming van het bedrag van het BTW-compensatiefonds dat aan de Algemene uitkering vrijvalt, achteraf verrekend. Door deze wijziging in ramingssystematiek ontvangen gemeenten uiteindelijk niets meer of minder uit het gemeentefonds. Voorzichtigheidshalve hebben wij 2/3 van de te verwachten ontvangen gelden voor 2019 en volgende jaren verantwoord in deze begroting.

Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). De taakstelling van € 78.000 die uit Ombuigingen I resteert, moet nog structureel worden ingevuld.

Onzekerheden realisatie (externe) subsidies € 0
Wanneer de voortgang van een gesubsidieerd project ernstig vertraagt, kan dit consequenties hebben voor de externe financiering. Tijdig overleg met de subsidieverstrekker om de mogelijkheden van verlenging van de termijn te onderzoeken, is daarbij een belangrijke beheersmaatregel die, indien nodig, door ons actief wordt toegepast. Nog belangrijker is alvorens een subsidie aan te vragen goed te onderzoeken of uitvoering binnen de subsidieperiode mogelijk is en voldoen aan de subsidievoorwaarden reëel is. Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 735.000
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO, de Veiligheidsregio Fryslân (VRF), Caparis en de gemeenschappelijke regeling SW Fryslân. De eerste twee samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 20 Friese gemeenten; de SW-samenwerking beperkt zich tot een samenwerkingsverband van acht Friese gemeenten. In beide gevallen is de invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken, zoals ook zichtbaar is geworden in de SW-samenwerking. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er geen eensluidende visie is binnen de 20 Friese gemeenten. Er zijn diverse ontwikkelingen gaande binnen de SW Fryslân en het bedrijf Caparis die een directe relatie hebben met de nieuwe Participatiewet, zoals het project herstructurering. De ontwikkelingen van de loonkostenbijdrage vanuit SW Fryslân aan Caparis blijft een risico.
Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.

Overige onzekerheden en risico’s: beheersmaatregelen in de bedrijfsvoering € 40.000
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.

Overige onzekerheden en risico's: VennootschapsBelasting(VPB) € 0
Met ingang van 1 januari 2016 wordt de VPB ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten van overheidsbedrijven. Het gaat bij onze gemeente met name om de vraag in hoeverre we voor de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig zijn. De laatste berichten zijn dat we ook hiervoor niet als ondernemer worden aangemerkt en dus geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen.

 

Weerstandsvermogen

De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico's worden uitgedrukt in weerstandsvermogen. De hoogte van het weerstandsvermogen is als volgt weer te geven:

x € 1.000
Weerstandsvermogen 2019
Weerstandscapaciteit 19.330
Risico's -6.400
Weerstandsvermogen 12.930

Kengetallen

Met ingang van 2016 zijn een vijftal financiële kengetallen verplicht gesteld. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 (zie ook hiervoor onder ‘beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s’) sluiten we aan voor de verplichte kengetallen bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90 - 130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90%  90 - 130% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
3. Grondexploitatieruimte < 20% 20 - 35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Eerste jaar en meerjarig > 0% Begroting en meerjarig 0% Begroting en meerjarig < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105%

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van de kengetallen weergegeven:  

Kengetallen Rekening Begroot Begroot MJB MJB MJB Categorie
2017 2018* 2019 2020 2021 2022 (peiljaar 2019)
1 Netto schuldquote 78,46% 76,11% 75,28% 70,99% 58,36% 52,96% A
Netto schuldquote (gecorrigeerd) 74,90% 71,49% 71,04% 66,78% 54,21% 48,73% A
2 Solvabiliteitsratio 22,32% 21,91% 21,17% 20,46% 21,45% 22,77% B
3 Grondexploitatie 34,58% 31,63% 28,92% 25,88% 20,67% 19,89% B
4 Structurele exploitatieruimte 1,29% 1,06% 0,01% 0,04% 0,51% 1,04% A
5 Belastingcapaciteit 95,08% 93,64% 94,17% 94,17% 94,17% 94,17% B
* betreft de geactualiseerde begroting 2018

Toelichting kengetallen

Basis voor deze kengetallen is de geprognosticeerde balans voor de jaren 2019-2022. Deze staat onder 'Uiteenzetting van de financiële positie'.

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Een schuldquote van 100% wordt over het algemeen als grens gezien tussen acceptabel en in toenemende mate risicovol.
Wij zitten ruimschoots onder die grens.

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen we voor de komende vier jaren uit boven ons streefpercentage van minimaal 20%.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Uiteraard blijven wij het nauwlettend volgen en houden vast aan ons streven om te voldoen aan categorie B.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele lasten zijn de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, bij structurele baten gaat het onder andere om de Algemene uitkering van het gemeentefonds en eigen belastinginkomsten. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.
Uit het percentage blijkt dat we voor 2019 in categorie A vallen en dus bij dit kengetal weinig risico lopen.

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Deze woonlasten zijn de optelsom van de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.
Zoals uit de tabel blijkt, zijn de woonlasten voor de jaren 2019-2022 in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde van € 721,00 (=100%) van het belastingjaar 2018.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

 

Portefeuillehouder

Jongebloed, Van de Nadort

Organisatie

Ruimte, Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Beleidsnota's

Van toepassing zijn de volgende nota´s:

  • Beleidsplan Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte 2012-2016
  • Nota Openbare Verlichting
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020

Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte

Uw raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld. Hierin zijn de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. De door uw raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen, zijn hierin meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken met uw raad:

  • Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden;
  • Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.

In het collegeprogramma 2018-2022 hebben wij aangegeven hoe wij willen komen tot een nieuwe kwaliteitsambitie openbare ruimte. Doel is dat wij eind 2018/begin 2019 met een startnotitie komen. Wij verwijzen voor meer informatie over het traject dan ook naar het collegeprogramma.

Wegen

Het totale areaal aan verhard oppervlak bedraagt circa 230 hectare. Hier binnen valt 118 km aan wegen binnen de bebouwde kom, 285 km aan wegen buiten de bebouwde kom en 85 km aan fietspaden. Daarnaast heeft de gemeente 214 hectare bermen en 442 km aan schouwsloten in onderhoud.
Om de doelstelling te monitoren worden de wegen geïnspecteerd op basis van de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) methodiek, waarbij de relatie wordt gelegd met de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het beleidsplan. Dit resulteert in een meerjarig inzicht (5 jaar) van planning en begroting. De hieruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden zijn voor deze periode afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting.

Groen

Groen komt in vele vormen terug in de openbare ruimte. Het totale areaal groen binnen de gemeente bedraagt ongeveer 108 hectare. Het grootste areaal bevindt zich in de woongebieden. Langs de plattelandswegen staan de meeste bomen. Het beheer vindt plaats op basis van een kwaliteit gestuurd (groen)beheersysteem.
Het groenbeheer is onder te verdelen in verzorging (kwaliteit onderhoud) en technische staat (kwaliteit inrichting). Het openbaar groen wordt op basis van de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het integrale beleidsplan openbare ruimte onderhouden en gerenoveerd. De onderhoudskwaliteit van het openbaar groen wordt minimaal vier maal per jaar geschouwd. De kwaliteit van de technische staat van het openbaar groen wordt per gebied jaarlijks gemeten. Voordat een renovatie wordt uitgevoerd, wordt de ruimtelijke kwaliteit (mooi en functioneel) bekeken.
Eénmaal in de drie of vier jaar worden alle 30.000 bomen geïnspecteerd. Wanneer de kwaliteit van een boom daar aanleiding toe geeft (de zogenaamde zorgbomen), wordt er jaarlijks geïnspecteerd en zo nodig nader onderzocht.
De werkzaamheden betreffende groen zijn voor de duur van het beleidsplan afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting.

Bruggen, waterwegen en kades

Weststellingwerf heeft 50 bruggen in beheer die bestaan uit 32 bruggen voor fiets-/voetgangersverkeer en 18 bruggen voor autoverkeer. De bruggen variëren van één middelgrote beweegbare brug bij Nijelamer tot meerdere kleine, vaste, houten bruggen voor fiets- en voetgangers. Met de gemeentes Steenwijkerland, De Fryske Marren en Ooststellingwerf hebben we 3 bruggen in gezamenlijk beheer en onderhoud. 
Via een jaarlijkse monitoring wordt de staat van alle kapitaalgoederen gevolgd. Er wordt eens in de 5 jaar geïnspecteerd.

