Meer
Publicatiedatum: 01-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

Portefeuillehouder Jongebloed, Zonderland en Hoen 
Organisatie Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

De paragraaf gaat over alle gemeentelijke heffingen. Hier gaan we ook in op de actuele ontwikkeling rondom het gemeentelijk belastinggebied. Ook de lokale lastendruk en de kwijtschelding komen in deze paragraaf aan de orde.

Inleiding

De lokale heffingen worden onderscheiden naar belastingen en rechten.

Belastingen
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij worden besteed. In onze gemeente heffen we de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-) toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting.

Rechten
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties door de gemeente geleverd. Denk aan de afvalinzameling, het onderhoud aan de riolering en het verstrekken van een paspoort. De opbrengst van de rechten is niet vrij besteedbaar.  Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt kostendekkende tarieven.

Actuele ontwikkelingen

Index op heffingen
Voor 2020 zijn de lokale heffingen verhoogd met de inflatiecorrectie van 1,5%. Dit percentage is de verwachte consumentenprijsindex uit het Centraal Economisch Plan.  Voor een aantal heffingen zijn andere afspraken (denk aan precariobelasting en reclamebelasting).    

Wet WOZ
De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet Onroerende Zaken (WOZ). Verder geeft ze aan dat de mogelijkheid om WOZ-waarden van andere woningen te raadplegen via www.woz-waardeloket.nl door veel Nederlanders wordt gewaardeerd en benut. De berekening van de taxaties voor woningen vindt nu plaats op basis van de inhoud van een woning. Ingaande 2022 is het verplicht om dat te doen op basis van de oppervlakte van een woning. De komende jaren wordt gewerkt aan deze overgang.

Precariobelasting
Het kabinet heeft de precariobelasting op nutsbedrijven per 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Voor Weststellingwerf betekent dit dat we tot en met 2021 het tarief van € 2,33 (=tarief per 10 februari 2016) per strekkende meter hanteren.

De opbrengst van de precariobelasting over 2015 en latere jaren houden we vooralsnog in de voorziening tot de bezwaar- en beroepsmogelijkheden zijn uitgeput. Het beroep tegen de aanslag 2015 is nog in behandeling bij de Rechtbank Noord-Nederland.

Afvalstoffen- en rioolheffing
Rioolheffing
In afwachting van het nieuw op te stellen Gemeentelijke rioleringsplan is de opbrengst rioolheffing voor het komende jaar alleen verhoogd met een inflatiecorrectie. 

Afvalstoffenheffing
In de vorige begroting hebben wij u gemeld dat de staatssecretaris van Financiën van plan was de verbrandingsbelasting die geheven wordt per ton brandbaar afval, fors te verhogen. Per 1 januari 2019 is die verhoging doorgevoerd. Wij verwachten dat dit niet de laatste verhoging van de verbrandingsbelasting zal zijn. Wanneer de minister de belasting weer gaat verhogen en hoe hoog deze zal zijn, is op dit moment nog niet te voorspellen. 

Voor 2019 is bij vaststelling van de begroting het tarief voor afvalstoffenheffing niet aangepast en vangen wij de kostenstijging op binnen het taakveld afval en de daarbij behorende reserve. Echter, voor 2020 kunnen wij die kostenstijging niet meer opvangen binnen het taakveld en zijn wij genoodzaakt om de kostenstijging door te berekenen aan onze inwoners. 
In de begroting 2019 hebben wij u gemeld dat vooruitlopend op de begroting 2020 de exploitatie van afval zal worden doorgelicht en dat bij de begroting 2020 voorstellen worden gedaan om het taakveld afval kostendekkend te maken. 

Wettelijke taak afvalinzameling
Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Zij hebben de plicht om het huishoudelijk restafval en het (gescheiden aangeboden) gft-afval (groente, fruit en tuinafval) bij elk perceel in te zamelen. Daarnaast zijn zij verplicht een aantal droge componenten zoals papier en karton, glas, textiel, klein chemisch afval, elektr(on)ische apparaten, asbesthoudend afval gescheiden in te zamelen. Dit kan zijn huis aan huis maar een brengsysteem is hierin ook voldoende. Voor grof huishoudelijk afval geldt een plicht tot inzameling bij elk perceel (zonder minimale frequentie) en de plicht om een brengvoorziening beschikbaar te stellen.
Al deze verplichtingen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm), de belangrijkste Nederlandse wetgeving op het gebied van afvalstoffen. Het tweede belangrijk nationaal beleidskader is het Landelijk AfvalbeheerPlan, kortweg LAP. 

Actuele ontwikkeling
Het kabinet wil een verschuiving van verbranding naar hergebruik van grondstoffen stimuleren en heeft daarom de verbrandingsbelasting verhoogd.  De verbrandingsbelasting is per 1 januari 2019 verhoogd van € 13,21 naar € 32,12 per ton. Deze verhoging heeft als doel om hergebruik van grondstoffen te stimuleren.

Kostendekkendheid
In het coalitieakkoord is als uitgangspunt geformuleerd dat de afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn. 
Door het verhogen van de verbrandingsbelasting is de mate van kostendekkendheid van afval flink onder druk komen te staan. De tarieven waren al niet kostendekkend (90% kostendekkendheid bij de begroting 2019), maar door de verhoging van de verbrandingsbelasting daalt de kostendekkendheid nog verder. In de programmabegroting 2019 hebben wij u al aangegeven dat wij bij de begroting 2020 met een voorstel komen om het taakveld Afval op termijn kostendekkend te maken.

Maatregelen
De opbrengsten voor het taakveld afval zullen moeten toenemen om de inzameling en verwerking van afval te kunnen blijven betalen.

Om de kostendekkendheid toe te laten nemen zijn er twee tarieven die verhoogd moeten worden:
1: afvalstoffenheffing
2: tarieven brengstation

In onderstaand overzicht staan de aangepaste tarieven voor één- en meerpersoons huishoudingen.

 

tarief 2019

tarief 2020

meerpersoons

€ 249,20

€ 260,22

eenpersoons

€ 160,64

€ 170,33

In de planvorming voor het nieuwe Gemeentelijk Afvalstoffenplan onderzoeken wij de mogelijkheden voor tariefdifferentiatie wat betreft de afvalfracties op het afvalbrengstation.
Ondanks de verhoging van de afvalstoffenheffing zal de opbrengst niet voldoende zijn om de kosten van afval te betalen. Het tekort zal aangezuiverd worden uit de ‘reserve afvalstoffenverwijdering’. Mogelijk gaat de verhoging van de verbrandingsbelasting door de rijksoverheid zich doorzetten.
Door de verhoging van de afvalstoffenheffing zal de kostendekkendheid voor 2020 toe gaan nemen naar 94%.

Autonome ontwikkelingen

De gemiddelde woonlast voor onze inwoners in 2020 stijgt ten opzichte van 2019. Voor zowel de OZB, afvalstoffen- en rioolheffing passen we een inflatiecorrectie toe. Daarnaast is voor de afvalstoffenheffing het tarief verhoogd met name als gevolg van de doorberekening van de verbrandingsbelasting (zie hierboven).  

Opbrengst van de belangrijkste heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Onroerende-zaakbelastingen 4.786 4.786 4.786 4.786
Forensenbelasting 49 49 49 49
Toeristenbelasting 150 150 150 150
Precariobelasting 2.353 2.353 0 0
Afvalstoffenheffing 2.639 2.639 2.639 2.639
Rioolheffing 1.957 1.957 1.957 1.957
Leges burgerzaken 257 262 225 195
Leges omgevingsvergunningen (WABO) 591 591 591 591
Marktgelden 10 10 10 10
Begraafplaatsen 89 89 89 89
Reclamebelasting 40 0 0 0
Eindtotaal 12.922 12.886 10.497 10.467

Toelichting op opbrengst van de belangrijkste heffingen

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De OZB zijn veruit de belangrijkste gemeentelijke belastingen. Er zijn drie belastingsoorten, namelijk:
1. een belasting geheven van de eigenaren van woningen;
2. een belasting geheven van de eigenaren van niet-woningen;
3. een belasting geheven van de gebruikers van niet-woningen.

De heffingsgrondslag is gebaseerd op de waarde zoals vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende-zaken (wet WOZ). Het OZB-bedrag wordt berekend op basis van een percentage (het tarief) van de WOZ-waarde. Voor de genoemde OZB-belastingen hanteren we verschillende percentages.

De aanslag OZB voor het belastingjaar 2020 is gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) tarieven voor 2020 en de waardepeildatum per 1 januari 2019. De definitieve vaststelling van de OZB-tarieven vindt in de raad van december plaats. De totale opbrengst voor 2020 is ten opzichte van 2019 gecorrigeerd met een inflatiepercentage. Bij de raming voor 2020 is rekening gehouden met de autonome stijging als gevolg van verbouw/nieuwbouw.

Forensenbelasting
Forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die niet in de gemeente wonen, maar daar meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf en/of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Grondslag voor de heffing is net als bij de OZB de WOZ-waarde.

(Water) toeristenbelasting
(Water) toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen vergoeding overnachtingen aanbiedt, bijvoorbeeld in een hotel, een bed & breakfast of op een camping. Grondslag voor de heffing is de logiesomzet. In zijn vergadering van 22 juni 2015 heeft de raad besloten de grondslag en het tarief vast te stellen op 4%. In deze programmabegroting stellen we voor het tarief voor 2020 op dat percentage te handhaven. 

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond. De precariobelasting kan worden gebruikt om belasting te heffen op kabels en leidingen. Als de gemeente gebruik van zijn grond voor het hebben van voorwerpen moet gedogen, kan zij geen precariobelasting heffen. Een gedoogplicht kan bijvoorbeeld voorgeschreven staan in de wet, zoals de Telecommunicatiewet (denk aan telefoonleidingen). Ook kan een privaatrechtelijke overeenkomst zijn gesloten. Zolang er op de juridische procedure rondom bezwaar/beroep geen uitspraak is, storten we de opbrengst voorlopig in een voorziening. Inmiddels is de mogelijkheid van heffing van deze vorm van precariobelasting afgeschaft. Onze gemeente valt onder de overgangsregeling (zie ook onder "actuele ontwikkelingen"). 

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg. In zijn vergadering van 15 juni 2015 heeft de raad besloten ingaande 1 januari 2016 vijf jaar lang reclamebelasting te heffen. De opbrengst komt ten goede aan het ondernemersfonds waaruit bepaalde activiteiten in Wolvega worden betaald.

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Werkelijk
2017
Werkelijk
2018
Begroot
2019
Begroot
2020
Tarief meerpersoonshuishouden 259,20 259,20 259,20 249,20 249,20 260,22
Tarief eenpersoonshuishouden 170,64 170,64 170,64 160,64 160,64 170,33
Opbrengsten (exclusief bedrijfsafval) 2.565 2.576 2.594  2.488 2.443  2.639

Afvalstoffenheffing kan worden geheven wanneer de gemeente tenminste eenmaal per week het huishoudelijk afval ophaalt, zoals de Wet milieubeheer voorschrijft. Het uitgangspunt is een 100% kostendekking. Door een forse verhoging van de verbrandingsbelasting is de mate van kostendekkendheid van het product afval onder druk komen te staan.

Rioolheffing

Rioolheffing Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Werkelijk
2017
Werkelijk
2018
Begroot
2019
Begroot
2020
Tarief huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater 106,00 106,00 111,30 116,86 116,86 118,62
Tarief hemel- en grondwatertaken 43,00 43,00 45,15 47,41 47,41 48,12
Opbrengsten 1.699 1.683 1.778  1.907 1.909   1.957

De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing betaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Evenals bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt een 100% kostendekking. De tarieven zijn voor 2020 ten opzichte van 2019 verhoogd met een inflatiecorrectie.  

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Markt- en staangelden
Marktgeld word geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijkse) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 

Leges
Leges worden geheven voor gemeentelijke diensten, bijvoorbeeld voor het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het afgeven van paspoorten en rijbewijzen, het verstrekken van afschriften. De legesverordening bevat meestal een uitgebreide tarieventabel waarin de diensten met name worden genoemd met de bijbehorende tarieven.

Kwijtschelding
Voor kwijtschelding komt iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). We hanteren bij kwijtschelding 100% van de bijstandsnorm. Daarmee hanteren we de maximaal door het rijk toegestane normen. Het jaarlijkse bedrag aan kwijtschelding ramen we voor 2020-2023 op € 125.000.  

