Meer
Publicatiedatum: 12-10-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Overzicht

Portefeuillehouder(s) Jongebloed
Organisatie Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

De begroting onderscheidt specifieke dekkingsmiddelen en algemene dekkingsmiddelen. Specifieke dekkingsmiddelen zijn bijvoorbeeld de opbrengst afvalstoffenheffing, de opbrengst rioolheffing, de leges voor burgerzaken etcetera. Ze hangen altijd samen met een concreet beleidsveld. Ze staan opgenomen in de betreffende programma’s. Deze dekkingsmiddelen verlagen het saldo van lasten en baten op de betreffende programma’s in de begroting.

De algemene dekkingsmiddelen onderscheiden zich van specifieke dekkingsmiddelen doordat ze vrij besteedbaar zijn. De besteding van deze inkomsten is vooraf door de verstrekker niet aan een bepaald programma (doel) gebonden. De algemene dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de bestedingen in de programma’s 0 tot en met 8.

Het overzicht bestaat uit de volgende taakvelden:

Taakvelden
OZB woningen
OZB niet-woningen
Belastingen overig
Economische promotie
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
Treasury

 

Gemeentelijke belastingen
Naast de twee taakvelden OZB voor woningen en OZB voor niet-woningen wordt hier ook het taakveld Belastingen-overig opgenomen. Dat zijn de precariobelasting en de reclamebelasting. De reclamebelasting is per 1 januari 2016 ingegaan en eindigt vooralsnog per 31 december 2020. De raad kan dan opnieuw besluiten over het al dan opleggen van deze belasting. De precariobelasting is per 1 juli 2017 afgeschaft. Voor onze gemeente geldt een overgangsregeling tot 1 januari 2022. Onder het taakveld Economische promotie vallen de toeristenbelasting en de forensenbelasting.

In de paragraaf Lokale heffingen wordt een en ander uitgebreid toegelicht. 

Gemeentefonds
Het gemeentefonds kent de volgende soorten uitkeringen: de algemene uitkering, de integratie-uitkering Sociaal domein en de decentralisatie- en (overige) integratie-uitkeringen.

Algemene uitkering
Jaarlijks ontvangt elke gemeente volgens een bepaalde verdeelstelsel een uitkering uit het Gemeentefonds. De uitkering is bestemd voor de bekostiging van autonome taken van de gemeente. Het verdeelstelsel is opgenomen in de Financiële-verhoudingswet. In de verdeling wordt rekening gehouden met onderlinge verschillen in de kosten waar de gemeenten voor staan en met de draagkracht van de gemeenten (de belastingcapaciteit).

De mutaties uit de meicirculaire 2017 zijn in deze programmabegroting meerjarig verwerkt.

Trap op en trap af
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Ten opzichte van de laatste circulaire is er sprake van een stijging van het gemeentefonds als gevolg van hogere loon- en prijzen op de rijksbegroting alsmede een compensatie voor gestegen pensioenpremie. Vanwege de demissionaire status van het kabinet was er verder sprake van een beleidsarme meicirculaire. 

Integratie-uitkering Sociaal domein
De voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering Sociaal domein naar de algemene uitkering is uitgesteld. De overheveling kan op zijn vroegst in 2019 plaatsvinden. De geluiden gaan ook al dat de overheveling pas 2020 wordt of zelfs helemaal niet. De financiële effecten in de integratie-uitkering zijn in deze begroting budgettair neutraal verwerkt, conform de afspraak die met de raad hierover is gemaakt.

Treasury
Alle rentelasten en rentebaten worden geraamd op het taakveld Treasury. Dit geldt ook voor de rentebaten uit verstrekte (hypothecaire) leningen. Op grond van de Wet FIDO verstrekt de gemeente al enkele jaren geen nieuwe leningen (onder verband van hypotheek). Maar de exploitatieresultaten van de bestaande leningen worden hier geraamd. De geldt ook voor de ontvangen dividendbaten.

Algemene dekkingsmiddelen

Bedragen x1000
Exploitatie
Lasten Begroting 2017 Begroting 2018 MJB 2019 MJB 2020 MJB 2021
0.5 Treasury 2.234 2.182 2.066 1.950 1.835
0.61 OZB woningen 142 143 143 143 143
0.62 OZB niet-woningen 142 143 143 143 143
0.64 Belastingen overig 1.430 1.431 1.431 1.431 1.426
3.4 Economische promotie 58 58 58 58 58
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0 0 0 0 0
Totaal lasten 4.006 3.957 3.841 3.725 3.605
Baten Begroting 2017 Begroting 2018 MJB 2019 MJB 2020 MJB 2021
0.5 Treasury 3.304 2.031 1.967 1.863 1.734
0.61 OZB woningen 2.917 2.886 2.886 2.886 2.886
0.62 OZB niet-woningen 1.774 1.683 1.683 1.683 1.683
0.64 Belastingen overig 1.437 1.437 1.437 1.437 1.397
3.4 Economische promotie 144 168 168 168 168
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 39.937 41.656 41.649 41.653 41.736
Totaal baten 49.513 49.861 49.789 49.690 49.603
Resultaat 45.507 45.904 45.948 45.965 45.998

