Meer
Publicatiedatum: 14-05-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Jaarrekening op hoofdlijnen

Inleiding

In dit onderdeel treft u in het kort het financiële beeld over 2018 aan. De leidraad voor de af te leggen verantwoording is de door de raad vastgestelde programmabegroting 2018. In het jaarverslag leggen wij de inhoudelijke verantwoording af. In de jaarrekening geven we inzicht in de financiële positie en de besteding van de middelen over 2018.

Resultaat jaarrekening

Het rekeningresultaat bedraagt € 52.000 positief. Bij de najaarsnota gingen we  nog uit van een nadeel van € 657.000. Het verschil van € 709.000 wordt verderop in dit hoofdstuk op onderdelen verklaard. In de tabel overzicht baten en lasten staat het totaalbeeld van 2018 en de afwijkingen ten opzichte van de actuele begroting.

Schuldpositie

Een kengetal om de schuldpositie te bepalen, is de schuldratio. Het streven naar een lagere schuldratio (onder de 80%) wordt als zodanig ook genoemd in het coalitieakkoord. De schuldratio geeft aan welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd door derden. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Beide ratio’s zijn met elkaar verbonden doordat ze samen altijd 100% zijn. In tegenstelling tot de schuldratio is de solvabiliteitsratio één van de verplichte kengetallen die wordt toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. De schuldratio voldoet eind 2018 ruim aan deze norm (77,1%). Eind 2018 hebben we een solvabiliteit gerealiseerd van 22,9% .

Weerstandsvermogen

In onze nota financieel beleid, die de raad eind 2016 heeft vastgesteld, hebben we een norm opgenomen ten aanzien van de minimale en maximale omvang van de financiële kengetallen, die met ingang van dit jaar verplicht worden opgenomen. We sluiten daarbij aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. De kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en in de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Alle kengetallen voldoen eind 2018 ruimschoots aan onze streefnorm.

Woonlasten

We zijn er in geslaagd om de woonlasten voor onze inwoners voor het jaar 2018 onder het landelijk gemiddelde van 2017 te houden. De gemiddelde woonlast voor onze inwoners is voor 2018 ten opzichte van een jaar eerder  zelfs gedaald. In 2016 heeft de raad het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) vastgesteld met daarbij een jaarlijkse verhoging van het tarief. De stijging van het tarief voor de rioolheffing is voor 2018 gecompenseerd door een evenredige structurele verlaging van de onroerende-zaakbelastingen. Daarnaast is voor 2018 het tarief van de afvalstoffenheffing met € 10 per huishouden verlaagd. Voor zowel de rioolheffing als de afvalstoffenheffing blijft daarbij het uitgangspunt 100% kostendekking. De leges, tarieven en overige heffingen zijn ten opzichte van een jaar eerder niet gewijzigd.

Bestemmingsvoorstel

Het resultaat van de jaarrekening 2018 is € 52.000 positief. Dit resultaat is mede ontstaan door vrijval van budgetten in 2018 waarover u in 2019 voorstellen krijgt om deze  uit de algemene reserve te dekken. Het gaat dan om een budgetoverheveling naar 2019 van € 193.000 en een toevoeging van € 248.500 aan een nieuw in te stellen reserve Energiefonds Weststellingwerf. Dit is het bedrag dat we hebben ontvangen voor de zonneparken (€ 236.000 incidenteel en een half jaar huur € 12.500).

Wij stellen voor om het totale resultaat van € 52.000 aan de algemene reserve toe te voegen.                                          

 

