Meer
Publicatiedatum: 27-05-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

Portefeuillehouder Jongebloed, Zonderland en Hoen
Organisatie Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

In deze paragraaf geven we een nadere toelichting op de gemeentelijke heffingen. De heffingen staan in de programma's als de besteding gebonden is. We hebben het dan bijvoorbeeld over de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de begraafrechten en de leges. Als de besteding niet gebonden is dan staan de heffingen bij het overzicht Algemene dekkingsmiddelen. Voorbeelden zijn de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-)toeristenbelasting en de precariobelasting. 

De gemeenteraad bepaalt welke belastingen de gemeente heft, welke heffingsmaatstaven worden gehanteerd en welke tarieven daarbij gelden. Uiteraard binnen de wettelijke mogelijkheden. De raad stelt de belastingverordeningen vast. De belastingverordeningen waarin de tarieven voor het belastingjaar 2018 zijn opgenomen, zijn vastgesteld in de raadsvergadering van 6 november 2017 dan wel 4 december 2017. Voor de heffing van de OZB en de forensenbelasting is jaarlijks een waardering van de onroerende zaken nodig (WOZ waarden). 

Tarievenbeleid 2018

Uitgangspunt voor het belastingjaar 2018 is dat de gemiddelde woonlast gelijk blijft aan het jaar daarvoor. De stijging van het tarief voor de rioolheffing voor 2018, zoals vastgelegd in het Gemeentelijk rioleringsplan 2016-2020, is gecompenseerd door een evenredige structurele verlaging van de opbrengst OZB. Daarnaast is het tarief van de afvalstoffenheffing voor 2018 verlaagd met € 10 per huishouden.

Tabel opbrengst belangrijkste heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Rekening 2017 Rekening 2018 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Onroerende-zaakbelastingen 4.886 4.793 4.669 4.569 124
Forensenbelasting 48 48 48 48 1
Afvalstoffenheffing 2.582 2.485 2.413 2.413 71
Rioolheffing 1.807 1.907 1.867 1.867 39
Toeristenbelasting 139 194 120 119 74
Precariobelasting 1.357 4.438 4.349 1.349 89
Reclamebelasting 42 41 40 40 1
Leges burgerzaken 483 452 387 321 66
Marktgelden 9 9 10 10 1
Leges omgevingsvergunningen (WABO) 520 863 533 533 330
Begraafplaatsen 75 96 88 88 8
Eindtotaal 11.948 15.325 14.525 11.359 799

Totaalopbrengst van de belangrijkste heffingen

Onroerende-zaakbelastingen OZB
Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
Ieder jaar taxeert de gemeente alle onroerende zaken binnen de gemeente. De WOZ-waarde is niet alleen de grondslag voor de OZB en de forensenbelasting, het wordt ook gebruikt voor belastingen van het rijk en het waterschap. De aanslagen 2018 zijn gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2017. De WOZ-waarden van woningen tussen de waardepeildatum 1 januari 2016 en 1 januari 2017 zijn in onze gemeente gemiddeld met 6,3% gestegen en van de overige onroerende zaken juist gedaald.

Bezwaar en beroep
Over het belastingjaar 2018 zijn totaal 302 bezwaarschriften ontvangen op basis van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ). Dat is 3,45% van het aantal opgelegde aanslagen onroerende-zaakbelasting. De reden van het bezwaar ligt vooral in de sfeer van achterstallig onderhoud, maar ook erfgenamen ondernemen actie tegen de vastgestelde WOZ-waarde. Van het aantal ontvangen bezwaarschriften hebben we afgerond 42% gegrond verklaard. Over het belastingjaar 2018 zijn tot nu toe 2 beroepszaken ingediend.

De opbrengst
In de programmabegroting 2018 is de totale opbrengst ten opzichte van 2017 gedaald. Dit om de stijging van de rioolheffing voor 2018 te compenseren en zodoende de gemiddelde woonlast voor 2018 gelijk te houden aan 2017. Het te betalen bedrag aan OZB wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De tarieven voor het belastingjaar 2018 zijn voor eigenaren van woningen 0,1385%, voor eigenaren van niet-woningen 0,2103% en voor gebruikers van niet-woningen 0,2067%. Bij de voorjaarsnota 2018 is de raming met € 100.000 bijgesteld naar € 4,7 miljoen. De werkelijke opbrengst is afgerond € 4,8 miljoen. Ten opzichte van de raming uit de voorjaarsnota 2018 € 124.000 hoger. Deze hogere opbrengst wordt met name veroorzaakt door een verandering in de waardeontwikkeling na de tariefbepaling van zowel de woningen als de niet-woningen.

Forensenbelasting
Voor deze belasting wordt - net als bij de OZB - als grondslag de WOZ-waarde gehanteerd. De werkelijke opbrengst sluit aan bij de raming van € 48.000.

Toeristenbelasting
De heffingsmaatstaf van deze belasting is de vergoeding die is verschuldigd voor de overnachting. Voor 2018 is het tarief net als de afgelopen jaren 4% van de logiesomzet. In de begroting is een opbrengst geraamd van € 120.000. We verwachten een meeropbrengst van € 72.000. Daarvan heeft € 28.000 nog betrekking op het belastingjaar 2017. De definitieve logiesomzet over 2017 is dus hoger dan we verwachtten. Voor het belastingjaar 2018 schatten we in nog ca. € 44.000 extra te ontvangen ten opzichte van de raming van € 120.000. Deze inschatting doen we op basis van de definitieve cijfers over 2017 en het mooie zomerweer in 2018. 

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven over het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond. De precariobelasting kan worden gebruikt om belasting te heffen op kabels en leidingen. Als de gemeente gebruik van de grond voor het hebben van voorwerpen moet gedogen, kan zij geen precariobelasting heffen. Het kabinet laat de heffing op kabels en leidingen onder de vrijstelling vallen per 1 juli 2017. Onze gemeente valt onder de overgangsregeling die tot 1 januari 2022 geldt. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Voor Weststellingwerf betekent dit dat we tot en met 2021 het tarief van € 2,33 (=tarief per 10 februari 2016) per strekkende meter hanteren.

Vanaf belastingjaar 2016 is onze opbrengst met ruim € 1 miljoen per jaar gestegen. Dit als gevolg van de toename van de te belasten strekkende meters aan kabels en leidingen. Die toename is ontstaan door ruiling van het netwerk tussen twee beheerders. De extra opbrengst over 2016 en 2017 van totaal € 2,1 miljoen is verantwoord in deze jaarrekening. Voor het belastingjaar 2018 bedraagt onze opbrengst € 2.326.000.

De opbrengst van de precariobelasting over 2015 en latere jaren houden we vooralsnog in de voorziening tot de bezwaar- en beroepsmogelijkheden zijn uitgeput. Het beroep op de uitspraak tegen het bezwaar op de aanslag 2015 ligt nog bij de Rechtbank Noord-Nederland. Er is nog geen zittingsdatum bekend en er is ook nog geen zicht op wanneer deze zaak wordt behandeld. Tegen alle aanslagen die tot nu toe zijn opgelegd aan Liander N.V. wordt bezwaar en vervolgens beroep aangetekend namens de belastingplichtige.   

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg. In zijn vergadering van 15 juni 2015 heeft de raad besloten in te stemmen met de invoering van reclamebelasting voor de komende vijf jaar ingaande 1 januari 2016. De opbrengst komt ten goede aan het ondernemersfonds waaruit bepaalde activiteiten in Wolvega worden betaald. Per aanslag heffen we een vast bedrag van € 100. De opbrengst over dit belastingjaar is € 40.875.  

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt is dat de kosten van afvalinzameling en -verwerking voor 100% worden opgevangen uit de opbrengst afvalstoffenheffing. Het tarief van de afvalstoffenheffing 2018 is ten opzichte van een jaar eerder met € 10 per huishouden verlaagd.

De werkelijke kostendekkendheid (92%) van het taakveld Afval is gelijk aan de begrootte kostendekkendheid (92%). Dit is echter nog wel 5% lager dan in 2017. De daling van de kostendekkendheid komt door de verlaging van de tarieven met € 10.
De opbrengsten vanuit de heffingen zijn hoger dan begroot (voordeel € 45.000) maar de kosten voor het verwerken van het afval zijn ook hoger dan begroot (nadeel € 63.000).
In de toelichting op de cijfers van programma 7 wordt dieper ingegaan op de oorzaken van de verschillen.

x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval Rekening 2018 Begroting 2018
Kosten taakveld 2.260 1.906
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 505 134
Netto kosten taakveld 1.755 1.772
Toe te rekenen kosten:
straatvegen 60 51
minimabeleid 108 100
Overhead 484 487
Compensabele btw 302 236
Toe te rekenen kosten 954 874
Totale kosten 2.709 2.646
Opbrengst heffingen 2.488 2.443
Dekkingspercentage 92% 92%
c

Rioolheffing
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing op de gebruiker verhaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Net als bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt een 100% kostendekking. In 2016 heeft de raad het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld met daarbij een jaarlijkse verhoging van het tarief. Het tarief voor 2018 bedraagt voor huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater € 116,86 en voor hemel- en grondwater € 47,41. Een verhoging van respectievelijk € 5,56 en € 2,27 ten opzichte van 2017. 

De werkelijke kostendekkendheid (102%) van het taakveld riolering is hoger dan vooraf begroot (97%). De opbrengsten vanuit de heffingen is hoger dan begroot (voordeel € 40.000). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er meer aansluitingen zijn in onze gemeente. De lasten zijn lager dan begroot (voordeel € 61.000).
In de toelichting op de cijfers van programma 7 wordt dieper ingegaan op de oorzaken van de verschillen.

 

x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering Rekening 2018 Begroting 2018
Kosten taakveld 1.448 1.500
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 3 0
Netto kosten taakveld 1.444 1.500
Toe te rekenen kosten:
Overhead 286 290
Compensabele btw 132 134
Toe te rekenen kosten 418 424
Totale kosten 1.863 1.924
Opbrengst heffingen 1.907 1.867
Dekkingspercentage 102% 97%

Markt- en staangelden
Marktgeld wordt geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijke) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 

Leges
Met leges worden de vergoedingen bedoeld die moeten worden betaald voor een door de gemeente geleverde (meestal administratieve) dienst. Er worden bijvoorbeeld leges betaald voor het voltrekken van een huwelijk, de afgifte van een uittreksel uit een bepaald register, reisdocumenten, rijbewijzen of voor vergunningen zoals een omgevingsvergunning. Het gaat hierbij altijd om diensten waar mensen zelf om gevraagd hebben. Er bestaan verschillende tarieven voor leges. 

Leges burgerzaken
De werkelijke opbrengst is hoger dan de raming omdat we meer rijbewijzen hebben afgegeven dan verwacht.

Leges omgevingsvergunningen
De werkelijke opbrengst is ruim € 300.000 hoger dan begroot. Het aantal aanvragen voor bouwvergunningen is in 2018 toegenomen. Met name in de laatste maanden van 2018 zijn nog veel leges opgelegd.
We zien de ontwikkeling van de toename van bouwvergunningen ook terug in het aantal bezoeken aan ons afvalbrengstation, waar meer dan vorige jaren bouwafval wordt gebracht.

 

x € 1.000
Algemene legesverordening totaal Rekening 2018 Begroting 2018
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 1.483 1.230
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - -
Netto kosten taakveld 1.483 1.230
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 241 241
BTW 5 6
Totale kosten 1.729 1.477
Opbrengst heffingen -1.394 -1.007
Dekkingspercentage 57% 58%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 1
Algemene dienstverlening Rekening 2018 Begroting 2018
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 414 379
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - -
Netto kosten taakveld 414 379
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 178 178
BTW - -
Totale kosten 592 556
Opbrengst heffingen -465 -397
Dekkingspercentage 78% 71%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 2
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Rekening 2018 Begroting 2018
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 772 514
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - -
Netto kosten taakveld 772 514
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 38 38
BTW 5 6
Totale kosten 814 558
Opbrengst heffingen -900 -556
Dekkingspercentage 111% 100%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Rekening 2018 Begroting 2018
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 297 337
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - -
Netto kosten taakveld 297 337
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 25 25
BTW - -
Totale kosten 322 363
Opbrengst heffingen -29 -54
Dekkingspercentage 9% 15%

Kwijtschelding

We hanteren een kwijtscheldingsbeleid voor inwoners met een laag inkomen, die bovendien geen vermogen hebben. Kwijtschelding is mogelijk voor afvalstoffenheffing en OZB. De kwijtscheldingsregeling is gebaseerd op landelijke normen. Op basis van de betaalcapaciteit wordt berekend of inwoners in aanmerking komen voor kwijtschelding. Bij de aanvragen voor 2018 is net als vorig jaar gebruik gemaakt van het Inlichtingenbureau omdat wij als gemeente geen toegang hebben tot alle vermogensgegevens. Hierdoor vindt er een correcte toetsing plaats en worden de juiste toewijzingen voor kwijtschelding gedaan.