Kwijtschelding Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Werkelijk
2017
Werkelijk
2018
Aantal aanvragen 629 632 777 676
Toegewezen 452 466 557 599
Toegewezen (in %) 72% 72% 72%  89%
         
Kosten 115.000 106.000 119.000 109.000

 

Kostendekkendheid riolering

x 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Kosten taakveld 1.448 1.550 1.637
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 03 00 00
Netto kosten taakveld 1.444 1.550 1.637
Toe te rekenen kosten:
Overhead 286 269 263
Compensabele btw 132 139 153
Toe te rekenen kosten 424 408 416
Totale kosten 1.868 1.958 2.053
Opbrengst heffingen 1.907 1.909 1.957
Dekkingspercentage 102% 98% 95%

Toelichting kostendekkendheid riolering

Het dekkingspercentage voor 2020 bedraagt 95%. Daarbij hebben we het tarief voor de rioolheffing gecorrigeerd voor de inflatie. 
De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend, zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met het taakveld toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd, is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 85% (zie "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 263.000.

Kostendekkendheid afval

x 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Kosten taakveld 2.260 2.156 2.357
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 505 -360 444
Netto kosten taakveld 1.755 1.796 1.913
Toe te rekenen kosten: 00
straatvegen 60 36
minimabeleid 108 120 120
Overhead 484 454 443
Compensabele btw 302 300 327
Toe te rekenen kosten 954 909 906
Totale kosten 2.709 2.705 2.819
Opbrengst heffingen 2.488 2.443 2.639
00
Dekkingspercentage 92% 90% 94%

Toelichting kostendekkendheid afval

Naast de afvalstoffenheffing ontvangen we vergoedingen vanuit de stichting Afvalfonds voor glas, kunststof, papier en dergelijke en de opbrengsten vanuit het gemeentelijk afvalbrengstation. De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Van de kosten voor straatreiniging wordt 40% toegerekend aan het taakveld afval. Dit percentage is op basis van historische gegevens vastgesteld. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met het taakveld toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 85% (zie "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 443.000. Het dekkingspercentage voor 2020 bedraagt 94%.

Kostendekkendheid algemene leges

x 1.000
Algemene legesverordening totaal Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 1.483 1.304 1.452
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - - -
Netto kosten taakveld 1.483 1.304 1.452
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 241 199 196
BTW 5 - 4
Totale kosten 1.729 1.503 1.651
Opbrengst heffingen -1.394 -918 -931
Dekking 59% 57% 58%
x 1.000
Titel 1 Algemene dienstverlening Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 414 366 431
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - - -
Netto kosten taakveld 414 366 431
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 178 143 183
BTW - - -
Totale kosten 592 509 614
Opbrengst heffingen -465 -287 -465
Dekking 78% 56% 76%
x 1.000
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 772 617 810
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - - -
Netto kosten taakveld 772 617 810
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 38 30 35
BTW 5 - 4
Totale kosten 815 647 848
Opbrengst heffingen -900 -574 -614
Dekking 110% 89% 72%
bedragen x 1.000
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 297 321 316
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - - -
Netto kosten taakveld 297 321 316
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 25 25 14
BTW - - -
Totale kosten 322 346 330
Opbrengst heffingen -29 -57 -54
Dekking 9% 16% 16%

Toelichting kostendekkendheid algemene leges

Uit bovenstaande tabellen blijkt dat per titel van de algemene legesverordening de heffingen ruim onder de 100% kostendekkendheid blijven. De lasten die in bovenstaande tabellen zijn meegenomen, zijn de direct toe te rekenen kosten aan diensten die verricht worden in het kader van het verstrekken van dienstverlening.
Op basis van gedetailleerde teamplannen en historische cijfers, zijn alleen de directe personele kosten in bovenstaande tabel opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de uren van de baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH). Daarnaast zijn de materiële kosten opgenomen die te maken hebben met de dienstverlening ten aanzien van de diensten in deze legesverordening.
We hanteren een opslag voor overheadkosten van 85% over de directe loonkosten (zie ook "Overzicht kosten overhead"). De totale kostendekkendheid van de Algemene Legesverordening komt uit op 58%.

Kostendekkendheid begraafrechten

x 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 159 155 159
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 54 0 0
Netto kosten taakveld 105 155 159
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 112 100 92
BTW 4 2 2
Totale kosten 221 257 253
Opbrengst heffingen -96 -136 -137
Dekking 43% 53% 54%

Toelichting kostendekkendheid begraafrechten

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de kostendekkendheid van de begraafplaatsen ruim onder de toegestane 100% kostendekkendheid blijft. De kosten die toegerekend worden aan het taakveld zijn de kosten van publiekszaken voor het behandelen van de aanvragen. Daarnaast worden kosten van de afdeling Gemeentewerf toegerekend voor het onderhouden van de begraafplaats.

Mph= Meerpersoonshuishoudens

Woonlastendruk OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
Mph Mph Mph
1 Harlingen 210 234 183 628
2 Ameland 248 223 183 654
3 Vlieland 206 309 150 665
4 Weststellingwerf 261 249 164 674
5 Ooststellingwerf 199 212 266 678
6 Leeuwarden 224 293 174 691
7 Súdwest-Fryslân 281 236 179 696
8 Terschelling 328 202 176 706
9 Opsterland 239 234 240 712
10 Dantumandiel 259 247 216 723
11 Waadhoeke 245 238 245 727
12 De Fryske Marren 273 258 198 729
13 Tytsjerksteradiel 403 200 150 753
14 Achtkarspelen 296 306 155 757
15 Heerenveen 306 249 206 761
16 Smallingerland 259 257 277 793
17 Noardeast-Fryslân 278 274 250 803
18 Schiermonnikoog 271 359 185 815

Gemeentelijke woonlasten

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de woonlasten over 2019 van de 18 Friese gemeenten. 
Bron: Coelo (Atlas van de lokale lasten)

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

De paragraaf geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Dat wil zeggen: welke capaciteit is nodig om de risico's op te vangen, en wel zodanig dat een tegenvaller in de uitvoering niet direct tot een bezuiniging hoeft te leiden.

 De wet geeft aan welke onderwerpen in deze paragraaf aan bod moeten komen:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

De doelstellingen zijn:

  1. voldoen aan wet- en regelgeving;
  2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee het risicobewustzijn aanmoedigen;
  3. een onderbouwing van het berekende weerstandsvermogen;
  4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid zijn over de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit de volgende uitgangspunten vastgelegd:  

  • De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel de hoogte van de netto risico's;
  • Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten we aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat we streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal). 

In deze begroting voldoen we aan beide uitgangspunten.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. Dit zonder dat de begroting en het beleid aangepast moeten worden. De weerstandscapaciteit is de som van:

  1. de begrotingsruimte;
  2. de algemene reserve;
  3. bestanddelen van de bestemmingsreserves;
  4. de stille reserves;
  5. de niet-benutte belastingcapaciteit;
  6. mogelijke ombuigingsmaatregelen.

a. De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opgevangen. Wij hebben gekozen voor een bedrag van € 30.000. Daarnaast is in deze meerjarenbegroting vanaf 2021 een stelpost risicobeheersing opgenomen om specifieke risico’s op voorhand af te dekken. Het gaat om een bedrag van € 500.000 per jaar. Beschikking over deze stelpost kan alleen via een raadsbesluit en is uitsluitend bedoeld ter dekking van structurele risico’s die op enig moment werkelijkheid worden. 

b. De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedraagt per 1 januari 2019 € 19,3 miljoen.  Als de jaren 2020-2023 aan de verwachtingen voldoen, dan is de stand van de algemene reserve € 17,5 miljoen per 1 januari 2024. Dit moet worden ingezet om onze incidentele weerstandscapaciteit te versterken.

c. De bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad een specifiek doel vastgelegd. Eventueel kan de bestemming  door de raad worden gewijzigd. Wanneer op een bestemmingsreserve geen verplichting rust voegen we deze reserve toe aan de algemene reserve. Op dat moment vormt het onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor het vaststellen van onze weerstandscapaciteit worden de bestemmingsreserves op dit moment niet meegenomen.

d. De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd. Ook kan de boekwaarde lager zijn dan de verkoopwaarde. De mogelijke overwaarde die bij verkoop ontstaat, kan dan worden ingezet bij onverwachte tegenvallers. Op dit moment verwachten we dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit niet zo groot is.

e. De niet-benutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
a. de OZB;
b. de rioolheffing;
c. de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Vanaf 2020 heeft het rijk een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk er te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken.  De benchmark vervangt de landelijke macronorm voor de OZB.  De macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten. Als een gemeente een beroep wil doen op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) voor een aanvullende uitkering is voor de OZB de norm voor 2020 een minimale heffing van 0,1853 % van de WOZ-waarde. De niet-benutte belastingcapaciteit hebben wij tegen nul gewaardeerd.  Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid. 

f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen
We gaan er op dit moment vanuit dat eventuele ombuigingsmaatregelen structureel zullen worden gerealiseerd.

Samenvattend
De structurele weerstandscapaciteit in de begrotingsexploitatie bedraagt vanaf 2021€ 0,5 miljoen. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt hiermee over 2020 € 18,2 miljoen en loopt af naar € 16,7 miljoen over 2023.

Totaalbeeld
De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Weststellingwerf is:

x € 1.000
Onderdeel 2020 2021 2022 2023
a. De structurele begrotingsruimte 500 500 500
De incidentele begrotingsruimte 30 30 30 30
b. De algemene reserve 18.200 17.400 16.700 16.700
c. Bestemmingsreserves - - - -
d. De stille reserves - - - -
e. De onbenutte belastingcapaciteit - - - -
f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen - - - -
18.230 17.930 17.230 17.230

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 5 miljoen. De belangrijkste risico’s loopt onze gemeente op de volgende onderwerpen, die hierna één voor één worden behandeld. 

Onzekerheden grondexploitaties € 2,8 miljoen
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, begin 2019 zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen. Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Uiterlijk 31 december 2019 zal een toets moeten plaatsvinden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming. Indien hierbij een duurzame waardevermindering wordt vastgesteld, zal dit uiterlijk 31 december 2019 tot afwaardering van deze gronden moeten leiden. De financiële impact van de gewijzigde regelgeving is dus sterk afhankelijk van de besluitvorming over de uiteindelijke bestemming van de NIEGG gronden die de raad zal nemen in de toekomst. U heeft voor de zomer van 2019 besloten om de exploitatie van Lindewijk deelgebied 2 voort te zetten. Voor het einde van 2019 zal u een voorstel voorgelegd worden voor het al dan niet in exploitatie nemen van Helomastate (Maïsland).

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen:  Sociaal domein € 500.000
Jeugdwet en Wmo
Uitgangspunt voor Weststellingwerf is steeds geweest dat bekostiging moet plaatsvinden binnen de budgetten die het rijk beschikbaar stelt. Aanvullende gemeentelijke middelen zijn ingezet om de inrichting van de gebiedsteams verder vorm te geven. De laatste jaren lukt het de gemeente niet om binnen het oorspronkelijke rijksgeld te blijven. De gemeentelijke financiën komen daarmee steeds meer onder druk te staan.

In de jaarrekening 2018 hebben zich tekorten voor zowel Jeugd als Wmo voor gedaan. Momenteel is de gemeente op verschillende manieren bezig met beheersmaatregelen. Eén daarvan is 'Grip op Jeugd', waarbij we op zowel provinciaal (SDF), regionaal (OWO-gemeenten) als lokaal niveau maatregelen treffen die moeten leiden tot lagere kosten. Belangrijk uitgangspunt is tot dusver steeds dat we de zorg leveren die noodzakelijk is. De cliënt mag niets merken van de efficiencyslagen die nu gemaakt worden.

De informatie rondom de zorgverlening, die voortkomt uit de drie decentralisaties, komt steeds beter in beeld. Met betrekking tot de uitgaven jeugdzorg en Wmo (AWBZ) wordt vanaf 2017 door de Friese gemeenten gewerkt met het landelijk knooppunt berichtenverkeer GGK/VECOZO. De communicatie tussen de gemeenten en zorginstellingen is daarmee gestandaardiseerd en geoptimaliseerd. Dit betekent echter niet dat alle onzekerheden over de uitgaven zijn opgelost. De kwaliteit van het berichtenverkeer blijft een aandachtspunt. Een beheersmaatregel is de implementatie van een monitoringsysteem voor Jeugdzorg, Wmo en Participatie (Werk en Inkomen). Dit monitoringsysteem is naar verwachting voor 2020 operationeel.

