Begroting op hoofdlijnen

Financieel beeld 2022-2025

In deze begroting op hoofdlijnen lichten wij het financiële beeld voor de komende jaren van de gemeente Weststellingwerf toe. Net als bij de meeste gemeenten in Nederland, staan ook de financiën van onze gemeente onder druk. De lobby bij het Rijk naar aanleiding van de tekorten bij de gemeenten begint heel voorzichtig zijn vruchten af te werpen. Zo ontvangen alle gemeenten in 2022 extra middelen en mogen we voor 2023 tot en met 2025 een stelpost voor extra inkomsten opnemen. Toch blijft het nodig om te bezuinigen om zo de begroting met positieve saldi te sluiten. Bij de Kadernota 2022 namen wij hiervoor al een bezuinigingstaakstelling op. Natuurlijk blijven wij alle ontwikkelingen op het financiële gebied volgen en houden we de raad op de hoogte van deze ontwikkelingen. Twee ontwikkelingen willen wij hieronder alvast toelichten.

Corona
In deze begroting gaan we er van uit dat we de gemeentelijke activiteiten weer (redelijk) normaal uit kunnen voeren. Wij worden hierin gesteund door recente voorspellingen (augustus 2021) van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB spreekt van een veerkrachtig herstel. 
Wij hebben de ramingen in deze begroting opgesteld op basis van bestaand beleid. Dat wil zeggen dat we de structurele budgetten niet hebben aangepast als gevolg van corona. Wel nemen we in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen een risicobedrag op voor de financiële gevolgen van corona. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen we naar de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.

Herijking gemeentefonds 
Gemeenten ontvangen jaarlijks geld van het Rijk. Een groot deel daarvan krijgen gemeenten via het gemeentefonds. De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via het gemeentefonds bedraagt zo'n € 30 miljard en dit wordt vanaf 2023 anders verdeeld. Op dit moment onderzoekt het Rijk hoe het geld het best verdeeld kan worden. Dit noemen we de herijking van het gemeentefonds. 
Begin 2021 hebben de fondsbeheerders (ministeries van BZK en Financiën) een voorstel voor een nieuw verdeelmodel gedaan aan de gemeenten. Dit voorstel leidde tot veel kritische vragen over de nieuwe verdeling. Naar aanleiding van deze vragen deden de fondsbeheerders in de zomer van 2021 een aangepast voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Er is op het moment van het opstellen van deze begroting nog geen besluit genomen over het aangepaste voorstel. 
Berekenen we het aandeel van gemeente Weststellingwerf in het gemeentefonds volgens het nieuwe verdeelmodel, dan ontvangen wij vanaf 2023 meer inkomsten vanuit het gemeentefonds. Omdat ook het nieuwe voorstel nog leidt tot vragen bij gemeenten, het Rijk het verdeelmodel nog actualiseert en er nog geen officieel besluit is genomen, kunnen en mogen wij deze extra inkomsten niet opnemen in deze begroting. Volgens planning maakt het Rijk in de meicirculaire van 2022 de definitieve berekening van het nieuwe verdeelmodel bekend. 

Structureel begrotingssaldo 2022-2025

In de begroting moet duidelijk zijn welke lasten en baten structureel zijn en welk incidenteel. Als de structurele lasten gedekt zijn door de structurele baten (de structurele baten zijn groter dan de structurele lasten), dan is er sprake van structureel evenwicht. Als de eerste jaarschijf van de begroting (het jaar 2022) niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat het evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren er wel is. Uit de tabel hierna blijkt dat we zowel in 2022 als vanaf 2024 voldoen aan het structurele evenwicht. Daarmee voldoen we aan de eis van onze toezichthouder om in aanmerking te komen voor het repressief toezicht (controle achteraf). Uiteraard past dit ook bij onze eigen wens om te streven naar een financieel gezond perspectief.

