Meer
Publicatiedatum: 01-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

Portefeuillehouder Jongebloed, Van de Nadort
Organisatie Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

 In deze paragraaf geven we een nadere toelichting op de lokale heffingen binnen onze gemeente. Verder schetsen we de actuele ontwikkelingen rondom het gemeentelijk belastinggebied. De begrotingsvoorschriften vragen per heffing een overzicht van de taakvelden waarvan lasten in de heffing zijn meegenomen. In deze paragraaf wordt een onderbouwing gegeven van de belangrijkste tarieven. 

Inleiding

De lokale heffingen worden onderscheiden naar belastingen en rechten.

Belastingen
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij worden besteed. In onze gemeente heffen we de OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting.

Rechten
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties door de gemeente geleverd. De opbrengst van de rechten is niet vrij besteedbaar: de opbrengsten moeten aangewend worden voor de gerelateerde prestaties. Dit geldt voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges burgerzaken. Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt kostendekkende tarieven.

Actuele ontwikkelingen

Het kabinet heeft de precariobelasting op nutsbedrijven per 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016, de datum van het wetsvoorstel, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Voor Weststellingwerf betekent dit dat we voor 2018 tot en met 2021 het tarief van € 2,33 (= tarief per 10 februari 2016) per strekkende meter hanteren.

Het beroep tegen de aanslag precarioheffing 2014 is ingetrokken. Dat betekent dat het bedrag van de aanslag over 2014 van € 1,3 miljoen vrij kan vallen. De opbrengsten over de latere jaren houden we nog in de voorziening tot we ook hierover uitsluitsel ontvangen.  

Autonome ontwikkelingen

De gemiddelde woonlast voor onze inwoners is voor 2018 ten opzichte van 2017 gedaald. De stijging van het tarief voor de rioolheffing - op basis van het gemeentelijk Rioleringsplan - is bij de kadernota 2018-2021 al gecompenseerd door een evenredige structurele verlaging van de opbrengst onroerende-zaakbelastingen. Daarnaast is in deze meerjarenbegroting het voorstel opgenomen om het tarief voor de afvalstoffenheffing met € 10 te verlagen voor zowel de meerpersoons- als de eenpersoonshuishoudens. We verwachten dat er in de toekomst minder afval wordt geproduceerd, zie "Begroting op hoofdlijnen". De leges, tarieven en overige heffingen blijven gelijk aan die van 2017. 

Totaalopbrengst van de belangrijkste heffingen

bedragen x € 1.000 
Lokale heffingen Begroting
2018
MJB
2019
MJB
2020
MJB
2021
Onroerende-zaakbelastingen
Forensenbelasting
Toeristenbelasting
Precariobelasting
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Leges burgerzaken
Leges omgevingsvergunningen (WABO)
Marktgelden
Graf- en begraafrechten
Reclamebelasting
4.569
48
120
1.349
2.443
1.867
321
566
10
88
40
4.569
48
120
1.349
2.443
1.960
321
566
10
88
40

4.569
48
120
1.349
2.443
1.960
321
566
10
88
40

4.569
48
120
1.349
2.443
1.960
321
566
10
88
0
Totaal 11.421 11.514 11.514 11.474

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De OZB zijn veruit de belangrijkste gemeentelijke belastingen. Er zijn drie belastingsoorten, namelijk:
1. een belasting geheven van de eigenaren van woningen;
2. een belasting geheven van de eigenaren van niet-woningen;
3. een belasting geheven van de gebruikers van niet-woningen.

De heffingsgrondslag is gebaseerd op de waarde zoals vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende-zaken (wet WOZ). Het OZB-tarief is een percentage van de WOZ-waarde. Voor de genoemde belastingen hanteren we verschillende percentages.

De aanslag OZB voor het belastingjaar 2018 is gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) tarieven voor 2018 en de waardepeildatum per 1 januari 2017. De definitieve vaststelling van de OZB-tarieven vindt in de raad van november plaats. De totale opbrengst voor 2018 is ten opzichte van 2017 gedaald om de stijging van de totale opbrengst rioolheffing ingaande 2018 te compenseren. 

Forensenbelasting
Forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die niet in de gemeente wonen, maar daar meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf en/of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Grondslag voor de heffing is net als bij de OZB de WOZ-waarde.

Toeristenbelasting
Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen vergoeding overnachtingen aanbiedt, bijvoorbeeld in een hotel, een bed & breakfast of op een camping. Grondslag voor de heffing is de logiesomzet. Bij de introductie van deze belasting ingaande 2013 is afgesproken dat er een gefaseerde opbouw van de opbrengst plaatsvindt. In zijn vergadering van 22 juni 2015 heeft de raad besloten de grondslag en het tarief vast te stellen op 4% tot en met 2018. De raming voor 2018 en latere jaren is bijgesteld op basis van werkelijke cijfers van de afgelopen jaren. 

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond. De precariobelasting kan worden gebruikt om belasting te heffen op kabels en leidingen. Als de gemeente gebruik van zijn grond voor het hebben van voorwerpen moet gedogen, kan zij geen precariobelasting heffen. Een gedoogplicht kan bijvoorbeeld gelden bij of krachtens wet - zoals de Telecommunicatiewet (denk aan telefoonleidingen) - of een privaatrechtelijke overeenkomst. Zolang er op de juridische procedure rondom bezwaar/beroep geen uitspraak is, storten we de opbrengst voorlopig in een voorziening. Inmiddels is de mogelijkheid van heffing van deze vorm van precariobelasting afgeschaft. Onze gemeente valt onder de overgangsregeling (zie ook onder "actuele ontwikkelingen"). 

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg. In zijn vergadering van 15 juni 2015 heeft de raad via een amendement besloten in te stemmen met de invoering van reclamebelasting voor de komende vijf jaren ingaande 1 januari 2016. De opbrengst komt ten goede aan het ondernemersfonds waaruit bepaalde activiteiten in Wolvega worden gefinancierd. Er wordt een vast bedrag van € 100 per aanslag geheven. 

 

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing Werkelijk
2013
Wekelijk
2014
Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Begroot
2017
Begroot
2018
Tarief meerpersoonshuishouden 261,12 259,20 259,20 259,20 259,20 249,20
Tarief eenpersoonshuishouden 171,60 170,64 170,64 170,64 170,64 160,64
Opbrengsten* 2.560 2.512 2.565 2.576  2.553 2.443

*Exclusief opbrengst bedrijfsafval

Afvalstoffenheffing kan worden geheven wanneer de gemeente tenminste eenmaal per week het huishoudelijk afval ophaalt, zoals de Wet milieubeheer voorschrijft. Wij stellen voor de tarieven voor 2018-2021 te verlagen met € 10 ten opzichte van 2017. Dit is mogelijk in combinatie met een beroep op de egalisatiereserve.

Rioolheffing
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing verhaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Evenals bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt een 100% kostendekking. In 2016 heeft de raad het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) vastgesteld met daarbij een jaarlijkse verhoging van het tarief.

Rioolheffing Werkelijk
2013
Werkelijk
2014
Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Begroot
2017
Begroot
2018
  Tarief huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater 106,00 106,00 106,00 106,00 111,30 116,86
  Tarief hemel- en grondwatertaken 43,00 43,00 43,00 43,00 45,15 47,41
Opbrengsten 1.671 1.694 1.699 1.683 1.778 1.867

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Markt- en staangelden
Marktgeld wordt geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijkse) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

Leges
Leges worden geheven voor gemeentelijke diensten, bijvoorbeeld voor het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het afgeven van paspoorten en rijbewijzen, het verstrekken van afschriften. De legesverordening bevat meestal een uitgebreide tarieventabel waarin de diensten met name worden genoemd met de bijbehorende tarieven. 

Kwijtschelding
Voor kwijtschelding komt iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). We hanteren bij kwijtschelding 100% van de bijstandsnorm. Daarmee hanteren we de maximaal door het rijk toegestane normen. In Weststellingwerf wordt alleen kwijtschelding verleend voor de afvalstoffenheffing. Het jaarlijkse bedrag aan kwijtschelding ramen we voor 2018-2021 op € 100.000.

Kwijtschelding Werkelijk
2013
Wekelijk
2014
Werkelijk
2015
Werkelijk
2016
Aantal aanvragen 562 601 629 632
Toegewezen 391 465 452 466
Toegewezen (in %) 70% 77% 72% 72%
         
Kosten 98 111 115 106

Kostendekkendheid

Nieuwe regelgeving schrijft voor dat iedere gemeente in de paragraaf lokale heffingen inzicht moet geven in de mate van kostendekkendheid, voor die leges en/of heffingen die niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Het betreft hier de afvalstoffenheffing, rioolheffing, algemene legesverordening en de begraafrechten. De algemene legesverordening hebben wij verder uitgesplitst naar titel 1, 2 en 3. Voor titel 1 gaat het dan voornamelijk over burgerlijke stand, rijbewijzen, reisdocumenten en marktgelden. Titel 2 gaat over alle zaken omtrent de omgevingsvergunningen en titel 3 omvat de horeca en algemene plaatselijke verordening (apv).
Zoals uit de onderstaande tabellen blijkt, blijft de kostendekkendheid onder de door uw raad in het coalitieakkoord geformuleerde 100% kostendekkendheid. 

Rioolheffing

 bedragen x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering 2018 2018
Kosten taakveld  1.500
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) -
Netto kosten taakveld 1.500
Toe te rekenen kosten:  
overhead 290
compensabele btw 134
Toe te rekenen kosten 424
Totale kosten 1.924
   
Opbrengst heffingen 1.867
   
Dekkingspercentage 97%

 Toelichting:
Het dekkingspercentage voor 2018 bedraagt 97%. We hebben daarmee een groeispurt gemaakt ten aanzien van de kostendekkendheid. Reden: lagere kosten als gevolg van een lager omslagpercentage voor de rente (van 4 naar 2%). In het rioleringsplan is bepaald dat de tarieven geleidelijk aan stijgen tot een kostendekkend tarief in 2025. We verwachten dat in 2019 al te halen. De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend, zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met de taakvelden toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd, is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 106% (zie het "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 290.000.

Afvalstoffenheffing

 bedragen x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval 2018 2018
Kosten taakveld 1.906
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) -134
Netto kosten taakveld 1.772
Toe te rekenen kosten:  
straatvegen  51
minimabeleid 100
overhead 487
compensabele btw 236
Toe te rekenen kosten 874
Totale kosten 2.646
   
Opbrengst heffingen 2.443
   
Dekkingspercentage 92%

 Toelichting:
Voor het taakveld afval worden naast de afvalstoffenheffing baten ontvangen, waarbij het overgrote deel bestaat uit opbrengsten vanuit het gemeentelijk brengstation.
De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Van de kosten van straatvegen wordt 40% toegerekend aan het taakveld Afval. Dit percentage is op basis van historische gegevens vastgesteld. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met de taakvelden toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd, is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is 106% (zie het "overzicht kosten overhead"). Dit leidt tot een opslag van € 487.000. Het dekkingspercentage voor 2018 bedraagt 92%. 

Algemene leges

 bedragen x € 1.000
Algemene legesverordening totaal 2018
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.283
Inkomsten taakvelden(en), exclusief heffingen -  
Netto kosten taakveld 1.283
Toe te rekenen kosten:  
Overhead inclusief. (omslag)rente 227
Totale kosten 1.510
   
Opbrengst heffingen -944
   
Dekkingspercentage 63%

 

 Titel 1 Algemene dienstverlening

 bedragen x € 1.000
Titel 1 Algemene dienstverlening 2018
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente  403
Inkomsten taakvelden(en), exclusief heffingen -  
Netto kosten taakveld 403
Toe te rekenen kosten:  
Overhead inclusief (omslag)rente 176
Totale kosten 579
   
Opbrengst heffingen -321
   
Dekkingspercentage 55%

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

 bedragen x € 1.000
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 2018
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 588
Inkomsten taakvelden(en), exclusief heffingen -  
Netto kosten taakveld 588
Toe te rekenen kosten:  
Overhead inclusief (omslag)rente 35
Totale kosten 622
   
Opbrengst heffingen -567
   
Dekkingspercentage 91%

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 bedragen x € 1.000
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 2018
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 292
Inkomsten taakvelden(en), exclusief heffingen -  
Netto kosten taakveld 292
Toe te reken kosten  
Overhead inclusief (omslag)rente 16
Totale kosten 308
   
Opbrengst heffingen -57
   
Dekkingspercentage 19%

 

Toelichting:
Uit bovenstaande tabellen blijkt dat per titel van de algemene legesverordening de heffingen ruim onder de 100% kostendekkendheid blijven. De lasten die in bovenstaande tabellen zijn meegenomen, zijn de direct toe te rekenen kosten aan diensten die verricht worden in het kader van het verstrekken van dienstverlening.
Op basis van gedetailleerde teamplannen en historische cijfers, zijn alleen de directe personele kosten in bovenstaande tabel opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de uren van de baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH). Daarnaast zijn de materiële kosten opgenomen die te maken hebben met de dienstverlening ten aanzien van de diensten in deze legesverordening.
We hanteren een opslag voor overheadkosten van 106% over de directe loonkosten (zie ook "Overzicht kosten overhead"). De totale kostendekkendheid van de Algemene Legesverordening komt uit op 63%.

