Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

Portefeuillehouder Jongebloed 
Organisatie Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

De paragraaf gaat over alle gemeentelijke heffingen. Hier gaan we ook in op de actuele ontwikkeling rondom het gemeentelijk belastinggebied. Ook de lokale lastendruk en de kwijtschelding komen in deze paragraaf aan de orde.

Inleiding

De lokale heffingen worden onderscheiden naar belastingen en rechten.

Belastingen
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij worden besteed. In onze gemeente heffen we de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-) toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting.

Rechten
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties door de gemeente geleverd. Denk aan de afvalinzameling, het onderhoud aan de riolering en het verstrekken van een paspoort. De opbrengst van de rechten is niet vrij besteedbaar. Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt kostendekkende tarieven.

Actuele ontwikkelingen

Index op heffingen
Voor 2022 zijn de lokale heffingen verhoogd met de inflatiecorrectie van 1,5%. Dit percentage is de verwachte consumentenprijsindex uit het Centraal Economisch Plan. 

Wet WOZ
De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet Onroerende Zaken (WOZ). Verder geeft ze aan dat de mogelijkheid om WOZ-waarden van andere woningen te raadplegen via www.woz-waardeloket.nl door veel Nederlanders wordt gewaardeerd en benut. De berekening van de taxaties voor woningen vindt nu plaats op basis van de inhoud van een woning. Ingaande 2022 is het verplicht om dat te doen op basis van de oppervlakte van een woning. 

Afvalstoffen- en rioolheffing
Rioolheffing
De tarieven zijn voor 2022 ten opzichte van 2021 in lijn gebracht met het nieuwe Gemeentelijk RioleringsPlan 2021 - 2025. In dit plan zijn diverse klimaatmaatregelen opgenomen om met name wateroverlast in de wijken te voorkomen. Dit leidt tot een verhoging van de rioolheffing voor de komende jaren. 

Afvalstoffenheffing
Wettelijke taak afvalinzameling
Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Zij hebben de plicht om het huishoudelijk restafval en het (gescheiden aangeboden) gft-afval (groente, fruit en tuinafval) bij elk perceel in te zamelen. Daarnaast zijn zij verplicht een aantal droge componenten zoals papier en karton, glas, textiel, klein chemisch afval, elektr(on)ische apparaten, asbesthoudend afval gescheiden in te zamelen. Dit kan zijn huis aan huis maar een brengsysteem is hierin ook voldoende. Voor grof huishoudelijk afval geldt een plicht tot inzameling bij elk perceel (zonder minimale frequentie) en de plicht om een brengvoorziening beschikbaar te stellen. Al deze verplichtingen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm), de belangrijkste Nederlandse wetgeving op het gebied van afvalstoffen. Het tweede belangrijk nationaal beleidskader is het Landelijk AfvalbeheerPlan, kortweg LAP. 

Autonome ontwikkelingen

De gemiddelde woonlast voor onze inwoners in 2022 stijgt licht ten opzichte van 2021. Voor de OZB passen we een inflatiecorrectie toe. Daarnaast is voor de afvalstoffenheffing het tarief gelijk gebleven ten opzichte van 2021. De verordening Afval zal van rechtswege doorlopen, totdat Diftar wordt ingevoerd. Er is ambtelijk een projectgroep samengesteld om het proces (overgang) vorm te geven. Daarnaast wordt er een openbare werkvergadering georganiseerd met vertegenwoordiging van de raad. Het tarief voor de rioolheffing neemt toe als gevolg van maatregelen die wij moeten nemen om er voor te zorgen dat invloed van de klimaatverandering overlast voor onze inwoners en bedrijven zoveel mogelijk beperkt.

Opbrengst van de belangrijkste heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Onroerende-zaakbelastingen 4.931 4.931 4.931 4.931
Forensenbelasting 50 50 50 50
Toeristenbelasting 150 150 150 150
Afvalstoffenheffing 2.951 2.951 2.951 2.951
Rioolheffing 2.139 2.230 2.321 2.413
Leges burgerzaken 236 207 189 189
Leges omgevingsvergunningen (WABO) 600 600 600 600
Marktgelden 14 14 14 14
Begraafplaatsen 92 92 92 92
Reclamebelasting 96 96 96 96
Eindtotaal 11.259 11.321 11.394 11.485

Toelichting op opbrengst van de belangrijkste heffingen

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De OZB zijn veruit de belangrijkste gemeentelijke belastingen. Er zijn drie belastingsoorten, namelijk:
1. een belasting geheven van de eigenaren van woningen;
2. een belasting geheven van de eigenaren van niet-woningen;
3. een belasting geheven van de gebruikers van niet-woningen.

De heffingsgrondslag is gebaseerd op de waarde zoals vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende-zaken (wet WOZ). Het OZB-bedrag wordt berekend op basis van een percentage (het tarief) van de WOZ-waarde. Voor de genoemde OZB-belastingen hanteren we verschillende percentages.

De aanslag OZB voor het belastingjaar 2021 is gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) tarieven voor 2021 en de waardepeildatum per 1 januari 2020. De definitieve vaststelling van de OZB-tarieven vindt in de raad van november plaats. De totale opbrengst voor 2022 is ten opzichte van 2021 gecorrigeerd met een inflatiepercentage. Bij de raming voor 2022 is rekening gehouden met de autonome stijging als gevolg van verbouw/nieuwbouw.

Forensenbelasting
Forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die niet in de gemeente wonen, maar daar meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf en/of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Grondslag voor de heffing is net als bij de OZB de WOZ-waarde.

(Water) toeristenbelasting
(Water) toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen vergoeding overnachtingen aanbiedt, bijvoorbeeld in een hotel, een bed & breakfast of op een camping. Grondslag voor de heffing is de logiesomzet. In zijn vergadering van 22 juni 2015 heeft de raad besloten de grondslag en het tarief vast te stellen op 4%. In deze programmabegroting stellen we voor het tarief voor 2022 op dat percentage te handhaven. 

Reclamebelasting
In Wolvega wordt vanaf 2016 reclamebelasting geheven vanuit het principe 'Voor ondernemers, door ondernemers'. De opbrengst van reclamebelasting wordt volledig uitgekeerd als subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Weststellingwerf (SOW). 

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing Werkeljk
2020

 Begroot
2021

Begroot 2022
Tarief meerpersoonshuishouden 260,22 290,00 290,00
Tarief eenpersoonshuishouden 170,33 193,00 193,00
Opbrengsten (x € 1.000) 2.639  2.951  2.951

Afvalstoffenheffing kan worden geheven wanneer de gemeente tenminste eenmaal per week het huishoudelijk afval ophaalt, zoals de Wet milieubeheer voorschrijft. Het uitgangspunt is een 100% kostendekking. Voor de afvalstoffenheffing is het tarief gelijk gebleven ten opzichte van 2021. De verordening Afval zal van rechtswege doorlopen, totdat Diftar wordt ingevoerd. Er is ambtelijk een projectgroep samengesteld om het proces (overgang) vorm te geven.

Rioolheffing

Rioolheffing Werkelijk
2020
Begroot
2021
Begroot 
2022
Tarief huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater 118,62 123,94 129,27
Tarief hemel- en grondwatertaken 48,12 50,28 52,44
Opbrengsten (x € 1.000) 1.957  2.048  2.139

De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing betaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Evenals bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt een 100% kostendekking. De tarieven zijn voor 2022 in lijn gebracht met het nieuwe Gemeentelijk RioleringsPlan 2021 - 2025. In dit plan zijn diverse klimaatmaatregelen opgenomen om met name wateroverlast in de wijken te voorkomen. Dit leidt tot een lastenverzwaring voor 2022 en de komende jaren.

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Markt- en staangelden
Marktgeld word geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijkse) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 

Leges
Leges worden geheven voor gemeentelijke diensten, bijvoorbeeld voor het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het afgeven van paspoorten en rijbewijzen, het verstrekken van afschriften. De legesverordening bevat een tarieventabel waarin de diensten met name worden genoemd met de bijbehorende tarieven. De variabelen in de begrotingsreeks komen voort uit de vervangingscyclus van rijbewijzen en reisdocumenten.

Kwijtschelding
Voor kwijtschelding komt iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). We hanteren bij kwijtschelding 100% van de bijstandsnorm. Daarmee hanteren we de maximaal door het rijk toegestane normen. Het jaarlijkse bedrag aan kwijtschelding ramen we voor 2022-2025 op € 125.000.

Kwijtschelding Werkelijk
2019
Werkelijk 2020
Aantal aanvragen 561 600
Toegewezen 494 489
Toegewezen (in %) 71% 53%
     
Kosten 103.000 103.000

 

Kostendekkendheid riolering

x 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Kosten taakveld 1.595 1.640 1.715
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 00 00 00
Netto kosten taakveld 1.595 1.640 1.715
Toe te rekenen kosten:
Overhead 263 272 306
Straatreiniging 00 16 16
Compensabele btw 147 194 193
Toe te rekenen kosten 410 483 515
Totale kosten 2.005 2.123 2.230
Opbrengst heffingen 1.959 2.048 2.139
Dekkingspercentage 98% 96% 96%

Toelichting kostendekkendheid riolering

Het dekkingspercentage voor 2022 bedraagt 96%. Daarbij hebben we het tarief voor de rioolheffing gecorrigeerd voor de inflatie. 
De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend, zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. De kosten voor straatreiniging wordt voor 40% toegerekend aan het taakveld riool, dit is in het nieuwe GRP opgenomen. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met het taakveld toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd, is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 80% (zie "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 306.000.

De kostendekkendheid op dit taakveld is nog geen 100%. Voor 2022 berekenen we naast de inflatiecorrectie, een klein deel van de toegenomen kosten door in het tarief. Dit omdat de reserve rioolheffing ruim voldoende is om het exploitatietekort vooreerst nog op te vangen. In de eerst komende jaren zullen we geleidelijk ook de rioolheffing 100% kostendekkend maken.

Kostendekkendheid afval

x 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Kosten taakveld 2.587 2.543 2.618
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 559 504 504
Netto kosten taakveld 2.028 2.039 2.114
Toe te rekenen kosten:
straatvegen 13 16 16
minimabeleid 120 120 120
Overhead 443 455 500
Compensabele btw 365 326 326
Toe te rekenen kosten 941 918 963
Totale kosten 2.969 2.957 3.077
Opbrengst heffingen 2.647 2.951 2.951
Dekkingspercentage 89% 100% 96%

Toelichting kostendekkendheid afval

Naast de afvalstoffenheffing ontvangen we vergoedingen vanuit de stichting Afvalfonds voor glas, kunststof, papier en dergelijke en de opbrengsten vanuit het gemeentelijk afvalbrengstation. De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Van de kosten voor straatreiniging wordt 40% toegerekend aan het taakveld afval. Dit percentage is op basis van historische gegevens vastgesteld. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met het taakveld toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 80% (zie "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 500.000. Het dekkingspercentage voor 2022 bedraagt 96%.

Kostendekkendheid algemene leges

x 1.000
Algemene legesverordening totaal Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 1.466 1.272 1.413
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - - -
Netto kosten taakveld 1.466 1.272 1.413
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 214 214 285
BTW 8 4 4
Totale kosten 1.688 1.490 1.703
Opbrengst heffingen 1.023 954 907
Dekking 61% 64% 53%
bedragen x 1.000
Titel 1 Algemene dienstverlening Rekening Begroting Begroting
2020 2021 2022
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 315 372 405
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - - -
Netto kosten taakveld 315 372 405
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 158 155 200
BTW - - -
Totale kosten 473 527 605
Opbrengst heffingen 272 283 252
Dekking 58% 54% 42%
bedragen x 1.000
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Rekening Begroting Begroting
2020 2021 2022
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 849 703 806
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - - -
Netto kosten taakveld 849 703 806
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 33 33 59
BTW 8 4 4
Totale kosten 890 740 869
Opbrengst heffingen 713 620 604
Dekking 80% 84% 70%
bedragen x 1.000
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Rekening Rekening Begroting
2020 2021 2022
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 302 197 202
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - -
Netto kosten taakveld 302 197 202
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 23 26 26
BTW - - -
Totale kosten 325 223 229
Opbrengst heffingen 38 52 52
Dekking 13% 23% 23%

Toelichting kostendekkendheid algemene leges

Uit bovenstaande tabellen blijkt dat per titel van de algemene legesverordening de heffingen ruim onder de 100% kostendekkendheid blijven. De lasten die in bovenstaande tabellen zijn meegenomen, zijn de direct toe te rekenen kosten aan diensten die verricht worden in het kader van het verstrekken van dienstverlening.
Op basis van gedetailleerde teamplannen en historische cijfers, zijn alleen de directe personele kosten in bovenstaande tabel opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de uren van de baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH). Daarnaast zijn de materiële kosten opgenomen die te maken hebben met de dienstverlening ten aanzien van de diensten in deze legesverordening.
We hanteren een opslag voor overheadkosten van 80% over de directe loonkosten (zie ook "Overzicht kosten overhead"). De totale kostendekkendheid van de Algemene Legesverordening komt uit op 53%.