Openbare verlichting

Weststellingwerf heeft in totaal 4.501 lichtmasten in eigendom en beheer (31-8-2017). Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is via de Coöperatie Openbare Verlichting en Inkoop Energie Fryslân aanbesteed (tot 1-1-2018 genaamd Stichting Openbare Verlichting Fryslân). Dit prestatiegerichte contract geldt tot 1 april 2019. We hebben aangegeven ook na 1 april 2019 van de diensten van de Coöperatie Openbare Verlichting en Inkoop Energie Fryslân gebruik te willen maken. Onder onderhoud wordt verstaan het reinigen, het schilderen van masten/armaturen en het regulier vervangen van lampen. Ook het oplossen van storingen aan de openbare verlichting valt onder deze aanbesteding.
In het door uw raad vastgestelde klimaatbeleidsplan ‘samen de schouders eronder’ en in de beleidsnotitie Openbare Verlichting is een streven van 1,5% energiebesparing per jaar opgenomen. Om dit te realiseren moet per jaar circa 5% van de armaturen worden vervangen. Door het vergelijken van het jaarlijks energieverbruik per lichtpunt monitoren wij of het streven van 1,5 % energiebesparing wordt gerealiseerd.

Riolering

Er wordt invulling gegeven aan de wettelijke taken die de gemeente heeft voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. De wijze van de invulling is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hierin zijn de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen beschreven. Naast nieuwe aanleg en aanpassingen op het bestaande rioolstelsel wordt er beheer en onderhoud gepleegd. Uitgangspunt is dit op een doelmatige wijze uit te voeren. Indien mogelijk worden er werkzaamheden in OWO-verband uitgevoerd. Daarnaast werken wij met alle friese gemeenten, Wetterskip, provincie en Vitens aan maatregelen voor een toekomstbestendige Friese waterketen. Dit is vastgelegd in het Fries bestuursakkoord waterketen (FBWK).

Tractiemiddelen

De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheersysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel worden vervangen. Er is een meerjarig overzicht opgesteld van te vervangen materieel.

Gebouwen

Conform de notitie ‘Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed’ is de vastgoedportefeuille opgedeeld in twee categorieën:

  • functionele panden (draagt bij aan het realiseren van beleidsdoelstellingen);
  • niet-functionele panden (op termijn afstoten). 

Het onderhoud van de panden is opgesplitst in dagelijks/cyclisch onderhoud en planmatig onderhoud (groot onderhoud en planmatige vervangingen). Conform NEN 2767-inspecties wordt het geplande onderhoud vastgelegd in een meerjarenonderhoudsplanning. 
Voor de functionele panden wordt het onderhoud zo gepland dat het conditieniveau ‘sober en doelmatig’ blijft. Voor ieder functioneel pand is het onderhoud in een meerjarig onderhoudsplan vertaald. Voor de niet-functionele panden is gekozen om het onderhoud zo minimaal mogelijk uit te voeren. Alleen strikt noodzakelijke maatregelen voor het behoud van de huidige functie en het huidige gebruik van het gebouw worden uitgevoerd.

Beschikbare middelen voor het onderhoud

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
tractiemiddelen 118 153 153 153 153 153
gebouwen 454 791 574 656 536 536
wegen 1.695 1.375 1.475 1.475 1.475 1.475
bruggen en duikers 133 115 115 115 115 115
openbare verlichting 46 53 53 53 53 53
openbaar groen 294 176 176 176 176 176
riolering 191 164 164 164 164 164
terreinen 38 43 78 78 78 78
overig 52 55 40 40 40 40
Eindtotaal 3.021 2.924 2.827 2.909 2.790 2.790

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

Onder treasury wordt verstaan het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn we transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden we eventuele overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten niet mogelijk. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben, kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.
We hebben momenteel nog drie geldleningen.

Risicobeheer

Binnen de Wet fido zijn twee normen vermeld (kasgeldlimiet en renterisiconorm) waaraan moet worden voldaan. Het doel van deze normen is een stabiele rentelast over de jaren te bewerkstelligen.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is vastgesteld als het maximum percentage van het begrotingstotaal dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De berekening van de kasgeldlimiet voor de komende jaren is als volgt:

x € 1.000
Kasgeldlimiet 2019 2020 2021 2022
Begrotingsvolume 75.791 75.667 75.424 73.073
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
De kasgeldlimiet in euro's 6.442 6.432 6.411 6.211

Renterisicobeheer

De risiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de leningenportefeuille met een looptijd van een jaar of langer te beperken. In de Wet fido is het renterisico gemaximeerd op 20% van het begrotingsvolume.
Onze ruimte binnen deze norm is als volgt:

x € 1.000
Renterisiconorm 2019 2020 2021 2022
Begrotingsvolume 75.791 75.667 75.424 73.073
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 20,00% 20,00% 20,00% 20,00%
Toegestane renterisiconorm 15.158 15.133 15.085 14.615
Renteherziening op vaste schuld (opgenomen) 0 0 0 0
Renteherziening op vaste schuld (uitgezet) 0 0 0 0
Aflossingen 3.345 3.345 3.345 3.345
Huidige renterisiconorm 3.345 3.345 3.345 3.345
Ruimte binnen de toegestane renterisiconorm 11.813 11.788 11.740 11.270

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren verstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. Jaarlijks wordt hier op afgelost. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

x € 1.000
Verstrekte geldleningen en gegarandeerde leningen Ultimo 2018
Rentedragende leningen 2.403
Gegarandeerde geldleningen (100%) 4.970
Indirect gegarandeerde geldleningen (WSW-achtervang) 63.041
Totaal 70.414

Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling (een iets oplopende rente voor de langere looptijden) wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte en deze wordt afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin: uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. We laten daarbij de kortlopende schuld niet onnodig hoog oplopen waardoor lang geld moet worden aangetrokken op een voor onze gemeente ongunstig moment: een evenwichtige spreiding van de aflossingen en rentebetalingen is belangrijk bij een beheersbare liquiditeitsbegroting.

Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Leningenportefeuille

Het verloop van onze leningenportefeuille staat in de geprognosticeerde balans (zie onder “Uiteenzetting van de financiële positie”).

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Er zijn echter voldoende middelen beschikbaar via het schatkistbankieren zodat we niet hoeven te lenen.

x € 1.000
Financieringsbehoeft per 31 december 2019 2020 2021 2022
Eigen vermogen 21.460 20.554 20.382 20.738
Voorzieningen 16.365 18.578 20.817 20.732
Vaste geldleningen 55.232 51.887 48.542 45.197
93.057 91.019 89.741 86.667
Vaste activa 82.426 81.153 76.258 70.804
Voorraden 10.161 7.852 4.059 3.082
Bijstelling op basis van geïnventariseerde risico's 1.600 3.200 4.800 6.400
94.187 92.205 85.117 80.286
Financieringstekort (-) danwel overschot (+) per 31 december - 1.130 - 1.186 4.624 6.381

De wijze van rentetoerekening

In het volgende renteschema is uiteengezet hoe voor alle jaren de rentetoerekening in deze begroting is vormgegeven. Het renteresultaat is verantwoord bij het Overzicht algemene dekkingsmiddelen, taakveld treasury.

x € 1.000
Renteschema 2019 2020 2021 2022
Externe rentelasten over de korte en lange termijn 1.958 1.840 1.721 1.602
Externe rentebaten 66 65 64 63
Totaal door te berekenen rente 1.892 1.775 1.657 1.539
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties 431 383 325 235
Rente over eigen financieringsmiddelen 0 0 0 0
Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 1.471 1.487 1.515 1.527
1.902 1.870 1.841 1.762
Renteresultaat op het taakveld treasury -10 -96 -184 -224

EMU saldo

Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU-saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het voor 2019 begrote EMU-saldo voor onze gemeente bedraagt € 961.000 positief. Er is sprake  van een positieve vrije kasstroom, geschoond van aflossingen van leningen.

Overige ontwikkelingen

Schatkistbankieren
Decentrale overheden maken verplicht gebruik van schatkistbankieren boven het voor dat jaar geldende drempelbedrag voor overtollige middelen. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2019 ongeveer € 568.000

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort, Jongebloed en Hoen

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

 

De onderdelen inkoop & aanbesteding, informatisering & automatisering, documentaire informatievoorziening, financiële- en personele administratie als ook verzekeringen en business intelligence worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking.

