Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen
De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:
- per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
- daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
- vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
- deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.
Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 6,4 miljoen. De belangrijkste risico’s loopt onze gemeente op de volgende onderwerpen, die hierna één voor één worden behandeld.


Onzekerheden grondexploitaties € 4,2 miljoen
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, begin 2018 zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen. Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Uiterlijk 31 december 2019 zal een toets moeten plaatsvinden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming. Indien hierbij een duurzame waardevermindering wordt vastgesteld, zal dit uiterlijk 31 december 2019 tot afwaardering van deze gronden moeten leiden. De financiële impact van de gewijzigde regelgeving is dus sterk afhankelijk van de besluitvorming over de uiteindelijke bestemming van de NIEGG gronden die de raad zal nemen in de toekomst. Met name het besluit over (het moment van) het in exploitatie nemen van Lindewijk deelgebied 2 zal belangrijk zijn.
Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: Sociaal domein € 450.000
Jeugdwet en Wmo
De informatie rondom de zorgverlening vanwege de drie decentralisaties komt steeds beter in beeld. Met betrekking tot de uitgaven jeugdzorg en Wmo (AWBZ) wordt vanaf 2017 door de Friese gemeenten gewerkt met het landelijk knooppunt berichtenverkeer VECOZO waardoor de communicatie tussen de gemeenten en zorginstellingen verder is geoptimaliseerd. Dit betekent echter niet dat alle onzekerheden ten aanzien van de uitgaven zijn opgelost. De kwaliteit van het berichtenverkeer blijft een aandachtspunt, waar hard aan wordt gewerkt door zowel gemeenten als zorginstellingen. Het uitgangspunt in Weststellingwerf is dat bekostiging moet plaatsvinden binnen de daarvoor door het rijk beschikbaar gestelde budgetten. Deze rijksbudgetten zijn aangevuld met reguliere gemeentelijke middelen om de inrichting van het Sociaal domein, in het bijzonder de inrichting van de gebiedsteams, verder vorm te geven.
Doorverwijzingen naar niet gecontracteerde partners
Volgens de Jeugdwet zijn huisarts, medisch specialist en jeugdzorgaanbieder (na verwijzing) gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdzorgaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Niet-gecontracteerde zorg hoeft de gemeente niet te vergoeden als passende jeugdzorg vanuit een contractpartner voorhanden is. Sinds 2018 zijn vrijwel alle contracten voor Jeugdzorg regionaal ingekocht. Van lokaal ingekochte Jeugdzorg is geen sprake meer. Onder voorwaarden kan een niet-gecontracteerde zorgaanbieder alsnog zorg (blijven) verlenen. Past het niet binnen de voorwaarden dan kan een jeugdige en/of de ouder(s)/verzorger(s) voor eigen rekening gebruik (blijven) maken van niet-gecontracteerde jeugdzorg. Bij zwaarwegende redenen kan een PGB worden aangevraagd.
Met deze aanpak is het mogelijke risico en financiële impact van doorverwijzingen naar niet-gecontracteerde partners geminimaliseerd.
Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan
Het risico van niet-tijdige en niet-juiste aanlevering is ten aanzien van de zorgtoewijzing en de facturatie aanzienlijk teruggedrongen met het in gebruik nemen van het Gemeentelijk Gegevens Knooppunt (GGK) in 2017. De jaarrekening 2017 van onze gemeente was voor het eerst sinds 2015 weer voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring.
Sinds 2018 worden Diagnose Behandel Combinaties niet meer toegepast. Dit type zorgtrajecten werd pas na beëindiging van het zorgtraject afgerekend.
Sinds 2018 geldt een nieuwe regionale inkoopsystematiek voor Jeugdzorg. Zodra een zorgtraject start dient een zorgaanbieder maandelijks te factureren. Dat gebeurt nog niet altijd, maar gaat wel steeds beter.
Sinds begin 2018 functioneert in samenwerking met de OWO-gemeenten en de Backoffice Sociaal domein een verplichtingenadministratie. Hiermee hebben we beter zicht op het (financiële) verloop van zorgtrajecten.
Op regionaal niveau trekt onze gemeente nauw op met de andere Friese gemeenten om te komen tot een verdere verbeterslag. Vanwege het gezamenlijke beleid en de gezamenlijke uitvoering van de administratie van het Sociaal domein bij de Backoffice Sociaal domein is er intensieve samenwerking met de OWO-gemeenten.
Regionaal werkt Weststellingwerf samen met verschillende partijen om de administratieve lastendruk voor het Sociaal domein te verminderen.
Zo participeren we ambtelijk in een werkgroep Horizontaal toezicht met grote zorgaanbieders. Doel van de pilot is eerder in een verantwoordingsjaar zicht te krijgen op de rechtmatigheid van de verantwoorde zorg.
Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: Van vóór 2015 bestaande regelingen € 50.000
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar die in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.
Onzekerheden gemeentefonds en rente € 375.000
Samen de trap op en samen de trap af
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval! De kabinetsformatie speelt hierbij de komende tijd ook een grote rol.
BTW-compensatiefonds
Bij de bevoorschotting van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt met ingang van 2019 de raming van het bedrag van het BTW-compensatiefonds dat aan de Algemene uitkering vrijvalt, achteraf verrekend. Door deze wijziging in ramingssystematiek ontvangen gemeenten uiteindelijk niets meer of minder uit het gemeentefonds. Voorzichtigheidshalve hebben wij 2/3 van de te verwachten ontvangen gelden voor 2019 en volgende jaren verantwoord in deze begroting.
Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.
Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). De taakstelling van € 78.000 die uit Ombuigingen I resteert, moet nog structureel worden ingevuld.
Onzekerheden realisatie (externe) subsidies € 0
Wanneer de voortgang van een gesubsidieerd project ernstig vertraagt, kan dit consequenties hebben voor de externe financiering. Tijdig overleg met de subsidieverstrekker om de mogelijkheden van verlenging van de termijn te onderzoeken, is daarbij een belangrijke beheersmaatregel die, indien nodig, door ons actief wordt toegepast. Nog belangrijker is alvorens een subsidie aan te vragen goed te onderzoeken of uitvoering binnen de subsidieperiode mogelijk is en voldoen aan de subsidievoorwaarden reëel is. Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.
Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 735.000
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO, de Veiligheidsregio Fryslân (VRF), Caparis en de gemeenschappelijke regeling SW Fryslân. De eerste twee samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 20 Friese gemeenten; de SW-samenwerking beperkt zich tot een samenwerkingsverband van acht Friese gemeenten. In beide gevallen is de invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken, zoals ook zichtbaar is geworden in de SW-samenwerking. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er geen eensluidende visie is binnen de 20 Friese gemeenten. Er zijn diverse ontwikkelingen gaande binnen de SW Fryslân en het bedrijf Caparis die een directe relatie hebben met de nieuwe Participatiewet, zoals het project herstructurering. De ontwikkelingen van de loonkostenbijdrage vanuit SW Fryslân aan Caparis blijft een risico.
Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.
Overige onzekerheden en risico’s: beheersmaatregelen in de bedrijfsvoering € 40.000
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.
Overige onzekerheden en risico's: VennootschapsBelasting(VPB) € 0
Met ingang van 1 januari 2016 wordt de VPB ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten van overheidsbedrijven. Het gaat bij onze gemeente met name om de vraag in hoeverre we voor de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig zijn. De laatste berichten zijn dat we ook hiervoor niet als ondernemer worden aangemerkt en dus geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen.