Jaarrekening op hoofdlijnen

Inhoud

Inleiding

In dit onderdeel treft u in het kort het financiële beeld over 2020 aan. De leidraad voor de af te leggen verantwoording is de door de raad vastgestelde programmabegroting 2020. In het jaarverslag leggen wij de inhoudelijke verantwoording af. In de jaarrekening geven we inzicht in de financiële positie en de besteding van de middelen over 2020.

Resultaat jaarrekening

De jaarrekening 2020 sluit met een positief saldo van € 1,3 miljoen. Bij de najaarsnota gingen we nog uit van een nadeel van € 2,1 miljoen. Het verschil wordt verderop in dit hoofdstuk op onderdelen verklaard. In de tabel overzicht baten en lasten staat het totaalbeeld van 2020 en de afwijkingen ten opzichte van de actuele begroting.

Schuldpositie

Een kengetal om de schuldpositie te bepalen, is de schuldratio. Het streven naar een lagere schuldratio (onder de 80%) wordt als zodanig ook genoemd in het coalitieakkoord. De schuldratio geeft aan welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd door derden. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Beide ratio’s zijn met elkaar verbonden doordat ze samen altijd 100% zijn. In tegenstelling tot de schuldratio is de solvabiliteitsratio één van de verplichte kengetallen die wordt toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. De schuldratio voldoet eind 2020 ruim aan deze norm (66,62%). Eind 2020 hebben we een solvabiliteit gerealiseerd van 33,38%.

Weerstandsvermogen

In onze nota financieel beleid, die de raad eind 2016 heeft vastgesteld, hebben we een norm opgenomen ten aanzien van de minimale en maximale omvang van de financiële kengetallen, die met ingang van dat jaar verplicht worden opgenomen. We sluiten daarbij aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. De kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en in de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Bijna alle kengetallen voldoen eind 2020 aan onze streefnorm. Het kengetal structurele exploitatieruimte valt net niet binnen de norm, dit was ook begroot.

Woonlasten

In onze gemeente is het mooi, goed en betaalbaar wonen. In 2020 is de gemiddelde woonlastendruk dan wel iets hoger geworden dan in 2019, maar als we kijken naar de andere Friese gemeenten dan behoren wij tot de 3 gemeenten met de laagste woonlasten. We hebben dit gerealiseerd door voor de tarieven voor de onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing alleen een inflatiecorrectie toe te passen en voor de afvalstoffenheffing de kostenstijging van de verbrandingsbelasting op te vangen vanuit de bestemmingsreserve.

Zowel voor eenpersoons- als meerpersoonshuishoudens is de totale woonlastendruk ten opzichte van 2019 gestegen. Zo ging de totale woonlast voor meerpersoonshuishoudens in onze gemeente van € 674 in 2019 naar € 701 in 2020. Dit is een meer dan trendmatige stijging van de woonlasten, maar helaas onoverkomelijk gezien de landelijke ontwikkelingen en prijsinflaties. De kosten voor met name het verwerken van huishoudelijk afval zijn fors toegenomen.
De gemeentelijke woonlasten in Weststellingwerf liggen echter nog wel ruim onder het landelijk gemiddelde van € 776 over 2020. Ook wanneer we de woonlasten in onze gemeente vergelijken met de andere 17 gemeenten in onze provincie dan zien we dat we met een derde plek in de ranking (vorig jaar plek 4) goed scoren. 

Corona virus

Het coronavirus heeft in 2020 een grote impact gehad op de gehele samenleving. We hebben daarom een aparte corona paragraaf opgenomen in deze jaarrekening.

Bestemmingsvoorstel

Het resultaat van de jaarrekening 2020 is € 1,3 miljoen positief. Dit resultaat is mede ontstaan doordat we van het Rijk een vergoeding voor gemaakte coronakosten hebben gekregen. Een deel daarvan hebben we opgenomen bij de incidentele middelen die in 2021 opnieuw beschikbaar moeten worden gesteld. Gelijktijdig met de vaststelling van de jaarrekening krijgt u ook een begrotingswijziging 2021 om ter dekking van deze incidentele uitgaven € 1.139.000 in 2021 en € 53.000 in 2022 uit de algemene reserve te onttrekken.

Het college stelt daarom voor om het resultaat van de jaarrekening geheel te storten in de Algemene reserve.