Informatieveiligheid en privacy

Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) informatie-uitwisseling met overheidsorganisaties, (keten)partners, burgers, bedrijven en instellingen. Het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van informatie kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering maar kan ook leiden tot boetes of imagoschade. Een betrouwbare informatie­voorziening is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente. Informatieveiligheid en privacy zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: een goede informatiebeveiliging is een belangrijke randvoorwaarde voor het beschermen van persoonsgegevens.

De komende jaren blijft onze gemeente inzetten op het verhogen van de informatieveiligheid en het zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Dat doen we onder andere met het invoeren van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG) en diens opvolger de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het vergroten en borgen van het beveiligings- en privacybewustzijn van medewerkers, en het afleggen van verantwoording met behulp van de zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit), de zelfevaluatie BRP (Basisregistratie personen) en de zelfevaluatie PNIK (Paspoorten en Nederlandse Identiteitskaarten).

Rechtmatigheid

De kaders en belangrijkste activiteiten op het gebied van rechtmatigheid zijn vastgelegd in het beleidsplan interne beheersing en het jaarplan interne controle. Het speerpunt in het reeds vastgestelde beleidsplan Interne Beheersing 2017-2019 is het invoeren van een risicogerichte interne controle. De centrale vraag bij een risicogerichte interne controle is 'hoe erg is het als het fout gaat'. De invoering wordt stapsgewijs aangepakt.

Het controleprotocol met nadere aanwijzingen voor de accountantscontrole op de jaarrekening 2018 wordt eind 2018/begin 2019, tezamen met het normenkader, ter vaststelling aan de controlecommissie van de raad voorgelegd.

Over het invoeren van een in control-statement (bestuursverklaring), waarin ons college jaarlijks verantwoording aflegt aan uw raad over de mate waarin de bedrijfsvoering van onze gemeente financieel en organisatorisch in control is, is het volgende bekend geworden. De invulling van de  accountantsverklaring met ingang van 2021 wordt gewijzigd. De jaarstukken 2021 moeten een rechtmatigheidsverklaring van ons college bevatten. De accountant geeft over de jaarrekening en de rechtmatigheidsverklaring van ons college een oordeel over het getrouwe beeld. Daarmee vervalt het oordeel over de rechtmatigheid van de achterliggende beheershandelingen van de accountant, omdat dit voortaan wordt meegenomen in de getrouw beeld verklaring zelf.

Organisatieontwikkeling

‘Samen werken, gewoon doen’ vraagt om een andere oriëntatie op de werkwijzen van de organisatie.  In het collegeprogramma 2018 - 2022 is dit nader uitgewerkt in opgave 3. Deze ontwikkeling sluit aan bij de ingezette organisatieontwikkeling gericht op anders werken: faciliteren, stimuleren en experimenteren. Het anders werken vraagt op onderdelen om (nog) meer samenwerking met medewerkers, inwoners, bedrijven en partners.
We zetten in 2019 stappen op weg naar de organisatie die we voor ogen hebben: ‘een flexibele, op de samenleving gerichte organisatie, die zich kenmerkt door Professionele dienstbaarheid, Integraliteit en Maatwerk (PIM).
De verandering waar ‘Samen werken, gewoon doen’ voor staat is geen blauwdruk. We gaan met elkaar op expeditie: het samen schakelen in de veranderende rol van de gemeente en haar inwoners. We zien dit als een groeiend proces wat we met elkaar aangaan en noemen we in de organisatie  ‘PIM op expeditie’. In 2019 gaan we vanuit PIM op expeditie diverse pilots starten, gericht op de veranderende rol van onze medewerkers, integraal werken en het creëren van ontmoetingen. Het kantoorconcept nemen we hierin mee.

Het personele gevolg van het strategisch vastgoedbeleid is in overleg met u in deze begroting opgenomen. De dekking komt, zoals gebruikelijk deels ten laste van grondexploitaties. Wij hebben u de handreiking gedaan om in dit begrotingsjaar met u te praten over strategisch personeelsbeleid. Die toezegging komen wij na.

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

PIM op expeditie
PIM op expeditie is leidend voor het HR beleid in 2019. We zien naast veranderende houding en betrokkenheid van inwoners ook een verandering tussen medewerker en werkgever. Ook hier komt steeds meer aandacht voor individuele vragen van medewerkers en gaan we steeds meer uit van maatwerk.  Net als inwoners vragen we ook onze medewerkers mee te denken over organisatievraagstukken en komen ze zelf met oplossingen en verbeteringen. Waar mogelijk maken we richtlijnen ter vervanging van regelingen en houden we ruimte voor maatwerk. Generatiegericht maatwerk is een succesvol voorbeeld om medewerkers vitaal te houden. Om de maatwerkverzoeken ook in 2019 te kunnen behandelen, is het budget in de begroting bijgesteld. PIM op expeditie verankeren we in onze personeelsinstrumenten. Zo sluit het concernopleidingsprogramma aan bij de thema’s van de expeditie en werven we gericht medewerkers met vaardigheden die aansluiten bij de veranderende rol van de ambtenaar. 

Aantrekkelijk werkgever blijven
In 2018 startten we met het aanpassen van ons wervingsbeleid en arbeidsmarktcommunicatie. We kregen het afgelopen jaar meer vacatures die steeds moeilijker in te vullen bleken met geschikte medewerkers. De aanpassing in beleid gaat in 2019 verder. Om als aantrekkelijk werkgever nieuwe medewerkers te werven, maar ook om deze meerdere jaren aan ons te binden merken we dat ons budget voor leren & ontwikkelen niet meer voldoet. Onze huidige budgetten gericht op leren & ontwikkelen bieden geen ruimte voor extra mogelijkheden. Ten opzichte van andere gemeenten met vergelijke gemeentegrootte was ons beschikbare budget lager. [1]
Ook groeide het budget niet mee met het groeiend aantal medewerkers. Voor 2019  is dit in de begroting structureel gecorrigeerd, zodat we ook op dit punt een aantrekkelijk werkgever zijn.  

Vitaliteit
Vitaliteit blijft belangrijk; de ingezette koers waar ‘de gezonde keuze, de makkelijke keuze’ is zetten we voort. We verbeteren onze arbeidsomstandigheden en experimenteren met werkplekken, faciliteiten en inrichting binnen ons kantoorconcept. Vanuit het collegeprogramma is een werkbudget opgenomen, waarmee ook experimenten gestart worden in relatie tot flexibel werken en kantoorplek inrichting.  

Het medewerkersonderzoek
We meten ook in 2019 medewerkerstevredenheid aan de hand van een thema. De uitkomsten en vervolgacties pakken we samen met de medewerkers op.

Ziekteverzuim
We streven ernaar onder de landelijke verzuimnorm van het A&O fonds van 4,1 % te komen.

WNRA
Vanaf 2020 is het private arbeidsrecht van toepassing op onze medewerkers. 2019 geldt als invoeringsjaar van deze Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA). In 2019 treffen we de lokale voorbereidingen op een soepele, juridische, overgang.


[1] Personeelsmonitor 2017: gemiddeld budget voor medewerkers uit vergelijkbare gemeentegrootte ligt 28% hoger. Voor medewerkers uit vergelijke gemeentegrootte is gemiddeld voor € 1.077 per persoon budget aanwezig. Sinds ombuigingen vanaf 2012 is voor medewerkers in Weststellingwerf verlaagt naar € 778.

Paragraaf OWO-samenwerking

Paragraaf OWO-samenwerking

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Continueren en door ontwikkelen OWO-samenwerking

Zie collegeprogramma 2018-2022.

Bestuursovereenkomst

De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2015 heeft per 1 juli 2017 de voltooiing van de bouw van de 3 OWO afdelingen bereikt.
Na de bouwfase verkeren de OWO-afdelingen nu in de fase van doorontwikkeling en dat verloopt naar wens. De OWO-afdelingsplannen zijn de basis voor de onderlinge ambities, staande afspraken en de financiële vereffening/verrekening tussen de drie gemeenten. Een uniek construct in Nederland. De fiscus kan zich tot nu toe vinden in de wijze van onderlinge kostenverdeling/ toerekening.
Waar en wanneer mogelijk worden plannen en nieuwe beleidsopgaven samen opgepakt en hoeven ze niet te worden uitbesteed. Bij een nieuw (beleids)vraagstuk maken de gemeenten gebruik van elkaars kennis en kunde. Samen kunnen de OWO gemeenten sneller inspelen op landelijke en provinciale opgaves. Een voorbeeld hiervan is de invoering van de Omgevingswet.