Kostendekkendheid begraafrechten

x 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 188 165 187
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 0 0 0
Netto kosten taakveld 188 165 187
Toe te reken kosten
Overhead incl. (omslag)rente 90 92 123
BTW 4 3 5
Totale kosten 282 260 315
Opbrengst heffingen 167 138 140
Dekking 59% 53% 44%

Toelichting kostendekkendheid begraafplaatsen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de kostendekkendheid van de begraafplaatsen ruim onder de toegestane 100% kostendekkendheid blijft. De kosten die toegerekend worden aan het taakveld zijn de kosten van publiekszaken voor het behandelen van de aanvragen. Daarnaast worden kosten van de afdeling Gemeentewerf toegerekend voor het onderhouden van de begraafplaats.

Gemeentelijke woonlasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de woonlasten over 2021 van de 18 Friese gemeenten. 
Bron: Coelo (Atlas van de lokale lasten)
Mph= Meerpersoonshuishoudens

Woonlastendruk 2021 OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
1 Ameland 239 223 183 645
2 Harlingen 221 268 180 668
3 Vlieland 219 324 150 693
4 Ooststellingwerf 212 238 251 702
5 Súdwest-Fryslân 287 272 187 746
6 Weststellingwerf 284 290 174 749
7 Leeuwarden 239 344 170 753
8 Opsterland 255 250 248 754
9 Terschelling 370 211 176 758
10 Schiermonnikoog 277 322 188 787
11 De Fryske Marren 287 294 207 788
12 Waadhoeke 255 285 280 820
13 Smallingerland 280 272 283 835
14 Noardeast-Fryslân 310 283 250 843
15 Heerenveen 305 325 226 857
16 Achtkarspelen 332 368 170 870
17 Tytsjerksteradiel 421 293 161 875
18 Dantumandiel 431 255 192 878
Mph Mph Mph

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Dat wil zeggen: welke capaciteit is nodig om de risico's op te vangen, en wel zodanig dat een tegenvaller in de uitvoering niet direct tot een bezuiniging hoeft te leiden.

 De wet geeft aan welke onderwerpen in deze paragraaf aan bod moeten komen:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

Onze doelstellingen zijn:

  1. voldoen aan wet- en regelgeving;
  2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee het risicobewustzijn aanmoedigen;
  3. een onderbouwing van het berekende weerstandsvermogen;
  4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid zijn over de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit de volgende uitgangspunten vastgelegd:  

  • De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel een minimale ratio weerstandsvermogen van 1,0;
  • Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten we aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat we streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal). 

In deze begroting voldoen we aan beide uitgangspunten.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. Dit zonder dat de begroting en het beleid aangepast moeten worden. De weerstandscapaciteit is de som van:

  1. de begrotingsruimte;
  2. de algemene reserve;
  3. bestanddelen van de bestemmingsreserves;
  4. de stille reserves;
  5. de niet-benutte belastingcapaciteit;
  6. mogelijke ombuigingsmaatregelen.

a. De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opgevangen. Wij hebben gekozen voor een bedrag van € 30.000. Daarnaast is in de meerjarenbegroting een stelpost risicobeheersing opgenomen om specifieke risico’s op voorhand af te dekken. Het gaat om een bedrag van € 250.000 per jaar. Vanwege de vele ontwikkelingen waar wij als gemeente mee te maken hebben en alle onzekerheden die dat met zich meebrengt, wordt deze stelpost risicobeheersing de komende jaren vergroot. In 2023 neemt de stelpost toe met € 500.000 naar in totaal € 750.000. Vanaf 2024 neemt deze stelpost toe met € 1 miljoen tot een stelpost van in totaal jaarlijks € 1,25 miljoen. Beschikking over deze stelpost kan alleen via een raadsbesluit en is uitsluitend bedoeld ter dekking van structurele risico’s die op enig moment werkelijkheid worden. 

b. De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedraagt per 1 januari 2021 € 18,9 miljoen. Als de jaren 2022-2025 aan de verwachtingen voldoen, dan is de stand van de algemene reserve € 17,5 miljoen per 1 januari 2026. 

c. De bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad een specifiek doel vastgelegd. Eventueel kan de bestemming door de raad worden gewijzigd. Wanneer op een bestemmingsreserve geen verplichting rust voegen we deze reserve toe aan de algemene reserve. Op dat moment vormt het onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor het vaststellen van onze weerstandscapaciteit worden de bestemmingsreserves op dit moment niet meegenomen.

d. De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd. Ook kan de boekwaarde lager zijn dan de verkoopwaarde. De mogelijke overwaarde die bij verkoop ontstaat, kan dan worden ingezet bij onverwachte tegenvallers. Op dit moment verwachten we dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit nihil is.

e. De niet-benutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
a. de OZB;
b. de rioolheffing;
c. de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Vanaf 2020 heeft het rijk een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk er te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. De benchmark vervangt de landelijke macronorm voor de OZB. De macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten. Als een gemeente een beroep wil doen op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) voor een aanvullende uitkering is voor de OZB de norm voor 2022 een minimale heffing van 0,1800 % van de WOZ-waarde. De niet-benutte belastingcapaciteit hebben wij tegen nul gewaardeerd. Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid. 

f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen
In deze begroting is al een taakstelling opgenomen voor ombuigingen. Om die reden is de invloed van ombuigingsmaatregelen op de weerstandscapaciteit op dit moment nihil.

Samenvattend
De structurele weerstandscapaciteit in de begrotingsexploitatie bedraagt € 0,25 miljoen oplopend naar € 1,25 miljoen vanaf 2024. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt over 2022 € 17,4 miljoen, loopt in 2023 iets af om vervolgens uit te komen op € 17,5 miljoen in 2025.

Totaalbeeld
De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Weststellingwerf geven we in de volgende tabel weer:

x € 1.000
Onderdeel 2022 2023 2024 2025
a. De structurele begrotingsruimte 250 750 1.250 1.250
De incidentele begrotingsruimte 30 30 30 30
b. De algemene reserve 17.409 17.063 17.150 17.517
c. Bestemmingsreserves - - - -
d. De stille reserves - - - -
e. De onbenutte belastingcapaciteit - - - -
f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen - - - -
17.690 17.840 18.430 18.800

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 5,2 miljoen. De belangrijkste risico’s loopt onze gemeente op de volgende onderwerpen, die hierna één voor één worden behandeld. 

 

 

 

Onzekerheden grondexploitaties € 2,8 miljoen (GREX)
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen.
Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Voor het laatst per 31 december 2019 hebben wij de marktwaarde van deze gronden getoetst tegen de geldende bestemming. 

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen € 500.000 (OER)
Jeugdwet en Wmo
Er komt, zoals het nu lijkt, extra structurele financiële compensatie vanuit het Rijk voor de jeugdzorg. In de diverse componenten van de Jeugdzorg doen zich echter nog wel grote fluctuaties in de uitgaven voor die risico's met zich meebrengen. Daarnaast is er ook nieuwe regelgeving die zich nog niet goed laat voorspellen. We noemen hier in het bijzonder het Woonplaatsbeginsel Voogdij/18+. Op dit moment is de impact van dit woonplaatsbeginsel nog niet bekend. In deze begroting is hiervoor € 200.000 opgenomen. Dit is een grove inschatting. In de komende periode moet blijken of deze inschatting juist is of bijgesteld moet worden. Een bijstelling heeft effect op ons begrotingssaldo.

Toenemende vergrijzing, complexer wordende samenleving en de landelijke invoering van het abonnementstarief laten in Weststellingwerf een toename zien van het aantal Wmo-cliënten. Voor de komende jaren is nog een aantal decentraliserende rijksmaatregelen te verwachten die de gemeente raken. Zo wordt gesproken over de decentralisatie van Beschermd Wonen en ook Maatschappelijke Opvang. De invoeringsdatum is tot dusver steeds uitgesteld, maar de maatregelen zitten er aan te komen. De gemeente wordt dan verantwoordelijk voor deze taken. Het blijft daarbij de vraag of het rijk voldoende middelen beschikbaar gaat stellen.

We willen de risico's zoveel als mogelijk beperken en beheersen. De informatie rondom de zorgverlening vanwege de drie decentralisaties komt steeds beter in beeld en we zetten in op monitoring. Daarnaast willen we door middel van de projecten Grip op Wmo en Grip op Jeugd meer grip krijgen op de ontwikkeling van de uitgaven en op de voorspelbaarheid van de uitgaven. Punt van aandacht daarbij is dat de indexatie van tarieven voor Wmo en Jeugd ten tijde van opstellen van de begroting niet bekend is, dit vraagt jaarlijks om bijstelling achteraf.

Overige risico’s
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar die in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 387.500 (GF&R)
Samen de trap op en samen de trap af (accres)
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval. Een van de coronamaatregelen van het Rijk was het bevriezen van het accres. Deze maatregel is voor 2022 weer losgelaten. De uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds (zie Algemene Dekkingsmiddelen) lijken daarentegen positief uit te vallen. Om die reden is het risico niet gewijzigd ten opzichte van de vorige berekening. 

Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). De rentes zijn op dit moment vrij laag. Daarmee is dit risico op dit moment gering.

Pensioenopbouw (gewezen) wethouders
Jaarlijks wordt bij de jaarrekening de voorziening voor de pensioenen van onze (gewezen) wethouders herijkt. Dit doen wij op basis van de actuariële waardeberekeningen van onze externe adviseur. Zij berekenen op basis van diverse parameters welk bedrag er in de voorziening aanwezig moet zijn op de peildatum 31 december van het betreffende jaar. Een van de belangrijkste parameters is de rekenrente. Deze wordt jaarlijks vastgesteld door De Nederlandse Bank. Dit percentage kan jaarlijks verschillen, waardoor op basis van de wet- en regelgeving een storting of een onttrekking aan de voorziening plaatsvindt. In 2020 heeft een storting aan de voorziening plaatsgevonden. Omdat de rente bijna niet lager vastgesteld kan worden, is het risico kleiner geworden.

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000 (OHP)
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). 

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 625.000 (VP)
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. 

Overige onzekerheden en risico's (OVERIG) € 687.500
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.
Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek wordt de risico exposure van de garantstellingen beoordeeld.
Tot slot ramen we in deze begroting een ombuigingstaakstelling. De rek binnen de gemeentefinanciën is er behoorlijk uit. Om die reden moeten soms ook (moeilijke) keuzes worden gemaakt. Hoe groter de ombuigingstaakstelling, hoe groter het risico dat niet alle bezuinigingen worden behaald. Door de invulling van de taakstelling nadrukkelijk te volgen minimaliseren we dit risico.

Corona
Corona heeft in 2020 en 2021 een grote impact gehad op een groot deel van de gemeentelijke beleidsterreinen. In de begroting 2022 hanteren we het uitgangspunt dat de gemeentelijke activiteiten weer (redelijk) normaal uitgevoerd kunnen worden. Wij worden hierin gesteund door recente voorspellingen (augustus 2021) van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB spreekt van een veerkrachtig herstel. Zij verwacht een economische groei van 4 % voor 2021 en 3% voor 2022. Wel wijst zij op de onzekerheid rond de verdere ontwikkeling van corona.
De ervaringen die we hebben opgedaan met het werken in coronatijd, leiden er toe dat wij niet meer terug gaan naar het oude normaal. Met elkaar zetten we in werkwijzen een nieuwe norm neer. Wij hebben de ramingen in de voorliggende begroting opgesteld op basis van bestaand beleid. Voor de diverse structurele budgetten hebben wij derhalve geen aanpassing opgenomen als gevolg van corona. Wel hebben we in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen een risicobedrag opgenomen voor de financiële gevolgen van corona.
Gelet op de beperkte omvang van de verwachte effecten hebben wij in de programmabegroting 2022 geen Paragraaf Gevolgen Corona opgenomen. Als de in 2020 en 2021 ingezette Rijksmaatregelen ook in 2022 doorlopen, informeren wij u hierover uiteraard bij de voor- en najaarsnota en de jaarrekening 2022.

Weerstandsvermogen

De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico's worden uitgedrukt in weerstandsvermogen. De hoogte van het weerstandsvermogen is als volgt weer te geven:

x € 1.000
Weerstandsvermogen 2022
Weerstandscapaciteit (A) 17.690
Risico's (B) 5.225
Weerstandsvermogen 12.465
Ratio Weerstandsvermogen (A/B) 3,39

Toelichting Weerstandsvermogen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat ons weerstandsvermogen voldoet aan het uitgangspunt dat de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit (A) minimaal gelijk moet zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit (B). De ratio weerstandsvermogen is 3,39 en dus groter dan 1,0. 

