Paragrafen

Inhoud

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

Portefeuillehouder Jongebloed, Zonderland, Rikkers en Hoen
Organisatie Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

De lokale heffingen worden onderverdeeld in belastingen en rechten

Belastingen
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij besteed worden. In onze gemeente geldt dit voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-)toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting.

Rechten
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties, die door de gemeente worden geleverd. Deze opbrengsten zijn niet vrij besteedbaar. In onze gemeente geldt dit voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges burgerzaken. Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt dat er kostendekkende tarieven zijn.

De tarieven worden opgenomen in verordeningen, die de gemeenteraad vast stelt. Voor de tarieven in 2019 is dit gedaan in de raadsvergaderingen van 5 november 2018 en 3 december 2018. Voor de heffing van de OZB en de forensenbelasting is jaarlijks een waardering van de onroerende zaken (WOZ waarden) nodig. 

Tarievenbeleid 2019

Het uitgangspunt voor 2019 was dat de totale woonlastendruk gelijk bleef aan 2018. Dit wilden we realiseren door een eventuele stijging van de rioolheffing te compenseren met een verlaging van de tarieven voor de onroerende-zaakbelastingen en door overige heffingen gelijk te houden aan vorig jaar.

Het is mooi om te constateren dat we ons doel in 2019 hebben gehaald en zelfs iets verbeterd. Zowel voor eenpersoons- als meerpersoonshuishoudens is de totale woonlastendruk ten opzichte van 2018 met € 5 gedaald. Zo ging de totale woonlast voor meerpersoonshuishoudens in onze gemeente van € 679 in 2018 naar € 674 in 2019. De gemeentelijke woonlasten in Weststellingwerf liggen hiermee ruim onder het landelijk gemiddelde van € 740 over 2019. Ook wanneer we de woonlasten in onze gemeente vergelijken met de andere 17 gemeenten in onze provincie dan zien we dat we met een vierde plek in de ranking (vorig jaar plek 7) goed scoren. 

Tabel opbrengst belangrijkste heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Rekening 2018 Rekening 2019 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Onroerende-zaakbelastingen 4.793 4.768 4.693 4.693 75
Forensenbelasting 48 42 48 48 -6
Toeristenbelasting 194 150 150 120 -0
Precariobelasting 4.438 2.356 2.353 2.353 3
Reclamebelasting 41 41 40 40 1
Afvalstoffenheffing 2.488 2.496 2.433 2.433 63
Rioolheffing 1.907 1.913 1.909 1.909 4
Marktgelden 9 9 10 10 -1
Leges burgerzaken 452 327 276 276 50
Leges omgevingsvergunningen (WABO) 886 607 635 585 -27
Begraafplaatsen 96 84 88 88 -4
Eindtotaal 15.351 12.793 12.636 12.556 157

Totaalopbrengst van de belangrijkste heffingen

Onroerende-zaakbelastingen OZB
Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
Ieder jaar taxeert de gemeente alle onroerende zaken binnen de gemeente. De WOZ-waarde is niet alleen de grondslag voor de OZB en de forensenbelasting, het wordt ook gebruikt voor belastingen van het rijk en het waterschap. De aanslagen in 2019 zijn gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2018. De WOZ-waarden van woningen zijn, tussen de waardepeildatum 1 januari 2017 en 1 januari 2018, in onze gemeente gemiddeld met 8,8% gestegen. De WOZ-waarden van niet-woningen zijn daarentegen met gemiddeld 1,4% gedaald.

Bezwaar en beroep
Over het belastingjaar 2019 zijn in totaal 289 bezwaarschriften ontvangen op basis van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ). Dat is ongeveer 3% van het aantal opgelegde aanslagen onroerende-zaakbelasting. De twee voornaamste redenen van het bezwaar zijn allereerst dat men de waarde te hoog vindt ten opzichte van vergelijkbare panden in de buurt en ten tweede de staat van onderhoud. Van het aantal ontvangen bezwaarschriften hebben we afgerond 25% gegrond verklaard. Over het belastingjaar 2019 zijn tot nu toe 5 beroepszaken ingediend.

De opbrengst
De verwachte opbrengst OZB over 2019 was afgerond € 4,7 miljoen. De werkelijke opbrengst blijkt afgerond € 4,8 miljoen. Deze hogere opbrengst wordt, ondanks de tariefverlaging, verklaard door de hoger dan verwachte WOZ-waarde van woningen.

Forensenbelasting
Voor deze belasting wordt - net als bij de OZB - als grondslag de WOZ-waarde gehanteerd. De werkelijke opbrengst van € 42.000 valt iets lager uit dan onze raming van € 48.000.

Toeristenbelasting
De heffingsmaatstaf van deze belasting is de vergoeding die is verschuldigd voor de overnachting. Voor 2019 is het tarief net als de afgelopen jaren 4% van de logiesomzet. In de begroting 2019 hadden we in eerste instantie een opbrengst geraamd van €120.000. Deze verwachte opbrengst hebben we gedurende 2019 met € 30.000 naar boven bijgesteld. Aanleiding daarvoor was het mooie voorjaars- en zomerweer én de hogere opbrengst die we nog over 2018 ontvingen. We verwachten dat het begrote bedrag van € 150.000 over heel 2019 gerealiseerd wordt. Daarvoor zal in 2020 nog een bedrag van € 65.000 binnen moeten komen. Dat is vergelijkbaar met de situatie in 2018; we ontvingen in 2019 nog € 65.000 over 2018.

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven over het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond. De precariobelasting kan worden gebruikt om belasting te heffen op kabels en leidingen. Als de gemeente gebruik van de grond voor het hebben van voorwerpen moet gedogen, kan zij geen precariobelasting heffen. Het kabinet laat de heffing op kabels en leidingen onder de vrijstelling vallen per 1 juli 2017. Onze gemeente valt onder de overgangsregeling die tot 1 januari 2022 geldt. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Voor Weststellingwerf betekent dit dat we tot en met 2021 het tarief van € 2,33 (=tarief per 10 februari 2016) per strekkende meter hanteren.

Voor het belastingjaar 2019 bedraagt onze opbrengst € 2.356.000 en is daarmee nagenoeg gelijk aan het begrote bedrag voor 2019. De opbrengst in 2019 ligt overigens beduidend (zo'n € 2.1 miljoen) lager dan in 2018. Dit komt omdat we in 2018 ook extra opbrengsten over 2016 en 2017 ontvingen. Dat had te maken met een ruiling van netwerk tussen twee beheerders. De zuivere opbrengst voor het belastingjaar 2018 van € 2,3 miljoen is vergelijkbaar met 2019. 

Daarnaast heeft begin 2020 de netbeheerder al haar bezwaar- en beroepsprocedures rondom de aan haar opgelegde precariobelastingen ingetrokken. Hiermee vervalt het risico op terugbetaling van de precario-opbrengsten van 2015 tot en met 2019. In totaal gaat het om €10,8 miljoen. Dit is inclusief de opbrengst van 2019.

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg. We kennen deze belasting sinds 2016, waarvan de opbrengst ten goede komt aan het ondernemersfonds. Uit dit fonds worden activiteiten voor en door ondernemers en haar bezoekers in Wolvega betaald. Alhoewel de reclamebelasting vanaf 2020 een meer gedifferentieerde vorm kent, hadden we in 2019 nog een vast bedrag van € 100 per ondernemer. De totale opbrengst over 2019 is € 41.000 en in lijn met het begrote bedrag.

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt is dat de kosten van afvalinzameling en -verwerking voor 100% worden opgevangen uit de opbrengst afvalstoffenheffing. Net als in 2017 en 2018, hebben we ervoor gekozen om in 2019 geen invulling aan deze doelstelling te geven, omdat we de woonlastendruk voor onze inwoners wilden beperken. Aan het begin van 2019 gingen we er dan ook vanuit dat de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing geen 100%, maar 90% zou bedragen en dat we het tekort uit de Reserve zouden bijleggen. 

Het resultaat over 2019 is in lijn met wat we hadden verwacht. Zo is de werkelijke kostendekkendheid (90%) gelijk aan de begrootte kostendekkendheid (90%). Zowel de kosten als opbrengsten liggen iets hoger dan vooraf verwacht. Er is € 53.000 meer binnen gekomen en € 83.000 meer uitgegeven. Het daadwerkelijk aan de reserve te onttrekken bedrag is € 287.000 in plaats van de € 263.000 die we bij de begroting 2019 hadden verwacht.

Overigens is het bewust laten teruglopen van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing om de woonlastendruk te beperken geen langdurig houdbare situatie. We hebben daarom eind 2019 besloten om vanaf 2020 de verbrandingsbelasting door te belasten in de afvalstoffenheffing en een verhoging toe te passen op het verwerkingstarief dat gelijk is aan de consumenten prijs index (CPI).

x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval Rekening 2019 Begroting 2019
Kosten taakveld 2.348 2.156
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 461 360
Netto kosten taakveld 1.887 1.796
Toe te rekenen kosten:
straatvegen 13 36
minimabeleid 102 120
Overhead 467 454
Compensabele btw 315 300
Toe te rekenen kosten 896 910
Totale kosten 2.783 2.706
Opbrengst heffingen 2.496 2.443
Dekkingspercentage 90% 90%

Rioolheffing
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing op de gebruiker verhaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Net als bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid. De tarieven voor 2019 waren gelijk aan die van 2018. Voor huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater bedroeg het tarief € 116,86 en voor hemel- en grondwater € 47,41. 

De werkelijke kostendekkendheid (100%) van het taakveld riolering is hoger dan vooraf begroot (97%). Dit komt vooral omdat de kosten bijna € 40.000 lager uitvallen dan vooraf verwacht. De opbrengsten zijn nagenoeg gelijk aan het begrote bedrag voor 2019.

x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering Rekening 2019 Begroting 2019
Kosten taakveld 1.498 1.550
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 0
Netto kosten taakveld 1.498 1.550
Toe te rekenen kosten:
Overhead 277 269
Compensabele btw 139 139
Toe te rekenen kosten 417 408
Totale kosten 1.915 1.958
Opbrengst heffingen 1.913 1.909
Dekkingspercentage 100% 97%

Markt- en staangelden
Marktgeld wordt geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijke) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 

Leges
Leges zijn vergoedingen die worden betaald voor een door de gemeente geleverde (meestal administratieve) dienst, waar mensen zelf om vragen. Zo worden bijvoorbeeld leges betaald voor het voltrekken van een huwelijk, de afgifte van een uittreksel uit een bepaald register, reisdocumenten, rijbewijzen of voor vergunningen zoals een omgevingsvergunning. 

Leges burgerzaken
De werkelijke opbrengst is grofweg € 50.000 hoger dan verwacht. Dit komt vooral omdat we meer reisdocumenten, gezondheidsverklaringen en documenten rondom naturalisatie hebben verstrekt dan we vooraf hadden verwacht. Overigens geldt dat tegenover deze hogere opbrengsten ook hogere kosten staan. Per saldo zijn de kosten voor alle producten en diensten die wij leveren aan inwoners hoger dan de opbrengsten die wij hiervoor ontvangen. Met andere woorden; de kostendekkendheid onze leges ligt (ruim) onder de 100%, zoals blijkt uit onderstaande tabellen. 

Leges omgevingsvergunningen
De werkelijke opbrengst is met €564.000 uiteindelijk € 19.000 lager dan we in 2019 hadden begroot. We zien dat de tussentijdse verhoging van het begrote bedrag (met € 50.000) van €533.000 naar € 583.000 niet nodig was. Daarnaast kunnen we constateren dat de hoge opbrengst aan leges voor omgevingsvergunningen in 2018 (€ 863.000) uitzonderlijk hoog lijkt te zijn geweest en dat het aantal bouw- en verbouwactiviteiten in onze gemeente weer naar een meer gemiddeld niveau is gegaan.

Kostendekkendheid Leges
Binnen de leges zijn er een drietal titels. Titel 1 gaat over diverse burgerzaken (zoals rijbewijzen en reisdocumenten), Titel 2 richt zich op de leges rondom omgevingsvergunningen en Titel 3 benoemt diensten die vallen onder de Europese dienstenrichtlijn (zoals marktstandplaatsen en de winkeltijdenwet) . In onze  legesverordening 2019 staan de titels nader toegelicht.

Een gemeente mag geen winst maken op de diensten en producten die zij (binnen deze titels) aan inwoners en overig klanten levert. Het mag maximaal kostendekkend zijn. Uit onderstaande tabellen blijkt dat in onze gemeente de kostendekkendheid in geen van de gevallen (boven de) 100% is. We voldoen daarmee aan de voorwaarde dat we geen (structurele) winst mogen maken op de levering van deze diensten. 

x € 1.000
Algemene legesverordening totaal Rekening 2019 Begroting 2019
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 1.497 1.304
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 70 -
Netto kosten taakveld 1.427 1.304
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 229 199
BTW 3 -
Totale kosten 1.659 1.503
Opbrengst heffingen 943 915
Dekkingspercentage 57% 61%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 1
Algemene dienstverlening Rekening 2019 Begroting 2019
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 365 366
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 3 -
Netto kosten taakveld 362 366
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 169 143
BTW - -
Totale kosten 531 509
Opbrengst heffingen 336 287
Dekkingspercentage 63% 56%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 2
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Rekening 2019 Begroting 2019
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 821 617
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 65 -
Netto kosten taakveld 756 617
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 36 30
BTW 3 -
Totale kosten 795 647
Opbrengst heffingen 564 574
Dekkingspercentage 71% 89%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Rekening 2019 Begroting 2019
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 311 321
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 2 -
Netto kosten taakveld 309 321
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 24 25
BTW - -
Totale kosten 333 346
Opbrengst heffingen 43 54
Dekkingspercentage 13% 16%

Begraafplaatsen

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van diensten door de gemeente in verband met de begraafplaats.