OWO afdelingen

OWO-afdelingen: het fundament van onze samenwerking

www.weststellingwerf/organisatie/owo-samenwerking

OWO is het antwoord van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland op nauwer samenwerken tussen de gemeenten. Door krachten te bundelen, worden kosten bespaard. Afdelingen zijn minder kwetsbaar en hierdoor verbetert de kwaliteit van de dienstverlening. OWO bestaat uit drie samenwerkende gemeenten, die naast de eigen afdelingen drie gezamenlijke afdelingen hebben. Hier werkt een derde van de medewerkers.

In 2017 is de bouw en de inrichting van de drie OWO-afdelingen in de drie gemeenten gerealiseerd, namelijk de afdeling Beheer en Registratie in Oosterwolde, de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving in Gorredijk en de afdeling Bedrijfsvoering in Wolvega. Deze afdelingen zijn na 4 jaar bouwen onlosmakelijk verbonden met de drie gemeenten. De OWO-afdelingen vormen met ruim 140 fte en een grote hoeveelheid aan werkzaamheden en diensten een substantieel deel van de gemeentelijke organisaties. Ze leveren slagkracht en dragen daarmee bij aan de gemeentelijke bestuurskracht.
Ook buiten onze gemeenten is OWO een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband; samen waar het kan én met behoud van eigenheid.  Onverminderd zetten de afdelingen zich in voor de 4 K’s:

  1. meer Kwaliteit;
  2. vergroten Kennis;
  3. vermindering Kwetsbaarheid;
  4. minder (meer) Kosten.

Onderstaand een korte duiding van de belangrijkste thema’s in 2019 per OWO-afdeling.

Afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) (gemeente Opsterland)

De afdeling heeft voor 2019 de volgende ambities en speerpunten:

  • Bijdrage leveren aan de voorbereidingen inzake de Omgevingswet;
  • Actualiseren handhavingsbeleid;
  • Implementeren effecten nieuwe wet en regelgeving op het gebied van VTH, zoals de Wet VTH en de Wet private kwaliteitsborging;
  • Advisering over de Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving (FUMO) en meer specifiek bijdragen aan de doorontwikkeling van de FUMO (FUMO 2.0.);
  • Bijdrage aan doorontwikkeling digitale dienstverlening.

Afdeling Beheer en Registratie (gemeente Ooststellingwerf)

Opgaves in 2019 zijn:

  • Bijdragen aan het realiseren van de Digitale agenda 2020 (ontsluiten en kenbaar maken van publieke data);
  • Uitbouwen van de digitale dienstverlening (aansluiting op MijnOverheid.nl);
  • Uitvoering van de factuurcontrole regionale zorg;
  • Bijdragen aan de voorbereidingen inzake de Omgevingswet en het bij behorende digitale stelsel;
  • Doorontwikkeling van Geo-informatie.

Afdeling Bedrijfsvoering (gemeente Weststellingwerf)

De afdeling Bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor Informatisering en automatisering, Business Intelligence, de documentaire informatievoorziening, de personeels- en salarisadministratie, inkoop en verzekeringen en de financiële administratie.

Informatisering en Automatisering (I&A)
Ook 2019 staat net als voorgaande jaren in het teken van de verdere integratie van de ICT-systemen binnen OWO. De complexiteit van het ontvlechten van systemen, applicaties en communicatiecomponenten legt flink beslag op de capaciteit van I&A. Wij zorgen voor continuïteit en kwaliteit van de ICT-dienstverlening aan de participerende gemeenten. De informatievoorziening draagt bij aan een toekomstbestendige, wendbare lokale overheid, dichtbij burgers, bedrijven en recreanten. Wij creëren hiermee randvoorwaarden voor een efficiënte bedrijfsvoering en een klantgerichte en effectieve dienstverlening aan burgers en bedrijven. Onze ambities en speerpunten zijn vastgelegd in het informatie beleidsplan 2017-2020. Om hieraan concrete invulling te geven wordt jaarlijks gewerkt met projecten die in OWO samenwerking worden afgestemd. Uitwerking, realisatie en sturing vindt plaats middels het in OWO samenwerking gehanteerde informatie jaarplan.

Ook voor 2019 is rekening gehouden met een budget van € 150.000 per OWO-gemeente voor de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening vastgelegd in het te verschijnen Informatisering jaarplan. Op het terrein van ICT beveiliging zullen de noodzakelijke maatregelen worden gecontinueerd en worden actuele ontwikkelingen gevolgd, geanalyseerd en in beheersingsmaatregelen vertaald. Werkplekondersteuning (ruim 900 werkplekken) en technisch beheer zal ook in 2019 als bijna vanzelfsprekend plaatsvinden.

Ook zal in 2019 de veiligheid en de beschikbaarheid van betrouwbare data alsook het blijven voldoen aan de wetgeving (AVG) een belangrijk speerpunt zijn.

Documentaire Informatievoorziening (DIV)
De invoering van het zaakgericht werken in OWO-verband zal worden doorontwikkeld. Zaakgericht werken biedt centraal inzicht in alle lopende zaken en ondersteunt volledige digitale dossiervorming. Vanuit Documentaire Informatie Voorziening (DIV) is een strategie neergelegd om geleidelijk verschillende processen volledig digitaal in te richten en af te handelen. De in Ooststellingwerf afgelopen jaren opgedane ervaring wordt ingezet om in heel OWO stap voor stap op dit concept over te gaan. Inmiddels zijn de eerste vak applicaties aangesloten op het nieuwe Document Management Systeem iDocumenten.

En verder:
Op het gebied van informatievoorziening zal in 2019 verder worden gewerkt aan het met alle gebruikers ontwikkelen en verfijnen van het zogenaamde dashboard met managementinformatie en procesinformatie (als aanvulling op bestaande rapportages en informatievoorziening uit de verschillende applicaties).

Op het ruimtelijk domein zal de naderende invoering van de Omgevingswet een grote rol gaan spelen. Daarbij staat een goede informatievoorziening voor zowel de ambtenaar als de burger centraal. Dit betekent dat we moeten investeren in een goede kwaliteit van onze gegevens.

Inkoop
Op het terrein van het inkoop- en aanbestedingsbeleid zal in 2019 het bestaande beleidskader worden gehanteerd en in toepassing worden gestimuleerd. Wij faciliteren, motiveren en sturen daarbij op onze beleidsdoelen: lokaal- en regionale inkoop daar waar dat kan, Fairtrade inkopen en Maatschappelijk verantwoord inkopen (SROI). Nadere uitwerking zal worden gegeven aan het traject Beter Aanbesteden. Dit heeft als doel het verbeteren van inkoop van diensten en producten zodat het slimmer, beter en makkelijker wordt voor zowel ondernemers als overheden. Ook richten wij ons op het doorontwikkelen van leveranciersrelaties door het toepassen van contractmanagement en prestatiemeting (past performance) toegepast. Gemeten wordt hoe opdrachtnemers bij de uitvoering van opdrachten aan hun contractuele verplichtingen voldoen. Daarnaast zal het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) verder worden uitgewerkt en geïmplementeerd. Tevens zal in 2019 bij de inkoop e-facturering worden uitgerold.

Verzekeringen
Het onderwerp verzekeringen wordt binnen de OWO gemeenten verder ontwikkeld met als focus risicomanagement (bewustwording van wat, wanneer verzekerd moet zijn). De groei in het aantal claims en verzekeringen voor de gemeenten zorgt er tevens voor dat gemeenten in control moeten zijn. Door deze ontwikkelingen bestaat het risico dat in de komende jaren de grote verzekeraars premies en eigen risico´s gaan verhogen. Voor deze begroting was er (vooralsnog) geen aanleiding om de budgetten hierop aan te laten passen. De marktontwikkelingen worden scherp gevolgd.