In het belastingjaar 2018 is voor 676 inwoners de mogelijkheid voor kwijtschelding beoordeeld. Op 599 van deze aanvragen is kwijtschelding verleend. Er zijn minder aanvragen dan vorig jaar ingediend.

Aanvragen kwijtscheldingen 2018 2017 Verschil
Aantal aanvragen 676 777 -101
Aantal toegewezen 599 557 42
Toegewezen (in procenten) 89% 72%

Kwijtschelding in euro's

Het totale bedrag aan verleende kwijtschelding is ruim € 109.000. Dit is grotendeels voor de afvalstoffenheffing.

Rekening 2017 Rekening 2018 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Kwijtschelding gemeentelijke belasting Kwijtschelding Afval 113.870 107.768 120.000 100.000 12.232
Kwijtschelding OZB 4.732 1.421 5.000 0 3.579
Eindtotaal 118.602 109.189 125.000 100.000 15.811

Begraafplaatsen

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van diensten door de gemeente in verband met de begraafplaats.

De gerealiseerde kostendekkendheid (43%) van het taakveld begraafplaatsen is lager dan begroot (50%).

x € 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen Rekening 2018 Begroting 2018
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 159 156
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 54 0
Netto kosten taakveld 105 156
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 112 112
BTW 4 2
Totale kosten 221 270
Opbrengst heffingen 96 136
Dekking 43% 50%

Gemeentelijke woonlasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht over 2018 van de woonlasten van de 20 Friese gemeenten.

Woonlastendruk OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
Eph Mph Eph Mph Eph Mph
1 Harlingen 207 168 223 181 181 557 612
2 Vlieland 201 225 300 50 150 476 650
3 Ameland 252 170 223 139 183 560 658
4 Leeuwarden 225 171 256 148 177 543 658
5 Ooststellingwerf 204 148 199 154 266 506 670
6 Súdwest-Fryslân 278 187 224 177 177 642 679
7 Weststellingwerf 266 161 249 164 164 590 679
8 Terschelling 306 197 197 176 176 679 679
9 Dantumadiel 253 180 225 205 205 638 683
10 De Fryske Marren 263 192 249 114 192 569 704
11 Opsterland 249 179 227 171 230 599 706
12 Waadhoeke 249 190 238 189 237 628 724
13 Kollumerland en Nieuwkruisland 257 129 193 276 276 662 726
14 Dongeradeel 262 175 255 225 225 662 742
15 Heerenveen 304 199 244 148 197 651 745
16 Achtkarspelen 293 198 282 171 171 662 746
17 Smallingerland 248 202 238 276 276 726 762
18 Tytsjerksteradiel 388 133 190 168 188 689 766
19 Ferwerderadiel 292 222 295 190 190 704 777
20 Schiermonnikoog 261 272 354 71 185 604 800
Toelichting bij de tabel:
Eph= eenpersoonshuishouden
Mph= meerpersoonshuishouden
Bron: Coelo (Atlas van de lokale lasten)

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

De paragraaf geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Dat wil zeggen: welke capaciteit is nodig om de risico's op te vangen, en wel zodanig dat een tegenvaller in de uitvoering niet direct tot een bezuiniging hoeft te leiden.

 De wet geeft aan welke onderwerpen in deze paragraaf aan bod moeten komen:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

De doelstellingen zijn:

  1. voldoen aan wet- en regelgeving;
  2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee het risicobewustzijn aanmoedigen;
  3. een onderbouwing van het berekende weerstandsvermogen;
  4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid zijn over de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit de volgende uitgangspunten vastgelegd:  

  • De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel de hoogte van de netto risico's;
  • Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten we aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat we streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal). 

In deze jaarrekening voldoen we aan beide uitgangspunten.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. Dit zonder dat de begroting en het beleid aangepast moet worden.

De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opvangen. Wij hebben gekozen voor een bedrag van € 30.000. Daarnaast is in de begroting een stelpost risicobeheersing opgenomen om specifieke risi­co’s op voorhand af te dekken. Het gaat in 2018 om een bedrag van € 200.000. In 2018 is geen beroep gedaan op beide posten.

De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedroeg per 1 januari 2018 € 19,6 miljoen. Wij stellen voor een deel van het positieve resultaat van deze jaarrekening toe te voegen aan de algemene reserve.  Het gaat dan om een bedrag van € 52.000 waar al uitgaven tegenover staan. Zie daarvoor het bestemmingsvoorstel onder "Jaarrekening op hoofdlijnen".  

De bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad een specifiek doel vastgelegd. Eventueel kan de bestemming door de raad worden gewijzigd. Wanneer op een bestemmingsreserve geen verplichting rust voegen we deze reserve toe aan de algemene reserve. Op dat moment vormt het onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor het vaststellen van onze weerstandscapaciteit worden de bestemmingsreserves op dit moment niet meegenomen.

De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd. Ook kan de boekwaarde lager zijn dan de verkoopwaarde. De mogelijke overwaarde die bij verkoop ontstaat, kan dan worden ingezet voor de opvang van onverwachte tegenvallers. Op dit moment verwachten we dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit niet zo groot is.

De niet-benutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
a. de OZB;
b. de rioolheffing;
c. de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Sinds enkele jaren zijn gemeenten vrij om zelf de OZB-tarieven te bepalen. Dit zonder rekening te moeten houden met maximale tarieven die het rijk oplegt. Wel geldt een macronorm voor alle gemeenten samen die niet overschreden mag worden. Als een gemeente een beroep wil doen op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) voor een aanvullende uitkering is voor de OZB de norm een minimale heffing van 0,1952% van de WOZ-waarde. In de paragraaf lokale heffingen staan de werkelijke percentages voor 2018. Deze niet-benutte belastingcapaciteit is tegen nul gewaardeerd.  Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid. 

Samenvatting
De totale weerstandscapaciteit was aan het begin van dit boekjaar zoals opgenomen in onderstaande tabel. De structurele weerstandscapaciteit in de exploitatie bedraagt hiermee € 0,2 miljoen. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt hiermee ongeveer € 19,6 miljoen.

x € 1.000
Onderdeel 2018
a. De structurele begrotingsruimte 200
De incidentele begrotingsruimte 30
b. Algemene reserve 19.600
c. Bestemmingsreserves 0
d. De stille reserves 0
19.830

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 6,4 miljoen. De belangrijkste risico’s die onze gemeente loopt, worden hierna één voor één behandeld.

 

Onzekerheden grondexploitaties € 4,2 miljoen
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, begin 2018 zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen. Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Uiterlijk 31 december 2019 zal een toets moeten plaatsvinden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming. Indien hierbij een duurzame waardevermindering wordt vastgesteld, zal dit uiterlijk 31 december 2019 tot afwaardering van deze gronden moeten leiden. De financiële impact van de gewijzigde regelgeving is dus sterk afhankelijk van de besluitvorming over de uiteindelijke bestemming van de NIEGG gronden die de raad zal nemen in de toekomst. Met name het besluit over (het moment van) het in exploitatie nemen van Lindewijk deelgebied 2 zal belangrijk zijn.

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: de drie decentralisaties € 450.000

Structurele risico inschatting
Voor de structurele risico-inschatting verwijzen wij naar paragraaf ’t Hek binnen het Sociaal domein. Over het structurele deel wordt u nader geïnformeerd via de kadernota 2020-2023. Het structurele risico hebben wij daarom  niet in de berekening van het weerstandsvermogen meegenomen. 

Jeugdwet en Wmo
De informatie rondom de zorgverlening vanwege de drie decentralisaties komt steeds beter in beeld. Met betrekking tot de uitgaven jeugdzorg en Wmo (AWBZ) wordt vanaf 2017 door de Friese gemeenten gewerkt met het landelijk knooppunt berichtenverkeer GGK (VECOZO voor de zorgaanbieder) waardoor de communicatie tussen de gemeenten en zorginstellingen verder is geoptimaliseerd. Dit betekent echter niet dat alle onzekerheden ten aanzien van de uitgaven zijn opgelost. De kwaliteit van het berichtenverkeer blijft een aandachtspunt, waar hard aan wordt gewerkt door zowel gemeenten als zorginstellingen. Het uitgangspunt in Weststellingwerf is dat bekostiging moet plaatsvinden binnen de daarvoor door het rijk beschikbaar gestelde budgetten. Deze rijksbudgetten zijn aangevuld met reguliere gemeentelijke middelen om de inrichting van het Sociaal domein, in het bijzonder de inrichting van de gebiedsteams, verder vorm te geven.

Doorverwijzingen naar niet gecontracteerde partners
Volgens de Jeugdwet zijn huisarts, medisch specialist en jeugdzorgaanbieder (na verwijzing) gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdzorgaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Niet-gecontracteerde zorg hoeft de gemeente niet te vergoeden als passende jeugdzorg vanuit een contractpartner voorhanden is. Sinds 2018 zijn vrijwel alle contracten voor Jeugdzorg regionaal ingekocht. Van lokaal ingekochte Jeugdzorg is geen sprake meer of dat is in de loop van 2018 beëindigd. Onder voorwaarden kan een niet-gecontracteerde zorgaanbieder alsnog zorg (blijven) verlenen. Past het niet binnen de voorwaarden dan kan een jeugdige en/of de ouder(s)/verzorger(s) voor eigen rekening gebruik (blijven) maken van niet-gecontracteerde jeugdzorg. Bij zwaarwegende redenen kan een PGB worden aangevraagd. Met deze aanpak is het mogelijke risico en financiële impact van doorverwijzingen naar niet-gecontracteerde partners geminimaliseerd.

Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan
Het risico van niet-tijdige en niet-juiste aanlevering is ten aanzien van de zorgtoewijzing en de facturatie aanzienlijk teruggedrongen met het in gebruik nemen van het Gemeentelijk Gegevens Knooppunt (GGK) in 2017. De jaarrekening 2017 van onze gemeente was voor het eerst sinds 2015 weer voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring.
Sinds 2018 worden Diagnose Behandel Combinaties niet meer toegepast. Dit type zorgtrajecten werd pas na beëindiging van het zorgtraject afgerekend. 
Sinds 2018 geldt een nieuwe regionale inkoopsystematiek voor Jeugdzorg. Zodra een zorgtraject start dient een zorgaanbieder maandelijks te factureren. Dat gebeurt nog niet altijd, maar gaat wel steeds beter.
Sinds begin 2018 functioneert in samenwerking met de OWO-gemeenten en de Backoffice Sociaal domein een verplichtingenadministratie. Hiermee hebben we beter zicht op het (financiële) verloop van zorgtrajecten. 
Op regionaal niveau trekt onze gemeente nauw op met de andere Friese gemeenten om te komen tot een verdere verbeterslag. Vanwege het gezamenlijke beleid en de gezamenlijke uitvoering van de administratie van het Sociaal domein bij de Backoffice Sociaal domein is er intensieve samenwerking met de OWO-gemeenten.
Regionaal werkt Weststellingwerf samen met verschillende partijen om de administratieve lastendruk voor het Sociaal domein te verminderen. 
Zo participeren we ambtelijk in een werkgroep Horizontaal toezicht met grote zorgaanbieders. Doel van de pilot is eerder in een verantwoordingsjaar zicht te krijgen op de rechtmatigheid van de verantwoorde zorg.

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: van vóór 2015 bestaande regelingen € 50.000
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar die in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 375.000
Samen de trap op en samen de trap af
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval!

Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). De taakstelling die uit Ombuigingen I resteert, is met ingang van 2019 structureel ingevuld.

Onzekerheden realisatie (externe) subsidies € 0
Wanneer de voortgang van een gesubsidieerd project ernstig vertraagt, kan dit consequenties hebben voor de externe financiering. Tijdig overleg met de subsidieverstrekker om de mogelijkheden van verlenging van de termijn te onderzoeken, is daarbij een belangrijke beheersmaatregel die, indien nodig, door ons actief wordt toegepast. Nog belangrijker is alvorens een subsidie aan te vragen goed te onderzoeken of uitvoering binnen de subsidieperiode mogelijk is en voldoen aan de subsidievoorwaarden reëel is. Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 737.500
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO, de Veiligheidsregio Fryslân (VRF), Caparis en de gemeenschappelijke regeling SW Fryslân. De eerste twee samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 24 Friese gemeenten; de SW-samenwerking beperkt zich tot een samenwerkingsverband van acht Friese gemeenten. In beide gevallen is de invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken, zoals ook zichtbaar is geworden in de SW-samenwerking. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er geen eensluidende visie is binnen de 24 Friese gemeenten. Er zijn diverse ontwikkelingen gaande binnen de SW Fryslân en het bedrijf Caparis die een directe relatie hebben met de nieuwe Participatiewet, zoals het project herstructurering. De ontwikkelingen van de loonkostenbijdrage vanuit SW Fryslân aan Caparis blijft een risico.
Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.

Overige onzekerheden en risico’s: beheersmaatregelen in de bedrijfsvoering € 350.000
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.