De gerealiseerde kostendekkendheid (38%) van het taakveld begraafplaatsen is lager dan begroot (53%).

x € 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen Rekening 2019 Begroting 2019
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 163 155
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 58 48
Netto kosten taakveld 106 107
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 112 100
BTW 6 2
Totale kosten 223 210
Opbrengst heffingen 84 88
Dekking 38% 42%

Kwijtschelding

We hanteren een kwijtscheldingsbeleid voor inwoners zonder vermogen, die een laag inkomen hebben. Kwijtschelding is mogelijk voor afvalstoffenheffing en OZB. De kwijtscheldingsregeling is gebaseerd op landelijke normen. Op basis van de betaalcapaciteit wordt berekend of inwoners in aanmerking komen voor kwijtschelding. Bij de aanvragen voor 2018 is net als vorig jaar gebruik gemaakt van het Inlichtingenbureau omdat wij als gemeente geen toegang hebben tot alle vermogensgegevens. Hierdoor vindt er een correcte toetsing plaats en worden de juiste toewijzingen voor kwijtschelding gedaan.

In het belastingjaar 2019 was er voor 331 inwoners (2018: 348) sprake van een automatische kwijtschelding na toetsing door het Inlichtingenbureau. Van de 230 beoordeelde aanvragen tot kwijtschelding zijn er 163 toegewezen. Het toewijzingspercentage van 71% in 2019 ligt 7% lager dan in 2018. Daarbij zien we dat het aantal aanvragen tot kwijtschelding met 1/3e is afgenomen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het economisch goed gaat en er daarmee steeds minder inwoners zijn met een laag inkomen en vermogen.

Kwijtscheldingen 2019 2018 Verschil
Automatische kwijtschelding na toets Inlichtingenbureau 331 348 -17
Aantal aanvragen tot kwijtschelding 230 345 -115
Aantal toegewezen kwijtscheldingen na aanvraag 163 268 -105
Totaal aantal kwijtscheldingen (automatisch en na aanvraag) 494 616 -122
Percentage toegewezen kwijtscheldingen na aanvraag 71% 78% -7%

Kwijtschelding in euro's
Het totale bedrag aan verleende kwijtschelding is ruim € 103.000. Dit is grotendeels voor de afvalstoffenheffing.

Rekening 2018 Rekening 2019 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Kwijtschelding gemeentelijke belasting Kwijtschelding Afval 107.768 101.504 120.000 120.000 18.496
Kwijtschelding OZB 1.421 1.406 5.000 5.000 3.594
Eindtotaal 109.189 102.910 125.000 125.000 22.090

Gemeentelijke woonlasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht over 2019 van de woonlasten van de 18 Friese gemeenten. In 2018 stonden we op plek 7 en in 2019 zijn we gestegen naar plek 4. Dit waar het gaat om de laagste woonlasten in onze provincie. De stijging op de "ranglijst" komt omdat wij de gemiddelde woonlastendruk (met €5) hebben verlaagd, terwijl diverse gemeenten in Friesland de woonlasten gelijk hebben gehouden of iets verhoogd.

Woonlastendruk OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
Eph Mph Eph Mph Eph Mph
1 Harlingen 210 171 234 183 183 565 628
2 Ameland 248 170 223 139 183 556 654
3 Vlieland 206 232 309 50 150 488 665
4 Weststellingwerf 260 161 249 164 164 585 674
5 Ooststellingwerf 199 154 212 154 266 507 678
6 Leeuwarden 224 195 293 144 174 563 692
7 Súdwest Fryslân 281 197 236 179 179 657 695
8 Terschelling 328 202 202 176 176 706 706
9 Opsterland 239 193 234 178 240 610 712
10 Dantumadiel 259 198 247 216 216 673 723
11 De Fryske Marren 273 201 258 114 198 588 729
12 Waadhoeke 245 196 245 196 245 636 734
13 Tytsjerksteradiel 404 140 200 134 150 678 753
14 Achtkarspelen 296 214 306 155 155 665 758
15 Heerenveen 306 203 249 155 206 664 761
16 Smallingerland 259 218 257 277 277 754 793
17 Noardeast-Fryslân 278 193 274 250 250 721 802
18 Schiermonnikoog 271 276 359 71 185 619 816
Toelichting bij de tabel:
Eph= eenpersoonshuishouden
Mph= meerpersoonshuishouden
Bron: Coelo (Atlas van de lokale lasten 2019)

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

De paragraaf geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Dat wil zeggen: welke capaciteit is nodig om de risico's op te vangen, en wel zodanig dat een tegenvaller in de uitvoering niet direct tot een bezuiniging hoeft te leiden.

 De wet geeft aan welke onderwerpen in deze paragraaf aan bod moeten komen:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

De doelstellingen zijn:

  1. voldoen aan wet- en regelgeving;
  2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee het risicobewustzijn aanmoedigen;
  3. een onderbouwing van het berekende weerstandsvermogen;
  4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid zijn over de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit de volgende uitgangspunten vastgelegd:  

  • De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel de hoogte van de netto risico's;
  • Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten we aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat we streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal). 

In deze jaarrekening voldoen we aan beide uitgangspunten.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. Dit zonder dat de begroting en het beleid aangepast moet worden.

De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opgevangen. Wij hebben gekozen voor een bedrag van € 30.000. Daarnaast is in de begroting een stelpost risicobeheersing opgenomen om specifieke risico’s op voorhand af te dekken. Het gaat om een bedrag van € 500.000 per jaar. Beschikking over deze stelpost kan alleen via een raadsbesluit en is uitsluitend bedoeld ter dekking van structurele risico’s die op enig moment werkelijkheid worden. 

De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedroeg, na resultaatbestemming, per 1 januari 2019 € 19,3 miljoen. Op 31 december 2019 is de algemene reserve € 19,0 miljoen.

De bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad een specifiek doel vastgelegd. Eventueel kan de bestemming door de raad worden gewijzigd. Wanneer op een bestemmingsreserve geen verplichting rust voegen we deze reserve toe aan de algemene reserve. Op dat moment vormt het onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor het vaststellen van onze weerstandscapaciteit worden de bestemmingsreserves op dit moment niet meegenomen.

De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd. Ook kan de boekwaarde lager zijn dan de verkoopwaarde. De mogelijke overwaarde die bij verkoop ontstaat, kan dan worden ingezet voor de opvang van onverwachte tegenvallers. Op dit moment verwachten we dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit niet zo groot is.

De niet-benutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
a. de OZB;
b. de rioolheffing;
c. de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Sinds enkele jaren zijn gemeenten vrij om zelf de OZB-tarieven te bepalen. Dit zonder rekening te moeten houden met maximale tarieven die het rijk oplegt. Wel geldt een macronorm voor alle gemeenten samen die niet overschreden mag worden. Als een gemeente een beroep wil doen op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) voor een aanvullende uitkering is voor de OZB de norm voor 2019 een minimale heffing van 0,1905% van de WOZ-waarde. Deze niet-benutte belastingcapaciteit is tegen nul gewaardeerd. Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid. 

Samenvatting
De totale weerstandscapaciteit was aan het begin van dit boekjaar zoals opgenomen in onderstaande tabel. De structurele weerstandscapaciteit in de exploitatie 2019 was € 500.000. De incidentele weerstandscapaciteit bedroeg hiermee ongeveer € 19,3 miljoen.

x € 1.000
Weerstandscapaciteit 1-1-2019
a. De structurele begrotingsruimte 500
De incidentele begrotingsruimte 30
b. Algemene reserve (stand begin boekjaar) 19.314
c. Bestemmingsreserves 0
d. De stille reserves 0
19.844

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 5,6 miljoen. De belangrijkste risico’s die onze gemeente loopt, worden hierna één voor één behandeld.

Onzekerheden grondexploitaties € 2,8 miljoen
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, begin 2019 zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen.
Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Voor 31 december 2019 heeft een toets plaatsgevonden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming. Dit heeft niet geleid tot een afwaardering. U heeft voor de zomer van 2019 besloten om de exploitatie van Lindewijk deelgebied 2 voort te zetten. Daarnaast heeft u in december 2019 besloten om Helomastate (Maïsland) niet in exploitatie te nemen. 

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen € 500.000

Structurele risico inschatting van de drie decentralisaties
Voor de structurele risico-inschatting verwijzen wij naar programma 6 Sociaal domein. Over het structurele deel wordt u nader geïnformeerd via de komende planning & control documenten. Het structurele risico hebben wij daarom niet in de berekening van het weerstandsvermogen meegenomen. 

Jeugdwet en Wmo
De informatie rondom de zorgverlening vanwege de drie decentralisaties komt steeds beter in beeld. Met betrekking tot de uitgaven jeugdzorg en Wmo (AWBZ) wordt vanaf 2017 door de Friese gemeenten gewerkt met het landelijk knooppunt berichtenverkeer GGK (VECOZO voor de zorgaanbieder). De communicatie tussen de gemeenten en zorginstellingen is geoptimaliseerd naar landelijke standaarden. Dit betekent echter niet dat alle onzekerheden ten aanzien van de uitgaven zijn opgelost. De kwaliteit van het berichtenverkeer blijft een aandachtspunt, waar hard aan wordt gewerkt door zowel gemeenten als zorginstellingen. In 2019 is geïnvesteerd in een betere monitoring van het Sociaal domein. Medio 2020 zijn verschillende dashboards beschikbaar ten behoeve van sturing.

Het uitgangspunt in Weststellingwerf is dat bekostiging moet plaatsvinden binnen de daarvoor door het rijk beschikbaar gestelde budgetten. Deze rijksbudgetten zijn aangevuld met reguliere gemeentelijke middelen om de inrichting van het Sociaal domein, in het bijzonder de inrichting van de gebiedsteams, verder vorm te geven.

Doorverwijzingen naar niet gecontracteerde partners
Volgens de Jeugdwet zijn huisarts, medisch specialist en jeugdzorgaanbieder (na verwijzing) gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdzorgaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Niet-gecontracteerde zorg hoeft de gemeente niet te vergoeden als passende jeugdzorg vanuit een contractpartner voorhanden is. Sinds 2018 zijn vrijwel alle contracten voor Jeugdzorg regionaal ingekocht. Van lokaal ingekochte Jeugdzorg is geen sprake meer of dat is in de loop van 2018 beëindigd. Onder voorwaarden kan een niet-gecontracteerde zorgaanbieder alsnog zorg (blijven) verlenen. Past het niet binnen de voorwaarden dan kan een jeugdige en/of de ouder(s)/verzorger(s) voor eigen rekening gebruik (blijven) maken van niet-gecontracteerde jeugdzorg. Bij zwaarwegende redenen kan een PGB worden aangevraagd. Met deze aanpak is het mogelijke risico en financiële impact van doorverwijzingen naar niet-gecontracteerde partners geminimaliseerd.

Naast specialistische Jeugdzorg is er ook hoogspecialistische Jeugdzorg en crisiszorg. Ook deze vormen van Jeugdzorg worden centraal ingekocht via SDF. Hoewel de aantallen op Fries niveau beperkt zijn, geldt dat niet voor de bijbehorende kosten. Om de (financiële) risico's te beperken zijn zowel de hoogspecialistische Jeugdzorg als crisiszorg in 2019 aanbesteed. Vanaf medio 2020 vindt de bekostiging op een andere wijze plaats, waarmee de financiële risico's worden teruggedrongen en zelfs op Fries niveau een taakstelling wordt gehaald.

Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan

Sinds 2017 wordt binnen de OWO-gemeenten gewerkt met het Gemeentelijk Gegevens Knooppunt (GGK). De jaarrekening 2017 van onze gemeente was voor het eerst sinds 2015 weer voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring.

Sinds 2018 worden Diagnose Behandel Combinaties niet meer toegepast. Dit type zorgtrajecten werd pas na beëindiging van het zorgtraject afgerekend. Sinds 2018 geldt een nieuwe regionale inkoopsystematiek voor Jeugdzorg. Zodra een zorgtraject start dient een zorgaanbieder maandelijks te factureren. Dat gebeurt nog niet altijd, maar gaat wel steeds beter. Vanaf begin 2018 functioneert in samenwerking met de OWO-gemeenten en de Backoffice Sociaal domein een verplichtingenadministratie. Hiermee hebben we beter zicht op het (financiële) verloop van zorgtrajecten en de openstaande zorgopdrachten.

Op regionaal niveau trekt onze gemeente nauw op met de andere Friese gemeenten om te komen tot een verdere verbeterslag. Vanwege het gezamenlijke beleid en de gezamenlijke uitvoering van de administratie van het Sociaal domein bij de Backoffice Sociaal domein is er intensieve samenwerking met de OWO-gemeenten. In 2019 is dit verder vorm gegeven met een provinciale taskforce 'Grip op Jeugd'. Zowel in OWO-verband als lokaal zijn nadere beheersmaatregelen getroffen die ook financieel al zijn beslag krijgen. Tot slot blijft er aandacht voor het terugdringen van de administratieve lastendruk bij zowel gemeenten als zorgaanbieders.

Risico's zitten nog in de ruimte die vanuit landelijke wetgeving wordt geboden voor het indienen van facturen (termijn van maximaal 5 jaar). Getracht wordt om dit risico terug te dringen door bij de nieuwe aanbesteding een termijn van maximaal 1 jaar af te spreken.
In de productieverantwoording van zorgaanbieders mag alleen zorg worden vermeld waar vanuit de gemeente een opdracht is verstrekt. In deze opdrachtverstrekking zit nog wel eens vertraging, vanwege de benodigde overeenstemming tussen zorgaanbieder, cliënt en gemeente. Beeld is dat in 2019 voor maximaal 40 zorgtrajecten een mogelijke opdracht (met terugwerkende kracht) nog niet is verstrekt. Deze geleverde zorg is (nog) niet in verantwoordingen opgenomen, en dus ook niet in de gemeentelijke jaarrekening.

