Paragrafen

Inhoud

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

Portefeuillehouder Jongebloed, Zonderland, Rikkers en Hoen
Organisatie Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

Inleiding

De lokale heffingen worden onderverdeeld in belastingen en rechten

Belastingen
De opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij besteed worden. In onze gemeente geldt dit voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, (water-)toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting.

Rechten
Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties, die door de gemeente worden geleverd. Deze opbrengsten zijn niet vrij besteedbaar. In onze gemeente geldt dit voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges burgerzaken. Bij de afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt dat er kostendekkende tarieven zijn.

De tarieven worden opgenomen in verordeningen, die de gemeenteraad vast stelt. Voor de tarieven in 2020 is dit gedaan in de raadsvergaderingen van 4 november 2019 en 2 december 2019. Voor de heffing van de OZB en de forensenbelasting is jaarlijks een waardering van de onroerende zaken (WOZ waarden) nodig. 

Tarievenbeleid 2020

Het uitgangspunt voor 2020 was om de woonlasten voor onze inwoners stabiel te houden. Voor 2020 zijn de belangrijkste heffingen met 1,5% inflatiecorrectie verhoogd, met uitzondering van de precariobelasting en reclamebelasting. De afvalstoffenheffing is in 2020 verhoogd onder meer als gevolg van de landelijke verhoging van de verbrandingsbelasting, alsmede om de kostendekkendheid van de tarieven te verhogen. Deze verhoging is onder meer het gevolg van de landelijke verhoging van de verbrandingsbelasting. Iedere gemeente in Nederland heeft hiermee te maken. Dit is ook terug te zien in het provinciale overzicht van de lokale heffingen. 

Zowel voor eenpersoons- als meerpersoonshuishoudens is de totale woonlastendruk ten opzichte van 2019 gestegen. Zo ging de totale woonlast voor meerpersoonshuishoudens in onze gemeente van € 674 in 2019 naar € 701 in 2020. Dit is een meer dan trendmatige stijging van de woonlasten, maar helaas onoverkomelijk gezien de landelijke ontwikkelingen en prijsinflaties. De kosten voor met name het verwerken van huishoudelijk afval zijn fors toegenomen.
De gemeentelijke woonlasten in Weststellingwerf liggen echter nog wel ruim onder het landelijk gemiddelde van € 776 over 2020. Ook wanneer we de woonlasten in onze gemeente vergelijken met de andere 17 gemeenten in onze provincie dan zien we dat we met een derde plek in de ranking (vorig jaar plek 4) goed scoren, waar het gaat om de laagste woonlasten. 

Vanwege de coronapandemie was één van de maatregelen voor ondernemers om de aanslagen reclamebelasting later te versturen. Indien nodig kan een ondernemer een betalingsregeling treffen.
In 2020 zijn 438 aanslagen reclamebelasting verstuurd voor een totaalbedrag van € 111.200. Per abuis zijn er aanslagen opgelegd waarop een vrijstelling van toepassing was. Tevens zijn er aanslagen verstuurd op basis van de WOZ waarde van de woning in plaats van de WOZ waarde van het bedrijfsgedeelte. Dit heeft geleid tot verschillende verminderingen op de aanslagen. Er zijn 29 bezwaarschriften ingediend waarvan 16 gegrond zijn verklaard en 13 ongegrond. De opbrengst van reclamebelasting wordt volledig uitgekeerd als subsidie aan de SOW. De definitieve subsidie over 2020 wordt in 2021 vastgesteld.

Tabel opbrengst belangrijkste heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Rekening 2019 Rekening 2020 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Onroerende-zaakbelastingen 4.768 4.906 4.786 4.786 120
Forensenbelasting 42 45 49 49 -3
Toeristenbelasting 150 114 150 150 -36
Precariobelasting 2.356 2.299 2.353 2.353 -54
Reclamebelasting 41 104 40 40 64
Afvalstoffenheffing 2.496 2.647 2.639 2.639 8
Rioolheffing 1.913 1.959 1.957 1.957 3
Marktgelden 12 12 10 10 1
Leges burgerzaken 370 298 309 309 -11
Leges omgevingsvergunningen (WABO) 640 713 595 595 118
Begraafplaatsen 142 167 137 137 30
Eindtotaal 12.931 13.265 13.025 13.025 240

Totaalopbrengst van de belangrijkste heffingen

Onroerende-zaakbelastingen OZB
Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
Ieder jaar taxeert de gemeente alle onroerende zaken binnen de gemeente. De WOZ-waarde is niet alleen de grondslag voor de OZB en de forensenbelasting, het wordt ook gebruikt voor belastingen van het rijk en het waterschap. De aanslagen in 2020 zijn gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2019. Bij het opstellen van de begroting, maken we gebruik van het op dat moment bekende bedrag van de WOZ-waarden. Daarna zijn er nog tal van gebeurtenissen die van invloed zijn op de definitieve WOZ-waarden per peildatum. De WOZ-waarden per peildatum waren voor zowel de woningen als de niet-woningen hoger dan waar bij de begroting mee is gerekend. De WOZ-waarden van woningen zijn in onze gemeente gemiddeld met 4,0% gestegen. De WOZ-waarden van niet-woningen zijn met gemiddeld 1,3% toegenomen. Dat maakt dat de daadwerkelijke ontvangst hoger is dan begroot.
Tevens is het gedurende het jaar altijd sprake van mutatie van het woningen bestand. Ook dit heeft invloed op de daadwerkelijke ontvangst.

Bezwaar en beroep
Over het belastingjaar 2020 zijn in totaal 239 bezwaarschriften ontvangen op basis van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ). Dat is ongeveer 2,5%. van het aantal opgelegde aanslagen onroerende-zaakbelasting. De twee voornaamste redenen van het bezwaar zijn allereerst dat men de waarde te hoog vindt ten opzichte van vergelijkbare panden in de buurt en ten tweede de staat van onderhoud. Van het aantal ontvangen bezwaarschriften hebben we afgerond 46% gegrond verklaard. Over het belastingjaar 2020 zijn tot nu toe 5 beroepszaken ingediend.

De opbrengst
De verwachte opbrengst OZB over 2020 was afgerond € 4,8 miljoen. De werkelijke opbrengst blijkt afgerond € 4,9 miljoen. Deze hogere opbrengst wordt, ondanks de tariefverlaging, verklaard door de hoger dan verwachte WOZ-waarde van woningen.

Forensenbelasting
Voor deze belasting wordt - net als bij de OZB - als grondslag de WOZ-waarde gehanteerd. De werkelijke opbrengst van € 45.000 valt iets lager uit dan onze raming van € 49.000.

Toeristenbelasting
De heffingsmaatstaf van deze belasting is de vergoeding die is verschuldigd voor de overnachting. Voor 2020 is het tarief net als de afgelopen jaren 4% van de logiesomzet. In de begroting 2020 hadden we een opbrengst geraamd van €150.000. Echter door de komst van corona en alle maatregelen die zijn genomen door het kabinet die invloed hebben op de toeristische sector, vallen de daadwerkelijke inkomsten lager uit dan begroot. 

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven over het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond. De precariobelasting kan worden gebruikt om belasting te heffen op kabels en leidingen. Als de gemeente gebruik van de grond voor het hebben van voorwerpen moet gedogen, kan zij geen precariobelasting heffen. Het kabinet laat de heffing op kabels en leidingen onder de vrijstelling vallen per 1 juli 2017. Onze gemeente valt onder de overgangsregeling die tot 1 januari 2022 geldt. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Voor Weststellingwerf betekent dit dat we tot en met 2021 het tarief van € 2,33 (=tarief per 10 februari 2016) per strekkende meter hanteren.