Overige onzekerheden en risico's: VennootschapsBelasting(VPB) € 0
Met ingang van 1 januari 2016 wordt de VPB ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten van overheidsbedrijven. Het gaat bij onze gemeente met name om de vraag in hoeverre we voor de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig zijn. De laatste berichten zijn dat we ook hiervoor niet als ondernemer worden aangemerkt en dus geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen.

Weerstandsvermogen

De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s wordt uitgedrukt in weerstandsvermogen. De hoogte van het weerstandsvermogen is in onderstaande tabel weergegeven.
Dit betekent dat we incidenteel in staat zijn om risico’s op te vangen, maar dat we op termijn nog wel de nodige behoedzaamheid in acht moeten nemen. Aangezien het goed in beeld hebben van risico’s steeds belangrijker wordt, zal de verdere optimalisering van ons risicomanagementsysteem de komende jaren de nodige aandacht vragen.

x € 1.000
Weerstandsvermogen 2018
Algemene reserve 19.262
Risico's -6.400
Weerstandsvermogen 12.862

Kengetallen

Met ingang van 2016 worden een vijftal financiële kengetallen voorgeschreven. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 sluiten we voor de verplichte kengetallen aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1. Netto schuldquote

a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90% 

90 - 130%

> 130%

2. Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3. Grondexploitatieruimte

< 20%

20 - 35%

> 35%

4. Structurele exploitatieruimte

Eerste jaar en meerjarig > 0%

Begroting en meerjarig 0%

Begroting en meerjarig < 0%

5. Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

 

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van onze kengetallen weergegeven:

Kengetallen Rekening Begroot Rekening Categorie
2018 2018* 2017 (peiljaar 2018)
1 Netto schuldquote 67,54% 76,11% 78,46% A
Netto schuldquote (gecorrigeerd) 65,10% 71,49% 74,90% A
2 Solvabiliteitsratio 22,94% 21,91% 22,32% B
3 Grondexploitatie 29,03% 31,63% 34,58% B
4 Structurele exploitatieruimte 1,52% 1,06% 1,29% A
5 Belastingcapaciteit 94,17% 93,64% 95,08% A
* betreft de geactualiseerde begroting 2018

Toelichting tabel kengetallen

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt voldoen we in deze jaarrekening bij dit kengetal ruimschoots aan ons streven en vallen we zelfs in categorie A.

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen we uit boven ons streefpercentage van minimaal 20% en binnen de marges van categorie B.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten.
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Uiteraard ook wij blijven het nauwlettend volgen en houden vast aan ons streven om te voldoen aan categorie B.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt nu het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Uit het percentage blijkt dat we bij dit kengetal weinig risico lopen. Categorie A is hier van toepassing.

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar t-1 (= 2016) en uit te drukken in een percentage. Zoals uit de tabel van de kengetallen blijkt, zijn de woonlasten in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde voor een gezin. Als basis hebben we het landelijk gemiddelde van 2017 (= 100%) genomen. Dat staat op € 721,00. Met een bedrag van € 687,00 vallen we hiermee onder categorie A.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

 

Portefeuillehouder

Jongebloed, Van de Nadort

Organisatie

Ruimte, Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Beleidsnota's

Van toepassing zijn de volgende nota´s:

  • Beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte 2012-2016
  • Nota Openbare verlichting
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020.

Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte

De raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld. Hierin worden de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. Hierin zijn de door de raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken met de raad:

  • Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden
  • Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.

In 2019 ontvangt u ter besluitvorming een startnotitie over het proces om te komen tot een nieuwe kwaliteitsambitie.

Wegen

De jaarlijkse onderhoudsprogramma's voor asfalt en elementenonderhoud (klinkerwegen) zijn uitgevoerd. Te noemen locaties van groot onderhoud zijn onder andere Slingerweg te Ter Idzard, Rijsberkamperweg te Boijl, Bekhofweg te Zandhuizen, Ericaweg te Steggerda, Lindedijk te Nijetrijne, Ottersweg te Oldeholtwolde en Om den Noort te Wolvega. Ook zijn er diverse kleine werkzaamheden geweest aan het asfalt- en klinkerwegen.
Wij hebben u na de zomer met een memo geïnformeerd over de gevolgen van de warme en droge periode voor de openbare ruimte.
Voor onze (asfalt)wegen in met name het westelijke veengebied van onze gemeente zien wij versneld schades ontstaan door de droge periode van afgelopen jaar. Voor de lange termijn is het afwachten hoe schades, ook op andere wegen, zich ontwikkelen. In 2019 gaan wij al onze wegen opnieuw inspecteren.

Groen

Er zijn een aantal groenrenovatieprojecten uitgevoerd onder andere in Wolvega en Noordwolde. De renovatie van het park De Nieuwe Aanleg is in combinatie met het integrale project Uitloopgebied Wolvega Zuid uitgevoerd. In het voorjaar zijn in het park, in samenwerking met vogelwacht en kinderen van De Triade, nestkasten opgehangen ter verhoging van de biodiversiteit en natuurlijke bestrijding van de eikenprocessierups (EPR).

De werkzaamheden ten behoeve van het project Uitloopgebied Wolvega Zuid zijn in het voorjaar afgerond, de opening heeft in juni plaatsgevonden. Het gebied is heringericht ten behoeve van waterberging en natuur. Er is een uniek wandelgebied aangelegd (zoals 3,2 km beton- en 1 km struinpaden). De biodiversiteit is vergroot door de aanleg van natuurlijke oevers, bloemenweides en bloemrijke bermen.

Er zijn bomen gekapt als gevolg van onder andere essentaksterfte en kastanjebloedingziekte en verdroging. In onder meer Nijeholtpade, De Hoeve en Wolvega worden in overleg met bewoners plannen gemaakt voor herplant van bomen. 

Ter vergroting van de biodiversiteit (inclusief natuurlijke bestrijding EPR) zijn kleurrijke bollenmengsels geplant en bloemenbermen (her-) ingezaaid langs Om den Noort en op industrieterreinen. 

Bruggen, waterwegen en kades

Er is aan verschillende bruggen onderhoud gepleegd. Groot onderhoud is verricht aan de bruggen in de Lemsterweg en de Kerkeweg. Er is nieuw asfalt aangebracht op de bruggen in de Vinkevaartweg en de Marktweg. Alle bruggen zijn in het voorjaar schoon gemaakt. 

Openbare verlichting

Weststellingwerf heeft in totaal 4.599 armaturen in eigendom en beheer (peildatum 17-1-2019). Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is via de Stichting Openbare Verlichting Fryslân (SOVF) aanbesteed. Per 1 januari 2018 is de SOVF overgegaan in de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân. Zie ook paragraaf Verbonden Partijen.

Het prestatiegerichte contract dat met de aannemer is afgesloten geldt tot 1 april 2019. Onder onderhoud wordt verstaan het reinigen en schilderen van masten/armaturen en het regulier vervangen van lampen. Ook het oplossen van storingen aan de openbare verlichting valt onder deze aanbesteding.

Resultaten 2018:

  • in maart 2018 zijn 188 verlichtingsarmaturen vervangen door led-armaturen;
  • in december 2018 zijn er 315 verlichtingsarmaturen vervangen door led-armaturen;
  • in de bebouwde kom van Steggerda zijn lichtmasten gereinigd;
  • langs de Hoofdweg Oldeholtpade zijn 13 armaturen vervangen door led-armaturen;
  • in Steggerda zijn drie boogmasten met led-armaturen geplaatst;
  • langs de parallelweg Heerenveenseweg zijn 2 aanvullende lichtmasten geplaatst.

Riolering

Riolering

In maart 2016 heeft de raad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 vastgesteld. In dit plan worden de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater beschreven.
Naast nieuwe aanleg en aanpassingen op het bestaande rioolstelsel wordt ook beheer en onderhoud gepleegd. Uitgangspunt hierbij is om dit op een doelmatige wijze uit te voeren. Naast het intern werk met werk maken wordt ook gekeken of met de gemeente Ooststellingwerf en Opsterland samengewerkt kan worden.
Resultaten 2018:

Reguliere werkzaamheden

  • Regulier onderhoud aan alle rioolgemalen;
  • Reiniging en inspectie van bijna 3,2 kilometer vrij verval riolering (in samenwerking met de OWO-gemeenten);
  • Reinigen van 10.918 kolken.

Projectmatige werkzaamheden

  • Renoveren van 34 minigemalen in Munnekeburen, Langelille, Scherpenzeel en Spanga;
  • Afronding project Wolvega-Zuid;
  • Vervangen riolering en aanleg regenwaterriool in diverse straten in Noordwolde.

Tractiemiddelen

De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheerssysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel worden vervangen. Hiervoor is een meerjarig overzicht opgesteld. 
Resultaten 2018:

  • aanschaf Iveco Pickup voor onderhoud van de riolering;
  • aanschaf Rior (rioolontstopper) voor onderhoud van de riolering;
  • aanschaf 2 elektrische VW' s als dienstauto' s gemeentehuis;
  • aanschaf John Deere maaimachine voor het serviceteam;
  • aanschaf Jako kiepwagen voor het serviceteam;
  • aanschaf 2 elektrische Goupil pickups voor het serviceteam;
  • aanschaf 2 nieuwe tractoren (levering eerste kwartaal 2019) voor het serviceteam;
  • aanschaf verreiker voor het werfbeheer en gladheidsbestrijding.

Gebouwen

Afgelopen jaar is het onderhoud van de vastgoedportefeuille conform planning uitgevoerd. De panden zijn op het vastgestelde niveau onderhouden. Op dit moment zijn er voldoende middelen in de begroting opgenomen voor het totale onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen.
Resultaten 2018:

Gemeentehuis en gemeentewerf
In 2018 zijn de verdelers van vloerverwarming in het gemeentehuis vervangen, ook de archiefkoeler is vernieuwd.
Om de bedrijfszekerheid te garanderen is een noodstroomaggregaat geplaatst. Deze zal bij een stroomuitval de elektriciteitstoevoer overnemen.

De vernieuwde gemeentewerf is opgeleverd. De werf is uitgebreid met een grotere kantine, werkplekken, een opleidingszaal en een loods van 600m2. De daken van de remise en de nieuwe loods zijn voorzien van zonnepanelen.  

Multifunctionele centra/ Scholen
MFC Futura
Het ventilatiesysteem van dit schoolpand had (mede door het hoge leerlingen aantal) onvoldoende capaciteit. Eind 2018 is het systeem geoptimaliseerd. 

MFC de Drie Turven
Het plein kende veel wateroverlast en is daarom opnieuw ingestraat.

Vensterschool Noordwolde
In 2018 is in overleg met het schoolbestuur het volledige binnenschilderwerk gedaan. 

Sportvoorzieningen
Sporthal de Duker
Van de sporthal de Duker in Noordwolde zijn de entree, de tribune en de buitenruimte afgelopen jaar grondig vernieuwd. De entree is voorzien van een automatische schuifdeur, hierdoor is de toegankelijkheid voor mindervaliden vergroot. Het pand heeft met deze ingreep weer een moderne en aantrekkelijke uitstraling gekregen.  

Sportcomplex de Steense
In de zaal Olde Steense is begonnen met de wanden te bekleden met akoestisch materiaal en het plafond zal met akoestisch doek worden afgewerkt. 

Gymnastieklokaal Zuid
De sportvloer en de belijning van dit gymlokaal zijn vernieuwd. 

 

Beschikbare middelen voor het onderhoud

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening 2017 Rekening 2018 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot-werkelijk
tractiemiddelen 118 144 153 153 9
gebouwen 364 400 344 351 -56
wegen 1.695 1.663 1.375 1.375 -288
bruggen en duikers 133 121 115 115 -6
openbare verlichting 46 37 53 53 15
openbaar groen 294 144 176 127 31
riolering 191 196 164 164 -32
terreinen 38 33 43 43 10
overig 52 45 55 40 10
Eindtotaal 2.930 2.783 2.477 2.420 -306

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

Onder treasury wordt verstaan het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide eigen financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn we transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden we eventuele overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Sinds de invoering van schatkistbankieren is het uitlenen van geld door gemeenten niet meer mogelijk. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de rente risico's die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.