Risico’s van vóór 2015 bestaande regelingen 
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar die in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 1.100.000
Samen de trap op en samen de trap af
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval!

BTW-compensatiefonds
Bij de bevoorschotting van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt met ingang van 2019 de raming van het bedrag van het BTW-compensatiefonds dat aan de Algemene uitkering vrijvalt, achteraf verrekend. Door deze wijziging in ramingssystematiek ontvangen gemeenten uiteindelijk niets meer of minder uit het gemeentefonds.

Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Pensioenopbouw (gewezen) wethouders
Jaarlijks wordt bij de jaarrekening de voorziening voor de pensioenen van onze (gewezen) wethouders herijkt. Dit doen wij op basis van de actuariële waardeberekeningen van onze externe adviseur. Zij berekenen op basis van diverse parameters welk bedrag er in de voorziening aanwezig moet zijn op de peildatum 31-12-2019. Een van de belangrijkste parameters is de rekenrente. Deze wordt jaarlijks vastgesteld door De Nederlandse Bank. Dit percentage kan jaarlijks verschillen, waardoor op basis van de wet- en regelgeving een storting of een onttrekking aan de voorziening plaatsvindt. 

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). De taakstelling die uit Ombuigingen I resteert, is met ingang van 2019 structureel ingevuld.

Onzekerheden realisatie (externe) subsidies € 0
Wanneer de voortgang van een gesubsidieerd project ernstig vertraagt, kan dit consequenties hebben voor de externe financiering. Tijdig overleg met de subsidieverstrekker om de mogelijkheden van verlenging van de termijn te onderzoeken, is daarbij een belangrijke beheersmaatregel die, indien nodig, door ons actief wordt toegepast. Nog belangrijker is alvorens een subsidie aan te vragen goed te onderzoeken of uitvoering binnen de subsidieperiode mogelijk is en voldoen aan de subsidievoorwaarden reëel is. Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 625.000
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er geen eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. 

Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.

Overige onzekerheden en risico’s: beheersmaatregelen in de bedrijfsvoering € 350.000
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.

Overige onzekerheden en risico's: Vennootschapsbelasting (VPB) € 0
Met ingang van 1 januari 2016 is de VPB ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten van overheidsbedrijven. Het gaat bij onze gemeente met name om de vraag in hoeverre we voor de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig zijn. De laatste berichten zijn dat we ook hiervoor niet als ondernemer worden aangemerkt en dus geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen.

Weerstandsvermogen

De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s wordt uitgedrukt in weerstandsvermogen. De hoogte van het weerstandsvermogen is in onderstaande tabel weergegeven.
Dit betekent dat we incidenteel in staat zijn om risico’s op te vangen, maar dat we op termijn nog wel de nodige behoedzaamheid in acht moeten nemen. Aangezien het goed in beeld hebben van risico’s steeds belangrijker wordt, zal de verdere optimalisering van ons risicomanagementsysteem de komende jaren de nodige aandacht vragen.

x € 1.000
Weerstandsvermogen 31-12-2019
Algemene reserve (inclusief saldo van de jaarrekening 2019) 18.995
Risico's -5.600
Weerstandsvermogen 13.395

Kengetallen

Met ingang van 2016 worden een vijftal financiële kengetallen voorgeschreven. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 sluiten we voor de verplichte kengetallen aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1. Netto schuldquote

a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90% 

90 - 130%

> 130%

2. Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3. Grondexploitatieruimte

< 20%

20 - 35%

> 35%

4. Structurele exploitatieruimte

Eerste jaar en meerjarig > 0%

Begroting en meerjarig 0%

Begroting en meerjarig < 0%

5. Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

 

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van onze kengetallen weergegeven:

Kengetallen Rekening Begroot Rekening Categorie
2019** 2019* 2018 (peiljaar 2019)
1 Netto schuldquote 69,12% 75,06% 67,54% A
Netto schuldquote (gecorrigeerd) 66,90% 72,60% 65,10% A
2 Solvabiliteitsratio 22,31% 21,37% 22,94% B
3 Grondexploitatie 27,22% 29,80% 29,03% B
4 Structurele exploitatieruimte -0,39% -1,23% 1,52% B
5 Belastingcapaciteit 91,08% 91,08% 94,17% A
* betreft de geactualiseerde begroting 2019
** In het totaal van de baten heeft de precariobelasting (vrijval voorziening t/m 2018 van € 8,452 miljoen) een aanzienlijk aandeel. Om de invloed hiervan (incidenteel) in de berekening van de kengetallen te beperken zijn de totale baten voor dit bedrag gecorrigeerd.

Toelichting tabel kengetallen

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt voldoen we in deze jaarrekening bij dit kengetal ruimschoots aan ons streven en vallen we zelfs in categorie A.

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen we uit boven ons streefpercentage van minimaal 20% en binnen de marges van categorie B.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten.
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Uiteraard ook wij blijven het nauwlettend volgen en houden vast aan ons streven om te voldoen aan categorie B.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt nu het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Uit het percentage 2019 (zowel begroting als realisatie) blijkt dat categorie B hier van toepassing is. In de meerjarige begroting is zichtbaar dat we vanaf 2020 weer in categorie A uitkomen. 

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Deze woonlasten zijn de optelsom van de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar t-1 en uit te drukken in een percentage. Zoals uit de tabel van de kengetallen blijkt, zijn de woonlasten in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde voor een gezin. Als basis hebben we het landelijk gemiddelde van 2019 (= 100%) genomen. Dat staat op € 740,00. Met een bedrag van € 674,00 vallen we hiermee onder categorie A.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

 

Portefeuillehouder

Jongebloed, Van de Nadort

Organisatie

Ruimte, Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Beleidsnota's

Van toepassing zijn de volgende nota´s:

  • Beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte 2012-2016
  • Nota Openbare verlichting
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020
  • Notitie Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed 2017.

Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte

De raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld. Hierin worden de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. Hierin zijn de door de raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken met de raad:

  • Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden
  • Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.

Zoals in programma 2 is aangegeven is in 2019 de politieke discussie verlegd van het opstellen van een hernieuwde ambitie op het onderhoud naar een discussie over inrichtingskwaliteit. Dat betekent dat het proces, zoals weergegeven in het collegeprogramma en de begroting 2019, daarmee wijzigt. Wij verwachten eind 2020 met een notitie te komen waarin dit proces is weergegeven.

Het onderhoud van de openbare ruimte vindt tot een nieuw kader is vastgesteld plaats volgens de uitgangspunten van de kwaliteitsambitie openbare ruimte.

Wegen

De jaarlijkse onderhoudsprogramma’s voor asfalt en elementenonderhoud (klinkerwegen) zijn uitgevoerd. Te noemen locaties van groot onderhoud zijn onder andere IJkenweg te Zandhuizen, Zuiderweg te Vinkega, Grindweg te Munnekeburen, Binnenweg te Nijeholtpade, Boijlerweg te Boijl, Hoofdweg te Oldeholtpade, Weerdijk te Oldeholtwolde, Schuttevaerstraat en Titanium/Tinweg te Wolvega. Ook zijn er diverse kleine werkzaamheden geweest aan asfalt- en klinkerwegen.

Voor onze (asfalt)wegen in met name het westelijke veengebied van onze gemeente zien wij versneld schades ontstaan door de droge perioden van de afgelopen jaren. Om een inschatting te kunnen maken waar het risico op het ontstaan van schades groot is, is met een onderzoek in kaart gebracht waar zich veen bevind en wat de laagdikte hiervan is. Ook de aanwezige grondwaterstand is hierbij in beeld gebracht. Op basis van deze uitkomsten stellen we in 2020 een plan van aanpak op hoe we met deze schades om willen gaan. Dan zal ook meer zicht komen op de financiële gevolgen.

 

Groen

In het kader van de uitvoering van het bomenbeleidsplan zijn dit jaar een aantal bomen gekapt na inspectie. Er zijn in overleg met buurtbewoners en groencommissies in dorpen herbeplantingsplannen gemaakt. Totaal zijn er 420 bomen geplant, soorten die passen in de omgeving. Diversiteit in boomsoorten om ziekten en plagen te voorkomen en om de biodiversiteit te vergroten. Het betreft aanplant van straatbomen in het buitengebied van onder andere De Hoeve, Nijeholtpade en Noordwolde. Binnen de kom zijn er onder andere in Wolvega (Bremstraat en project Stationsweg) en De Blesse bomen geplant.
De zomer van 2019 was extreem warm waardoor diverse beplantingen en gazons verdroogd zijn. Op plaatsen met een lage grondwaterstand zijn bomen verdroogd. De Essentaksterfte heeft zich minder snel uitgebreid dan verwacht. In de voorzomer zijn door extreme weersomstandigheden (valwind) op enkele plaatsen in de west- en oosthoek van de gemeente grote gemeentelijke bomen omgewaaid. Deze hebben grote schade aangericht aan huizen en wegen.

Vergroten biodiversiteit:
Door de machinale aanplant van 414.000 bloembollen in het openbaar groen (inclusief project Stationsomgeving ) onder andere op het industrieterrein Wolvega en Nijeholtpade is de biodiversiteit vergroot.
In het project fietspad langs de Linde fase 1 is de dijk ingezaaid met een bloemrijk bermmengsel waardoor een 7 kilometer lang insectenlint ontstaat welke aansluit op de bloemrijke bermen en weides van het Uitloopgebied Wolvega (De Blesse). Op het industrieterrein en langs rondwegen is 5.000 m2 met bloemrijke mengsels ingezaaid.

Bruggen, waterwegen en kades

Er is aan verschillende bruggen onderhoud gepleegd. Groot onderhoud is verricht aan de bruggen in de Marktweg, Kerkhofslaan en Om den Noort. Van een steiger in de Schipsloot zijn de palen vervangen. Voor het vervangen van de elektrische installatie van de brug Nijelamer is een advies opgesteld. In het voorjaar zijn alle fiets- en verkeersbruggen en de onderdoorgang in de Stellingenweg gereinigd.

Openbare verlichting

Weststellingwerf heeft in totaal 4.438 armaturen in eigendom en beheer (peildatum 3-2-2020). Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is via de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân aanbesteed. Zie ook paragraaf verbonden partijen.

Het prestatiegerichte contract dat de coöperatie met de aannemer heeft afgesloten geldt vanaf 1 april 2019. Onder onderhoud verstaan wij het oplossen van storingen aan de openbare verlichting. Ook het reinigen en schilderen van masten/armaturen en vervangen van lampen, masten en armaturen valt onder deze aanbesteding.

Resultaten 2019:

  • De verlichting van de Stationsweg en de stationsomgeving is vernieuwd (28 armaturen/lichtmasten).
  • In Wolvega zijn 138 armaturen vervangen door ledarmaturen.
  • In de zomer 2019 zijn 883 lichtmasten gereinigd in tien dorpen.

Riolering

Riolering

In maart 2016 heeft de raad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 vastgesteld. In dit plan worden de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater beschreven.
Naast nieuwe aanleg en aanpassingen op het bestaande rioolstelsel wordt ook beheer en onderhoud gepleegd. Uitgangspunt hierbij is om dit op een doelmatige wijze uit te voeren. Naast het intern werk met werk maken wordt ook gekeken of met de gemeente Ooststellingwerf en Opsterland samengewerkt kan worden.
Resultaten 2019:

Reguliere werkzaamheden

  • Regulier onderhoud aan alle rioolgemalen;
  • Reiniging en inspectie van bijna 5,9 kilometer vrij verval riolering (in samenwerking met de OWO-gemeenten);
  • Reinigen van 9.984 kolken.

Projectmatige werkzaamheden

  • Reparatie van een gedeelte van de riolering in de Markeweg in Blesdijke;
  • Vervangen leidingwerk en pompen in hoofdrioolgemaal Langelille;
  • Uitvoeringsprogramma opgesteld als vervolg op klimaatstresstest.

Het vervangen van de riolering en de aanleg van een regenwaterriool in een gedeelte van de Hoofdweg in Nijeholtpade is doorgeschoven naar 2020. Reden hiervan is dat dit project onderdeel uitmaakt van het Maatschappelijk contract Nijeholtpade.

Tractiemiddelen

De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheerssysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel worden vervangen. Hiervoor is een meerjarig overzicht opgesteld. 
Resultaten 2019:

  • aanschaf twee nieuwe Case tractoren (budget 2018);
  • aanschaf Fuso Canter pick up;
  • aanschaf ROM vacuüm unit (rioolreinigingsmachine);
  • aanschaf Skyjack Hoogwerker:
  • aanschaf nieuwe houtversnipperaar combinatie (levering Q1 2020);
  • aanschaf nieuw rioolvoertuig (levering Q2 2020).

Gebouwen

Afgelopen jaar is het onderhoud van de vastgoedportefeuille volgens planning uitgevoerd. De panden zijn op het vastgestelde niveau onderhouden. 
Resultaten 2019:

Mfa’s / scholen

  • Vensterschool, herstel bestaande marmoleumvloeren in plaats van vervangen. Om desinvesteringen te voorkomen is nu gekozen voor herstel in plaats van vervanging. Mogelijk dat in de toekomst hier verduurzamingsmaatregelen getroffen worden waardoor het marmoleum er weer uit moet.
  • 't Vlechtwerk, nieuwe marmoleumvloer in de Vlechtzaal. Deze vervanging staat eventuele verduurzaming niet in de weg. 