Voor het belastingjaar 2020 bedraagt onze opbrengst € 2.299.000 en is daarmee lager dan het begrote bedrag voor 2020, zo'n € 54.000. De opbrengst in 2020 ligt overigens ook lager dan in 2019. De reden hiervoor is dat wij jaarlijks een overzicht sturen naar de kabelexploitanten met de percelen die van de gemeente zijn. Zij leggen daar hun kaartmateriaal overheen en zo komen we tot de metrages die bepalend zijn voor de belastingaanslag. Nu hebben wij in 2020 minder grond in bezit dan in 2019, waardoor het aantal strekkende meters kabel ook minder is en dus ook de belastingopbrengst.

Daarnaast heeft begin 2020 de netbeheerder al haar bezwaar- en beroepsprocedures rondom de aan haar opgelegde precariobelastingen ingetrokken. Hiermee vervalt het risico op terugbetaling van de precario-opbrengsten. De ontvangen precariobelasting is bij de jaarrekening 2019 gestort in de Bestemmingsreserve investeringsambities, van waaruit de grote investeringsprojecten van onze gemeente kunnen worden betaald. Ook de ontvangst van 2020 is aan deze reserve toegevoegd. 

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg. We kennen deze belasting sinds 2016, waarvan de opbrengst ten goede komt aan het ondernemersfonds. Uit dit fonds worden activiteiten voor en door ondernemers en haar bezoekers in Wolvega betaald. De reclamebelasting is met ingang van 2020 herzien en kent een meer gedifferentieerde vorm dan voorheen. Dit is in overleg gegaan met het ondernemersfonds. De daadwerkelijke opbrengsten liggen hoger dan begroot. De begroting is niet aangepast aan de nieuwe belastingverordening, waardoor het grote verschil wordt verklaard. 
De inkomsten die wij vanuit de reclamebelasting ontvangen, betalen wij 1 op 1 door aan het ondernemersfonds. De uitgaven hierop zijn dus ook hoger, waardoor het resultaat voor de gemeente nul is. 

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt is dat de kosten van afvalinzameling en -verwerking voor 100% worden opgevangen uit de opbrengst afvalstoffenheffing. Net als in voorgaande jaren, hebben we ervoor gekozen om in 2020 geen volledige invulling aan deze doelstelling te geven, omdat we de woonlastendruk voor onze inwoners wilden beperken. Aan het begin van 2020 gingen we er dan ook vanuit dat de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing geen 100%, maar 94% zou bedragen en dat we het tekort uit de Reserve zouden bijleggen. 

Het resultaat over 2020 is niet geheel in lijn met wat we hadden begroot. Zo is de werkelijke kostendekkendheid (90%) lager dan de begrootte kostendekkendheid (94%). Zowel de kosten als opbrengsten liggen iets hoger dan vooraf verwacht. Er is € 8.000 meer binnen gekomen maar € 132.000 meer uitgegeven. Het daadwerkelijk aan de reserve te onttrekken bedrag is € 304.000 in plaats van de € 180.000 die we bij de begroting 2020 hadden verwacht.

Ondanks de verhoging van de tarieven voor 2020, waarin we de extra verbrandingsbelasting deels hebben opgenomen, blijft de kostendekkendheid achter. De toename van de kosten is vooral te wijten aan de grote toestroom van grof huishoudelijk afval op het brengstation. Vanuit het begin van de corona-crisis herinneren we ons de lange wachtrijen voor de brengstations in Nederland nog wel. Dat gold ook voor ons brengstation. Dit zien we terug in de opbrengsten vanuit het brengstation, die met ruim € 60.000 zijn gestegen, maar zeker ook in de kosten voor het afvoeren van al dit afval. Voor een nadere onderbouwing van de afwijkingen, wordt verwezen naar de financiële toelichting op programma 7 van de jaarrekening. 

x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval Rekening 2020 Begroting 2020
Kosten taakveld 2.587 2.357
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 559 444
Netto kosten taakveld 2.028 1.913
Toe te rekenen kosten:
straatvegen 13 16
minimabeleid 102 120
Overhead 443 443
Compensabele btw 365 327
Toe te rekenen kosten 923 906
Totale kosten 2.951 2.819
Opbrengst heffingen 2.647 2.639
Dekkingspercentage 90% 94%

Rioolheffing
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing op de gebruiker verhaald. Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. Net als bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid. De tarieven voor 2020 zijn met 1,5% geïndexeerd ten opzichte van de tarieven 2019. Voor huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater bedroeg het tarief € 118,61 en voor hemel- en grondwater € 48,12.

De werkelijke kostendekkendheid (98%) van het taakveld riolering is hoger dan vooraf begroot (95%). Dit komt vooral omdat de kosten bijna € 50.000 lager uitvallen dan vooraf verwacht. De opbrengsten zijn nagenoeg gelijk aan het begrote bedrag voor 2019. Voor een nadere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar de financiële toelichting op programma 7 van de jaarrekening.

x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering Rekening 2020 Begroting 2020
Kosten taakveld 1.595 1.637
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen) 0 0
Netto kosten taakveld 1.595 1.637
Toe te rekenen kosten:
Overhead 263 263
Compensabele btw 147 153
Toe te rekenen kosten 409 416
Totale kosten 2.004 2.053
Opbrengst heffingen 1.959 1.957
Dekkingspercentage 98% 95%

Markt- en staangelden
Marktgeld wordt geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijke) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een (vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 

Leges
Leges zijn vergoedingen die worden betaald voor een door de gemeente geleverde (meestal administratieve) dienst, waar mensen zelf om vragen. Zo worden bijvoorbeeld leges betaald voor het voltrekken van een huwelijk, de afgifte van een uittreksel uit een bepaald register, reisdocumenten, rijbewijzen of voor vergunningen zoals een omgevingsvergunning. 

Leges burgerzaken
De werkelijke opbrengst is nagenoeg gelijk aan de begroting. Dit zijn onder andere de opbrengsten van de reisdocumenten, gezondheidsverklaringen en documenten rondom naturalisatie. Per saldo zijn de kosten voor alle producten en diensten die wij leveren aan inwoners hoger dan de opbrengsten die wij hiervoor ontvangen. Met andere woorden; de kostendekkendheid onze leges ligt (ruim) onder de 100%, zoals blijkt uit onderstaande tabellen. 

Leges omgevingsvergunningen
De werkelijke opbrengst is met € 713.000 uiteindelijk fors hoger dan we in 2020 hadden begroot. Voor de hogere ontvangen bouwleges zijn twee verklaringen te geven :
Ten eerste, door de coronamaatregelen zijn mensen meer plannen gaan maken voor verbouwingen wat heeft geleid tot meer aanvragen omgevingsvergunning.
Ten tweede zijn per 1 januari 2021 zijn nieuwe bouwregels in werking getreden. Deze nieuwe regels stellen meer en strengere eisen aan de maximale energiebehoefte van onder meer nieuw te bouwen woningen. Dit heeft geleid tot extra aanvragen in het laatste kwartaal van 2020.

Kostendekkendheid Leges
Binnen de leges zijn er een drietal titels. Titel 1 gaat over diverse burgerzaken (zoals rijbewijzen en reisdocumenten), Titel 2 richt zich op de leges rondom omgevingsvergunningen en Titel 3 benoemt diensten die vallen onder de Europese dienstenrichtlijn (zoals marktstandplaatsen en de winkeltijdenwet) . In onze legesverordening 2020 staan de titels nader toegelicht.