Doorverwijzingen naar niet gecontracteerde partners
Volgens de Jeugdwet zijn de huisarts, medisch specialist en jeugdzorgaanbieders (na verwijzing) gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdzorgaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Niet-gecontracteerde zorg hoeft de gemeente niet te vergoeden als passende jeugdzorg vanuit een contractpartner voorhanden is. Sinds 2018 zijn vrijwel alle contracten voor Jeugdzorg regionaal ingekocht. Van lokaal ingekochte Jeugdzorg is geen sprake meer. Onder voorwaarden kan een niet-gecontracteerde zorgaanbieder alsnog zorg (blijven) verlenen. Past het niet binnen de voorwaarden dan kan een jeugdige en/of de ouder(s)/verzorger(s) voor eigen rekening gebruik (blijven) maken van niet-gecontracteerde jeugdzorg. Bij zwaarwegende redenen kan een persoonsgebonden budget (pgb) worden aangevraagd.
Met deze aanpak is het mogelijke risico en de financiële impact van doorverwijzingen naar niet-gecontracteerde partners geminimaliseerd.

Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan
De wetgever laat toe dat zorgaanbieders tot 5 jaar na het einde van de zorgverlening nog facturen in mogen dienen. De afgelopen jaarrekeningen heeft dat voor zowel Jeugd als Wmo tot een aanzienlijke financiële verstoring geleid.
Sinds begin 2018 functioneert in samenwerking met de OWO-gemeenten en de Backoffice Sociaal domein een verplichtingenadministratie. Hiermee hebben we beter zicht op het (financiële) verloop van zorgtrajecten. 
In de jaarrekening proberen we zoveel als mogelijk op basis van ingediende productverantwoordingen op te nemen. Desondanks blijken deze beheersmaatregelen tot voor kort (jaarrekening 2018) nog niet afdoende.
Op regionaal niveau werken we samen met de andere Friese gemeenten om te komen tot een verdere verbeterslag. Vanwege het gezamenlijke beleid en de gezamenlijke uitvoering van de administratie van het Sociaal domein bij de Backoffice Sociaal domein is er intensieve samenwerking met de OWO-gemeenten.

Regionaal werkt Weststellingwerf samen met verschillende partijen om de administratieve lastendruk voor het Sociaal domein te verminderen. 
Zo participeren we ambtelijk in een werkgroep Horizontaal toezicht met grote zorgaanbieders. Doel van de pilot is eerder in een verantwoordingsjaar zicht te krijgen op de rechtmatigheid van de verantwoorde zorg.

Wmo-ontwikkelingen
Toenemende vergrijzing en de invoering van het abonnementstarief (rijksmaatregel) laten in Weststellingwerf een toename zien van het aantal Wmo-cliënten.
In de meicirculaire van 2019 is aangegeven dat per 2020 de Wet verplichte GGZ wordt ingevoerd. Het rijk stelt hier middelen voor beschikbaar, maar deze zijn niet voldoende om de verwachte kosten af te dekken. Voor de komende jaren zijn nog een aantal rijksmaatregelen te verwachten die de gemeente zullen raken. Zo wordt gesproken over de decentralisatie van Beschermd Wonen en ook Maatschappelijke Opvang. De invoeringsdatum is tot dusver steeds uitgesteld, maar de maatregelen zitten er aan te komen. De gemeente wordt dan verantwoordelijk voor deze taken. Het blijft de vraag of het rijk voldoende middelen beschikbaar gaat stellen.

Risico’s van vóór 2015 bestaande regelingen
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben  beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 500.000
Samen de trap op en samen de trap af
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval! 

BTW-compensatiefonds
Bij de bevoorschotting van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt met ingang van 2019 de raming van het bedrag van het BTW-compensatiefonds dat aan de Algemene uitkering vrijvalt, achteraf verrekend. Door deze wijziging in ramingssystematiek ontvangen gemeenten uiteindelijk niets meer of minder uit het gemeentefonds.

Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar. Daarnaast lopen we nog enig risico als de rechterlijke uitspraak over de precariobelasting in ons nadeel valt. We moeten dan naast de ontvangen opbrengst over de afgelopen jaren ook de wettelijke rente betalen.

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). 

Onzekerheden realisatie (externe) subsidies € 0
Wanneer de voortgang van een gesubsidieerd project ernstig vertraagt, kan dit consequenties hebben voor de externe financiering. Tijdig overleg met de subsidieverstrekker om de mogelijkheden van verlenging van de termijn te onderzoeken, is daarbij een belangrijke beheersmaatregel die, indien nodig, door ons actief wordt toegepast. Nog belangrijker is alvorens een subsidie aan te vragen goed te onderzoeken of uitvoering binnen de subsidieperiode mogelijk is en voldoen aan de subsidievoorwaarden reëel is. Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 625.000
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er geen eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. 

Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.

Overige onzekerheden en risico’s: beheersmaatregelen in de bedrijfsvoering € 350.000
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.

Overige onzekerheden en risico's: Vennootschapsbelasting (VPB) € 0
Met ingang van 1 januari 2016 is de VPB ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten van overheidsbedrijven. Het gaat bij onze gemeente met name om de vraag in hoeverre we voor de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig zijn. De laatste berichten zijn dat we ook hiervoor niet als ondernemer worden aangemerkt en dus geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen.

Weerstandsvermogen

De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico's worden uitgedrukt in weerstandsvermogen. De hoogte van het weerstandsvermogen is als volgt weer te geven:

x € 1.000
Weerstandsvermogen 2020
Weerstandscapaciteit 18.230
Risico's 5.000
Weerstandsvermogen 23.230

Kengetallen

Met ingang van 2016 zijn een vijftal financiële kengetallen verplicht gesteld. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 (zie ook hiervoor onder ‘beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s’) sluiten we aan voor de verplichte kengetallen bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90 - 130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90%  90 - 130% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
3. Grondexploitatieruimte < 20% 20 - 35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Eerste jaar en meerjarig > 0% Begroting en meerjarig 0% Begroting en meerjarig < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105%

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van de kengetallen weergegeven:

Kengetallen Rekening Begroot Begroot MJB MJB MJB Categorie
2018 2019 2020 2021 2022 2023 (peiljaar 2020)
1 Netto schuldquote 67,55% 75,06% 72,26% 61,80% 54,02% 44,86% A
Netto schuldquote (gecorrigeerd) 65,13% 72,60% 69,87% 59,46% 51,62% 42,50% A
2 Solvabiliteitsratio 22,00% 21,37% 20,11% 20,18% 20,60% 21,75% B
3 Grondexploitatie 29,03% 29,80% 25,49% 23,84% 22,17% 19,00% B
4 Structurele exploitatieruimte 1,52% -1,23% -0,44% -0,46% 0,34% 1,11% C
5 Belastingcapaciteit 94,17% 91,08% 93,51% 93,51% 93,51% 93,51% A
* betreft de geactualiseerde begroting 2019

Toelichting kengetallen

Basis voor deze kengetallen is de geprognosticeerde balans voor de jaren 2020-2023. Deze staat onder 'Uiteenzetting van de financiële positie'.

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Een schuldquote van 100% wordt over het algemeen als grens gezien tussen acceptabel en in toenemende mate risicovol.
Wij zitten ruimschoots onder die grens.

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen we voor de komende vier jaren uit boven ons streefpercentage van minimaal 20%.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Uiteraard blijven wij het nauwlettend volgen en houden vast aan ons streven om te voldoen aan categorie B.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele lasten zijn de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, bij structurele baten gaat het onder andere om de Algemene uitkering van het gemeentefonds en eigen belastinginkomsten. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.
Uit het percentage blijkt dat we voor 2020 in categorie C vallen maar dat dit vanaf 2022 weer goed wordt gemaakt. Vanaf dat jaar komen we weer in categorie A. 

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Deze woonlasten zijn de optelsom van de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.
Zoals uit de tabel blijkt, zijn de woonlasten voor de jaren 2020-2023 in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde van € 740,00 (=100%) van het belastingjaar 2019.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

 

Portefeuillehouder

Jongebloed en Rikkers

Organisatie

Ruimte, Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Beleidsnota's

Van toepassing zijn de volgende nota´s:

  • Beleidsplan Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte 2012-2016
  • Nota Openbare Verlichting
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020
  • Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed

Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte

Uw raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld. Hierin zijn de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. De door uw raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen, zijn hierin meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken:

  • Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden;
  • Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.

In het collegeprogramma 2018-2022 hebben wij aangegeven hoe wij willen komen tot een nieuwe kwaliteitsambitie openbare ruimte. 
Zoals wij u al hebben gemeld, zien wij een verschuiving in de politieke discussie van onderhoudskwaliteit naar inrichtingskwaliteit. Wat wij merken is dat, vooral bij herinrichtingen, er behoefte is aan een basis voor de bepaling van de inrichtingskwaliteit openbare ruimte. Onder inrichtingskwaliteit verstaan wij onder andere inrichtingsprincipes en materiaalkeuze.  Dit betekent een verandering van de ambitie. Zie ook programma 2

Wegen

Het totale areaal aan verhard oppervlak bedraagt circa 230 hectare. Hier binnen valt 120 km aan wegen binnen de bebouwde kom, 285 km aan wegen buiten de bebouwde kom en 85 km aan fietspaden. Daarnaast heeft de gemeente 214 hectare bermen en 442 km aan schouwsloten in onderhoud.
Om de doelstelling te monitoren worden de wegen geïnspecteerd op basis van de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) methodiek, waarbij de relatie wordt gelegd met de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het beleidsplan. Dit resulteert in een meerjarig inzicht (5 jaar) van planning en begroting. De hieruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden zijn voor deze periode afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting.

Groen

Groen komt in vele vormen terug in de openbare ruimte. Het totale areaal groen binnen de gemeente bedraagt ongeveer 112 hectare. Het grootste areaal bevindt zich in de woongebieden. Langs de plattelandswegen staan de meeste bomen. Het beheer vindt plaats op basis van een kwaliteit gestuurd (groen)beheersysteem.
Het groenbeheer is onder te verdelen in verzorging (kwaliteit onderhoud) en technische staat (kwaliteit inrichting). Het openbaar groen wordt op basis van de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het integrale beleidsplan openbare ruimte onderhouden en gerenoveerd. De onderhoudskwaliteit van het openbaar groen wordt minimaal vier maal per jaar geschouwd. De kwaliteit van de technische staat van het openbaar groen wordt per gebied jaarlijks gemeten. Voordat een renovatie wordt uitgevoerd, wordt de ruimtelijke kwaliteit (mooi en functioneel) bekeken.
Eénmaal in de drie of vier jaar worden alle 30.000 bomen geïnspecteerd. Wanneer de kwaliteit van een boom daar aanleiding toe geeft (de zogenaamde zorgbomen), wordt er jaarlijks geïnspecteerd en zo nodig nader onderzocht.
De werkzaamheden betreffende groen zijn voor de duur van het beleidsplan afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting.

Bruggen, waterwegen en kades

Weststellingwerf heeft 50 bruggen in beheer die bestaan uit 32 bruggen voor fiets-/voetgangersverkeer en 18 bruggen voor autoverkeer. De bruggen variëren van één middelgrote beweegbare brug bij Nijelamer tot meerdere kleine, vaste, houten bruggen voor fiets- en voetgangers. Met de gemeentes Steenwijkerland, De Fryske Marren en Ooststellingwerf hebben we 3 bruggen in gezamenlijk beheer en onderhoud. Een mooi voorbeeld van de samenwerking met de gemeente De Fryske Marren, is de realisatie in 2019 van de nieuwe brug over de Tjonger bij Langelille.
Via een jaarlijkse monitoring wordt de staat van alle kapitaalgoederen gevolgd. Er wordt eens in de 5 jaar geïnspecteerd.

Openbare verlichting

De gemeente Weststellingwerf heeft in totaal 4.358 lichtmasten in eigendom en beheer (31-8-2019).  Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is door de Coöperatie Openbare Verlichting en Inkoop Energie Fryslân vanaf 1 april 2019 aanbesteed aan de combinatie Citytec/Heijmans.  Met onderhoud bedoelen wij het reinigen en schilderen van masten en armaturen. Ook het oplossen van storingen aan de openbare verlichting en vervangen van masten en armaturen valt onder deze aanbesteding.

Zoals bekend zijn wij bezig met het versneld vervangen van de openbare verlichting door LED-verlichting. Dit zal leiden tot een besparing op de energieverbruik.

Riolering

Er wordt invulling gegeven aan de wettelijke taken die de gemeente heeft voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. De wijze van de invulling is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hierin zijn de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen beschreven. Naast nieuwe aanleg en aanpassingen op het bestaande rioolstelsel wordt er beheer en onderhoud gepleegd. Uitgangspunt is dit op een doelmatige wijze uit te voeren. Indien mogelijk worden er werkzaamheden in OWO-verband uitgevoerd. Daarnaast werken wij met alle friese gemeenten, Wetterskip, provincie en Vitens aan maatregelen voor een toekomstbestendige Friese waterketen. Dit is vastgelegd in het Fries bestuursakkoord waterketen (FBWK).