x € 1.000
Structureel saldo van de begroting Begroot 2022 MJB 2023 MJB 2024 MJB 2025
Saldo baten en lasten (eindstand programmabegroting 2022-2025) -324 -773 -321 40
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves 423 427 407 326
Begrotingssaldo na bestemming 99 -346 86 366
Waarvan Incidentele baten en lasten 512 310 0 0
Structureel saldo van de begroting 611 -36 86 366

Uitgangspunten bij de begroting 2022-2025

In deze begroting gaan we uit van de onderstaande technische uitgangspunten. Deze hebben betrekking op specifieke onderdelen van de begroting, zoals te hanteren percentages voor rente en loon- en prijsstijging en de ontwikkeling van de lokale lasten. We lichten ze hieronder toe.

Rente
Bij het bepalen van de rekenrente (renteomslag-percentage) volgen we de notitie rente van de commissie BBV. Voor 2022 hanteren we afgerond 1,5%. 

Mutaties gemeentefonds
In mutaties gemeentefonds zijn de verwachte compensatie voor lonen en prijzen en de mutaties op basis van de meicirculaire 2021 meegenomen.

Loonontwikkelingen
Voor de ramingen van de salarissen van het ambtelijk personeel vormen de cao-afspraken het uitgangspunt. De cao gemeenten had een looptijd tot 1 januari 2021. Er is nog geen nieuwe cao afgesloten. Om die reden baseren we ons op het indexatiecijfer van de “loonvoet sector overheid” uit de meest recente raming van het Centraal Economisch Plan door het CPB. De raming uit maart 2021 geeft een verwachte indexatie weer van 1,5% voor 2022. Bovenop deze loonindexatie is het reëel rekening te houden met een pensioenpremiestijging door het ABP, maar de omvang daarvan is nog niet bekend. In z'n totaliteit houden we rekening met een stijging van 2%. Binnen de OWO-gemeenten is eveneens een stijging van 2% afgestemd.

Ontwikkeling van de lokale heffingen
Ons streven is om zowel het niveau van de gemeentelijke heffingen als de woonlasten in deze bestuursperiode binnen onze financiële mogelijkheden zo stabiel mogelijk te houden. Voor de komende jaren wordt als gevolg van de inflatieontwikkeling een trendmatige verhoging van 1,5% voorzien van de onroerendgoedbelastingen.

Prijsstijgingen (inflatie)
We hanteren de nullijn, ook voor prijsgevoelige ramingen. Het uitgangspunt is dat noodzakelijke verhogingen binnen het budget (door bijvoorbeeld efficiëntiemaatregelen) moeten worden opgevangen. Bij uitzondering kan van deze nullijn worden afgeweken als blijkt/vaststaat dat dit uitgangspunt of de marktwerking niet is uit te voeren. Dan is er een mogelijkheid tot budgetbijstelling. Ook is die mogelijkheid er als we als gemeente op basis van een overeenkomst/contract verplicht zijn subsidie- instellingen te compenseren voor loon/prijsstijgingen.

Toelichting programmabegroting 2022-2025

Het vertrekpunt van deze programmabegroting is de Kadernota 2022. Voor de volledigheid is het overzicht hierna opgebouwd vanuit de eindstand van de programmabegroting 2021-2024. Verder is het overzicht aangevuld met de mutaties uit de meicirculaire 2021, de overige mutaties in het kader van herijking van de exploitatie en de mutaties naar aanleiding van de extra gelden die wij ontvangen van het Rijk. Het verwerken van alle genoemde mutaties heeft geleid tot het eindsaldo van de programmabegroting 2022-2025.

x € 1.000
Eindstand programmabegroting Begroot 2022 MJB 2023 MJB 2024 MJB 2025
Eindstand programmabegroting 2021-2024 -1.205 -581 23 650
1. Mutaties Voorjaarsnota 2021 (structurele gevolgen), Kadernota 2022, 3e raadswijziging en ombuigingen -1.041 -488 375 352
Eindstand Voorjaarsnota 2021/Kadernota 2022 -2.246 -1.069 398 1.002
2. Mutaties meicirculaire 2021 852 358 32 -100
3. Mutaties op basis van herijking exploitatie 297 -332 -439 -508
4. Mutaties op basis van extra gelden n.a.v. tekorten bij gemeenten 1.196 1.197 1.095 972
5. Verhogen stelpost risicobeheersing -500 -1.000 -1.000
Eindstand programmabegroting 2022-2025 99 -346 86 366