Mutaties reserves

Bedragen x1000
Exploitatie Begroting 2017 Begroting 2018 MJB 2019 MJB 2020 MJB 2021
Lasten 0 0 0 0 0
Baten 0 0 0 0 0
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 0 0 0 0 0
Toevoegingen en onttrekkingen Begroting 2017 Begroting 2018 MJB 2019 MJB 2020 MJB 2021
Stortingen 232 47 47 47 47
Onttrekkingen 1.155 404 229 275 250
Mutaties reserves 923 358 182 228 203
Gerealiseerd resultaat 923 358 182 228 203

Toelichting

Algemeen
In de notitie rente van juli 2016 van de commissie BBV wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en -baten in de begroting. De bepalingen en richtlijnen van de notitie treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelswijze door gemeenten met betrekking tot rente (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). 

Op basis van de notitie waarin de berekening van de renteomslag is opgenomen, komen we uit op een (voor)gecalculeerd percentage voor 2018 van 2%. Ter vergelijking: het begrotingsjaar 2017 hanteerden we een renteomslag van 4%. Het financieel effect voor 2018 en latere jaren van een lagere renteomslag is in alle programma''s als voordeel verwerkt. Op het taakveld Treasury staat het uiteindelijke renteresultaat (zie hieronder).

Begroting 2018 ten opzichte van de begroting 2017
Lasten

Treasury
Op het taakveld Treasury worden de externe rentelasten over de korte en lange financiering als last verantwoord. Vervolgens wordt de rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend en de aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (met een rentepercentage van 2%) als negatieve last op het taakveld Treasury verantwoord. Door deze wijze van verantwoorden resteert met betrekking tot de rente op dit taakveld uiteindelijk het renteresultaat.

Baten

Treasury
Hier staat de rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend en de aan taakvelden toegerekende rente. Met ingang van 2018 hanteren we een renteomslag van 2%. In 2017 was dat nog 4%.
De ontvangen uitkeringen wegens dividend worden ook onder dit taakveld verantwoord.

Onroerende-zaakbelastingen woningen en niet-woningen
Uitgangspunt in deze programmabegroting is om de gemiddelde woonlasten voor het belastingjaar 2018 gelijk te houden aan die van 2017. De stijging van het tarief voor de rioolheffing voor 2018, zoals vastgelegd in het Gemeentelijk rioleringsplan 2016-2020, wordt gecompenseerd door een evenredige structurele verlaging van de opbrengst onroerende-zaakbelastingen. 

Algemene- en overige uitkeringen gemeentefonds
De ontvangst van de mei-circulaire 2017 leidt tot een ander meerjarig beeld dan we hebben opgenomen hebben in de voorjaarsnota 2017 en kadernota 2018-2021.

Algemene uitkering
Met name de ontwikkeling van de rijksuitgaven hebben grote invloed op de toe- en afname van de omvang van het gemeentefonds. De ontwikkeling van de algemene uitkering per jaar wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Stijgen de rijksuitgaven, dan neemt de algemene uitkering ook toe, omgekeerd is ook het geval. De uitkomsten van de mei-circulaire 2017 zijn positiever dan we hebben opgenomen in de kadernota 2018-2021. 

Integratie-uitkering Sociaal domein
De toename van de uitkering komt met name door loon- en prijsbijstellingen en afschaffing ouderbijdrage jeugdzorg.

Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadelig

2018

2019

2020

2021

Programmabegroting 2017-2020

 

 

 

 

Algemene uitkering

 

25.253

25.271

25.426

25.268

Integratie-uitkering Sociaal domein

14.227

13.882

13.603

13.500

Totaal gemeentefonds: programmabegroting 2017

39.480

39.093

39.029

38.768

Mutaties kadernota

 

 

 

 

Algemene uitkering

 

1.400

1.625

1.787

2.093

Integratie-uitkering Sociaal domein

0

0

0

0

Totaal gemeentefonds: kadernota

40.880

40.718

40.816

40.861

Mei-circulaire 2017

 

 

 

 

Algemene uitkering

 

27.087

27.447

27.666

27.841

Integratie-uitkering Sociaal domein

14.482

14.115

13.899

13.807

Totaal gemeentefonds: mei-circulaire 2017

41.569

41.562

41.565

41.648

Kadernota versus mei-circulaire

 

 

 

 

Algemene uitkering

 

434

551

453

480

Integratie-uitkering Sociaal domein

255

233

296

307

Opvang binnen beschikbare budgetten Sociaal domein*

268

246

309

320

Verschil stand kadernota versus mei-circulaire

421

538

440

467

Nog te verwachten compensatie buurtsportcoaches (zit niet in mei-circulaire 2017)

15

87

88

86

Mutaties gemeentefonds totaal (zie ook begroting op hoofdlijnen) 436 625 528 553

 *de hogere integratie-uitkering Wmo komt ook ten gunste van de budgetten van het Sociaal domein (het zogenaamde 'Hek').

Begroting 2018 en meerjarenperspectief
Lasten en baten
Treasury
Het renteresultaat neemt jaarlijks af met name ook omdat we steeds minder rente toerekenen aan de grondexploitatie als gevolg van de jaarlijks afnemende boekwaarde door verkoop van grond.