Risicobeheer

Binnen de Wet fido zijn twee normen vermeld (kasgeldlimiet en renterisiconorm) waaraan moet worden voldaan. Het doel van deze normen is een stabiele rentelast over de jaren te bewerkstelligen. Het wettelijk bepaalde percentage van de renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal; het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage voor de kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingsvolume.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is vastgesteld als het maximum percentage van het begrotingstotaal dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De ontwikkeling van de kasgeldlimiet over 2018 is hieronder weergegeven. De norm is ruim gehaald.

x € 1.000
Kasgeldlimiet (1) Vlottende schuld (2) Vlottende middelen (3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
1e kwartaal 2018 320 -320
2e kwartaal 2018 382 -382
3e kwartaal 2018 384 -384
4e kwartaal 2018 303 -303
(4) gemiddelde 347 -347
(5) Begrotingstotaal 72.102
(6) Percentage regeling 8,5%
(7) = (5 x 6) Kasgeldlimiet 6.129
(8a) = (7>4) ruimte onder de kasgeldlimiet 6.476
(8b) = (4>7) overschrijding van de kasgeldlimiet

Renterisicobeheer

De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de leningenportefeuille met een looptijd van een jaar of langer te beperken. In de Wet fido is het renterisico gemaximeerd op 20% van het begrotingsvolume. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm over 2018 weergegeven. 
Op basis van het werkelijke volume is onze gemeente in 2018 ruimschoots binnen de renterisiconorm gebleven.

x € 1.000
Renterisiconorm en renterisico Werkelijk Begroot
Renterisico op vaste schuld
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g
1b. Renteherziening op vaste schuld u/g
2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a -1b) 0 0
3. Aflossingen 3.345 3.345
4. Renterisico (2 + 3) 3.345 3
Renterisiconorm
5. Volume totale lasten in begroting en rekening (excl. bestemming reserves) 77.527 72.102
6. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 20% 20%
7. Renterisiconorm (5 x 6) 15.505 14.420
Toets renterisiconorm
8. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (7 - 4) 12.160 11.075

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren door verstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. In 2018 is voor een bedrag van bijna € 8 ton hypotheken afgelost. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

x € 1.000
Kredietrisicobeheer op verstrekte gelden Restant schuld ultimo 2018
Rentedragende leningen overig 2.211
Renteloze leningen (verenigingen) 2
Gegarandeerde geldleningen (100%) 4.453
Indirect gegarandeerde geldleningen (WSW-achtervang 50% van € 58.928) 29.464
Totaal 36.130

Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling (een iets oplopende rente voor de langere looptijden) wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte en wordt deze afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin. Uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. We laten daarbij de kortlopende schuld niet onnodig hoog oplopen waardoor lang geld moet worden aangetrokken op een voor onze gemeente ongunstig moment: een evenwichtige spreiding van de aflossingen en rentebetalingen is belangrijk bij een beheersbare liquiditeitsbegroting.

Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren vanaf de meerjarenbegroting 2016 en de jaarrekening 2015 in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.

x € 1.000
Vaste schuld Werkelijk Begroot
Stand 1-1-2018 61.922 61.922
Reguliere aflossing en herfinanciering
Te herfinancieren op begrotingsbasis 0 0
Reguliere aflossing 3.345 3.345
Stand 31-12-2018 58.577 58.577

Leningenportefeuille

De onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen.

x € 1.000
Leningenportefeuille 1-1-2018 Aflossing 31-12-2018 Rentepercentage
Bedrag
Opgenomen geldlening 51.922 2.845 49.077 3,440%
Opgenomen geldlening 4.000 4.000 1,940%
Opgenomen geldlening 6.000 500 5.500 4,165%
Totaal 61.922 - 58.577

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Er is sprake van een financieringsoverschot eind 2018.

x € 1.000
Financieringsbehoefte 31-12-2018 stand per 31-12-2018 inclusief rekening resultaat 31-12-2017
Reserves 22.371 22.424 22.247
Voorzieningen 13.654 13.654 9.215
Vaste geldleningen 58.577 58.577 61.922
Totaal 94.602 94.655 93.384
Vaste activa 76.345 76.345 76.068
Voorraden 11.686 11.686 14.724
Totaal 88.031 88.031 90.792
Financieringstekort (-) cq. overschot (+) 6.571 6.624 2.592

Rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie

In het volgende renteschema is uiteengezet hoe voor 2018 de rente is toegerekend. Het saldo tussen de rente die is doorberekend aan de taakvelden en de werkelijk te betalen rente is verantwoord op het taakveld treasury. Het taakveld treasury is opgenomen in het overzicht van algemene dekkingsmiddelen.

x € 1.000
Renteschema Werkelijk 2018 Begroot 2018
a. De externe rentelasten over de korte en lange termijn 2.054 2.076
b. De externe rentebaten 69 107
Totaal door te berekenen rente 1.985 1.969
c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 493 375
Saldo door te berekenen rente 1.492 1.594
d. Rente over eigen financieringsmiddelen
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 1.371 1.515
f. Renteresultaat op het taakveld treasury 121 79

EMU saldo

Het EMU-saldo is in 1992 door de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) ingevoerd om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden te kunnen maken. In het verleden hanteerde elke staat zijn eigen berekening voor het financieringssaldo. Vergelijken was hierdoor moeilijk. Volgens de regels van de EMU zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, mag het vorderingentekort niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Hiermee wil men de economische sterkte van de eurolanden behouden.

Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU-saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het EMU-saldo over 2018 voor onze gemeente bedraagt € 6.773.000 positief. Er is dus sprake geweest van een positieve vrije kasstroom, geschoond van aflossingen van leningen.

Overige ontwikkelingen

Schatkistbankieren
Decentrale overheden maken verplicht gebruik van schatkistbankieren boven het voor dat jaar geldende drempelbedrag aan overtollige middelen. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2018 ongeveer € 540.000. In 2018 zijn wij boven deze drempel uitgekomen, zodat (verplicht) gebruik is gemaakt van schatkistbankieren door geld af te storten op de rijksrekening. Zie ook het onderdeel schatkistbankieren bij het onderdeel jaarrekening.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort, Jongebloed en Hoen

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

De onderdelen inkoop & aanbesteding en informatisering & automatisering worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking.

Organisatieontwikkeling

Als antwoord op de ontwikkelingen en veranderingen in de maatschappij startten we het doorontwikkeltraject PIM op expeditie. We ontwikkelden binnen deze expeditie de visie op onze organisatie die we willen zijn: 'een flexibele, op de samenleving gerichte organisatie, die zich kenmerkt door Professionele dienstbaarheid, Integraliteit en Maatwerk". Vanuit de expeditie schakelen we samen in de veranderende rol van de gemeente en onze inwoners. In 2018 experimenteerden we onder de vlag van "PIM op expeditie" met verschillende rollen. Te denken valt aan de pilot Omgevingsvisie Nijeholtpade en Griffioenpark 3. Ook werkten we samen met medewerkers aan verbeteringen in onze organisatie. Zo werken we aan acties gericht op vitaliteit en mobiel werken.

Inclusieve organisatie
We zijn een inclusieve arbeidsorganisatie. In 2017 kwamen de SW medewerkers in het groen naar ons over. In 2018 werkten we binnen de gemeentewerf naar tevredenheid verder aan inclusie. Ook in 2018 experimenteerden we met de Pilot Haven in Bedrijf met het insourcen van werkzaamheden als havenmeester. Dit deden we met medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Sociaal Domein
De transformatieopdracht binnen de gebiedsteams krijgt met het project "Next level" een vervolg. Net als "PIM op expeditie" werken we in "Next level" aan nieuwe werkwijzen, vernieuwing, denken we minder vanuit regels en experimenteren we met verschillende rollen. 

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

Pim op expeditie
De ontwikkelagenda van "PIM op expeditie" richtte zich vooral op het samen met medewerkers werken aan verandering.  Verschillende integrale werkgroepen werkten aan thema's, zoals het actualiseren van ons introductiebeleid voor nieuwe medewerkers, mobiel werken, vitaliteit en anders vergaderen. 

Arbeidsmarktcommunicatie
We pasten ons wervingsbeleid en arbeidsmarktcommunicatie aan op basis van onderzoek naar het verbeteren van onze arbeidsmarktcommunicatie.

Vitaliteit
Naast de acties uit de werkgroep vitale gemeente, organiseerden we de Periodiek Medisch Onderzoeken (PMO) voor alle medewerkers. Op hoofdlijnen scoorden we conform de benchmark. De rapportages leverde ons ook concrete adviezen op die we in het actieplan Vitale gemeente verwerken. Te denken valt aan het stimuleren van beweging en gezonde voeding.

Ziekteverzuim
Medewerkers meldden zich minder vaak ziek het afgelopen jaar. De meldingsfrequentie is onder het streefcijfer (1,4) gekomen. Het verzuim is ondanks interventies toegenomen en boven de verzuimnorm (4,1%) uit gekomen. Dit komt met name door niet beïnvloedbaar langdurig verzuim.

Informatieveiligheid en privacy

Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) gegevensuitwisseling met overheidsorganisaties, (keten)partners, burgers, bedrijven en instellingen. Het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van informatie kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering maar kan ook leiden tot imagoschade. Een betrouwbare informatie­voorziening is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente en is de basis voor het beschermen van de rechten van burgers en bedrijven. 
De komende jaren zet onze gemeente dan ook in op het verhogen van de informatieveiligheid en privacy. In 2018 waren er vier speerpunten.

  1. Het invoeren van de nieuwe privacyregels (Algemene Verordening Gegevensbescherming - AVG). Het beeld per eind 2018 is dat we grotendeels klaar zijn met de algemene aspecten (onder andere privacybeleid, procedures rechten van betrokkene, register verwerkingsactiviteiten, overeenkomsten externe partijen) maar dat er binnen de afdelingen, op afdelings- en procesniveau, wel nog het nodige moet gebeuren. Het gaat dan om zorgen voor voldoende kennis over privacy en het borgen van de privacywetgeving in beleid, procedures, processen en werkinstructies.
  2. Het verder invoeren van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG). De BIG is het normenkader voor gemeenten op het gebied van informatiebeveiliging bestaande uit 133 maatregelen die resulteren in 303 beveiligingsmaatregelen.
  3. Het uitvoeren van de zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) waarmee de gemeente jaarlijks verantwoording aflegt over informatieveiligheid. Met ENSIA legt de gemeente verantwoording af over de BIG, de Basisregistratie Personen (BRP), de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), de Digitale persoonsidentificatie (DigiD), de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), de Basisregistratie grootschalige topografie (BGT), de Basisregistratie ondergrond (BRO) en de Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwinet). Ook is dit jaar een korte vragenlijst beantwoord voor Waar Staat Je Gemeente.
  4. Het vergroten van het informatiebeveiligingsbewustzijn van bestuur en medewerkers. In 2018 hebben de medewerkers een e-learning iBewustzijn gevolgd, er is een informatiebijeenkomst over informatieveiligheid en privacy voor de nieuwe raad georganiseerd en er is een vervolgworkshop over informatieveiligheid en privacy georganiseerd voor het college van B&W. Tot slot hebben we een onderzoek laten uitvoeren naar de fysieke beveiliging en het gedrag van medewerkers wanneer een onbevoegd persoon toegang krijgt tot het gemeentehuis (mystery guest).

Rechtmatigheid

Er zijn minder financiële onrechtmatigheden geconstateerd en er zijn meer (zichtbare) controlemaatregelen in de diverse processen ingebouwd in vergelijking met voorgaande jaren. Uiteraard blijven er aandachts- en verbeterpunten, zeker als de uitvoering van processen verandert door wijzigingen in wet- en regelgeving, verandering in personeel, wijzigingen in of implementeren van nieuwe systemen, samenwerking in OWO-verband of met ketenpartners.

In het beleidsplan Interne beheersing gemeente Weststellingwerf (2017-2019) is het speerpunt het invoeren van de risicogerichte interne controle. Het gaat daarbij zowel om de aanwezigheid en werking van de interne beheersmaatregelen als het financieel belang van de processen.

Het jaarplan Interne controle 2018 is uitgevoerd. Er zijn tien processen gecontroleerd. De voortgang van de aanbevelingen van de accountant en de verbijzonderde interne controle is bewaakt via voortgangsrapportages. Na afloop van het controlejaar is een jaarverslag uitgebracht met de belangrijkste resultaten van de controleonderzoeken en overige werkzaamheden.

Bij de begroting 2018 hebben wij aangegeven dat wij met de bestuursverklaring (control-statement) wachten op de landelijke ontwikkelingen. De bestuursverklaring is een verklaring waarmee het college in de jaarstukken verantwoording aflegt aan de raad over de rechtmatigheid, de mate waarin de bedrijfsvoering van onze gemeente financieel en organisatorisch in control is. Inmiddels is bekend geworden dat de jaarstukken 2021 een rechtmatigheidsverklaring van het college moeten bevatten. Zodra meer duidelijkheid is over de eisen waaraan de bestuursverklaring moet voldoen, zullen wij onderzoeken wat de impact is voor de organisatie. Zo nodig komen we met een aanpassing in de uitvoering van de interne controle.

Op 3 december 2018 heeft de Raad het Controleprotocol en het procesnormenkader 2018 vastgesteld.

Voor wat betreft de financiële rechtmatigheid is de conclusie dat de bevindingen die bij de interne controle van de processen zijn geconstateerd ruimschoots onder de goedkeuringstoleranties blijven zoals vastgesteld in het Controleprotocol 2018. Door het toepassen van beheersingsmaatregelen in de processen (functiescheiding tussen uitvoering en autorisatie, toezicht en coördinatie, mandatering, diverse rollen in bedrijfskritische applicaties) en het uitvoeren van interne controles, zijn ook in 2018 de randvoorwaarden voor het uitsluiten van risico's inzake misbruik en oneigenlijk gebruik ingevuld.