Een gemeente mag geen winst maken op de diensten en producten die zij (binnen deze titels) aan inwoners en overige klanten levert. Het mag maximaal kostendekkend zijn. Uit onderstaande tabellen blijkt dat in onze gemeente de kostendekkendheid in geen van de gevallen (boven de) 100% is. We voldoen daarmee aan de voorwaarde dat we geen (structurele) winst mogen maken op de levering van deze diensten. 

x € 1.000
Algemene legesverordening totaal Rekening 2020 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 1.466 1.452
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen - -
Netto kosten taakveld 1.466 1.452
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 214 196
BTW 8 4
Totale kosten 1.688 1.652
Opbrengst heffingen -1.023 -931
Dekkingspercentage 61% 58%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 1
Algemene dienstverlening Rekening 2020 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 315 431
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen -
Netto kosten taakveld 315 431
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 158 183
BTW -
Totale kosten 473 614
Opbrengst heffingen -272 -465
Dekkingspercentage 58% 76%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 2
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Rekening 2020 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 849 810
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen -
Netto kosten taakveld 849 810
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 33 35
BTW 8 4
Totale kosten 890 844
Opbrengst heffingen -713 -614
Dekkingspercentage 80% 72%
x € 1.000
Algemene legesverordening titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Rekening 2020 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 302 316
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen -
Netto kosten taakveld 302 316
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 23 14
BTW -
Totale kosten 325 330
Opbrengst heffingen -38 -54
Dekkingspercentage 12% 16%

Begraafplaatsen

Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van diensten door de gemeente in verband met de begraafplaats.

De gerealiseerde kostendekkendheid (66%) van het taakveld begraafplaatsen is hoger dan begroot (54%). De kosten zijn gelijk aan de begroting, maar de opbrengsten uit heffingen zijn hoger dan begroot. 

x € 1.000
Kostendekkendheid begraafplaatsen Rekening 2020 Begroting 2020
Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente 188 159
Inkomsten taakvelden(en), excl. heffingen 0 0
Netto kosten taakveld 188 159
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente 90 92
BTW 4 2
Totale kosten 281 253
Opbrengst heffingen 167 137
Dekking 59% 54%

Kwijtschelding

We hanteren een kwijtscheldingsbeleid voor inwoners zonder vermogen, die een laag inkomen hebben. Kwijtschelding is mogelijk voor afvalstoffenheffing en OZB. De kwijtscheldingsregeling is gebaseerd op landelijke normen. Op basis van de betaalcapaciteit wordt berekend of inwoners in aanmerking komen voor kwijtschelding. Bij de aanvragen voor 2020 is net als vorig jaar gebruik gemaakt van het Inlichtingenbureau omdat wij als gemeente geen toegang hebben tot alle vermogensgegevens. Hierdoor vindt er een correcte toetsing plaats en worden de juiste toewijzingen voor kwijtschelding gedaan.

In het belastingjaar 2020 was er voor 365 inwoners (2019: 331) sprake van een automatische kwijtschelding na toetsing door het Inlichtingenbureau. Van de 235 beoordeelde aanvragen tot kwijtschelding zijn er 124 toegewezen. Het toewijzingspercentage van 53% in 2020 ligt lager dan in 2019. Daarbij zien we dat het aantal aanvragen tot kwijtschelding ongeveer gelijk is gebleven. 

Kwijtscheldingen 2020 2019 Verschil
Automatische kwijtschelding na toets Inlichtingenbureau 365 331 34
Aantal aanvragen tot kwijtschelding 235 230 5
Aantal toegewezen kwijtscheldingen na aanvraag 124 163 -39
Totaal aantal kwijtscheldingen (automatisch en na aanvraag) 489 494 -5
Percentage toegewezen kwijtscheldingen na aanvraag 53% 71% -18%

Kwijtschelding in euro's
Het totale bedrag aan verleende kwijtschelding is ruim € 102.000. Dit is grotendeels voor de afvalstoffenheffing.

Rekening 2019 Rekening 2020 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot - werkelijk
Kwijtschelding gemeentelijke belasting Kwijtschelding Afval 101.504 101.557 120.000 120.000 18.443
Kwijtschelding OZB 1.406 1.011 5.000 5.000 3.989
Eindtotaal 102.910 102.568 125.000 125.000 22.432

Gemeentelijke woonlasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht over 2020 van de woonlasten van de 18 Friese gemeenten. In 2019 stonden we op plek 4 en in 2020 zijn we gestegen naar plek 3. Dit waar het gaat om de laagste woonlasten in onze provincie.

Woonlastendruk OZB (gem) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
Eph Mph Eph Mph Eph Mph
1 Harlingen 214 181 250 176 176 571 640
2 Ameland 246 170 223 139 183 555 652
3 Weststellingwerf 274 170 260 167 167 611 701
4 Vlieland 227 243 324 50 150 520 701
5 Súdwest-Fryslân 281 202 241 182 182 665 704
6 Ooststellingwerf 209 169 231 156 270 534 710
7 Opsterland 245 192 229 185 248 622 722
8 Terschelling 347 207 207 176 176 730 730
9 Leeuwarden 240 217 325 143 174 600 739
10 De Fryske Marren 276 210 267 204 204 690 747
11 Waadhoeke 249 208 260 214 268 671 777
12 Achtkarspelen 302 234 335 167 167 703 804
13 Smallingerland 268 225 265 280 280 773 813
14 Noardeast-Fryslân 296 195 278 249 249 740 823
15 Dantumandiel 370 201 251 203 203 774 824
16 Heerenveen 302 243 313 162 216 707 831
17 Schiermonnikoog 282 280 365 73 187 635 834
18 Tytsjerksteradiel 405 198 283 138 154 741 842
Toelichting bij de tabel:
Eph= eenpersoonshuishouden
Mph= meerpersoonshuishouden
Bron: Coelo (Atlas van de lokale lasten 2020)

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

De paragraaf geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Dat wil zeggen: welke capaciteit is nodig om de risico's op te vangen, en wel zodanig dat een tegenvaller in de uitvoering niet direct tot een bezuiniging hoeft te leiden.

 De wet geeft aan welke onderwerpen in deze paragraaf aan bod moeten komen:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
  • een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

De doelstellingen zijn:

  1. voldoen aan wet- en regelgeving;
  2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee het risicobewustzijn aanmoedigen;
  3. een onderbouwing van het berekende weerstandsvermogen;
  4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.

In de nota financieel beleid zijn over de norm voor de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit de volgende uitgangspunten vastgelegd:

  • De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, oftewel de hoogte van de netto risico's;
  • Voor de voorgeschreven financiële kengetallen sluiten we aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Het streven van de gemeente is minimaal te voldoen aan categorie B (normaal risico). Dit betekent dat we streven naar een solvabiliteitspercentage van 20%. De hoogte van de reserves (inclusief de vrije algemene reserve) moet dan minimaal 20% zijn van het totale vermogen (het balanstotaal). 

In deze jaarrekening voldoen we aan beide uitgangspunten.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. Dit zonder dat de begroting en het beleid aangepast moet worden.

De begrotingsruimte
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Daarbij is geen wettelijk minimum of maximum aangegeven. Hiermee kunnen elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers worden opgevangen. Wij hebben gekozen voor een bedrag van € 30.000. In 2020 is de stelpost risicobeheersing van € 500.000 ingezet bij de begroting 2020 om het begrotingssaldo positief te krijgen. 

De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedroeg, na resultaatbestemming, per 1 januari 2020 € 19 miljoen. Op 31 december 2020 is de algemene reserve € 20,2 miljoen.

De bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad een specifiek doel vastgelegd. Eventueel kan de bestemming door de raad worden gewijzigd. Wanneer op een bestemmingsreserve geen verplichting rust voegen we deze reserve toe aan de algemene reserve. Op dat moment vormt het onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor het vaststellen van onze weerstandscapaciteit worden de bestemmingsreserves op dit moment niet meegenomen.

De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd. Ook kan de boekwaarde lager zijn dan de verkoopwaarde. De mogelijke overwaarde die bij verkoop ontstaat, kan dan worden ingezet voor de opvang van onverwachte tegenvallers. Op dit moment verwachten we dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit niet zo groot is.