Gymnastieklokalen

  • De Blesse, vervangen van de cv-ketel;
  • Heidepolle, akoestische wand en plafond bekleding aangebracht;
  • Wolvega Zuid, akoestische wand en plafond bekleding aangebracht.

Sporthallen / zwembaden

  • De Duker, vervangen sportvloer door een duurzame variant en vervangen cv-ketel;
  • Ni’je Steense, het dak van de kleedruimten is vervangen, hierbij is de isolatie opgewaardeerd naar de huidige norm. Ook is het ventilatiesysteem van de kleedruimten vervangen door een duurzame warmteterugwin-ventilatie;
  • De Dobbe, het buitenschilderwerk is opnieuw gedaan in nieuwe kleuren. Ook is instructiebad voorzien van een nieuwe coating. Het straatwerk om de zwembaden is vernieuwd. 

Beschikbare middelen voor het onderhoud

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening 2018 Rekening 2019 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot-werkelijk
tractiemiddelen 144 171 153 153 -18
gebouwen 738 669 567 527 -102
wegen 1.663 1.633 1.524 1.475 -109
bruggen en duikers 121 115 115 115 0
openbare verlichting 37 78 54 53 -24
openbaar groen 290 453 363 328 -91
riolering 196 216 171 164 -45
terreinen 33 49 79 78 30
overig 45 26 41 40 15
Eindtotaal 3.267 3.410 3.067 2.932 -343

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie; OWO bedrijfsvoering

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn we transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden we eventuele overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten niet mogelijk. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben, kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.
We hebben momenteel nog drie geldleningen.

Risicobeheer

De overheid hanteert twee instrumenten, binnen de wet Fido, voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel van deze normen is het krijgen van een stabiele rentelast over de jaren. 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort structureel dreigt te worden, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De ontwikkeling van de kasgeldlimiet over 2019 is hieronder weergegeven. Het schema laat zien dat er voldoende ruimte onder het kasgeldlimiet aanwezig was.

x € 1.000
Kasgeldlimiet (1) Vlottende schuld (2) Vlottende middelen (3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
1e kwartaal 2019 204 -204
2e kwartaal 2019 294 -294
3e kwartaal 2019 445 -445
4e kwartaal 2019 279 -279
(4) gemiddelde 306 -306
(5) Begrotingstotaal 75.791
(6) Percentage regeling 8,5%
(7) = (5 x 6) Kasgeldlimiet 6.442
(8a) = (7>4) ruimte onder de kasgeldlimiet 6.748
(8b) = (4>7) overschrijding van de kasgeldlimiet

Renterisicobeheer

De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal. 
Op basis van het werkelijke volume is onze gemeente in 2019 ruimschoots binnen de renterisiconorm gebleven.

x € 1.000
Renterisiconorm en renterisico Werkelijk Begroot
Renterisico op vaste schuld
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g
1b. Renteherziening op vaste schuld u/g
2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a -1b) 0 0
3. Aflossingen 3.345 3.345
4. Renterisico (2 + 3) 3.345 3.345
Renterisiconorm
5. Volume totale lasten in begroting en rekening (excl. bestemming reserves) 79.227 76.570
6. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 20% 20%
7. Renterisiconorm (5 x 6) 15.845 15.314
Toets renterisiconorm
8. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (7 - 4) 12.500 11.969

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren verstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. Jaarlijks wordt hier op afgelost. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

x € 1.000
Kredietrisicobeheer op verstrekte gelden Restant schuld ultimo 2019
Rentedragende leningen overig 2.102
Renteloze leningen (verenigingen) 1
Gegarandeerde geldleningen (100%) 3.925
Indirect gegarandeerde geldleningen (WSW-achtervang 50% van € 58.928) 30.622
Totaal 36.650

Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling  wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte en wordt deze afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin. Uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. 

Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren vanaf de meerjarenbegroting 2016 en de jaarrekening 2015 in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.

x € 1.000
Vaste schuld Werkelijk Begroot
Stand 1-1-2019 58.577 58.577
Reguliere aflossing en herfinanciering
Te herfinancieren op begrotingsbasis 0 0
Reguliere aflossing 3.345 3.345
Stand 31-12-2019 55.232 55.232

Leningenportefeuille

Het verloop van onze leningenportefeuille is hieronder weergegeven.

 

x € 1.000
Leningenportefeuille 1-1-2019 Aflossing 31-12-2019 Rentepercentage
Leningnummer 201601 49.077 2.845 46.232 3,440%
Leningnummer 201602 4.000 4.000 1,940%
Leningnummer 200901 5.500 500 5.000 4,165%
Totaal 58.577 3.345 55.232

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Het onderstaande overzicht laat zien dat er in 2019 een financieringsoverschot is. Dat betekent dat er geen nieuwe geldlening afgesloten hoefde te worden.

x € 1.000
Financieringsbehoefte 31-12-2019 stand per 31-12-2019 incl. rekening resultaat 2019 31-12-2018
Reserves 30.508 30.508 22.424
Voorzieningen 6.203 6.203 13.654
Vaste geldleningen 55.232 55.232 58.577
Totaal 91.943 91.943 94.655
Vaste activa 69.758 69.758 76.345
Voorraden 21.398 21.398 11.686
Totaal 91.156 91.156 88.031
Financieringstekort (-) cq. overschot (+) 787 787 6.624

Rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie

In het volgende renteschema is uiteengezet hoe voor 2019 de rente is toegerekend. Het saldo tussen de rente die is doorberekend aan de taakvelden en de werkelijk te betalen rente is verantwoord op het taakveld treasury. Het taakveld treasury is opgenomen in het overzicht van algemene dekkingsmiddelen.

x € 1.000
Renteschema Werkelijk 2019 Begroot 2019
a. De externe rentelasten over de korte en lange termijn 1.935 1.958
b. De externe rentebaten 51 66
Totaal door te berekenen rente 1.884 1.892
c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 442 431
Saldo door te berekenen rente 1.442 1.461
d. Rente over eigen financieringsmiddelen
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 1.353 1.471
f. Renteresultaat op het taakveld treasury 89 -10

EMU saldo

Het EMU-saldo is in 1992 door de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) ingevoerd om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden te kunnen maken. In het verleden hanteerde elke staat zijn eigen berekening voor het financieringssaldo. Vergelijken was hierdoor moeilijk. Volgens de regels van de EMU zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, mag het vorderingentekort niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Hiermee wil men de economische sterkte van de eurolanden behouden.

Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU-saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het EMU-saldo over 2019 voor onze gemeente bedraagt € 3.649.000 negatief. Er is dus sprake geweest van een negatieve vrije kasstroom, geschoond van aflossingen van leningen.

Overige ontwikkelingen

Schatkistbankieren
Decentrale overheden maken verplicht gebruik van schatkistbankieren boven het voor dat jaar geldende drempelbedrag aan overtollige middelen. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2019 ongeveer € 575.000. In 2019 zijn wij boven deze drempel uitgekomen, zodat (verplicht) gebruik is gemaakt van schatkistbankieren door geld af te storten op de rijksrekening. Zie ook het onderdeel schatkistbankieren bij het onderdeel jaarrekening.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort, Jongebloed en Hoen

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

De onderdelen inkoop & aanbesteding en informatisering & automatisering worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking.

Informatieveiligheid en privacy

Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) informatie-uitwisseling met overheidsorganisaties, (keten)partners, burgers, inwoners, medewerkers, bedrijven en instellingen. Het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van informatie kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Het kan ook leiden tot boetes of imagoschade. Een betrouwbare informatie­voorziening is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente. Informatieveiligheid en privacy zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: een goede informatiebeveiliging is een belangrijke randvoorwaarde voor het beschermen van persoonsgegevens.

De komende jaren blijft onze gemeente inzetten op het verhogen van de informatieveiligheid en het zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. In 2019 waren er 4 speerpunten:

  1. Het invoeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het normenkader voor de gehele overheid op het gebied van informatiebeveiliging. De BIO is de opvolger van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG). In 2019 is een plan van aanpak vastgesteld voor het invoeren van de BIO en er zijn diverse voorbereidingen getroffen voor deinvoering.
  2. Het (laten) uitvoeren van een interne nulmeting en een externe audit op het naleven van de privacywetgeving. Met de aanbevelingen uit de nulmeting en de audit gaan we in 2020 aan de slag.
  3. Het uitvoeren van de zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Met ENSIA legt de gemeente jaarlijks verantwoording af over de BIG, de Basisregistratie Personen (BRP), de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), de Digitale persoonsidentificatie (DigiD), de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), de Basisregistratie grootschalige topografie (BGT), de Basisregistratie ondergrond (BRO) en de Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwinet).
  4. Het vergroten en borgen van het beveiligings- en privacybewustzijn. In 2019 hebben we een bijeenkomst met een inspirerende spreker georganiseerd over cybersecurity, cybercrime en het darkweb. Ook is een herhalingsworkshop iBewustzijn voor nieuwe medewerkers georganiseerd. Tot slot hebben we een phishingmailtest laten uitvoeren.

Rechtmatigheid

Het is fijn om te melden dat we de weg vooruit in 2019 hebben kunnen vervolgen.

In de eerste plaats constateerden we minder financiële onrechtmatigheden in de processen.

Ten tweede bouwden we extra controlemaatregelen in de diverse processen in vergelijking met voorgaande jaren. Dit laatste vind ook plaats door de uitbouw van de eerste lijncontroles. Momenteel verricht team concerncontrol nog de meeste controles in de lijn. Voor belastingen en (deel van) Sociaal domein zetten we in 2019 de nodige stappen om de controles decentraal te laten plaatsvinden.

Dit laatste sluit aan bij de organisatieontwikkeling (PIM op expeditie) en in control statement. PIM op expeditie benadrukt het feit dat de primaire verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en controle binnen processen in de lijn ligt.

Met ingang van 2021 vindt de controle op de financiële rechtmatigheid niet meer door de accountant plaats. In plaats hiervan komt een expliciete verklaring van het college in de jaarstukken over het rechtmatig handelen.

Bovenstaande zaken ondersteunen de ingeslagen weg om de uitvoering van interne controles binnen de afdeling zelf te laten plaatsvinden. Hierbij test en ondersteunt concerncontrol de uitvoering. Daardoor voorkomen we vermenging van rollen.

Uiteraard blijven er aandachts- en verbeterpunten, zeker als de uitvoering van processen verandert door wijzigingen in wet- en regelgeving, verandering in personeel, wijzigingen in of implementeren van nieuwe systemen, samenwerking in OWO-verband of met ketenpartners.

Het jaarplan Interne controle 2019 is volledig uitgevoerd. Er zijn tien processen gecontroleerd. De voortgang van de aanbevelingen van de accountant en de verbijzonderde interne controle is bewaakt via voortgangsrapportages. Na afloop van het controlejaar is een jaarverslag uitgebracht met de belangrijkste resultaten van de controleonderzoeken en overige werkzaamheden

Organisatieontwikkeling

In 2019 hebben we stappen gezet op weg naar de organisatie die we voor ogen hebben: ‘een flexibele, op de samenleving gerichte organisatie, die zich kenmerkt door Professionele dienstbaarheid, Integraliteit en Maatwerk (PIM)'. Met een groep van enthousiaste medewerkers gingen we op expeditie. We zetten een beweging in gang die is gericht op verbinding. We maken gebruik van kennis, inzichten en expertise van onze medewerkers. Met de afronding van de pilot mobiel werken is het technisch mogelijk gemaakt om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken (pilot mobiel werken en verdere introductie van de belapp). In 2019 heeft u budget ter beschikking gesteld voor 2020 en 2021 om mobiel werken verder door te voeren. Ook passen we het kantoorconcept geleidelijk aan: zoals belcabines en hoog-laag bureaus.

In het concernbrede PIM opleidingsprogramma besteden we aandacht aan veranderingen in de samenleving en wat dat betekent voor de 'eigen' functie van de medewerker. De pilot Griffioenpark 3 en de pilot omgevingsvisie Nijeholtpade zijn uitwerkingen van PIM in de praktijk.

In 2019 informeerden wij u ook over onze organisatieontwikkeling tijdens een werkvergadering over strategisch personeelsbeleid.

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

PIM op expeditie
PIM op expeditie is leidend voor het HR beleid in 2019. We hebben PIM op expeditie doorvertaald in de HR instrumenten. Zo kent ons opleidingsprogramma een PIM concernbreed opleidingsprogramma en werven we gericht medewerkers met vaardigheden die aansluiten bij de veranderende rol van de ambtenaar (PIM). Ook is er binnen de gesprekscyclus aandacht voor PIM.

Aantrekkelijk werkgever blijven
Om als aantrekkelijk werkgever nieuwe medewerkers te werven, maar ook om deze meerdere jaren aan ons te binden merkten we dat ons budget niet meer voldeed. Voor 2019 is het begrote bedrag voor leren en ontwikkelingen structureel gecorrigeerd. We hebben het budget volledig kunnen benutten en zijn hiermee goed uitgekomen.

Net als het voorgaande jaar kenden we een relatief hoog percentage van instroom van nieuwe medewerkers. De formatie-uitbreiding werd in de begroting van 2019 geautoriseerd. Het lukte ons in 2019 om alle vacant gestelde vacatures in te vullen.

Vitaliteit
Vitaliteit was ook in 2019 een belangrijk thema; de ingezette koers waar ‘de gezonde keuze, de makkelijke keuze’ is zetten we voort. We verbeteren onze arbeidsomstandigheden en experimenteren met werkplekken (mobiele werkplekken) en faciliteiten (vergaderfietsen en hoog-laagtafels) en inrichting binnen ons kantoorconcept (belcabines en staand-vergadertafels).