Financiële administratie
Het op tijd binnen de gestelde kaders betaalbaar stellen van facturen is een continu proces (norm is minimaal 95% van de onbetwiste facturen binnen 30 dagen betaald). In het betalingsproces worden in 2019 de belangrijkste speerpunten de wettelijk gestelde eis te voldoen aan e-facturering in combinatie met optische factuurherkenning en digitale aanlevering en verwerking van facturen. Daarnaast is het verwerken, muteren en verantwoorden van onze financiën in combinatie met het ontsluiten van deze informatie (ook aan derden zoals ministerie) in combinatie met onze ondersteuning voor de reguliere planning- en control cyclus een prominente activiteit.

Personeel- en salarisadministratie
Op het terrein van de personeel- en salarisadministratie worden gebruikers gefaciliteerd met het softwarepakket e-HRM waarmee zij eenvoudig, overal en altijd hun zaken kunnen inzien of regelen (zoals salarisspecificatie, declaraties, verlofregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden). Leidinggevenden worden digitaal ondersteund met digitale personeelsdossiers en het faciliteren van procesondersteuning en workflow. Daarnaast worden rechtspositionele processen, werving- en selectie processen alsook overige vraagstukken vanuit HRM ondersteund. 

Paragraaf Verbonden Partijen

Paragraaf Verbonden Partijen

Portefeuillehouder(s)

College

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

Zoals de meeste gemeenten heeft Weststellingwerf een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen.
De samenwerkingsvormen worden aangeduid met het begrip verbonden partijen. Hieronder wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. 
Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is gebaseerd op het uitgangspunt dat onze gemeente alleen participeert in verbonden partijen indien daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten (ingeval van een stichting of vennootschap) staat telkens de doelstelling van de betreffende rechtspersoon geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het veelal om: 

  • Efficiency voordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.

Zeggenschap in de praktijk

De invloed van de gemeenten verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en toezicht. In het bestuur van die stichtingen en ondernemingen zijn wij vertegenwoordigd. Via dat bestuur wordt onze invloed aangewend als het gaat om sturing op onder andere financiën, risico’s en toekomstvisie. Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur en dat brengt met zich mee dat de directe invloed per definitie beperkt is. Als zich een meerderheid vormt voor of tegen een voorstel dan is de stem van de enkeling niet doorslaggevend en zal de minderheid zich ook moeten schikken. De democratische controle op de in dit overzicht genoemde ‘partijen’ waarmee de gemeente zich verbonden heeft ligt bij de gemeenteraad. In de besturen zitten in de meeste gevallen leden van ons college van b&w en die verantwoorden zich tegenover de raad op de gebruikelijke wijze. 

Financieel belang

Het financiële belang dat is gemoeid met de deelneming in verbonden partijen staat per instelling in de tabel onderaan deze paragraaf. 

Beleidsontwikkelingen enkele verbonden partijen

Veiligheidsregio Fryslân (VRF)
2019 is het eerste jaar van het nieuwe beleidsplan welke eind 2018 wordt vastgesteld. In afwachting van dit beleidsplan is de programmabegroting arm aan nieuwe beleidsvoorstellen.
De opgenomen beleidsontwikkelingen hebben voornamelijk betrekking op de wijzigingen die voortkomen uit het vastgestelde Dekkingsplan 2.0, Samen Paraat en de extra inzet richting vergunninghouders. De overige ontwikkelingen hebben een autonoom karakter, zoals de wijziging van de pensioenpremie en de indexering van materiële kosten.
Het Regeerakkoord van Rutte III beschrijft een evaluatie van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die invloed kan hebben op de veiligheidsregio. Ditzelfde geldt voor de geplande evaluatie wet Veiligheidsregio’s. Door slagvaardig en alert te handelen, gaat de VRF in 2019 een vervolg geven op dat wat men nu ruim vijf jaar doet: samen met de gemeenten een belangrijke bijdrage leveren aan een veilig en gezond Fryslân. De begroting van de VRF is opgebouwd uit 4 onderdelen, namelijk:

  1. de GGD;
  2. crisisbeheersing;
  3. brandweer en
  4. organisatie 

Ad a. Gezondheid
“Gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven”.
Deze definitie van gezondheid van Machteld Huber zegt precies waar het programma van GGD Fryslân om draait: het aanpassingsvermogen en de eigen regie van Friese inwoners vergroten.

In het programma worden twee soorten activiteiten onderscheiden:
1. Beschermen van de gezondheid van de Friese burger; GGD Fryslân is voor gezondheid de dijkbewaker.

  • monitoren van de gezondheidssituatie van de Friese bevolking.
  • alert op (uitbraak van) gezondheidsbedreigingen, en voorkomen van (verdere) verspreiding van ziektes en van escalatie van (medische en psychosociale) problematiek.
  • preventief: de basis gezond houden.
  • de crisisorganisatie die alert en slagvaardig optreedt als de dijken toch mochten doorbreken.

2. Bevorderen van de gezondheid van de Friese burger; GGD Fryslân bevordert de gezondheid van de Friese burgers als dijkversterker.

  • richt zich op mogelijkheden van mensen, ook als er sprake is van kwetsbaarheid.

Hiertoe staan in de begroting van de GGD vier pijlers:

  • Monitoring, signalering en advies
  • Uitvoerende taken gezondheidsbescherming
  • Bewaken van de publieke gezondheid bij rampen en crises
  • Toezicht houden

Voor 2019 zijn in ieder geval de volgende onderwerpen van belang:

  • financiering rijksvaccinatieprogramma door de gemeenten op basis van inwonertal. De gemeentelijke bijdrage zal gebaseerd zijn op de toevoeging aan het gemeentefonds voor de Friese gemeenten.
  • het op peil houden van de huidige vaccinatiegraad
  • continuering extra inzet jeugdgezondheidszorg nieuwe vergunninghouders
  • verhogen van aantal locaties kinderopvang dat voldoet aan de vastgestelde normen voor kwaliteit en veiligheid
  •  gezondheid krijgt een plek in de omgevingsvisies en -plannen van de Friese overheden

Ad b en c. Beleidsplan veiligheid 2019-2022
De brandweer en afdeling crisisbeheersing hebben in 2019 een nieuw gezamenlijk beleidsplan 2019-2022. Vanaf 2019 staan drie pijlers centraal.
Allereerst betreft dit de netwerksamenleving. De inzet is om de samenwerking te organiseren, te ondersteunen en te stimuleren.
Daarnaast is de inzet van slimme data en technologie een aandachtspunt. Op deze manier wil de VFR crises voorspellen en voorkomen, alsook de bestrijding van crises ondersteunen.
Tot slot willen de brandweer en de afdeling crisisbeheersing nieuwsgierig en omgevingsbewust zijn om zodoende tijdig in te kunnen spelen op ontwikkelingen.

Crisisbeheersing
Binnen bovenstaande pijlers houdt de afdeling crisisbeheersing zich bezig met de volgende thema’s:

1. Nieuwe risico’s     6. Kwetsbaarheid achter de voordeur
2. Uitval vitale voorzieningen  7. Terrorismegevolgbestrijding
3. Cyber 8. Implementatie “AVE-systematiek” bij gemeenten
4. Zorgcontinuïteit 9. Veilig verloop van evenementen
5. Risico- en Crisiscommunicatie 10. Voorbereiding op – dreigende – overstroming en ernstige wateroverlast

 De thema’s zullen worden opgepakt op basis van de volgende vier uitgangspunten:

  1. Pro-actiever reageren op nieuwe ontwikkelingen en risico’s;
  2. Meer publiek-private samenwerking;
  3. Meer samenwerking met burger;
  4. Samenwerkend, klantgericht en nieuwsgierig.

Brandweer
Alle taken binnen het programma Brandweer staan in het teken van ‘voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten’. Hierbij richt men zich op het optimaliseren van de repressieve slagkracht en paraatheid in Fryslân en het bevorderen van het brandveiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid in de Friese samenleving.
Het jaar 2019 staat in het teken van Strategische personeelsplanning, omdat het personeelsbestand van Brandweer Fryslân vergrijst en het aantrekken van nieuwe vrijwilligers toenemende aandacht vraagt. Tevens is een ontwikkeling gaande om de operationele informatievoorziening tijdens de incidentbestrijding verder te optimaliseren. Naast een repressieve inzet, levert Brandweer Fryslân vanuit verschillende invalshoeken kennis en expertise ten behoeve van een (brand)veilige leefomgeving zoals de wettelijke (advies)taken op het gebied van externe veiligheid en brandveiligheid en het vergroten van de brandveiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheid binnen het Uitvoeringsprogramma ‘Brandveilig Leven’. Naast de doelgroepgerichte aanpak wil Brandweer Fryslân meer inzicht in samenwerking met de verschillende ketenpartners en het bereiken van de Friese burger.