Tijdens Prinsjesdag 2017 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRA) gepresenteerd. In dit plan staat dat gemeenten moeten onderzoeken waar wateroverlast ontstaat als het heel veel regent. Dit wordt gedaan door het uitvoeren van een zogenaamde klimaatstresstest. De gemeenten moeten voor 2021 aangeven wat zij aan de overlast doen. Dit past in de planning van het rijk om Nederland in 2050 klimaatbestendig te maken. In het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan 2020-2023 geven wij aan wat wij aan de overlast gaan doen. De investeringen die daarvoor nodig zijn, hebben invloed op het tarief van de rioolheffing.

Tractiemiddelen

De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheersysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel worden vervangen. Er is een meerjarig overzicht opgesteld van te vervangen materieel. Dit is vertaald in deze begroting en het bijbehorende investeringsplan. 

Gebouwen

Zoals beschreven in de notitie ‘Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed’ zijn onze gebouwen opgedeeld in twee categorieën:

  • functionele panden (dragen bij aan het realiseren van doelen van de gemeente);
  • niet-functionele panden (op termijn afstoten). 

Het onderhoud van de panden is verdeeld in dagelijks  onderhoud en planmatig onderhoud (groot onderhoud en planmatige vervangingen). Volgens de NEN 2767-inspecties wordt het geplande onderhoud vastgelegd in een meerjarenonderhoudsplanning. 
Voor de functionele panden wordt het onderhoud zo gepland dat het niveau ‘sober en doelmatig’ blijft. Voor ieder functioneel pand is het onderhoud in een meerjarig onderhoudsplan vertaald. Hierbij wordt ook gekeken naar het verduurzamen. Voor de niet-functionele panden is gekozen om het onderhoud zo minimaal mogelijk uit te voeren. Alleen noodzakelijke maatregelen voor het behoud van de huidige functie en het huidige gebruik van het gebouw worden uitgevoerd.

Beschikbare middelen voor het onderhoud

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
tractiemiddelen 144 153 153 153 153 153
gebouwen 730 614 696 577 545 481
wegen 1.663 1.560 1.705 1.705 1.705 1.705
bruggen en duikers 121 115 115 115 115 115
openbare verlichting 37 54 24 24 24 24
openbaar groen 236 263 251 251 251 251
riolering 196 171 171 171 171 171
terreinen 33 79 79 79 79 79
overig 45 41 41 41 41 41
Eindtotaal 3.204 3.050 3.235 3.116 3.084 3.020

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn we transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden we eventuele overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten niet mogelijk. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben, kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.
We hebben momenteel nog drie geldleningen.

Risicobeheer

De overheid hanteert 2 instrumenten, binnen  de wet Fido,  voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel van deze normen is het krijgen van een stabiele rentelast over de jaren. 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort structureel dreigt te worden, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De berekening van de kasgeldlimiet voor de komende jaren is als volgt:

x € 1.000
Kasgeldlimiet 2020 2021 2022 2023
Begrotingsvolume 77.656 77.482 73.925 73.183
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
De kasgeldlimiet in euro's 6.601 6.586 6.284 6.221

Renterisicobeheer

De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
Onze ruimte binnen deze norm is als volgt:

x € 1.000
Renterisiconorm 2020 2021 2022 2023
Begrotingsvolume 77.656 77.482 73.925 73.183
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 20,00% 20,00% 20,00% 20,00%
Toegestane renterisiconorm 15.531 15.496 14.785 14.637
Renteherziening op vaste schuld (opgenomen) 0 0 0 0
Renteherziening op vaste schuld (uitgezet) 0 0 0 0
Aflossingen 3.345 3.345 3.345 3.345
Huidige renterisiconorm 3.345 3.345 3.345 3.345
Ruimte binnen de toegestane renterisiconorm 12.186 12.151 11.440 11.292

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren verstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. Jaarlijks wordt hier op afgelost. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

x € 1.000
Verstrekte geldleningen en gegarandeerde leningen Ultimo 2019
Rentedragende leningen 2.012
Gegarandeerde geldleningen (100%) 3.936
Indirect gegarandeerde geldleningen (WSW-achtervang) 27.408
Totaal 33.356

Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling (een iets oplopende rente voor de langere looptijden) wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte en deze wordt afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin: uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. We laten daarbij de kortlopende schuld niet onnodig hoog oplopen waardoor lang geld moet worden aangetrokken op een voor onze gemeente ongunstig moment: een evenwichtige spreiding van de aflossingen en rentebetalingen is belangrijk bij een beheersbare liquiditeitsbegroting.

Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Leningenportefeuille

Het verloop van onze leningenportefeuille staat in de geprognosticeerde balans (zie onder “Uiteenzetting van de financiële positie”).

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Er zijn echter voldoende middelen beschikbaar via het schatkistbankieren zodat we niet hoeven te lenen.

x € 1.000
Financieringsbehoefte per 31 december 2020 2021 2022 2023
Eigen vermogen 19.410 18.388 18.089 18.711
Voorzieningen 18.239 20.539 20.514 20.513
Vaste geldleningen 51.887 48.542 45.197 41.852
89.536 87.469 83.800 81.076
Vaste activa 74.117 68.862 62.957 59.152
Voorraden 18.511 17.367 15.458 13.103
Bijstelling op basis van geïnventariseerde risico's 2.500 5.000
92.628 86.229 80.915 77.255
Financieringstekort (-) danwel overschot (+) per 31 december - 3.092 1.240 2.885 3.821

De wijze van rentetoerekening

In het volgende renteschema staat hoe voor alle jaren de rentetoerekening in deze begroting is vormgegeven. Het renteresultaat is verantwoord bij het Overzicht algemene dekkingsmiddelen, taakveld treasury.

x € 1.000
Renteschema 2020 2021 2022 2023
Externe rentelasten over de korte en lange termijn 1.860 1.761 1.662 1.563
Externe rentebaten 65 64 63 63
Totaal door te berekenen rente 1.795 1.697 1.599 1.500
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties 614 543 640 559
Rente over eigen financieringsmiddelen
Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 1.465 1.442 1.421 1.374
2.079 1.985 2.061 1.933
Renteresultaat op het taakveld treasury -284 -288 -462 -433

EMU saldo

Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU-saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het voor 2020 begrote EMU-saldo voor onze gemeente bedraagt € 979.000 positief. 

Overige ontwikkelingen

Schatkistbankieren
Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist.  De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2020 ongeveer € 582.000

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort en Hoen

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

 

De onderdelen inkoop & aanbesteding, informatisering & automatisering, documentaire informatievoorziening, financiële- en personele administratie als ook verzekeringen en business intelligence worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking.

Informatieveiligheid en privacy

Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) gegevensuitwisseling met overheidsorganisaties, (keten)partners, burgers, bedrijven en instellingen. Het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van gegevens kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Het kan ook leiden tot boetes of imagoschade. Een betrouwbare informatievoorziening is nodig voor het goed functioneren van de gemeente. Het is ook de basis voor het beschermen van de rechten van burgers en bedrijven.

De komende jaren blijft onze gemeente inzetten op het verhogen van de informatieveiligheid en het zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Dat doen we onder andere met het:

  1. implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO – opvolger van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten – BIG);
  2. voldoen aan de privacywetgeving (waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG));
  3. vergroten van het informatiebeveiligings- en privacybewustzijn van medewerkers;
  4. afleggen van verantwoording via de zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit), de zelfevaluatie BRP (Basisregistratie personen) en de zelfevaluatie PNIK (Paspoorten en Nederlandse Identiteitskaarten).

Rechtmatigheid

De gemeente Weststellingwerf moet bij de uitvoering van de gemeentelijke taken handelen volgens wettelijke richtlijnen. Het gaat hierbij om de rechtmatigheid van beheershandelingen die tot financiële transacties leiden. Deze financiële transacties worden in de jaarrekening verantwoord. Daarbij worden via interne controle de verordeningen op juistheid van handelen en rechtmatige totstandkoming getoetst. De kaders en belangrijkste activiteiten op het gebied van rechtmatigheid zijn vastgelegd in het beleidsplan interne beheersing en het jaarplan interne controle. Het speerpunt in het beleidsplan Interne Beheersing 2017-2019 is het invoeren van een risicogerichte interne controle. De centrale vraag bij een risicogerichte interne controle is 'hoe erg is het als het fout gaat'. De invoering wordt stapsgewijs aangepakt.

Het controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening 2019 wordt eind 2019/begin 2020, samen met het normenkader, ter vaststelling voorgelegd aan de Raad.                          

Met ingang van 2021 wordt de invulling van de accountantsverklaring gewijzigd. De jaarstukken 2021 moeten een rechtmatigheidsverklaring van het college hebben. Jaarlijks legt het college in de rechtmatigheidsverklaring verantwoording af aan de raad over de mate waarin de bedrijfsvoering van onze gemeente financieel en organisatorisch in control is. De accountant geeft over de jaarrekening en de rechtmatigheidsverklaring van het college een oordeel over het getrouwe beeld. Daarmee vervalt het oordeel over de rechtmatigheid van de achterliggende beheershandelingen van de accountant. Dit wordt voortaan meegenomen in de getrouw beeld verklaring zelf.

Organisatieontwikkeling

‘Samen werken, gewoon doen’ vraagt om een andere oriëntatie op de werkwijzen van de organisatie.  In het collegeprogramma 2018 - 2022 is dit nader uitgewerkt in opgave 3. Deze ontwikkeling sluit aan bij de ingezette organisatieontwikkeling gericht op anders werken: faciliteren, stimuleren en experimenteren. Het anders werken vraagt op onderdelen om (nog) meer samenwerking met medewerkers, inwoners, bedrijven en partners.
We zetten  stappen op weg naar de organisatie die we voor ogen hebben: ‘een flexibele, op de samenleving gerichte organisatie, die zich kenmerkt door Professionele dienstbaarheid, Integraliteit en Maatwerk (PIM).
De verandering waar ‘Samen werken, gewoon doen’ voor staat is geen blauwdruk. We gaan met elkaar op expeditie: het samen schakelen in de veranderende rol van de gemeente en haar inwoners. We zien dit als een groeiend proces wat we met elkaar aangaan en noemen we in de organisatie  ‘PIM op expeditie’. In 2020  gaan we door met experimenteren en starten van verschillende pilot vanuit PIM op expeditie, gericht op de veranderende rol van onze medewerkers, integraal werken en het creëren van ontmoetingen. Het kantoorconcept nemen we hierin mee. Flexibel werken en niet alleen meer op kantoor, hoort bij burger nabij besturen/participatie en is in lijn met de organisatieontwikkeling PIM. De dienstverlening is vaker digitaal. Daarom zijn flexibele bureaus en computers (laptops) nodig. Zoals in de kadernota is beschreven stellen we voor om hierin te investeren in 2020 en 2021 (totale investering is geraamd op € 0,5 miljoen af te schrijven in 7 jaar).

Proces doorontwikkeling organisatie met PIM op expeditie

Wat willen we bereiken?
Een flexibele, op de samenleving gerichte organisatie die
Professionele dienstbaarheid uitdraagt;
Integraal werkt en;
Maatwerk levert.

Doelen:
Anders werken door te faciliteren, te stimuleren en te experimenteren met inwoners, instellingen en bedrijven met als resultaat:

  1. Medewerkers opleiden en trainen in het gekantelde werken;
  2. Kantoorinrichting en faciliteiten aanpassen om anders werken tegemoet te komen.
  3. Sturen op vitaliteit medewerkers.

Wat gaan we doen?
Zoals beschreven in de kadernota 2019 gaan we het volgende doen.

1. We voeren een organisatiebreed PIM opleidingsprogramma uit.
Het programma leidt medewerkers op in het anders werken:

  • we maken medewerkers bewust van de veranderende vraag vanuit de omgeving,
  • trainen hen in (veranderende) houding en gedrag,
  • we experimenteren met vernieuwde vormen van klantcontact/participatie en omgevingsgerichte communicatie.

We betalen dit uit de beschikbare middelen voor PIM op expeditie en generatiegericht maatwerk.

2. We wijzigen de kantoorinrichting en passen faciliteiten aan om anders werken tegemoet te komen.
De werkplek

We startten dit jaar de pilot mobiel werken (laptop en mobiele telefoon) om het anders werken te faciliteren.
Van medewerkers vragen we flexibiliteit, outreachend werken (keukentafelgesprekken) en integraal met elkaar werken.  De pilot laat zien dat we met elkaar die richting op gaan. De pilot vraagt om een vervolg die we gefaseerd willen uitbreiden.