Paragraaf OWO-samenwerking

Paragraaf OWO-samenwerking

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

OWO Bedrijfsvoering

Bestuursovereenkomst

De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2014 heeft per 1 juli 2017 zijn voltooiing bereikt. Daarmee kreeg de politiek/bestuurlijke aandacht voor deze samenwerking in 2017 een andere dimensie. Na de bouwfase verkeren de OWO-afdelingen nu in de fase van doorontwikkeling. De huidige OWO-samenwerking voldoet goed en wordt gecontinueerd. Hierbij wordt ingezet op verdere verbetering van de samenwerking. Aan de nieuwe raden wordt overgelaten om een volgende processtap te zetten wat de OWO-samenwerking betreft. De OWO-afdelingsplannen zijn de basis voor de onderlinge financiële vereffening/verrekening tussen de drie gemeenten. Een uniek construct in Nederland. De gezamenlijke beleidsontwikkeling, zoals opgetekend in de bestuursovereenkomst, heeft politiek/bestuurlijk vorm gekregen in de overleggen van de regiegroep en de OWO-portefeuillehouders. 

OWO afdelingen

In 2017 is de Backoffice Sociaal domein in de gemeente Ooststellingwerf als laatste van de OWO-teams gerealiseerd. Daarmee is het bouwproces van de gezamenlijke OWO-afdelingen gereed. De OWO-afdelingen zijn de afdelingen Beheer en Registratie (B&R), gehuisvest in Oosterwolde), Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH, gehuisvest in Gorredijk) en Bedrijfsvoering (BV, gehuisvest in Wolvega). In 2018 zijn bij de OWO-afdelingen de processen verder geharmoniseerd om het effect van de samenvoeging groter te maken. Dit proces gaat de komende jaren verder en nog meer zorgen voor toevoeging van waarde en opbrengsten van de 4K’s: meer Kwaliteit, vermindering Kwetsbaarheid, Kennis en minder (meer) Kosten. De OWO-afdelingen vormen intussen met ongeveer 140 fte een substantieel deel van de drie gemeentelijke organisaties en leveren slagkracht, beperken de kwetsbaarheid, borgen de kwaliteit van de dienstverlening en breiden deze uit, verlagen of beperken de kosten en dragen daarmee bij aan gemeentelijke bestuurskracht.

Afdeling Vergunningen, Handhaving en Toezicht (VTH)

Naast de reguliere wettelijke taken rond vergunningverlening, toezicht en handhaving heeft VTH specifieke vraagstukken opgepakt. Als gevolg van het aantrekken van de bouwsector is de werkdruk toegenomen en de marktsituatie maakt het lastig goed personeel te vinden. De marktsituatie zorgde daarnaast voor fors hogere inhuurtarieven. VTH adviseerde de OWO gemeenten beleidsmatig omtrent de FUMO. VTH heeft, samen met de OWO-gemeenten voorbereidingen getroffen voor de implementatie van de Omgevingswet. Gewerkt is aan analyse en harmonisatie APV voorstellen. 

Afdeling Beheer en Registratie (B&R)

Onderdeel Belasting Vastgoed Informatie (BVI) is sinds 2017 begonnen met de Digitale agenda (2020) voor de belastingen en de basisregistraties. Dit betekent voor belastingen het aanbieden van de aanslagen via MijnOverheid.nl en via het digitaal belastingloket op de website. Voor de basisregistraties hebben we in 2018 de volgende ontwikkelingen doorgevoerd:

  • Alle WOZ-waarden van woningen in heel Nederland zijn openbaar (wettelijke verplichting per 1 oktober 2016) en zijn in te zien via de website ('WOZ- waardeloket') van de gemeente. De aanslagoplegging is voorbereid en kwantitatief en kwalitatief op orde.
  • Om inwoners meer te betrekken en transparant te zijn bij de totstandkoming van de WOZ-waarden hebben we een digitaal loket voor de 'voormeldingen' WOZ (bekend onder 'Tilburgsmodel') ingericht. Over vijf jaar heeft iedere burger binnen de gemeente een check kunnen doen op de onderdelen van zijn woning.
  • BGT (Basiskaart Grootschalige Basiskaart) op weg naar 2020 is een kwaliteitsverbetering van de aanwezige data in voorbereiding op en in samenhang met de Omgevingswet.
  • BVI heeft als taak te zorgen voor kwalitatief goed en actueel BGT bestand en adviseert over het gebruik.
  • Gewerkt is aan het voldoen aan de wetgeving door het omzetten van inhoud naar gebruiksoppervlakte WOZ in 2018.
  • De aansluiting op de berichtenbox van MijnOverheid is succesvol afgerond
  • Diverse migratie en integratie van upgrades en nieuwe modules zijn in het bedrijfssysteem succesvol verlopen.

Onderdeel Backoffice Sociaal Domein heeft de administratieve taken Participatiewet, Applicatiebeheer, het beheer van de financiële administratie en het gegevensbeheer aan derden conform gemaakte afspraken uitgevoerd. 

Afdeling Bedrijfsvoering

Inkoop en aanbesteding

In 2018 is op een juiste wijze toepassing gegeven aan het inkoop en aanbestedingsbeleid. Er is op actieve wijze invulling gegeven aan de zogenoemde maatschappelijke waarden. Voor het onderdeel (speerpunt) lokale en regionale inkoop heeft de Raad een zogenoemde “”tussenstap”” in haar inkoopbeleid opgenomen waardoor nu ook de OWO ondernemers actief worden benaderd voor het uitbrengen van een offerte. Er is een (digitale) tool geïmplementeerd met betrekking tot de uitvoering social return on investment.

Voor wat betreft het verbeteren van de leveranciersrelaties is een leveranciersselectieleidraad opgesteld en nadere toepassing gegeven aan past performance en contractmanagement.

Inkoop en aanbesteding participeert in de werkgroep met betrekking tot de implementatie van e-facturering; vanaf medio november 2018 is het mogelijk om gebruik te maken van e-facturering.

Duurzaamheid is binnen inkoop en aanbesteding een belangrijk onderwerp, een eerste stap met betrekking tot het op te stellen actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) is gezet en wordt verder uitgerold in 2019.

Informatisering en automatisering (I&A)
In het eerste kwartaal 2017 is het meerjarig informatiebeleidsplan 2017-2021 aangeboden voor bestuurlijke vaststelling. Met het meerjarig informatiebeleidsplan wordt een goed beleidskader geboden waarop de inrichting en de werking van I&A in de bedrijfsvoering van de OWO-gemeenten wordt ingericht en geborgd. 

Het I&A-team is sinds de samenvoeging bezig met het integreren en consolideren van de drie ICT-omgevingen. Een enorme klus waar de afgelopen jaren al veel projecten van zijn afgerond. In 2018 heeft uitfasering en de overstap naar eGem plaatsgevonden. De netweaver van Opsterland is uitgeschakeld, Oost- en Weststellingwerf volgen zodra de uitrol van iZaaksuite gereed is. Er is in 2018 vorm gegeven aan het consolideren van de file-servers (mapping structuur directories)
Op het gebied van informatisering zijn de volgende projecten gerealiseerd en/of opgestart:
  • e-facturering
  • implementatie cryptshare
  • voorbereidingen vastgoed systeem
  • voorbereidingen koppeling Csam-idocumenten
  • overige voorbereidingen op onder andere introducties van koppelingen, applicaties (conform jaarplan).

Documentaire Informatie Voorziening
Belangrijkste speerpunt in 2018, was het voorbereiden, inrichten, migreren en operationeel krijgen van het nieuwe DMS (i-Documenten). Ook heeft doorontwikkeling van iZaaksuite plaatsgevonden met onder andere procesondersteuning van de vak applicaties en het maken van koppelingen. iZaaksuite wordt gebruikt voor zaakgericht werken. Dit is een werkwijze om zaken af te handelen op een klantgerichte, resultaatgerichte en transparantie manier. In 2018 zijn verschillende afdelingen in de drie gemeentehuizen bij de overstap begeleid en in het nieuwe werken geïntroduceerd. De planning voor uitrol loopt nog door in 2019, de eerder beschikbaar gestelde incidentele middelen voor deze projectvoering zullen ook in 2019 benodigd zijn.

Het archiefbeheer(zowel analoog als digitaal) heeft veel aandacht gevraagd om aan de kwaliteitseisen archiefinspectie provinciale toezichthouder te voldoen.

Personeel- en salarisadministratie
In 2018 zijn de reguliere werkzaamheden op tijd en volgens afspraak uitgevoerd.
 
Financiële administratie
In 2018 is de invoering in techniek evenals op proces van e-facturering gedaan. Medio november 2018 heeft de eerste e-factuur afwikkeling plaatsgevonden.

Het doel van elektronisch factureren ofwel e-factureren is de huidige verwerking van facturen te automatiseren en het verwerkingsproces te optimaliseren conform afgesproken standaarden. Op deze manier werken ondernemers en gemeenten efficiënter en besparen ze kosten.

Ook bleek in 2018 wederom dat onze betaaltermijn op orde was. 95% van alle rekeningen betalen we op tijd, binnen de afgesproken 30 dagen. Ook in vergelijking met andere gemeenten in Nederland (380 gemeenten in 2017) doen de gemeenten Opsterland. Weststellingwerf en Ooststellingwerf het prima. Wij staan met 3 gemeenten in de top 5 van Friesland en in de top 35 van op tijd betalende Nederlandse gemeenten.

Verzekeringen
Het cluster verzekeren bracht alle verzekeringen bij de OWO gemeenten in kaart en paste stapsgewijs aan waar nodig of deed een nieuwe aanbesteding. In 2018 zijn opnieuw aanbestedingen begeleid van verzekeringen. Conform afspraken zijn schadeclaims behandeld. Ter verbetering van de kwaliteit, continuïteit en informatievoorziening is een proces ondersteunende applicatie geïntroduceerd.
 

Paragraaf Verbonden Partijen

Paragraaf Verbonden Partijen

Portefeuillehouder(s)

College

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

Wij hebben een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. De samenwerkingsvormen worden aangeduid met het begrip 'verbonden partijen''. Hieronder wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is gebaseerd op het uitgangspunt dat onze gemeente alleen participeert in verbonden partijen als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten (van een stichting of vennootschap) staat telkens de doelstelling van de betreffende rechtspersoon geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het veelal om:

  • Efficiency voordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.
  • Wettelijke verplichting

Zeggenschap in de praktijk

De invloed van de gemeenten verloopt via besturen van stichtingen, gemeenschappelijke regelingen, aandeelhouders en de raden van commissarissen en toezicht. In het bestuur van die stichtingen en ondernemingen zijn wij vertegenwoordigd. Via dat bestuur wordt onze invloed aangewend als het gaat om sturing op onder andere financiën, risico’s en toekomstvisie. Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur en dat brengt met zich mee dat de directe invloed per definitie beperkt is. Als zich een meerderheid vormt voor of tegen een voorstel dan is de stem van de enkeling niet doorslaggevend en zal de minderheid zich ook moeten schikken. De democratische controle op de in dit overzicht genoemde ‘partijen’ waarmee de gemeente zich verbonden heeft, ligt bij de gemeenteraad. In de besturen zitten in de meeste gevallen leden van ons college en die verantwoorden zich tegenover de raad op de gebruikelijke wijze.

Financieel belang

Het financiële belang dat is gemoeid met de deelneming in verbonden partijen staat per instelling in de tabel onderaan deze paragraaf.

Beleidsontwikkelingen enkele samenwerkingsverbanden

Veiligheidsregio Fryslân
De informatie over de VRF komt uit de tweede bestuursrapportage en gaat over januari tot augustus 2018. De volledige verantwoording richting de gemeenteraad van de VRF volgt zodra de jaarrekening van de VRF 2018 klaar is.
De tweede bestuursrapportage van de VRF gaat ervan uit dat het totale resultaat voor 2018 uitkomt op afgerond € 470.000 positief.
Voor het programma Gezondheid is het resultaat € 230.000. Deze uitkomst is per saldo een gevolg van lagere kosten (vacatures en lagere inschaling) en hogere inkomsten (subsidie artsen in opleiding, reizigersvaccinatie en arrestantenzorg).
De prognose voor het resultaat van programma Brandweer is € 50.000 (positief). Dit resultaat wordt veroorzaakt door een lagere heffing vennootschapsbelasting dan begroot. Daar staan echter extra frictiekosten personeel en extra opleidingskosten tegenover.
Voor het programma Crisisbeheersing wordt een positief resultaat van € 190.000 verwacht. Door het tijdelijk niet invullen van vacatures bij personele wisselingen is een incidenteel voordeel ontstaan in de personele kosten. Daarnaast vielen de kosten van een aantal vakbekwaamheidstrainingen mee.
De verwachting van het eindresultaat 2018 voor het programma Organisatie VRF is € 0.