Overzicht Baten en Lasten

x €1.000
Overzicht van baten en lasten Rekening 2019 Rekening 2020 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Baten
0 Bestuur en Ondersteuning 403 327 308 308 19 V
1 Veiligheid 46 40 51 51 -11 N
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat 195 141 106 106 35 V
3 Economie 392 434 505 505 -71 N
4 Onderwijs 1.077 884 961 994 -77 N
5 Sport, Cultuur en Recreatie 612 477 601 541 -124 N
6 Sociaal Domein 8.227 11.121 7.900 7.815 3.221 V
7 Volksgezondheid en Milieu 5.049 5.451 5.336 5.246 115 V
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing 2.875 2.309 2.071 2.071 238 V
Overzicht algemene dekkingsmiddelen 63.307 55.402 53.635 52.937 1.768 V
Overzicht kosten overhead 5.225 5.868 5.845 5.517 23 V
Totaal Baten 87.408 82.456 77.319 76.090 5.137 V
Lasten
0 Bestuur en Ondersteuning -3.614 -2.622 -2.575 -2.571 -47 N
1 Veiligheid -1.508 -1.636 -1.646 -1.589 11 V
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat -6.172 -6.215 -6.581 -6.602 367 V
3 Economie -666 -728 -705 -705 -23 N
4 Onderwijs -3.817 -3.796 -3.883 -3.871 87 V
5 Sport, Cultuur en Recreatie -3.346 -3.906 -4.130 -4.005 225 V
6 Sociaal Domein -33.296 -35.377 -33.224 -31.362 -2.153 N
7 Volksgezondheid en Milieu -6.912 -7.381 -7.447 -7.227 66 V
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing -3.589 -3.313 -3.308 -3.418 -5 N
Overzicht algemene dekkingsmiddelen -3.100 -326 -2.729 -2.729 2.403 V
Overzicht kosten overhead -13.302 -14.260 -14.043 -13.545 -216 N
Overzicht onvoorziene uitgaven 0 0 -30 -30 30 V
Totaal Lasten -79.324 -79.559 -80.303 -77.656 744 V
Saldo van baten en lasten 8.085 2.897 -2.984 -1.566 5.881 V
Onttrekkingen 625 769 884 776 -115 N
Toevoegingen -8.710 -2.325 -25 -25 -2.300 N
Mutaties reserves -8.084 -1.556 859 751 -2.415 N
Resultaat 0 1.341 -2.125 -814 3.466 V

Toelichting resultaat

Van programmabegroting naar voorjaarsnota
De programmabegroting 2020 sloot met een negatief resultaat van € 814.000. Het resultaat van de voorjaarsnota 2020 negatief € 2.082.600 en de aanpassing van het saldo als gevolg van de septembercirculaire 2019 positief € 316.000 zorgde voor een tussentijds saldo van € 2.580.600.

Van voorjaarsnota naar najaarsnota
Het resultaat van de najaarsnota was € 455.600 positief. Hierdoor werd het actuele begrotingssaldo € 2.125.000 negatief.

Van najaarsnota naar jaarrekening
De jaarrekening sluit met een positief exploitatieresultaat van € 1.341.000. Ten opzichte van de actuele raming is dit een voordeel van € 3.466.000. In de tabel hieronder wordt aangegeven waar dit verschil uit bestaat. Op dit moment lijken de belangrijkste afwijkingen allemaal een incidenteel karakter te hebben. Een deel van het tekort op jeugd zou echter structureel kunnen worden, hier wordt verder op in gegaan in programma 6.

 

x € 1.000
Belangrijkste afwijkingen - = nadelig Verschil ten opzichte van najaarsnota Waarvan over te hevelen naar 2021/2022
0 Bestuur en ondersteuning
Extra storting in voorziening wethouders in verband met een lagere rekenrente -206
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat
Door vertraagde uitvoering van onderhoud bruggen en wegen is budget over 80
Het algemenevoorbereidingsbudget voor projecten in de openbare ruimte is niet gebruikt 100
Het onderhoudsbudget voor de woonrijpe delen van de Lindewijk niet volledig gebruikt 60
5 Sport, Cultuur en Recreatie
Het Cultuur educatieve programma Popwerf is niet volledig gebruikt vanwege Corona 28
Tal van incidentele culturele initiatieven zijn door de corona maatregelen niet doorgegaan 47
6 Sociaal domein
Lagere uitgaven voor participatie en hiermee samenhangend ook lager baten, per saldo 823
WMO, over op het budget 1080
Nadeel voor de jeugdzorg -700
7 Volksgezondheid en Milieu
Door corona hebben de meeste activiteiten van GIDS en JOGG niet kunnen plaatsvinden 92 53
Het incidentele budget Regeling reductie energieverbruik (RRE) is niet helemaal gebruikt 82
8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing
De bouwleges die wij in 2020 hebben ontvangen zijn hoger dan begroot 109
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen
Het Rijk heeft de gemeenten gecompenseerd voor diverse genomen corona-maatregelen 1113 692
Hogere Integratie-uitkering Sociaal domein 65
Overige afwijkingen
Overige incidentele bedragen die overgeheveld worden ( zie apart overzicht hiervan) 732 732
Diverse overige kleine afwijkingen. -39
Totaal afwijkingen ten opzichte van het saldo najaarsnota 2020 3.466 1.477

Gemeentefondsuitkering

We ontvangen geld van het Rijk uit het gemeentefonds. In 2020 was dat € 47,8 miljoen. Dat is € 1,7 miljoen meer dan verwacht. 

Het gemeentefonds is onze grootste inkomstenpost. Het kent voor 2020 de volgende soorten uitkeringen: 1) de Algemene uitkering, 2) de Integratie-uitkering Sociaal domein en 3) de decentralisatie- en (overige) integratie-uitkeringen. 