Hoe is de werkplekinrichting georganiseerd?
De werkplekinrichting vond zeventien jaar geleden bij de oplevering van het ‘nieuwe’ gemeentehuis plaats. De kosten namen we mee in het totale investeringskrediet. De afschrijving en rente verwerkten we niet in de begroting. Daardoor kennen we nu geen budget voor vervanging. De werkplekken baseerden we toen op vaste medewerkers met een fulltime baan. De huidige situatie vraagt vergeleken met zeventien jaar geleden totaal iets anders door forse toename van personeel, digitalisering, integraal werken en plaats- en tijd onafhankelijk werken.
We vingen de groei tot nu toe op binnen bestaande middelen maar de ruimte hebben we niet meer. De budgetten groeiden niet mee met de aantallen medewerkers.  De transities in het sociaal domein, de OWO-samenwerking, Groen zelf Doen, privacywetgeving en wijzigingen in het Omgevingsrecht betekenen meer medewerkers, meer fte's en meer werkplekken en werkplekvoorzieningen.
Gefaseerd (2020 en 2021) gaat het om een investering in flexibele werkplekken en voorzieningen zoals laptops.

Herinrichting restaurant
We passen de inrichting van het restaurant aan. We maken het restaurant ook geschikt voor andere ontmoetingen die passen bij integraal werken, zoals kort overleggen, gezamenlijk werken aan opgaven (aanlandtafels en werkplekken).

3. We investeren in de vitaliteit van medewerkers met ons plan van aanpak vitale gemeente en generatiegericht maatwerk.
We betalen dit uit de beschikbare middelen voor PIM op expeditie en generatiegericht maatwerk.

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

Wat betekent PIM op expeditie voor het HRM-beleid?

PIM op expeditie is leidend voor het HR beleid in 2020. We zien naast een veranderende houding en betrokkenheid van inwoners ook een verandering tussen medewerker en werkgever. Ook hier komt  meer aandacht voor individuele vragen van medewerkers en gaan we steeds meer uit van maatwerk.  Net als inwoners vragen we ook onze medewerkers mee te denken over organisatievraagstukken en komen ze zelf met oplossingen en verbeteringen. 

Leren en ontwikkelen
PIM op expeditie verankeren we in onze personeelsinstrumenten. Zo sluit het concernopleidingsprogramma aan bij de thema’s van de expeditie. Leren en ontwikkelen behoort tot een van de speerpunten om medewerkers duurzaam inzetbaar te houden. De nadruk ligt op het ontwikkelen van competenties, vaardigheden en kennis gericht op een veranderende rol en functie-eisen.

Werving & selectie
Bij het werven van nieuwe medewerkers richten we ons op medewerkers met vaardigheden die aansluiten bij de veranderende rol van de ambtenaar.  De nadruk ligt meer op integrale medewerkers die in staat zijn opgaven te regisseren samen met inwoners.

Plannings- en beoordelingsgesprekken
Alle medewerkers krijgen aan het eind van het jaar een beoordeling van de leidinggevende op de resultaatgerichte afspraken die tijdens het planningsgesprek aan het begin van het jaar zijn gemaakt. We denken na wat PIM op expeditie voor vernieuwing in de gesprekken kan/moet brengen: continue feedback en coaching van medewerkers bij invulling van toekomstige rollen worden mogelijk relevanter dan evaluatie van prestaties uit het verleden.

Vitaliteit
Vitaliteit blijft belangrijk; de ingezette koers waar ‘de gezonde keuze, de makkelijke keuze’ is zetten we voort. We verbeteren onze arbeidsomstandigheden en experimenteren met werkplekken, faciliteiten en inrichting.

Ziekteverzuim
We streven ernaar onder de landelijke verzuimnorm van het A&O fonds van 4,1% te komen.

Ten opzichte van 2019 is ons personeelsbestand gestegen. De in de begroting 2019 en kadernota 2020 aangegeven mutaties zoals extra formatie voor privacyofficer, Sociaal domein en OWO bedrijfsvoering zijn hierin opgenomen. 

 

Paragraaf OWO-samenwerking

Paragraaf OWO-samenwerking

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Continueren en door ontwikkelen OWO-samenwerking

Zie collegeprogramma 2018-2022.

Bestuursovereenkomst

De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2015 heeft per 1 juli 2017 de voltooiing van de bouw van de 3 OWO afdelingen bereikt.
Na de bouwfase verkeren de OWO-afdelingen nu in de fase van doorontwikkeling en dat verloopt naar wens. De OWO-afdelingsplannen zijn de basis voor de onderlinge ambities, staande afspraken en de financiële vereffening/verrekening tussen de drie gemeenten. Een uniek construct in Nederland. Waar en wanneer mogelijk worden plannen en nieuwe beleidsopgaven samen opgepakt en hoeven ze niet te worden uitbesteed. Bij een nieuw (beleids)vraagstuk maken de gemeenten gebruik van elkaars kennis en kunde. Samen kunnen de OWO gemeenten sneller inspelen op landelijke en provinciale opgaves. Een voorbeeld hiervan is de invoering van de Omgevingswet.

Op donderdag 28 maart 2019 is een bijeenkomst van de drie OWO-gemeenteraden geweest waarin de raden meegenomen zijn in de stand van zaken van (de ontwikkeling van) OWO en er is bij de raden gepeild hoe zij aankijken tegen de OWO-samenwerking. Oogst van deze avond is dat de raden overwegend positief aankijken tegen de samenwerking en als vervolgopdracht  het ontwikkelen (op papier zetten) van een visie (strategisch plan) voor de OWO-samenwerking hebben gevraagd.

Aan deze opdracht wordt gevolg gegeven (OWO-directie) door het opstellen van een document met de volgende onderdelen;
1. Waarom werken de drie gemeenten samen in de huidige samenwerking op basis van een bestuursovereenkomst? De ‘geschiedschrijving’.
2. Een inventarisatie vanuit de OWO-afdelingen waar de huidige samenwerking verbeterd en verder ontwikkeld kan worden. De OWO- Top prioriteiten (zie hierna).
3. Kansen voor verdere/meer samenwerking: mogelijkheden voor ‘uitbouwen’ van de samenwerking onder de huidige vorm en uitgangspunten ( bestuurlijke inventarisatie (OWO-beleidstafels) en ambtelijke inventarisatie).
4. De politieke wenselijkheid van de richting waarin de samenwerking zich ontwikkelt en een ambtelijke inventarisatie van de richting:
       - visie en/of inzichten van (een delegatie van) de drie gemeenteraden;
        - bestuurlijke (drie colleges) visie en/of inzichten over de richting;
       - ambtelijke (directies en MT’s) visie en/of inzichten over de richting.

OWO afdelingen

OWO-afdelingen: het fundament van onze samenwerking

www.weststellingwerf/organisatie/owo-samenwerking

OWO is het antwoord van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland op nauwer samenwerken tussen de gemeenten. Door krachten te bundelen, worden kosten bespaard. Afdelingen zijn minder kwetsbaar en hierdoor verbetert de kwaliteit van de dienstverlening. OWO bestaat uit drie samenwerkende gemeenten, die naast de eigen afdelingen drie gezamenlijke afdelingen hebben. Hier werkt een derde van de medewerkers.

In 2017 is de bouw en de inrichting van de drie OWO-afdelingen in de drie gemeenten gerealiseerd, namelijk de afdeling Beheer en Registratie in Oosterwolde, de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving in Gorredijk en de afdeling Bedrijfsvoering in Wolvega. Deze afdelingen zijn na 4 jaar bouwen onlosmakelijk verbonden met de drie gemeenten. De OWO-afdelingen vormen met ruim 140 fte en een grote hoeveelheid aan werkzaamheden en diensten een substantieel deel van de gemeentelijke organisaties. Ze leveren slagkracht en dragen daarmee bij aan de gemeentelijke bestuurskracht.
Ook buiten onze gemeenten is OWO een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband; samen waar het kan én met behoud van eigenheid.  Onverminderd zetten de afdelingen zich in voor de 4 K’s:

  1. meer Kwaliteit;
  2. vergroten Kennis;
  3. vermindering Kwetsbaarheid;
  4. minder (meer) Kosten.

In de tweede helft van 2017, op het moment dat het einde van de bouwfase in beeld kwam, zijn de OWO-directie met de OWO-afdelingshoofden in gesprek gegaan over de toekomst en verdere
ontwikkeling van de OWO-samenwerking. De OWO-samenwerking is uniek en er staat een hele mooie basis. Cliché of niet, maar ‘stilstand is achteruitgang’ ligt op de loer. Om dit niet te laten gebeuren is eind 2018 een lijstje met prioriteiten opgesteld waarmee de OWO-samenwerking, gelet op alle ontwikkelingen buiten en binnen, de komende jaren aan de slag wil.

Deze Top-prioriteiten zijn;

1a. OWO 2.0 – herijken OWO-afdelingen;
1b. OWO 2.0 – zoektocht OWO-identiteit;
2. Ambities en inrichting dienstverleningsconcept;
3. Door ontwikkelen inkoop- en aanbestedingsbeleid;
4. Door ontwikkelen GEO-informatie;
5. Positioneren verzekeringen;
6. Harmonisatie APV;
7. Actualiseren VTH-beleidsplan;
8. Omgevingswet;
9. Informatieveiligheidsbeleid en privacy;
10. Innovatie.

Afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) (gemeente Opsterland)

De afdeling heeft voor 2020 de volgende ambities en speerpunten:

Bij de inrichting van de omgevingsdiensten voor milieutaken, in Friesland de FUMO, is een basistakenpakket richtinggevend geweest voor de overdracht van taken van gemeenten, waterschap en provincie naar de FUMO. In Friesland is afgeweken van de landelijke afspraken, de zogenaamde Fryske norm. De wet VTH en daaraan gekoppeld het besluit VTH bepaalt welke taken er ondergebracht moeten worden bij de omgevingsdiensten. Voor Friesland en dus ook voor Opsterland, Oost- en Weststellingwerf betekent dit dat er alsnog taken overgaan naar de FUMO.

De omvang is door OWO-VTH geschat op ongeveer 2.5 fte. De overdracht is beoogd op 1-1-2020 maar zal mogelijk vertraging oplopen. Er zal nog een principiële discussie gevoerd moeten worden over de definiëring van de omvang en deze zal dan ‘op geld’ gezet moeten worden. Naar verwachting zal dit geen budgettair neutrale operatie worden. De discussie zal zich met name hierop toespitsen. Gaat de FUMO andere kengetallen hangen aan de uit te voeren taken dan kan het product duurder uitpakken dan momenteel onder de vlag van de OWO gemeenten.
De invoering van de omgevingswet zal effect hebben op de huidige taken van OWO-VTH. Daarbij moet gedacht worden aan ICT, competenties en ketenprocessen. Samen met de drie moederorganisaties wordt de komende jaren gewerkt aan de implementatie van deze wet. Er is nog veel onduidelijkheid over de wet en de gevolgen waardoor een realistische raming van toekomstige kosten niet mogelijk is. In de drie huizen en in de begroting OWO-VTH zijn middelen beschikbaar die in de implementatiefase ingezet kunnen worden.

  • Bijdrage leveren aan de voorbereidingen inzake de Omgevingswet;
  • Actualiseren handhavingsbeleid;
  • Implementeren effecten nieuwe wet en regelgeving op het gebied van VTH, zoals de Wet VTH en de Wet private kwaliteitsborging;
  • Advisering over de Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving (FUMO) en meer specifiek bijdragen aan de doorontwikkeling van de FUMO (FUMO 2.0.);
  • Bijdrage aan doorontwikkeling digitale dienstverlening.

Afdeling Beheer en Registratie (gemeente Ooststellingwerf)

Opgaves in 2020 zijn:

  • Bijdragen aan het realiseren van de Digitale agenda 2020 (ontsluiten en kenbaar maken van publieke data);
  • Uitbouwen van de digitale dienstverlening (aansluiting op MijnOverheid.nl);
  • Uitvoering van de factuurcontrole regionale zorg;
  • Bijdragen aan de voorbereidingen inzake de Omgevingswet en het bijbehorende digitale stelsel;
  • Doorontwikkeling van Geo-informatie.

Afdeling Bedrijfsvoering (gemeente Weststellingwerf)

De afdeling Bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor Informatisering en automatisering, Business Intelligence, de documentaire informatievoorziening, de personeels- en salarisadministratie, inkoop en verzekeringen en de financiële administratie.

Informatisering en Automatisering (I&A)

ICT ontwikkelingen
De Informatie en communicatie technologie (ICT) heeft vanaf 2020 extra geld nodig, dit is bij de kadernota gemeld en aangevraagd.  Veel digitalisering- en automatisering taken hebben wij in het verleden al gedaan met het beschikbare geld. Maar de digitale verandering gaat door en hiervoor is nog veel nodig. Ook is extra geld nodig voor stijgende prijzen en contracten.

ICT is niet meer weg te denken. ICT is onderdeel van ons dagelijks bestaan. Onze ICT is ervoor:

  • ruim 80.000 inwoners en bedrijven,
  • ongeveer 900 gebruikers.