De niet-benutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
a. de OZB;
b. de rioolheffing;
c. de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Sinds enkele jaren zijn gemeenten vrij om zelf de OZB-tarieven te bepalen. Dit zonder rekening te moeten houden met maximale tarieven die het rijk oplegt. Wel geldt een macronorm voor alle gemeenten samen die niet overschreden mag worden. Als een gemeente een beroep wil doen op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) voor een aanvullende uitkering is voor de OZB de norm voor 2020 een minimale heffing van 0,1853% van de WOZ-waarde. Deze niet-benutte belastingcapaciteit is tegen nul gewaardeerd. Bij de onderdelen riolering en reiniging geldt een norm van 100% kostendekkendheid.

Samenvatting
De totale weerstandscapaciteit was aan het begin van dit boekjaar zoals opgenomen in onderstaande tabel. De structurele weerstandscapaciteit in de exploitatie 2020 was 0. De incidentele weerstandscapaciteit bedroeg hiermee ongeveer € 19 miljoen.

x € 1.000
Weerstandscapaciteit 1-1-2020
a. De structurele begrotingsruimte 0
De incidentele begrotingsruimte 30
b. Algemene reserve (stand begin boekjaar) 18.995
c. Bestemmingsreserves
d. De stille reserves
19.025

Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend. Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan. Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden die daar uit voortvloeien. Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:

  1. per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
  2. daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en wordt deze vertaald in een wegingsfactor. Op basis hiervan wordt de initiële financiële inschatting verlaagd;
  3. vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
  4. deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans, waartegen 'de onzekere gebeurtenis' (=het risico) wordt gescoord. Op basis hiervan kan de financiële inschatting nogmaals worden verlaagd.

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact (geschatte initiële financiële inschatting x geschatte kans, rekening houdend met beheersingsmaatregelen) van de risico’s gemaakt. Het geschatte bedrag aan mogelijke risico’s wordt jaarlijks herijkt en is hierbij voor dit boekjaar bepaald op € 5,2 miljoen. De belangrijkste risico’s die onze gemeente loopt, worden hierna behandeld.

 

Onzekerheden grondexploitaties € 2,8 miljoen (GREX)
Hoewel de ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, zijn geactualiseerd, blijft het moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door voorzieningen te vormen, een deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen.
Daarnaast geldt per 1 januari 2016 een herziening van de verslaggevingsregels voor de grondexploitatie. De categorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die onder de voorraden werden verantwoord, zijn in 2016 gerubriceerd als materiële vaste activa onder de categorie gronden en terreinen. Voor het laatst per 31 december 2019 hebben wij de marktwaarde van deze gronden getoetst tegen de geldende bestemming. Dit heeft niet geleid tot een afwaardering. U heeft voor de zomer van 2019 besloten om de exploitatie van Lindewijk deelgebied 2 voort te zetten. Daarnaast heeft u in december 2019 besloten om Helomastate (Maïsland) niet in exploitatie te nemen. 

Risico’s ten gevolge van open einde regelingen € 500.000 (OER)

Jeugdwet en Wmo
De informatie rondom de zorgverlening vanwege de drie decentralisaties komt steeds beter in beeld. Met betrekking tot de uitgaven jeugdzorg en Wmo (AWBZ) wordt vanaf 2017 door de Friese gemeenten gewerkt met het landelijk knooppunt berichtenverkeer GGK (VECOZO voor de zorgaanbieder). De communicatie tussen de gemeenten en zorginstellingen is geoptimaliseerd naar landelijke standaarden. In 2019 is geïnvesteerd in een betere monitoring van het Sociaal domein. Medio 2020 zijn verschillende dashboards beschikbaar ten behoeve van sturing. Eind 2020 is gewerkt aan de overgang naar berichtenverkeer 3.0., waarmee tussentijdse wijzigingen in de zorgverlening digitaal beter kunnen worden bijgehouden. De kwaliteit van het berichtenverkeer blijft een continu aandachtspunt voor zowel gemeente als zorgaanbieders.


Het uitgangspunt in Weststellingwerf is dat bekostiging moet plaatsvinden binnen de daarvoor door het rijk beschikbaar gestelde budgetten. Deze rijksbudgetten zijn aangevuld met reguliere gemeentelijke middelen om de inrichting van het Sociaal domein, in het bijzonder de inrichting van de gebiedsteams, verder vorm te geven.

Doorverwijzingen naar niet gecontracteerde partners
Volgens de Jeugdwet zijn huisarts, medisch specialist en jeugdzorgaanbieder (na verwijzing) gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdzorgaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. In overleg met het gebiedsteam is in uitzonderlijke gevallen maatwerk mogelijk dat afwijkt van reguliere, gangbare vormen van zorg. Bij zwaarwegende redenen kan een PGB worden aangevraagd. Met deze aanpak is het mogelijke risico en de financiële impact van doorverwijzingen naar niet-gecontracteerde partners geminimaliseerd.

Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan

Sinds 2017 wordt binnen de OWO-gemeenten gewerkt met het Gemeentelijk Gegevens Knooppunt (GGK). De jaarrekening 2017 van onze gemeente was voor het eerst sinds 2015 weer voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring.

Sinds 2018 worden Diagnose Behandel Combinaties niet meer toegepast. Dit type zorgtrajecten werd pas na beëindiging van het zorgtraject afgerekend. Sinds 2018 geldt een nieuwe regionale inkoopsystematiek voor Jeugdzorg. Zodra een zorgtraject start dient een zorgaanbieder maandelijks te factureren. Dat gebeurt nog niet altijd, maar gaat wel steeds beter. Vanaf begin 2018 functioneert in samenwerking met de OWO-gemeenten en de Backoffice Sociaal domein een verplichtingenadministratie. Hiermee hebben we beter zicht op het (financiële) verloop van zorgtrajecten en de openstaande zorgopdrachten.

Op regionaal niveau trekt onze gemeente nauw op met de andere Friese gemeenten om te komen tot een verdere verbeterslag. Vanwege het gezamenlijke beleid en de gezamenlijke uitvoering van de administratie van het Sociaal domein bij de Backoffice Sociaal domein is er intensieve samenwerking met de OWO-gemeenten. In 2019 is dit verder vorm gegeven met een provinciale taskforce 'Grip op Jeugd'. Zowel in OWO-verband als lokaal zijn nadere beheersmaatregelen getroffen die ook financieel al zijn beslag krijgen. Tot slot blijft er aandacht voor het terugdringen van de administratieve lastendruk bij zowel gemeenten als zorgaanbieders.

Risico's zitten nog in de ruimte die vanuit landelijke wetgeving wordt geboden voor het indienen van facturen (termijn van maximaal 5 jaar). Getracht wordt om dit risico terug te dringen door bij de nieuwe aanbesteding een termijn van maximaal 1 jaar af te spreken.
Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 valt op dat verstoring vanwege facturen uit voorgaande jaren zich alleen bij het beleidsveld Jeugd voor doet. Dit speelt niet of nauwelijks bij de WMO.
In de productieverantwoording van zorgaanbieders mag alleen zorg worden vermeld waar vanuit de gemeente een opdracht voor is verstrekt en waar ook daadwerkelijk zorg voor is geleverd. In deze opdrachtverstrekking zit nog wel eens vertraging, vanwege de benodigde overeenstemming tussen zorgaanbieder, cliënt en gemeente.

Risico’s van vóór 2015 bestaande regelingen 
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar die in feite niet financieel begrensd zijn. Als er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan, zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.

Onzekerheden gemeentefonds en rente € 487.500 (GF&R)
Samen de trap op en samen de trap af
De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto ''samen de trap op en samen de trap af". Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval. Eén van de coronamaatregelen van het Rijk is de accressen voor de jaren 2020 en 2021 te bevriezen. Hierdoor neemt het risico voor deze jaren af. 

Rente
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze begroting. We hebben begin 2016 onze leningenportefeuille geherstructureerd. Naast een te behalen rentevoordeel is ook zeer actief gekeken naar de toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). De rentes zijn op dit moment vrij laag (zowel kort als lang geld). Daarmee is dit risico op dit moment gering. 