1. Algemene uitkering
In 2020 hebben we € 42,1 miljoen aan algemene uitkering ontvangen, zo'n € 1,3 miljoen meer dan we hadden begroot. Belangrijke reden van deze overschrijding is dat het Rijk de gemeenten via het gemeentefonds heeft gecompenseerd voor diverse genomen coronamaatregelen.  Voor meer informatie over de corona compensatie pakketten en de financiële gevolgen verwijzen we u naar de paragraaf Gevolgen corona. Tevens hebben we afrekeningen van voorgaande jaren ontvangen.

2. Integratie-uitkering Sociaal domein
In 2019 is de integratie-uitkering Sociaal domein (die samenhing met de decentralisatie van taken) voor het grootste deel overgeheveld naar de Algemene uitkering. Uitzondering hierop zijn de onderdelen "Voogdij/18+" en "participatie" (WSW) waar we nog wel een afzonderlijke integratie-uitkering voor ontvingen. Voor deze onderdelen kregen we in 2020 ruim € 400.000 meer dan we vooraf hadden begroot. De toename heeft met name te maken met de integratie-uitkering Inburgering en de uitgekeerde corona compensatie SW bedrijven. 

3) Decentralisatie- en (overige) integratie-uitkeringen
Het Rijk onderscheidt naast de Algemene uitkering en Integratie-uitkering Sociaal domein ook de categorie "Decentralisatie- en (overige) integratie-uitkeringen. In deze categorie zijn middelen opgenomen voor verschillende (soms eenmalige) taken, die wij uit kunnen voeren, zoals een eenmalige bijdrage uit het Klimaatakkoord, middelen voor Gezond in de stad en sportcoaches. Omdat deze middelen naar hun aard vergelijkbaar zijn met de middelen uit de Algemene uitkering classificeren wij ze onder de noemer "Algemene Uitkering / Gemeentefonds".

x € 1.000
Gemeentefondsuitkering Werkelijk Begroot Verschil begroot - werkelijk
Algemene uitkering
2020 42.048 40.815 -1.233
2019 30 0 -30
2018 42 0 -42
Totaal Algemene uitkering 42.120 40.815 -1.305
Integratie-uitkering Sociaal domein
2020 5.711 5.287 -424
2019 0 0 0
2018 0 0 0
Totaal Integratie-uitkering SD 5.711 5.287 -424
Totaal Gemeentefondsuitkering 47.831 46.102 -1.729

Investeringskredieten (exclusief grondexploitatie)

In 2020 was er € 7,9 miljoen beschikbaar voor investeringen. Dit is inclusief de restant kredieten uit 2019. Er is in 2020 € 2,8 miljoen uitgegeven. De uitgaven betreffen voornamelijk ICT kosten, voorbereidingskosten voor centrumontwikkeling Wolvega, vervanging van riolering, meerjarig onderhoud gemeentelijke gebouwen en vervanging van de openbare verlichting. Het restant van de investeringsbudgetten 2020 van € 5,1 miljoen wordt voor € 4,9 miljoen doorgeschoven naar 2021 zodat uitvoering van de geplande investeringen dan kan plaatsvinden.

Lokale heffingen

De lokale heffingen (totaal € 13,2 miljoen) worden onderverdeeld in belastingen en rechten.

Belastingen (€ 7,5 miljoen)
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij besteed worden. In onze gemeente geldt dit voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-)toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting. De totale opbrengst van deze belastingen over 2020 bedraagt bijna € 7,5 miljoen. De OZB (afgerond € 4,9 miljoen) en Precariobelasting (afgerond € 2,3 miljoen) zijn hierin veruit de omvangrijkste belastingopbrengsten. Voor de Precariobelasting geldt dat deze, na het intrekken van de bezwaar- en beroepsprocedures door de netbeheerder begin 2020, ook echt vrijelijk te besteden zijn. Deze middelen hebben we ter dekking voor onze investeringsambities aan de reserve investeringsambities toegevoegd.

Rechten (€5,8 miljoen)
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties, die door de gemeente worden geleverd. Deze opbrengsten zijn niet vrij besteedbaar. In onze gemeente geldt dit voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges voor burgerzaken en omgevingsvergunningen. De totale opbrengst van de heffingen en leges bedraagt € 5,8 miljoen. Hiervan heeft € 2,6 miljoen betrekking op de afvalstoffenheffing, € 2,0 miljoen op de rioolheffing én € 1,2 miljoen op de overige leges.

Reserves

We zijn het jaar begonnen met een algemene reserve van € 19,0 miljoen en de eindstand over 2020 is € 18,9 miljoen. Dit is exclusief het resultaat van deze jaarrekening. De daling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat enkele incidentele budgetten uit voorgaande jaren meegenomen zijn en waarvoor de algemene reserve is aangesproken.

Naast onze algemene reserve hebben we vijf bestemmingsreserves. In de toelichting op de passiva wordt het verloop van deze reserves nader toegelicht. 

Publicatiedatum: 30-04-2021

Inhoud