Daarnaast werken wij samen met andere overheden en partners. Wij hebben hierin een wettelijke taak. Hiervoor gelden eisen. Onze data moet betrouwbaar en beschikbaar zijn.

ICT moet het gewoon doen, snel werken, veilig en betrouwbaar zijn. Deze aanvraag voor extra geld is nodig. Met dit extra geld zorgen wij voor:

  • veiligheid en snelheid van ons netwerk,
  • alle gebruikers in ons netwerk,
  • nieuwe inrichting werkplek,
  • digitale diensten aan onze bedrijven en burgers,
  • opslaan en delen van informatie,
  • digitale werkprocessen.

Vanaf 2020 gaat het om € 396.200. Hiervan krijgen wij € 264.000 terug aan bijdragen van de gemeenten Opsterland en Ooststellingwerf. Voor onze gemeente gaat het om € 133.000. De redenen zijn:

  • aangepaste eisen (zoals snelheid en veiligheid) aan netwerk omgeving en serverpark,
  • mobiele en flexibele werkplekken,
  • inrichten en hulp bij Informatievoorziening Sociaal Domein,
  • doorgaan met en groei van ICT in het werk,
  • hogere kosten door gestegen prijzen voor personeel en contracten,
  • extra kosten omdat nieuwe ICT duurder is.

In 2020 wordt een actualisatie van het Informatiseringsbeleid voorbereid en aangeboden. Ook zal in 2020 de veiligheid en de beschikbaarheid van betrouwbare data alsook het blijven voldoen aan de wetgeving (AVG, BIG, BIO e.a. ) een belangrijk speerpunt zijn.

Documentaire Informatievoorziening (DIV)
De nazorg van de invoering van het zaakgericht werken in OWO-verband vraagt aandacht. Zaakgericht werken biedt centraal inzicht in alle lopende zaken en ondersteunt volledige digitale dossiervorming.
De uitfasering en ontsluiting van informatie van de bestaande Documentaire Management Systemen zoals Corsa en Decos wordt uitgerold en geborgd.
Op het ruimtelijk domein zal de naderende invoering van de Omgevingswet een grote rol gaan spelen. Daarbij staat een goede informatievoorziening voor zowel de ambtenaar als de burger centraal. Dit betekent dat we moeten investeren in een goede kwaliteit van onze gegevens.

Inkoop
Op het terrein van het inkoop- en aanbestedingsbeleid zal in 2020 het bestaande beleidskader worden gehanteerd en in toepassing worden gestimuleerd. Wij faciliteren, motiveren en sturen daarbij op onze beleidsdoelen: lokaal- en regionale inkoop daar waar dat kan. Het actieplan Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) wordt verder uitgerold waarin het ambitiedocument circulaire economie Fryslân deel van uit maakt.

Nadere uitwerking zal worden gegeven aan het traject Beter Aanbesteden. Dit heeft als doel het verbeteren van inkoop van diensten en producten zodat het slimmer, beter en makkelijker wordt voor zowel ondernemers als overheden.

Verzekeringen
Het onderwerp verzekeringen wordt binnen de OWO gemeenten verder ontwikkeld met als focus risicomanagement (bewustwording van wat, wanneer verzekerd moet zijn). In 2020 komen wij met een beleidsvoorstel waarin de positie en afwegingen rondom het onderwerp verzekeringen geduid worden. De groei in het aantal claims en verzekeringen voor de gemeenten zorgt er tevens voor dat gemeenten in control moeten zijn. Door deze ontwikkelingen bestaat het risico dat in de komende jaren de grote verzekeraars premies en eigen risico´s gaan verhogen. Voor deze begroting was er (vooralsnog) geen aanleiding om de budgetten hierop aan te laten passen. De marktontwikkelingen worden scherp gevolgd.

Financiële administratie
Het op tijd binnen de gestelde kaders betaalbaar stellen van facturen is een continu proces (norm is minimaal 95% van de onbetwiste facturen binnen 30 dagen betaald). Daarnaast is het verwerken, muteren en verantwoorden van onze financiën in combinatie met het ontsluiten van deze informatie (ook aan derden zoals ministerie) in combinatie met onze ondersteuning voor de reguliere planning- en controlcyclus een prominente activiteit.

Personeel- en salarisadministratie
Op het terrein van de personeel- en salarisadministratie worden gebruikers gefaciliteerd met het softwarepakket e-HRM waarmee zij eenvoudig, overal en altijd hun zaken kunnen inzien of regelen (zoals salarisspecificatie, declaraties, verlofregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden). Leidinggevenden worden digitaal ondersteund met digitale personeelsdossiers en het faciliteren van procesondersteuning en workflow. Daarnaast worden rechtspositionele processen, werving- en selectie processen alsook overige vraagstukken vanuit HRM ondersteund. De gevolgen voor de werkprocessen van de wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) wordt met HRM van de drie gemeenten voorbereid en uitgewerkt.

Paragraaf Verbonden Partijen

Paragraaf Verbonden Partijen

Portefeuillehouder(s)

College

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

Wij hebben een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. De samenwerkingsvormen duiden we aan met het begrip 'verbonden partijen''. Hieronder verstaan we een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
Met bestuurlijk belang bedoelen we:  de gemeente heeft zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht.
Onder financieel belang verstaan we: het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is dat de gemeente alleen participeert in een verbonden partij als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten is de doelstelling van de verbonden partij geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het vaak om:

  • Efficiency voordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.
  • Wettelijke verplichting

Zeggenschap in de praktijk

De gemeente kan invloed uitoefenen door middel van: 

- besturen van stichtingen en gemeenschappelijke regelingen
- vergadering van aandeelhouders
- raad van commissarissen
- toezicht

Wij wenden onze invloed aan als het gaat om sturing op (onder andere) financiën, risico’s en toekomstvisie.
Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur. Hierdoor is de directe invloed per definitie beperkt. Bij een meerderheid voor een voorstel zal de minderheid zich moeten schikken. De democratische controle op de verbonden partijen ligt bij de gemeenteraad. Collegeleden die deel uitmaken van een bestuur van een verbonden partij, leggen verantwoording af aan de raad.

Financieel belang

Het financiële belang in een verbonden partij staat per instelling in de tabel onderaan deze paragraaf. 

Beleidsontwikkelingen enkele verbonden partijen

Veiligheidsregio Fryslân

De Veiligheidsregio Fryslân (VRF) levert een bijdrage aan een veilig en gezond Fryslân. De VRF richt zich op brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en crisisbeheersing.
Het beleid is gericht op het bevorderen van samenwerking en van gebruik van informatie en technologie.
De begroting is opgebouwd uit 4 onderdelen:

  1. GGD
  2. Crisisbeheersing
  3. Brandweer
  4. Organisatie

Ad 1. GGD

De hoofdambitie van de GGD is “we gaan de komende vier jaar gezondheidswinst boeken”.  De GGD heeft daarom in 2020 de volgende speerpunten:

  • Gezondheid krijgt in alle omgevingsvisies een plek
  • Kinderopvang in Friesland voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en veiligheid
  • De huidige vaccinatiegraad blijft op peil
  • Minder druk op de specialistische hulp en zorg
  • Het voorkomen en bestrijden van antibioticaresistentie
  • Niemand valt tussen wal en schip

Ad 2. Crisisbeheersing

In 2020 gaat de afdeling crisisbeheersing met de volgende speerpunten aan de slag:

  • Risico’s in beeld hebben door middel van een actueel risicobeeld en het veiligheidsbewustzijn van burgers vergroten
  • De netwerksamenleving binnen de crisisorganisatie verbeteren
  • De crisisorganisatie bekwaam en up to date houden
  • De advisering verbeteren bij evenementen en de zorgcontinuïteit bij crises
  • Leren van evaluaties en belevingsonderzoeken

Ad 3. Brandweer

In 2020 gaat de brandweer met de volgende speerpunten aan de slag op het gebied van brandweer:

  • Samen aantoonbaar paraat en vakbekwaam
  • Risicobewust en risicogericht samenwerken

Ad 4. Organisatie

Voor de VRF als organisatie staan de volgende drie speerpunten centraal:

  • Digitalisering van alle dienstverlening aan inwoners van Fryslân
  • Duurzaamheid voorbeeldgedrag: in 2022 staat er nul op de meter
  • Uitstekend werkgeverschap: in 2020 is de VRF een ‘Great Place To Work’

Welstandszorg Hûs en Hiem
Vanaf 2013 is Hûs en Hiem omgebouwd naar een kleinere, flexibele organisatie. Uit de tot nu toe ontvangen kwartaalrapportages wordt duidelijk dat de aantrekkende economie heeft geleid tot meer adviesaanvragen. Naar verwachting sluit de jaarrekening van Hûs en Hiem daardoor met een positief resultaat. 
In 2018 is onder aansturing van de Vereniging Friese Gemeenten een onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van de welstandstoets. Op 19 december 2018 heeft de werkgroep het rapport "Borging en versterking ruimtelijke kwaliteit bebouwde omgeving" opgeleverd. Begin 2019 wordt een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Daarbij wordt ingezoomd op de vraag hoe een toekomstige organisatie moet worden vormgegeven. Beide rapporten kunnen dan de basis zijn voor de discussie over de toekomst van Hûs en Hiem. 

FUMO
Wij zijn op 1 januari 2014 toegetreden tot de FUMO. Toen zijn de basistaken van vergunningverlening en toezicht op het gebied van milieu ondergebracht in deze gemeenschappelijke regeling. In OWO verband is bewust besloten de zogenaamde plus taken in eigen beheer te blijven uitvoeren. 
Op basis van het Besluit VTH is het pakket basistaken verplicht uitgebreid. Deze worden per 1 januari 2020 ingebracht in de gemeenschappelijke regeling.
In de ontwerpbegroting van de FUMO zijn de effecten van deze aanvullende basistaken meegenomen. De ontwerpbegroting 2020 wordt in december 2019 vastgesteld. Door de drie OWO gemeenten (in  samenspraak met circa 8 gemeenten) wordt een zienswijze ingediend.

Omrin
Wij zijn samen met de Friese gemeenten (met uitzondering van Smallingerland) aandeelhouder van Afvalsturing Friesland (met handelsnaam Omrin).
Omrin is tot stand gekomen vanuit de wens tot meer integrale samenwerking op het gebied van afval. Doelstelling van de samenwerking is een betere kostenbeheersing en meer invloed op het ketenbeheer. De aangesloten gemeenten hebben een leveringsplicht van huishoudelijk afval aan Omrin.
De visie van Omrin is: “Van grondstof naar product, van product naar afval, van afval terug naar grondstof. Hoe beter we kringlopen sluiten, des te minder grondstoffen we nodig hebben”.
Op Ecopark de Wierde staat de scheidings- en bewerkingsinstallatie. Machines halen zoveel mogelijk herbruikbare afvaldeeltjes uit het huishoudelijk afval. Het afval dat overblijft, gaat naar de ReststoffenEnergieCentrale (REC) in Harlingen. Door dit afval te verbranden, wordt duurzame energie opgewekt. Omrin is voortdurend bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de overgang Van afval naar grondstof (Vang).

De Marrekrite
Voor de aanleg en onderhoud van recreatieve voorzieningen in Friesland is in 1957 De Marrekrite ingesteld. De belangrijkste taak is het beheer en onderhoud van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen en het fietsknooppuntennetwerk.
In 2017 is het beheer en onderhoud van routenetwerken (borden) aan de werkzaamheden toegevoegd. Ook het aanleggen, aanpassen en uitbreiden van het wandel- en fietsknooppuntensysteem gebeurt door de Marrekrite. Het onderhoud van de fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie en de gemeenten.

Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV
In juni 2019 is er een principe akkoord bereikt tussen de acht betrokken gemeenten en Caparis NV. Vooruitlopend op de besluitvorming in de verantwoordelijke organen is de lijn waarover overeenstemming is als volgt:

Alle SW medewerkers van de acht gemeenten blijven werken bij Caparis NV. De GR SW Fryslân blijft de werkgever van de SW medewerkers van de acht betrokken gemeenten. De GR wordt een bedrijfsvoeringsorganisatie die alleen gericht is op het werkgeverschap van de SW medewerkers.

Tot op heden zijn de definitieve plannen voor de herstructurering nog niet vastgesteld. Wij verwachten dat dit in de tweede helft van 2019 zal gebeuren. Bij positieve besluitvorming gaan de wijzigingen in 2020 in.

Stichting Comprix
Stichting Comprix is verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs in de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf en Opsterland.  In Weststellingwerf gaat het om 21 openbare basisscholen.