Begraafplaatsen

 bedragen x € 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen 2018
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 156
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen  
Netto kosten taakveld 156
   
Toe te reken kosten  
Overhead incl. (omslag)rente 112
BTW 2
Totale kosten 270
   
Opbrengst heffingen -136
   
Dekking 50%

 

Toelichting:
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de kostendekkendheid van de begraafplaatsen ruim onder de toegestane 100% kostendekkendheid blijft. De kosten die toegerekend worden aan het taakveld zijn de kosten van publiekszaken voor het behandelen van de aanvragen. Daarnaast worden kosten van de afdeling Ruimte Buiten toegerekend voor het onderhouden van de begraafplaats.

Gemeentelijke woonlasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht over 2017 van de woonlasten van de 24 Friese gemeenten. 

  Woonlastendruk  OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
      Eph Mph Eph Mph Eph Mph
1 Littenseradiel 280 12 12 195 195 487 487
2 Harlingen 205 168 221 186 186 559 612
3 Ameland 236 170 223 139 179 544 638
4 Leeuwarden 223 168 252 143 174 535 649
5 Vlieland 207 225 300 49 147 481 654
6 Ooststellingwerf 204 123 177 161 274 489 655
7 Sudwest-Fryslân 262 184 220 185 185 631 667
8 Dantumandeel 255 172 215 199 199 627 669
9 Terschelling 287 212 212 176 176 675 675
10 Opsterland 248 157 211 165 222 570 681
11 Weststellingwerf 272 171 259 156 156 599 687
12 De Fryske Marren 260 192 249 110 186 562 695
13 Franekeradeel 229 197 218 225 251 651 698
14 Kollumerland c.a. 236 148 212 276 276 660 724
15 Dongeradeel 273 160 234 225 225 659 732
16 Heerenveen 320 172 224 141 188 634 732
17 Het Bildt 289 175 250 156 208 620 747
18 Smallingerland 243 200 235 277 277 720 755
19 Menameradiel 239 192 256 206 265 637 760
20 Achtkarspelen 299 197 281 181 181 676 761
21 Tytsjerksteradiel 395 130 185 163 183 688 763
22 Ferwerderadiel 290 200 273 210 210 700 773
23 Schiermonnikoog 256 266 346 72 176 593 778
24 Leeuwarderadeel 363 232 290 176 235 771 888
 
Bron: Coelo (Atlas van de lokale lasten)
 
  Toelichting bij de tabel:
  Eph= eenpersoonshuishouden
  Mph= meerpersoonshuishouden

 

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

In deze paragraaf wordt de stand van zaken met betrekking tot de financiële positie van onze gemeente weergegeven. Onder weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen.

 De paragraaf moet de volgende onderdelen bevatten:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

De doelstellingen kunnen als volgt worden samengevat:

  1. voldoen aan wet- en regelgeving;
  2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee stimulering van het risicobewustzijn;
  3. de berekening van het weerstandsvermogen is onderbouwd;
  4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid - vastgesteld in de raadsvergadering van 12 december 2016 en ingaande 1 januari 2017 - zijn ten aanzien van de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaci­teit de volgende uitgangspunten vastgelegd:

  • De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit (ter hoogte van minimaal de vrije algemene reserve en de post onvoorzien) moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel de hoogte van de netto risico’s;
  • Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten we aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat we streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal).

In deze begroting voldoen we aan beide uitgangspunten.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die elementen waarmee tegenvallers eventueel gedekt kunnen worden. De weerstandscapaciteit is de som van:

  1. de begrotingsruimte;
  2. de algemene reserve;
  3. bestanddelen van de bestemmingsreserves;
  4. de stille reserves;
  5. de niet-benutte belastingcapaciteit;
  6. mogelijke ombuigingsmaatregelen.

Ad a. De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opgevangen. Wij hebben gekozen voor een bedrag van € 30.000 per jaar. Daarnaast is in deze meerjarenbegroting een stelpost risicobeheersing opgenomen om specifieke risico’s op voorhand af te dekken. Het gaat jaarlijks om een bedrag van € 500.000. Beschikking over deze stelpost kan alleen via een raadsbesluit en is uitsluitend bedoeld ter dekking van structurele risico’s die op enig moment werkelijkheid worden. In het begrotingsjaar 2018 verwachten we voor een bedrag van € 300.000 geen beroep meer te doen op het gereserveerde bedrag. Daarom hebben we dat vrij laten vallen zodat voor het komende jaar nog € 200.000 beschikbaar is.

Ad b. De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedraagt per 1 januari 2017 € 19,9 miljoen. We verwachten het jaar 2017 op basis van de huidige najaarsnota af te sluiten met een positief resultaat van € 2,9 miljoen. Dit is inclusief de vrijval uit de voorziening precariobelasting van € 1,3 miljoen.  Als de jaren 2018-2021 aan de verwachtingen voldoen, dan is de stand van de algemene reserve € 22,9 miljoen per 1 januari 2022. Dit moet worden ingezet om onze incidentele weerstandscapaciteit te versterken.

Ad c. Bestanddelen van de bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad door middel van een raadsbesluit een specifiek doel vastgelegd, waarvan de bestemming eventueel door de raad ook nog kan worden gewijzigd. Omdat de bestemming vastligt, wordt voor de bepaling van de weerstandscapaciteit op dit moment geen rekening gehouden met bestemmingsreserves.

Ad d. De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd of waarvan de boekwaarde beduidend onder de handelswaarde ligt. De mogelijke meeropbrengsten die bij verkoop ontstaan, kunnen onder andere worden ingezet ter dekking van onverwachte tegenvallers. De verwachting is op dit moment dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit minimaal is.

Ad e. De niet-benutte belastingcapaciteit
De Financiële verhoudingswet (FVW) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moet hebben, voordat een gemeente in aanmerking komt voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 van de FVW. Om dat te kunnen beoordelen, moet duidelijk zijn welke eigen inkomsten daarbij worden betrokken en wat een redelijk peil is. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
1. de OZB;
2. de rioolheffingen;
3. de afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten.

Voor het onderdeel OZB geldt een percentage van de WOZ-waarde. Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid. Voor 2018 is de norm voor toelating tot een aanvullende gemeentefondsuitkering 0,1952% van de WOZ-waarde.

Ad f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen
Ten aanzien van de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt er op dit moment vanuit gegaan dat de ombuigingsmaatregelen structureel zullen worden gerealiseerd. De enige taakstelling die nog niet daadwerkelijk is gerealiseerd, is de maatregel als gevolg van het afstoten van gemeentelijke gebouwen: een bedrag van ongeveer € 78.000. Deze is opgeschoven zodat volledige realisatie in 2018 zal moeten plaatsvinden.

Samenvatting
De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Weststellingwerf is:

bedragen x € 1.000

Onderdeel

2018

2019

2020

2021

a. De structurele begrotingsruimte

200

500

500

500

    De incidentele begrotingsruimte

30

30

30

30

b. De algemene reserve

22.300

22.300

22.700

22.900

c. Bestemmingsreserves

-

-

-

-

d. De stille reserves

-

-

-

-

e. De onbenutte belastingcapaciteit

-

-

-

-

f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen

-

-

-

-

 

22.530

22.830

23.230

23.430

Conclusie
De structurele weerstandscapaciteit in de begrotingsexploitatie bedraagt hiermee over 2018 € 0,2 miljoen en vanaf 2019 € 0,5 miljoen. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt hiermee over 2018 € 22,3 miljoen en loopt op naar € 22,9 miljoen over 2021.

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 6,4 miljoen. De belangrijkste risico’s loopt onze gemeente op de volgende onderwerpen, die hierna één voor één worden behandeld.

      

Onzekerheden grondexploitaties € 4,2 miljoen
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, begin 2017 zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen. Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Uiterlijk 31 december 2019 zal een toets moeten plaatsvinden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming. Indien hierbij een duurzame waardevermindering wordt vastgesteld, zal dit uiterlijk 31 december 2019 tot afwaardering van deze gronden moeten leiden. De financiële impact van de gewijzigde regelgeving is dus sterk afhankelijk van de besluitvorming over de uiteindelijke bestemming van de NIEGG gronden die de raad  zal nemen in de toekomst. Met name het besluit over (het moment van) het in exploitatie nemen van Lindewijk deelgebied 2 zal belangrijk zijn.

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: de drie decentralisaties € 450.000
De informatie rondom de zorgverlening vanwege de drie decentralisaties komt steeds beter in beeld. Met betrekking tot de uitgaven jeugdzorg en Wmo (AWBZ) wordt vanaf 2017 door de Friese gemeenten gewerkt met het landelijk knooppunt berichtenverkeer VECOZO waardoor de communicatie tussen de gemeenten en zorginstellingen verder is geoptimaliseerd. Dit betekent echter niet dat alle onzekerheden ten aanzien van de uitgaven zijn opgelost. De kwaliteit van het berichtenverkeer blijft een aandachtspunt, waar hard aan wordt gewerkt door zowel gemeenten als zorginstellingen. Het uitgangspunt in Weststellingwerf is dat bekostiging moet plaatsvinden binnen de daarvoor door het rijk beschikbaar gestelde budgetten. Deze rijksbudgetten zijn aangevuld met reguliere gemeentelijke middelen om de inrichting van het Sociaal domein, in het bijzonder de inrichting van de gebiedsteams, verder vorm te geven.

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: Van vóór 2015 bestaande regelingen € 50.000
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar die in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 375.000
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval! De kabinetsformatie speelt hierbij de komende tijd ook een grote rol. 

Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). De taakstelling van € 78.000 die uit Ombuigingen I resteert, moet nog structureel worden ingevuld.

Onzekerheden realisatie (externe) subsidies € 0
Wanneer de voortgang van een gesubsidieerd project ernstig vertraagt, kan dit consequenties hebben voor de externe financiering. Tijdig overleg met de subsidieverstrekker om de mogelijkheden van verlenging van de termijn te onderzoeken, is daarbij een belangrijke beheersmaatregel die, indien nodig, door ons actief wordt toegepast. Nog belangrijker is alvorens een subsidie aan te vragen goed te onderzoeken of uitvoering binnen de subsidieperiode mogelijk is en voldoen aan de subsidievoorwaarden reëel is. Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 735.000
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.

Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO, de Veiligheidsregio Fryslân (VRF), Caparis en de gemeenschappelijke regeling SW Fryslân. De eerste twee samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 24 Friese gemeenten; de SW-samenwerking beperkt zich tot een samenwerkingsverband van acht Friese gemeenten. In beide gevallen is de invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken, zoals ook zichtbaar is geworden in de SW-samenwerking. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er geen eensluidende visie is binnen de 24 Friese gemeenten. Er zijn diverse ontwikkelingen gaande binnen de SW Fryslân en het bedrijf Caparis die een directe relatie hebben met de nieuwe Participatiewet, zoals het project herstructurering. De ontwikkelingen van de loonkostenbijdrage vanuit SW Fryslân aan Caparis blijft een risico.

Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.

Overige onzekerheden en risico’s: onderwijshuisvesting tussen minimaal € 3,6 miljoen en € 5 miljoen
Uit de behandeling van de voorjaarsnota 2017 en kadernota 2018-2021 in de raad komt het beeld naar voren dat de raad meer ruimte wenst voor onderwijs(kundige) ontwikkelingen. Een eerste investering ten behoeve van 2 noodlokalen bij openbare basisschool De Heidepolle is een feit. Schoolbesturen werken aan het spreidingsplan voor de toekomstige voorzieningen voor onderwijshuisvesting basisonderwijs in Wolvega. Voor de situatie in cluster Zuid (Steggerda-De Blesse) zijn voorstellen in voorbereiding. Daarnaast spelen ontwikkelingen rondom dalende leerlingenaantallen bij kleine scholen waardoor schoolbesturen kunnen besluiten scholen op te heffen. De buitengebruikstelling levert een andere economische waarde op, en onderhoudskosten vallen terug naar de gemeente. 