Ad d. Organisatie
In het beleidsplan 2019-2022 staan drie uitgangspunten centraal binnen het programma organisatie:

  1. Digitale dienstverlening: 100% digitale dienstverlening voor de inwoners van Fryslân;
  2. Duurzaam voorbeeldgedrag: in 2022 staat er nul op de meter;
  3. Uitstekend werkgeverschap: in 2020 is de VRF een Great Place to Work.

FUMO
Op basis van wetgeving zijn wij per 1 januari 2014 toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling FUMO. De zogenaamde basistaken van vergunningverlening en toezicht op het gebied van milieu zijn toen ondergebracht in deze gemeenschappelijke regeling.
In OWO verband is bewust besloten de zogenaamde plus taken in eigen beheer te blijven uitvoeren.
Op basis van nieuwe wetgeving is het pakket basistaken uitgebreid. Deze worden per 1 januari 2020 ook ingebracht in de gemeenschappelijke regeling.

Welstandszorg Hûs en Hiem
De wetgeving bevat de verplichting bouwinitiatieven te toetsen aan welstandaspecten. In Friesland is ervoor gekozen om deze toetsing provincie breed op te pakken. Daarvoor is in 1985 de gemeenschappelijke regeling Hûs en Hiem welstandsadvisering en monumentenzorg ingesteld.
Met uitzondering van Tytsjerksteradiel zijn alle Friese gemeente lid van de gemeenschappelijke regeling.
Me de komst van de Omgevingswet zal de verplichte welstandstoets een andere invulling moeten krijgen. In hoeverre dat ook het einde betekent van de gemeenschappelijke regeling is nu nog niet te voorzien.

Marrekrite
De gemeenschappelijke regeling recreatieschap marrekrite is in 1957 ingesteld. Doel van deze gemeenschappelijke regeling is om efficiënt onderhoud te kunnen uitvoeren aan de (recreatieve) water infrastructuur in Friesland. In 2017 is daar ook het beheer en onderhoud van wandel- en fietspaden aan toegevoegd.

Sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV
Caparis NV voert voor de SW Fryslan de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) uit. Gemeente Weststellingwerf is samen met zeven andere gemeenten een gemeenschappelijke regeling aangegaan voor de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheden met betrekking tot deze wettelijke taak. De 8 gemeenten zijn tevens aandeelhouder van het uitvoeringsbedrijf Caparis NV. De GR-gemeenten financieren de arbeidsplaatsen vanuit de rijksbijdrage voor sw-geindiceerden. Daarom is een herstructurering van Caparis nodig gericht op een versnelde afbouw. De deelnemende gemeenten hebben geen eensluidende visie op de toekomst van Caparis. Om maatwerk mogelijk te maken is het de intentie om de gemeenschappelijke regeling op te heffen en onderzoek te doen naar een nieuwe organisatiestructuur. Dit zou in 2019 zijn beslag moeten krijgen. De gemeente Weststellingwerf vindt het belangrijk dat er voor mensen met een arbeidsbeperking en/of een grote afstand tot de arbeidsmarkt voldoende mogelijkheden zijn voor betaalde arbeidsplaatsen waar zij zich, als dit aan de orde is, verder kunnen ontwikkelen. Wij zien Caparis als een van de partners om dit te kunnen borgen.
Per 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. Op dat moment is de WSW gesloten voor nieuwe instroom. Iedereen die op 31 december 2014 een dienstverband had in het kader van de WSW, behoudt zijn/haar rechten. Dit betekent dat de natuurlijke afbouw van de WSW nog ruim 30 jaar in beslag kan nemen. De gezamenlijke gemeenten vinden dit een onwenselijk scenario.

Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regeling waarin de gemeente deelneemt 

Gemeenschappelijke Regeling Bestuursacademie Noord-Nederland

Vestigingsplaats

Groningen

Doel deelname

Voorzien in wachtgeldverplichtingen voormalige werknemers

Deelnemers buiten Weststellingwerf

Gemeenten, provincies, waterschappen in de drie noordelijke provincies

Belang

Geen

Ontwikkelingen 2019

Geen

Vermogen

Niet van toepassing

Resultaat 2017

Niet van toepassing

Portefeuillehouder

Hoen

Veiligheidsregio Fryslân

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Efficiencyvoordeel door schaalvergroting

Deelnemers buiten Weststellingwerf

De Friese gemeenten

Belang

Exploitatiebijdrage 2019
Veiligheid € 1.318.000 Gezondheid € 927.941 

Ontwikkelingen 2019

Beschermen en bevorderen gezondheid en veiligheid  van inwoners in Friesland. Door verbeterde zorg, crisisbeheersing en digitale beveiliging.

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
2.342.000
€ 3.042.000

Vreemd vermogen
53.791.000
€ 55.525.000

Resultaat 2017

€ 1.271.000

Portefeuillehouder

Van de Nadort

 

FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)

Vestigingsplaats

Grou

Doel deelname

Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken

Deelnemers buiten Weststellingwerf

De Friese gemeenten

Belang

Exploitatiebijdrage 2019 € 242.300

Ontwikkelingen 2019

De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken. Doel van de FUMO is het realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten.

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
430.704
€ 5.729

Vreemd vermogen
1.652.068
€ 3.883.034

Resultaat 2017

€ -193.301

Portefeuillehouder

Jongebloed

 

GR Hus en Hiem

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen

Deelnemers buiten Weststellingwerf

De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel

Belang

In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.

Ontwikkelingen 2019

Door de aantrekkende economie zijn er meer adviesaanvragen binnen gekomen. Verder is  Hus en Hiem bezig geweest om in beeld te brengen hoe men kan anticiperen op de nieuwe wetgeving.

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
165.742
€ 321.942

Vreemd vermogen
107.080
€ 93.672

Resultaat 2017

€ 156.200

Portefeuillehouder

Zonderland

 

Recreatieschap voor het Friese Waterland 'De Marrekrite'

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie

Deelnemers buiten Weststellingwerf

provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten

Belang

Exploitatiebijdrage 2019 € 25.015 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.

Ontwikkelingen 2019

Duurzame (vervangings)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân.

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
€ 4.410.207
€ 4.012.195

Vreemd vermogen
€ 635.465
€ 1.520.946

Resultaat 2017

€ -398.012

Portefeuillehouder

Hoen

 

OLAF / OMRIN 

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie

Deelnemers buiten Weststellingwerf 

provincie Fryslân en de Friese gemeenten

Belang

Zie onder OMRIN

Ontwikkelingen 2019

Zie onder OMRIN

Vermogen

Zie onder OMRIN

Resultaat 2017

Zie onder OMRIN

Portefeuillehouder

Rikkers

 

GR SW Fryslân

Vestigingsplaats

Drachten

Doel deelname

Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften

Deelnemers buiten Weststellingwerf

Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel

Belang

Exploitatiebijdrage 2019 € 4.534.411 (SW-loonkosten incl. opslag)

Ontwikkelingen 2019

We staan voor een vereenvoudiging van de Governance structuur van Caparis NV en GR SW Fryslan. Er vindt een onderzoek plaats naar de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de dubbele structuur. Een werkgroep heeft de opdracht gekregen een onderzoek te doen naar de mogelijkheden en consequenties die een vereenvoudiging met zich meebrengt.

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
690.000
€ 625.000

Vreemd vermogen
8.266.000
€ 6.394.000

Resultaat 2017

€ 65.000

Portefeuillehouder

Rikkers

 

2. Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen

Belang

Deelname € 120.892

Ontwikkelingen 2019

Voorkomen schuldproblematiek.

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
2.450.000
€ 2.392.000

Vreemd vermogen
32.864.000
€ 35.692.000

Resultaat 2017

Niet bekend

Portefeuillehouder

Rikkers

 

Stichting FRIGEM

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Krachtenbundeling aandeelhouders (voormalig) Essent

Opmerking

Gezamenlijke vertegenwoordiging oud-aandeelhouders NV FRIGEM in aandeelhoudersvergadering (voormalig) Essent. Lid college in bestuur

Belang

Geen

Ontwikkelingen 2019

Er worden geen gemeentelijke taken uitgevoerd.