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.
Onze gemeente is sinds begin 2018 deelnemer in de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. Voorheen was dit Stichting Openbare Verlichting Fryslân (SOVF). Deze coöperatie doet het onderhoud aan de openbare verlichting van de meeste Friese gemeenten en de provincie Fryslân. Daarnaast koopt de coöperatie energie in voor deze partijen.

Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt 

Veiligheidsregio Fryslân
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel door schaalvergroting
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2020  Veiligheid € 1.353.000 Gezondheid € 979.000
Ontwikkelingen 2020 Beschermen en bevorderen van de gezondheid en veiligheid van inwoners in Friesland. Dit door middel van verbeterde zorg, crisisbeheersing en digitale beveiliging.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 3.042.000 55.525.000
31-12-2018 € 5.266.000 € 58.560.000 
Resultaat 2018 € 1.874.000
Portefeuillehouder Van de Nadort
FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)
Vestigingsplaats Grou
Doel deelname Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2020 € 370.482
Ontwikkelingen 2020 De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken.
Doel van de FUMO is het realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten. Per 1-1-2020 worden, op basis van het Besluit VTH, achtergebleven taken van gemeenten geimplenteerd bij de FUMO.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 6.000 3.883.000
31-12-2018 € 647.000 € 4.245.000 
Resultaat 2018 € 448.000
Portefeuillehouder Jongebloed
GR Hus en Hiem
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel
Belang In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.
Ontwikkelingen 2020 De in 2018 aangegeven ambitie van de minister van BZK ten aanzien van de bouwopgave in Nederland moet zich in 2020 nog voegen in de bestaande wetgeving (Woningwet, Wabo) Daarmee is er in 2020 nog sprake van toetsing aan "redelijke eisen van welstand" .
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 322.000 94.000
31-12-2018 € 369.000 € 120.000 
Resultaat 2018 € 2.000
Portefeuillehouder Zonderland
Recreatieschap voor het Friese Waterland 'De Marrekrite'
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf Provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2020 € 25.000 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.
Ontwikkelingen 2020 Duurzame (vervangings)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 4.012.000 1.521.000
31-12-2018 € 4.137.000 € 1.380.000 
Resultaat 2018 € 341.000
Portefeuillehouder Hoen
OLAF / OMRIN 
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf  provincie Fryslân en de Friese gemeenten
Belang Zie onder OMRIN
Ontwikkelingen 2020 Zie onder OMRIN
Vermogen Zie onder OMRIN
Resultaat 2018 Zie onder OMRIN
Portefeuillehouder Rikkers
GR SW Fryslân
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel
Belang Exploitatiebijdrage 2020  € 3.943.000 (SW-loonkosten incl. opslag)
Ontwikkelingen 2020 We staan voor een vereenvoudiging van de Governance structuur van Caparis NV en GR SW Fryslân. Tot op heden zijn de definitieve plannen voor de herstructurering nog niet vastgesteld. Wij verwachten dat dit in de tweede helft van 2019 zal gebeuren. Bij positieve besluitvorming gaan de wijzigingen in 2020 in.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 690.000 8.266.000
31-12-2017 € 625.000 € 6.394.000
Resultaat 2017 € -65.000
Portefeuillehouder Rikkers

2. Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen
Belang Deelname € 120.892
Ontwikkelingen 2020 Voorkomen schuldproblematiek.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 2.392.000 35.692.000
31-12-2018 € 2.371.000 € 42.801.000 
Resultaat 2018 Niet bekend
Portefeuillehouder Rikkers
Stichting FRIGEM
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Krachtenbundeling aandeelhouders (voormalig) Essent
Opmerking Gezamenlijke vertegenwoordiging oud-aandeelhouders NV FRIGEM in aandeelhoudersvergadering (voormalig) Essent. Lid college in bestuur
Belang Geen
Ontwikkelingen 2020 Er worden geen gemeentelijke taken uitgevoerd.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2018 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Jongebloed 
Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)
Vestigingsplaats Wolvega
Doel deelname Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.
Belang Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.
Ontwikkelingen 2020 geen specifieke ontwikkelingen
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 6.753.000 5.616.000
31-12-2018 € 6.865.000 € 5.818.000
Resultaat 2018 € 295.000
Portefeuillehouder Hoen
Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. 
Vestigingsplaats Sneek
Doel deelname Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.
Belang Exploitatiebijdrage 2020 € 26.000
Ontwikkelingen 2020 Professionalisering van dit samenwerkingsverband op het gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie verder ontwikkelen.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2018 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Rikkers

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

Caparis NV
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering geven aan de WSW
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel
Belang De gemeente is aandeelhouder.
Ontwikkelingen 2020 Zie de ontwikkelingen GR SW Fryslân
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 13.920.000
€ 9.966.000
31-12-2017 € 16.091.000 € 7.505.000
Resultaat 2017 € 2.171
Portefeuillehouder Jongebloed
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doel deelname BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Belang Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178
Ontwikkelingen 2020 Geen specifieke ontwikkelingen.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 4.953.000.000­ 135.072.000.000
31-12-2018 € 4.990.000.000 € 132.519.000.000
Resultaat 2018 € 337.000.000
Portefeuillehouder Jongebloed 
OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000
Ontwikkelingen 2020 De visie van Omrin is gericht op het sluiten van de grondstofkringlopen.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 48.680.000 € 160.130.000
31-12-2018 € 50.585.000 € 152.203.000
Resultaat 2018 € 2.026.000
Portefeuillehouder Rikkers

 

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf Grondbeleid

Portefeuillehouder

Jongebloed en Zonderland

Organisatie

Ruimte

Algemeen

Dat de economische omstandigheden goed zijn, merken wij ook in Weststellingwerf. Inwoners en bedrijven investeren in de nieuwbouw van woningen en bedrijfspanden. Hiervoor hebben ze grond gekocht van de gemeente. Wij verwachten dat deze lijn in 2020 wordt voortgezet.

Gedurende het jaar worden de grondexploitaties kritisch gevolgd bij de jaarlijkse planning & controlcyclus. Dit betekent dat jaarlijks de ramingen van de grondexploitaties bij de jaarrekening worden geactualiseerd. Bij de begroting worden de kosten, fasering en verkoopritme getoetst aan de hand van de ramingen. Bij de ontwikkelingen van de bouwgrond in exploitatie (BIE) is per exploitatie de verwachtingen voor 2020 aangegeven. 

Vennootschapsbelasting

Vanaf 2016 toetst de gemeente jaarlijks of ze Vennootschapsbelasting (VPB) moeten betalen over ondernemingsactiviteiten. Het verkopen van grond uit de grondexploitatie is een ondernemingsactiviteit. Voor 2020 en volgende jaren is de gemeente geen ondernemer voor de VPB. In de paragraaf vennootschapsbelasting wordt de VPB verder toegelicht.

Marketing

De ingezette lijn om meer publiciteit te geven aan de beschikbare woningbouwkavels en bedrijventerreinen wordt voortgezet en zo mogelijk uitgebreid. Hierbij worden verschillende communicatiemiddelen ingezet om  zoveel mogelijk potentiële belangstellenden te bereiken. Een voorbeeld hiervan is dat in 2019 voor het eerst woningbouwkavels ook via de website van Funda te koop worden aangeboden. In de Lindewijk worden weer diverse activiteiten georganiseerd, zoals het rondje Lindewijk en de paardenmarathon Lindewijk. 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Hieronder wordt nader ingegaan op vier grondexploitaties waarvan twee bedrijventerreinen en twee woningbouwlocaties.  Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de grondexploitaties Bedrijventerrein Noord West III, Woningbouwlocaties De Tuinen en Oldeholtpade in 2019 zijn afgesloten. Het afsluiten van de grondexploitaties is mogelijk als alle kavels zijn verkocht en de gemeente, waar afgesproken, het openbaar gebied definitief heeft ingericht. In 2020 blijkt of dit is gerealiseerd of dat de looptijd(en) van deze drie exploitaties moeten worden verlengd.   Bij een verlenging van de looptijd van de grondexploitatie(s) ontstaat een nadelig financieel effect als gevolg van rentekosten. Bij de Jaarrekening 2019 wordt u hierover nader geïnformeerd.

Woningbouwlocaties

Lindewijk Wolvega
De begroting 2020 voor Lindewijk (deelgebieden 1 en 2) ligt, voor zover het deelgebied 1 betreft, in het verlengde van de vastgestelde grondexploitatie Lindewijk deelgebied 1 2018-2024. Nadat het bestemmingsplan voor Lindewijk deelgebied 2 door de raad is vastgesteld (prognose: 2020) zal integraal over Lindewijk worden gerapporteerd. In deze begroting treft u voor de deelgebieden Lindewijk 1 en 2 aparte toelichtingen aan.

Lindewijk deelgebied 1 Wolvega
De woningmarkt heeft herstel laten zien, met name in het goedkopere en middeldure segment. Ook de verkoop van particuliere bouwkavels in het dure segment loopt rustig door. De teller voor 2019 staat inmiddels op 7 verkochte particuliere bouwkavels. Op dit moment zijn er 10 opties op particuliere kavels, en 40 opties op projectmatig uit te geven bouwkavels. In 2018 is het bestemmingsplan Lindewijk deelgebied 1 door de gemeenteraad vastgesteld.

Lindewijk deelgebied 2 Wolvega
Met het raadsbesluit van 8 juli 2019 om de grondexploitatie voor Lindewijk deelgebied 2 voort te zetten is het startsein gegeven voor de voorbereiding van dit deel van Lindewijk.

Locatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
Dit is een vrij nieuwe ontwikkelingslocatie waarvan de grondexploitatie een looptijd heeft tot en met 2022. De belangstelling voor de kavels was in 2019 beperkt. Wellicht neemt de belangstelling toe doordat er in 2019 gestart is met het bouwen van een aantal woningen ("zien bouwen doet bouwen").  

Bedrijventerreinen

De Plantage te Wolvega
Tot de grondexploitatie van De Plantage behoort het bedrijventerrein en de twee woningbouwkavels aan de Heerenveenseweg. In 2020 wordt de verkoop van een behoorlijk aantal vierkante meters bedrijventerrein verwacht. De gesprekken met de potentiële kopers zijn in 2019 hiervoor gestart.

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
Met de bouw van een groot nieuw bedrijfspand is de belangstelling voor dit bedrijventerrein voortgezet.  Met de verwachte verkopen in 2019  wordt verwacht dat de belangstelling in 2020 voor dit plangebied wordt voortgezet. 

Helomastate te Wolvega
Zoals in programma 3 wordt aangegeven, wordt in 2019 besloten over het in exploitatie nemen van deze locatie.

Prognose 2020

Toelichting grondexploitaties
De prognoses in onderstaand overzicht zijn gebaseerd op de vastgestelde grondexploitaties bij de jaarrekening 2018.  Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarverslaggeving van juli 2019 moet jaarlijks het resultaat per grondexploitatie in begroting en jaarrekening worden verwerkt. Dit gebeurt via de Percentage of Completion (POC) methode. Dit betekent dat bij meerjarige grondexploitaties de verwachte winst niet pas aan het einde van de looptijd wordt verantwoord maar jaarlijks tijdens de looptijd.

Voor de grondexploitaties van Noordwolde locatie Renbaanschool is met de POC methode een winstverwachting berekend.  De overige grondexploitaties hebben voorzichtigheidshalve geen verwachte winsten of  toe- en afname van de voorzieningen in 2020.

x € 1000
Grondexploitaties boekwaarden (BW) Gerealiseerde waarde 1-1-2020 Verliesvoorziening tot 2020 Winstuitname tot 2020 Balanswaarde 1-1-2020 Investeringen 2020 Opbrengsten 2020 Verliesvoorziening 2020 Winstuitneming 2020 Balanswaarde 31-12-2020
Woningbouwterreinen
Wolvega Lindewijk 14.928 1.291 - 13.637 1.943 3.667 - - 11.912
Noordwolde Locatie Renbaanschool 148 - 8 156 94 384 - 57 - 78
Totaal 15.075 1.291 8 13.792 2.037 4.051 - 57 11.834
Bedrijventerreinen
Wolvega Schipsloot 4.386 994 - 3.392 216 419 - - 3.188
Wolvega De Plantage 4.051 2.594 - 1.457 212 835 - - 834
Totaal 8.437 3.588 - 4.849 428 1.254 - - 4.023
Totaal 23.512 4.879 8 18.641 2.465 5.306 - 57 15.857

Prognose einde looptijd

x € 1000
Grondexploitaties per 31-12-2020 Resterende looptijd in jaren Gerealiseerde waarde 31-12-2020 Nog te maken kosten Nog te ontvangen opbrengsten Eindwaarde (einde looptijd) NCW 2,00% NCW 2,61% Verlies- voorziening totaal Winst- uitname totaal
Woningbouwterreinen
Wolvega Lindewijk 10 13.203 17.646 28.982 1.867 1.472 1.370 1.291 -
Noordwolde Renbaanschool 2 - 143 232 288 - 199 - 184 - 180 - 65
totaal 13.061 17.878 29.270 1.668 1.288 1.191 1.291 65
Bedrijventerreinen
Wolvega Schipsloot 10 4.182 1.754 4.676 1.261 994 925 994 -
Wolvega De Plantage 4 3.428 1.286 1.793 2.922 2.594 2.503 2.594 -
totaal 7.611 3.040 6.469 4.182 3.588 3.428 3.588 -
Totaal 20.671 20.918 35.739 5.850 4.876 4.619 4.879 65

Paragraaf Streekagenda

Paragraaf Streekagenda

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

Algemeen

In 2017 is besloten dat binnen de Streekagenda thematisch zal worden gewerkt en dat in eerste instantie 6 thema's nader zullen worden geconcretiseerd. Voor elk thema is een bestuurlijke trekker aangewezen. De 6 benoemde thema's zijn:

  • herstructurering bedrijfslocaties (zie ook programma 3);
  • klimaatagenda;
  • circulaire economie;
  • energietransitie;
  • investeringsagenda;
  • leefbaarheid platteland.