Generatiegericht maatwerk is een succesvol voorbeeld om medewerkers vitaal te houden. Ook dit jaar is er weer dankbaar gebruik gemaakt van deze maatwerkoplossing. 

In 2019 troffen we de eerste voorbereidingen voor een nieuw medewerkerstevredenheidsonderzoek. 

Ons ziekteverzuimpercentage daalde in 2019. De verzuimnorm is exclusief SW-cijfers. Ons verzuimpercentage is inclusief de verzuimcijfers van de SW-medewerkers. Deze groep heeft gemiddeld een hoger verzuim. Als inclusieve organisatie kunnen we daarom tevreden zijn met dit verzuimpercentage. We denken na over een nieuwe passende norm/indicator die recht doet aan onze inclusieve organisatie. De meldingsfrequentie is net als in 2018 onder de norm gekomen.

WNRA
2019 gold als invoeringsjaar van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA). We hebben in 2019 de lokale voorbereidingen op een juridische overgang genomen. De overgang is soepel verlopen.

Paragraaf OWO-samenwerking

Paragraaf OWO-samenwerking

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

OWO Bedrijfsvoering

Continueren en door ontwikkelen OWO-samenwerking

In 2019 is de OWO-samenwerking voortgezet op basis van de bestaande bestuursovereenkomst en de drie afdelingsplannen.

Bestuursovereenkomst

De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2014 heeft per 1 juli 2017 zijn voltooiing bereikt. Daarmee kreeg de politiek/bestuurlijke aandacht voor deze samenwerking in 2017 een andere dimensie. Na de bouwfase verkeren de OWO-afdelingen nu in de fase van doorontwikkeling. De huidige OWO-samenwerking voldoet goed en wordt gecontinueerd. Hierbij wordt ingezet op verdere verbetering van de samenwerking. Aan de nieuwe raden wordt overgelaten om een volgende processtap te zetten wat de OWO-samenwerking betreft. De OWO-afdelingsplannen zijn de basis voor de onderlinge financiële vereffening/verrekening tussen de drie gemeenten. Een uniek construct in Nederland. De gezamenlijke beleidsontwikkeling, zoals opgetekend in de bestuursovereenkomst, heeft politiek/bestuurlijk vorm gekregen in de overleggen van de regiegroep en de OWO-portefeuillehouders. 

OWO afdelingen

In 2017 is de Backoffice Sociaal domein in de gemeente Ooststellingwerf als laatste van de OWO-teams gerealiseerd. Daarmee is het bouwproces van de gezamenlijke OWO-afdelingen gereed. De OWO-afdelingen zijn de afdelingen Beheer en Registratie (B&R), gehuisvest in Oosterwolde), Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH, gehuisvest in Gorredijk) en Bedrijfsvoering (BV, gehuisvest in Wolvega). In 2019 zijn bij de OWO-afdelingen de processen verder geharmoniseerd om het effect van de samenvoeging groter te maken. Dit proces gaat de komende jaren verder en nog meer zorgen voor toevoeging van waarde en opbrengsten van de 4K’s: meer Kwaliteit, vermindering Kwetsbaarheid, Kennis en minder (meer) Kosten. De OWO-afdelingen vormen intussen met ongeveer 150 fte een substantieel deel van de drie gemeentelijke organisaties en leveren slagkracht, beperken de kwetsbaarheid, borgen de kwaliteit van de dienstverlening en breiden deze uit, verlagen of beperken de kosten en dragen daarmee bij aan gemeentelijke bestuurskracht.

Afdeling Vergunningen, Handhaving en Toezicht (VTH)

OWO-VTH was/is volop in beweging als gevolg van in- en externe ontwikkelingen. Wat is er in 2019 zoal gebeurd/gerealiseerd:

Beleidsplan OWO-VTH
Het gemeentelijke periodieke, verplichte beleidsplan voor handhavingstaken was ten einde. Dit plan was nog van voor de OWO-samenwerking. Inmiddels vraagt de wet om een beleidsplan dat het gehele werkveld van VTH bestrijkt. Een mooie kans om het nieuwe plan in samenspraak op te pakken en te streven naar een geharmoniseerd plan. Een plan dat recht doet aan de samenwerking zonder belemmerend te werken als lokale activiteiten maatwerk vragen. Na een intensief traject waarin afstemming en raadpleging heeft plaatsgevonden op alle bestuurlijke en ambtelijke niveaus is het plan op 28 januari 2020 in de 3 colleges vastgesteld. Daarna is het ter kennisname aangeboden aan de 3 raden. De afdeling OWO-VTH is inmiddels, samen met de 3 organisaties gestart met de implementatie daarvan.

Omgevingswet 
Het lijkt steeds meer erop dat 1-1-2021 de harde invoeringsdatum wordt voor deze grote wetswijziging. Struikelblok kan de ICT omgeving van het rijk nog worden. Dit wordt pas medio 2020 duidelijk. De OWO- gemeenten zijn in 2019 samen opgetrokken om te verkennen waar de eerste aandacht naar uit moet gaan in 2020. De diverse OWO-afdelingen nemen een spilfunctie in in het invoeringsproces. OWO-VTH en OWO-bedrijfsvoering zijn vergevorderd waar het de ICT component betreft in de Omgevingswet.

Kwaliteitscriteria en Verordening Kwaliteit VTH
De drie OWO-colleges hebben de Kwaliteitscriteria Frysk Peil F1 vastgesteld. Vervolgens hebben de drie raden de Verordening kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht vastgesteld. Momenteel wordt gewerkt aan een nulmeting, waaruit blijkt waar de OWO-gemeenten staan ten opzichte van de kwaliteitscriteria, en een verbeterplan voor de punten waar (nog) niet voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria.

FUMO: verder ontwikkeling en overdracht extra taken
In 2019 is gewerkt aan de verplichte overdracht van taken. Dit is verplicht op grond van de Wet VTH en het daaraan gekoppelde Besluit VTH. Deze taken hebben betrekking op bodemonderzoek en asbestsanering voor bedrijven. Ook zijn de controle’s voor een aantal bedrijven overgedragen. De gemeente blijft wel bevoegd gezag. De overdracht heeft op 1-1-2020 plaats gevonden. In de FUMO-begroting 2020 zijn deze taken opgenomen. De gemeente heeft in 2019 met succes een zienswijze ingediend die er mede voor zorgt dat de komende begroting naar beneden is bijgesteld. In 2019 is de FUMO verder gegaan met een verbeterslag. Meer en meer is te merken dat dit vruchten af werpt. Ook de deelnemers/eigenaren zitten meer op één lijn. In 2019 is de FUMO verder gegaan met een verbeterslag. Meer en meer is te merken dat dit vruchten af werpt. De bedrijfsvoering raakt beter in control en daarmee de kosten. Ook de deelnemers werken meer en meer vanuit een constructieve opstelling samen. De komst van de Omgevingswet vraagt van alle ketenpartners een gezamenlijke aanpak om de implementatie tot een succes te maken.

Rekenkameronderzoek naar proces vergunningverlening
Op 18 juni 2019 is de rapportage van het onderzoek van de Rekenkamercommissie naar het proces van vergunningverlening ontvangen. De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie zijn overgenomen. Ter opvolging van de aanbevelingen is er de afgelopen maanden al het nodige gebeurd.   

  • Aanbeveling 1 – Vaststellen Verordening Kwaliteit VTH: De Verordening Kwaliteit VTH is in december 2019 vastgesteld. In de eerste helft van 2020 wordt een verbeterplan opgesteld waaruit zal blijken wat er nog moet gebeuren om aan de kwaliteitscriteria VTH te voldoen.
  • Aanbeveling 2 – Meetbare doelen in beleid voor dienstverlening en 4K’s: In het Beleidsplan OWO-VTH zijn meetbare doelen opgenomen. Daarin zijn de 4 K’s van de OWO-samenwerking evenals dienstverleningsprestaties verwerkt (goede uitvoeringsKwaliteit, vermindering kwetsbaarheid, Klantgerichte dienstverlening, minder (meer)Kosten).
  • Aanbeveling 3 – Harmonisering werkwijzen om 4K’s te bereiken: Middels het vastgestelde Beleidsplan OWO-VTH, zijn de VTH-werkwijzen geharmoniseerd; maatwerk blijft mogelijk.
  • Aanbeveling 4 – Verbeteren samenwerking FUMO (afhandelingstermijnen): Verder is in het Beleidsplan OWO-VTH vastgelegd dat de dienstverleningsafspraken met de FUMO (waaronder afhandelingstermijnen) waar nodig worden geactualiseerd en vervolgens gemonitord.
  • Aanbeveling 5 – Rapportage aan de raad over uitvoering en resultaat van de aanbevelingen: In de brief van 28 januari 2020, waarmee het Beleidsplan OWO-VTH aan de raad is toegestuurd, is de raad geïnformeerd over de stand van zaken rond de uitvoering van de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie.

Arbeidsmarktsituatie
De afdeling OWO-VTH kampt al jaren met een moeilijk arbeidsmarkt. Specialisten zijn nauwelijks te vinden met als gevolg hoge kosten voor externe inhuur. OWO-VTH heeft, als gevolg hiervan haar koers gewijzigd en heeft haar flexibele schil verkleind door te investeren in minder ervaren krachten op te leiden in eigen dienst. Verwacht wordt dat in 2020 de effecten merkbaar worden. Blijvend risico is dat dit proces loopt terwijl de taken onveranderd zijn.

Afdeling Beheer en Registratie (B&R)

Belastingen & Vastgoedinformatie

Het team Belastingen & Vastgoedinformatie heeft de volgende punten gerealiseerd en sommige punten zijn nog onder handen.

  • Doorontwikkeling digitale dienstverlening. Gerealiseerd zijn onder andere de automatische incasso via de website en het aanvragen van de kwijtschelding; de ingebruikname van een Persoonlijke Internet Pagina (PIP) OWO-breed
  • Het werken met de nieuwe module IKwijtschelding (Pink), in productie per 1 januari 2019.
  • BGT op naar 2020 al gereed (fase 2). Voltooiing en vervolmaken van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) zodat het voldoet aan de wettelijke eisen.
  • Doorontwikkeling van GEO-informatie voor de BAG, GIS en BGT ten behoeve van het gebruik van data binnen OWO, maar ook voor gebruik open data
  • Doorontwikkeling BAG naar BAG 2.0, wettelijke verplichting, met de daarbij behorende werkprocessen. De conversie heeft in oktober 2019 plaatsgevonden. 
  • In 2019 zijn de OLO’s, de overschrijvingskaarten die aan de aanslag hangen, vervallen.
  • De WOZ waarden voor woningen zijn tot nu toe bepaald op de inhoud (kubieke meters) en is verplicht per belastingjaar 2022 op de oppervlakten. We zijn begonnen met het proces van omrekenen van inhoud naar oppervlakten.
  • Digitaal werken, een samenwerking tussen de 3 buitendiensten en de gegevensbeheerders van de BGT, voor wat betreft de Geovisia. BVI ondersteunt met de inrichting van de Toughpads, uitleg en verwerking van de gegevens.
  • Participatie in de uitrol en ondersteuning van de Omgevingswet onder andere bij de DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet).

 Backoffice Sociaal domein 2019

De Backoffice Sociaal domein heeft in 2019 de regie gepakt in het harmoniseren en optimaliseren van processen. Dit is een continue proces dat we doorzetten in 2020. De samenwerking met het beleid, interne controle en de gebiedsteams van de drie gemeenten verloopt prettig en constructief.

We hebben de volgende concrete resultaten behaald:

  • Voor de WMO hebben we actief bijgedragen aan de nieuwe inkoop en de conversie van 3400 WMO voorzieningen. Dit is goed en efficiënt verlopen. 
  • De Backoffice is met voorstellen en maatregelen gekomen om meer en beter grip te krijgen op de kosten van de jeugdhulp.
  • Diverse processen zijn geharmoniseerd en de invoering en procesaanpassing in het kader van i-documenten gemeente Weststellingwerf en Ooststellingwerf zijn voltooid en ook WMO-Jeugd voor de gemeente Opsterland is in 2019 ingevoerd. Dit is tevens een digitaliseringsslag geweest.
  • Op het gebied van de participatiewet voeren we de administratieve afhandeling van de loonkostensubsidie voor de drie gemeenten uit en ook de re-integratiefacturen verlopen nu gelijk via de Backoffice sinds 01-01-2020.
  • De Backoffice heeft de komst van het abonnementstarief succesvol voorbereid. Implementatie wacht nog op een landelijke go. Hetzelfde geldt voor de invoering van PGB 2.0.
  • In 2019 zijn we gestart met het moderniseren van de management informatie. De techniek achter de huidige bestanden en de ‘look and feel’ in Cognos. Hierdoor beschikken we in 2020 over een basis database voor de drie gemeenten.

Dit alles heeft bovendien geresulteerd in een toename van taken en een afname van formatie waarbij de kwaliteit en kwetsbaarheid niet in het geding komen.

Afdeling Bedrijfsvoering

Informatisering en automatisering (I&A)
In het eerste kwartaal 2017 is het meerjarig informatiebeleidsplan 2017-2021 aangeboden voor bestuurlijke vaststelling. Met het meerjarig informatiebeleidsplan wordt een goed beleidskader geboden waarop de inrichting en de werking van I&A in de bedrijfsvoering van de OWO- gemeenten wordt ingericht en geborgd. Voor het bereiken van de doelstellingen uit dit beleidsplan zijn onder andere de volgende activiteiten uitgevoerd en resultaten geboekt in 2019.