Kengetallen

Met ingang van 2016 zijn een vijftal financiële kengetallen verplicht gesteld. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 (zie ook hiervoor onder ‘beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s’) sluiten we aan voor de verplichte kengetallen bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90 - 130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90%  90 - 130% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
3. Grondexploitatieruimte < 20% 20 - 35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Eerste jaar en meerjarig > 0% Begroting en meerjarig 0% Begroting en meerjarig < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105%

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van de kengetallen weergegeven:

Kengetallen Rekening Begroot Begroot MJB MJB MJB Categorie
2020 2021* 2022 2023 2024 2025 (peiljaar 2022)
1 Netto schuldquote 61,90% 61,68% 61,39% 59,38% 55,62% 52,42% A
Netto schuldquote (gecorrigeerd) 60,23% 60,04% 59,76% 57,76% 54,04% 43,82% A
2 Solvabiliteitsratio 33,38% 33,63% 34,26% 34,61% 35,38% 36,67% B
3 Grondexploitatie 22,63% 21,21% 20,48% 16,99% 16,22% 10,35% B
4 Structurele exploitatieruimte -0,13% -2,12% 0,74% -0,04% 0,11% 0,45% A
5 Belastingcapaciteit 90,34% 96,52% 93,71% 93,68% 93,68% 93,68% A
* betreft de geactualiseerde begroting 2021

Toelichting kengetallen

Basis voor deze kengetallen is de geprognosticeerde balans voor de jaren 2022-2025. Deze staat onder 'Uiteenzetting van de financiële positie'.

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Een schuldquote van 100% wordt over het algemeen als grens gezien tussen acceptabel en in toenemende mate risicovol.
Wij zitten ruimschoots onder die grens.

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen we voor de komende vier jaren uit boven ons streefpercentage van minimaal 20%.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Uiteraard blijven wij het nauwlettend volgen en houden vast aan ons streven om te voldoen aan categorie B. Na 2022 komen we, volgens de huidige gegevens, in categorie A.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele lasten zijn de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, bij structurele baten gaat het onder andere om de Algemene uitkering van het gemeentefonds en eigen belastinginkomsten. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.
Uit het percentage blijkt dat we alleen in 2023 in categorie C vallen. Alle andere jaren vallen we in categorie A. 

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Deze woonlasten zijn de optelsom van de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.
Zoals uit de tabel blijkt, zijn de woonlasten voor 2022 in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde van € 811,00 (=100%) van het belastingjaar 2021.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

 

Portefeuillehouder

Jongebloed en Rikkers

Organisatie

Ruimte, Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Beleidsnota's

Van toepassing zijn de volgende nota´s:

  • Beleidsplan Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte 2012-2016
  • Nota Openbare Verlichting
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020
  • Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed
  • Bomenbeleidsplan
  • Landschapsvisie zuid oost friesland
  • Plan van aanpak verduurzamen gemeentelijke vastgoedportefeuille 

Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte

Uw raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld. Hierin zijn de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. De door de raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen, zijn hierin meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken:

  • Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden;
  • Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.

In het collegeprogramma 2018-2022 hebben wij aangegeven hoe wij willen komen tot een nieuwe kwaliteitsambitie openbare ruimte. 
Zoals wij u al hebben gemeld, zien wij een verschuiving in de politieke discussie van onderhoudskwaliteit naar inrichtingskwaliteit. Wat wij merken is dat, vooral bij herinrichtingen, er behoefte is aan een basis voor de bepaling van de inrichtingskwaliteit openbare ruimte. Onder inrichtingskwaliteit verstaan wij onder andere inrichtingsprincipes en materiaalkeuze. Dit betekent een verandering van de ambitie. Zie ook programma 2.

Wegen

Het totale areaal aan verhard oppervlak bedraagt circa 255 hectare. Hier binnen valt 130 km aan wegen binnen de bebouwde kom, 285 km aan wegen buiten de bebouwde kom en 85 km aan fietspaden. Daarnaast heeft de gemeente 214 hectare bermen en 442 km aan schouwsloten in onderhoud.

In 2015 is door provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân een Veenweidevisie opgesteld. Door lagere grondwaterstanden en steeds drogere zomers droogt de veengrond uit, hierdoor zakt de bodem. Dit probleem speelt op veel plaatsen in Nederland en zeker in delen in Friesland. In een aantal gebieden van onze gemeente is veengrond aanwezig, waardoor wij ook last hebben van deze veenweideproblematiek. Als de bodem daalt is er ook kans op het verzakken van de wegen die daar op liggen. Wij kennen nu de omvang van dit risico nog niet. Voor de werkzaamheden die dan nodig zijn om de wegen te herstellen is geen dekking binnen de bestaande onderhoudsgelden. Wij houden de toestand van de wegen in de veenweide gebieden goed in de gaten en informeren u over ontwikkelingen.

Om de doelstelling te monitoren worden de wegen geïnspecteerd op basis van de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) methodiek, waarbij de relatie wordt gelegd met de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het beleidsplan. Dit resulteert in een meerjarig inzicht (5 jaar) van planning en begroting. De hieruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden voor deze periode kunnen binnen het beschikbare budget in deze begroting worden verricht.

Groen

Groen komt in vele vormen terug in de openbare ruimte. Het totale areaal groen binnen de gemeente bedraagt ongeveer 112 hectare. Het grootste areaal bevindt zich in de woongebieden. Langs de plattelandswegen staan de meeste bomen. Het beheer vindt plaats op basis van een kwaliteit gestuurd (groen)beheersysteem. Het groenbeheer is onder te verdelen in verzorging (kwaliteit onderhoud) en technische staat (kwaliteit inrichting) In 2022 werken wij aan de leidraad duurzame inrichting openbare ruimte. Deze leidraad geeft richting aan het gewenste onderhoud van het openbaar groen.
De kwaliteit van de technische staat van het openbaar groen wordt per gebied regelmatig gemeten. Afhankelijk van de uitkomst van de meting komt er een renovatieplan.

Eens per drie jaar worden alle 30.000 bomen geïnspecteerd. Wanneer de kwaliteit van een boom daar aanleiding toe geeft is er een jaarlijkse inspectie.
De kwaliteit van de bomen, de beplanting en de gazons is erg afhankelijk van het klimaat. De effecten van een droge zomer zijn later zichtbaar en vooraf niet te voorspellen. Met de jaarlijkse inspecties ontstaat er een actueel beeld van de kwaliteit van de bomen en eventuele veiligheidsrisico's. Indien nodig kan dit aanleiding geven tot een incidentele ophoging van het onderhoudsbudget.
De normale werkzaamheden betreffende bomen zijn afgestemd op het bomenbeleidsplan en passen binnen het beschikbare budget in deze begroting.

Bruggen, waterwegen en kades

Weststellingwerf heeft 50 bruggen in beheer die bestaan uit 32 bruggen voor fiets-/voetgangersverkeer en 18 bruggen voor autoverkeer. De bruggen variëren van één middelgrote beweegbare brug bij Nijelamer tot meerdere kleine, vaste, houten bruggen voor fiets- en voetgangers. Met de gemeentes Steenwijkerland, De Fryske Marren en Ooststellingwerf hebben we 3 bruggen in gezamenlijk beheer en onderhoud. Via een jaarlijkse monitoring wordt de staat van alle kapitaalgoederen gevolgd. Er wordt eens in de 5 jaar geïnspecteerd.

 

Openbare verlichting

De gemeente Weststellingwerf heeft in totaal 4.468 lichtmasten in eigendom en beheer (31-8-2021). Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is door de Coöperatie Openbare Verlichting en Inkoop Energie Fryslân vanaf 1 april 2019 aanbesteed. Met onderhoud bedoelen wij het reinigen en schilderen van masten en armaturen. Ook het oplossen van storingen aan de openbare verlichting en vervangen van masten en armaturen valt onder deze aanbesteding. Zoals bekend zijn wij bezig met het versneld vervangen van de openbare verlichting door LED verlichting. Dit zal leiden tot een besparing op het energieverbruik.

Riolering

Er wordt invulling gegeven aan de wettelijke taken die de gemeente heeft voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. Hoe dat gedaan wordt, is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hierin zijn de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen beschreven. Naast het beheer en onderhoud aan het bestaande systeem wordt er nieuwe aanleg en aanpassingen aan het bestaande systeem gepleegd. Uitgangspunt is dit op een doelmatige wijze uit te voeren. Indien mogelijk worden er werkzaamheden in OWO-verband uitgevoerd. Daarnaast werken wij met alle Friese gemeenten, Wetterskip, provincie en Vitens aan maatregelen voor een toekomstbestendige Friese waterketen. Dit is vastgelegd in het Fries bestuursakkoord waterketen (FBWK).

De nieuwe aanleg en aanpassingen zijn de komende periode gericht op het klimaatbestendig maken van de leefomgeving. In het nieuwe GRP 2021-2025 staan de maatregelen beschreven die daarvoor uitgevoerd gaan worden en wat de kosten daarvan zijn.

Tractiemiddelen

De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheersysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel worden vervangen. Er is een meerjarig overzicht opgesteld van te vervangen materieel. Dit is vertaald in deze begroting en het bijbehorende investeringsplan. 

Gebouwen

Zoals beschreven in de notitie ‘Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed’ zijn onze gebouwen opgedeeld in twee categorieën:

  • functionele panden (dragen bij aan het realiseren van doelen van de gemeente);
  • niet-functionele panden (op termijn afstoten). 

Het onderhoud van de panden is verdeeld in dagelijks onderhoud en planmatig onderhoud (groot onderhoud en planmatige vervangingen). Volgens de NEN 2767-inspecties wordt het geplande onderhoud vastgelegd in een meerjarenonderhoudsplanning. 
Voor de functionele panden wordt het onderhoud zo gepland dat het niveau ‘sober en doelmatig’ blijft. Voor ieder functioneel pand is het onderhoud in een meerjarig onderhoudsplan vertaald.
Voor de niet-functionele panden is gekozen om het onderhoud zo minimaal mogelijk uit te voeren. Alleen noodzakelijke maatregelen voor het behoud van de huidige functie en het huidige gebruik van het gebouw worden uitgevoerd.
Voor het verduurzamen van onze vastgoedportefeuille is een plan van aanpak opgesteld, zie programma 8.

Beschikbare middelen voor het onderhoud

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
tractiemiddelen 172 153 153 153 153 153
gebouwen 613 570 384 527 428 309
wegen 1.721 1.825 1.820 1.814 1.800 1.800
bruggen en duikers 67 157 157 155 152 152
openbare verlichting 60 34 34 34 34 34
openbaar groen 287 270 275 276 278 280
riolering 208 181 181 181 181 181
terreinen 56 83 83 83 83 83
overig 16 46 46 46 46 46
Eindtotaal 3.200 3.318 3.132 3.268 3.154 3.037

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury betreft alle financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Treasury richt zich vervolgens op het besturen, beheersen van, het verantwoorden en toezicht houden op de hiervoor genoemde aspecten.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn we transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden we eventuele overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten niet mogelijk. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben, kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.
We hebben momenteel nog drie geldleningen.   

Risicobeheer

De overheid hanteert 2 instrumenten, binnen de wet Fido, voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel van deze normen is het krijgen van een stabiele rentelast over de jaren. 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort structureel dreigt te worden, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De berekening van de kasgeldlimiet voor de komende jaren is als volgt:

x € 1.000
Kasgeldlimiet 2022 2023 2024 2025
Begrotingsvolume 82.610 81.466 81.691 80.608
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
De kasgeldlimiet in euro's 7.022 6.925 6.944 6.852

Renterisicobeheer

De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
Onze ruimte binnen deze norm is als volgt:

x € 1.000
Renterisiconorm 2022 2023 2024 2025
Begrotingsvolume 82.610 81.466 81.691 80.608
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 20,00% 20,00% 20,00% 20,00%
Toegestane renterisiconorm 16.522 16.293 16.338 16.122
Renteherziening op vaste schuld (opgenomen) 0 0 0 0
Renteherziening op vaste schuld (uitgezet) 0 0 0 0
Aflossingen 3.345 3.345 3.345 3.345
Huidige renterisiconorm 3.345 3.345 3.345 3.345
Ruimte binnen de toegestane renterisiconorm 13.177 12.948 12.993 12.777

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren verstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. Jaarlijks wordt hier op afgelost. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

x € 1.000
Verstrekte geldleningen en gegarandeerde leningen Ultimo 2021
Rentedragende leningen 1.038
Gegarandeerde geldleningen (100%) 3.060
Indirect gegarandeerde geldleningen (WSW-achtervang) 31.342
Totaal 35.440

Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling (op korte termijn gelijkblijvend en op de langere termijn een iets oplopende rente) wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte. Deze zetten we vervolgens af tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin: uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. We laten daarbij de kortlopende schuld niet onnodig hoog oplopen waardoor lang geld moet worden aangetrokken op een voor onze gemeente ongunstig moment: een evenwichtige spreiding van de aflossingen en rentebetalingen is belangrijk bij een beheersbare liquiditeitsbegroting.

Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Leningenportefeuille

Het verloop van onze leningenportefeuille staat in de geprognosticeerde balans (zie onder “Uiteenzetting van de financiële positie”).

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Het beeld wat structureel lijkt, voor de komende jaren, is dat aantrekken van een vaste geldlening onvermijdelijk lijkt te zijn. In onderstaande prognose hebben wij ingaande 2022 een nieuwe langlopende geldlening opgenomen voor € 10 miljoen. Wij volgen uiteraard de werkelijke financieringsbehoefte om zo het juiste moment voor deze nieuwe financiering te bepalen. 

x € 1.000
Financieringsbehoefte per 31 december 2022 2023 2024 2025
Eigen vermogen 32.271 31.499 31.178 31.218
Voorzieningen 6.434 6.420 6.406 6.392
Vaste geldleningen 55.197 51.852 48.507 45.162
93.902 89.771 86.091 82.772
Vaste activa 72.366 72.202 69.717 71.520
Voorraden 16.849 13.742 13.227 8.345
Bijstelling op basis van geïnventariseerde risico's
89.215 85.944 82.944 79.865
Financieringstekort (-) danwel overschot (+) per 31 december 4.687 3.827 3.147 2.907

De wijze van rentetoerekening

In het volgende renteschema staat hoe voor alle jaren de rentetoerekening in deze begroting is vormgegeven. Het renteresultaat is verantwoord bij het Overzicht algemene dekkingsmiddelen, taakveld treasury.

x € 1.000
Renteschema 2022 2023 2024 2025
Externe rentelasten over de korte en lange termijn 1.579 1.535 1.479 1.455
Externe rentebaten 35 34 34 34
Totaal door te berekenen rente 1.544 1.501 1.445 1.421
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties 440 381 315 237
Rente over eigen financieringsmiddelen 0 0 0 0
Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 1.084 1.064 1.036 1.020
1.524 1.445 1.351 1.257
Renteresultaat op het taakveld treasury 20 56 94 164

EMU saldo

Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU-saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het voor 2022 begrote EMU-saldo voor onze gemeente bedraagt € 5.227.000 negatief.

Overige ontwikkelingen

Schatkistbankieren
Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2022 ongeveer € 620.000.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort en Hoen

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

 

De onderdelen inkoop & aanbesteding, informatisering & automatisering, documentaire informatievoorziening, financiële- en personele administratie als ook verzekeringen en business intelligence worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking.

Informatieveiligheid en privacy

Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) gegevensuitwisseling met overheidsorganisaties, (keten)partners, burgers, inwoners, medewerkers, bedrijven en instellingen. Het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van gegevens kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Het kan ook leiden tot boetes of imagoschade. Een betrouwbare informatievoorziening is nodig voor het goed functioneren van de gemeente. Het is ook de basis voor het beschermen van de rechten van burgers en bedrijven.

De komende jaren blijft onze gemeente inzetten op het verhogen van de informatieveiligheid en het zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Dat doen we onder andere met het:

1. voldoen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het normenkader voor de gehele overheid op het gebied van informatiebeveiliging;
2. voldoen aan de privacywetgeving, waaronder het doorontwikkelen van de toezichthoudende taak van de Functionaris Gegevensbescherming (FG);
3. vergroten en borgen van het informatiebeveiligings- en privacybewustzijn van (nieuwe) medewerkers;
4. afleggen van verantwoording via de zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit), de zelfevaluatie BRP (Basisregistratie personen) en de zelfevaluatie Reisdocumenten.

Rechtmatigheid

De gemeente moet bij de uitvoering van de gemeentelijke taken handelen volgens wettelijke richtlijnen. Het gaat hierbij om de rechtmatigheid van beheershandelingen die tot financiële transacties leiden. Deze financiële transacties worden in de jaarrekening verantwoord. Daarbij worden via interne controle de verordeningen op juistheid van handelen en rechtmatige totstandkoming getoetst. De kaders en belangrijkste activiteiten op het gebied van rechtmatigheid zijn vastgelegd in het beleidsplan interne beheersing en het jaarplan interne controle. Het beleidsplan biedt aanknopingspunten om de interne beheersing van de gemeente verder te ontwikkelen. Naar verwachting zal het college met ingang van het verslagjaar 2022 een rechtmatigheidsverantwoording moeten opnemen in de jaarrekening. Dit is onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring, voorheen werd uitgegaan van verslagjaar 2021. De invoering hiervan in de organisatie wordt stapsgewijs aangepakt.

Met ingang van 2022 wordt de invulling van de accountantsverklaring gewijzigd. Het college legt met ingang van het verslagjaar 2022 verantwoording af over de rechtmatigheid. In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het college aan dat de gemeente bij alle (financiële) beheershandelingen en transacties de wet- en regelgeving naleeft. Om dit te waarborgen zal gesteund moeten worden op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en -controle. De rechtmatigheidsverantwoording valt, als onderdeel van de jaarrekening, onder het getrouwheidsoordeel van de accountant. Daarmee vervalt het oordeel over de rechtmatigheid van de achterliggende beheershandelingen door de accountant. 

Organisatieontwikkeling


In een separaat memo (0098130199) informeerden we de gemeenteraad over onze organisatieontwikkeling. Met deze organisatieontwikkeling verwachten we beter in te kunnen spelen op de ontwikkelingen die op ons af komen. De wereld om ons heen verandert in rap tempo en de complexiteit van ons werk neemt toe. Dit vraagt een flexibele op de samenleving gerichte organisatie.
We zijn als organisatie de afgelopen jaren in omvang gegroeid. Denk bijvoorbeeld aan de decentralisaties en de sociale werkvoorziening.
Deze ontwikkelingen maken het ook noodzakelijk om onze organisatie anders in te delen, toekomstbestendige aanpassingen te doen gericht op een werkbare span of control en inbedding van stevig budgethouderschap. We zien dit als voorwaarde om goed te kunnen werken aan onze cultuurverandering (versterken professionaliteit en wendbaarheid organisatie, integraal werken, eigenaarschap en samenwerking). Deze cultuurverandering, andere indeling van de organisatie, integrale aanpak van vraagstukken en stevig budgethouderschap zijn middelen om onze flexibele op de samenleving gerichte samenleving te bereiken. We kunnen hiermee beter en duurzamer inspelen op de steeds veranderende wensen van onze inwoners.

Andere indeling organisatie
Met een directiemodel met robuuste teams gericht op inwoners, bestuur en organisatie verwachten we de opgaven en uitdagingen van de samenleving goed aan te kunnen. De robuuste teams kennen een omvang waarmee een teamleider ruimte heeft om de medewerkers te ondersteunen bij bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden en nieuwe werkzaamheden. Hiermee passen we ook de omvang van de teams aan die door de groei van de organisatie is ontstaan.

In dit model vragen we een zwaardere rol van teamleiders en hebben we extra teamleiders nodig. De structurele kosten ramen we op € 405.000. Ook versterken we in het nieuwe plaatje onze decentrale (financiële) beheersing met extra capaciteit om stevig budgethouderschap in te bedden. Deze kosten begroten we op € 160.000.

Incidenteel verwachten we € 500.000 (€ 250.000 in 2022 en € 250.000 in 2023) nodig te hebben voor tijdelijke frictiekosten in verband met de reorganisatie en voor twee jaar tijdelijk de kosten van een concerncontroller. De kosten voor concerncontroller zijn tijdelijk, omdat we experimenteren met de positionering en plaats van deze functie binnen het directieteam.

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

HRM
De uitwerking van onze organisatieontwikkeling gericht op cultuurverandering staat centraal. Dit werkt door in onze personeelsinstrumenten, zoals leren & ontwikkelen, talentmanagement, de gesprekscyclus en werving & selectie. We gaan actief aan de slag met het binden en boeien van van medewerkers en met de uitwerking van ontwikkelprogramma’s gericht op het leren. We ondersteunen en begeleiden leidinggevenden en medewerkers bij deze ontwikkeling.

In 2022 besteden we extra aandacht aan werving & selectie, talentmanagement en onze arbeidsomstandigheden.

Schaarste op de arbeidsmarkt
De schaarste op de arbeidsmarkt vraagt van ons steeds creatievere oplossingen voor het matchen van vraag en aanbod. De kosten stijgen. We gaan er vooralsnog vanuit dit binnen bestaande budgetten op te kunnen vangen.

Talentmanagement
Naast de aantrekkelijkheid als organisatie vergroten en het vinden van medewerkers, gaat het erom dat medewerkers gemotiveerd hun talenten willen blijven inzetten voor de gemeente Weststellingwerf.
We faciliteren het gesprek over talenten, eigenaarschap, ambities en mogelijkheden om intern door te ontwikkelen.

Hybride werken en arbeidsomstandigheden
Vanaf het moment dat de coronamaatregelen het toelaten werken we zoveel mogelijk hybride. Dit betekent dat we werken waar het werk is. We werken thuis, op kantoor, bij de inwoner of elders. De werkomgeving op kantoor passen we aan deze organisatieontwikkeling aan.
Het hybride werken vraagt een andere manier van aandacht besteden aan arbeidsomstandigheden. Onze zorgplicht die we als werkgever hebben wijzigt niet, het zicht op de arbeidsomstandigheden van medewerkers wel. We gaan in 2022 verder met het ontwikkelen en uitvoeren van beleid hierop. Denk aan het tegemoetkomen van noodzakelijke voorzieningen voor de thuiswerkplek en bijvoorbeeld virtuele hulp voor goede arbeidsomstandigheden. We gaan er vooralsnog vanuit dat we dit binnen bestaande budgetten kunnen opvangen.

Ziekteverzuim
We streven voor onze inclusieve organisatie voor een verzuimcijfer van 4,9%.

KENMERKEN Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Personeel in FTE:
Algemene dienst 293,05 307,44 312,16
Griffie 2,56 2,56 2,56
Projecten* 0 0 2,34
Totaal FTE 295,61 310,00 317,06
Personeel in personen 332 330 331
Totale loonsom 19.200.000 20.696.000 21.773.000
Percentage man 44,37
Percentage vrouw 55,63
Gemiddelde leeftijd in jaren 47,02
Dienstverband >10 jaar 36,75%
Instroom 12,35%
Doorstroom 3,31%
Uitstroom 8,43%
Ziekteverzuimpercentage 5,85% 4,1% 4,9%
Meldingsfrequentie verzuim 0,86% 1,4% 0,9%
* Personeel voor projecten wordt volledig bekostigd uit projecten

Paragraaf OWO-samenwerking

Paragraaf OWO-samenwerking

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Bestuursovereenkomst

De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2015 heeft per 1 juli 2017 de voltooiing van de bouw van de drie OWO-afdelingen bereikt. Na de bouwfase verkeren de OWO-afdelingen nu in de fase van continue verdere ontwikkeling en professionalisering en dat verloopt naar wens. Het OWO-jaarplan, dat is samengesteld uit de jaarplannen van de drie OWO-afdelingen, is de basis voor de onderlinge ambities, de bestaande afspraken en de financiële vereffening en verrekening tussen de drie gemeenten. Een uniek construct in Nederland. Nieuwe plannen of beleidsopgaven pakken de drie gemeenten, waar mogelijk, gezamenlijk op. Bij actuele of nieuwe (beleids)vraagstukken maken de OWO-gemeenten gebruik van elkaars kennis, kunde en/of capaciteit. Op deze manier lukt het de drie gemeenten om sneller en effectiever in te spelen op landelijke, provinciale of regionale opgaven. Een mooi voorbeeld hiervan is de invoering van de Omgevingswet.

OWO-visie

Begin 2021 hebben de drie OWO-gemeenteraden de OWO-visie (“zelfstandig blijven door samenwerking”) zonder wijzigingen vastgesteld. De drie OWO-gemeenten werken samen en voegen weldoordacht bedrijfsonderdelen in één. Met daarbij het belang van de eigen zelfstandigheid voor ogen houdende. De OWO-visie: Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland, drie gemeenten die hun zelfstandigheid behouden door samenwerking!

Met het vaststellen van de OWO-visie is ook een aantal moties aangenomen waarin de raden samen met de colleges aan de slag gaan met de (toekomst van de) OWO-samenwerking. In een drietal bijeenkomsten is in 2021 een mooie stap gezet in de samenwerking en in de concretisering op een aantal thema’s.

