Jaarrekening op hoofdlijnen

Inhoud

Inleiding

In dit onderdeel treft u in het kort het financiële beeld over 2019 aan. De leidraad voor de af te leggen verantwoording is de door de raad vastgestelde programmabegroting 2019. In het jaarverslag leggen wij de inhoudelijke verantwoording af. In de jaarrekening geven we inzicht in de financiële positie en de besteding van de middelen over 2019.

Resultaat jaarrekening

De jaarrekening 2019 sluit met een saldo van € 0,00. Bij de najaarsnota gingen we nog uit van een nadeel van € 691.000. Het verschil wordt verderop in dit hoofdstuk op onderdelen verklaard. In de tabel overzicht baten en lasten staat het totaalbeeld van 2019 en de afwijkingen ten opzichte van de actuele begroting.

Schuldpositie

Een kengetal om de schuldpositie te bepalen, is de schuldratio. Het streven naar een lagere schuldratio (onder de 80%) wordt als zodanig ook genoemd in het coalitieakkoord. De schuldratio geeft aan welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd door derden. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Beide ratio’s zijn met elkaar verbonden doordat ze samen altijd 100% zijn. In tegenstelling tot de schuldratio is de solvabiliteitsratio één van de verplichte kengetallen die wordt toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. De schuldratio voldoet eind 2019 ruim aan deze norm (77,69%). Eind 2019 hebben we een solvabiliteit gerealiseerd van 22,31%.

Weerstandsvermogen

In onze nota financieel beleid, die de raad eind 2016 heeft vastgesteld, hebben we een norm opgenomen ten aanzien van de minimale en maximale omvang van de financiële kengetallen, die met ingang van dat jaar verplicht worden opgenomen. We sluiten daarbij aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. De kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en in de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Alle kengetallen voldoen eind 2019 ruimschoots aan onze streefnorm.

Woonlasten

In onze gemeente is het mooi, goed en betaalbaar wonen. In 2019 is de gemiddelde woonlastendruk zelfs iets lager geworden dan in 2018. We hebben dit gerealiseerd door de tarieven voor de onroerende-zaakbelastingen te verlagen en overige heffingen gelijk te houden.

Zowel voor eenpersoons- als meerpersoonshuishoudens is de totale woonlastendruk ten opzichte van 2018 met € 5 gedaald. Zo ging de totale woonlast voor meerpersoonshuishoudens in onze gemeente van € 679 in 2018 naar € 674 in 2019. De gemeentelijke woonlasten in Weststellingwerf liggen hiermee ruim onder het landelijk gemiddelde van € 740 in 2019. Ook wanneer we de woonlasten in onze gemeente vergelijken met de andere 17 gemeenten in onze provincie dan zien we dat we met een vierde plek in de ranking (vorig jaar plek 7) goed scoren. 

Covid-19 virus

Het COVID-19 (Corona) virus heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2019, maar wel voor naar verwachting veel beleidsterreinen van onze begroting 2020 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.

Bestemmingsvoorstel

Het resultaat van de jaarrekening 2019 is € 0,00.  Dit resultaat is mede ontstaan doordat de voorziening Precariobelasting van € 10,8 miljoen is vrijgevallen. Het college stelt voor om het totaalvoordeel van de baten over 2019 ten opzichte van de lasten over 2019 te storten in de reserve investeringsambities. Dit voorstel hebben wij al verwerkt in deze jaarstukken. Het resultaat van de jaarrekening 2019 komt hierdoor uit op € 0,00.

 Onderdeel van dit resultaat is de vrijval van incidentele budgetten. Hierover krijgt u in de komende jaren voorstellen om deze uit de algemene reserve te dekken. Het gaat dan om een budgetoverheveling van totaal € 177.000. 

 