Pensioenopbouw (gewezen) wethouders
Jaarlijks wordt bij de jaarrekening de voorziening voor de pensioenen van onze (gewezen) wethouders herijkt. Dit doen wij op basis van de actuariële waardeberekeningen van onze externe adviseur. Zij berekenen op basis van diverse parameters welk bedrag er in de voorziening aanwezig moet zijn op de peildatum 31-12-2020. Een van de belangrijkste parameters is de rekenrente. Deze wordt jaarlijks vastgesteld door De Nederlandse Bank. Dit percentage kan jaarlijks verschillen, waardoor op basis van de wet- en regelgeving een storting of een onttrekking aan de voorziening plaatsvindt. In 2020 heeft een storting aan de voorziening plaatsgevonden. 

Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen € 225.000 (OHP)
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn in het verleden extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Strategisch beleid hoe om te gaan met vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan termijn onderhoud). De taakstelling die uit Ombuigingen I resteert, is met ingang van 2019 structureel ingevuld.

Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen en gerelateerde projecten € 625.000 (VP)
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de raden van commissarissen en/of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. 

Overige onzekerheden en risico’s: € 575.000 (OVERIG)
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting, zoals de grondexploitaties, afval en riolering. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze gemeente. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.

Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.

Naar verwachting zal het coronavirus impact hebben in de gemeentelijke organisatie voor 2021 en de jaren daarna. Welke financiële gevolgen hier uiteindelijk uit voort zullen vloeien is dit moment niet goed te bepalen. Bij de actualisatie van de risico's is hier rekening mee gehouden.

Weerstandsvermogen

De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s wordt uitgedrukt in weerstandsvermogen. De hoogte van het weerstandsvermogen is in onderstaande tabel weergegeven.
Dit betekent dat we incidenteel in staat zijn om risico’s op te vangen, maar dat we op termijn nog wel de nodige behoedzaamheid in acht moeten nemen. Aangezien het goed in beeld hebben van risico’s steeds belangrijker wordt, zal de verdere optimalisering van ons risicomanagementsysteem de komende jaren de nodige aandacht vragen.

x € 1.000
Weerstandsvermogen 31-12-2020
Algemene reserve (inclusief saldo van de jaarrekening 2020) 20.249
Risico's -5.213
Weerstandsvermogen 15.036

Kengetallen

Met ingang van 2016 worden een vijftal financiële kengetallen voorgeschreven. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 sluiten we voor de verplichte kengetallen aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1. Netto schuldquote

a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90% 

90 - 130%

> 130%

2. Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3. Grondexploitatieruimte

< 20%

20 - 35%

> 35%

4. Structurele exploitatieruimte

Eerste jaar en meerjarig > 0%

Begroting en meerjarig 0%

Begroting en meerjarig < 0%

5. Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

 

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van onze kengetallen weergegeven:

Kengetallen Rekening Begroot Rekening Categorie
2020 2020* 2019 (peiljaar 2020)
1 Netto schuldquote 61,90% 72,26% 69,12% A
Netto schuldquote (gecorrigeerd) 60,23% 69,87% 66,90% A
2 Solvabiliteitsratio 33,38% 20,11% 22,31% B
3 Grondexploitatie 22,63% 25,49% 27,22% B
4 Structurele exploitatieruimte -0,13% -0,44% -0,39% C
5 Belastingcapaciteit 90,34% 93,51% 91,08% A
* betreft de geactualiseerde begroting 2020

Toelichting tabel kengetallen

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt voldoen we in deze jaarrekening bij dit kengetal ruimschoots aan ons streven en vallen we zelfs in categorie A.

2.Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Ook bij dit kengetal komen we uit boven ons streefpercentage van minimaal 20% en binnen de marges van categorie B.

3. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de totale baten.
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Uiteraard ook wij blijven het nauwlettend volgen en houden vast aan ons streven om te voldoen aan categorie B.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt nu het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Uit het percentage blijkt dat we voor 2020 in categorie C vallen. Categorie C was ook begroot (-0,44%). Voor 2021 is de verwachting dat we uitkomen op een percentage van 0,67% en daarmee in categorie A vallen (zie begroting 2021).

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Deze woonlasten zijn de optelsom van de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar t-1 en uit te drukken in een percentage. Zoals uit de tabel van de kengetallen blijkt, zijn de woonlasten in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde voor een gezin. Als basis hebben we het landelijk gemiddelde van 2020 (= 100%) genomen. Dat staat op € 776,00. Met een bedrag van € 701,00 vallen we hiermee onder categorie A.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

 

Portefeuillehouder

Jongebloed, Van de Nadort

Organisatie

Ruimte, Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Beleidsnota's

Van toepassing zijn de volgende nota´s:

  • Beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte 2012-2016
  • Nota Openbare verlichting
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020
  • Notitie Strategisch omgaan met gemeentelijk vastgoed 2017.
  • Bomenbeleidsplan 2017
  • Plan van aanpak Verduurzamen gemeentelijk vastgoed 2020

Inleiding

Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.

Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte

De raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld. Hierin worden de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. Hierin zijn de door de raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken met de raad:

  • Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden
  • Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.

Zoals in programma 2 is aangegeven is in 2019 de politieke discussie verlegd van het opstellen van een hernieuwde ambitie op het onderhoud naar een discussie over inrichtingskwaliteit. Dat betekent dat het proces, zoals weergegeven in het collegeprogramma en de begroting 2019, daarmee wijzigt. Wij verwachten begin 2021 met een notitie te komen waarin dit proces is weergegeven.

Het onderhoud van de openbare ruimte vindt tot een nieuw kader is vastgesteld plaats volgens de uitgangspunten van de kwaliteitsambitie openbare ruimte.

Wegen

De jaarlijkse onderhoudsprogramma’s voor asfalt en elementenonderhoud (klinkerwegen) zijn uitgevoerd. Te noemen locaties van groot onderhoud zijn onder andere.
Onderhoud asfaltwegen: Heerenveenseweg te Wolvega, Buitenburen te Noordwolde, Westvierdeparten te Noordwolde, Zeedijk te Spanga.
Onderhoud klinkerwegen: Zuiderweg te Noordwolde, Standerstraat te Wolvega, Hendrik Deddenstraat te Steggerda Oldeberkoperweg te Zandhuizen, Twijgstraat te Noordwolde, Doldersumsestraat Boijl. Ook zijn er diverse kleine werkzaamheden geweest aan asfalt- en klinkerwegen.

Voor onze (asfalt)wegen in met name het westelijke veengebied van onze gemeente zien wij versneld schades ontstaan door de droge perioden van de afgelopen jaren. Om een inschatting te kunnen maken waar het risico op het ontstaan van schades groot is, is met een onderzoek in kaart gebracht waar zich veen bevindt en wat de laagdikte hiervan is. Ook de aanwezige grondwaterstand is hierbij in beeld gebracht. Op basis van deze uitkomsten stellen we in 2021 een plan van aanpak op hoe we met deze schades om willen gaan. Dan zal ook meer zicht komen op de financiële gevolgen.

 

Groen

Openbaar groen:
In het kader van de uitvoering van het bomenbeleidsplan zijn dit jaar een aantal bomen gekapt na inspectie. Er zijn in overleg met buurtbewoners en groencommissies in dorpen herbeplantingsplannen gemaakt. Totaal zijn er 160 bomen geplant, soorten die passen in de omgeving. Diversiteit in boomsoorten om ziekten en plagen te voorkomen en om de biodiversiteit te vergroten. Het betreft aanplant van straatbomen en bosplantsoen in het buitengebied van onder andere De Hoeve, Langelille en Noordwolde. Op een aantal plaatsen zijn 3.000 m2 bermen met bloemrijke gebiedseigen mengsels ingezaaid. Binnen de kommen van dorpen zijn in Wolvega (Thorbeckestraat) en Noordwolde bomen geplant. Bijna alle schelpenpaden binnen de bebouwde kom zijn dit jaar gerenoveerd.