Vermogen

Niet van toepassing

Resultaat 2017

Niet van toepassing

Portefeuillehouder

Jongebloed 

 

Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)

Vestigingsplaats

Wolvega

Doel deelname

Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.

Belang

Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.

Ontwikkelingen 2019

Geen specifieke ontwikkelingen

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
€ 6.366.465
€ 6.413.448

Vreemd vermogen
€ 5.941.409
€ 5.559.347

Resultaat 2017

€ 46.982

Portefeuillehouder

Hoen

 

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. (voorheen Stichting Openbare Verlichting Fryslân )

Vestigingsplaats

Sneek

Doel deelname

Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.

Belang

Exploitatiebijdrage 2019 € 23.000

Ontwikkelingen 2019

Professionalisering van dit samenwerkingsverband op het gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie verder ontwikkelen.

Vermogen

Niet van toepassing

Resultaat 2017

Niet van toepassing

Portefeuillehouder

Rikkers

 

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

Caparis NV

Vestigingsplaats

Drachten

Doel deelname

Uitvoering geven aan de WSW

Deelnemers buiten Weststellingwerf

Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel

Belang

De gemeente is aandeelhouder.

Ontwikkelingen 2019

Zie de ontwikkelingen GR SW Fryslan

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
13.920.000
€ 16.091.000

Vreemd vermogen
9.966.000
€ 7.505.000

Resultaat 2017

€ 2.171

Portefeuillehouder

Jongebloed

 

NV Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

Den Haag

Doel deelname

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Belang

Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178

Ontwikkelingen 2019

Geen specifieke ontwikkelingen.

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
€ 4.486.000.000
€ 4.953.000.000­

Vreemd vermogen
€ 149.514.000.000
€ 135.072.000.000

Resultaat 2017

€ 393.000.000

Portefeuillehouder

Jongebloed 

 

OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.

Belang

Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000

Ontwikkelingen 2019

Omrin is bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de transitie Van afval naar grondstof (Vang). Vanuit die visie is Omrin ook aanjager van het principe circulaire economie.

Vermogen
01-01-2017
31-12-2017

Eigen vermogen
44.721.000
€ 48.680.000

Vreemd vermogen
180.871.000
€ 160.130.000

Resultaat 2017

€ 4.080.000

Portefeuillehouder

Rikkers

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf Grondbeleid

Portefeuillehouder

Jongebloed en Zonderland

Organisatie

Ruimte

Algemeen

De aantrekkende economie is ook merkbaar in Weststellingwerf. Er is toenemende belangstelling voor de bedrijventerreinen en de woningbouwkavels. Dit blijkt ook uit de gerealiseerde verkopen in 2018. Voor de bouwkavels aan de Heerenveenseweg en De Tuinen is dit mede een gevolg van de kortingsactie van € 20.000 op de kavelprijs (vrij op naam). Gezien het positieve resultaat willen wij deze actie voortzetten in 2019. In het algemeen verwachten wij dat de positieve trend in 2019 wordt voorgezet. 

Gedurende het jaar worden de grondexploitaties kritisch gevolgd bij de jaarlijkse planning & controlcyclus. Dit betekent dat jaarlijks de ramingen van de grondexploitaties bij de jaarrekening worden geactualiseerd. Bij de begroting worden de kosten, fasering en verkoopritme getoetst aan de hand van de ramingen. Bij de ontwikkelingen van de bouwgrond in exploitatie (BIE) is per exploitatie de verwachtingen voor 2019 aangegeven. 

Vennootschapsbelasting

Vanaf 2016 toetst de gemeente jaarlijks of ze Vennootschapsbelasting (VPB) moeten betalen over ondernemingsactiviteiten. Het verkopen van grond uit de grondexploitatie is een ondernemingsactiviteit. Voor 2019 en volgende jaren is de gemeente geen ondernemer voor de VPB. In de paragraaf vennootschapsbelasting wordt de VPB verder toegelicht.

Marketing

De ingezette lijn om meer publiciteit te geven aan de beschikbare woningbouwkavels en bedrijventerreinen wordt voortgezet en zo mogelijk uitgebreid. Hierbij worden verschillende communicatiemiddelen ingezet om een zoveel mogelijk potentiële belangstellenden te bereiken. In de Lindewijk worden eveneens weer diverse activiteiten in de wijk georganiseerd. 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Hieronder wordt nader ingegaan op zeven grondexploitaties waarvan drie bedrijventerreinen en vier woningbouwlocaties.

Woningbouwlocaties

De Tuinen te Wolvega
Er zijn nog twee kavels in De Tuinen te koop, waarvan we één kavel verwachten te verkopen in 2018. Per 1 januari 2019 moet er dan nog één kavel worden verkocht zodat de looptijd van deze grondexploitatie verlengd moet worden. Dit zal van negatieve invloed zijn op het verwachte eindresultaat. 

Lindewijk te Wolvega
De begroting van 2019 ligt, behoudens de geactualiseerde rekenrente, volledig in het verlengde van de vastgestelde grondexploitatie Lindewijk deelgebied 1 2018-2024.
De woningmarkt toont herstel, met name in het goedkopere en middeldure segment. Ook de verkoop van particuliere bouwkavels in het dure segment loopt gestaag door. De teller voor 2018 staat inmiddels op 7 verkochte particuliere en 22 projectmatige bouwkavels. Gezien de actuele stand van 58 uitgegeven opties voor zowel de particulier als projectmatig uit te geven bouwkavels lijkt de in de grondexploitatie 2018 verwachte piek realistisch.
De verwachting voor 2019 is een voortzetting van de huidige koers, waarbij de actuele woningmarkt nauwlettend wordt gevolgd en het uitgifteprogramma zo goed mogelijk hierop zal worden afgestemd.

Oldeholtpade Noord Oost
De laatste kavelverkoop in dit plangebied wordt verwacht in 2019. Tevens zal in 2019 of 2020 het laatste deel van het plangebied woonrijp worden gemaakt. Dit betekent dat de bestrating in de Weidekamp definitief wordt aangelegd. 

Locatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
Dit is een vrij nieuwe ontwikkelingslocatie waarvan de grondexploitatie een looptijd heeft tot en met 2022. Voor 2019 is de verkoop van één projectmatige ontwikkelkavel geraamd. Door het gereed komen van vier rijwoningen in 2018, zullen in 2019 het trottoir, inritten en de parkeervakken voor deze woningen worden aangelegd. 

Bedrijventerreinen

De Plantage te Wolvega
Tot de grondexploitatie van De Plantage behoort het bedrijventerrein en de vier woningbouwkavels aan de Heerenveenseweg. Voor 2019 is de verkoop van twee percelen bedrijventerrein geraamd, waarvan één zichtlocatie. Tevens is de verkoop van een woningbouwkavel aan de Heerenveenseweg geraamd. 

Noord West III te Wolvega
De looptijd van deze exploitatie is t/m 2019, zodat  in het laatste jaar het woonrijp maken is verwacht. Dit is nog onzeker omdat de bouwactiviteiten nog niet is afgerond en de laatste kavel nog niet is verkocht en bebouwd. Een eventueel uitstel van de werkzaamheden zal effect hebben op de looptijd van de exploitatie. Dit zal een nadelig effect hebben op de grondexploitatie.

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
Dit betreft de grondexploitatie met de langste looptijd t/m 2030. In dit plangebied zijn vier verkopen geraamd bestaande uit één werken/wonen kavel en drie bedrijfslocaties waarvan één zichtlocatie. Gelet op de verkochte percelen in 2018 wordt verwacht dat de belangstelling in 2019 voor dit plangebied wordt voortgezet. 

Prognose 2019

Toelichting grondexploitaties
De prognoses in onderstaand overzicht zijn gebaseerd op de vastgestelde grondexploitaties bij de jaarrekening 2017. Enige verschil is dat de cijfers worden gepresenteerd met de waarden van 2019 en zijn berekend met een financieringsrente van 2,56%. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), de notitie grondexploitaties 2016 en de notitie tussentijdse winst moet jaarlijks het resultaat per grondexploitatie in begroting en jaarrekening worden verwerkt. Dit gebeurt via de Percentage of Completion (POC) methode. Dit betekent dat bij meerjarige grondexploitaties de verwachte winst niet pas aan het einde van de looptijd als gerealiseerd moet worden beschouwd. De winst komt gedurende de looptijd van de grondexploitatie tot stand en dient ook als zodanig te worden verantwoord.