1. Mutaties Voorjaarsnota 2021 (structurele gevolgen), Kadernota 2022, 3e raadswijziging en ombuigingen

+ = voordeel - = nadeel x € 1.000
Structurele gevolgen voorjaarsnota 2021, kadernota 2022 en 3e raadswijziging Begroot 2022 MJB 2023 MJB 2024 MJB 2025
Wijziging septembercirculaire 2020 777 469 582 575
3e raadswijziging (vergadersysteem en meubilair raadzaal) -10 -10 -10 -10
Mutaties voorjaarsnota/kadernota:
Programma 1 Veiligheid -38 -38 -38 -54
Programma 2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat -10 -10 -10 -10
Programma 3 Economie -80 -80 -80 -80
Programma 4 Onderwijs -28 -28 -28 -28
Programma 5 Sport, Cultuur en Recreatie 24 -26 -26 -26
Programma 6 Sociaal domein -173
Programma 7 Volksgezondheid en Milieu -236 -65 -65 -65
Overzicht algemene dekkingsmiddelen 73 73 73 73
Overzicht Overhead -1.340 -1.273 -1.023 -1.023
Ombuigingen 500 1.000 1.000
Totaal mutaties -1.041 -488 375 352

Toelichting mutaties Voorjaarsnota 2021 (structurele gevolgen), Kadernota 2022, 3e raadswijziging en ombuigingen

Op 5 juli 2021 nam de raad kennis van de Voorjaarsnota 2021 en de Kadernota 2022. De structurele gevolgen van de Voorjaarsnota 2021 zijn verwerkt in de begroting net als de mutaties van de Kadernota 2022. Voor een toelichting op de mutaties verwijzen wij naar de Voorjaarnota 2021 en Kadernota 2022.

In de Kadernota 2022 is een ombuigingstaakstelling opgenomen van € 500.000 in 2023 oplopend naar € 1.000.000 in 2024 en verder. Een positief begrotingssaldo in 2024 en 2025 kan alleen gerealiseerd worden als deze ombuigingstaakstelling volledig wordt gerealiseerd. Voor de zomer van 2022 komen wij met een pakket aan bezuinigingsvoorstellen bij de raad. Daarbij betrekken we uiteraard de financiële ontwikkelingen die op dit moment spelen zoals bijvoorbeeld de herijking van het gemeentefonds.

2. Mutaties meicirculaire 2021 gemeentefonds

+ = voordeel - = nadeel x € 1.000
Mutaties mei-circulaire 2021 Begroot 2022 MJB 2023 MJB 2024 MJB 2025
Mutaties algemene uitkering 679 237 -69 -180
Mutaties integratie-uitkeringen Voogdij/18+ en participatie 1.004 964 956 948
Reservering middelen Wet Open Overheid en Voogdij/18+ -831 -843 -855 -868
Totaal mutaties 852 358 32 -100

Toelichting Mutaties meicirculaire 2021 gemeentefonds

In juni 2021 is de raad geïnformeerd over de uitkomsten van de meicirculaire van het gemeentefonds. De uitkomsten zijn conform de memo aan de raad verwerkt in de begroting 2022. Voor een uitgebreidere toelichting op de mutaties verwijzen wij u naar de raadsmemo en het hoofdstuk Algemene Dekkingsmiddelen in deze begroting.

3. Mutaties op basis van herijking exploitatie

Binnen de kaders stellen wij voor om een aantal zaken te wijzigen in de exploitatie. 