In 2020 was het (na 2019) weer extreem warm. Beplantingen (onder andere bomen, struiken en gazons) hebben het afgelopen jaar veel geleden onder de aanhoudende hitte en droogte. Na boominspectie in 2020 bleek dat door verdroging en door boomziekten aangetaste bomen het komende jaar vervangen moeten worden. Er is aflopen jaar (-en) schade ontstaan door wortelopdruk van bomen. Om te voorkomen dat wortels (van bomen die op zoek zijn naar water) verder schade aanrichten moeten er maatregelen genomen worden.

Baggeren:
Er is eind 2020 een baggerplan opgesteld (na kwaliteitsonderzoek waterbodems) voor de vijvers en sloten binnen bebouwde kommen (exclusief De Lindewijk). Uit het onderzoek bleek dat het noodzakelijk is om op korte termijn (2021 en 2022) een aantal vijvers te baggeren (in overleg met Wetterskip Fryslân) om de waterkwaliteit te behouden. Ook zal er een meerjarenplanning opgesteld worden.

Vergroten biodiversiteit:
Door de machinale aanplant van 200.000 bloembollen in het openbaar groen onder andere in de dorpen Boijl, Zandhuizen, Wolvega en Noordwolde is de biodiversiteit vergroot. Bij de aanleg van bermverhardingen en glasvezel zijn dit jaar ruim 100 km bermen ingezaaid met een gebiedseigen bloemrijk mengsel. Er is een kansenkaart opgesteld voor het vergroten van de biodiversiteit binnen de bebouwde kommen. Die kaart kunnen we de komende jaren gebruiken voor onder andere het omvormen van gazons , beplantingen en oevers naar bloemenweiden en natuurlijke oevers.

Bruggen, waterwegen en kades

In het voorjaar van 2020 zijn alle fiets- en voetgangersbruggen, houten verkeersbruggen, steigers in de passantenhaven Driewegsluis en muziekkoepel aan het Manauplein in Noordwolde gereinigd.
Aan de houten brug op de begraafplaats in Wolvega moet groot onderhoud worden uitgevoerd. Hiervoor is een 1e termijn betaald bij opdracht en 2e termijn betaald voor levering en productie.
De steiger aan de Wildbaan in Wolvega is aan vervanging toe. Hier moet groot onderhoud aan worden uitgevoerd. Hiervoor is tevens een 1e termijn betaald bij opdracht en 2e termijn betaald voor levering en productie. Door capaciteitsproblemen in de voorbereiding zijn een aantal opdrachten voor onderhoud niet in 2020 tijdig gegeven. Hierdoor is er €82.000 aan werkzaamheden niet uitgevoerd in 2020.

Openbare verlichting

Weststellingwerf heeft in totaal 4.585 armaturen in eigendom en beheer (peildatum 1-3-2021). Het onderhoud en beheer van de openbare verlichting is via de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân aanbesteed. Zie ook paragraaf verbonden partijen.
Het prestatiegerichte contract dat de coöperatie met de aannemer heeft afgesloten geldt vanaf 1 april 2019. Onder onderhoud verstaan wij het oplossen van storingen aan de openbare verlichting. Ook het reinigen en schilderen van masten/armaturen en vervangen van lampen, masten en armaturen valt onder deze aanbesteding.
Resultaten 2020:

  • In Weststellingwerf zijn 144 armaturen vervangen door ledarmaturen.
  • In de zomer 2020 zijn 478 lichtmasten gereinigd in acht dorpen.

Riolering

Riolering

In maart 2016 heeft de raad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 vastgesteld. In dit plan worden de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater beschreven.
Naast nieuwe aanleg en aanpassingen op het bestaande rioolstelsel wordt ook beheer en onderhoud gepleegd. Uitgangspunt hierbij is om dit op een doelmatige wijze uit te voeren. Naast het intern werk met werk maken wordt ook gekeken of met de gemeente Ooststellingwerf en Opsterland samengewerkt kan worden.
Resultaten 2020:

Reguliere werkzaamheden

  • Regulier onderhoud aan alle rioolgemalen;
  • Reiniging en inspectie van bijna 5 kilometer vrij verval riolering (in samenwerking met de OWO-gemeenten);
  • Reinigen van 10.870 kolken.

Projectmatige werkzaamheden

  • Renoveren van het rioolgemaal aan de Hoofdweg te Wolvega;
  • Repareren diverse rioolstrengen in de gemeente;
  • Aanpassen van de bergbezinkleiding in Oldeholtpade;
  • Herstraten Van der Tuukstraat te Noordwolde nadat riool is vervangen en nieuwe huizen zijn gebouwd;
  • Vervangen van de riolering en de aanleg van een regenwaterriool in de Hoofdweg te Nijeholtpade.

Tractiemiddelen

De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheerssysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel worden vervangen. Hiervoor is een meerjarig overzicht opgesteld. 
Resultaten 2020:

  • Vervanging van rioolvoertuig
  • Vervanging Snippercombi
  • Vervanging van een oude snippercombi bouwjaar 1993 (defect)
  • Vervanging haakarmvrachtauto
  • Mcconnel armmaaier ter vervanging van oude armmaaier
  • Rom compact rior ten behoeve van onderhoud rioleringen
  • IVECO daily pick-up jong gebruikt (bouwjaar 2018) ter vervanging Mitsubisi canter uit 2008
  • Case Farmall 75 A tractor ter vervanging van Steyr 375 compact uit 2005 welke defect is gegaan
  • Schouten Panda maaizuigcombi voor onderhoud extensief groen ter vervanging van oude Schouten grasveegmachine
  • Nieuwe Volvo EC 180E minigraafmachine(uitbreiding)

Gebouwen

 

Afgelopen jaar is het onderhoud van de vastgoedportefeuille volgens planning uitgevoerd. De panden zijn op het vastgestelde niveau onderhouden. De vervanging van het ventilatie systeem van sporthal De Duker is uitgesteld om dit 2021 te kunnen combineren met het verduurzamen van dit pand uit de kernportefeuille.
Resultaten 2020:

Mfa’s / scholen

• MFA Futura – aanpassing van de warmte-terug-win ventilatie units. Ook heeft het grootschalig onderhoud aan de vloeren plaatsgevonden.
• Obs ’t Holtpad – binnen schilderwerk is uitgevoerd en het tapijt / marmoleum is vervangen.

Gymnastieklokalen

• Gymlokaal Zuid – De kleedkamers en douches zijn compleet gerenoveerd.
• Gymlokaal de Lamer – dakrenovatie van de aanbouw inclusief het verbeteren van de isolatie.

Sporthallen / zwembaden

• Sporthal De Duker - de zaalverlichting is vervangen door slimme energiezuinig LED-verlichting;
• Zwembad De Dobbe - het grote zwembad is voorzien van een nieuwe coatinglaag.

Overige panden

• Molen Windlust - groot schilderwerk, herstel van de wieken en het stellingdek (omloop van de molen).

Beschikbare middelen voor het onderhoud

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening 2019 Rekening 2020 Actuele begroting Primitieve begroting Verschil begroot-werkelijk
tractiemiddelen 171 172 153 153 -19
gebouwen 669 541 545 596 4
wegen 1.633 1.721 1.777 1.705 56
bruggen en duikers 115 67 149 115 82
openbare verlichting 78 60 30 24 -31
openbaar groen 453 298 418 301 120
riolering 216 208 181 171 -27
terreinen 49 56 83 79 27
overig 26 16 41 41 25
Eindtotaal 3.410 3.138 3.377 3.185 239

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

Portefeuillehouder

Jongebloed

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie; OWO bedrijfsvoering

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn we transparant over de besteding hiervan. Risicobeheersing is daarbij van groot belang. Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden we eventuele overtollige middelen aan in ’s rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.

