Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Portefeuillehouder(s) Jongebloed
Organisatie Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Taakvelden

  • OZB woningen
  • OZB niet-woningen
  • Belastingen overig
  • Economische promotie
  • Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
  • Treasury

Algemeen

Dit overzicht gaat over de algemene dekkingsmiddelen. Het kenmerk van deze dekkingsmiddelen is dat ze vrij besteedbaar zijn. Ze zijn dus niet aan een bepaald programma gebonden. De algemene dekkingsmiddelen zijn de financiële dekking van de bestedingen in de programma`s 0 tot en met 8.

Specifieke dekkingsmiddelen zijn bijvoorbeeld de opbrengst afvalstoffenheffing, de opbrengst rioolheffing maar ook de specifieke uitkeringen van het rijk. Specifieke uitkeringen zijn onder andere de Gebundelde Uitkering (BUIG; zie programma 6). De specifieke dekkingsmiddelen zijn opgenomen in de betreffende programma`s in deze begroting. Ze verlagen het saldo van lasten en baten op het betreffende programma.

Gemeentelijke belastingen
Naast de twee taakvelden van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) wordt hier ook het taakveld Belastingen overig opgenomen. Dat zijn de precariobelasting en de reclamebelasting. In Wolvega wordt vanaf 2016 reclamebelasting geheven vanuit het principe 'Voor ondernemers, door ondernemers'. De opbrengst van reclamebelasting wordt volledig uitgekeerd als subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Weststellingwerf (SOW). 
Het rijk heeft besloten dat gemeenten vanaf 1 juli 2017 geen precariobelasting op kabels en leidingen meer mogen heffen. Voor onze gemeente gold een overgangsregeling tot 1 januari 2022, vanaf 2022 heffen wij geen precariobelasting op kabels en leidingen meer.

Onder het taakveld Economische promotie vallen de toeristenbelasting en de forensenbelasting. In de paragraaf lokale heffingen gaan we uitgebreid in op de gemeentelijke belastingen.

Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
Gemeenten ontvangen geld van het Rijk uit het gemeentefonds om hun taken uit te voeren. Het is de grootste inkomstenpost voor iedere gemeente. Gemeenten mogen zelf bepalen waar ze dit geld aan besteden. Uiteraard wel binnen de regels van de wet. 

Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van een gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het Rijk kijkt bij de verdeling van het gemeentefonds over de gemeenten onder meer naar:

  • aantal inwoners
  • aantal jongeren
  • aantal huishoudens met een laag inkomen
  • aantal bijstandsontvangers
  • oppervlakte van de gemeente.

We noemen er slechts vijf. De 'landelijke pot van het gemeentefonds' wordt verdeeld over alle gemeenten op basis van ruim 80 verdeelmaatstaven. Een groot deel van het geld uit het gemeentefonds keert het rijk uit in de vorm van een Algemene uitkering. Daarnaast zijn er nog integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Een decentralisatie-uitkering is tijdelijk voor een bepaald aantal jaren. Een integratie-uitkering is ingesteld met de bedoeling dat het op korte termijn overgaat naar de Algemene uitkering. Dat is vanaf 2019 grotendeels gebeurd met de integratie-uitkering Sociaal domein.

Gemeenten ontvangen normaal gesproken op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkering. De raming van de gemeentefondsuitkering voor de jaren 2022-2025 is in deze programmabegroting bepaald op basis van de meicirculaire 2021. Voor 2022 verwachten we ruim € 49 miljoen uit het gemeentefonds te ontvangen.

Algemene uitkering
De omvang van de Algemene uitkering is afhankelijk van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Geeft het Rijk meer uit dan neemt de 'landelijke pot' ook toe. Geeft het Rijk minder uit dan komt er in de 'landelijke pot' ook minder. Elk jaar maken we in september en mei hiervan een berekening. Ook de compensatie van het Rijk voor de stijging van de lonen en prijzen zit er in. In deze programmabegroting hebben we die cijfers geactualiseerd op basis van de meicirculaire 2021. Van de ruim € 49 miljoen aan verwachte gemeentefondsuitkering heeft € 43,8 miljoen betrekking op de Algemene uitkering. 

Overige uitkeringen
De integratie-uitkering Sociaal domein is min of meer ontvlecht. Het grootste deel zit ingaande 2019 in de Algemene uitkering. Uitzondering daarop zijn de onderdelen 'Voogdij/18+' en 'participatie' (WSW). Voor deze onderdelen is er nog een afzonderlijke integratie-uitkering. We ontvangen hiervoor in 2022 € 5,7 miljoen.

Treasury
Alle rente ramen we op het taakveld Treasury. Dat is de rente die we moeten betalen voor de langlopende geldleningen die we hebben. Daar tegenover staat de ontvangen rente voor geldleningen die wij als gemeente hebben verstrekt (bijvoorbeeld de hypothecaire geldleningen aan ambtenaren).