Overzicht Baten en Lasten

x €1.000
Overzicht van baten en lasten Rekening 2018 Rekening 2019 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Baten
0 Bestuur en Ondersteuning 1.024 403 327 327 75 V
1 Veiligheid 31 46 65 65 -19 N
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat 154 195 136 105 60 V
3 Economie 401 392 538 538 -147 N
4 Onderwijs 799 1.077 745 745 332 V
5 Sport, Cultuur en Recreatie 542 612 554 482 58 V
6 Sociaal domein 8.824 8.227 8.183 8.021 44 V
7 Volksgezondheid en Milieu 5.393 5.049 4.970 4.945 79 V
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing 2.766 2.825 2.428 2.288 396 V
Overzicht algemene dekkingsmiddelen 52.219 63.260 52.207 52.403 11.053 V
Overzicht kosten overhead 4.753 5.225 5.120 4.948 105 V
Totaal Baten 76.908 87.312 75.274 74.867 12.038 V
Lasten
0 Bestuur en Ondersteuning -2.719 -3.579 -2.506 -2.574 -1.073 N
1 Veiligheid -1.461 -1.508 -1.534 -1.534 26 V
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat -6.079 -6.172 -6.153 -6.157 -19 N
3 Economie -1.149 -666 -724 -719 58 V
4 Onderwijs -3.716 -3.817 -3.423 -3.455 -394 N
5 Sport, Cultuur en Recreatie -3.318 -3.346 -3.437 -3.360 91 V
6 Sociaal domein -31.908 -33.296 -31.099 -30.455 -2.197 N
7 Volksgezondheid en Milieu -6.576 -6.912 -6.869 -6.849 -43 N
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing -3.233 -3.539 -3.682 -3.767 142 V
Overzicht algemene dekkingsmiddelen -5.174 -3.089 -3.012 -3.443 -77 N
Overzicht kosten overhead -121.950 -13.302 -14.101 -12.947 799 V
Overzicht onvoorziene uitgaven 0 0 -30 -530 30 V
Totaal Lasten -77.527 -79.227 -76.570 -75.791 -2.657 N
Saldo van baten en lasten -619 8.085 -1.296 -923 9.380 V
Onttrekkingen -710 625 878 392 -253 N
Toevoegingen -39 -274 -274 0 0
Mutaties reserves 672 351 604 392 -253 N
Resultaat vóór bestemming 52 8.436 -691 -531 9.127 V
Toevoegingen reserve(s) -8.436 8.436 N
Resultaat ná bestemming 52 0 -691 -531 691 V
* Dit is conform de intenties van B&W om het ontstane saldo door vrijval precariobelasting te storten in de reserve investeringsambities.
Omdat er nog geen formeel raadsbesluit is betrekken we dit bij de vaststelling van de jaarstukken 2019.

Toelichting resultaat

Van programmabegroting naar voorjaarsnota
De programmabegroting 2019 sloot met een nadelig resultaat van € 531.000. De financiële wijzigingen na vaststelling van 2e en 3e begrotingswijziging en de voorjaarsnota 2019 waren zodanig dat het resultaat uitkwam op € 1.457.000 negatief. 

Van voorjaarsnota naar najaarsnota
Het resultaat van de najaarsnota was € 766.000 positief. Hierdoor werd het actuele begrotingssaldo € 691.000 negatief.

Van najaarsnota naar jaarrekening
De jaarrekening sluit met een exploitatieresultaat na resultaatbestemming van € 0,00. Ten opzichte van de actuele raming is dit een voordeel van € 691.000.  In de tabel wordt aangegeven waar dit verschil uit bestaat.

bedragen x € 1.000
Verschil tov najaarsnota Incidenteel Structureel
0 Bestuur en Ondersteuning
Extra storting in voorziening wethouders ivm lage rekenrente -1.047 -1.047
Bestuurlijke samenwerking OWO 39 39
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat
Onderhoud groen Lindewijk, wordt pas in 2020 gebruikt 150 150
Extra onderhoud groen vanwege stormschade in de Westhoek -50 -50
Overschrijding gladheidsbestrijding, hoogstwaarschijnlijk geen structureel karakter -36 -36
Straatreiniging, er was extra budget nodig voor onkruidbestrijding -32 -32
3 Economie
4 Onderwijs
Leerlingenvervoer, dit is structureel te laag begroot -124 -124
Peuterspeelzalen, voordeel vanwege nieuw bekostiginsssystematiek 63 63
5 Sport, Cultuur en Recreatie
Promotieplan recreatie en toerisme, dit is slechts ten dele besteed 109 109
Muziekonderwijs, het project muziek in de klas strart in 2020 40 40
6 Sociaal domein
Vrijval verplichtingen ná fair deal met Caparis 152 152
Lagere kosten inkooptrajecten participatie 91 91
Lagere uitgaven voor WWB en 220 220
WMO -1.657 -1.657
Jeugd -499 -499
Hogere uitvoeringskosten wijkteams -292 -292
7 Volksgezondheid en Milieu
Bestrijding eikenprocessierups -53 -53
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing
De voorbereidingen voor de Omgevingswet starten in 2020 200 100 100
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Hogere gemeentefondsuitkering (inclusief incidentele uitkering voor klimaat van € 236.000) 140 140
Hogere OZB opbrengsten 77 77
Overhead
Voordeel op personele kosten 626 626
Overzicht onvoorziene uitgaven
Bedrag voor onvoorziene uitgaven is niet uitgegeven 30 30
Overig
Vrijval van de voorziening precariobelasting 10.807 10.807
Storting in de reserve investeringsambities -8.436 -8.436
Overige kleine afwijkingen per saldo 173 173
Resultaat ten opzichte van de najaarsnota 691 2.362 -1.671