Het spreidingsplan, de investeringen in cluster Zuid, en toekomstige buitengebruikstellingen zijn ontwikkelingen die zich de komende 5 jaar voor gaan doen. De minimale financiële impact beweegt zich tussen de € 3,6 miljoen en € 5 miljoen. Nog niet alles is daar in mee genomen: eventuele verdere investeringen, buitengebruikstelling van gymlokalen en mogelijke effecten op jaarlijkse kosten gymvervoer zijn nog buiten beschouwing gelaten. 

Overige onzekerheden en risico’s: beheersmaatregelen in de bedrijfsvoering € 40.000
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.

Overige onzekerheden en risico's: VennootschapsBelasting(VPB) € 0
Met ingang van 1 januari 2016 wordt de VPB ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten van overheidsbedrijven. Het gaat bij onze gemeente met name om de vraag in hoeverre we voor de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig zijn. De laatste berichten zijn dat we ook hiervoor niet als ondernemer worden aangemerkt en dus geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen.

Weerstandsvermogen

De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s worden uitgedrukt in weerstandsvermogen. De hoogte van het weerstandsvermogen is als volgt weer te geven:

bedragen x € 1.000

Weerstandsvermogen

2018

Weerstandscapaciteit (incidenteel)

22.330

Risico's

-6.400

Weerstandsvermogen

15.930

Dit betekent dat we incidenteel in staat zijn om risico’s op te vangen, maar dat we op termijn nog wel de nodige behoedzaamheid in acht moeten nemen. Dit is een risico op zich. We moeten ons niet rijk rekenen. Begrotingsdiscipline blijft daarbij belangrijk. Aangezien het goed in beeld hebben van risico’s steeds belangrijker wordt, zal de verdere optimalisering van ons risicomanagementsysteem de komende jaren de nodige aandacht vragen.

Kengetallen

Met ingang van 2016 zijn een vijftal financiële kengetallen verplicht gesteld. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.

Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 (zie ook hiervoor onder ‘beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s’) sluiten we aan voor de verplichte kengetallen bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90 - 130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90%  90 - 130% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
3. Grondexploitatieruimte < 20% 20 - 35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Eerste jaar en meerjarig > 0% Begroting en meerjarig 0% Begroting en meerjarig < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105%

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van de kengetallen weergegeven: 

Kengetallen Rekening
2016
Begroot
2017
Begroot
2018
MJB
2019
MJB
2020
MJB
2021
Categorie
(peiljaar 2018)
1 Netto schuldquote 87,27% 82,97% 80,62% 76,73% 70,56% 65,53% A
  Netto schuldquote (gecorrigeerd) 81,11% 77,92% 75,92% 72,34% 66,48% 61,80% A
2 Solvabiliteitsratio 22,61% 25,11% 25,09% 25,61% 26,18% 26,66% B
3 Grondexploitatie 36,29% 34,97% 31,63% 27,18% 21,89% 20,30% B
4 Structurele exploitatieruimte 5,13% 1,00% 1,06% 1,04% 0,69% 1,00% A
5 Belastingcapaciteit 94,41% 95,02% 93,64% 94,74% 94,74% 94,74% A

Toelichting tabel 
Basis voor deze kengetallen is de geprognosticeerde balans voor de jaren 2018-2021. Deze staat onder 'Uiteenzetting van de financiële positie'.

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.

Een schuldquote van 100% wordt over het algemeen als grens gezien tussen acceptabel en in toenemende mate risicovol. We zitten ruimschoots onder die grens!

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen we voor de komende vier jaren ruimschoots uit boven ons streefpercentage van minimaal 20%.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Uiteraard blijven wij het nauwlettend volgen en houden vast aan ons streven om te voldoen aan categorie B.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele lasten zijn de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, bij structurele baten gaat het onder andere om de algemene uitkering van het gemeentefonds en eigen belastinginkomsten. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Uit het percentage blijkt dat we voor 2018 in categorie A vallen en dus bij dit kengetal weinig risico lopen.

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Deze woonlasten zijn de optelsom van de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage. Zoals uit de tabel blijkt, zijn de woonlasten voor de jaren 2018-2021 in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde van € 723,00 (=100%) van het belastingjaar 2017.
 

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

 

Portefeuillehouder

Jongebloed, Van de Nadort

Organisatie

Ruimte, Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Beleidsnota's

Van toepassing zijn de volgende nota´s:

  • Beleidsplan Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte 2012-2016
  • Nota Openbare Verlichting
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020.

Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte

Uw raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld. Hierin zijn de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. De door uw raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen, zijn hierin meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken met uw raad:

  • Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden
  • Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.

De bepaling van de kwaliteitsambitie openbare ruimte is gekoppeld aan acties/investeringen die in gang zijn gezet (graskeien langs bermen, inzet mensen voormalig Caparis). Deze acties vinden plaats in 2017 en verder, waardoor er wordt voorgesteld om deze kaderstellende discussie plaats te laten vinden na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Zie ook programma 2.

Wegen

Het totale areaal aan verhard oppervlak bedraagt ca. 230 hectare. Hier binnen valt 116 km aan wegen binnen de bebouwde kom, 285 km aan wegen buiten de bebouwde kom en 84 km aan fietspaden. Daarnaast heeft de gemeente 214 hectare bermen en 442 km aan schouwsloten in onderhoud.

Om de doelstelling te monitoren worden de wegen geïnspecteerd op basis van de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) methodiek, waarbij de relatie wordt gelegd met de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het beleidsplan. Dit resulteert in een meerjarig inzicht (5 jaar) van planning en begroting. De hieruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden zijn voor deze periode afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting.

Groen

Groen komt in vele vormen terug in de openbare ruimte. Het totale areaal groen binnen de gemeente bedraagt ongeveer 104 hectare. Het grootste areaal bevindt zich in de woongebieden. Langs de plattelandswegen staan de meeste bomen. Het beheer vindt plaats op basis van een kwaliteitsgestuurd (groen)beheersysteem.

Het groenbeheer is onder te verdelen in verzorging (kwaliteit onderhoud) en technische staat (kwaliteit inrichting). Het openbaar groen wordt op basis van de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het integrale beleidsplan openbare ruimte onderhouden en gerenoveerd. De onderhoudskwaliteit van het openbaar groen wordt minimaal vier maal per jaar geschouwd. De kwaliteit van de technische staat van het openbaar groen wordt per gebied jaarlijks gemeten. Voordat een renovatie wordt uitgevoerd, wordt de ruimtelijke kwaliteit (mooi en functioneel) bekeken.

Eénmaal in de drie of vier jaar worden alle 30.000 bomen geïnspecteerd. Wanneer de kwaliteit van een boom daar aanleiding toe geeft (de zogenaamde zorgbomen), wordt er jaarlijks geïnspecteerd en zo nodig nader onderzocht.

De werkzaamheden betreffende groen zijn voor de duur van het beleidsplan afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting. 

Bruggen, waterwegen en kades

Weststellingwerf heeft 50 bruggen in beheer die verdeeld zijn in 32 bruggen voor fiets-/voetgangersverkeer en 18 bruggen voor autoverkeer. De bruggen variëren van één middelgrote beweegbare brug bij Nijelamer tot meerdere kleine, vaste, houten bruggen voor fiets- en voetgangers. Met de gemeentes Steenwijkerland, De Fryske Marren en Ooststellingwerf hebben we 3 bruggen in gezamenlijk beheer en onderhoud. 
Via een jaarlijkse monitoring wordt de staat van alle kapitaalgoederen gevolgd. Er wordt eens in de 5 jaar geïnspecteerd.

Openbare verlichting

Weststellingwerf heeft in totaal 4.356 lichtmasten in eigendom en beheer (30-6-2017). Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is via de Stichting Openbare Verlichting Fryslân aanbesteed. Dit prestatiegerichte contract geldt tot 1 januari 2018. We hebben aangegeven ook na 1 januari 2018 van de diensten van de Stichting Openbare Verlichting Fryslân gebruik te willen maken. Onder onderhoud wordt verstaan het reinigen, het schilderen van masten/armaturen en het regulier vervangen van lampen. Ook het oplossen van storingen aan de openbare verlichting valt onder deze aanbesteding. Zie ook onder actuele ontwikkelingen programma 2.

In het door uw raad vastgestelde klimaatbeleidsplan ‘samen de schouders eronder’ en in de beleidsnotitie Openbare Verlichting is een streven van 1,5% energiebesparing per jaar opgenomen. Om dit te realiseren moet per jaar circa 5% van de armaturen worden vervangen. Door het vergelijken van het jaarlijks energieverbruik per lichtpunt monitoren wij of het streven van 1,5 % energiebesparing wordt gerealiseerd.

Verder wordt er kritisch gekeken naar mogelijkheden om binnen het vervangingsprogramma een besparing door te voeren door een aantal lichtmasten niet te vervangen maar te doven. Het niet vervangen maar doven leidt tot een besparing op de kapitaallasten van het vervangingskrediet en op het energieverbruik.

Riolering

Er wordt invulling gegeven aan de wettelijke taken die de gemeente heeft voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. De wijze van de invulling is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hierin zijn de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen beschreven. Naast nieuwe aanleg en aanpassingen op het bestaande rioolstelsel wordt er beheer en onderhoud gepleegd. Uitgangspunt is dit op een doelmatige wijze uit te voeren.

Voor de Friese waterketenpartners ligt er vanuit het Nationaal Bestuursakkoord Water een opgave om in 2020 € 12,1 miljoen structureel te besparen op de jaarlijkse kosten. Om dit te realiseren is in 2010 het Fries Bestuursakkoord Waterketen door de waterketenpartners ondertekend. Dit akkoord liep tot en met 2015. Er is een nieuw akkoord opgesteld voor de periode 2016-2020. De OWO-gemeenten hebben in een besparingsdocument aangegeven welke bijdrage zij leveren aan die € 12,1 miljoen. De uitkomst van dit besparingsdocument is geïmplementeerd in het GRP dat in maart 2016 is vastgesteld.

Tractiemiddelen

De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheersysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel worden vervangen. Er is een meerjarig overzicht opgesteld van te vervangen materieel. 

Gebouwen

 Op dit moment zijn er voldoende middelen in de begroting opgenomen voor het totale onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen: 

  • gemeentehuis en gemeentewerf;
  • gymzalen en multifunctionele centra;
  • sportvoorzieningen (zwembaden en sporthallen);
  • gemeentelijke (niet-functionele) panden, zoals pand voormalig Bornego College.

Conform de notitie ‘Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed’ is de vastgoedportefeuille opgedeeld in twee categorieën:

  • functionele panden (draagt bij aan het realiseren van beleidsdoelstellingen);
  • niet-functionele panden (op termijn afstoten). 

Het onderhoud van de panden is opgesplitst in dagelijks/cyclisch onderhoud en planmatig onderhoud (groot onderhoud en planmatige vervangingen). Conform NEN 2767-inspecties wordt het geplande onderhoud vastgelegd in een meerjarenonderhoudsplanning. 

Voor de functionele panden wordt het onderhoud zo gepland dat het conditieniveau ‘sober en doelmatig’ blijft. Voor ieder functioneel pand is het onderhoud in een meerjarig onderhoudsplan vertaald. Voor de niet-functionele panden is gekozen om het onderhoud zo minimaal mogelijk uit te voeren om kapitaalvernietiging te voorkomen. Alleen strikt noodzakelijke maatregelen voor het behoud van de huidige functie en het huidige gebruik van het gebouw worden uitgevoerd. 

Beschikbare middelen voor het onderhoud

bedragen x € 1.000

Onderhoud kapitaalgoederen

Begroot
2017

Begroot
2018

MJB
2019

MJB
2020

MJB
2021

1. tractiemiddelen

130

153

153

153

153

2. gebouwen

651

1.204

912

994

875

3. wegen

1.389

1.403

1.366

1.366

1.366

4. bruggen en duikers

115

115

115

115

115

5. openbare verlichting

53

53

53

53

53

6. openbaar groen

745

242

242

242

242

7. riolering

164

164

164

199

164

8. terreinen

54

43

43

43

43

9.overig

52

21

21

21

21

Totaal

3.353

3.396

3.067

3.184

3.030

 

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

Onder treasury wordt verstaan het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.

Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn we transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden gemeenten hun overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten niet mogelijk. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.

In de huidige bestuursperiode is de ambitie neergelegd om de gemeentelijke schuldpositie te verbeteren. Daarom zijn we in 2014 gestart met een herstructureringsplan voor al onze leningen dat heeft geresulteerd in een eindrapportage Treasuryscan. Op grond van deze rapportage is begin 2016 onze leningenportefeuille volledig herzien en hebben we nog maar twee leningen uitstaan bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).

Naast de herstructurering van de leningenportefeuille hebben we ook intensief contact gehad met de BNG en Woningstichting Weststellingwerf om de resterende door de gemeente verstrekte leningen over te dragen aan de woningstichting met een achtervang via de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Ook deze overdracht is geëffectueerd. Daarmee hebben we een beheersmaatregel op onze risico’s kunnen toepassen (zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing) en is onze feitelijke vaste schuld verder gedaald.

Risicobeheer

Binnen de Wet fido zijn twee normen vermeld (kasgeldlimiet en renterisiconorm) waaraan moet worden voldaan. Het doel van deze normen is een stabiele rentelast over de jaren te bewerkstelligen. Het wettelijk bepaalde percentage is 20% van het begrotingstotaal.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is vastgesteld als het maximum percentage van het begrotingstotaal dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De berekening van de kasgeldlimiet voor de komende jaren is als volgt: 

 bedragen x € 1.000

Kasgeldlimiet

2018

2019

2020

2021

Begrotingsvolume

72.102

71.240

71.232

70.991

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Totaal

6.129

6.055

6.055

6.034

Renterisicobeheer

De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de leningenportefeuille met een looptijd van een jaar of langer te beperken. In de Wet fido is het renterisico gemaximeerd op 20% van het begrotingsvolume. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor de komende jaren weergegeven.

bedragen x € 1.000

Renterisiconorm en renterisico

2018

2019

2020

2021

1a.

Renteherziening op vaste schuld o/g

-

 

-

 

1b.

Renteherziening op vaste schuld u/g

-

 

-

 

2.

Netto renteherziening op vaste schuld (1a -1b)

-

 

-

 

 

 

 

 

 

 

3.

Aflossingen

3.345

3.345

3.345

3.345

4.

Renterisico (2 + 3)

3.345

3.345

3.345

3.345

 

 

 

 

 

 

Renterisiconorm

 

 

 

 

5.

Volume totale lasten in begroting en rekening (excl bestemming reserves)

72.102

71.240

71.232

70.991

6.

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

20%

20%

7.

Renterisiconorm (5 x 6)

14.420

14.248

14.246

14.198

 

 

 

 

 

 

8.

Ruimte (+) / Overschrijding (-) (7 - 4)

11.075

10.903

10.901

10.853

 

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

 bedragen x € 1.000

Kredietrisicobeheer op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

Restant schuld primo 2018

Rentedragende leningen

3.608

Gegarandeerde geldleningen (100%)

4.960

Indirect gegarandeerde geldleningen ( WSW-achtervang)

69.541

Totaal

78.109

 

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren doorverstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. Daarnaast zijn in 2017 voor een bedrag van ongeveer € 1 miljoen hypotheken overgezet naar andere geldverstrekkers als gevolg van de huidige lage rente. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.

Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling (een iets oplopende rente voor de langere looptijden) wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte en deze wordt afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin: uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. We laten daarbij de kortlopende schuld niet onnodig hoog oplopen waardoor lang geld moet worden aangetrokken op een voor onze gemeente ongunstig moment: een evenwichtige spreiding van de aflossingen en rentebetalingen is belangrijk bij een beheersbare liquiditeitsbegroting.

Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Leningenportefeuille

Het verloop van onze leningenportefeuille staat in de geprognosticeerde balans (zie onder “Uiteenzetting van de financiële positie”). Per 1 januari 2018 bedraagt onze schuld bijna € 62,0 miljoen tegen een gemiddeld rentepercentage van 3,16% en een jaarlijkse aflossing van € 3,3 miljoen. 

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Het overschot geeft aan dat naar verwachting niet hoeft te worden gefinancierd met kort krediet. 

bedragen x € 1.000

Financieringsbehoefte per 31 december

2018

2019

2020

2021

Eigen vermogen

25.221

25.433

25.425

25.905

Voorzieningen

10.486

11.833

13.181

14.529

Vaste geldleningen

58.577

55.232

51.887

48.542

Totaal

94.284

92.498

90.493

88.976

Vaste activa

80.760

80.961

79.964

77.857

Voorraden

11.203

7.929

4.095

3.013

Bijstelling op basis van geïnventariseerde risico's

1.600

3.200

4.800

6.400

Financieringstekort (-) cq. overschot (+) per 31 december

721

408

1.634

1.706

De wijze van rentetoerekening

In het volgende renteschema is uiteengezet hoe voor alle jaren de rentetoerekening in deze begroting is vormgegeven.

 bedragen x 1.000

Renteschema

2018

2019

2020

2021

a.

De externe rentelasten over de korte en lange termijn

2.066

1.950

1.835

1.721

b.

De externe rentebaten

107

107

106

105

 

Totaal door te berekenen rente

1.959

1.843

1.729

1.616

c.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

375 

310

219

112

 

Saldo door te berekenen rente

375

310

219

112

d.

Rente over eigen financieringsmiddelen

-

     

 e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1.505

1.506

1.494

1.473

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury

 79

27

16

31

 Het jaarlijks positieve renteresultaat is bij het Overzicht algemene dekkingsmiddelen verantwoord onder (de lasten bij) het taakveld treasury.

EMU saldo

Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU-saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het voor 2018 begrote EMU-saldo voor onze gemeente bedraagt € 1.216.000 positief. Er is dus sprake geweest van een positieve vrije kasstroom, geschoond van aflossingen van leningen.

Overige ontwikkelingen

Schatkistbankieren
Decentrale overheden maken verplicht gebruik van schatkistbankieren boven het voor dat jaar geldende drempelbedrag aan overtollige middelen. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2018 ongeveer € 541.000. 

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort, Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

De onderdelen inkoop & aanbesteding, informatisering & automatisering, documentaire informatievoorziening, financiële- en personele administratie als ook verzekeringen en business intelligence worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking. De paragraaf rechtmatigheid is onderdeel geworden van deze paragraaf.

Informatieveiligheid en privacy

Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) informatie-uitwisseling met inwoners, bedrijven en (keten)partners. Het verlies van gegevens, uitval van ICT of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van informatie kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, maar ook leiden tot imagoschade. Een betrouwbare informatie­voorziening is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente en vormt de basis voor het beschermen van de rechten van de inwoners en bedrijven.

De komende jaren zet onze gemeente dan ook in op het verhogen van de informatieveiligheid en verdere professionalisering van de informatiebeveiligings­functie in de organisatie. Dat doen we onder andere met het implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG) welke doorloopt in 2018. De BIG is het basis­normenkader voor gemeenten op het gebied van informatie­beveiliging en bestaat uit 133 beheersmaatregelen die resulteren in 303 beveiligingsmaatregelen. Ook is het van belang om periodiek aandacht te besteden aan het vergroten van het beveiligingsbewustzijn van medewerkers. In 2017 is daarom gestart met de leercirkel iBewustzijn; afronding van het traject is in het voorjaar van 2018.

Vanaf 2017 moeten gemeenten met behulp van ENSIA verantwoording afleggen over de informatieveiligheid. ENSIA staat voor Eenduidige Normatiek Single Information Audit. Met ENSIA legt de gemeente verantwoording af over de normen van de BIG en de specifieke normen van de Basisregistratie personen (BRP), Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), Digitale persoonsidentificatie (DigiD), Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), Basisregistratie grootschalige topografie (BGT) en de Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwinet). Het proces sluit aan op de planning- & controlcyclus. De informatie is bestemd voor de horizontale verantwoording richting de gemeenteraad en de diverse verticale verantwoordingslijnen richting de departementen.

Een andere ontwikkeling is de gewijzigde regelgeving op het gebied van gegevensbescherming. Op 25 mei 2016 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Deze Europese verordening heeft rechtstreekse werking en gemeenten hebben twee jaar de tijd om aan de nieuwe regels te voldoen. De implementatie van de AVG start in de tweede helft van 2017 en moet uiterlijk eind mei 2018 zijn afgerond.

Rechtmatigheid

De kaders en belangrijkste activiteiten op het gebied van rechtmatigheid zijn vastgelegd in het beleidsplan Interne beheersing en het jaarplan Interne controle. Naast het uitvoeren van de reguliere interne controle op gemeentelijke processen met (substantiële) financiële beheershandelingen, zijn de onderstaande ontwikkelingen en activiteiten van belang in 2018.

Begin 2017 is het beleidsplan Interne beheersing 2013-2015 geëvalueerd en geactualiseerd. Het speerpunt in het geactualiseerde beleidsplan Interne Beheersing 2017-2019 met de titel 'Risicogericht en in control' is het invoeren van een risicogerichte interne controle. De centrale vraag bij een risicogerichte interne controle is 'hoe erg is het als het fout gaat'. De invoering wordt stapsgewijs aangepakt vanaf 2017.

Voor wat betreft het invoeren van een in control-statement (bestuursverklaring), waarin het college jaarlijks verantwoording aflegt aan de raad over de mate waarin de bedrijfsvoering van onze gemeente financieel en organisatorisch in control is, willen we voorlopig wachten op de landelijke ontwikkelingen. Begin 2017 is namelijk bekend geworden dat de wetswijzigingen voor het opnemen van een bestuursverklaring in de jaarstukken niet voor 2019/2020 in werking treden.

Het controleprotocol met nadere aanwijzingen voor de accountantscontrole op de Jaarrekening 2017 wordt eind 2017/begin 2018, tezamen met het normenkader, ter vaststelling voorgelegd aan de raad.

Organisatieontwikkeling

Veranderingen in de maatschappij volgen elkaar steeds sneller op en vragen verschillende interventies en competenties. De continue veranderingen betekenen nieuwe opgaven. De betrokkenheid van onze inwoners groeit. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de leefomgeving. De opgaven vragen intern om een samenhangende aanpak en het versterken van horizontale banden in de organisatie. Continu leren, kennisdelen door de organisatie heen, integraal werken en samenwerken zijn hierbij essentieel. Dit zijn belangrijke onderdelen van de ontwikkelagenda voor de organisatie. De ontwikkelagenda is in 2017 gestart met het herijken van onze waarden (het Stellingwerfs DNA) dat als kompas gaat gelden voor de ambtelijke organisatie. Dit kompas wordt in 2018 vertaald in een herkenbare visie voor de organisatie en geeft een verwachting naar “buiten” wat inwoners, bedrijven en externe partners van ons mogen verwachten.

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

De ontwikkelagenda voor de organisatie is leidend voor het HR-beleid in 2018. Zo zal er een ontwikkeltraject zijn gericht op het samen schakelen in de veranderende rol van de gemeente en haar inwoners. 

De arbeidsmarkt verandert; het vinden en binden van nieuwe medewerkers wordt voor een aantal functies moeilijker. Ons wervingsbeleid en de arbeidsmarktcommunicatie gaan we waar nodig aanpassen. We wijzigen ons inwerkprogramma met een onboardingapp. Onboarding is de eerste stap in een succesvolle samenwerking met een nieuwe medewerker. Een goede introductie zorgt ervoor dat de medewerker een warm welkom, snelle start en grotere betrokkenheid krijgt. 

Vitaliteit blijft belangrijk; de ingezette koers waar ‘de gezonde keuze, de makkelijke keuze’ is, wordt voortgezet. We meten via ons medewerkersonderzoek de tevredenheid hierover en verbeteren waar mogelijk de arbeidsomstandigheden. Het ziekteverzuim daalt. Deze tendens willen we vasthouden door extra aandacht aan verzuimbegeleiding te besteden. We streven ernaar onder de landelijke verzuimnorm van het A&O fonds van 4,1 % te komen.

Paragraaf OWO-samenwerking

Paragraaf OWO-samenwerking

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Bestuursovereenkomst

De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2014 heeft per 1 juli 2017 z’n voltooiing bereikt. Uw wens om deze samenwerking verder uit te bouwen en uiteindelijk te komen tot een bestuurlijke opschaling heeft nog niet kunnen leiden tot concrete en verdergaande stappen omdat de betrokken partners niet bereid waren in die koers mee te gaan.

De uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen en de coalities die daaruit voortkomen zullen van wezenlijke invloed zijn op het proces tot bestuurlijke opschaling. Na de bouwfase verkeren de OWO-afdelingen nu in de fase van doorontwikkeling en dat verloopt naar wens. De OWO-afdelingsplannen zijn de basis voor de onderlinge financiële vereffening/verrekening tussen de drie gemeenten. Een uniek construct in Nederland. De fiscus kan zich tot nu toe vinden in de wijze van onderlinge kostenverdeling/ toerekening.

De gezamenlijke beleidsontwikkeling, zoals opgetekend in de bestuursovereenkomst, heeft politiek/bestuurlijk vorm gekregen in de overleggen van de OWO-portefeuillehouders. 

OWO afdelingen

OWO-afdelingen: het fundament van onze samenwerking

In 2017 is de bouw en de inrichting van de drie OWO-afdelingen in de drie gemeenten gerealiseerd, namelijk de afdeling Belastingen & Vastgoedinformatie en backoffice Sociaal domein in Oosterwolde, de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving in Gorredijk en de afdeling Bedrijfsvoering in Wolvega. Deze afdelingen zijn na 4 jaar bouwen onlosmakelijk verbonden met de drie gemeenten. De OWO-afdelingen vormen met ruim 140 fte en een grote hoeveelheid aan werkzaamheden en diensten een substantieel deel van de gemeentelijke organisaties. Ze leveren slagkracht en dragen daarmee bij aan de gemeentelijke bestuurskracht.

Ook buiten onze gemeenten is OWO een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband; samen waar het kan én met behoud van eigenheid.

Onverminderd zetten de afdelingen zich in voor de 4 K’s: meer Kwaliteit, vergroten Kennis, vermindering Kwetsbaarheid en minder (meer) Kosten.

Onderstaand een korte duiding van de belangrijkste thema’s in 2018 per OWO-afdeling.

Afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) (gemeente Opsterland)

De afdeling heeft voor 2018 de volgende ambities en speerpunten:

  • Bijdrage leveren aan de voorbereidingen inzake de Omgevingswet;
  • Actualiseren handhavingsbeleid;
  • Implementeren effecten nieuwe wet en regelgeving op het gebied van VTH, zoals de Wet VTH en de Wet private kwaliteitsborging;
  • Advisering over de Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving (FUMO) en meer specifiek bijdragen aan de doorontwikkeling van de FUMO (FUMO 2.0.);
  • Bijdrage aan activiteiten in het kader van Culturele Hoofdstad 2018;
  • Bijdrage aan doorontwikkeling digitale dienstverlening.

Belastingen en Vastgoedinformatie (BVI) en backoffice Sociaal domein OWO (gemeente Ooststellingwerf)

Opgaves in 2018 zijn:

  • Bijdragen aan het realiseren van de Digitale agenda 2020 (ontsluiten en kenbaar maken van publieke data);
  • Uitbouwen van de digitale dienstverlening (aansluiting op MijnOverheid.nl);
  • Uitvoering van de factuurcontrole regionale zorg;
  • Bijdragen aan de voorbereidingen inzake de Omgevingswet en het bij behorende digitale stelsel;
  • Doorontwikkeling van Geo-informatie.

Afdeling Bedrijfsvoering (gemeente Weststellingwerf)

De afdeling Bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor Informatisering en automatisering, Business Intelligence, de documentaire informatievoorziening, de personeels- en salarisadministratie, inkoop en verzekeringen en de financiële administratie.

Informatisering en Automatisering (I&A)
Ook 2018 staat net als voorgaande jaren in het teken van de verdere integratie van de ICT-systemen binnen OWO. De complexiteit van het ontvlechten van systemen, applicaties en communicatiecomponenten legt flink beslag op de capaciteit van I&A. Wij zorgen voor continuïteit en kwaliteit van de ICT-dienstverlening aan de participerende gemeenten. De informatievoorziening draagt bij aan een toekomstbestendige, wendbare lokale overheid, dichtbij burgers, bedrijven en recreanten. Wij creëren hiermee randvoorwaarden voor een efficiënte bedrijfsvoering en een klantgerichte en effectieve dienstverlening aan burgers en bedrijven.

Ook voor 2018 rekening gehouden met een budget van € 150.000 per OWO-gemeente voor de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening vastgelegd in het te verschijnen Informatisering jaarplan. Op het terrein van ICT beveiliging zullen de noodzakelijke maatregelen worden gecontinueerd en worden actuele ontwikkelingen gevolgd, geanalyseerd en in beheersingsmaatregelen vertaald. Werkplekondersteuning (ruim 700 werkplekken) en technisch beheer zal ook in 2017 als bijna vanzelfsprekend plaatsvinden.

Documentaire Informatievoorziening (DIV)
De invoering van het zaakgericht werken in OWO-verband zal worden doorontwikkeld. Zaakgericht werken biedt centraal inzicht in alle lopende zaken en ondersteunt volledige digitale dossiervorming. Vanuit Documentaire Informatie Voorziening (DIV) is een strategie neergelegd om geleidelijk verschillende processen volledig digitaal in te richten en af te handelen. De in Ooststellingwerf afgelopen jaren opgedane ervaring wordt ingezet om in heel OWO stap voor stap op dit concept over te gaan. Inmiddels zijn ook de eerste vak applicaties aangesloten op het nieuwe Document Management Systeem iDocumenten.

En verder:
Op het gebied van informatievoorziening zal in 2018 verder worden gewerkt aan het met alle gebruikers ontwikkelen en verfijnen van het zogenaamde dashboard met managementinformatie en procesinformatie (als aanvulling op bestaande rapportages en informatievoorziening uit de verschillende applicaties).

Op het ruimtelijk domein zal de naderende invoering van de Omgevingswet een grote rol gaan spelen. Daarbij staat een goede informatievoorziening voor zowel de ambtenaar als de burger centraal. Dit betekent dat we moeten investeren in een goede kwaliteit van onze gegevens.

Inkoop
Op het terrein van het inkoop- en aanbestedingsbeleid zal in 2018 het bestaande beleidskader worden gehanteerd en in toepassing worden gestimuleerd. Als belangrijke speerpunten gelden hierbij onder andere de lokale en regionale inkoop, social return on investment en het verbeteren van leveranciersrelaties door toepassing van past performance. Vanuit landelijke wetgeving en programmavoering zal in 2018 bij de inkoop e-facturering als aandachtsgebied opgenomen worden. Tot slot zal duurzaamheid gepromoot blijven worden en houden we als gemeenten onze voorbeeldfunctie.

Verzekeringen
Het onderwerp verzekeringen wordt binnen de OWO gemeenten verder ontwikkeld met als focus risicomanagement (bewustwording van wat, wanneer verzekerd moet zijn). De groei in het aantal claims en verzekeringen voor de gemeenten zorgt er tevens voor dat gemeenten in control moeten zijn. De verwachting is dat in de komende jaren de grote verzekeraars premies en eigen risico´s gaan verhogen.

Financiële administratie
Het op tijd binnen de gestelde kaders betaalbaar stellen van facturen in combinatie met optische factuurherkenning en digitale aanlevering en verwerking van facturen vormen voor 2018 de speerpunten . Daarnaast is het verwerken, muteren en verantwoorden van onze financiën in combinatie met het ontsluiten van deze informatie (ook aan derden zoals ministerie) in combinatie met onze ondersteuning voor de reguliere planning- en control cylus een prominente activiteit.

Personeel- en salarisadministratie
Op het terrein van de personeel- en salarisadministratie worden gebruikers gefaciliteerd met het softwarepakket e-HRM waarmee zij eenvoudig, overal en altijd hun zaken kunnen inzien of regelen (zoals declaraties, verlofregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden). Leidinggevenden worden verder ontzorgd door het beschikbaar krijgen van digitale personeelsdossiers en het faciliteren van procesondersteuning en workflow. Daarnaast worden rechtspositionele processen, werving- en selectie processen alsook overige vraagstukken vanuit HRM ondersteund. 

Paragraaf Verbonden Partijen

Paragraaf Verbonden Partijen

Portefeuillehouder(s)

College

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

Zoals de meeste gemeenten heeft Weststellingwerf een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen.
De samenwerkingsvormen worden aangeduid met het begrip verbonden partijen. Hieronder wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is gebaseerd op het uitgangspunt dat onze gemeente alleen participeert in verbonden partijen als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten (bij een stichting of vennootschap) staat telkens de doelstelling van de betreffende rechtspersoon geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het veelal om:

  • Efficiencyvoordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.

Zeggenschap in de praktijk

De invloed van de gemeenten verloopt via besturen van stichtingen, aandeelhouders en de raden van commissarissen en toezicht. In het bestuur van die stichtingen en ondernemingen zijn wij vertegenwoordigd. Via dat bestuur wordt onze invloed aangewend als het gaat om sturing op onder andere financiën, risico’s en toekomstvisie. Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur en dat brengt met zich mee dat de directe invloed per definitie beperkt is. Als zich een meerderheid vormt voor of tegen een voorstel dan is de stem van de enkeling niet doorslaggevend en zal de minderheid zich ook moeten schikken. De democratische controle op de in dit overzicht genoemde 'partijen’ waarmee de gemeente zich verbonden heeft, ligt bij de gemeenteraad. In de besturen zitten in de meeste gevallen leden van ons college en die verantwoorden zich tegenover de raad op de gebruikelijke wijze.

Financieel belang

Het financiële belang dat is gemoeid met de deelneming in verbonden partijen staat per instelling in de tabel onderaan deze paragraaf.

Beleidsontwikkelingen enkele verbonden partijen

Veiligheidsregio Fryslân (VRF)

Inleiding

De missie is een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan een veilig en gezond Fryslân. Of het nu om brand, infectieziekte of crisis gaat: proberen zoveel mogelijk incidenten, slachtoffers en schade te voorkomen. Veiligheidsregio Fryslân wil in deze periode onveranderd de stabiele partner voor Friese gemeenten zijn. De landelijke en regionale ontwikkelingen worden gevolgd. De Omgevingswet springt daarbij het meest in het oog. Veiligheid en gezondheid zijn belangrijke aspecten bij ruimtelijke vraagstukken. 

De grootste kostenposten in 2018 zijn dezelfde als waar gemeenten ook mee te maken hebben, namelijk een stijging van de cao en de inflatie. De overige ontwikkelingen, zoals het investeren in het bestrijden van infectieziektes, arbeidshygiëne bij de brandweer en Brandveilig Leven, dragen ontegenzeggelijk bij aan een veiliger en gezonder Friesland. De begroting van VRF bestaat uit vier programma’s: Gezondheid, Crisisbeheersing, Brandweer en Organisatie. De hieronder genoemde bedragen komen uit de begroting van de veiligheidsregio; het zijn bedragen die door de gemeenten gezamenlijk opgebracht moeten worden. 

Gezondheid

• Veldnormen Infectieziektebestrijding en Medische Milieukunde
Op dit moment zijn de huidige normen voor infectieziektebestrijding en medische milieukunde slechts voor 75% ingevuld bij GGD Fryslân. In de bestuurscommissie Gezondheid is voorgesteld deze onderdelen op niveau te brengen. Dit betekent voor 2018 en daaropvolgende jaren een verhoging voor de Friese gemeenten van € 140.000.

• Arbeidshygiëne
(Inter)nationaal onderzoek doet vermoeden dat brandweermensen een verhoogde kans op kanker hebben door blootstelling aan rook en roet. Onderzoek van de Inspectie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (arbeidsinspectie) toont aan dat de huidige werkwijzen en beschermingsmiddelen van de brandweer niet toereikend zijn om veilig en gezond te werken. Hiervoor is structureel € 340.000 extra nodig. Dit bedrag is opgenomen in de begroting. 

Brandweer

• Brandveilig Leven
Brandveilig Leven is het preventieprogramma van de brandweer. Om het bestaande niveau van activiteiten te behouden en invulling te geven aan de maatregelen voor het afhechten van ‘Dekkingsplan 1.0’ is structureel 2,5 fte extra nodig (nu 4 fte). De inzet van 6,5 fte komt overeen met de landelijke vuistregel: 1 fte medewerker Brandveilig Leven op 100.000 inwoners. Voor de personele uitbreiding is structureel € 142.000 extra nodig. 

Organisatie

• Wet meldplicht datalekken
Het groeiende aanbod van data en de toenemende digitalisering zorgen ervoor dat informatiestructuur en bescherming van gegevens steeds belangrijker worden. Dit vraagt bij Veiligheidsregio Fryslân op korte termijn om een extra investering van € 70.000. Het bedrag wordt gebruikt voor een functionaris gegevensbescherming, coördinator privacy en aanvullende ICT-middelen voor databeveiliging. De kans is reëel dat dit niet de laatste uitzetting is op dit thema. Om de informatiestructuur behapbaar te maken en het risico op datalekken zo klein mogelijk te houden, verwacht men de komende jaren vaker extra middelen nodig te hebben.

FUMO

Per 1 januari 2014 is onze gemeente toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling FUMO. De zogenaamde basistaken op het gebied van vergunningverlening en toezicht zijn ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling. De OWO-gemeenten hebben er bewust voor gekozen de zogenaamde plustaken in eigen beheer te blijven uitvoeren. Voor de uitvoering van deze plustaken zal vaak een extern advies moeten worden ingewonnen.
Het blijkt nog steeds moeilijk om een goede afstemming te krijgen tussen de geplande werkzaamheden en de werkelijk uitgevoerde werkzaamheden. Inmiddels is door de directeur van de FUMO een plan van aanpak opgesteld dat tot nieuwe afspraken moet leiden. Dit proces wordt in 2017 afgerond.
Op basis van nieuwe wetgeving is de omvang van het basistakenpakket uitgebreid. Dit betekent dat de gemeenten meer taken ter uitvoering moeten onderbrengen bij de FUMO. Over de omvang hiervan en de consequenties voor de gemeente zal in 2017 duidelijkheid moeten komen. 

Welstandszorg Hûs en Hiem

Op basis van de aanstaande Omgevingswet zal de huidige welstandszorg verdwijnen. Er wordt dan gesproken over ruimtelijke kwaliteit. Onder aansturing van de Vereniging van Friese Gemeenten start Hûs en Hiem een proces om te komen tot beschrijving van de ruimtelijke kwaliteit in Friesland en de borging daarvan. Uiteindelijk bepalen de gemeenten zelf hoe zij die borging zien en welke organisatievorm daar bij hoort.
Het huidige Hûs en Hiem en de wijze van welstandstoetsing verdwijnt daarmee op termijn.
De impactanalyse Omgevingswet en de nieuwe gemeentelijke Omgevingsvisie waaraan op dit moment wordt gewerkt, spelen ook een rol in de beantwoording van de vraag hoe ruimtelijke kwaliteit in onze gemeente inhoud en vorm moet krijgen. 

De Marrekrite

Voor aanleg en onderhoud van recreatieve voorzieningen in Friesland zijn vrijwel alle Friese gemeenten, waaronder onze gemeente, lid van de gemeenschappelijke regeling De Marrekrite.
De belangrijkste taak is het beheer en onderhoud van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen en het fietsknooppuntennetwerk. De Marrekrite werkt in de uitvoering van haar taken nauw samen met de Friese gemeenten, de provincie en overige betrokken partijen.
Het beheer en onderhoud van routenetwerken (borden) in de provincie Fryslân, maar ook het aanleggen, aanpassen en uitbreiden van het wandel- en fietsknooppuntensysteem is onderdeel van het werk van De Marrekrite. Het onderhoud van de fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie respectievelijk de gemeenten.

Omrin

Wij zijn samen met alle Friese gemeenten (met uitzondering van Smallingerland) aandeelhouder van Afvalsturing Friesland (met handelsnaam Omrin).
Omrin is tot stand gekomen nadat de Friese gemeenten de wens tot een meer integrale samenwerking op het gebied van afval binnen de provincie hadden aangegeven.
Doelstelling van de samenwerking is een betere kostenbeheersing en meer invloed op het ketenbeheer. Voor de aangesloten gemeenten brengt dit ten aanzien van de afvalstromen huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en GFT een leveringsplicht aan Omrin met zich mee. De visie van Omrin luidt: 'toonaangevend in inzameling en be- en verwerking, terugwinnen van grondstoffen en productie van duurzame energie'.
Omrin is zichtbaar in ontwikkeling en geeft inhoud aan de transitie van afval naar grondstof. Als partner binnen het concept Circulair Fryslân is Omrin vanuit het perspectief afval, aanjager van circulaire economie. Ter uitvoering van die laatste rol wordt er op de locatie De Wierde te Heerenveen nu een installatie gebouwd om kunststof verpakkingsafval te sorteren. De installatie is geschikt voor apart ingezameld kunststof verpakkingsafval, maar ook voor machinaal gescheiden kunststof. De sorteerinstallatie scheidt de verschillende kunststofstromen in vijf monostromen. Deze fracties zijn goed geschikt voor recycling.

Sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV

Caparis NV is het uitvoeringsbedrijf van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) voor de SW Fryslân. Gemeente Weststellingwerf is samen met zeven andere gemeenten een gemeenschappelijke regeling van colleges aangegaan voor de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheden met betrekking tot deze wettelijke taak. Deze acht gemeenten zijn tevens aandeelhouder van het uitvoeringsbedrijf Caparis NV. De GR-gemeenten financieren de arbeidsplaatsen middels het doorsluizen van de rijkssubsidie voor de loonkosten. 
De WSW is een van de pijlers in de Participatiewet die per 1 januari 2015 in werking is getreden. De WSW is per die datum gesloten voor nieuwe instroom. Iedereen die op 31 december 2014 een dienstverband had in het kader van de WSW, behoudt zijn/haar rechten. Dit betekent dat de natuurlijke afbouw van de WSW nog ruim 30 jaar in beslag kan nemen. De gezamenlijke gemeenten (als aandeelhouders van Caparis NV en bestuurders in de GR SW Fryslân) achten dit een onwenselijk scenario. In 2017 zijn plannen om te komen tot een herstructurering van Caparis NV door het GR-bestuur en de aandeelhouders verder gefinetuned met de andere stakeholders: de Raad van Commissarissen en directie van Caparis NV. Snelheid, zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid zijn belangrijke voorwaarden voor de herstructurering. Wij gaan ervan uit dat de directiewissel bij Caparis NV in 2017 een positief effect heeft op de voortgang en gezamenlijkheid in dit proces. 
Niet helemaal los van de herstructurering, maar vooral ingegeven door het creëren van een lokale, vitale arbeidsmarkt voor alle doelgroepen en door de wettelijke verplichtingen in de Participatiewet, bestaat de wens dat wij het werkgeverschap van Caparis NV overnemen van ongeveer 32 SW-medewerkers (met behoud WSW-cao) die sinds jaar en dag werkzaam zijn in het openbaar groenonderhoud van onze gemeente. Dit streven heeft feitelijk zijn beslag gekregen op 1 april 2017. Het is de bedoeling dat deze werknemers formeel op 1 oktober 2017 bij ons in dienst komen.

Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regeling waarin de gemeente deelneemt 

Gemeenschappelijke Regeling Bestuursacademie Noord-Nederland

Vestigingsplaats

Groningen

Doel deelname

Voorzien in wachtgeldverplichtingen voormalige werknemers

Deelnemers buiten Weststellingwerf

Gemeenten, provincies, waterschappen in de drie noordelijke provincies

Belang

Geen

Ontwikkelingen 2018

Geen

Vermogen

Niet van toepassing

Resultaat 2016

Niet van toepassing

Portefeuillehouder

Van de Nadort

 

Veiligheidsregio Fryslân

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Efficiencyvoordeel door schaalvergroting

Deelnemers buiten Weststellingwerf

De Friese gemeenten

Belang

Exploitatiebijdrage 2018
Veiligheid € 1.262.897 Gezondheidszorg € 900.374

Ontwikkelingen 2018

Toename van investering in het bestrijden van infectieziektes, verbeteren van arbeidshygiëne, verhogen van de veiligheid bij de brandweer en beschermen digitale beveiliging.

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 2.116.031
€ 2.342.000

Vreemd vermogen
€ 52.702.090
€ 53.791.000

Resultaat 2016

€ -166.000

Portefeuillehouder

Van de Nadort

 

FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)

Vestigingsplaats

Grou

Doel deelname

Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken

Deelnemers buiten Weststellingwerf

De Friese gemeenten

Belang

Exploitatiebijdrage 2018 € 900.374

 

Ontwikkelingen 2018

De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken. Doel van de FUMO is het realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten.

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 1.159.785
€ 430.704

Vreemd vermogen
€ 1.272.531
€ 1.652.068

Resultaat 2016

€ -410.903

Portefeuillehouder

Kloosterman 

 

GR Hus en Hiem

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen

Deelnemers buiten Weststellingwerf

De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel

Belang

In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.

Ontwikkelingen 2018

Zie tekst paragraaf.

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 183.764
€ 165.742

Vreemd vermogen
€ 77.250
€ 107.080

Resultaat 2016

€ -18.022

Portefeuillehouder

Trompetter 

 

Recreatieschap voor het Friese Waterland "De Marrekrite"

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie

Deelnemers buiten Weststellingwerf

provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten

Belang

Exploitatiebijdrage 2018 € 25.015 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.

Ontwikkelingen 2018

Duurzame (vervangings)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân.

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 4.196.000
€ 4.410.000

Vreemd vermogen
€ 730.000
€ 634.000

Resultaat 2016

€ 214.560

Portefeuillehouder

Kloosterman 

 

OLAF / OMRIN 

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie

Deelnemers buiten Weststellingwerf

provincie Fryslân en de Friese gemeenten

Belang

Zie onder OMRIN

Ontwikkelingen 2018

Zie onder OMRIN

Vermogen

Zie onder OMRIN

Resultaat 2016

Zie onder OMRIN

Portefeuillehouder

Jongebloed 

 

GR SW Fryslân

Vestigingsplaats

Drachten

Doel deelname

Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften

Deelnemers buiten Weststellingwerf

Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel

Belang

Exploitatiebijdrage 2018 € 4.575.411 (SW-loonkosten incl. opslag)

Ontwikkelingen 2018

Zie tekst paragraaf sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 697.000
€ 690.000

Vreemd vermogen
€ 12.830.000
€ 8.266.000

Resultaat 2016

€ -7.000

Portefeuillehouder

Trompetter

 

2. Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen

Belang

Deelname € 120.892

Ontwikkelingen 2018

Voorkomen schuldproblematiek.

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 1.989.000
€ 2.450.000

Vreemd vermogen
€ 30.095.000
€ 32.864.000

Resultaat 2016

Niet bekend

Portefeuillehouder

Trompetter 

 

Stichting FRIGEM

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Krachtenbundeling aandeelhouders (voormalig) Essent

Opmerking

Gezamenlijke vertegenwoordiging oud-aandeelhouders NV FRIGEM in aandeelhoudersvergadering (voormalig) Essent. Lid college in bestuur

Belang

Geen

Ontwikkelingen 2018

Er worden geen gemeentelijke taken uitgevoerd.

Vermogen

Niet van toepassing

Resultaat 2016

Niet van toepassing

Portefeuillehouder

Jongebloed 

 

Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)

Vestigingsplaats

Wolvega

Doel deelname

Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.

Belang

Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.

Ontwikkelingen 2018

Geen specifieke ontwikkelingen

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 2.634.989
€ 3.203.762

Vreemd vermogen
€ 4.107.353
€ 4.254.658

Resultaat 2016

€ 568.296

Portefeuillehouder

Kloosterman

 

Stichting Openbare Verlichting

Vestigingsplaats

Sneek

Doel deelname

Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.

Belang

Jaarlijkse bijdrage van circa € 21.500 voor onderhoud, beheer en inkoop energie.

Ontwikkelingen 2018

De rechtsvorm van Stichting Openbare Verlichting Fryslân (SOVF) zal op korte termijn veranderen van een stichting in een coöperatieve vereniging. De deelnemers aan de stichting hebben hiertoe besloten omdat een coöperatieve vereniging beter past bij de activiteiten van de SOVF. Dit houdt ook in dat de naam zal worden gewijzigd.

Verdere professionalisering van de Stichting Openbare Verlichting Fryslân op het gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie.

Vermogen

Niet van toepassing

Resultaat 2016

Niet van toepassing

Portefeuillehouder

Jongebloed

 

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

Caparis NV

Vestigingsplaats

Drachten

Doel deelname

Uitvoering geven aan de WSW

Deelnemers buiten Weststellingwerf

Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel

Belang

De gemeente is aandeelhouder.

Ontwikkelingen 2018

Herstructurering 2017, zie paragraaf sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 10.131.000
€ 13.920.000

Vreemd vermogen
€ 13.210.000
€ 9.966.000

Resultaat 2016

€ 3.789.000

Portefeuillehouder

Trompetter

 

NV Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

Den Haag

Doel deelname

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Belang

Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178

Ontwikkelingen 2018

Geen specifieke ontwikkelingen.

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 4.163.000.000
€ 4.486.000.000

Vreemd vermogen
€ 145.348.000.000
€ 149.514.000.000

Resultaat 2016

€ 369.000.000

Portefeuillehouder

Jongebloed 

 

OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)

Vestigingsplaats

Leeuwarden

Doel deelname

Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.

Belang

Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000

Ontwikkelingen 2018

Investeren in een kunststofscheider op locatie De Wierde te Heerenveen.

Vermogen
01-01-2016
31-12-2016

Eigen vermogen
€ 43.108.000
€ 44.721.000

Vreemd vermogen
€ 183.242.000
€ 180.871.000

Resultaat 2016

€ 1.330.000

Portefeuillehouder

Jongebloed

*VANG staat voor “Van Afval Naar Grondstof” 

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf Grondbeleid

Portefeuillehouder

Trompetter

Organisatie

Ruimte

Algemeen

Jaarlijks actualiseren wij de grondexploitaties. Kosten, opbrengsten en fasering worden dan opnieuw kritisch bekeken. In de huidige grondexploitaties zijn voorzichtige aannames gedaan wat betreft uitgifte. De exploitaties van de plangebieden Lindewijk en industrieterreinen De Plantage en Uitbreiding Schipsloot hebben nog een lange looptijd. De aantrekkende economie heeft zich vertaald in de verkoop van twee kavels op onze bedrijventerreinen. Ook de woningmarkt is weer in de lift en heeft al geleid tot diverse reserveringen op kavels. De reserveringsperiode wordt door de belangstellenden gebruikt om de haalbaarheid van de plannen te onderzoeken zowel qua bouwplan als financieel. De reguliere reserveringstermijn van drie maanden blijkt hiervoor niet altijd voldoende, zodat er ook gebruik wordt gemaakt van het verlengen van de reserveringstermijn tegen betaling van een vergoeding. 

Op basis van de aangepaste nota Grondbeleid 2017 wordt afhankelijk van de situatie een actief of faciliterend grondbeleid uitgevoerd. Dit is niet veranderd ten opzichte van de vorige nota Grondbeleid. Van actief grondbeleid is sprake wanneer de regie (en dus ook de risico's) bij de gemeente liggen. Er zijn zeven actieve grondexploitaties bestaande uit drie bedrijventerreinen en vier woningbouwlocaties. Bij faciliterend grondbeleid liggen de risico's bij een derde partij. Het merendeel van de aanpassingen in de nota Grondbeleid 2017 is vastlegging van reeds bestaand beleid. De belangrijkste nieuwe beleidsregels komen voort uit gewijzigde wet- en regelgeving (BBV). 

In de Lindewijk zijn nog voldoende bouwmogelijkheden zodat er vooralsnog geen behoefte is aan een nieuw uitbreidingsplan in Wolvega. Dit sluit ook prima aan op de gemeentelijke woonvisie en de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognoses van de provincie Fryslân. Naast de Lindewijk zijn er op de voormalige locatie van de Renbaanschool in Noordwolde nog diverse bouwmogelijkheden. Tevens zijn vier kavels ten behoeve van woningbouw aan de Heerenveenseweg te Wolvega in de tweede helft van 2017 in de verkoop gegaan. 

Gedurende het jaar worden de grondexploitaties kritisch gevolgd bij de jaarlijkse planning- & controlcyclus. Dit betekent dat jaarlijks de grondexploitaties bij de jaarrekening worden geactualiseerd. Bij de begroting worden bijvoorbeeld de kosten, fasering en verkoopritme getoetst aan de hand van de ramingen. Bij de ontwikkelingen van de bouwgrond in exploitatie (BIE) is per exploitatie de raming aan verkopen met de huidige verwachting aangegeven. De resultaten zullen worden verwerkt bij de jaarrekening 2018.

Vennootschapsbelasting

Met terugwerkende kracht is per 1 januari 2016 de Vennootschapsbelasting ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten in fiscale zin van gemeenten. Kortheidshalve verwijzen wij naar de algemene tekst voor de Vennootschapsbelasting. 

Marketing

Door de aantrekkende economie neemt de belangstelling voor bouwkavels en nieuwbouw weer toe. Zoals hiervoor aangegeven, is dit merkbaar door een toename van het aantal reserveringen. Om de bouwmogelijkheden voor nieuwbouw en vestigingsmogelijkheden voor bedrijven bekend te maken, zijn de volgende acties ondernomen:

  • vernieuwing website www.lindewijk.nl;
  • uitgifte woningbouwkavels aan het Heideblauwtje;
  • bouwbord geplaatst op locatie voormalige Renbaanschool;
  • uitgifte woningbouwkavels aan de Heerenveenseweg te Wolvega.;
  • 24 juni 2017 Lindewijk Héérlijk Wonendag;
  • 30 september 2017 Rondje Lindewijk en NVM Open Huizen Dag met aandacht voor nieuwbouwmogelijkheden op de voormalige locatie Renbaanschool;
  • informatie op www.weststellingwerf.nl aangepast met bouw- en vestigingsmogelijkheden. 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Hieronder worden per grondexploitatie de recente ontwikkelingen vermeld:

De Tuinen te Wolvega
Er zijn nog twee kavels in De Tuinen te koop. Binnen de grondexploitatie is de verkoop van één kavel zowel in 2017 als in 2018 geraamd. Eén kavel is gereserveerd. Wanneer de belangstellende besluit over te gaan tot koop, dan zal dit waarschijnlijk in 2018 plaatsvinden. 

Lindewijk te Wolvega
Op 1 mei 2017 is de geactualiseerde grondexploitatie Lindewijk deelgebied 1 voor 2017 en volgende jaren door de gemeenteraad vastgesteld, met een positief saldo van ongeveer € 930.000 op contante waarde. De einddatum van de grondexploitatie is vastgesteld op 31 december 2023. In de nieuwe grondexploitatie is meer differentiatie toegepast in de diverse bouwcategorieën, hetgeen resulteert in kleine variaties in de grondprijs zowel naar beneden als naar boven. Over het algemeen is de jaarlijkse prijsstijging van 1% toegepast.
De woningmarkt toont herstel in het goedkopere segment en ook voor de particuliere woningbouw trekt de markt aan. Dit uit zich in een toegenomen bouwactiviteit. Het betreft in de Lindewijk deels gronden die al eerder aan de woningcorporaties zijn verkocht. Het woongebied Kleine Vuurvlinder is nu volgebouwd.
De zogenaamde cluster E is bouwrijp gemaakt om aan de vraag naar bouwkavels in het goedkopere segment te kunnen blijven voldoen. Daar is voor de eerste 16 woningen een optie verleend en verlengd. Langs de Dagpauwoog/Distelvlinder is een optie verleend voor de ontwikkeling van 14 rijwoningen. De hofjes aan de Dagpauwoog en het eerste gedeelte van de Aurelia zijn woonrijp gemaakt. De verkoop van 14 bouwkavels aan het Heideblauwtje is in juni 2017 van start gegaan.

Oldeholtpade Noord Oost
Er zijn nog twee particuliere kavels te koop in dit plangebied. Deze exploitatie loopt t/m 2019 waarbij de verkoop van één kavel in respectievelijk 2017 en 2018 is geraamd. Er is onlangs één kavel gereserveerd en het is nog twijfelachtig of deze verkoop wordt gerealiseerd in 2017. Als de geraamde verkoop in 2017 niet wordt gerealiseerd, zal dit beperkte invloed hebben op het verwachte positieve eindresultaat. 

Ontwikkelingslocatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
De vier ontwikkelingslocaties voor projectmatige bouw zijn in optie bij plaatselijke aannemers/ontwikkelaars. De bouwplannen van drie locaties zijn nog in ontwikkeling en van één bouwplan is de verkoop van de woningen reeds gestart. De afwikkeling van de eerste ontwikkelingslocatie zal naar verwachting eind 2017 plaatsvinden. In de grondexploitatie zijn voor 2017 twee ontwikkelingslocaties geraamd als verkoop. Ingeval dit niet of deels wordt gerealiseerd, zal dit een klein nadelig financieel gevolg hebben op het verwachte eindresultaat. 

De Plantage te Wolvega
Ondanks de toenemende belangstelling voor bedrijventerreinen, is er één verkoop gerealiseerd in 2017. Voor 2017 is de verkoop van vier kavels geraamd.
Tot de grondexploitatie van De Plantage behoren ook de woningbouwkavels aan de Heerenveenseweg. De verkoop van vier kavels is in het najaar van 2017 gestart. De grondprijzen (vrij op naam) zijn vastgesteld op basis van een taxatie door een lokale makelaar. De grondprijzen zijn lager dan geraamd en zorgen voor een minderopbrengst van circa € 25.000. De voor 2017 geraamde verkopen zijn voor deze exploitatie onzeker. Dit heeft in combinatie met een lagere verkoopprijs een nadelig financieel gevolg voor de grondexploitatie. 

Noord West III te Wolvega
Er is nog één zichtlocatie te koop, waarvan de verkoop in 2018 is geraamd. De looptijd van deze exploitatie is t/m 2019. Het in 2016 verplaatste bedrijf naar dit plangebied is landschappelijk ingepast met een aarden wal voorzien van beplanting. 

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
In dit plangebied is de combinatie wonen/werken mogelijk. De grondprijs van € 125 excl. BTW is verlaagd. De nieuwe grondprijs is gebaseerd op een prijs van € 115 per m² excl. BTW voor het deel bedrijfswoning (circa 500 m²) en de resterende oppervlakte € 60 per m² excl. BTW. Tevens zullen de bouwmogelijkheden op deze kavels planologisch worden verruimd. 
Een lokaal bedrijf heeft een kavel gekocht op dit bedrijventerrein. Daarnaast zijn er nog een drietal verkopen geraamd waarvan de realisatie onzeker is. 

Verwachte resultaten in 2018

Voor een overzicht van de ontwikkeling van de boekwaarden van de bouwgronden in exploitatie wordt verwezen naar onderstaand overzicht. 

bedragen x € 1.000

Boekwaarden
Bouwgrond in exploitatie

Verwachting 2018

Boekw.
1-1-2018

Kosten

Opbrengst

Resultaat

Overige mutaties

Boekw.
31-12-2018

Woningbouw

410 Wolvega de Tuinen

238

40

221

-

-

57

415 Wolvega Lindewijk deelgebied 1

6.194

1.399

2.259

-

-

5.334

411 Oldeholtpade Noord Oost

-120

49

145

-

-

-216

362 Noordwolde locatie Renbaanschool

214

97

407

- -

-95

Totaal woningbouw complexen

6.527

1.586

3.032

-

-

5.081

 

Industrie complexen

412 Wolvega Noord West III

257

31

281

-

-

6

413 Wolvega Schipsloot

4.860

184

385

-

-

4.659

414 Wolvega De Plantage

1.861

165

570

-

-

1.457

Totaal Industrie complexen

6.977

380

1.236

-

-

6.122

 

Totaal bouwgrond in exploitatie

13.504

1.966

4.268

-

-

11.203

 

Paragraaf het 'Hek' binnen het Sociaal domein

Paragraaf het 'Hek' binnen het Sociaal domein

Portefeuillehouder

Trompetter

Organisatie

Sociaal domein

 

Inleiding

Op 1 januari 2015 werd de gemeente via decentralisaties (3 D’s) verantwoordelijk voor vrijwel alle taken op het gebied van het Sociaal domein. De decentralisaties hadden als doel de zorg en ondersteuning beter en overzichtelijker te regelen. De overdracht van taken ging gepaard met ingrijpende bezuinigingen.

We hadden tot 2015 geen ervaring met de nieuwe taken en de toekomst was omgeven met onzekerheden. Uw raad heeft daarom besloten vanaf 2015 alle middelen met betrekking tot de problematiek vanuit het individu te plaatsen binnen het ´Hek´. Het ´Hek´ omvat de rijksmiddelen voor Jeugdzorg, Wmo, Participatie en BUIG. Ook zijn de gemeentelijke middelen die tot 2015 aan het Sociaal domein werden besteed en gericht zijn op individuele problematiek, aan het ´Hek´ toegevoegd. Hieronder vallen onder andere de uitvoeringskosten op het gebied van werk, inkomen en zorg (inclusief backoffice), inclusief het benodigde budget voor de gebiedsteams en Dienst in Bedrijf. Ook zijn de middelen voor minimabeleid en de aanvullende middelen op het BUIG-budget aan het ´Hek´ toegevoegd. De beleidsdoelstellingen en voornemens voor nieuw beleid zijn weergegeven in programma 6.

Inmiddels hebben we nu ruim twee jaar ervaring met de nieuwe taken van het Sociaal domein. Procesmatig en administratief beginnen zaken steeds meer op hun plek te vallen. Toch blijft er nog een wereld te winnen op het gebied van informatieverstrekking.
Aan de hand van de risico’s wordt getracht beheersmaatregelen te nemen om zo de (mogelijke) impact en omvang van de risico’s terug te dringen en kansen te benutten. Eventuele financiële mee- en tegenvallers moeten binnen het 'Hek' worden opgevangen. 