Actuele ontwikkelingen en nieuw beleid

Algemene uitkering septembercirculaire 2020 vergeleken met meicirculaire 2021
Ten opzichte van de septembercirculaire 2020 laat de meicirculaire 2021 de volgende effecten zien:

  1. Ontwikkeling accres (Trap op en trap af)
    Het Rijk voorziet de komende jaren in de eigen begroting een lagere loon- en prijsstijging dan waarmee aanvankelijk rekening werd gehouden. Het gemeentefonds daalt daarom evenredig mee.
  2. Incidentele compensatie Jeugdzorg
    De eerder aangekondigde compensatie voor de Jeugdzorg (€ 613 miljoen) is in de meicirculaire verwerkt. Van het bedrag van € 613 miljoen wordt € 120 miljoen beschikbaar gesteld via een specifieke uitkering. Dit bedrag is voor een belangrijk deel bestemd voor de tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit van de Jeugd-GGZ en voor het beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren. Deze middelen worden aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s uitgekeerd. Het andere deel, € 493 miljoen, wordt aan het gemeentefonds toegevoegd en over de gemeenten verdeeld, om hen zo in staat te stellen de hogere kosten voor de Jeugdzorg te compenseren, wachtlijsten tegen te gaan en wachttijden te voorkomen. 
  3. BTW compensatiefonds
    De gemeenten hebben het afgelopen jaar minder gedeclareerd bij het btw-compensatiefonds dan de norm. Daarom wordt er dit jaar € 96 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds. 
  4. Extra middelen uitvoering Wet Open Overheid
    Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de Wijzigingswet Open Overheid, die tot doel heeft de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken, zijn er extra middelen aan het gemeentefonds toegevoegd.
  5. Integratie-uitkeringen Voogdij/18+ en Participatie
    Voor de integratie-uitkering Voogdij/18+ wordt tot en met uitkeringsjaar 2021 een historisch verdeelmodel gehanteerd. In 2021 krijgen wij de afrekening van het aantal zorgdagen * gemiddelde dagprijzen (Q * P) van twee jaar daarvoor ofwel in 2019. Een historisch verdeelmodel geeft jaarlijks schommelingen in de bedragen. Per 2022 gaat deze integratie-uitkering over naar een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en wij worden verantwoordelijk voor de kinderen die uit onze eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden.
  6. Participatie
    Het grootste deel van dit budget zijn de middelen die een gemeente ontvangt voor mensen met een indicatie voor een sociale werkvoorziening (Wsw). Daarnaast zitten er in het participatiebudget nog middelen voor de nieuwe doelgroepen (Wajong en begeleiding). De bedragen voor participatie wijzigen door actualisatie van de verdeling van de WSW-middelen en door toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021.

Extra gelden van het Rijk n.a.v. tekorten bij de gemeente
In juni kregen wij bericht van het Rijk over de uitspraak van de Commissie van Wijzen over de tekorten die zijn ontstaan bij de gemeenten naar aanleiding van de jeugdzorg. Er is besloten om landelijk € 1,3 miljard extra inkomsten beschikbaar te stellen aan de gemeenten. Wij krijgen als gemeente € 2,0 miljoen van deze extra gelden in 2022. Daarnaast is landelijk besloten en inmiddels bevestigd door onze toezichthouder dat gemeenten 75% van de bedragen die de Commissie van Wijzen voor de jaren 2023, 2024 en 2025 hebben genoemd, op mogen nemen in hun begroting. Let wel, dit is een stelpost en wil niet zeggen dat wij deze bedragen ook daadwerkelijk ontvangen in de toekomst.

Afgelopen periode is ook de prognose van de uitgaven van het sociaal domein verder geactualiseerd. Deze prognose laat een verdere stijging van ruim € 1,5 miljoen aan uitgaven zien. Deze stijging van de uitgaven is opgenomen in de begroting (post 'Extra uitgaven Sociaal Domein'). Voor deze uitgaven was al € 600.000 opgenomen in de kadernota. Ook was er € 600.000 aan de inkomstenkant als bijdrage van het Rijk geraamd. Naar aanleiding van bovenstaande ontwikkelingen en de actualisatie van de uitgaven vervallen deze stelposten. Ook de reservering van middelen voor het woonplaatsbeginsel, die bij de meicirculaire is ontstaan, vervalt hiermee.

Herijking gemeentefonds
Gemeenten ontvangen jaarlijks geld van het Rijk. Een groot deel daarvan krijgen gemeenten via het gemeentefonds. De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via het gemeentefonds bedraagt zo'n € 30 miljard en dit wordt vanaf 2023 anders verdeeld. Op dit moment onderzoekt men hoe het geld het best verdeeld kan worden. Dit noemen we de herijking van het gemeentefonds. 
Begin 2021 hebben de fondsbeheerders (ministeries van BZK en Financiën) een voorstel voor een nieuw verdeelmodel gedaan aan de gemeenten. Dit voorstel leidde tot veel kritische vragen over de nieuwe verdeling. Naar aanleiding van deze vragen deden de fondsbeheerders in de zomer van 2021 een aangepast voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Er is op het moment van het opstellen van deze begroting nog geen besluit genomen over het aangepaste voorstel. 