Wij zijn samen met de gemeente Ooststellingwerf bestuurlijk trekker van het thema circulaire economie.
In 2018 zijn deze thema's uitgewerkt en is de concrete aanpak gestart. Financiële middelen en benodigde ambtelijke capaciteit zijn hiervoor in de voorjaarsnota 2018 en de deze programmabegroting geregeld.  
In 2019 zullen de onderdelen van de thema's moeten zijn uitgewerkt in uitvoerbare onderdelen. 

In 2017 is gestart met een gebiedsbudget. Vanuit de provincie zijn vanuit specifieke beleidsvelden middelen beschikbaar gesteld voor dit gebiedsbudget. Voor de gehele provincie, vijf regio’s, gaat het hierbij om een totaal bedrag van € 16,5 miljoen voor de jaren 2016-2019. Het gaat om de volgende beleidsvelden:

  • duurzame energie € 1 miljoen;
  • cultuurtoerisme en plattelandsrecreatie € 2 miljoen;
  • gemeentelijke fietsroutes € 4 miljoen;
  • pilots veenweidevisie € 9 miljoen;
  • aandachtsgebieden Oosterwolde en Noordwolde € 0,5 miljoen.

Door de regio is het projectplan ErVaren en Turf ingediend voor een financiële bijdrage vanuit het budget Cultuurtoerisme en plattelandsrecreatie. Dit verzoek is gehonoreerd en in 2018 is gestart met het concreet uitwerken van de in het projectplan opgenomen deelprojecten. In 2019 moeten de deelprojecten zijn afgerond. Wij zijn trekker van het deelproject visie 'Entrees en poorten'. Eind 2018 is dit document opgeleverd en op basis hiervan een plan worden opgesteld voor het gebied Driewegsluis.

Voor het project bestemming Noordwolde fase 5 is een provinciale bijdrage toegezegd van € 232.500. De totale kosten zijn geraamd op € 742.700. De uitvoering is gepland in jaren 2018-2020.

Het opstellen van een nieuw landschapsbeleidsplan voor de regio zuidoost is in 2019 afgerond.

In de diverse beleidsmatige vraagstukken speelt de demografische ontwikkeling steeds meer een belangrijke en sturende rol. Binnen de regio hebben wij hier aandacht voor. In regionaal verband maken wij kwantitatieve en kwalitatieve afspraken over gewenste aanpassing van de woningvoorraad. Het gaat daarbij om nieuwbouw in aantallen en in de diverse segmenten.
Bij de kwaliteit van de woningvoorraad gaat het ook om het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Het gaat daarbij niet alleen om het treffen van energetische maatregelen, maar ook het aanpassen van woningen waardoor mensen langer in hun woonruimte/woonomgeving kunnen blijven valt onder het begrip verduurzamen.

Projecten die nog op de uitvoeringsagenda staan en waarvan de financiering loopt via het proces streekagenda zijn onder meer:

  • afronden van het project dorpen in het groen;
  • integrale Stedelijke Vernieuwing (locatie aula Noordwolde en herstructurering gebied Ds. Reitsmastraat/Ds. Van der Tuukstraat );
  • uitvoeren regionaal uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme, uitwerken projectvoorstellen ErVaren en Turf;
  • gebiedsopgave Rottige Meente;
  • gebiedsontwikkeling Beekdal Linde;
  • aandachtsgebied Noordwolde.

De organisatiestructuur Streekagenda stopt formeel per 1 januari 2020. De uitvoering van alle projecten loopt nog enige tijd en afrekening/oplevering zal uiterlijk half 2021 moeten plaatsvinden.  Over de vorm van samenwerking na 1 januari 2020 zijn wij met de andere deelnemers aan de streekagenda in de regio zuidoost nog in gesprek. 
Door alle partijen in de regio zuid oost is in de tweede helft van 2019 gewerkt aan een aanvraag regiodeal. De aanvraag zal eind november worden ingediend bij het ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Als de aanvraag wordt gehonoreerd kan wellicht de verdere uitwerking van de regiodeal worden gezien als de nieuwe vorm van samenwerking in de regio zuidoost. 

Financieel

Voor de volgende uitvoeringsprojecten zijn al middelen beschikbaar: afronden van het project dorpen in het groen, integrale Stedelijke Vernieuwing, uitvoeren regionaal uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme, gedeelte van de uitvoering gebiedsopgave Rottige Meente en bestemming Noordwolde fase 5.    

Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma

Scholen

In het dynamisch investeringsprogramma is een bedrag opgenomen voor de mogelijke uitkomsten van het Integraal strategisch onderwijshuisvestingsplan (ISHP). Hierbij hebben twee opgaven prioriteit.

1: De situatie in cluster Zuid (Steggerda/De Blesse). Het aantal schoolgaande kinderen in de dorpen De Blesse en Steggerda daalt, dit heeft gevolgen voor de huisvesting. De uitvoering van deze opgave is (mede) afhankelijk van de overleggen tussen- en met de schoolbesturen in cluster Zuid. De schatting van de kosten voor deze opgave is gebaseerd op de huidige m2 en normbedragen uit het kwaliteitskader huisvesting VNG.

2: Het scholenbestand in Wolvega. In 2017 hebben de schoolbesturen Comprix en Tjongerwerven gebruik gemaakt van de rijksregeling krimpgelden. Dit leidt tot een herziening van het spreidingsplan. De schoolbesturen hebben voor de toekomst van het basisonderwijs een aantal uitgangspunten. In Weststellingwerf nemen de leerlingenaantallen af. De besturen zien daarom een noodzaak voor het verminderen van het aantal scholen in Wolvega. Daarnaast willen ze voor ouders de keuzevrijheid in het onderwijsaanbod behouden. De schoolbesturen hebben hiervoor gezamenlijk een traject doorlopen. De mogelijke herschikking van scholen is een complex proces. De schoolbesturen hebben aangegeven dat dit in hun ogen niet mogelijk is zonder het realiseren van nieuwe (her)huisvesting. Daarom zijn we in overleg met de schoolbesturen om te komen tot een gezamenlijk plan van aanpak. Hierbij worden mogelijke scenario’s verkend.

De opgaven worden samen met de schoolbesturen in het ISHP uitgewerkt.

Infra Lycklamaweg

Dit onderdeel maakt deel uit van een pakket aan maatregelen waarover met de provincie Fryslân afspraken zijn gemaakt. De gerealiseerde ondertunneling van het spoor in de Om den Noort was hier ook onderdeel van.
De nog uit te voeren maatregelen zijn:
a. Verlagen verkeersintensiteit (met name vrachtverkeer) via de oostelijke ingang Wolvega op de Lycklamaweg/Stellingenweg;
b. Verbeteren verkeersveiligheid spoorwegovergang Lycklamaweg.

ad a. Met de provincie is overeenstemming bereikt over het ontwerp van de zogenaamde bypass. Dit is de aansluiting van de Stellingenweg op de Om den Noort en de Lycklamaweg. Hierin wordt deze doelstelling meegenomen. Het is nog niet bekend wanneer de uitvoering plaats zal vinden. Zodra we meer weten zullen wij dit melden.

ad. b. Hier nemen we de gewenste herinrichting van de Lycklamaweg in mee. Dit onderwerp wordt in programma 2 verder toegelicht.

Rottige Meente/ Driewegsluis

Op 10 juli 2017 is de motie “Ontwikkeling Driewegsluis tot recreatieve poort tussen Fryslân en Overijssel” raadsbreed aangenomen. Wij zien dit als een verbreding van de ambitie Rottige Meente. De eerste ontwikkelingen op de locatie Driewegsluis zijn gerealiseerd in 2017, namelijk de vijf (tijdelijke) camperplaatsen, de schoonmaakbeurt van en rondom de passantenhaven en het “eiland” en het in eigen beheer nemen van de exploitatie van de haven en het groenonderhoud van dat gebied. In 2019 heeft u over de verder gebiedsontwikkeling een startnotitie vastgesteld. In 2020 zullen wij verder werken aan de uitvoering hiervan. Zie ook programma 5 en programma 8.

Bijdrage sportaccommodaties incl. kunstgrasvelden

Wij stellen voor € 400.000 op te nemen in het dynamisch investeringsprogramma. De al in de meerjarenbegroting opgenomen bedragen (2020, 2021 en 2022 ieder jaar € 150.000) voor verbetering van sportaccommodaties inclusief kunstgrasvelden vallen daarmee grotendeels vrij. FC Wolvega heeft een aanvraag ingediend voor de uitvoering van haar masterplan. Op 30 september wordt deze aanvraag in de raad behandeld. 

Fietspad langs de Linde fase 2 en 3

De eerste fase van het fietspad, Driewegsluis tot Steenwijkerweg, is afgerond. Voor de fasen twee (Lindepad) en drie (ontbrekende schakel tussen Kontermansbrug en het IJkenverlaatpad) zijn de voorbereidingen bezig. Zowel fase twee als fase drie maken deel uit van de gebiedsinrichting Beekdal-Linde. Wij liften in dit project mee. Hiervoor geldt dat "werk met werk maken" loont. Zie verder programma 2.

Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort, Jongebloed, Zonderland, Rikkers en Hoen

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

Inleiding

Het dynamisch investeringsprogramma
Bij de kadernota hebben we en dynamisch investeringsprogramma ingesteld. Hieronder is een overzicht opgenomen van de budgetten die we daarin willen opnemen. Als zich nieuwe kansen voordoen, dan zullen we ze toevoegen aan deze dynamische investeringsagenda. We denken dat de projecten die nu zijn opgenomen betaald kunnen worden. Duidelijk is dat het geld wat we aan precario hebben en zullen ontvangen en de budgetten voor de collegeambities voldoende zijn. Belangrijk daarbij is te vermelden, dat de claim op terugbetaling van de precariogelden nog wel aanwezig is. Dit in afwachting van lopende bezwaar- en beroepszaken. De financiële vertaling van de projecten zal pas in de begroting wordt opgenomen als de projecten gereed zijn voor uitvoering. We komen voor de financiële voorstellen terug bij u. 

Dynamische investeringskalender

 

Grote Projecten bestuursakkoord Oorspronkelijk investeringsplan Dynamisch investeringsplan
Centrum Wolvega € 2.500.000 € 2.500.000
Infra De Blesse € 3.500.000 € 3.500.000
Scholen € 2.700.000 € 2.700.000
Infra Lycklamaweg € 1.500.000 € 1.500.000
Rottige Meente/ Driewegsluis € 1.000.000 € 1.000.000
Bijdrage sportaccommodaties incl. kunstgrasvelden € 400.000
Fietspad langs de Linde fase 2 € 832.000
Fietspad langs de Linde fase 3 € 508.000
Totaal € 11.200.000 € 12.940.000

Centrum Wolvega

Wij werken aan een compact en aantrekkelijk centrum in Wolvega. Vanzelfsprekend doen wij dit samen met de ondernemers en ondernemersverenigingen. In programma 3 van deze begroting staat dit onderdeel verder beschreven.

Infra De Blesse

Het doel is bekend. Maak van de oude rijksweg 32 een gewone plattelandsweg met een dorps karakter. Binnen het projectgebied vallen ook de aansluitingen op de Spoorlaan en de Markeweg. Er wordt samen met bewoners, gesproken over een passende herinrichting.
 
Wij zien (ook) dit project als een werkvoorbeeld hoe de aanpak van de herinrichting van de fysieke buitenruimte kan worden opgepakt samen met de dorpsbewoners.

Zie verder ook programma 2.