De uitgangspunten

Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten niet mogelijk. Door een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben, kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.
We hebben momenteel nog drie geldleningen.

Risicobeheer

De overheid hanteert twee instrumenten, binnen de wet Fido, voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel van deze normen is het krijgen van een stabiele rentelast over de jaren. 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort structureel dreigt te worden, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende leningen) te beperken. De ontwikkeling van de kasgeldlimiet over 2020 is hieronder weergegeven. Het schema laat zien dat er voldoende ruimte onder het kasgeldlimiet aanwezig was.

x € 1.000
Kasgeldlimiet (1) Vlottende schuld (2) Vlottende middelen (3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
1e kwartaal 2020 342 -342
2e kwartaal 2020 1667 285 1.382
3e kwartaal 2020 338 -338
4e kwartaal 2020 375 -375
(4) gemiddelde 417 335 82
(5) Begrotingstotaal 77.656
(6) Percentage regeling 8,5%
(7) = (5 x 6) Kasgeldlimiet 6.601
(8a) = (7>4) ruimte onder de kasgeldlimiet 6.519
(8b) = (4>7) overschrijding van de kasgeldlimiet

Renterisicobeheer

De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op basis van het werkelijke volume is onze gemeente in 2020 ruimschoots binnen de renterisiconorm gebleven.

x € 1.000
Renterisiconorm en renterisico Realisatie 2020 Begroot 2021 Begroot 2022 Begroot 2023 Begroot 2024
Renterisico op vaste schuld
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g
1b. Renteherziening op vaste schuld u/g
2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a -1b) 0 0 0 0 0
3. Aflossingen 3.345 3345 3345 3345 3345
4. Renterisico (2 + 3) 3.345 3.345 3.345 3.345 3.345
Renterisiconorm
5. Volume totale lasten in begroting en rekening (excl. bestemming reserves) 79.559 79.654 79.113 78.046 78.308
6. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 20% 20% 20% 20% 20%
7. Renterisiconorm (5 x 6) 15.912 15.931 15.823 15.609 15.662
Toets renterisiconorm
8. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (7 - 4) 12.567 12.586 12.478 12.264 12.317

Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen

De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren verstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen meer mogen verstrekken aan hun personeel. Jaarlijks wordt hier op afgelost. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een (beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat, kan het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.

x € 1.000
Kredietrisicobeheer op verstrekte gelden Restant schuld ultimo 2020
Rentedragende leningen overig 1.375
Renteloze leningen (verenigingen) 0
Gegarandeerde geldleningen (100%) 3.372
Indirect gegarandeerde geldleningen (WSW-achtervang 50% van € 53.338) 26.669
Totaal 31.416

Gemeentefinanciering

De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen over de renteontwikkeling wordt goed gekeken naar de liquiditeitsbehoefte en wordt deze afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren in absolute zin. Uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen plaatsvinden. 

Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren vanaf de meerjarenbegroting 2016 en de jaarrekening 2015 in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.

x € 1.000
Vaste schuld Werkelijk Begroot
Stand 1-1-2020 55.232 55.232
Reguliere aflossing en herfinanciering
Te herfinancieren op begrotingsbasis
Reguliere aflossing 3.345 3.345
Stand 31-12-2020 51.887 51.887

Leningenportefeuille

Het verloop van onze leningenportefeuille is hieronder weergegeven.

 

x € 1.000
Leningenportefeuille 1-1-2020 Aflossing 31-12-2020 Rentepercentage
Leningnummer 201601 46.232 2.845 43.387 3,440%
Leningnummer 201602 4.000 4.000 1,940%
Leningnummer 200901 5.000 500 4.500 4,165%
Totaal 55.232 3.345 51.887

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Het onderstaande overzicht laat zien dat er in 2020 een financieringsoverschot is. Dat betekent dat er geen nieuwe geldlening afgesloten hoefde te worden.

x € 1.000
Financieringsbehoefte 31-12-2020 stand per 31-12-2020 incl. rekening resultaat 2020 31-12-2019
Reserves 31.988 33.329 30.508
Voorzieningen 6.461 6.461 6.203
Vaste geldleningen 51.887 51.887 55.232
Totaal 90.336 91.677 91.943
Vaste activa 72.173 72.173 69.760
Voorraden 18.659 18.659 21.462
Totaal 90.832 90.832 91.156
Financieringstekort (-) cq. overschot (+) -496 845 787

Rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie

In het volgende renteschema is uiteengezet hoe voor 2020 de rente is toegerekend. Het saldo tussen de rente die is doorberekend aan de taakvelden en de werkelijk te betalen rente is verantwoord op het taakveld treasury. Het taakveld treasury is opgenomen in het overzicht van algemene dekkingsmiddelen.

x € 1.000
Renteschema Werkelijk 2020 Begroot 2020
a. De externe rentelasten over de korte en lange termijn 1.828 1.836
b. De externe rentebaten 40 65
Totaal door te berekenen rente 1.788 1.771
c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 699 614
Saldo door te berekenen rente 1.089 1.157
d. Rente over eigen financieringsmiddelen
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 1.367 1.462
f. Renteresultaat op het taakveld treasury -278 -305

EMU saldo

Het EMU-saldo is in 1992 door de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) ingevoerd om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden te kunnen maken. In het verleden hanteerde elke staat zijn eigen berekening voor het financieringssaldo. Vergelijken was hierdoor moeilijk. Volgens de regels van de EMU zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, mag het vorderingentekort niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Hiermee wil men de economische sterkte van de eurolanden behouden.

Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU-saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het EMU-saldo over 2020 voor onze gemeente bedraagt € 1.988.000 positief . 

Overige ontwikkelingen

Schatkistbankieren
Decentrale overheden maken verplicht gebruik van schatkistbankieren boven het voor dat jaar geldende drempelbedrag aan overtollige middelen. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2020 ongeveer € 582.000.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort, Jongebloed en Hoen

Organisatie

Dienstverlening, Bestuur en Organisatie

De onderdelen inkoop & aanbesteding en informatisering & automatisering worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking.

Informatieveiligheid en privacy

Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) informatie-uitwisseling met overheidsorganisaties, (keten)partners, burgers, inwoners, medewerkers, bedrijven en instellingen. Het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van informatie kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Het kan ook leiden tot boetes of imagoschade. Een betrouwbare informatievoorziening is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente. Informatieveiligheid en privacy zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: een goede informatiebeveiliging is een belangrijke randvoorwaarde voor het beschermen van persoonsgegevens. De komende jaren blijft onze gemeente inzetten op het verhogen van de informatieveiligheid en het zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens.

Dat doen we onder andere met het:

1. invoeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het normenkader voor de gehele overheid op het gebied van informatiebeveiliging. In 2020 is het nieuwe ISMS (Information Security Management Systeem) geïmplementeerd. Dit is een tool waarin we de implementatie van de BIO bijhouden. Verder zijn de informatieclusters van de gemeente gedefinieerd en is het basisbeveiligingsniveaus van de informatieclusters vastgesteld.
2. voldoen aan de privacywetgeving (waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming – AVG). In 2020 is zowel gewerkt aan het versterken van de adviesrol en vraagbaakfunctie van de Privacy Officer als de toezichthoudende taken van de Functionaris Gegevensbescherming. Ook zijn diverse acties uitgevoerd naar aanleiding van de interne nulmeting en de externe audit op het naleven van de privacywetgeving in 2019.
3. vergroten en borgen van het beveiligings- en privacybewustzijn. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe medewerkers een training informatieveiligheid en privacy volgen. In 2020 zijn we ook gestart met de training privacy voor bestaande medewerkers. Verder hebben we twee phishingmail tests onder medewerkers laten uitvoeren en een SMS phishingtest onder raadsleden en duo-commissieleden.
4. afleggen van verantwoording via de zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit), de zelfevaluatie BRP (Basisregistratie personen) en ) en de zelfevaluatie PNIK (Paspoorten en Nederlandse Identiteitskaarten). In 2020 is met behulp van de drie zelfevaluaties tijdig verantwoording afgelegd over de BIO, de BRP, de wet- en regelgeving reisdocumenten, de Digitale persoonsidentificatie (DigiD), de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), de Basisregistratie grootschalige topografie (BGT), de Basisregistratie ondergrond (BRO) en de Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwinet).