Berekenen we het aandeel van gemeente Weststellingwerf in het gemeentefonds volgens het nieuwe verdeelmodel, dan ontvangen wij vanaf 2023 meer inkomsten vanuit het gemeentefonds. Omdat ook het nieuwe voorstel nog leidt tot vragen bij gemeenten, men het verdeelmodel nog actualiseert en er nog geen officieel besluit is genomen, kunnen en mogen wij deze extra inkomsten niet opnemen in deze begroting. Het nieuwe kabinet moet een besluit nemen over het nieuwe verdeelstelsel. Inwerkingtreding is voorzien per 1 januari 2023. Volgens planning maakt het Rijk in de meicirculaire van 2022 de definitieve berekening van het nieuwe verdeelmodel bekend. 

Woonlasten
Vanaf 2020 heeft het rijk een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. De benchmark vervangt de landelijke macronorm voor de OZB. De macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de OZB-opbrengsten van alle gemeenten.

Precario belasting
Als gevolg van de afschaffing van de precariobelasting op nutsbedrijven konden we op basis van een overgangstermijn tot 1 januari 2022 deze belasting heffen. Zie voor meer info de paragraaf Lokale heffingen.

Wat willen we bereiken?

P&C cyclus balans in schuldenlast, woonlast, investeringen

Wat willen we bereiken? 

  • Financiële ruimte voor investeren in ambities en de investeringskalender;
  • Niveau woonlasten en gemeentelijke heffingen deze bestuursperiode stabiliseren.

Wat doen we ervoor

Algemene dekkingsmiddelen

Bedragen x €1.000
Exploitatie Rekening 2020 Actuele begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Lasten
0.5 Treasury -192 31 105 140 178 202
0.61 OZB woningen 198 182 184 184 184 184
0.62 OZB niet-woningen 193 182 184 184 184 184
0.64 Belastingen overig 69 105 118 118 118 118
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0 692 0 0 0 0
3.4 Economische promotie 58 58 58 58 58 58
Totaal Lasten 326 1.250 648 684 722 746
Baten
0.5 Treasury -69 -194 -72 -71 -71 -71
0.61 OZB woningen -3.096 -3.029 -3.074 -3.074 -3.074 -3.074
0.62 OZB niet-woningen -1.810 -1.830 -1.857 -1.857 -1.857 -1.857
0.64 Belastingen overig -2.437 -2.429 -131 -131 -131 -131
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds -47.831 -49.349 -51.640 -50.607 -50.580 -50.847
3.4 Economische promotie -159 -200 -200 -200 -200 -200
Totaal Baten -55.402 -57.029 -56.975 -55.942 -55.914 -56.181
Saldo van lasten en baten 55.076 55.779 56.327 55.258 55.192 55.435
Onttrekkingen
0.10 Mutaties reserves 0 692 0 0 0 0

Toelichting algemene dekkingsmiddelen

Begroting 2022 ten opzichte van de begroting 2021
Lasten
Treasury
Op het taakveld treasury staat de rente die we moeten betalen voor onze langlopende geldleningen (zie ook paragraaf financiering). Deze rentekosten berekenen we door aan de taakvelden in de programma's. De totale doorberekende rente is in mindering gebracht op de rente die we moeten betalen. Hier staat dus het saldo. 

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
De last in 2021 betreft de overheveling van de incidentele coronabudgetten van 2020 naar 2021. Door de overheveling van 2020 naar 2021 bleven de incidentele budgetten beschikbaar in 2021.

Baten
Belastingen overig
Als gevolg van de afschaffing van de precariobelasting op nutsbedrijven konden we op basis van een overgangstermijn tot 1 januari 2022 deze belasting heffen. Vanaf 2022 hebben wij deze baten niet meer. Zie voor meer info de paragraaf Lokale heffingen.

OZB woningen en OZB niet-woningen
De geraamde opbrengst 2022 is ten opzichte van 2021 gecorrigeerd met een inflatiepercentage van 1,5%. Bij de raming voor 2022 is verder rekening gehouden met de autonome stijging als gevolg van verbouw/nieuwbouw.

Begroting 2022 en meerjarenperspectief
Baten
Algemene- en overige uitkeringen gemeentefonds
De raming voor de jaren 2022-2025 zijn gebaseerd op de meicirculaire 2021. Bij het kopje actuele ontwikkelingen worden de mutaties toegelicht.

Reserve mutaties
Deze mutatie betreft de dekking van de overheveling van incidentele coronabudgetten van 2020 naar 2021 (zie ook kopje lasten).