Gemeentefondsuitkering

We ontvangen geld van het Rijk uit het gemeentefonds. In 2019 bijna € 44,8 miljoen. Dat is € 139.000 meer dan vooraf verwacht. Van de ontvangen middelen hebben we een groot deel van onze uitgaven kunnen betalen. Het gemeentefonds kent de volgende soorten uitkeringen: 1) de Algemene uitkering, 2) de integratie-uitkering Sociaal domein en 3) de decentralisatie- en (overige) integratie-uitkeringen.

1) Algemene uitkering

Jaarlijks ontvangen we, volgens een vastgesteld verdeelsysteem, een uitkering uit het gemeentefonds. In het verdeelsysteem wordt rekening gehouden met de onderlinge verschillen in de kosten waar een gemeente voor staat en de draagkracht van gemeenten (de belastingcapaciteit). Dit jaar hebben we op drie momenten informatie over de gemeentefondsuitkering ontvangen. In mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december op basis van de Najaarsnota van het Rijk. Op basis van deze informatie van het Rijk leiden we onze verwachte uitkering uit het gemeentefonds af. Dat doen we, omdat de omvang van de uitkering niet vast staat. Dit komt omdat de uitkering voor een belangrijk deel bepaald wordt door de ontwikkeling van de Rijksuitgaven. Geeft het Rijk meer uit dan krijgen gemeenten meer geld, maar geeft het Rijk minder uit dan krijgen gemeenten ook minder. Samen trap op, trap af noemt het Rijk dat. 

In 2019 hebben we grofweg € 39,4 miljoen aan algemene uitkering ontvangen, zo'n € 131.000 meer dan we hadden begroot. Dat we over 2019 uiteindelijk meer in plaats van minder (dat was de verwachting namelijk op basis van de decembercirculaire) hebben ontvangen komt vooral door een ontvangst van bijna € 300.000 in januari 2020. Die extra bijdrage hangt samen met de trap op - trap af systematiek. Ook gedurende 2020 en 2021 kunnen er nog correcties over de uitkering van 2019 komen, omdat het Rijk nog zo'n 2 jaar herberekeningen maakt. De eerstvolgende (grotere) correctie over 2019 wordt verwacht bij de mei-circulaire van 2020 als het Rijk nieuwe informatie geeft over de Algemene uitkering. Het correctiebedrag uit de mei-circulaire nemen we vanwege het late moment waarop dit bekend is niet mee in het resultaat van deze jaarrekening.

Door diverse afrekeningen over de afgelopen twee jaren hebben we in de Algemene Uitkering per saldo nog € 50.000 ontvangen. Binnenkort zal het uitkeringsjaar 2017 definitief vastgesteld worden.

2) Integratie-uitkering Sociaal domein

In 2019 is de integratie-uitkering Sociaal domein (die samenhing met de decentralisatie van taken) voor het grootste deel overgeheveld naar de Algemene uitkering. Uitzondering hierop zijn de onderdelen "Voogdij/18+" en "participatie" (WSW) waar we nog wel een afzonderlijke integratie-uitkering voor ontvingen. Voor deze onderdelen kregen we in 2019 nagenoeg het bedrag dat we vooraf hadden begroot, bijna € 5,4 miljoen.

Door nog een afrekening over 2018 hebben we rondom de integratie-uitkering Sociaal domein per saldo € 10.000 terug moeten betalen.