Een groot aantal uitvoerende taken is ondergebracht bij drie afdelingen die gezamenlijk worden aangestuurd. Dit zijn de samengevoegde afdelingen Beheer en Registratie, Bedrijfsvoering en Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Elke gemeente is gastgemeente van één van deze afdelingen. De onderlinge afspraken zijn ongecompliceerd en helder. Verdere ontwikkeling in de taakvelden van deze afdelingen is een actueel thema. Dat is bijvoorbeeld goed te zien bij de verdere ICT-ontwikkelingen. De gemeenten hebben afgesproken dit gezamenlijk op te pakken omdat dit beter, goedkoper en efficiënter is dan dat zij dit in zelfstandigheid doen.

Naast de samengevoegde afdelingen vindt er ook samenwerking plaats op terreinen waar geen samenvoeging heeft plaatsgevonden. Terreinen waarbij het vanzelfsprekend is om gezamenlijk op te trekken of waarbij samenwerking leidt tot een krachtige positie op het regionale of provinciale speelveld. Maar ook om gebruik te maken van elkaars expertise of omdat het kostenefficiënter is om gezamenlijk door te ontwikkelen. Ook dat is de OWO-samenwerking.

De OWO-visie is een bevestiging van de huidige samenwerking en de uitgangspunten. Daarnaast bevat het een aantal prioriteiten en opgaven om de samengevoegde OWO-afdelingen verder te ontwikkelen en de samenwerking op (beleids)thema’s nog beter te benutten.

Op de volgende vier thema’s werken de drie OWO-gemeenten intensief samen omdat de opgaven groot en de gemeentegrenzen overstijgen, ze een integrale aanpak vergen en ze de mogelijkheid bieden om kennis en kunde die specifiek in de drie huizen aanwezig zijn te bundelen en te benutten. Deze vier thema’s zijn:

• Versterkt platteland
• Omgevingswet
• Duurzaamheid
• Recreatie en toerisme

OWO afdelingen

OWO-afdelingen: het fundament van onze samenwerking

OWO is het antwoord van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland op nauwer samenwerken tussen de gemeenten. Door krachten en kennis te bundelen, kunnen we de kwaliteit verhogen, de kwetsbaarheid verminderen en kosten besparen. OWO bestaat uit drie samenwerkende gemeenten die naast de eigen afdelingen drie gezamenlijke afdelingen hebben. Hier werkt ongeveer een derde van de medewerkers.

Ook buiten onze gemeenten is de OWO-samenwerking een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband: samen waar het kan én met behoud van eigenheid. Onverminderd zetten de afdelingen zich in voor de vier K’s:

1. meer Kwaliteit
2. vergroten Kennis
3. vermindering Kwetsbaarheid
4. minder (meer) Kosten

De OWO-afdelingen dragen bij aan een toekomstbestendige, wendbare en betaalbare lokale overheid, dichtbij burgers, ondernemers en recreanten. We werken nauw samen met ruimte voor eigen identiteit van de individuele gemeenten (moederorganisaties).

Met het afronden van de bouwfase eind 2017, begin 2018 is een volgende fase van de OWO-samenwerking ingegaan. De OWO-samenwerking is uniek en er staat een hele mooie basis. Cliché of niet, maar ‘stilstand is achteruitgang’ ligt op de loer. Om dit niet te laten gebeuren is met het aanbreken van de nieuwe fase een dynamische lijst met prioriteiten opgesteld waarmee de OWO-samenwerking, gelet op alle ontwikkelingen buiten en binnen, de komende jaren aan de slag wil. Deze lijst heeft ook als één van de bouwstenen gediend voor de vastgestelde OWO-visie en is daarin dan ook integraal in opgenomen.

Deze prioriteiten zijn:

1. OWO 2.0 - herijken OWO-afdelingen
     OWO 2.0 - zoektocht OWO-identiteit
2. Ambities en inrichting dienstverlening
3. Verdere voortgang inkoop- en aanbestedingsbeleid
4. Datagedreven werken
5. Slimmer verzekeren
6. Harmonisatie en verduidelijking APV
7. Actualiseren VTH-beleidsplan
8. Zorgvuldige invoering Omgevingswet
9. Informatiebeveiliging en privacy
10. Innoveren voor de toekomst

In het vervolg van deze OWO-paragraaf wordt vanuit de drie OWO-afdelingen ingegaan op de genoemde prioriteiten en de (bredere) ontwikkelingen voor 2022. De prioriteiten 1 (OWO 2.0 - herijken OWO-afdelingen en - zoektocht OWO-identiteit) en 2 (ambities en inrichting dienstverlening) zijn onderdeel van een continue ontwikkeling van de samenwerking én van de drie OWO-gemeenten. De in 2021 vastgestelde OWO-visie en de concretiseringsslag die in co-creatie met de OWO-raden gemaakt is geven inhoudelijk richting aan de herijking en de zoektocht, zeker op de thema’s waar de OWO-raden voor 2022 en verder op in wil zetten zoals de Omgevingswet, duurzaamheid en versterkt platteland. Dit zijn kaders waardoor ook de OWO-afdelingen weten waarop de focus ligt zodat duidelijk is hoe de ondersteuning daarop georganiseerd en ingericht moet worden. Dit maakt onderdeel uit van de continue ontwikkeling van de OWO-afdelingen in relatie tot de opgaven en ambities én ook in relatie tot de (organisatie)ontwikkelingen in de drie OWO-gemeentehuizen. Om klaar en fit te zijn voor de (nabije) toekomst en flexibel in te kunnen blijven spelen op alles wat op de gemeenten afkomt maakt innoveren (prioriteit 10) onderdeel uit van de continue ontwikkeling van de OWO-afdelingen.

Afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) (gemeente Opsterland)

Het landschap waarin VTH zich bevindt, is volop in beweging. Vooral de komst van de Omgevingswet zorgt voor een ingrijpend veranderingsproces.

Beleidsplan Vergunningverlening, toezicht en handhaving fysieke leefomgeving (prioriteit 7)
Voor de periode 2020-2024 is een OWO-breed beleidsplan vastgesteld. De drie gemeenteraden hebben kaders meegegeven voor dit beleidsplan. Het beleidsplan geeft richting aan de prioriteiten voor de OWO-afdeling VTH: een verschuiving van minder periodieke milieucontroles (onder andere veroorzaakt door verschuiving van deze taken naar de FUMO) naar meer tijd voor natuur, landschap en groen en meer aandacht voor de openbare ruimte. Daarnaast zijn energietransitie en ondermijning belangrijke aandachtspunten. De afdeling werkt aan accentverschuivingen in taken en competenties om de beleidsdoelen te kunnen realiseren. Mede ingegeven door een recent rekenkameronderzoek rond het proces van vergunningverlening is monitoring van resultaten nadrukkelijk in de uitvoeringsorganisatie opgenomen.

Omgevingswet (prioriteit 8)
De Omgevingswet treedt, na wederom uitstel op 1 juli 2022 in werking. Dit betekent niet dat op deze datum alle doelen uit deze wet gerealiseerd moeten zijn; voor een aantal minimale eisen geldt dat wel, de verdere implementatie loopt tot 2028. De drie OWO-gemeenten en de OWO-afdelingen trekken nauw samen op om op tijd klaar te zijn. Grote klussen zijn er op het gebied van automatisering, het inrichten van werkprocessen en het opleiden van medewerkers. Ook de afstemming met de ketenpartners is van groot belang, vooral met de FUMO. De Omgevingswet heeft ook gevolgen voor de legesopbrengsten: meer vergunningsvrij bouwen leidt tot minder legesinkomsten. Tegelijkertijd treedt de Wet kwaliteitsborging bouwen in werking. Ook deze wet heeft flinke gevolgen voor de te berekenen leges voor Omgevingsvergunningen. Zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging bouwen zorgen voor verschuiving van taken. Het is momenteel nog volstrekt onduidelijk wat de omvang van deze verschuiving is en de gevolgen voor de omvang van de formatie van OWO-VTH.

Harmonisatie APV (prioriteit 6)
In het najaar van 2021 is een herziene versie van de APV aan de drie OWO-gemeenteraden aangeboden. Deze is OWO-breed afgestemd en leidt tot meer geharmoniseerde regelgeving binnen de drie OWO-gemeenten. De komst van de Omgevingswet is de volgende aanjager en verwacht wordt dat in 2022 een volgende stap gezet wordt in verdere afstemming van APV regelgeving in OWO-verband.

Afdeling Beheer en Registratie (gemeente Ooststellingwerf)

Digitalisering
Een rode draad die bij beide teams (Backoffice Sociaal Domein en Belastingen & Vastgoedinformatie) te herkennen is, is de voortschrijdende digitalisering. Dan gaat het onder andere over nieuwe applicaties, koppelingen tussen basisregistraties en digitaal registreren. Daarnaast hebben ook de wijzigingen in wet- en regelgeving grote invloed en ook hierin speelt de digitalisering een prominente rol zoals bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de invoer van landelijke administratieprotocollen. Ook de aanbesteding ICT moet hierbij worden genoemd omdat hierbij ook rekening is gehouden met voortschrijdende digitalisering en dit is vastgelegd in de eisen en wensen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het maken van nieuwe koppelingen en het digitaliseren van handmatige werkzaamheden.

Aanbesteding ICT
Afhankelijk van de uitkomsten van de aanbesteding ICT bestaat de mogelijkheid dat zowel de drie afdelingen Sociaal Domein van de OWO-gemeenten als het team Belastingen & Vastgoedinformatie over gaan naar een nieuwe applicatie. De overgang naar een nieuwe applicatie vraagt de nodige voorbereiding en inzet tijdens de implementatie qua opleidingen, veranderingen in processen, gebruikershandleidingen, migratie van systemen en/of ingerichte beheerorganisatie.

Datagedreven werken (prioriteit 4)
In 2021 is gestart met het project Datagedreven werken binnen de OWO-gemeenten. Tevens wordt onderzocht of aansluiting bij DataFryslân interessant kan zijn voor de gemeenten.

Invoering Omgevingswet
BVI neemt actief deel aan de werkgroep die de invoering van de Omgevingswet (prioriteit 8) begeleidt. BVI is met name betrokken bij het Digitaal Stelsel Omgevinswet DSO. De capaciteit die hiermee gemoeid is wordt opgevangen binnen de reguliere capaciteit.

WOZ-waarden op basis van oppervlakte
Met ingang van 2022 moeten de woningen getaxeerd worden (voor de WOZ) op basis van de oppervlakte in plaats van inhoud. Dit is een nieuwe wettelijk bepaling. In 2019 is gestart met de voorbereidingen en in 2022 vindt de eerste herwaardering plaats op basis van de oppervlakte. Het jaar 2021 was een testjaar en een jaar waarin de puntjes op de ‘I’ zijn gezet.

Backoffice Sociaal Domein
De backoffice beweegt, net zoals de Gebiedsteams van de drie gemeenten, mee met de ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein die zijn weerslag hebben in de uitvoering. Denk hierbij aan digitalisering in de PGB-systematiek en het steeds verder landelijk standaardiseren van processen tussen gemeenten, zorgaanbieders en ondernemers in het kader van de loonkostensubsidie en zeker ook aan de wijze waarop het beschermd wonen binnen de Wmo is vormgegeven en de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022. Bij dit type veranderingen is het belangrijk rekening te houden met eventueel benodigde formatie binnen de backoffice zoals dat ook met het Gebiedsteam gebeurt.

Afdeling Bedrijfsvoering (gemeente Weststellingwerf)

De afdeling Bedrijfsvoering levert advisering, ondersteuning en uitvoering van taken op het gebied van informatisering en automatisering, ICT-architectuur en -beveiliging, business intelligence, de documentaire informatievoorziening, de personeels- en salarisadministratie, inkoop en verzekeringen en de financiële administratie en ondersteuning bij de producten in de P&C-cyclus.

Het is een feit dat digitalisering en het gebruik van ICT-middelen niet meer weg te denken valt in het hedendaagse functioneren van onze gemeenten, onze interacties met inwoners en bedrijven en onze landelijke ketenpartners. Daarbij zijn de privacywetgeving voor de inrichting van onze processen en systemen belangrijk en de beveiligingsopgaven voor het voorkomen van misbruik en het gijzelen van onze bedrijfssystemen en bedrijfsgegevens groot. Dit schept dan ook verplichtingen voor onze technische inrichting, werkmethoden en investeren in kwaliteit van onze middelen (mens, machine en budgetten). Ook in het achterliggende jaar hebben in de landelijke media wederom de consequenties gezien en gehoord als zaken niet goed op orde zijn en wat daarvan dan de gevolgen zijn. Genoemd worden de datalekken bij onder andere de GGD, veiligheidsregio’s en het Openbaar Ministerie en de nasleep van de hack en gijzeling van systemen en informatie bij de gemeente Hof van Twente.

ICT en informatievoorziening kunnen niet meer als bijproduct worden gezien: ze moeten er zijn, ze moeten op orde zijn en ze moeten correct functioneren. Het dient daarmee strategisch als product en dienst het algemeen belang en maakt het dagelijks functioneren van de lokale overheid, onze gemeenten, mogelijk. Verdere ontwikkelen is nodig om te kunnen blijven voldoen aan de grote groei en vraag naar ICT-ondersteuning met als uitdaging daarbij ook de (informatie)veiligheid te waarborgen. De informatievoorziening en ICT-huishouding vereisen ook in 2022 extra middelen.

In de OWO-visie zijn in het hoofdstuk ‘Uitbouwen en door ontwikkelen’ de doelen van de OWO-samenwerking aan tien prioritieten gekoppeld. Prioriteit 3 ‘Inkoop en aanbesteding’ en prioriteit 5 ‘Slimmer verzekeren’ zijn sinds 2020 en 2021 al opgepakt en deze zijn grotendeels al uitgewerkt. Hierover is het goed nog te melden dat deze activiteiten net als veel andere werkzaamheden binnen de bestaande budgettaire kaders hebben plaatsgevonden.

Nieuwe ontwikkelingen
Onderstaand melden wij thema's waarvan wij voorzien dat zij in 2022 een rol gaan spelen maar waar vooralsnog geen financieel gevolg aan is gegeven in deze begroting. Op het moment dat er op deze thema’s meer bekend is op gevolgen, benodigde acties en financiële middelen wordt dit meegenomen in de eerstvolgende reguliere processtap van de P&C-cyclus. Het vraagt in deze lastige financiële budgettaire tijden durf en visie om proactief te sturen op digitale opgaves. Het gaat nu vooral om nieuwe (wettelijke) ontwikkelingen die in iedere gemeente in de normale exploitatie (bedrijfsvoering) spelen en ook geld kosten. Het in OWO-verband oppakken en uitvoeren betekent dat de kosten lager uitvallen dan wanneer een gemeente dit afzonderlijk vorm moet geven.

Wet open overheid (bekostiging via extra middelen Rijk)
Deze wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Deze wet vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De algemene strekking is duidelijk: actiever, transparanter overheidsinformatie delen. Dit stelt eisen aan de kwaliteit van de informatiehuishouding, waaronder de archivering, de informatiesystemen, de werkprocessen en de digitale publicatiekanalen. Maar ook aan de kennis van medewerkers. Alle gemeenten zijn door het Rijk gecompenseerd voor de invoering van de Wet open overheid (Woo).

Informatisering, digitalisering en automatisering
In 2019 is onderzoek gedaan naar de inrichting van een voor de toekomst bestendige informatievoorziening in de OWO-samenwerking. Uit dit onderzoek is een aantal aandachtsgebieden naar voren gekomen. Binnen de financiële en personele mogelijkheden gaan we aan de slag om hier stappen in te zetten.

Archiefverplichtingen en werkvoorraad wegwerken DIV
Om de achterstanden en de werkvoorraad weg te werken en de archieven op orde te brengen was in 2021 en is in 2022 én 2023 nog extra inhuurcapaciteit nodig. Het gaat vooral om uitvoeringstaken bij DIV zoals scannen, registreren, archiveren, inventarissen overbrengen en het doen van kwaliteitscontroles. Archieven moeten op orde zijn zoals de Archiefwet voorschrijft. Als dit niet het geval is dan kan er sprake zijn van taakverwaarlozing. De huidige hybride situatie (zowel papier als digitaal archiveren) gekoppeld aan de verschillende werkwijzen in de drie OWO-gemeenten in combinatie met een lastige arbeidsmarkt in dit domein maakt deze opgave veelomvattend en lastig.

Belangrijkste speerpunten 2022 per aandachtsgebied van de OWO-afdeling Bedrijfsvoering:

Informatisering en automatisering (I&A)
In 2022 zullen de veiligheid (prioriteit 9) en de beschikbaarheid van betrouwbare data en het blijven voldoen aan de wetgeving (AVG, BIG, BIO et cetera) belangrijke speerpunten zijn.

Afhankelijk van het verloop en de maatregelen rondom Corona zal het hybride werken in combinatie met mobiele werkplekken in de drie gemeenten (onder andere laptops) ook in 2022 vervolg krijgen. Wij zorgen ervoor dat middelen en voorzieningen in 2022 waar nodig of gewenst worden omgevormd of uitgebreid.

In 2021 is een groot deel van het bestaande applicatielandschap en de daarbij behorende voorzieningen integraal Europees aanbesteed. De projectvoering is in 2021 voorbereid waarbij met de diverse domeinen in de drie gemeenten het Pakket van Eisen (wensen en opties) is bepaald. Eind 2021 zal naar verwachting bekend zijn op welke manier en met welke leverancier(s) we in 2022 en daarna (fasering meerjarig) voor de toekomst gaan bouwen aan de continuering van onze informatievoorziening, gegevensbeheer, uitwisseling van gegevens en de functionele toepassingen.

Documentaire Informatievoorziening (DIV)
De Archiefwet heeft gevolgen door de verkorting van de termijnen voor overbrenging archiefbescheiden. Die gaat van twintig jaar nu (Archiefwet uit 1995) naar tien jaar straks. Die eis gaat hoe dan ook impact hebben. Gelet op het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) vanuit de provincie (jaarverslagen die we opstellen, het OWO-verbeterplan en het binnenkort vast te stellen IBT-uitvoeringsplan) zijn er extra inspanningen nodig om te kunnen voldoen aan de wetgeving van nu en voor later. In het IBT-uitvoeringsplan kunnen we de huidige voorraad met bestaand personeel in maximaal vier jaar wegwerken. Door de provinciale toezichthouder is in het jaarverslag opgenomen dat een nieuwe functie van archivaris nodig is gegeven de schaalgrootte van de OWO-gemeenten. Het is een terugkerend punt uit de beoordelingen die de provincie maakt naar aanleiding van onze jaarlijkse IBT-jaarverslagen voor het archief- en informatievoorzieningsdomein.

De nazorg van de invoering van het zaakgericht werken in OWO-verband vraagt aandacht. Zaakgericht werken biedt centraal inzicht in alle lopende zaken en ondersteunt volledige digitale dossiervorming.

Vanuit de Archiefwet en de provincie als toezichthouder liggen grote opgaven om te voldoen aan de inrichting en het actueel zijn van de informatievoorziening en archiefvorming. Hiervoor zijn aanvullende middelen ingezet. Dit proces duurt nog zeker tot 2023, net als de extra inzet van personeel om de grote hoeveelheden archief correct te verwerken en vindbaar te houden.

Binnen het ruimtelijk domein speelt de naderende invoering van de Omgevingswet (prioriteit 8) een grote rol. Daarbij staat een goede informatievoorziening voor zowel de ambtenaar als de burger centraal. Dit betekent dat we moeten investeren in een goede kwaliteit van onze gegevens.

Inkoop (prioriteit 3)
Op het terrein van het inkoop- en aanbestedingsbeleid zal in 2022 het bestaande beleidskader worden gehanteerd en in toepassing worden gestimuleerd. Wij faciliteren, motiveren en sturen daarbij op onze beleidsdoelen: lokale en regionale inkoop daar waar dat kan. Het actieplan Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) wordt verder uitgerold waar het ambitiedocument circulaire economie Fryslân deel van uit maakt. Er zijn verschillende ICT-toepassingen die moeten worden aanbesteed waarvan de voorbereidende werkzaamheden OWO-breed worden opgepakt.

Financiële administratie
Het op tijd binnen de gestelde kaders betaalbaar stellen van facturen is een continu proces waarbij de norm is dat minimaal 95 procent van de onbetwiste facturen binnen dertig dagen betaald zijn. Het verwerken, muteren en verantwoorden van onze financiën in combinatie met het ontsluiten van deze informatie is in combinatie met onze ondersteuning voor de reguliere P&C-cyclus een prominente activiteit. In 2021 is de inrichting van het nieuwe financiële applicatie voor de OWO-gemeenten, na gunning aan een nieuwe leverancier, voorbereid en 2022 is het eerste jaar waarin met dit nieuwe pakket de P&C-cyclus en de financiële dienstverlening aan burgers en bedrijven wordt ondersteund.

Personeels- en salarisadministratie (PSA)
PSA faciliteert gebruikers met het softwarepakket e-HRM waarmee zij eenvoudig, overal en altijd hun zaken kunnen inzien of regelen, zoals de salarisspecificatie, declaraties, verlofregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden. Leidinggevenden krijgen (digitale) ondersteuning in het werken met digitale personeelsdossiers. Daarnaast ondersteunt PSA de (werving- en selectie)processen en overige vraagstukken van HRM.

Verzekeringen (prioriteit 5)
Voor burgers en bedrijven zetten wij het op tijd afhandelen van schadegevallen en schadeclaims voort. Tevens zorgen wij voor het actualiseren van onze verzekeringsportefeuille. Wij hebben in 2021 het OWO-verzekeringsbeleid uitgewerkt. Daarnaast bouwen wij verder aan intensieve afstemming met de diverse vakafdelingen waarbij de adviesfunctie richting de vak afdelingen verder proactief uitgebouwd zal gaan worden.

Paragraaf Verbonden Partijen

Paragraaf Verbonden Partijen

Portefeuillehouder(s)

College

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

Wij hebben een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. De samenwerkingsvormen duiden we aan met het begrip 'verbonden partijen''. Hieronder verstaan we een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
Met bestuurlijk belang bedoelen we: de gemeente heeft zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht.
Onder financieel belang verstaan we: het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is dat de gemeente alleen participeert in een verbonden partij als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten is de doelstelling van de verbonden partij geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het vaak om:

  • Efficiency voordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.
  • Wettelijke verplichting

Zeggenschap in de praktijk

De gemeente kan invloed uitoefenen door middel van:

- besturen van stichtingen en gemeenschappelijke regelingen
- vergadering van aandeelhouders
- raad van commissarissen
- toezicht

Wij wenden onze invloed aan als het gaat om sturing op (onder andere) financiën, risico’s en toekomstvisie.
Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur. Hierdoor is de directe invloed per definitie beperkt. Bij een meerderheid voor een voorstel zal de minderheid zich moeten schikken. De democratische controle op de verbonden partijen ligt bij de gemeenteraad. Collegeleden die deel uitmaken van een bestuur van een verbonden partij, leggen verantwoording af aan de raad.

Financieel belang

Het financiële belang in een verbonden partij staat per instelling in de tabel onderaan deze paragraaf.  

Beleidsontwikkelingen enkele verbonden partijen

Veiligheidsregio Fryslân

De Veiligheidsregio Fryslân (VRF) levert samen met burgers en organisaties een bijdrage aan een veilig en gezond Fryslân. De VRF richt zich op brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en crisisbeheersing. Het beleid van de VRF richt zich op het bevorderen van samenwerking en beter gebruik maken van informatie en technologie. De begroting is opgebouwd uit 4 onderdelen:
1. GGD;
2. Crisisbeheersing;
3. Brandweer
4. Organisatie

Ad 1. GGD
De hoofdambitie van de GGD is: ‘we gaan de komende vier jaren gezondheidswinst boeken. GGD Fryslân wil het aantal ongezonde levensjaren voor iedereen terugbrengen. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de doelgroep met een lage sociaaleconomische status, omdat het aantal ongezonde levensjaren voor deze groep veel groter is’. De GGD richt zich daarom in 2022 op de volgende speerpunten:
• Gezondheid krijgt in alle omgevingsvisies een prominente plek.
• De kinderopvang in Friesland voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en veiligheid. Het aantal zogenaamde ‘groene’ profielen (dat wil zeggen door de inspectie als voldoende beoordeeld) is toegenomen met 10%.
• De huidige vaccinatiegraad (95% voor RVP en 52% voor HVP) blijft op peil.
• We dragen bij aan de vermindering van de druk op de specialistische hulp en zorg.
• We voorkomen antibioticaresistentie en bestrijden het als het zich aandient.
• Er valt niemand tussen wal en schip!

Ad 2. Crisisbeheersing
In 2022 gaat de afdeling crisisbeheersing met de volgende speerpunten aan de slag:
1. Risico’s in beeld: adequaat inspelen op bestaande en nieuwe risico’s. VRF zet in op risicocommunicatie, bevorderen van redzaamheid en verhogen van veiligheidsbewustzijn van burgers;
2. (Netwerk)samenwerking: met stakeholders en samenwerkingspartners afspraken maken hoe te handelen voor, tijdens en na crises;
3. Crisisorganisatie 24/7: de crisisorganisatie bekwaam en up to date houden;
4. Advisering: de advisering verbeteren bij evenementen en de zorg continuïteit bij crises;
5. Evalueren: leren van evaluaties en belevingsonderzoeken.