Welstandszorg Hûs en Hiem
Vanaf 2013 is Hûs en Hiem omgebouwd naar een kleinere, flexibele organisatie. Uit de tot nu toe ontvangen kwartaalrapportages wordt duidelijk dat de aantrekkende economie heeft geleid tot meer adviesaanvragen. Naar verwachting sluit de jaarrekening van Hûs en Hiem daardoor met een positief resultaat.
In 2018 is onder aansturing van de Vereniging Friese Gemeenten een onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van de welstandstoets. Op 19 december 2018 heeft de werkgroep het rapport "Borging en versterking ruimtelijke kwaliteit bebouwde omgeving" opgeleverd. Begin 2019 zal een aanvullend onderzoek worden uitgevoerd waarbij wordt ingezoomd op de vraag hoe een toekomstige organisatie moet worden vormgegeven. Beide rapporten kunnen dan de basis zijn voor de discussie over de toekomst van Hûs en Hiem. 

FUMO
Per 1 januari 2014 is onze gemeente toegetreden tot de gemeenschappelijk regeling FUMO. De basistaken op het gebied van vergunningverlening en toezicht zijn ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling. De OWO-gemeenten hebben er bewust voor gekozen de zogenaamde plustaken in eigen beheer te blijven uitvoeren. Met de inwerkingtreding van het Besluit VTH in 2017 is het aantal basistaken uitgebreid. Deze extra basistaken, die verplicht moeten worden overgedragen naar de FUMO, worden per 1 januari 2020 overgedragen. Deze datum is tot stand gekomen na regionaal overleg in Friesland. Los van deze extra basistaken loopt momenteel ook het project FUMO 2.0 waarbij de inzet is om de basis op orde te krijgen bij de FUMO. 

Omrin
Wij zijn samen met de Friese gemeenten (met uitzondering van Smallingerland) aandeelhouder van Afvalsturing Friesland (met handelsnaam Omrin). Omrin is tot stand gekomen nadat de Friese gemeenten de wens tot meer integrale samenwerking op het gebied van afval binnen de provincie hadden aangegeven. Doelstelling van de samenwerking is een betere kostenbeheersing en meer invloed op het ketenbeheer. De aangesloten gemeenten hebben een leveringsplicht aan Omrin. De visie van Omrin luidt als volgt: “toonaangevend in inzameling en be- en verwerking, terugwinnen van grondstoffen en productie van duurzame energie”. Omrin is continue bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de transitie Van afval naar grondstof (Vang). Vanuit de visie is Omrin ook aanjager van het principe circulaire economie. Voorbeeld hiervan is de in gebruik genomen installatie voor het sorteren van kunststof in vijf verschillende stromen die ieder voor zich goed geschikt zijn om te worden gebruikt als grondstof voor nieuwe producten.  

De Marrekrite
Voor aanleg en onderhoud van recreatieve voorzieningen in Friesland is in 1957 de gemeenschappelijke regeling De Marrekrite ingesteld. De belangrijkste taak is het beheer en onderhoud van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen en het fietsknooppuntennetwerk. In 2017 is het beheer en onderhoud van routenetwerken (borden) in de provincie Friesland aan de werkzaamheden van de Marrekrite toegevoegd. Ook het aanleggen, aanpassen en uitbreiden van het wandel- en fietsknooppuntensysteem is onderdeel van het werk van de Marrekrite. Het gebruikelijke onderhoud van de fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie en de gemeenten.

Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV
Caparis NV is het uitvoeringsbedrijf van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) voor de GR SW Fryslân. De GR is opgericht voor de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheden met betrekking tot de wettelijke taken voortvloeiend uit de Wsw. Weststellingwerf is één van de acht deelnemende gemeenten in deze GR. Dezelfde acht gemeenten zijn aandeelhouder van Caparis NV. De Wsw is beëindigd per 1 januari 2015 en nieuwe instroom is niet meer mogelijk. Iedereen die op dat moment een dienstverband in het kader van de Wsw had, behoudt zijn rechten. Dit betekent dat, zonder ingrijpen, het bedrijf door natuurlijk verloop langzaam inkrimpt over een periode van 30 jaar. De deelnemende gemeenten vinden dit een onwenselijke situatie. Daarom wordt gewerkt aan een versnelde herstructurering. In 2018 is er een externe projectleider aangesteld die leiding geeft aan de herstructureringsopdracht. Binnen de gemeente Weststellingwerf is een position paper ontwikkeld, onze inhoudelijke start en uitgangspunt waar het gaat om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Tot op heden zijn de definitieve plannen voor de herstructurering nog niet vastgesteld. Verwachting is dat dit in de eerste helft van 2019 zal gaan gebeuren. De medewerkers die werkzaam zijn in het openbaar groenonderhoud zijn in oktober 2017 in dienst gekomen van de gemeente Weststellingwerf.

Stichting Comprix
Stichting Comprix is verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs in de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf en Opsterland. In 2015-2016 is door het bestuur van de toenmalige stichting Comperio gewerkt aan de samenwerking en fusie met Stichting PRIMO Opsterland. Met ingang van 1 januari 2017 is er sprake van één stichting waardoor een goede balans is ontstaan tussen bovenschoolse organisatie en het scholenbestand/leerlingenaantal. Comprix houdt zich vooral bezig met het behoud van de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie OWO-gemeenten.

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.
Onze gemeente is sinds begin 2018 deelnemer in de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. Voorheen was dit Stichting Openbare Verlichting Fryslân (SOVF). Deze coöperatie doet het onderhoud aan de openbare verlichting van de meeste Friese gemeenten en de provincie Fryslân. Daarnaast koopt de coöperatie energie in voor deze partijen.

Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt 

Veiligheidsregio Fryslân
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel door schaalvergroting
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2018  Veiligheid € 1.263.061 Gezondheid € 856.922
Ontwikkelingen 2018 Beschermen en bevorderen gezondheid en veiligheid van inwoners in Friesland. Door verbeterde zorg, crisisbeheersing en digitale beveiliging.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 2.342.000 € 53.791.000
31-12-2017 € 3.042.000 € 55.525.000
Resultaat 2017 € 1.271.000
Portefeuillehouder Van de Nadort
FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)
Vestigingsplaats Grou
Doel deelname Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2018 € 217.672
Ontwikkelingen 2018 De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken. Doel van de FUMO is het realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 430.704 € 1.652.068
31-12-2017 € 5.729 € 3.883.034
Resultaat 2017 € -193.301
Portefeuillehouder Jongebloed
GR Hus en Hiem
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel
Belang In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.
Ontwikkelingen 2018 Door de aantrekkende economie zijn er meer adviesaanvragen binnen gekomen. Verder is  Hus en Hiem bezig geweest om in beeld te brengen hoe men kan anticiperen op de nieuwe wetgeving.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 165.742 € 107.080
31-12-2017 € 321.942 € 93.672
Resultaat 2017 € 156.200
Portefeuillehouder Zonderland
Recreatieschap voor het Friese Waterland 'De Marrekrite'
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten
Belang Exploitatiebijdrage 2018 € 27.814 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.
Ontwikkelingen 2018 Duurzame (vervangings)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 4.410.207 € 635.465
31-12-2017 € 4.012.195 € 1.520.946
Resultaat 2017 € -398.012
Portefeuillehouder Hoen
OLAF / OMRIN 
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf  provincie Fryslân en de Friese gemeenten
Belang Zie onder OMRIN
Ontwikkelingen 2018 Zie onder OMRIN
Vermogen Zie onder OMRIN
Resultaat 2017 Zie onder OMRIN
Portefeuillehouder Rikkers
GR SW Fryslân
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel
Belang Exploitatiebijdrage 2018 € 4.476.291 (SW-loonkosten incl. opslag)
Ontwikkelingen 2018 We staan voor een vereenvoudiging van de Governance structuur van Caparis NV en GR SW Fryslân. Er vindt een onderzoek plaats naar de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de dubbele structuur. Een werkgroep heeft de opdracht gekregen een onderzoek te doen naar de mogelijkheden en consequenties die een vereenvoudiging met zich meebrengt.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 690.000 € 8.266.000
31-12-2017 € 625.000 € 6.394.000
Resultaat 2017 € 65.000
Portefeuillehouder Rikkers

2. Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen
Belang Deelname € 120.892
Ontwikkelingen 2018 Voorkomen schuldproblematiek.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 2.450.000 € 32.864.000
31-12-2017 € 2.392.000 € 35.692.000
Resultaat 2017 Niet bekend
Portefeuillehouder Rikkers
Stichting FRIGEM
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Krachtenbundeling aandeelhouders (voormalig) Essent
Opmerking Gezamenlijke vertegenwoordiging oud-aandeelhouders NV FRIGEM in aandeelhoudersvergadering (voormalig) Essent. Lid college in bestuur
Belang Geen
Ontwikkelingen 2018 Er worden geen gemeentelijke taken uitgevoerd.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2017 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Jongebloed 
Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)
Vestigingsplaats Wolvega
Doel deelname Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.
Belang Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.
Ontwikkelingen 2018 Geen specifieke ontwikkelingen
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 6.366.465 € 5.941.409
31-12-2017 € 6.413.448 € 5.559.347
Resultaat 2017 € 46.982
Portefeuillehouder Hoen
Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. 
Vestigingsplaats Sneek
Doel deelname Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.
Belang Exploitatiebijdrage 2018 € 26.124
Ontwikkelingen 2018 Professionalisering van dit samenwerkingsverband op het gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie verder ontwikkelen.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2017 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Rikkers

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

Caparis NV
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering geven aan de WSW
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel
Belang De gemeente is aandeelhouder.
Ontwikkelingen 2018 Zie de ontwikkelingen GR SW Fryslân
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 13.920.000 € 9.966.000
31-12-2017 € 16.091.000 € 7.505.000
Resultaat 2017 € 2.171
Portefeuillehouder Jongebloed
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doel deelname BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Belang Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178
Ontwikkelingen 2018 Geen specifieke ontwikkelingen.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 4.486.000.000 € 149.514.000.000
31-12-2017 € 4.953.000.000­ € 135.072.000.000
Resultaat 2017 € 393.000.000
Portefeuillehouder Jongebloed 
OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000
Ontwikkelingen 2018 Omrin is bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de transitie Van afval naar grondstof (Vang). Vanuit die visie is Omrin ook aanjager van het principe circulaire economie.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2017 € 44.721.000 € 180.871.000
31-12-2017 € 48.680.000 € 160.130.000
Resultaat 2017 € 4.080.000
Portefeuillehouder Rikkers

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf grondbeleid

Portefeuillehouder Jongebloed en Zonderland
Organisatie Ruimte

Algemeen

De toenemende belangstelling voor woningbouwlocaties en bedrijventerreinen door een aantrekkende economie was ook in Weststellingwerf wederom merkbaar. Dit blijkt uit de verkoop van 1,7 hectare bedrijventerrein en bouwgrond voor 58 woningen / appartementen in de Lindewijk. Voor zover het binnen de mogelijkheden van de gemeente ligt wordt een belangstellende zoveel mogelijk gefaciliteerd.  

Parameters

De grondexploitaties zijn beoordeeld en geactualiseerd.  De parameters kostenstijging (1,5)% en opbrengststijging (1%) zijn ongewijzigd. Het rentepercentage is gewijzigd van 2,56% in 2018 naar 2,61% voor 2019. De disconteringsvoet voor de omvangbepaling verliesvoorzieningen is 2%.

Marketing

Bij de verkoop van woningbouwkavels en de bedrijventerreinen is het belangrijk om een zo'n groot mogelijk publiek te bereiken. Hiervoor zijn diverse communicatiemiddelen ingezet.
Hieronder een samenvatting van de acties die hebben plaatsgevonden:

  • Bouwbord geplaatst op bouwkavels De Tuinen te Wolvega;
  • Stickers op bouwborden met de verlaagde verkoopprijs van de kavels aan de Heerenveenseweg te Wolvega;
  • Optiestickers op de bouwborden aan de Heerenveenseweg en De Tuinen;
  • Verkopen en nieuwbouw op bedrijventerreinen Uitbreiding Schipsloot en De Plantage te Wolvega bekend gemaakt in de Nieuwsbrief Ondernemers;
  • Expeditie Lindewijk, een route langs de kavels die nog te koop zijn;
  • Rondje Lindewijk, een prestatieloop in de woonwijk;
  • Paardenmarathon Lindewijk, deels door de woonwijk;
  • Persbericht over de start van het nieuwbouwproject in Noordwolde op de voormalige locatie van de Renbaanschool;
  • Nieuwsitems geplaatst op social media bijv. de kortingsacties van de Heerenveenseweg en De Tuinen;
  • Actueel houden van de informatie op de websites www.weststellingwerf.nl en www.lindewijk.nl;
  • Nieuwsbrieven belangstellenden Lindewijk;
  • Diverse advertenties van de woningbouwkavels in verschillende kranten;
  • Diverse PR voor Lindewijk met bijvoorbeeld een vier seizoenen welkomstdoek, berichten via social media met ook een koppeling aan aanverwante activiteiten, zoals Lindebuurtfeest, nationale modderdag basisscholen, cursus Loop je Fit ter voorbereiding op Rondje Lindewijk).