Het integreren en consolideren van de drie ICT-omgevingen voor de drie gemeenten is gecontinueerd.
In 2019 is de centrale infrastructuur , het serverpark met een Europese aanbestedingstraject op de markt gezet en gegund en is begonnen met de vervanging en de migratie van alle gebruikers functies op het netwerk. In het laatste halfjaar heeft de vervanging en implementatie van het nieuwe serverpark plaatsgevonden. Dit project is veelal in de avond- en weekenden gefaseerd uitgevoerd en heeft zonder noemenswaardige grote verstoringen voor de reguliere werktijden en werkdagen in de drie gemeenten plaatsgevonden. Ons netwerk is daarmee stabieler, sneller en met grotere datacapaciteit toekomstbestendig gemaakt. Ook zijn de datalijnen geupgrade naar 10G.
 

In het eerste kwartaal heeft tezamen met Pinkroccade, onze belangrijkste leverancier op het gebied van gebruikersfuncties, per domein de verkenning plaatsgevonden op wat kan, wat nodig is en wat vervolgens in de bedrijfsprocessen geïntegreerd gaat worden. 

Dit heeft geleid tot een partnerschap overeenkomst voor jaren 2019 en 2020. Uitkomst is dat de ontwikkelkalender van Pinkroccade is opgenomen onder de partnerschapovereenkomst waardoor met bestaande financiële kaders meer producten zonder meerkosten kunnen worden afgenomen. Daarnaast wordt intensiever en sneller gereageerd op klantwensen en problemen.
 
Wij hebben de beschikbaarheid, veiligheid, kwaliteit van het functioneren van het netwerk gedurende het jaar volgens de afspraken uitgevoerd (Dienstverleningshandvest I&A)
In samenwerking met de drie gemeenten zijn verschillende pilots voor het mobiele, nieuwe werken gestart en begeleid.
 
Er zijn diverse projecten uitgevoerd, u heeft hierover de verantwoording in het Informatiseringsjaarplan 2020 onder het hoofdstuk 6 Verantwoording 2019 ontvangen. Het Informatiseringsjaarplan 2020 is door het college aan uw raad in de vergadering van 2 maart aangeboden.
 
Documentaire Informatie Voorziening
Werkproces harmonisatie:

De laatste teams uit het ruimtelijk domein hebben in maart 2019 training gekregen in de principes van het zaakgericht werken en iZaakafhandeling. Daarmee werd een periode van ruim een jaar aan trainingen voor alle teams in OWO afgesloten. De periode tussen maart en juli 2019 werd gebruikt om de laatste “restprocessen” in kaart te brengen.

Het project Transparant naar de Klant is een omvangrijk project wat diep ingrijpt op de dagelijkse werkzaamheden van de medewerkers. Tot nu toe is dit project succesvol verlopen. Met een kleine kerngroep is veel werk verzet. De mijlpalen uit de projectplanning zijn gehaald. Het laatste onderdeel van het project Transparant naar de Klant betreft de uitfasering van de bestaande DMS systemen en deze heeft plaatsgevonden in het derde en vierde kwartaal; Decos (2x) en Corsa. Ook de oude zaaksystemen CZA (2x) vielen hieronder.

Migratie DMS systemen: In het derde en vierde kwartaal zijn we gestopt met nieuwe werkvoorraad in de oude systemen toe te laten. Voor het raadplegen van bestaande informatie in de voormalige DMS’n is een hulpfunctie (zoek instrument) ingericht.

Koppelingen Sociaal domein:

Het koppelingstraject cSAM met iDocumenten is in het eerste halfjaar vlot getrokken. Processen zijn live gegaan. De processen van Opsterland zijn in het derde en vierde kwartaal ook gekoppeld ( iSAM en cSAM met iDocumenten)

In Ooststellingwerf is de koppeling iBabs met het zaaksysteem in mei 2019 in gebruik genomen. Hiermee is er gebruiksgemak ontstaan voor de medewerkers, en is de archivering geborgd. Een mooi resultaat na een intensief ontwikkel – en testtraject met de verschillende leveranciers.
 
Archiefwerkzaamheden: Het archiefbeheer(zowel analoog als digitaal) heeft veel aandacht gevraagd om aan de kwaliteitseisen archiefinspectie provinciale toezichthouder te voldoen. Daarnaast is extra capaciteit nodig geweest en ingezet om dossieropbouw en volledigheid van dossiers te corrigeren. Ook is extra capaciteit ingezet voor het uitfaseren van de Document management Systemen (DMS'n). De transformatie van bestaande werkwijzen met oude systemen naar een nieuwe werkwijze met een gezamenlijk DMS systeem vraagt ook in 2020 de nodigde aandacht en inzet van middelen.
 

Inkoop en aanbesteding
We hebben in het achterliggende jaar een aantal wijzigingen ingezet die moeten bijdragen aan het borgen van de 4K’s. Met name kwaliteit, continuïteit en kennisdeling. Gewerkt is aan portfolio deling, advisering en ondersteuning bij contractmanagement, verkenningen op het terrein van categoriemanagement. In 2019 hebben wij voorbereidingen getroffen voor de inrichting en organisatie van een regionale markt ontmoetingsdag in 2020.

OWO breed wordt uitvoering gegeven aan het Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Dit draagt bij aan de duurzaamheidsambities.

In Europees verband denken en werken wij mee aan de verbetering van Europese aanbestedingsregels en de procedures voor ondernemers. OWO heeft de afgelopen periode een proef gedraaid met het evaluatieformulier Beter aanbesteden. Aanbevelingen worden nu in het landelijk overleg besproken en mogelijk overgenomen. Een voorbeeld van onze kwaliteit en wijze van externe oriëntatie. Bouwend Nederland heeft zijn complimenten geuit op de wijze waarop het inkoopbeleid door OWO is vormgegeven. OWO breed is subsidie toegekend door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

In 2019 hebben wij een aanpassing in het inkoopbeleid ingevoerd waarbij lokale inkoop verbreed is naar lokale inkoop in de drie OWO gemeenten. Er zijn  kennissessies met ondernemers georganiseerd over (leveranciers prestatie leveringen; “past performance” werkwijze ).

Verzekeringen
Het cluster verzekeren bracht alle verzekeringen bij de OWO gemeenten in kaart en paste stapsgewijs aan waar nodig of deed een nieuwe aanbesteding. In 2019 zijn opnieuw aanbestedingen begeleid van verzekeringen. Conform afspraken zijn schadeclaims behandeld. De  beleidskaders en uitvoeringsregels hoe in OWO samenwerking om te gaan met het thema verzekeren zijn voorbereid in 2019.

Financiële administratie
De verplichte E- facturering met bedrijven welke vanaf april 2019 operationeel diende te zijn is op tijd en goed werkend geïmplementeerd. De ondersteuning voor de jaarlijkse P&C cyclus en documentatie alsook de verantwoording in de boekhouding is goed verlopen (geen noemenswaardige bevindingen vanuit de accountant of belastingdienst.
De kwaliteit en continuïteit is goed geborgd, evenals de interne beheersing en sturing op het facturatie en betalingsproces. Wij vormen hierin een best practice voorbeeld voor Nederlandse gemeenten en dit is ook landelijk gepubliceerd in een boekwerkje ”Sneller betalen: zo doen wij dat” van het ministerie van Economische zaken in samenwerking met de VNG. Als samenwerkende gemeenten doen wij het goed. Een mooi voorbeeld van 2 van de doelstellingen voor de OWO-samenwerking: de K van Kwaliteit en de K van Klanttevredenheid. In de jaarlijkse MKB onderzoeken (2019) over ons betaalgedrag (betalen binnen 30 dagen) staan wij met onze drie OWO gemeenten in de top 5 van de provincie Friesland en in de top 35 van Nederland. Wij betalen meer dan 95% van onze facturen op tijd binnen de gestelde termijn van 30 dagen.
 
Personeel- en salarisadministratie

De Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren is in het laatste halfjaar in nauwe samenwerking met de drie HRM functies in de gemeenten voorbereid. Wij hebben meegewerkt aan de inrichting en tot stand brengen van de“onboarding app” voor nieuwe medewerkers. De werkzaamheden salarisadministratie als ook het personeelsadministratie werk en de ondersteuning bij werving- en selectie zijn volgens afspraken gedaan.

Paragraaf Verbonden Partijen

Paragraaf Verbonden Partijen

Portefeuillehouder(s)

College

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

Wij hebben een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. De samenwerkingsvormen worden aangeduid met het begrip 'verbonden partijen''. Hieronder wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is gebaseerd op het uitgangspunt dat onze gemeente alleen participeert in verbonden partijen als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten (van een stichting of vennootschap) staat telkens de doelstelling van de betreffende rechtspersoon geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het veelal om:

  • Efficiency voordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.
  • Wettelijke verplichting

Zeggenschap in de praktijk

De invloed van de gemeenten verloopt via besturen van stichtingen, gemeenschappelijke regelingen, aandeelhouders en de raden van commissarissen en toezicht. In het bestuur van die stichtingen en ondernemingen zijn wij vertegenwoordigd. Via dat bestuur wordt onze invloed aangewend als het gaat om sturing op onder andere financiën, risico’s en toekomstvisie. Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur en dat brengt met zich mee dat de directe invloed per definitie beperkt is. Als zich een meerderheid vormt voor of tegen een voorstel dan is de stem van de enkeling niet doorslaggevend en zal de minderheid zich ook moeten schikken. De democratische controle op de in dit overzicht genoemde ‘partijen’ waarmee de gemeente zich verbonden heeft, ligt bij de gemeenteraad. In de besturen zitten in de meeste gevallen leden van ons college en die verantwoorden zich tegenover de raad op de gebruikelijke wijze.

Financieel belang

Het financiële belang dat is gemoeid met de deelneming in verbonden partijen staat per instelling in de tabel onderaan deze paragraaf.

Beleidsontwikkelingen enkele samenwerkingsverbanden

Veiligheidsregio Fryslân

De informatie over de VRF komt uit de tweede bestuursrapportage en gaat over januari tot augustus 2019. De volledige verantwoording van de VRF richting de gemeenteraad volgt zodra de jaarrekening van de VRF 2019 klaar is. De tweede bestuursrapportage van de VRF gaat ervan uit dat het totale resultaat voor 2019 zal uitkomen op € 429.000 negatief.

Voor het programma Gezondheid verwacht men een resultaat van € 0,-. Dit resultaat is een gevolg van hogere inkomsten (reizigersvaccinatie en uitbraakmaatregel meningokokken) en hogere kosten (Academische werkplaats en uitvoering JGZ). De uitvoering voor JGZ leidt tot een verwacht negatief saldo van afgerond € 200.000 volgens bestuurlijke afspraken.

De voorspelling voor het resultaat van programma Brandweer is € 130.000 negatief. Dit resultaat is veroorzaakt door de volgende zaken:
- een tekort op de verzekeringsportefeuille;
- hogere kosten voor het vakbekwaam worden van de te realiseren post Oudega;
- een schadeclaim na een oefening bij een lokale ondernemer en
- de salaristoelagen van garantiekandidaten welke drukken op het formatiebudget.

Voor het programma Crisisbeheersing verwacht VRF een negatief resultaat van € 30.000. Dit is hoofdzakelijk als gevolg van de containercalamiteit. Het gaat dan voornamelijk om de extra personele inzet en de kosten van de evaluatie uitgevoerd door het Instituut Fysieke Veiligheid.

De verwachting voor het eindresultaat voor het programma Organisatie is € 269.000 negatief. Belangrijkste veroorzaker is het tekort op de formatie. Een tendens die vorig jaar al is ingezet, toen een vergelijkbaar tekort werd gepresenteerd in het jaarverslag. Deze signalen benadrukken de kwetsbaarheid van de bestaande formatie en onderschrijven de uitkomsten van het onderzoek van Berenschot. De tweede veroorzaker van het tekort zit in de exploitatie. Dit speelt vooral op het terrein van informatiemanagement. Hier merken we dat de toegenomen vraag aan data en informatievoorziening leidt tot extra licentie-, abonnements- en beheerskosten.

Welstandszorg Hûs en Hiem

Met de verwachtte inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt ook de welstandsbeoordeling. Naast de inhoudelijke consequenties zal dit ook effect hebben op de positie van Hûs en Hiem en de gemeenschappelijke regeling. Onder begeleiding van de VFG vindt discussie plaats over de gewenste nieuwe richting. Ook vanuit de VNG, de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vindt hierover discussie plaats.

In 2020 moet hierover de besluitvorming plaatsvinden.

Omrin

Wij zijn samen met de Friese gemeenten (met uitzondering van Smallingerland) aandeelhouder van Afvalsturing Friesland (met handelsnaam Omrin). Omrin is tot stand gekomen nadat de Friese gemeenten de wens tot meer integrale samenwerking op het gebied van afval binnen de provincie hadden aangegeven. Doelstelling van de samenwerking is een betere kostenbeheersing en meer invloed op het ketenbeheer. De aangesloten gemeenten hebben een leveringsplicht aan Omrin. De visie van Omrin luidt als volgt: “toonaangevend in inzameling en be- en verwerking, terugwinnen van grondstoffen en productie van duurzame energie”. Omrin is continue bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de transitie Van afval naar grondstof (Vang). Vanuit de visie is Omrin ook aanjager van het principe circulaire economie. Voorbeeld hiervan is de in gebruik genomen installatie voor het sorteren van kunststof in vijf verschillende stromen. Deze zijn ieder voor zich goed geschikt om te worden gebruikt als grondstof voor nieuwe producten.

De Marrekrite

Voor aanleg en onderhoud van recreatieve voorzieningen in Friesland is in 1957 de gemeenschappelijke regeling De Marrekrite ingesteld. De belangrijkste taak is het beheer en onderhoud van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen en het fietsknooppuntennetwerk. In 2017 is het beheer en onderhoud van routenetwerken (borden) in de provincie Friesland aan de werkzaamheden van de Marrekrite toegevoegd. Ook het aanleggen, aanpassen en uitbreiden van het wandel- en fietsknooppuntensysteem is onderdeel van het werk van de Marrekrite. Het gebruikelijke onderhoud van de fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie en de gemeenten.

Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV

In 2019 is er gewerkt aan de herstructurering van het Sociaal Werkbedrijf en dit proces is eind 2019 afgerond. De herstructurering was noodzakelijk vanwege de invoering van de Participatiewet. Deze wet zorgt ervoor dat de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) vanaf 1 januari 2015 geen nieuwe indicaties meer afgeeft. Hierdoor komen er geen nieuwe medewerkers bij in de SW bedrijven. Dit zorgt voor een andere vraag aan de SW bedrijven.

De uitkomst van het herstructureringstraject is dat de gemeente Weststellingwerf vanaf 1 januari 2020 niet langer eigenaar/aandeelhouder meer is van Caparis NV. We hebben een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met Caparis NV voor de medewerkers met een SW indicatie die in Weststellingwerf wonen. Deze dienstverleningsovereenkomst is afgesloten voor een periode van 5 jaar (tot en met 2024).

Het werkgeverschap voor de SW medewerkers is behouden in de GR SW Fryslan. Hiervan is de gemeente Weststellingwerf nog steeds onderdeel. Er is besloten dat de GR SW Fryslan alleen een werkgeversfunctie heeft. Dit komt door de voorwaarde dat de SW medewerkers werkgeverschap moeten hebben in een publieke organisatie. De accenten binnen de afspraken tussen gemeenten en Caparis worden bepaald in de dienstverleningsovereenkomst per gemeente.

De uitkomst past bij de wens van het college om voor de kwetsbare SW doelgroep de situatie zo weinig mogelijk te veranderen. Voor de medewerkers van Caparis is er niets veranderd. Zij werken nog steeds voor Caparis en behouden het werkgeverschap bij de GR SW Fryslan.

Financieel kent de uitkomst van de herstructurering ook een positieve uitkomst. In de dienstverleningsovereenkomst zien we een structureel voordeel van € 268.000. Daarnaast is er een eenmalig voordeel door verkoop van onze aandelen Caparis van € 342.000.

Stichting Comprix

Stichting Comprix is verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs in de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf en Opsterland. In 2015-2016 is door het bestuur van de toenmalige stichting Comperio gewerkt aan de samenwerking en fusie met Stichting PRIMO Opsterland. Met ingang van 1 januari 2017 is er sprake van één stichting. Hierdoor is een goede balans ontstaan tussen bovenschoolse organisatie en het scholenbestand/leerlingenaantal. Comprix houdt zich vooral bezig met het behoud van de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie OWO-gemeenten.

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.

Onze gemeente is sinds begin 2018 deelnemer in de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. Voorheen was dit Stichting Openbare Verlichting Fryslân (SOVF). Deze coöperatie doet het onderhoud aan de openbare verlichting van de meeste Friese gemeenten en de provincie Fryslân. Daarnaast koopt de coöperatie energie in voor deze partijen.

Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt 

Veiligheidsregio Fryslân
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel door schaalvergroting
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2019 Veiligheid € 1.318.000 Gezondheid € 927.941
Ontwikkelingen 2019 Beschermen en bevorderen gezondheid en veiligheid van inwoners in Friesland. Door verbeterde zorg, crisisbeheersing en digitale beveiliging.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 3.041.686 € 55.525.485
31-12-2018 € 5.266.093 € 58.560.060
Resultaat 2018 € 1.873.661
Portefeuillehouder Van de Nadort
FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)
Vestigingsplaats Grou
Doel deelname Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2019 € 242.300
Ontwikkelingen 2019 De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken. Doel van de FUMO is het realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 5.729 € 3.383.034
31-12-2018 € 647.128 € 3.740.204
Resultaat 2018 € 448.097
Portefeuillehouder Jongebloed
GR Hus en Hiem
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel
Belang In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.
Ontwikkelingen 2019 Door de aantrekkende economie zijn er meer adviesaanvragen binnen gekomen. Verder is Hus en Hiem bezig geweest om in beeld te brengen hoe men kan anticiperen op de nieuwe wetgeving.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 321.942 € 93.672
31-12-2018 € 369.353 € 120.418
Resultaat 2018 € 2.411
Portefeuillehouder Zonderland
Recreatieschap voor het Friese Waterland 'De Marrekrite'
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf Provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2019 € 25.015 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.
Ontwikkelingen 2019 Duurzame (vervangings)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 4.012.195 € 1.520.946
31-12-2018 € 4.136.522 € 1.380.309
Resultaat 2018 € 340.924
Portefeuillehouder Hoen
OLAF / OMRIN 
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf  Provincie Fryslân en de Friese gemeenten
Belang Zie onder OMRIN
Ontwikkelingen 2019 Zie onder OMRIN
Vermogen Zie onder OMRIN
Resultaat 2018 Zie onder OMRIN
Portefeuillehouder Rikkers
GR SW Fryslân
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2019 € 4.534.411 (SW-loonkosten incl. opslag)
Ontwikkelingen 2019

In 2019 is er gewerkt aan de herstructurering van het Sociaal Werkbedrijf en dit proces is eind 2019 afgerond. De uitkomst van het herstructureringstraject is dat de gemeente Weststellingwerf vanaf 1 januari 2020 niet langer eigenaar/aandeelhouder meer is van Caparis NV. We hebben een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met Caparis NV voor de medewerkers met een SW indicatie die in Weststellingwerf wonen. Deze dienstverleningsovereenkomst is afgesloten voor een periode van 5 jaar (tot en met 2024).

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018

€ 625.000

€ 6.394.000
31-12-2018 € 600.000 € 5.661.000
Resultaat 2018 € - 25.000
Portefeuillehouder Rikkers

2. Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen
Belang Deelname € 120.892
Ontwikkelingen 2019 Voorkomen schuldproblematiek.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 2.392.000 € 35.692.000
31-12-2018 € 2.371.000 € 42.801.000
Resultaat 2018 Niet bekend
Portefeuillehouder Rikkers
Stichting FRIGEM
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Krachtenbundeling aandeelhouders (voormalig) Essent
Opmerking Gezamenlijke vertegenwoordiging oud-aandeelhouders NV FRIGEM in aandeelhoudersvergadering (voormalig) Essent. Lid college in bestuur
Belang Geen
Ontwikkelingen 2019 Er worden geen gemeentelijke taken uitgevoerd.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2018 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Jongebloed 
Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)
Vestigingsplaats Wolvega
Doel deelname Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.
Belang Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.
Ontwikkelingen 2019 Geen specifieke ontwikkelingen
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 6.752.520 € 5.616.003
31-12-2018 € 6.864.970 € 5.818.435
Resultaat 2018 € 294.639
Portefeuillehouder Hoen
Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. 
Vestigingsplaats Sneek
Doel deelname Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2019 € 23.000
Ontwikkelingen 2019 Professionalisering van dit samenwerkingsverband op het gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie verder ontwikkelen.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2018 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Rikkers

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

Caparis NV
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering geven aan de WSW
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel
Belang De gemeente is aandeelhouder tot 1 januari 2020
Ontwikkelingen 2019 Zie de ontwikkelingen GR SW Fryslân
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 16.091.000 € 7.505.000
31-12-2018 € 14.232.000 € 8.849.000
Resultaat 2018 € -1.859.000
Portefeuillehouder Jongebloed
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doel deelname BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Belang Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178
Ontwikkelingen 2019 Geen specifieke ontwikkelingen.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 4.953.000.000 € 135.072.000.000
31-12-2018 € 4.990.000.000­ € 132.519.000.000
Resultaat 2018 € 337.000.000
Portefeuillehouder Jongebloed 
OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000
Ontwikkelingen 2019 Omrin is bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de transitie Van afval naar grondstof (Vang). Vanuit die visie is Omrin ook aanjager van het principe circulaire economie.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 48.680.000 € 160.130.000
31-12-2018 € 50.585.000 € 152.203.000
Resultaat 2018 € 2.026.000
Portefeuillehouder Rikkers

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf grondbeleid

Portefeuillehouder Jongebloed en Zonderland
Organisatie Ruimte

Algemeen

De belangstelling voor woningbouwlocaties en bedrijventerreinen was ook in Weststellingwerf wederom merkbaar. Voor zover het binnen de mogelijkheden van de gemeente ligt worden belangstellenden zoveel mogelijk gefaciliteerd.

Pfas-regelgeving
De invoering van de PFAS-regelgeving was van invloed op de bedrijventerreinen. De regelgeving bracht onzekerheid met zich mee over de afvoermogelijkheden van vrijkomende grond bij nieuwbouw. Om risico's uit te sluiten hebben wij bodemonderzoeken op Pfas laten uitvoeren. Dit is gedaan voor de gereserveerde kavels. De resultaten van de bodemonderzoeken geven geen beperkingen voor het afvoeren van vrijkomende grond. 

Transport schaarste elektriciteitsnet
De capaciteit van het elektriciteitsnet is niet voor alle ontwikkelingen voldoende. Dit kan van invloed zijn op de verkoopbaarheid van de bedrijfskavels. Wij zijn hierover in gesprek met de netbeheerder. Zie ook programma 3. 

Parameters

De grondexploitaties zijn beoordeeld en geactualiseerd. De parameters kostenstijging (1,5%) en opbrengststijging (1%) zijn ongewijzigd. Het rentepercentage is gewijzigd van 2,61% in 2019 naar 2,62% voor 2020. De disconteringsvoet voor de omvangbepaling verliesvoorzieningen is 2%.

Marketing

Bij de verkoop van woningbouwkavels en de bedrijventerreinen is het belangrijk om ons aanbod bij een zo groot mogelijk publiek onder de aandacht te brengen. Hiervoor zijn diverse communicatiemiddelen en promoties ingezet.
Hieronder een samenvatting van de acties die hebben plaatsgevonden:

  • Verkopen en nieuwbouw op bedrijventerreinen Uitbreiding Schipsloot en De Plantage te Wolvega bekend gemaakt in de Nieuwsbrief Ondernemers;
  • Rondje Lindewijk, een prestatieloop in de woonwijk;
  • Paardenmarathon Lindewijk, deels door de woonwijk;
  • Persbericht over de voortgang van het nieuwbouwproject in Noordwolde op de voormalige locatie van de Renbaanschool;
  • Actueel houden van de informatie op de websites www.weststellingwerf.nl en www.lindewijk.nl;
  • Nieuwsbrieven belangstellenden en inwoners Lindewijk;
  • Geadverteerd met vrije kavels op onze woningbouwlocaties op www.funda.nl en www.bouwkavelsonline.nl;
  • Diverse advertenties van de woningbouwkavels in verschillende kranten en gidsen;
  • Diverse PR voor Lindewijk met bijvoorbeeld een vier seizoenen welkomstdoek, berichten via social media met ook een koppeling aan aanverwante activiteiten, zoals Lindebuurtfeest, cursus Loop je Fit ter voorbereiding op Rondje Lindewijk;
  • Verkoopborden geplaatst op de bedrijventerreinen;
  • Gesprekken gevoerd met deskundigen over de positionering van onze bedrijventerreinen;
  • Promotie van onze kavels tijdens onze open dag van de gemeente. Hiervoor is ook een presentatiewand, folder en promotiemateriaal gemaakt.

     

Vennootschapsbelasting

Jaarlijks toetsten wij of we Vennootschapsbelasting (VPB) moeten betalen over ondernemingsactiviteiten. Het verkopen van grond kan namelijk gezien worden als een ondernemingsactiviteit. Voor 2019 en de volgende jaren is de gemeente geen ondernemer volgens de VPB voor de grondverkopen.

Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG)

Door wijzigingen in 2016 in de landelijke regelgeving (BBV) bestaat de categorie niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) niet meer. Uiterlijk 31-12-2019 moest worden besloten of deze gronden in exploitatie worden genomen. Op het moment dat de beslissing valt moet de waarde van de deze gronden worden aangepast naar de nieuwe bestemming. Ingeval dit een lagere waarde is dan op de balans wordt gepresenteerd, dan wordt op de gronden afgeboekt voor 31 december 2019.  

In 2019 hebben wij besloten om Bedrijvenlandgoed Helomastate vooralsnog niet in exploitatie te nemen. Wij hebben dit laten taxeren door een externe deskundige. De huidige balanswaarde kan blijven bestaan. 

In 2019 heeft de gemeenteraad het besluit genomen de grondexploitatie Lindewijk deelgebied 2 voort te zetten. De waarde van de grond is ingebracht in de grondexploitatie. 

Bovenstaande betekent dat wij hebben voldaan aan de voorschriften van de BBV en dat er volgend jaar niet meer wordt gerapporteerd over de NIEGG.

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Er zijn zeven grondexploitaties waarvan vier woningbouwlocaties en drie bedrijventerreinen.

Woningbouwlocaties

De Tuinen te Wolvega
In dit plangebied is de laatste kavel in optie gegeven. Nu de laatste kavel in 2019 nog niet is verkocht, wordt de looptijd van deze grondexploitatie verlengd. De verlenging van de looptijd heeft een negatief gevolg op de grondexploitatie zodat de bestaande voorziening wordt verhoogd met € 21.000.

Oldeholtpade Noord Oost
Aan de Weidekamp is de laatste kavel in optie gegeven. Nu de laatste kavel in 2019 nog niet is verkocht, wordt de looptijd van deze grondexploitatie verlengd. De meeste kosten en opbrengsten zijn in deze grondexploitatie gerealiseerd. Volgens de regelgeving van het BBV is er daardoor een financieel voordeel van € 107.000 (verlagen verliesvoorziening € 10.000 naar nul en winstneming € 97.000).