Ad 3. Brandweer
In 2022 gaat de brandweer met de volgende speerpunten aan de slag op het gebied van brandweer:
1. Samen aantoonbaar paraat: op basis van een betrouwbaar en actueel beeld van de repressieve slagkracht (mens en materieel) anticipeert VRF adequaat op paraatheidsproblemen;
2. Samen aantoonbaar vakbekwaam: het beschikken over een effectief en efficiënt trainingsprogramma dat aansluit op de behoefte van de medewerkers en de risico’s in hun omgeving;
3. Risicobewust en risicogericht samenwerken.

Ad. 4. Organisatie
Voor de VRF als organisatie staan de volgende speerpunten in 2022 centraal:

1. Digitale dienstverlening: de VRF streeft naar een 100% digitalisering van alle dienstverlening voor inwoners van Fryslân;
2. Duurzaamheid voorbeeldgedrag: groen = doen; in 2022 staat er nul op de meter
3. Uitstekend werkgeverschap: in 2022 is de VRF een ‘Great Place To Work’;
4. Een tevreden bestuur: de VRF hecht grote waarde aan de tevredenheid van de ketenpartners, waaronder die van het bestuur;
5. Betaaltermijn: in 2022 betaalt de VRF de facturen snel.

Welstandszorg Hûs en Hiem
Hûs en Hiem verzorgt de welstandsadvisering voor de gemeenten in Fryslân. Met de invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022 vervalt de huidige vorm van de welstandstoetsing. Onder aansturing van de Vereniging Friese Gemeenten wordt onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van de welstandstoets. Op basis van het rapport "Borging en versterking ruimtelijke kwaliteit bebouwde omgeving" wordt de discussie verder gevoerd. In 2022 zal besluitvorming plaatsvinden. Wat dit betekent voor de gemeenschappelijk regeling Hûs en HIem is nu nog niet bekend.

FUMO
De FUMO (Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouiwing) is de friese organisatie voor de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving en specialistische advies op het gebied van milieu en omgeving. Het aantal taken dat aan de FUMO wordt toebedeeld wordt deels door de rijksoverheid bepaald (de basistaken) en is deels een bevoegdheid van de gemeente (de plustaken). Na een moeizame start krijgt de organisatie steeds meer grip op haar bedrijfsprocessen waardoor de efficiency toeneemt. Ontwikkelingen zoals de Omgevingswet zullen wel extra inzet vragen, maar aan de andere kant is het weerstandsvermogen eerder op het gewenste niveau dan verwacht. De bijdrage die de gemeente is verschuldigd aan de gemeenschappelijke regeling FUMO is gebaseerd op het werkelijke aantal inrichtingen in de gemeente en de tijd die is gemoeid met de werkzaamheden.
OWO blijft inzetten op een goede verbinding met de FUMO. Wij zijn actief betrokken bij een aantal primaire bedrijfsprocessen om zodoende recht te doen aan één van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek rond het proces van vergunningverlening in 2019.

Omrin
Wij zijn samen met de Friese gemeenten (met uitzondering van Smallingerland) aandeelhouder van Afvalsturing Friesland (met handelsnaam Omrin).
Omrin is tot stand gekomen vanuit de wens tot meer integrale samenwerking op het gebied van afval. Doelstelling van de samenwerking is een betere kostenbeheersing en meer invloed op het ketenbeheer. De aangesloten gemeenten hebben een leveringsplicht van huishoudelijk afval aan Omrin.
De visie van Omrin is: “Van grondstof naar product, van product naar afval, van afval terug naar grondstof. Hoe beter we kringlopen sluiten, des te minder grondstoffen we nodig hebben”.
Op Ecopark de Wierde staat de scheidings- en bewerkingsinstallatie. Machines halen zoveel mogelijk herbruikbare afvaldeeltjes uit het huishoudelijk afval. Het afval dat overblijft, gaat naar de ReststoffenEnergieCentrale (REC) in Harlingen. Door dit afval te verbranden, wordt duurzame energie opgewekt. Omrin is voortdurend bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de overgang Van afval naar grondstof (Vang).

De Marrekrite
Voor de aanleg en onderhoud van recreatieve voorzieningen in Friesland is in 1957 De Marrekrite ingesteld. De belangrijkste taak is het beheer en onderhoud van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen en het wandel- en fietsknooppuntennetwerk. Ook het aanleggen, aanpassen en uitbreiden van het wandel- en fietsknooppuntensysteem en het beheer en onderhoud van routenetwerken (borden) gebeurt door de Marrekrite. Het onderhoud van de fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie en de gemeenten.

Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale werkvoorziening Fryslân
Als uitkomst van de herstructurering SW bedrijf in 2019 is de GR SW Fryslân omgevormd tot een bedrijfsvoeringsorganisatie. De GR heeft als enige doel om werkgever te zijn voor de SW medewerkers van Caparis NV. Inhoudelijk wordt er niet meer gestuurd vanuit de GR. Deze sturing is verplaatst naar de dienstverleningsovereenkomsten die de individuele gemeenten hebben afgesloten met Caparis NV.
De GR heeft jaarlijks minimale kosten voor bijvoorbeeld de facilitering van de SW raad, het opstellen van de jaarrekening en de facilitering van de bestuursvergaderingen.

Stichting Comprix
Stichting Comprix is verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs in de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf en Opsterland. In Weststellingwerf gaat het om 21 openbare basisscholen.

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.
Onze gemeente is sinds begin 2018 deelnemer in de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. Voorheen was dit Stichting Openbare Verlichting Fryslân (SOVF). Deze coöperatie doet het onderhoud aan de openbare verlichting van de meeste Friese gemeenten en de provincie Fryslân. Daarnaast koopt de coöperatie energie in voor deze partijen.

Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt 

Veiligheidsregio Fryslân
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel door schaalvergroting
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2022  Veiligheid € 1.616.080 Gezondheid € 1.168.207
Ontwikkelingen 2022 Beschermen en bevorderen van de gezondheid en veiligheid van inwoners in Friesland. Dit door middel van verbeterde zorg, crisisbeheersing en digitale beveiliging.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2020 € 3.615.000 € 69.718.000
31-12-2020 € 6.076.000 €  72.001.000
Resultaat 2020 € 3.791.000
Portefeuillehouder Van de Nadort
FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)
Vestigingsplaats Grou
Doel deelname Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2022 €  369.000
Ontwikkelingen 2022 De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken. Doel van de FUMO is het realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten.. Ook ligt de focus op de voorbereiding op de implementatie van de Omgevingswet.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2020 € 1.365.000 € 4.282.000
31-12-2020 €  1.626.000 €  5.056.000
Resultaat 2020 € 325.000
Portefeuillehouder Jongebloed
GR Hus en Hiem
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel
Belang In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.
Ontwikkelingen 2022 De invoering van de Omgevingswet en de COVID-19 epidemie zal invloed gaan hebben op de gehele bouwsector. 
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2020 € 334.000 € 82.000
31-12-2020 € 350.000 € 81.000
Resultaat 2020 € 8.000
Portefeuillehouder Zonderland
Recreatieschap voor het Friese Waterland 'De Marrekrite'
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf Provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2022 € 30.000 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.
Ontwikkelingen 2022 Duurzame (vervangings-)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2020 € 4.740.000 € 490.000
31-12-2020 € 4.137.000 € 886.000
Resultaat 2020 € 423.000
Portefeuillehouder Hoen
OLAF / OMRIN 
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf  Provincie Fryslân en de Friese gemeenten
Belang Zie onder OMRIN
Ontwikkelingen 2022 Zie onder OMRIN
Vermogen Zie onder OMRIN
Resultaat 2020 Zie onder OMRIN
Portefeuillehouder Rikkers
GR SW Fryslân
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel
Belang Exploitatiebijdrage 2022 € 5.000
Ontwikkelingen 2022 Als gevolg van de gemaakte afspraken in de fairdeal tussen de 8 gemeenten en Caparis NV is de relatie tussen de GR en de 8 gemeenten veranderd. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de sociale werkvoorziening zich in de komende jaren gaat ontwikkelen. 
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2020 458.000 € 5.161.000
31-12-2020 € 0 € 7.172.000
Resultaat 2020 € 0
Portefeuillehouder Rikkers

2. Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen
Belang Deelname € 120.892
Ontwikkelingen 2022 Voorkomen schuldproblematiek.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 2.371.000 42.801.000
31-12-2019 € 2.704.000 € 39.848.000
Resultaat 2019 Niet bekend
Portefeuillehouder Rikkers
Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)
Vestigingsplaats Wolvega
Doel deelname Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.
Belang Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.
Ontwikkelingen 2022 geen specifieke ontwikkelingen
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2020 € 9.188.000 € 6.001.000
31-12-2020 € 5.782.000 € 8.122.000
Resultaat 2020 € -1.047.000
Portefeuillehouder Hoen
Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. 
Vestigingsplaats Sneek
Doel deelname Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.
Belang Exploitatiebijdrage 2022 € 26.000
Ontwikkelingen 2022 Professionalisering van dit samenwerkingsverband op het gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie verder ontwikkelen.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2020 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Rikkers

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

NV Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doel deelname BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Belang Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178
Ontwikkelingen 2022 COVID-19 epidemie zal invloed gaan hebben op de resultaten, echter zijn de gevolgen nog niet in te schatten. 
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2020 € 4.887.000.000 € 144.802.000.000
31-12-2020 € 5.097.000.000 € 155.262.000.000
Resultaat 2020 € 221.000.000
Portefeuillehouder Jongebloed 
OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000
Ontwikkelingen 2022 De wereldbevolking groeit, onze grondstoffen worden schaarser. We moeten zuinig zijn met wat we hebben. Omrin droomt daarom van een circulaire economie. Een systeem waarin we grondstoffen en producten zoveel mogelijk hergebruiken.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2020 € 57.000.000 € 142.008.000
31-12-2020 € 61.055.000 € 132.770.000
Resultaat 2020 € 5.176.000
Portefeuillehouder Rikkers

 

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf Grondbeleid

Portefeuillehouder

Jongebloed en Zonderland

Organisatie

Ruimte

Algemeen

Er is een gespannen woningmarkt. Dit zorgt ook voor een grotere vraag naar nieuwbouw oftewel bouwgrond in de gemeente. Inwoners en ondernemers investeren in de nieuwbouw van woningen en bedrijfspanden. Ondanks de coronacrisis zijn de verkopen in 2021 toegenomen. Met de huidige interesse in onze kavels verwachten wij dat de lijn van 2021 in 2022 wordt voortgezet.

Gedurende het jaar worden de grondexploitaties kritisch gevolgd bij de jaarlijkse planning & controlcyclus. Dit betekent dat jaarlijks de ramingen van de grondexploitaties bij de jaarrekening worden geactualiseerd. Bij de begroting worden de kosten, de fasering en het verkoopritme getoetst aan de hand van de ramingen. Bij de ontwikkelingen van de bouwgrond in exploitatie (BIE) zijn per exploitatie de verwachtingen voor 2022 aangegeven.

Marketing

Door het inzetten van communicatiemiddelen worden beschikbare woningbouwkavels en kavels op onze bedrijventerreinen bij potentiële kopers onder de aandacht gebracht. De communicatiemiddelen worden afgestemd op de gewenste doelgroep. Voor de verkoop van onze kavels op bedrijventerreinen De Plantage en Uitbreiding Schipsloot is een marketingstrategie ontwikkeld. De campagne is reeds gestart. 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Hieronder wordt ingegaan op vier grondexploitaties onderverdeeld in woningbouwlocaties en bedrijventerreinen.
Woningbouwlocatie De Tuinen wordt in 2021 afgerond. De laatste woning is in aanbouw. Na afronding maken wij het laatste deel van het gebied woonrijp. Ditzelfde geldt voor de exploitatie Oldeholtpade.

Woningbouwlocaties

Lindewijk Wolvega
De begroting 2022 voor Lindewijk (deelgebieden 1 en 2) ligt in het verlengde van de vastgestelde grondexploitatie Lindewijk. Na vaststelling van het bestemmingsplan voor Lindewijk deelgebied 2 wordt vanaf 2022 integraal over de Lindewijk gerapporteerd.

De verkoop van particuliere bouwkavels in de Lindewijk verloopt voorspoedig in 2021. De teller voor het verkoopresultaat staat eind augustus 2021 op 12 particuliere bouwkavels. Op dit moment (september 2021) zijn er 18 opties op particuliere kavels.

Wat betreft de verkoop van projectmatige kavels ligt er een optie op 28 woningen aan de Lycklamaweg/ Grote Vuurvlinder/ Keizersmantel, die naar verwachting nog in 2021 zal worden omgezet naar verkoop. Ook ligt er een optie voor het appartementencomplex aan het Tijgerblauwtje.