Vennootschapsbelasting

Jaarlijks toetsten wij of we Vennootschapsbelasting (VPB) moeten betalen over ondernemingsactiviteiten. Het verkopen van grond kan namelijk gezien worden als een ondernemingsactiviteit. Voor 2018 en de volgende jaren is de gemeente geen ondernemer volgens de VPB. Ook niet voor de grondverkopen. We hoeven deze belasting dus niet te betalen.

Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG)

Door wijzigingen in 2016 in de landelijke regelgeving (BBV) bestaat de categorie niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) niet meer. Deze voormalige NIEGG gronden staan op dit moment tegen de huidige boekwaarde op de balans onder de materiële vaste activa (categorie gronden en terreinen). Deze bestaan uit Lindewijk fase 2 en Bedrijvenlandgoed Helomastate.

Uiterlijk 31-12-2019 moet worden besloten of deze gronden in exploitatie worden genomen. Op het moment dat de beslissing valt moet de waarde van de deze gronden worden aangepast naar de nieuwe bestemming. Ingeval dit een lagere waarde is dan op de balans wordt gepresenteerd, dan wordt op de gronden afgeboekt voor 31 december 2019. 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Er zijn zeven grondexploitaties waarvan vier woningbouwlocaties en drie bedrijventerreinen.

Woningbouwlocaties

De Tuinen te Wolvega
In dit plangebied is van de twee onbebouwde kavels één verkocht. Deze verkoop is het resultaat geweest van een kortingsactie van € 20.000 vrij op naam (V.o.n.) voor de periode 15 juli tot en met 31 december 2018.  Tevens is er nog 400 m² verkocht ter uitbreiding van een bestaand perceel. Nu er nog een kavel moet worden verkocht, wordt de looptijd verlengd van deze grondexploitatie. De kortingsactie en de verlenging van de looptijd heeft een negatief gevolg op de grondexploitatie zodat de bestaande voorziening wordt verhoogd.

Oldeholtpade Noord Oost
Alle woningen aan de Voorkamp zijn afgelopen jaar gebouwd en bewoond. Hierdoor is dit jaar deze straat definitief ingericht met bomen, lantaarnpalen en ruimte voor parkeren. Aan de Weidekamp is één kavel verkocht, zodat er nog één kavel te koop is. De verwachte looptijd van deze exploitatie is tot en met 2019.

Lindewijk te Wolvega
Er zijn 58 kavels daadwerkelijk verkocht. Daarmee zijn de verwachte inkomsten nagenoeg gerealiseerd. De uitgaven zijn lager uitgevallen dan geraamd. Dit resulteert in een afname van de boekwaarde van deelgebied 1. Per 31 december 2018 liggen er 40 opties op projectmatige bouwkavels en 7 op particuliere bouwkavels. Afgelopen jaar is op de valreep ook de grond voor de kopkavels van het Heideblauwtje van Staatsbosbeheer verworven. Ook zijn de gronden aan het Icarusblauwtje bouwrijp gemaakt. Verder zijn onder andere de verkeersbrug naar het Heideblauwtje en de bouw ontsluitingsweg langs de Distelvlinder gerealiseerd. In totaal zijn van de totaal 580 te realiseren woningen in deelgebied 1 inmiddels 380 woningen (65%) bewoond.

Locatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
Dit is een vrij nieuw plangebied dat in 2016 in exploitatie is genomen. Van de projectmatige kavels is er één verkocht voor de bouw van vier rijwoningen. Deze woningen zijn dit jaar gebouwd en bewoond. Eén projectkavel voor nogmaals vier rijwoningen is gereserveerd. De andere twee projectkavels waren ook gereserveerd, maar vanwege onvoldoende belangstelling voor het bouwplan zijn de kavels weer beschikbaar gekomen. Op verzoek van de ontwikkelaar is er ruimte geboden voor een alternatief bouwplan dat uiteindelijk niet haalbaar bleek.
Van de 7 particuliere kavels is er één in optie uitgegeven.  

Bedrijventerreinen

Er zijn met 30 bedrijven gesprekken gevoerd over de vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen in Wolvega. Voor Uitbreiding Schipsloot heeft dit geleid tot verkopen en voor De Plantage niet. Een aantal bedrijven moet bijvoorbeeld nog een strategische keuze te maken die tijd vraagt of heeft gekozen op hun huidige bedrijfslocatie te blijven. Ook zijn er bedrijven nog bezig met hun plannen waarover in 2019 meer duidelijkheid wordt verwacht. In de gesprekken met de bedrijven wordt zoveel mogelijk gefaciliteerd bijvoorbeeld door flexibiliteit in kavelgrootte, ondersteuning bij planvorming/bouwplan en maatwerk.

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
De geraamde verkopen zijn in dit plangebied ruim gehaald. Er is circa 1,7 hectare bedrijventerrein verkocht aan drie verschillende lokale bedrijven. In alle drie situaties is er een herverkaveling uitgevoerd om grotere kavels te kunnen aanbieden. Ook is er een reservering op een kavel voor wonen/werken aan de Messingstraat. In 2019 zal blijken of deze reservering wordt omgezet in verkoop. Voor de realisatie van het bouwplan wordt medewerking verleend door aanpassing van de rooilijn en kleinere afstanden tot de erfgrens. Hiermee wordt geanticipeerd op een aanpassing van de beheersverordening en beeldkwaliteitsplan.

De Plantage
Een bedrijf dat enkele jaren geleden al de kavel had gekocht is gestart met de bouw van het bedrijvenverzamelgebouw. Voor een optimale situering van het bedrijfsgebouw op de kavel, is er nog een strook grond verkocht. Voor een zichtlocatie (twee kavels) zijn gesprekken geweest met een bedrijf uit de regio. Na een verkenning van schetsontwerpen en het toetsen van de financiële haalbaarheid wordt in 2019 een definitieve beslissing verwacht.

Noord West III te Wolvega
Er is nog één zichtlocatie te koop. Een belangstellend bedrijf heeft verzocht om een deel van het perceel te kopen. Dit verzoek is afgewezen omdat het geen werkgelegenheid zou opleveren en de activiteit niet passend is op een zichtlocatie. Het bedrijf oriënteert zich op alternatieven. De exploitatie heeft nog een looptijd tot en met 2019. Vanwege het niet realiseren van de verwachte verkoop is een verhoging van de voorziening noodzakelijk.

Boekwaarde bouwgronden

x € 1000
Grondexploitaties boekwaarden (BW) Gerealiseerde waarde 31-12-2018 Verliesvoorziening tot 2018 Winstuitname tot 2018 Balanswaarde 1-1-2018 Investeringen 2018 Opbrengsten 2018 Verliesvoorziening 2018 Winstuitneming 2018 Balanswaarde 31-12-2018
Woningbouwterreinen
Wolvega De Tuinen - 1.514 55 1.950 381 26 206 65 - 136
Oldeholtpade Noord Oost - 651 30 618 - 63 58 120 - 20 - - 105
Wolvega Lindewijk deelgebied I 8.634 1.464 - 7.171 1.687 3.515 - 173 - 5.515
Noordwolde Locatie Renbaanschool 395 - - 395 37 106 - 8 335
Totaal 6.864 1.549 2.568 7.884 1.809 3.947 - 128 8 5.881
Bedrijventerreinen
Wolvega Noord West III 447 358 - 89 37 - 40 - 86
Wolvega Schipsloot 5.007 672 - 4.335 179 601 322 - 3.591
Wolvega De Plantage 4.787 2.373 - 2.414 163 229 221 - 2.127
Totaal 10.241 3.403 - 6.838 379 830 583 - 5.804
Totaal 17.106 4.952 2.568 14.722 2.188 4.778 455 8 11.686

Toelichting tabel

De gerealiseerde waarde is het totaalbedrag van alle investeringen en opbrengsten uit het verleden.
Balanswaarde is de gerealiseerde waarde inclusief de verliesvoorzieningen en winstuitnames.
Verliesvoorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd per grondexploitatie en berekend op basis van de netto contante waarde(NCW) van 2%.
Winstnemingen worden jaarlijks berekend over de winstgevende grondexploitaties met de Percentage of Completion Methode (POC) met een voorzichtigheidspercentage van 15%.
De POC methode is de opbrengsten en kosten naar rato van de prestatie verwerken. Hierdoor ontstaat er inzicht in de financiële gevolgen tijdens een boekjaar en worden de opbrengsten en kosten in de winst- en verliesrekening verantwoord.

In de toelichting op de balans onder de vlottende activa worden de prognoses van kosten, opbrengsten, eindwaardes en resterende looptijd getoond.

Wijziging in voorziening of winstuitname per grondexploitatie in 2018. 
-
Oldeholtpade is momenteel een winstgevende grondexploitatie. Omdat er in het verleden een voorziening is geboekt voor verlies wordt die voorziening nu verlaagd/opgeheven.
-Bij Lindewijk deelgebied 1 is in het verleden een grote voorziening vanwege verliezen geboekt. Met de realisatie van 2018 en de nieuwe prognose is het te verwachten verlies lager. Met de hoogte van de verliesvoorziening van de Lindewijk deelgebied 1 houden we rekening met het gehele resultaat voor de Lindewijk, dit is inclusief Lindewijk deelgebied 2.
-Renbaanschool behaalde een winst van € 8.000 in 2018. Dit wordt getoond in de kolom winstneming 2018.
-Bij De Tuinen, Noord West III, Schipsloot en De Plantage zijn de verliesvoorzieningen gestegen vanwege het jaarresultaat, nieuwe prognoses en het gewijzigde rentetarief. 

Paragraaf 't “Hek” binnen het Sociaal domein

Paragraaf 't Hek binnen het Sociaal domein

Portefeuillehouder

Rikkers en Zonderland

Organisatie

Sociaal domein

Inleiding

In 2015 werd 't Hek in de begroting geïntroduceerd om de middelen die toen voor het Sociaal domein beschikbaar waren zo efficiënt, effectief en flexibel mogelijk in te kunnen zetten. Dit ondanks de grote onzekerheden waarmee de verschillende deelbudgetten werden omgeven. Inmiddels hebben we meer inzicht in de ontwikkelingen van de verschillende deelbudgetten gekregen. De Integratie Uitkering Sociaal Domein komt na 2018 te vervallen, en wordt dan onderdeel van de Algemene Uitkering van de gemeente. Deze ontwikkeling en veranderende BBV-voorschriften maken dat de noodzaak voor 't Hek vervalt met ingang van 2019.

Financiële ontwikkelingen

De financiële ontwikkelingen van 't Hek Sociaal Domein zijn uitgewerkt in de baten en lasten in Programma 6 Sociaal Domein.

Na de zomer van 2018 zijn de Friese gemeenten gestart met een Taskforce Jeugd. Doel van dit onderzoek is te kijken naar de kostenontwikkeling binnen Jeugd, en waar de sturingsmogelijkheden liggen. Op 25 april 2019 zijn de rapporten van de Taskforce Jeugd gepubliceerd.

De financiële resultaten voor 2018 zijn gecomprimeerd op hoofdlijnen:

Toelichting per beleidsveld: Bedrag Voor- of nadeel
Participatie  534.196 V
WMO -429.762 N
Jeugd -3.317.226 N
Overig 1.703.669 V
Totaal -1.509.114 N
     

 

Participatie

Op alle 3 de beleidsterreinen van Participatie ontstaan voordelen.

Op het beleidsterrein Arbeidsparticipatie ontstaan de voordelen op afrekeningen van ESF-trajecten en lagere bijdragen in scholing. Deze voordelen zijn in principe incidenteel.

Op het beleidsterrein Begeleide Participatie heeft het incidentele voordeel vooral te maken met een afrekening met de GR SW Caparis.

Op inkomensregelingen ontstaat het resultaat vooral op de ontvangen BUIG. Het aantal actuele uitkeringen was eind 2018 (peil 11 januari 2019) 463. Dit aantal bestond uit 30 IOW en 433 WWB uitkeringen.
Het aantal uitkeringen en uitkeringsgerechtigden neemt in 2018 af. In de kosten van inkomensregelingen is dit niet direct zichtbaar vanwege hogere kosten per uitkering.
Wel zien we dit voordeel terug in de ontvangen BUIG, aan de inkomstenkant.

WMO

In algemene zin waren in 2018 er 4.192 WMO-voorzieningen geregistreerd onder 1.920 cliënten. In 2017 waren er 3.972 voorzieningen onder 1.880 cliënten.
Vanwege de AVG is 1 type voorziening niet opgenomen in het overzicht en de telling vanwege herleidbaarheid.

De WMO valt uiteen in verschillende voorzieningen:

Analyse WMO voorzieningen 2017 2018
Begeleiding 986 1079
Hulp bij Huishouden 851 913
Rolstoel 345 353
Vervoer 888 914
Woonvoorziening 309 314
Subtotaal 3.379 3.573
Parkeerkaart 593 619
Totaal 3972 4192

Naast de ontwikkeling in cliëntenaantallen speelt voor de WMO ook de bijdrage aan de centrumregeling Beschermd Wonen mee. Deze valt in 2018 circa € 150.000 hoger uit dan verwacht.
Dit lijkt een structurele ontwikkeling te gaan worden die de komende tijd aandacht gaat vragen.