Lindewijk te Wolvega
Er zijn 11 kavels verkocht. Daarmee zijn de verwachte inkomsten niet gerealiseerd. De uitgaven zijn lager uitgevallen dan geraamd. Per 31 december 2019 liggen er opties op 58 projectmatige bouwkavels en drie op particuliere bouwkavels. Voor de bouwkavel voor de appartementen aan het Tijgerblauwtje zijn we in gesprek met een ontwikkelaar. Hierbij worden de opmerkingen van de raad op het bestemmingsplan meegenomen. Er zijn nu nog 43 vrije kavels in de verkoop, waarvan zes onder optie.
In 2019 is een aantal fietsbruggen gerealiseerd. Lindewijk deelgebied 1 is nu helemaal bouwrijp gemaakt. Vlak voor de jaarwisseling is het woonrijpmaken van een gedeelte van de Komma- en de Citroenvlinder opgeleverd, waarmee ook de nieuwe bewoners van dat deel van de Lindewijk een prettige leefomgeving wordt geboden.

Locatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
Van de projectmatige kavels is er één verkocht voor de bouw van vier rijwoningen. Deze woningen zijn gebouwd en bewoond. Eén projectkavel voor nogmaals acht rijwoningen is gereserveerd. De verkoop van deze woningen is gestart. Van de zeven particuliere kavels is één verkocht en bebouwd. 
Dit betekent dat er nog zes particuliere kavels te koop zijn. De verkoopprognose is hierop aangepast door de looptijd met twee jaar te verlengen van 2022 naar 2024.
Door de gerealiseerde verkopen valt volgens de regelgeving van het BBV een bedrag vrij van € 13.000 (winstneming). 

Bedrijventerreinen

Er zijn met 30 bedrijven gesprekken gevoerd over de vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen in Wolvega. In de gesprekken met de bedrijven worden eerst de bedrijfsactiviteiten in beeld gebracht en getoetst aan onder andere het bestemmingsplan. Daarbij worden de bedrijven zoveel mogelijk gefaciliteerd bijvoorbeeld door flexibiliteit in kavelgrootte, ondersteuning bij planvorming/bouwplan en maatwerk. Voor De Plantage heeft dit al geleid tot verkopen.

In 2019 is gestart met oriënterende gesprekken met marktpartijen, deskundigen en adviseurs. De informatie wordt gebruikt voor een profiel van potentiële bedrijven voor onze bedrijventerreinen en de locaties wonen/werken op Uitbreiding Schipsloot. Daarnaast geeft het inzicht en informatie die wij in 2020 met u zullen delen.

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
De geraamde verkopen zijn dit jaar niet behaald. Er is wel een koopovereenkomst gesloten voor een nieuwe bedrijfsvestiging. De eigendomsoverdracht zal in 2020 plaatsvinden. Voor dit bedrijf is een herverkaveling uitgevoerd om een grotere kavel aan te kunnen bieden. 
De reservering op een kavel voor wonen/werken aan de Messingstraat is niet omgezet in koop. De ondernemer heeft uiteindelijk niet gekozen voor een eigen bedrijfspand met nieuwbouw. De noordelijkste kavel aan de Messingstraat is gereserveerd. Op deze kavel is planologisch geen bedrijfswoning toegestaan. In 2020 zal blijken of de reservering wordt omgezet in koop. 
Door het niet realiseren van geraamde verkoopopbrengsten is een financieel nadeel ontstaan. Hiervoor wordt de bestaande voorziening verhoogd met € 37.000. 

De Plantage
Er is een kavel verkocht van ruim 3.000 m² voor de bouw van twee bedrijvenverzamelgebouwen. Deze gebouwen zijn in aanbouw. Voor een kavel van ruim een hectare is concrete belangstelling. Voor het nieuwe bedrijfsgebouw is een omgevingsvergunning verleend. De eigendomsoverdracht zal in 2020 plaatsvinden. Dit geldt eveneens voor een uitbreiding van een bestaande bedrijfskavel. Een reservering op een kavel van zo'n 4.000 m² is niet omgezet in koop. 
Door minder verkopen dan geraamd is er een financieel nadeel. Hierdoor is de bestaande voorziening verhoogd met € 75.000.

Noord West III te Wolvega
Er is nog één zichtlocatie te koop. Vanwege de einde looptijd is deze verlengd met één jaar. De meeste kosten en opbrengsten zijn in deze grondexploitatie al gemaakt. Hierdoor is de verliesvoorziening met € 5.000 verlaagd.

Boekwaarde bouwgronden

x € 1000
Grondexploitaties boekwaarden (BW) Boekwaarde 31-12-2018 Verliesvoorziening cumulatief Winstuitname cumulatief Balanswaarde 31-12-2018 Investeringen 2019 Opbrengsten 2019 Boekwaarde 31-12-2019 Verliesvoorziening 2019 Winstuitneming 2019 Balanswaarde 31-12-2019
Woningbouwterreinen
Wolvega De Tuinen - 1.694 120 1.950 136 22 1 - 1.672 21 - 136
Oldeholtpade Noord Oost - 713 10 618 - 105 13 1 - 700 - 10 97 14
Wolvega Lindewijk deelgebied I 6.806 1.291 - 5.515 11.488 1.820 16.474 - - 15.183
Noordwolde Locatie Renbaanschool 327 - 8 335 33 177 183 - 13 205
Totaal 4.726 1.421 2.576 5.881 11.556 1.998 14.284 11 110 15.538
Bedrijventerreinen
Wolvega Noord West III 483 398 - 86 30 - 514 - 5 - 121
Wolvega Uitbreiding Schipsloot 4.585 994 - 3.591 167 1 4.751 37 - 3.720
Wolvega De Plantage 4.722 2.594 - 2.127 170 141 4.750 75 - 2.081
Totaal 9.790 3.986 - 5.804 367 142 10.015 107 - 5.922
Totaal 14.516 5.407 2.576 11.685 11.923 2.140 24.299 118 110 21.461

Toelichting tabel

  • De boekwaarde is het totaalbedrag van alle investeringen en opbrengsten uit het verleden.
  • Balanswaarde is de gerealiseerde waarde inclusief de verliesvoorzieningen en winstuitnames.
  • Verliesvoorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd per grondexploitatie en berekend op basis van de netto contante waarde(NCW) van 2%.
  • Winstnemingen worden jaarlijks berekend over de winstgevende grondexploitaties met de Percentage of Completion Methode (POC).
  • De POC methode is de opbrengsten en kosten naar rato van de prestatie verwerken. Hierdoor ontstaat er inzicht in de financiële gevolgen tijdens een boekjaar en worden de opbrengsten en kosten in de winst- en verliesrekening verantwoord.

In de toelichting op de balans onder de vlottende activa worden de prognoses van kosten, opbrengsten, eindwaardes en resterende looptijd getoond.

Wijziging in voorziening of winstuitname per grondexploitatie in 2019. 

  • Bij Lindewijk deelgebied 1 is in het verleden een grote voorziening vanwege verliezen geboekt. Met de realisatie van 2019 en de nieuwe prognose voor Lindewijk deelgebied 1 en 2 samen is het te verwachten verlies gelijk. In 2020 zal voor deelgebied 2 een nieuw stedenbouwkundig plan worden ontwikkeld. Dit plan zal met uw raad worden afgestemd. 
  • Wolvega De Tuinen, Noordwolde locatie Renbaanschool en Oldeholtpade Noord Oost zijn positieve grondexploitaties. Voor Wolvega De Tuinen is in 2019 de voorziening opgehoogd. Dit komt omdat er in het verleden een grote winstneming is gedaan, groter dan nu de eindwaarde lijkt te zijn. Voor de grondexploitatie Oldeholtpade Noord Oost is het restant van de verliesvoorziening afgeboekt en is nog een winstneming gedaan. Voor de Noordwolde locatie Renbaanschool is een winstneming van € 13.000 gedaan. 
  • Bij Wolvega Noord West II is de verliesvoorziening gedaald ten opzichte van de vorige jaarrekening met € 5.000. Voor Wolvega Uitbreiding Schipsloot en Wolvega De Plantage zijn de verliesvoorzieningen gestegen vanwege het jaarresultaat, nieuwe prognoses en het verlengen van de looptijd. 

Paragraaf Streekagenda

Paragraaf Streekagenda

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

 

Algemeen

De Streekagenda is een structuur van samenwerking in de regio Zuidoost Friesland, die per 1 januari 2020 is beëindigd. Ten aanzien van de nog lopende projecten is afgesproken dat deze uiterlijk in juni 2021 moeten zijn afgerond. In gesprekken over de toekomstige vorm van samenwerking in de regio Zuidoost Friesland is door alle deelnemende partijen nadrukkelijk uitgesproken dat een vorm van samenwerking gewenst blijft. Dit heeft ertoe geleid dat de regio in 2019 een aanvraag heeft ingediend voor een Regiodeal.
Bij de inmiddels gehonoreerde aanvraag is de samenwerking er vooral op gericht om te komen tot nadere afspraken binnen de Regiodeal. Deze werkwijze zal de basis zijn voor de nieuwe structuur van samenwerking.

Vanaf 2018 is binnen de Streekagenda de focus gelegd op beleidsmatige vraagstukken die spelen in regionaal verband. In eerste instantie zijn de volgende 6 thema's geconcretiseerd :

  • herstructurering bedrijvenlocaties
  • klimaatagenda
  • circulaire economie
  • energietransitie
  • investeringsagenda
  • leefbaarheid platteland

Voor het thema herstructurering bedrijfslocaties hebben wij twee locaties aangedragen. Door onafhankelijke partijen wordt alle van belang zijnde informatie verzameld op basis waarvan voor één locatie een plan van aanpak wordt geschreven. Binnen de regio komen meerdere plannen van aanpak beschikbaar die kunnen worden gebruikt voor de concrete situatie of als basis voor andere locaties.

Binnen het thema klimaatagenda heeft het Wetterskip bezoeken georganiseerd aan locaties waar al wordt geanticipeerd op het veranderende klimaat. Verder organiseert het Wetterskip ook bijeenkomsten/gesprekken binnen gebieden over het onderwerp klimaatadaptie.

Het thema circulaire economie richt zich op bewustwording voor (her)gebruik grondstoffen. Concreet is hiervoor het project Rotan 2.0 gestart. Samen met bestemming Noordwolde en Ambacht Noordwolde wordt dit concreet ingevuld. Het betreft vooral het weer zichtbaar maken van het vlechten met rotan. 

Het thema energietransitie heeft een regionaal karakter en bestaat uit verschillende deelprojecten. Wij hebben in 2018 besloten mee te doen aan de deelprojecten "MKB verduurzamen"en "dorpen naar energieneutraal".
Binnen het deelproject MKB verduurzamen stimuleren wij ondernemers op basis van onderzoek op bedrijfsniveau om energiebesparende maatregelen te treffen. De ervaringen kunnen daarna worden gebruikt in de onderlinge contacten tussen ondernemers, waardoor dit een uitwaaiend effect krijgt. Daarnaast zijn er bijeenkomsten georganiseerd en is er een informatiefolder gemaakt.
Binnen het deelproject dorpen naar energie neutraal willen wij dorpen de energiemix methode aanbieden. Aan de hand hiervan kunnen dorpen de mogelijkheden bespreken om als dorp energie neutraal te worden. In 2019 zijn over de toepassing van de energiemix methode gesprekken gevoerd met Boijl en Steggerda.

Het thema investeringskalender betreft een onderzoek van de provincie naar een andere financiële inrichting van de Streekagenda. Door de beëindiging van de Streekagenda is dit thema afgerond.

Het thema leefbaarheid op het platteland heeft vooral betrekking op een betere afstemming tussen wonen en zorg. Vraagstukken rondom het toekomst bestendig maken van de woonvoorraad (sociaal en particulier) en het nog beter inrichten van zorg gericht op senioren passeren hierbij de revue. Verschillende bijeenkomsten zijn georganiseerd waarbij alle betrokken partijen (zoals woningbouwcorporaties, zorgaanbieders, makelaars en vastgoedpartijen) met elkaar hebben gesproken over dit onderwerp. Met de kennisdeling die op deze manier heeft plaatsgevonden, is het thema afgerond.

Naast de 6 thema's zijn er nog een aantal onderwerpen die voor de thematische aanpak zijn gestart. Zo is de verdere uitwerking van de projectvoorstellen ErVaren en Turf afgerond en zijn onderdelen in uitvoering. De totale afronding zal voor juni 2021 plaats vinden. Ook het opstellen van een visie "entrées en poorten" is afgerond. Dit rapport levert een basis om de regio Zuidoost meer als eenheid te promoten en markeert de start voor de aanpak van het gebied Driewegsluis.

Verder is de Landschapsvisie Zuidoost Friesland afgerond.

Tot slot is in het kader van de herstructurering van het gebied Ds. Reitsmastraat/Ds. Van der Tuukstraat gestart met de vervanging van de riolering en de sloop van de woningen. Vanuit de Integrale Stedelijke Vernieuwing (ISV) is hiervoor een provinciale bijdrage toegekend van maximaal € 226.000. Afronding van het totaal is voorzien in 2020.

Financieel

Voor de projecten die nog in uitvoering zijn, waarvan de financiering loopt via het gebiedsbudget binnen de streekagenda, is de gemeentelijke bijdrage geregeld. Het gaat om de volgende projecten:

  • Integrale Stedelijke Vernieuwing Noordwolde;
  • Uitwerken projectvoorstellen ErVaren en Turf,
  • Aandachtsgebied Noordwolde.
  • Circulaire economie
  • Regionale energietransitie
Publicatiedatum: 29-05-2020

Inhoud