3) Decentralisatie- en (overige) integratie-uitkeringen

Het Rijk onderscheidt naast de Algemene uitkering en Integratie-uitkering Sociaal domein ook de categorie "Decentralisatie- en (overige) integratie-uitkeringen. In deze categorie zijn middelen opgenomen voor verschillende (soms eenmalige) taken, die wij uit kunnen voeren, zoals een eenmalige bijdrage uit het Klimaatakkoord, middelen voor Gezond in de stad en sportcoaches. Omdat deze middelen naar hun aard vergelijkbaar zijn met de middelen uit de Algemene uitkering classificeren wij ze onder de noemer "Algemene Uitkering / Gemeentefonds".

 

x € 1.000
Gemeentefondsuitkering Werkelijk Begroot Verschil begroot - werkelijk
Algemene uitkering
2019 39.355 39.274 81 V
2018 37 0 37 V
2017 13 0 13 V
Totaal Algemene uitkering 39.405 39.274 131 V
Integratie-uitkering Sociaal domein
2019 5.381 5.363 18 V
2018 -10 0 10 N
2017 0 0 0
Totaal Integratie-uitkering SD 5.371 5.363 8 V
Totaal Gemeentefondsuitkering 44.776 44.637 139 V

Investeringskredieten (exclusief grondexploitatie)

In 2019 was er € 8,1 miljoen beschikbaar voor investeringen.  Dit is inclusief de restant kredieten uit 2018, het krediet voor de Driewegsluis en de mutaties uit de voorjaarsnota 2019.

Er is in 2019 €3,9 miljoen uitgegeven. De uitgaven betreffen voornamelijk ICT kosten, de aankoop van de panden Hoofdstraat Oost 52 Wolvega en Lindedijk 3 te Nijetrijne, vervanging van de brug over de Tjonger en de upgrading van het fietspad langs de Linde.

Het restant van de investeringsbudgetten 2019 € 4,2 miljoen wordt voor € 2,8 miljoen doorgeschoven naar 2020 zodat uitvoering van de geplande investeringen dan kan plaatsvinden.

Lokale heffingen

De lokale heffingen (totaal € 12,8 miljoen) worden onderverdeeld in belastingen en rechten.

Belastingen (€ 7,4 miljoen)
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij besteed worden. In onze gemeente geldt dit voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-)toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting. De totale opbrengst van deze belastingen over 2019 bedraagt bijna € 7,4 miljoen. De OZB (afgerond € 4,8 miljoen) en Precariobelasting (afgerond € 2,4 miljoen) zijn hierin veruit de omvangrijkste belastingopbrengsten. Voor de Precariobelasting geldt dat deze, na het intrekken van de bezwaar- en beroepsprocedures door de netbeheerder begin 2020, ook echt vrijelijk te besteden zijn. Dit geldt ook voor de reeds ontvangen Precariobelasting (ruim € 8,4 miljoen) vanaf 2015 tot en met 2018. Deze middelen waren tot voorheen in een voorziening opgenomen, omdat er een risico op terugbetaling bestond. Dit risico is nu komen te vervallen. De gehele voorziening precariobelasting (vanaf  2015 tot en met 2019 totaal €10,8 miljoen) is als baat opgenomen in de jaarrekening 2019. Hiervan hebben we ter dekking voor onze investeringsambities € 8.436.000 aan de bijbehorende reserve investeringsambities toegevoegd.

Rechten (€5,4 miljoen)
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties, die door de gemeente worden geleverd. Deze opbrengsten zijn niet vrij besteedbaar. In onze gemeente geldt dit voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges voor burgerzaken en omgevingsvergunningen. De totale opbrengst van de heffingen en leges bedraagt € 5,4 miljoen. Hiervan heeft € 2,5 miljoen betrekking op de afvalstoffenheffing, € 1,9 miljoen op de rioolheffing én € 1 miljoen op de overige leges.

Reserves

We zijn het jaar begonnen met een algemene reserve van € 19,3 miljoen en de eindstand over 2019 is € 19,0 miljoen; de daling wordt voornamelijk veroorzaakt door een storting van € 248.500 in de Reserve Energietransitie. Verder zijn er enkele incidentele budgetten uit voorgaande jaren meegenomen waarvoor de algemene reserve is aangesproken.

Naast onze algemene reserve hebben we vijf bestemmingsreserves. In de toelichting op de passiva wordt het verloop van deze reserves nader toegelicht. De belangrijkste verandering heeft plaats gevonden in de bestemmingsreserve Investeringsambities. Deze is door de vrijval van de voorziening Precariobelasting met € 8,4 miljoen toegenomen.

Publicatiedatum: 29-05-2020

Inhoud