Voor de grondexploitaties van Oldeholtpade Noord Oost en Noordwolde locatie Renbaanschool is met de POC methode een winstverwachting berekend. Voor Wolvega Lindewijk deelgebied 1 is berekend dat de voorziening kan worden verlaagd. Voor de overige grondexploitaties is een verhoging van de voorziening verwacht. De grondexploitatie van Wolvega De Tuinen is niet in het overzicht opgenomen omdat de grondexploitatie een looptijd t/m 2018 heeft. De verwachte winsten en toe- of afname van de voorzieningen in 2019 zijn voorzichtigheidshalve niet verwerkt in de Begroting 2019.

x € 1.000
Gerealiseerde waarde 1-1-2019 Verliesvoorziening tot 2019 Winstuitname tot 2019 Balanswaarde 1-1-2019 Investeringen Opbrengsten voorziening 2019 winstuitname 2019 Balanswaarde 31-12-2019
Woningbouwterreinen
2010 Oldeholtpade Noord Oost -704 30 618 -117 45 145 -30 187 0
2020 Wolvega Lindewijk deelgebied 1 7.148 1.464 0 5.685 1.576 2.496 -387 0 4.378
2030 Noordwolde locatie Renbaanschool 203 0 0 203 83 104 0 30 213
Totaal Woningbouwterreinen 6.647 1.494 618 5.771 1.705 2.745 -417 217 4.590
Bedrijventerreinen
2100 Wolvega Industrie Noord-West III 210 358 0 -148 151 0 3 0 0
2110 Wolvega bedrijventerrein uitbreiding Schipsloot 4.763 672 0 4.090 173 417 11 0 3.858
2120 Wolvega bedrijventerrein De Plantage 4.487 2.373 0 2.114 157 655 96 0 1.712
Totaal Bedrijventerreinen 9.460 3.403 0 6.057 482 1.072 110 0 5.571
Eindtotaal 16.107 4.897 618 11.828 2.186 3.817 -307 217 10.161

Prognose einde looptijd

Toelichting grexen
De eindwaardes van Oldeholtpade en Noord-West III zijn gelijk aan de NCW waarden, dit komt omdat de grondexploitaties (grexen) aflopen in 2019.

x € 1.000
Resterende looptijd (jaren) Gerealiseerde waarde 31-12-2019 Nog te maken kosten Nog te ontvangen opbrengsten Eind waarde (einde looptijd) NCW 2,00% NCW 2,56% Verliesvoorziening cumulatief Winstuitname cumulatief
Woningbouwterreinen
2010 Oldeholtpade Noord Oost - -804 - - -804 -804 -804 - 804
2020 Wolvega Lindewijk deelgebied 1 5 6.228 4.521 9.561 1.188 1.076 1.047 1.076 -
2030 Noordwolde locatie Renbaanschool 3 182 281 574 -111 -104 -102 - 30
Totaal Woningbouwterreinen 8 5.606 4.802 10.135 273 168 140 1.076 835
Bedrijventerreinen
2100 Wolvega Industrie Noord-West III - 361 - - 361 361 361 361 -
2110 Wolvega bedrijventerrein uitbreiding Schipsloot 11 4.520 2.005 5.675 850 683 643 683 -
2120 Wolvega bedrijventerrein De Plantage 5 3.989 1.500 2.764 2.726 2.469 2.402 2.469 -
Totaal Bedrijventerreinen 16 8.870 3.505 8.439 3.936 3.513 3.406 3.513 -
Eindtotaal 24 14.476 8.307 18.573 4.210 3.681 3.547 4.589 835

Paragraaf Streekagenda

Paragraaf Streekagenda

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

Algemeen

In 2017 is besloten dat binnen de Streekagenda thematisch zal worden gewerkt en dat in eerste instantie 6 thema's nader zullen worden geconcretiseerd. Voor elk thema is een bestuurlijke trekker aangewezen. De 6 benoemde thema's zijn:

  • herstructurering bedrijventerreinen;
  • klimaatagenda;
  • circulaire economie;
  • energietransitie;
  • investeringsagenda;
  • leefbaarheid platteland.

Wij zijn samen met de gemeente Ooststellingwerf bestuurlijk trekker van het thema circulaire economie.
In 2018 zijn deze thema's uitgewerkt en is de concrete aanpak gestart. Financiële middelen en benodigde ambtelijke capaciteit zijn hiervoor in de voorjaarsnota 2018 en de deze programmabegroting geregeld.  
In 2019 zullen de onderdelen van de thema's moeten zijn uitgewerkt in uitvoerbare onderdelen. 

In 2017 is gestart met een gebiedsbudget. Vanuit de provincie zijn vanuit specifieke beleidsvelden middelen beschikbaar gesteld voor dit gebiedsbudget. Voor de gehele provincie, vijf regio’s, gaat het hierbij om een totaal bedrag van € 16,5 miljoen voor de jaren 2016-2019. Het gaat om de volgende beleidsvelden:

  • Duurzame energie € 1 miljoen;
  • Cultuurtoerisme en plattelandsrecreatie € 2 miljoen;
  • Gemeentelijke fietsroutes € 4 miljoen;
  • Pilots veenweidevisie € 9 miljoen;
  • Aandachtsgebieden Oosterwolde en Noordwolde € 0,5 miljoen.

Door de regio is het projectplan ErVaren en Turf ingediend voor een financiële bijdrage vanuit het budget Cultuurtoerisme en plattelandsrecreatie. Dit verzoek is gehonoreerd en in 2018 is gestart met het concreet uitwerken van de in het projectplan opgenomen deelprojecten. In 2019 moeten de deelprojecten zijn afgerond. Wij zijn trekker van het deelproject visie 'Entrees en poorten'. Eind 2018 wordt dit document opgeleverd en in 2019 zal op basis hiervan een plan worden opgesteld voor het gebied Driewegsluis.

Voor het project bestemming Noordwolde fase 5 is een provinciale bijdrage toegezegd van € 232.500. De totale kosten zijn geraamd op € 742.700, de uitvoering is gepland in jaren 2018-2020.

Het opstellen van een nieuw landschapsbeleidsplan voor de regio zuidoost is in 2018 afgerond. De procedure tot vaststelling en het opstellen van een gemeentelijk uitvoeringsprogramma wordt in 2019 afgerond. 

In de diverse beleidsmatige vraagstukken speelt de demografische ontwikkeling steeds meer een belangrijke en sturende rol. Binnen de regio hebben wij hier aandacht voor. In regionaal verband maken wij kwantitatieve en kwalitatieve afspraken over gewenste aanpassing van de woningvoorraad. Het gaat daarbij om nieuwbouw in aantallen en in de diverse segmenten.
Bij de kwaliteit van de woningvoorraad gaat het ook om het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Het gaat daarbij niet alleen om het treffen van energetische maatregelen, maar ook het aanpassen van woningen waardoor mensen langer in hun woonruimte/woonomgeving kunnen blijven valt onder het begrip verduurzamen.

Projecten die nog op de uitvoeringsagenda staan en waarvan de financiering loopt via het proces streekagenda zijn onder meer:

  • Afronden van het project dorpen in het groen;
  • Integrale Stedelijke Vernieuwing (locatie aula Noordwolde en herstructurering gebied Ds. Reitsmastraat/Ds. Van der Tuukstraat );
  • Uitvoeren regionaal uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme, uitwerken projectvoorstellen ErVaren en Turf;
  • Gebiedsopgave Rottige Meente;
  • Gebiedsontwikkeling Beekdal Linde;
  • Aandachtsgebied Noordwolde.

Financieel

Voor de volgende uitvoeringsprojecten zijn al middelen beschikbaar: afronden van het project dorpen in het groen, integrale Stedelijke Vernieuwing, uitvoeren regionaal uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme, gedeelte van de uitvoering gebiedsopgave Rottige Meente, gebiedsontwikkeling Beekdal Linde en bestemming Noordwolde fase 5.