Overzicht Baten en Lasten

x €1.000
Overzicht van baten en lasten Rekening 2017 Rekening 2018 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Baten
0 Bestuur en Ondersteuning 1.017 1.024 438 372 586 V
1 Veiligheid 57 31 71 71 -39 N
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat 244 154 134 56 21 V
3 Economie 411 401 450 450 -49 N
4 Onderwijs 703 799 694 700 105 V
5 Sport, Cultuur en Recreatie 503 542 491 481 51 V
6 Sociaal Domein 7.655 8.824 8.473 8.308 351 V
7 Volksgezondheid en Milieu 5.059 5.393 4.930 4.550 463 V
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing 2.586 2.766 2.251 2.201 515 V
Overzicht algemene dekkingsmiddelen 51.686 52.219 51.607 49.859 611 V
Overzicht kosten overhead 4.680 4.753 4.815 4.713 -62 N
Totaal Baten 74.601 76.908 74.354 71.761 2.553 V
Lasten
0 Bestuur en Ondersteuning -2.147 -2.719 -2.590 -2.058 -129 N
1 Veiligheid -1.429 -1.461 -1.508 -1.508 47 V
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat -5.497 -6.079 -6.257 -5.879 178 V
3 Economie -605 -1.149 -619 -602 -530 N
4 Onderwijs -3.969 -3.716 -3.710 -3.640 -6 N
5 Sport, Cultuur en Recreatie -2.821 -3.318 -3.387 -3.199 70 V
6 Sociaal Domein -31.831 -31.908 -30.047 -28.898 -1.860 N
7 Volksgezondheid en Milieu -6.903 -6.576 -6.887 -6.253 311 V
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing -3.754 -3.233 -3.327 -3.258 94 V
Overzicht algemene dekkingsmiddelen -4.120 -5.174 -5.109 -3.955 -65 N
Overzicht kosten overhead -11.593 -12.195 -11.893 -12.381 -302 N
Overzicht onvoorziene uitgaven 0 0 -515 -472 515 V
Totaal Lasten -74.671 -77.527 -75.850 -72.102 -1.677 N
Saldo van baten en lasten -70 -619 -1.496 -341 877 V
Onttrekkingen 966 710 886 404 -176 N
Toevoegingen -100 -39 -47 -47 8 V
Mutaties reserves 866 672 839 358 -168 N
Resultaat 796 52 -657 17 709 V

Toelichting resultaat

Van programmabegroting naar voorjaarsnota
De programmabegroting 2018 sloot met een voordelig resultaat van € 17.000. De financiële wijzigingen na vaststelling van de voorjaarsnota 2018 waren zodanig dat het positieve resultaat is omgezet in € 682.800 negatief. Het nadeel is voor een groot deel ontstaan door het vertrek van twee wethouders in 2018. Daardoor moest er een extra storting aan de voorziening wachtgelduitkering worden gedaan. 

Van voorjaarsnota naar najaarsnota
Ook na vaststelling van de najaarsnota is het verwachte financiële resultaat bijna niet veranderd. De stand is dan € 657.000 negatief.

Van najaarsnota naar jaarrekening
De jaarrekening sluit met een voordelig exploitatieresultaat van € 52.000. Ten opzichte van de raming een voordeel van € 709.000. In de tabel wordt aangegeven waar dit verschil uit bestaat.  

x € 1.000
Belangrijkste afwijkingen - = nadelig Incidenteel
0 Bestuur en ondersteuning
Vrijval uit de voorziening ontslagvergoeding v.m. wethouders en vrijval uit de
voorziening opbouw pensioen wethouders 460
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat
Incidenteel budget voor herplant bomen en dorpen in het groen
niet volledig besteed. 222
3 Economie
Voorziening verhogen voor Grex bedrijventerreinen -583
4 Onderwijs
Nieuwe bekostingssytematiek leidt tot lagere kosten peuteropvang 92
5 Sport, Cultuur en Recreatie
Lagere kosten voor muziekonderwijs, lagere kosten voor sportbeleid en activering en
een niet geraamde bijdrage voor het project Ervaren en Turf 119
6 Sociaal domein
Participatie 534
WMO -286
Jeugd -3.317
Vrijval van het saldo Hek 1.535
7 Volksgezondheid en Milieu
Budget voor Gezond in de Stad (GIDS)/Jongeren op gezond gewicht (JOGG) niet
volledig besteed 119
Bijdrage aan rijksvaccinatieprogramma nog niet nodig 42
Minder aanvragen voor lokaal gezondheidsbeleid 53
Incidenteel budget voor de streekagenda niet besteed 45
Lagere kosten voor Vergunningen, Toezicht en Handhaving 43
Incidentele opbrengst en huur zonneparken in Wolvega en Noordwolde 249
Lagere kosten en hogere opbrengsten exploitatie riolering 98
Hogere opbrengst exploitatie afval 74
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing
Incidentele budgetten niet besteed 83
Hogere leges omgevingsvergunningen 330
Vrijval uit de voorziening Grex woningbouw 136
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen
Eenmalige bijdrage Fonds tekortgemeenten jeugd en Wmo 417
Hogere opbrengst gemeentelijke belastingen (met name toeristenbelasting) 101
Overzicht kosten Overhead
Extra personele uitgaven zoals opleidingsbudget en teambuilding -143
Hogere uitgaven voor ICT, onder andere door niet geraamde indexaties -145
Overzicht onvoorziene uitgaven
Stelpost "algemene risicobeheersing" niet ingezet 200
Stelpost "prijsstijging inkoopbudgetten" niet ingezet 320
Saldo overige afwijkingen
Totaal overige kleinere afwijkingen per saldo 79
Mutaties reserves -168
Totaal afwijkingen ten opzichte van het saldo najaarsnota 2018 709

Gemeentefondsuitkering

Gemeenten ontvangen geld van het rijk uit het gemeentefonds. Hiermee betalen ze een deel van de uitgaven. Iedere gemeente mag zelf bepalen waar dat geld aan wordt uitgegeven. Het gemeentefonds kent de volgende soorten uitkeringen: 1) de Algemene uitkering, 2) de integratie-uitkering Sociaal domein en 3) de decentralisatie- en (overige) integratie-uitkeringen.

1) Algemene uitkering
Jaarlijks ontvangt elke gemeente volgens een bepaald verdeelsysteem een uitkering uit het gemeentefonds.  Het verdeelstelsel is opgenomen in de Financiële-verhoudingswet. In de verdeling wordt rekening gehouden met onderlinge verschillen in de kosten waar een gemeente voor staat en met de draagkracht van gemeenten (de belastingcapaciteit).  Dit jaar hebben we op vier tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkering ontvangen. In maart op basis van het Regeerakkoord en het Interbestuurlijk Programma van het rijk,  in mei op basis van de Voorjaarsnota van het rijk, in september op basis van de Miljoenennota van het rijk en in december op basis van de Najaarsnota van het rijk.   

Uit de december-circulaire blijkt dat het rijk dit jaar naar verwachting minder uitgaven doet dan begroot met name op het vlak van de zorg. Gemeenten moeten zich bij het opstellen van de jaarstukken 2018 voorbereiden op een  tegenvaller van het gemeentefonds 2018. Op macro-niveau wordt een bedrag genoemd van ca. € 100 miljoen. Voor Weststellingwerf betekent dit een lagere uitkering van ongeveer € 150.000 . Die wordt door het rijk pas financieel vertaald in de aanstaande mei-circulaire 2019. Het bedrag is niet meegenomen in het resultaat van deze jaarrekening.

Door diverse afrekeningen over de afgelopen twee jaren hebben we nog € 25.000 ontvangen. Binnenkort wordt het uitkeringsjaar 2016 definitief vastgesteld.

2) Integratie-uitkering Sociaal domein
De integratie-uitkering Sociaal domein bestaat uit de middelen die per 2015 voor de Wmo (het nieuwe deel) en voor de jeugd  naar gemeenten zijn gegaan en uit het participatiebudget zoals dat uit de Participatiewet beschikbaar is gekomen. Het beschikbare budget maakt dit jaar nog onderdeel uit van 't Hek binnen het Sociaal domein. In het nieuwe regeerakkoord is opgenomen dat een groot deel van de integratie-uitkering Sociaal domein met ingang van 2019 opgaat in de Algemene uitkering. De verdeelmodellen zoals die er nu zijn, veranderen bij de overgang in 2019 niet. Wel wil het kabinet op een later moment een aanzienlijke wijziging van het systeem van verdelen doorvoeren. Achtergrond hiervan is het signaal dat een aantal gemeenten heeft afgegeven dat ze behoorlijke tekorten hebben op het Sociaal domein. 

Om gemeenten te compenseren voor de tekorten op het terrein van jeugd en Wmo, is een Fonds tekortgemeenten ingesteld. Het landelijk fonds bedraagt € 200 miljoen. Aan 77 gemeenten is een uitkering toegekend waaronder aan onze gemeente voor een bedrag van € 417.568. Ook dit bedrag maakt onderdeel uit van 't Hek.

x € 1.000
Gemeentefondsuitkering Werkelijk Begroot Verschil begroot - werkelijk
Algemene uitkering
2018 27.137 27.137 -
2017 -18 -18
2016 43 43
Integratie-uitkering Sociaal domein
2018 15.354 14.936 417
2017
Totaal 42.490 42.073 442

Investeringskredieten (exclusief grondexploitatie)

Bij de start van het jaar was er € 5,3 miljoen beschikbaar voor investeringen. Bij de voorjaarsnota 2018 is het totale investeringsbudget voor 2018 verhoogd naar € 9,2 miljoen. Daarvan heeft € 4,0 miljoen betrekking op investeringen die gepland stonden in 2017 en waarvan de uitvoering in 2018 gepland stond.

Bij de najaarsnota voorzagen wij al dat niet alle investeringen in 2018 konden worden uitgevoerd. Er werd € 2,5 miljoen doorgeschoven naar 2019.

Er is in 2018 € 4,8 miljoen uitgegeven. De uitgaven betreffen voornamelijk de upgrading van het fietspad langs de Linde, het aanbrengen van verhardingsmaatregelen in de bermen, vervanging van de openbare verlichting, aanleg parkeerplaats Munnekeburen, groot onderhoud aan onze gemeentelijke gebouwen, bestemming Noordwolde fase 5, investeringen in de riolering (met name vervanging), uitbreiding van de gemeentewerf, investeringen in de ICT, de installatie van een noodstroomaggregaat bij het gemeentehuis en aanschaf tractiemiddelen voor de werf. Van het beschikbare investeringsbudget in 2018 wordt € 1 miljoen naar verwachting een jaar later uitgegeven.  

Lokale heffingen

De gemeentelijke heffingen zijn te onderscheiden in belastingen en rechten. De totale opbrengst van de gemeentelijke belastingen bedraagt in 2018 € 9,5 miljoen.  In onze gemeente heffen we onroerende-zaakbelastingen, forensen- en toeristenbelasting, precariobelasting op kabels en leidingen en reclamebelasting.  Van de opbrengst in 2018 is bijna de helft precariobelasting (€ 4,4 miljoen). Hierin is een naheffing over 2016 en 2017 meegenomen van € 2,1 miljoen.  De jaarlijkse opbrengst precariobelasting is € 2,3 miljoen.

Anders dan bij de gemeentelijke belastingen moet er tegenover de heffing van rechten een dienst worden verleend aan de "betaler". In 2018 hebben we ruim € 5,8 miljoen aan opbrengst ontvangen. Het merendeel daarvan betreft de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De totale opbrengst daarvan is € 4,4 miljoen. Verder heffen we nog leges burgerzaken, leges omgevingsvergunning en graf- en begraafrechten.  We hebben ruim € 0,8 miljoen ontvangen aan leges voor een aanvraag omgevingsvergunning.  Ten opzichte van vorig jaar ruim € 0,3 miljoen meer. 

Reserves

We zijn het jaar begonnen met een algemene reserve van € 19,6 miljoen en de eindstand over 2018 is € 19,3 miljoen; de daling wordt voornamelijk veroorzaakt door incidentele budgetten uit voorgaande jaren waarvoor de algemene reserve is aangesproken. De eindstand van de bestemmingsreserves is € 3,1 miljoen en bestaat voornamelijk uit de egalisatiereserves riolering en afvalstoffenverwijdering.  In de eindstand zit ook het voordelig exploitatieresultaat over 2017 van bijna € 0,8 miljoen. Dit is gestort in een nieuw gevormde reserve "investeringsambities".

De bepaling van de omvang van de reserves Investeringsambities en de Algemene reserve vindt in 2019 plaats.