+ = voordeel - = nadeel x € 1.000
Herijking exploitatie Begroot 2022 MJB 2023 MJB 2024 MJB 2025
Diversen 297 -332 -439 -508
Totaal mutaties 297 -332 -439 -508

Toelichting op herijking exploitatie

Bij de herijking van de exploitatie worden jaarlijks terugkerende posten volgens de uitgangspunten van de begroting berekend. Dit betreft technische aanpassingen. Zo is onder ander een cao-verhoging toegepast op personeelslasten. De kapitaallasten zijn geactualiseerd, inclusief nieuwe investeringen. Er is indexatie toegepast en het BUIG budget is aangepast op de meest recente gegevens. 

4. Mutaties op basis van extra gelden n.a.v. tekorten bij gemeenten

+ = voordeel - = nadeel x € 1.000
Extra gelden n.a.v. tekorten bij de gemeenten Begroot 2022 MJB 2023 MJB 2024 MJB 2025
Extra gelden n.a.v. tekorten bij gemeenten - junibrief (inkomsten) 2.011
Extra gelden n.a.v. tekorten bij gemeenten - stelpost structureel (75%) (inkomsten) 1.669 1.567 1.444
Extra uitgaven Sociaal Domein -1.543 -1.200 -1.200 -1.200
Terugdraaien stelpost Jeugdzorg Kadernota 2022 - uitgaven 600 600 600 600
Terugdraaien stelpost Bijdrage Rijk Jeugdzorg Kadernota 2022 - inkomsten -600 -600 -600 -600
Inzet reservering middelen Voogdij 18+ (meicirculaire) 728 728 728 728
Totaal mutatie extra gelden n.a.v. tekorten bij de gemeenten 1.196 1.197 1.095 972

Toelichting mutaties op basis van extra gelden n.a.v. tekorten bij gemeenten

In juni kregen wij bericht van het Rijk over de uitspraak van de Commissie van Wijzen over de tekorten die zijn ontstaan bij de gemeenten naar aanleiding van de jeugdzorg. Er is besloten om landelijk € 1,3 miljard extra inkomsten beschikbaar te stellen aan de gemeenten. Wij krijgen als gemeente € 2,0 miljoen van deze extra gelden in 2022.

Daarnaast is landelijk besloten en inmiddels bevestigd door onze toezichthouder dat gemeenten 75% van de bedragen die de Commissie van Wijzen voor de jaren 2023, 2024 en 2025 hebben genoemd, op mogen nemen in hun begroting. Let wel, dit is een stelpost en wil niet zeggen dat wij deze bedragen ook daadwerkelijk ontvangen in de toekomst.

Afgelopen periode is ook de prognose van de uitgaven van het sociaal domein verder geactualiseerd. Deze prognose laat een verdere stijging van ruim € 1,5 miljoen aan uitgaven zien. Deze stijging van de uitgaven is opgenomen in de begroting (post 'Extra uitgaven Sociaal Domein'). Voor deze uitgaven was al € 600.000 opgenomen in de kadernota. Ook was er € 600.000 aan de inkomstenkant als bijdrage van het Rijk geraamd. Naar aanleiding van bovenstaande ontwikkelingen en de actualisatie van de uitgaven vervallen deze stelposten. Ook de reservering van middelen voor het woonplaatsbeginsel, die bij de meicirculaire is ontstaan, vervalt hiermee. In z'n totaliteit nemen de uitgaven binnen het Sociaal Domein in 2022 met € 1,5 miljoen toe en in 2023 t/m 2025 met € 1,2 miljoen.

5. Verhogen stelpost risicobeheersing

+ = voordeel - = nadeel x € 1.000
Verhogen stelpost risicobeheersing Begroot 2022 MJB 2023 MJB 2024 MJB 2025
Verhogen stelpost risicobeheersing -500 -1.000 -1.000
Totaal mutaties 0 -500 -1.000 -1.000