Na vaststelling van het bestemmingsplan starten wij begin 2022 met het bouwrijp maken van de eerste kavelblokken in deelgebied 2. Naar verwachting zal in 2022 ook de verkoop van de eerste particuliere kavels in deelgebied 2 plaatsvinden.

Locatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
Deze grondexploitatie heeft een looptijd tot en met 2024. Met de afronding van de bouw van de laatste acht projectmatige rijwoningen is de interesse voor de particuliere kavels voor vrijstaande woningen groot. De particuliere kavels zijn nu allemaal in optie. De verwachting is dat deze opties in 2021 en 2022 leiden tot verkoop. Dit zou een snellere verkoop van de kavels betekenen dan de huidige prognose. Dit zal een positief effect hebben op de grondexploitatie.

Bedrijventerreinen

Zoals aangegeven onder het kopje 'marketing' is gestart met de nieuwe marketingstrategie. Hiermee verwachten wij ook onze zichtlocaties meer onder de aandacht te brengen bij potentiële kopers.

De Plantage te Wolvega
Tot de grondexploitatie van De Plantage behoort het bedrijventerrein en de twee woningbouwkavels aan de Heerenveenseweg. Op De Plantage is nog een ruim aanbod van zichtlocaties. De laatste kavel op een niet-zichtlocatie is in optie. Wij heroverwegen de aanleg van het resterende deel van de Grote Weegbree. Het niet aanleggen van dit resterende gedeelte heeft een positieve invloed op de grondexploitatie .
De belangstelling voor de zichtlocaties is gering. Hierdoor realiseren wij de verkoopprognose niet. Dit heeft een negatief effect op de exploitatie. Bij de jaarrekening 2021 informeren wij u daar verder over.
De kavels aan de Heerenveenseweg zijn reeds verkocht en beide woningen zijn in aanbouw. Na de bouw van de woningen richten wij de openbare ruimte bij de woningen in 2022 definitief in.

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
In 2021 is de belangstelling voor Uitbreiding Schipsloot verder toegenomen. De kavels op de niet-zichtlocaties zijn verkocht of onder optie. Langs de Om den Noort is een toenemende belangstelling. Ook is er meer interesse voor de werken/wonen kavels. De eerste verkoop verwachten wij in 2021. Met de verruiming van de bouwmogelijkheden in het aangepaste beeldkwaliteitsplan is aansluiting gezocht bij de wensen van potentiële kopers. 

Noord West III te Wolvega
De laatste kavel op bedrijventerrein Noord West III is in optie en wij verwachten de verkoop in 2022 af te ronden. Het woonrijpmaken is afhankelijk van de voortgang van de bebouwing op dit perceel.
Wanneer dit in 2023 gebeurt zal verlenging van de looptijd van de grondexploitatie nodig zijn. Bij de Jaarrekening 2021 informeren wij u hierover verder.

Prognose 2021

Toelichting grondexploitaties
De prognoses in onderstaand overzicht zijn gebaseerd op de vastgestelde grondexploitaties bij de jaarrekening 2020. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarverslaggeving van juli 2021 moet jaarlijks het resultaat per grondexploitatie in begroting en jaarrekening worden verwerkt. Dit gebeurt via de Percentage of Completion (POC) methode. Dit betekent dat bij meerjarige grondexploitaties de verwachte winst niet pas aan het einde van de looptijd wordt verantwoord maar jaarlijks tijdens de looptijd.

Voor de grondexploitatie locatie Renbaanschool is met de POC methode een winstverwachting berekend. Bij de jaarrekening 2021 zullen wij bezien hoe groot de winstverwachting is en of wij verantwoord een deel hiervan kunnen gebruiken. De overige grondexploitaties hebben voorzichtigheidshalve geen verwachte winsten of toe- en afname van de voorzieningen in 2021.

x € 1000
Grondexploitaties boekwaarden (BW) Boekwaarde 1-1-2021 Verliesvoorziening tot 2022 Winstuitname tot 2022 Balanswaarde 1-1-2022 Investeringen 2022 Opbrengsten 2022 Verliesvoorziening 2022 Winstuitneming 2022 Balanswaarde 31-12-2022
Woningbouwterreinen
Wolvega Lindewijk 15.018 1.291 - 13.727 1.383 3.526 - - 11.584
Noordwolde Renbaanschool 13 - 22 35 27 204 - 142 -
Totaal 15.031 1.291 22 13.762 1.410 3.730 - 142 11.584
Bedrijventerreinen
Wolvega Noord West III 548 446 102 122 - - - 224
Wolvega Schipsloot 4.524 974 - 3.550 143 662 - - 3.031
Wolvega De Plantage 4.086 2.710 - 1.376 492 932 - - 936
Totaal 9.158 4.130 - 5.028 757 1.594 - - 4.191
Totaal 24.189 5.421 22 18.790 2.167 5.324 - 142 15.775

Prognose einde looptijd

x € 1000
Grondexploitaties per 31-12-2020 Resterende looptijd in jaren Boekwaarde 31-12-2021 Nog te maken kosten Nog te ontvangen opbrengsten Eindwaarde (einde looptijd) NCW 2,00% NCW 2,61% Verlies- voorziening totaal Winst- uitname totaal
Woningbouwterreinen
Wolvega Lindewijk 8 12.875 11.601 22.815 1.661 1.472 1.291 1.291 -
Noordwolde Renbaanschool 1 - 164 248 213 - 129 - 135 - 141 - 164
totaal 12.711 11.849 23.028 1.532 1.337 1.150 1.291 164
Bedrijventerreinen
Wolvega Schipsloot 8 4.005 890 3.793 1.102 1.031 974 974 -
Wolvega De Plantage 2 3.646 950 1.555 3.041 2.869 2.710 2.710 -
totaal 7.651 1.840 5.348 4.143 3.900 3.684 4.130 -
Totaal 20.362 13.689 28.376 5.675 5.237 4.834 5.421 164

Paragraaf Regiodeal

Paragraaf Regiodeal

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

Algemeen

In juli 2020 is de Regiodeal Zuidoost Friesland gesloten met het Rijk. Een samenwerking tussen 7 partners in Zuidoost Friesland (Opsterland, Weststellingwerf, Ooststellingwerf, Heerenveen, Smallingerland, Wetterskip en Provincie Friesland) en het Rijk.
De Regiodeal is een vervolg op de streekagenda en een nieuw hoofdstuk in de samenwerking Zuidoost Friesland. Met het programma Vitaal en Veerkrachtig Zuidoost wordt de komende 4 jaar € 30 miljoen geïnvesteerd vanuit Rijk en regio. De Regio Deal geeft een stevige impuls aan Zuidoost Friesland. Met de mienskip slaan we de handen ineen om hun dorpen en het landschap nog sterker te maken. Zo blijft dit unieke gebied een fijne plek om te leven, te werken, te ontmoeten én te bezoeken, nu en in de toekomst.
Het Fries Sociaal Planbureau gaat de uitvoering van de deal monitoren en combineert dit met een regionale vertaling van de monitor Brede Welvaart.

Als regio werken we aan de volgende projecten
- Regiofonds € 1 miljoen
- Duurzaamheid € 1 miljoen
- Recreatie en toerisme € 1 miljoen
- Zorgeconomie € 525.000
- Dorp ontwikkel maatschappijen € 125.000
- Landschap en natuur € 250.000

In Weststellingwerf doen we de volgende projecten:

- Zuidelijke poort (Driewegsluis) € 300.000. Dit project is in 2021 afgerond.
- Gebiedsontwikkeling Beekdal Linde € 800.000 (in samenwerking met provincie en Wetterskip, waarvan € 300.000 voor Weststellingwerf). 
- Wetterskip voert in Oldelamer een project natuur en water uit voor een bedrag van € 500.000
- Opgave Wolvega € 1 miljoen. Looptijd t/m 2023.

Op basis van het plan van aanpak dat in 2021 is vastgesteld door de raad, start in 2022 de dialoog en daaruit voortvloeiende activiteiten met inwoners.

Het Regiofonds is inmiddels opengesteld. Initiatieven vanuit de samenleving kunnen nu worden gesubsidieerd. De andere regioprojecten zijn in hun uitwerking in Weststellingwerf nog in de verkennende fase.

Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma

Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort, Jongebloed, Zonderland, Rikkers en Hoen

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

Inleiding

Het dynamisch investeringsprogramma
Bij de kadernota 2020-2023 hebben we een dynamisch investeringsprogramma ingesteld. Het overzicht hieronder geeft inzicht in de ontwikkeling van het dynamisch investeringsprogramma en de dekking daarvan. Vanuit het dynamisch investeringsplan is ook een relatie te leggen met de Regiodeal. Wij zien hierdoor synergievoordelen en cofinancieringsmogelijkheden ontstaan. De financiële vertaling van de projecten nemen we pas in de begroting op als de projecten gereed zijn voor uitvoering. We komen voor de financiële voorstellen terug bij u.

Dynamische investeringsprogramma

Overzicht ontwikkeling dynamisch investeringsprogramma
Beschikbare middelen
Algemeen budget investeringsambities*
*De kapitaallasten zijn al in de begroting meegenomen
stand 1-1-2020 1.694.000
Voorbereidingskrediet centrum Wolvega -400.000
stand 1-1-2021 1.294.000
Wat is al toegezegd om te dekken uit deze gelden
Fietspad fase 2 (€ 1.217.000 minus bijdr.regiodeal) -969.000
Algemeen budget investeringsambities actuele stand 325.000
Reserve investeringsambities
stand 1-1-2020 9.153.780
Precariogelden 2020 2.298.992
FC Wolvega -400.000
Organisatiekosten Regiodeal 2020 -8.333
stand 1-1-2021 11.044.439
Precariogelden 2021 2.298.992
Organisatiekosten regiodeal 2021 -25.000
Voorber. Bestemming Wolvega 2021 -50.000
Infra de Blesse -3.500.000
Rentecomponent de Blesse -683.000
Centrum Wolvega -2.300.000
Rentecomponent Centrum Wolvega -449.000
Reserve investeringsambities actuele stand 6.336.431
Wat is al toegezegd om te dekken uit deze gelden
Organisatiekosten regiodeal 2022 -25.000
Organisatiekosten regiodeal 2023 -25.000
Organisatiekosten regiodeal 2024 -15.000
Totaal toegezegd -65.000
Waar moet nog een raadsbesluit over komen
Scholen -2.200.000
Infra Lycklamaweg -1.500.000
Rottige Meente/Driewegsluis -800.000
Fietspad fase 3 -580.000
Motie Energiefonds -500.000
Rentecomponent (voor dekking kap.lst uit reserve inv.ambities) -1.326.000
Totaal nog over te beslissen -6.906.000
Reserve investeringsambities Verwachte stand - 634.569
Verwacht saldo Algemeen budget investeringsambities + Reserve investeringsambities - 309.569

Centrum Wolvega

Wij werken aan een compact en aantrekkelijk centrum in Wolvega. Wij doen dit samen met de ondernemers, inwoners, vastgoedeigenaren en overige stakeholders. In programma 3 van deze begroting staat dit onderdeel verder beschreven.

Infra De Blesse

We maken van de oude rijksweg 32 een plattelandsweg met een dorps karakter. Er is samen met bewoners een plan gemaakt voor een passende herinrichting.
De raad heeft de plannen goedgekeurd en de uitvoering is in voorbereiding. Zie verder ook programma 2.

Scholen

In het dynamisch investeringsprogramma is een bedrag opgenomen voor de mogelijke uitkomsten van het Integraal strategisch onderwijshuisvestingsplan (ISHP).

Infra Lycklamaweg

Het gaat hier om het autoluw en verkeersveilig maken van de Lycklamaweg en het realiseren van een veilige spoorwegovergang. Samen met de aanwonenden wordt een plan opgesteld voor de mogelijke herinrichting.  

Rottige Meente/ Driewegsluis

In 2019 is een startnotitie vastgesteld, in 2021 is deze nader uitgewerkt. Eind 2021 komt een plan naar de raad en als de raad akkoord is werken we in 2022 aan de uitvoering hiervan.  

Fietspad langs de Linde fase 2 en 3

De eerste fase van het fietspad, Driewegsluis tot Steenwijkerweg, is afgerond. Voor de fasen twee (Lindepad) en drie (ontbrekende schakel tussen Kontermansbrug en het IJkenverlaatpad) zijn de voorbereidingen bezig. Zowel fase twee als fase drie maken deel uit van de gebiedsinrichting Beekdal-Linde. Zie verder programma 2.

Energiefonds

Binnen de kaders van de met de raad gedeelde Strategische Planning Klimaat & Duurzaamheid wordt een voorstel voorbereid die de energie-transitie verder op gang brengt. Inwoners staan hierin centraal. Het sluit aan op de opgaven uit de Strategische Planning.