Jeugd

Uit een eerste analyse van de ontwikkelingen voor Jeugd komt naar voren dat de kostenontwikkeling voor Weststellingwerf niet ontstaat uit een toename van het aantal cliënten.
In 2017 waren er 686 unieke jeugdcliënten op 1.844 producten. In 2018 waren dat 625 unieke cliënten. Vanwege een andere inkoopsystematiek zijn beide jaren verder lastig te vergelijken.
Op 625 unieke cliënten kwamen 1.061 profielen voor. Vanuit het perspectief van het terugdringen van meerdere profielen/producten per cliënt lijkt dat geslaagd.

Een deel van de kosten voor Jeugd zitten in 2018 in zogenaamde conversiecliënten,. Dit zijn cliënten die in 2017 al een zorgvoorziening hadden die is omgezet naar 2018.
Bij dit type cliënt zijn bij de conversie eenmalige kosten gemoeid. In 2018 gaat het bij Weststellingwerf om 131 profielen met € 725.000 aan eenmalige kosten. Hiervan wordt € 363.000 (50 %) aan incidentele extra kosten gezien

In 2018 zijn voor € 1.718.000 aan kosten uit eerdere jaren opgenomen.  Voor € 1.246.000 had dit betrekking op afrekeningen uit 2017. Meer dan de helft van de afrekeningen was afkomstig van JHF. Ook Accare en GGZ Friesland hadden hier een groot aandeel in. Hier was voor € 792.000 rekening mee gehouden. Voor € 345.000 had betrekking op 2016, wederom vooral afkomstig van JHF, Accare en een kleiner deel GGZ Friesland. Voor € 127.000 had betrekking op 2015, met wederom de zelfde partijen goed vertegenwoordigd.
In 2018 zijn door verschillende partijen administraties opgeschoond. Vooral JHF heeft veel achterstanden weg moeten werken. De verwachting is dat voor de gemeente de meeste kosten over voorgaande jaren nu wel geweest zijn.
Daar sinds medio 2018 vanuit de gemeente gewerkt wordt met een verplichtingenadministratie is ook beter te voorspellen welke rekeningen nog te verwachten zijn.

Tot 2018 hanteerden zorgaanbieders de Diagnose Behandel Combinatie, waarbij achteraf bij beëindiging van het zorgtraject werd afgerekend. Dit mag met ingang van 2018 niet meer.
Dit heeft in de jaarrekening 2017 tot extra eenmalige kosten geleid. Vanaf 2018 geldt echter dat voor hersteltrajecten 70 % van de trajectkosten wordt vooruitbetaald.
De gemeente begint met de vooruitbetaling vanaf het moment dat de zorgverlening start. Dat wil echter nog niet zeggen dat alle zorg ook al geleverd is.
In de jaarrekening 2018 is voor € 160.000 al rekening gehouden met een positie aan onderhanden werk (OHW) voor jeugdcliënten, op basis van door zorgaanbieders opgegeven OHW-posities.
De uitgaven 2018 voor Jeugd zijn hier op gecorrigeerd. Dat betekent dat deze kosten op toekomstige jaren gaan drukken.
Bij het opstellen van de najaarsnota 2018 was de verwachting dat het aandeel OHW groter zou zijn dan nu op basis van de door zorgaanbieders opgegeven positie is aangegeven.

Op basis van door zorgaanbieders ingediende productverantwoordingen over 2018 zijn ook de kosten voor duurzame trajecten en overige trajecten (bijv. dyslexie, verblijf) bekeken.
In de jaarrekening 2018 is voor € 83.160 aan nog te betalen kosten voor deze trajecten opgenomen.

Voor 2018 lijkt de toename aan kosten op Jeugd voor € 1.249.500 een incidenteel karakter te hebben. Vooralsnog houden we rekening met een structureel bedrag van maximaal € 2 miljoen.  Over het structurele deel wordt u nader geïnformeerd via de kadernota 2020-2023.

Transformatie is een langdurig proces

Ook in 2018 stond de transformatieopdracht centraal in het Sociaal domein. Vanaf 2018 wordt een nieuw inkoopmodel voor  Jeugdhulp gehanteerd in Friesland. De bedoeling van het inkoopmodel is om samen met de zorgaanbieders en andere stakeholders de transformatie vorm te geven. In 2018 is de focus in ieder geval al veel meer op het te bereiken resultaat komen te liggen. De transformatie in het zorgaanbod zal ook worden gebruikt in de voorbereiding van de nieuwe inkoop Wmo na 2019. Gemeentelijk hebben wij collectieve voorzieningen en preventieve inzet als speerpunten gekozen. Hiermee geven we richting aan de doorontwikkeling van de transformatie.

Meerdere (directe) doorverwijzers

Van de jeugdcliënten ziet het gemeentelijke gebiedsteam er bijna 40 %. De meeste jeugdcliënten worden niet via de gemeente doorverwezen. Directe doorverwijzers zijn bijvoorbeeld huisartsen (33 %), medisch specialisten (7 %) en gecertificeerde instellingen (10 %).

Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan

De administratieve processen bij zowel de gemeente als bij zorgaanbieders komen steeds beter op orde. De gemeente Weststellingwerf werkt met het gestandaardiseerde berichtenverkeer. De administratieve uitvoering ligt bij de OWO-Backoffice. Met behulp van een verplichtingenadministratie zijn opdrachten en declaraties goed in beeld en goed te volgen. Zorgaanbieders dienen jaarlijks een productverantwoording over de geleverde omzet per gemeente in.

Voor de WMO gaat in slechts enkele gevallen de aanlevering van productverantwoordingen nog niet goed. Alle zorgaanbieders die een productie > € 125.000 hadden konden een goedkeurende accountantsverklaring overleggen.

Voor Jeugd geldt dat het toezicht op de productverantwoordingen primair bij SDF ligt. Vanwege de nieuwe inkoopsystematiek hebben deze verantwoordingen wat meer tijd en energie gekost. In slechts enkele (kleine) lokale gevallen gaat de aanlevering van verantwoordingen niet goed.  In het kader van het regionale contractmanagement is in 2018 gewerkt aan de technische en juridische inrichting van een datahub. Verwachting is dat deze medio 2019 draait. Met deze datahub is een verdere verbeterslag mogelijk. Ook zal de pilot Horizontaal Toezicht dan verder zijn beslag krijgen.

 

Herstructurering Caparis NV en samenwerking GR SW Fryslân

De herstructurering Caparis NV en samenwerking in de GR SW Fryslan heeft ook in 2018 weer prominent op de agenda gestaan. Weststellingwerf heeft een duidelijke visie geformuleerd op de GR. Deze heeft voor ons geen toegevoegde waarde meer. We hebben behoefte aan een transparante en flexibele organisatievorm, waarmee we als Weststellingwerf een inkooprelatie prefereren. We gaan er daarbij van uit dat voor de doelgroep beschut werk voldoende en goede werkplekken beschikbaar zijn bij Caparis.

Tabel 't Hek' binnen het Sociaal Domein

Bedragen x 1.000
Lasten Rekening 2018 Rekening 2017 Begroting 2018 Verschil 2018
Participatie:
Arbeidsparticipatie 932 843 1.017 85
Begeleide participatie 4.745 6.082 4.881 136
Inkomensregelingen 8.642 9.201 8.645 3
Totaal Participatie 14.319 16.127 14.543 224
WMO:
Geëscaleerde zorg 18+ 257 253 82 -175
Maatwerkdienstverlening 18+ 4.943 4.871 4.340 -603
Maatwerkvoorzieningen (WMO) 553 434 761 208
Totaal WMO 5.753 5.558 5.183 - 570
Jeugdzorg
Geëscaleerde zorg 18- 1.484 1.046 1.159 -325
Maatwerkdienstverlening 18- 7.102 6.159 4.109 -2.993
Totaal Jeugdzorg 8.586 7.205 5.268 - 3.318
Overig:
Wijkteams 1.335 1.100 1.471 136
Overige baten en lasten 191 2 1.725 1.534
Totaal Overig: 1.526 1.102 3.196 1.670
Totaal Lasten 30.184 29.991 28.190 - 1.994
Baten Rekening 2018 Rekening 2017 Begroting 2018 Verschil 2018
Participatie:
Arbeidsparticipatie 106 287 68 -38
Begeleide participatie 0 0
Inkomensregelingen 7.978 6.620 7.706 -272
Totaal Participatie 8.084 6.907 7.774 - 310
WMO:
Geëscaleerde zorg 18+ 0 0
Maatwerkdienstverlening 18+ 195 0 -195
Maatwerkvoorzieningen (WMO) 363 392 470 107
Totaal WMO 558 392 470 - 88
Jeugdzorg
Geëscaleerde zorg 18- 129 0
Maatwerkdienstverlening 18- 4 0
Totaal Jeugdzorg - 133 - -
Overig
Wijkteams 1 0 0 0
Integratieuitkering Sociaal Domein 14.936 14.672 14.936 0
Integratieuitkering WMO 2.460 2.393 2.461 1
Fonds tekortgemeenten 418 0 0 -418
Inzet eigen dekkingsmiddelen 3.728 5.495 2.549 - 1.179
Totaal Overig: 21.542 22.560 19.946 - 1.596
Totaal Baten 30.184 29.991 28.190 - 1.994

Paragraaf Streekagenda

Paragraaf Streekagenda

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

 

Algemeen

Om meer focus te leggen op beleidsmatige vraagstukken die spelen in regionaal verband is besloten dat in eerste instantie 6 thema's zullen worden geconcretiseerd. Voor elk thema is een bestuurlijke trekker aangewezen.
De 6 thema's zijn:

  • herstructurering bedrijvenlocaties
  • klimaatagenda
  • circulaire economie
  • energietransitie
  • investeringsagenda
  • leefbaarheid platteland

Samen met de gemeente Ooststellingwerf zijn wij trekker van het thema circulaire economie. Binnen dat thema wordt gewerkt aan bewustwording voor (her)gebruik grondstoffen en Rotan 2.0.
Voor Rotan 2.0 is een plan ingediend bij de provincie. Zij dragen € 20.000 bij aan het project. Het plan houdt in dat er via het telen van een gewas (door leerlingen van het Terracollege), het maken van een ontwerp (door leerlingen van het Technasium van het Lindecollege) en het daadwerkelijk maken van het product (door het Vlechtmuseum), een doorlopende lijn ontstaat. De incidentele gemeentelijke bijdrage van € 20.000 is in de voorjaarsnota 2018 beschikbaar gesteld.

In 2017 is vanuit de provincie een gebiedsbudget beschikbaar gesteld waarmee via de streekagenda uitvoering kan worden gegeven aan provinciale beleidsdoelen. 
De vanuit het gebiedsbudget beschikbare middelen zijn in 2017/2018 toebedeeld aan concrete projecten/vraagstukken. In principe eindigt de regionale samenwerking in de vorm van de streekagenda eind 2019. Dat betekent dat alle projecten/vraagstukken uiterlijk 31 december 2019 moeten zijn afgerekend bij de provincie. Dit geldt niet voor het project aandachtsgebied Noordwolde. Voor fase 5 is in januari 2018 een bijdrage toegezegd (zie onder investeringen programma 6). In 2018 is er geen aanvullende storting geweest in het gebiedsbudget.  

Naast de 6 thema's zijn er nog onderwerpen die voor de thematische aanpak zijn gestart. De verdere uitwerking van de projectvoorstellen ErVaren en Turf is gestart en dit jaar afgerond. 
Het opstellen van een visie "entrées en poorten" is ook vrijwel afgerond. Dit rapport zal een basis zijn om de regio zuidoost meer als eenheid te promoten. Daarbij is het ook de startpositie voor een aanpak van het gebied Driewegsluis.  

De Landschapsvisie Zuidoost Friesland is vrijwel afgerond. De laatste details moeten nog worden verwerkt. De herstructurering van het gebied Ds. Reitsmastraat/Ds. Van der Tuukstraat is met de vervanging van de riolering en de sloop van de woningen gestart. Vanuit de Integrale Stedelijke Vernieuwing (ISV) is hiervoor een provinciale bijdrage toegekend van maximaal € 226.000. Afronding van het totaal is voorzien eind 2019.
De herontwikkeling van de voormalige Tuindorpschool is afgerond en de toegekende provinciale bijdrage van € 30.000 is ontvangen.

Financieel

Voor de projecten op de uitvoeringsagenda zijn (deels) gemeentelijke middelen beschikbaar. Het gaat om de volgende projecten:

  • Afronden dorpen in het groen;
  • Integrale Stedelijke Vernieuwing;
  • Uitwerken projectvoorstellen ErVaren en Turf, onderdeel van de uitvoering gebiedsopgave Rottige Meente;
  • Zicht op de Lende;
  • Gebiedsontwikkeling Beekdal Linde;
  • Aandachtsgebied Noordwolde.