Toelichting verhogen stelpost risicobeheersing

De komende jaren komen er veel ontwikkelingen op ons af. Denk aan de Omgevingswet met al zijn facetten, ontwikkelingen op het gebied van energie en klimaat, de veenweideproblematiek, de realisatie van de organisatieontwikkeling, maar ook de wetgeving met betrekking tot informatievoorziening, privacy, enzovoort. Daarnaast blijft het onzeker of wij daadwerkelijk de extra Rijksmiddelen zoals we die nu ramen ontvangen. Tot slot noemen wij nog de onzekerheid met betrekking tot het grip krijgen op onze uitgaven. Want zowel binnen het sociaal domein als het klassieke domein hebben wij een bezuinigingstaakstelling te behalen. Al met al is het op dit moment moeilijk om de impact van deze ontwikkelingen en onzekerheden in te schatten. We hebben hiervoor een stelpost risicobeheersing in de begroting geraamd. Deze stelpost raamden we voorheen op € 250.000 structureel. Vanwege de hoeveelheid en omvang van de op ons afkomende ontwikkelingen en onzekerheden willen we deze stelpost verhogen. In 2023 verhogen we de stelpost met € 500.000 naar € 750.000. Vanaf 2024 verhogen we de stelpost met € 1 miljoen naar € 1,25 miljoen structureel. Dit is een nadeel voor ons begrotingssaldo.
De komende periode willen we meer inzicht krijgen in de impact en risico's van genoemde ontwikkelingen. De vertaling hiervan nemen we op in de kadernota 2023.

Woonlasten

De gemiddelde woonlast - bestaande uit de onroerende-zaakbelastingen voor woningen, de riool- en afvalstoffenheffing - bedroeg in 2021 € 749. Voor het komende begrotingsjaar is het voorstel de inflatiecorrectie van 1,5% toe te passen op de OZB. Het tarief voor de afvalstoffenheffing blijft gelijk ten opzichte van 2021. De verordening Afval zal van rechtswege doorlopen, totdat Diftar wordt ingevoerd. Het tarief voor de rioolheffing neem toe als gevolg van maatregelen die wij moeten nemen om er voor te zorgen dat invloed van de klimaatverandering overlast voor onze inwoners en bedrijven zoveel mogelijk beperkt.

OZB
De aanslag OZB voor het belastingjaar 2022 is gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) tarieven voor 2022 en de waardepeildatum per 1 januari 2021. De definitieve vaststelling van de OZB-tarieven vindt in de raad van december plaats. De totale opbrengst voor 2022 is ten opzichte van 2021 gecorrigeerd met een inflatiepercentage. Bij de raming voor 2022 is rekening gehouden met de autonome stijging als gevolg van verbouw/nieuwbouw.

Rioolheffing
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing betaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. De tarieven zijn voor 2022 in lijn gebracht met het Gemeentelijk RioleringsPlan 2021 - 2025. In dit plan zijn diverse klimaatmaatregelen opgenomen om met name wateroverlast in de wijken te voorkomen. Dit leidt tot een verhoging van de rioolheffing voor 2022 en de komende jaren.

Evenals bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt een 100% kostendekking. De kostendekkendheid op dit taakveld is in 2022 nog geen 100%. Voor 2022 berekenen we naast de inflatiecorrectie, een klein deel van de toegenomen kosten door in het tarief. Dit omdat de reserve rioolheffing ruim voldoende is om het exploitatietekort vooreerst nog op te vangen. Op deze manier dempen we de stijging van de woonlasten als gevolg van de verhoging van de rioolheffing. In de eerst komende jaren maken we geleidelijk ook de rioolheffing 100% kostendekkend.

Afvalstoffenheffing
Voor de afvalstoffenheffing is het tarief gelijk gebleven ten opzichte van 2021. De verordening Afval zal van rechtswege doorlopen, totdat Diftar wordt ingevoerd. Er is ambtelijk een projectgroep samengesteld om het proces (overgang) vorm te geven. Daarnaast wordt er een openbare werkvergadering georganiseerd met vertegenwoordiging van de raad. 

De geschatte gemiddelde woonlast voor onze inwoners voor 2022 stijgt door bovenstaande aanpassingen van € 749 in 2021 naar € 760 in het begrotingsjaar 2022.