Landelijke beleidswijzigingen en jurisprudentie WMO

  • Bij Beschermd Wonen is sprake van een grotere instroom dan verwacht. Op dit moment wordt dit risico primair ondervangen vanuit de centrumgemeente en uiteindelijk door alle Friese gemeenten gezamenlijk. Binnen de Friese gemeenten is afgesproken dat overschotten of tekorten eerst naar rato worden gedeeld. Onduidelijk is of het rijk op basis van actuele ontwikkelingen gaat bijstellen;
  • De inkomensgrens waarbij een eigen bijdrage is verschuldigd, is door het rijk verhoogd. Voor de gemeente betekent dit dat er minder aan eigen bijdrage wordt ontvangen. Het is niet duidelijk of de door het rijk geboden compensatie afdoende is om dit verlies te dekken. Het verhogen van de inkomensgrens kan een aanzuigende werking op de aanvragen hebben;
  • Het rijk heeft per AMvB regels gesteld voor prijs-kwaliteitsverhouding van zorgdiensten. Voor dit moment is er geen effect op de tarifering van Weststellingwerf. Voor de lange(re) termijn is dit niet uit te sluiten;
  • De problemen van het toepassen van algemene voorzieningen bestaan nog steeds. In principe is een algemene voorziening ‘drempelloos’ toegankelijk voor alle burgers en moet elke melding individueel beoordeeld en onderzocht worden;
  • Recente uitspraken dat vermogen en inkomen geen grond tot weigering van een voorziening zijn, zijn niet van invloed omdat dat dit in Weststellingwerf niet gebeurt;
  • Over de scheidslijnen voor vervoer bij behandeling in het ziekenhuis is nog geen uitspraak.

Nieuwe EU-privacyregels per 25 mei 2018

Vanaf 25 mei 2018 moeten gemeenten zich aan de nieuwe privacyregels houden (zie: Europese Ster 860). Voor die datum moet de gemeente een functionaris voor gegevensbescherming aanstellen. Hierin is voorzien. De gemeente is verplicht om, daar waar persoonsgegevens verwerkt worden, de bepalingen uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toe te passen zonder tussenkomst van de nationale wetgever. 

Wanneer er inbreuk in verband met persoonsgegevens plaatsvindt, moet de gemeente dit melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De gemeente moet een datalek binnen 72 uur melden. Wanneer de inbreuk een hoog risico met zich meebrengt voor de rechten en vrijheden van betrokkenen, dient deze persoon in duidelijke en eenvoudige taal ingelicht te worden. Het schenden van verplichtingen uit de verordening kan een boete tot gevolg hebben.

Doorverwijzingen naar niet gecontracteerde partners

Volgens de Jeugdwet zijn huisarts, medisch specialist, jeugdarts en jeugdhulpaanbieder (na verwijzing) gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Niet-gecontracteerde hulp hoeft de gemeente niet te vergoeden als passende jeugdhulp vanuit een contractpartner beschikbaar is. In bijzondere, specifieke gevallen kan het college de hardheidsclausule toepassen en tot maatwerkafspraken komen. Inmiddels zijn er redenen om meer naar de letter en geest van de Jeugdwet te handelen:

  • directe verwijzers kunnen via het Slim Telefoonboek het aanbod van de beschikbare gecontracteerde jeugdhulpaanbieders per (Friese) gemeente raadplegen;
  • het Slim Telefoonboek wordt door gecontracteerde jeugdhulpaanbieders zelf gevuld;
  • lokale aanbieders kunnen bij de OWO-gemeenten in 2017 snel gecontracteerd worden (snelle toegang is mogelijk binnen voorwaarden);
  • wanneer een jeugdige en/of de ouder(s)/verzorger(s) toch willen dat de niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieder de zorg gaat leveren, dan kan dat voor eigen rekening. Bij zwaarwegende redenen kan een PGB worden aangevraagd bij de gemeente.

Met bovenstaande aanpak zijn het mogelijke risico en de financiële impact van doorverwijzingen naar niet-gecontracteerde partners geminimaliseerd.

Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan

Het risico van niet-tijdige en niet-juiste aanlevering is ten aanzien van de zorgtoewijzing en facturatie aanzienlijk teruggedrongen met het in gebruik nemen van het Gemeentelijk Gegevens Knooppunt (GGK). De voornaamste knelpunten die er nog zijn, richten zich hoofdzakelijk op de administratie bij enkele specifieke instellingen en/of het indienen van juiste en volledige verantwoordingen. Met name het ontbreken van een goedkeurende accountantsverklaring van de Sociale VerzekeringsBank (SVB) en van Jeugdhulp Fryslân (JHF) over 2016 heeft de gemeentelijke verantwoording geraakt. 

Op regionaal niveau trekt de gemeente Weststellingwerf nauw op met de andere Friese gemeenten om te komen tot een verdere verbeterslag. Ambtelijk wordt geparticipeerd in een pilot Horizontaal toezicht. Deze pilot richt zich op grote zorgaanbieders en is bedoeld om eerder in een verantwoordingsjaar zicht te krijgen op de rechtmatigheid van de verantwoorde zorg.

Voortgang en planning Groen in Bedrijf/WSW

Bij vier van de acht besturende en aandeelhoudende gemeenten van GR SW Fryslân en Caparis NV is de beweging geweest naar Groen zelf doen. Deze beweging geeft een impuls aan de herstructurering van Caparis NV en heeft impact op de aanpassing van de Governance van de SW-constellatie.

De afhandeling van Groen zelf doen is losgekoppeld van de bredere herstructurering. Die afhandeling vindt in de tweede helft van dit jaar plaats. Elementen in die afhandeling zijn ondermeer de formele overdracht van de arbeidsovereenkomsten van SW-medewerkers aan de gemeente, formele overdracht van roerende goederen en materieel en het afdekken van frictie en eventuele frictiekosten.

Op dit moment werkt Caparis in afstemming met de acht gemeenten aan het bredere herstructureringsplan. Daarin komen aspecten als Governance, intergemeentelijke samenwerking, gedwongen winkelnering en preferred suppliership ongetwijfeld aan de orde. 

In de begroting 2017 (p. 104-105) is de inschatting gemaakt dat, op basis van het toen bekende risicoprofiel, de omvang zich beweegt tussen € 0,5 miljoen en € 1 miljoen. Inmiddels heeft het college een aantal beheersmaatregelen getroffen, waardoor de omvang van de risico’s af neemt. De omvang van het risicoprofiel in de begroting 2018 beweegt zich nu tussen € 0,1 miljoen en 0,5 miljoen.

 

Begroting Sociaal domein "t Hek"

 

bedragen x € 1.000
Begroting van het 'Hek' binnen Sociaal domein (volgens taakveldenindeling) Begroting
2017
Begroting
2018
MJB
2019
MJB
2020
MJB
2021
Lasten 
  Arbeidsparticipatie 1.059 1.118 1.028 1.009 1.009
  Begeleide participatie 5.321 4.904 4.862 4.871 4.875
  Geëscaleerde zorg 18+ 640 716 691 666 666
  Geëscaleerde zorg 18- 253 267 267 267 267
  Inkomensregelingen 8.808 9.620 9.630 9.631 9.533
  Maatwerkdienstverlening 18+ 4.805 4.660 4.605 4.558 4.558
  Maatwerkdienstverlening 18- 3.678 3.596 3.442 3.313 3.313
  Maatwerkvoorzieningen (WMO) 700 697 697 697 697
  Wijkteams 1.232 1.187 1.160 1.160 1.160
  Totaal Lasten 26.496 26.766 26.381 26.171 26.079
 Baten 
  Arbeidsparticipatie -68 -68 -23 -23 -23
  Begeleide participatie 0 0 0 0 0
  Geëscaleerde zorg 18- 0 0 0 0 0
  Inkomensregelingen -7.021 -7.547 -7.547 -7.547 -7.547
  Maatwerkdienstverlening 18+ 0 0 0 0 0
  Maatwerkdienstverlening 18- 0 0 0 0 0
  Maatwerkvoorzieningen (WMO) -470 -470 -470 -470 -470
  Integratieuitkering Sociaal domein -14.589 -14.482 -14.115 -13.899 -13.807
  Integratieuitkering WMO -2.423 -2.435 -2.435 -2.435 -2.435
  Overige eigen dekkingsmiddelen -1.924 -1.763 -1.791 -1.797 -1.797
  Totaal Baten -26.496 -26.766 -26.381 -26.171 -26.079
 
  Saldo Lasten en Baten - - - - -

Paragraaf Streekagenda

Paragraaf Streekagenda

Portefeuillehouder(s)

Kloosterman, Trompetter en Jongebloed.

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

Algemeen

In 2017 is intensief gediscussieerd over de doelstellingen en de proces- en werkafspraken binnen de Streekagenda. Eind 2017 zijn de nieuwe afspraken vastgelegd/bevestigd.
2017 is het eerste jaar dat is gewerkt met een zogenaamd gebiedsbudget. Geconstateerd is dat dit budget in de huidige vorm meer moet worden gezien als een financieel instrument ter uitvoering van provinciaal beleid. Op basis van de ervaringen in 2017 en de nieuwe proces- en werkafspraken zal er een discussie moeten plaatsvinden over hoe we verder gaan met het gebiedsbudget. 

Het totale provinciale budget dat beschikbaar is gesteld als gebiedsbudget voor de jaren 2016 - 2019 bedraagt € 16,5 miljoen.
Het gaat hierbij om de volgende beleidsvelden:

  • duurzame energie € 1 miljoen;
  • cultuurtoerisme en plattelandsrecreatie € 2 miljoen;
  • gemeentelijke fietsroutes € 4 miljoen;
  • pilots veenweidevisie € 9 miljoen;
  • aandachtsgebieden Oosterwolde en Noordwolde € 0,5 miljoen.

Om aanspraak te kunnen maken op deze middelen moeten de projecten bijdragen aan het realiseren van de provinciale doelen en zijn opgenomen in het jaarplan van de betreffende regio. De ervaring van 2017 leert dat de projecten die prioriteit hebben binnen de regio vaak niet of onvoldoende bijdragen aan het realiseren van de provinciale doelstellingen en derhalve niet in aanmerking komen voor een bijdrage vanuit het gebiedsbudget. Voorbeelden hiervan zijn de kwalitatieve upgrading van het fietspad langs de Linde en het opknappen van het parkeerterrein bij de Oldelamerbrug.
Procesmatig is de mogelijkheid geboden om tussentijds projecten toe te voegen aan het jaarplan. Ten behoeve hiervan zijn plannen voor de aanpak van het gebied Driewegsluis en elementen uit de gebiedsopgave Rottige Meente nader geconcretiseerd in de hoop dat hiervoor een bijdrage kan worden verkregen waarmee de kans op uitvoering wordt vergroot. Voor 2018 zullen de plannen in beschrijving beter worden afgestemd op de beleidsdoelen van de provincie om zo aanspraak te kunnen maken op het gebiedsbudget. 

Binnen de Streekagenda is een indeling gemaakt in vier thema's:

Thema Groenblauw
Aan het landschapsbeleidsplan wordt nog gewerkt. De kwaliteit van het landschap is erg belangrijk voor de regio en zal via diverse uitvoeringsprojecten tot uitdrukking komen.

Thema Leefbaarheid
De demografisch ontwikkeling en de aanwijzing als anticipeerregio zijn de komende jaren sturend in beleidsvraagstukken die vooral raakvlak hebben met het begrip ´leefbaarheid´ en de kwaliteit van de woningvoorraad.

Thema Economie
Het MKB heeft een belangrijk aandeel in de economie in Zuidoost-Friesland. Vanuit de Streekagenda willen wij een faciliterende, voorwaardenscheppende en stimulerende rol spelen. Daarbij blijven wij alert op de wisselwerking met de andere beleidsterreinen zoals leefbaarheid.
Binnen dit thema wordt ook gediscussieerd over de noodzaak van een regionale detailhandelsvisie. De provincie ziet hiervoor aanknopingspunten binnen het uitgevoerde koopstromenonderzoek.

Thema Duurzaamheid
Aanvullend op de inzet om te komen tot energiebesparing en het meer gebruiken maken van duurzame energie, is hier ook het verduurzamen van de bestaande (particuliere) woningvoorraad een item. Doel van het verduurzamen van de woningvoorraad is mensen in de gelegenheid te stellen langer in hun woonruimte/omgeving te blijven wonen. In regionaal verband willen we meer invulling geven aan de energietransitie die voldoet aan de uitgangspunten van het klimaatakkoord van Parijs. 

Projecten die nog op de uitvoeringsagenda staan zijn onder meer :

  • afronden van het project dorpen in het groen;
  • integrale Stedelijke Vernieuwing (aula locatie Noordwolde en herstructurering gebied Ds. Reitsmastraat/Ds. Van der Tuukstraat);
  • uitvoeren regionaal uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme;
  • gebiedsopgave Rottige Meente;
  • veenweidevisie, pilot Rottige Meente;
  • Zicht op de Lende;
  • fietspad langs de Linde;
  • aanleg ontbrekende schakel fietspad tracé Kontermansweg/Lolkemabruggetje;
  • aandachtsgebied Noordwolde.

Financieel

Voor de volgende uitvoeringsprojecten zijn al middelen beschikbaar: afronden dorpen in het groen, integrale stedelijke vernieuwing, gedeelte van uitvoering gebiedsopgave Rottige Meente, Zicht op de Lende, aandachtsgebied Noordwolde en de kwalitatieve upgrading van het fietspad langs de Linde.