Rechtmatigheid

Net als in 2019 hebben we ook in 2020 de weg vooruit kunnen vervolgen. Op het gebied van interne beheersing zijn het afgelopen jaar de notitie fraude-risicoanalyse (1e kwartaal 2020) en het Beleidsplan Interne Beheersing 2020-2022 ‘Risicogericht en in Control’ (2e kwartaal 2020) vastgesteld.
Hiermee wordt alvast richting gegeven aan de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording in 2021.

Vanaf verslagjaar 2021 is het college verplicht een rechtmatigheidsverantwoording af te leggen die onderdeel vormt van de jaarrekening. In de controleverklaring van de accountant wordt vanaf verslagjaar 2021 geen afzonderlijk oordeel meer gegeven over rechtmatigheid. Het college gaat zelf een oordeel afgeven over de rechtmatigheid en verantwoordt dit aan de raad.

In 2020 is een vervolg gegeven aan de in 2019 ingeslagen weg om de uitvoering van interne controles binnen de afdelingen zelf te laten plaatsvinden. Het team Sociaal domein heeft zelfstandig een intern controleplan opgesteld, de interne controles uitgevoerd en hierover gerapporteerd. Tijdens dit proces was er advisering vanuit team Concern Control. Ook voor het uitvoeren van interne controles van belastingen is binnen de afdeling een vervolg stap gezet.
Het vastgestelde jaarplan Interne Controle 2020 is uitgevoerd. In het controleplan waren 11 processen opgenomen. Zowel in de halfjaarrapportage als in de managementletter van de accountant die in het najaar van 2020 is verschenen zijn geen bijzonderheden geconstateerd. Uiteraard blijven er aandachtspunten en verbeterpunten aanwezig waarmee bij opvolging ervan de beheersing van de processen verder kan worden verbeterd. Na afloop van het controlejaar wordt een jaarverslag uitgebracht met de belangrijkste resultaten van de controleonderzoeken en overige werkzaamheden.

Organisatieontwikkeling

De organisatieontwikkeling PIM (Professionele dienstbaarheid, Integraliteit en Maatwerk) op expeditie richtte zich bij de start van 2020 op integraal werken, het creëren van ontmoetingen en het experimenteren en starten van verschillende pilots vanuit PIM op expeditie. Op onderdelen vroeg dit om (nog) meer samenwerking met medewerkers, inwoners, bedrijven en partners. Het creëren van ontmoetingen en integraal werken in de context van een lockdown is anders dan we vooraf in gedachten hadden. Corona dwong ons allemaal tot een experiment om anders met elkaar te (samen)werken. We hebben als organisatie hierin snel kunnen schakelen en andere manieren gevonden om (samen) te werken. Het meeste werk kon doorgaan. De geplande uitrol van mobiel werken kwam hierbij goed uit. In lijn met PIM hebben we nagenoeg alle medewerkers in 2020 voorzien van laptops om goed plaats- en tijd onafhankelijk te werken. Het eerste kwartaal van 2021 is iedereen voorzien, dat is 3 kwartalen eerder dan oorspronkelijk gepland.
We zijn gestart met de voorbereidingen op het hybride werken (op kantoor komen om elkaar te ontmoeten en deels thuis blijven werken) na corona. Vanuit PIM was het al de bedoeling om aanpassingen in het gebouw te doen gericht op het faciliteren van ontmoetingen die passen bij integraal werken. Dit combineren we.

Uitvoering Human Resources Management (HRM)

Wat betekent PIM op expeditie voor het HRM-beleid?
PIM op expeditie is leidend voor het HR beleid in 2020. We hebben PIM op expeditie verankerd in onze personeelsinstrumenten. In 2020 hebben we ons vooral gericht op de instrumenten: leren & ontwikkelen, werving & selectie en de plannings- en beoordelingsgesprekken. Ook aan vitaliteit werkten we extra.

Leren en ontwikkelen
Leren en ontwikkelen behoort tot een van de speerpunten om medewerkers duurzaam inzetbaar te houden. Ondanks corona konden de meeste opleidingen doorgaan. Enkele concernbrede opleidingen hebben we niet kunnen uitvoeren, doordat fysieke aanwezigheid was vereist.
Met het inrichten van een online leeromgeving, de ‘Weststellingwerf academie’ bieden we medewerkers de mogelijkheid om ook online te leren.

Werving & selectie
Bij het werven van nieuwe medewerkers hebben we ons gericht op medewerkers met vaardigheden die aansluiten bij de veranderende rol van de ambtenaar. Het werven van medewerkers in coronatijd is voor bepaalde functies lastiger geworden. We hebben met andere wervingsmethoden nagenoeg alle openstaande functies kunnen vervullen.

Plannings- en beoordelingsgesprekken
We troffen in 2020 de voorbereidingen om onze gesprekscyclus (beoordelingsgesprekken en resultaatgerichte planningsgesprekken) uit te breiden met feedback en feedforward (benadrukt positief en gewenst gedrag in de toekomst). Dit inzicht draagt bij aan bewustwording van gewenst gedrag en aanwezige sterktes.

Vitaliteit
Binnen ons vitaliteitsbeleid hebben we dit jaar aandacht besteed aan hoe medewerkers fit en vitaal blijven in coronatijd. We hebben daarin een balans proberen te vinden tussen eigen verantwoordelijk van medewerkers en de zorgplicht die we als werkgever hebben.

Ziekteverzuim
Ons verzuimcijfer  komt uit op 5,85%.  Dit is gelijk aan het landelijk gemiddelde van gemeenten (5,8% in 2019.)

Salarislasten
Van het beschikbare budget in de actuele begroting voor salarislasten (eigen personeel en inhuur) van ruim € 19,2 miljoen is in totaal € 19 miljoen voor salarissen en inhuur personeel uitgegeven.

Paragraaf OWO-samenwerking

Paragraaf OWO-samenwerking

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

OWO Bedrijfsvoering

OWO-visie op samenwerken

In 2020 is door de OWO-Regiegroep (de burgemeesters en de gemeentesecretarissen van de drie OWO-gemeenten) invulling gegeven aan de wens van de drie gemeenteraden om een OWO-visie te ontwikkelen. Veel zaken gaan goed, sommige onderdelen kunnen en moeten beter. Om het goede te behouden en samen nog sterker te worden, is de OWO-visie ontwikkeld. De colleges hebben ervoor gezorgd dat er een zorgvuldig proces is doorlopen zodat alle stakeholders zijn betrokken. Dit heeft ertoe geleid dat de drie burgemeesters als portefeuillehouders, namens de drie OWO-colleges, met trots de OWO-visie eind 2020 aan de raden hebben kunnen presenteren.
In de OWO-visie staat een tiental prioriteiten omschreven waarmee de OWO-samenwerking, gelet op alle ontwikkelingen buiten en binnen, aan de slag is en blijft. Cliché of niet, maar ‘stilstand is achteruitgang’ en dat ligt op de loer als de samenwerkende gemeenten hier geen aandacht aan besteden. Deze prioriteiten zijn:
1. OWO 2.0 - herijken OWO-afdelingen
     OWO 2.0 - zoektocht OWO-identiteit
2. Ambities en inrichting dienstverlening
3. Door ontwikkelen inkoop- en aanbestedingsbeleid
4. Datagedreven werken
5. Positioneren verzekeringen
6. Harmonisatie APV
7. Actualiseren VTH-beleidsplan
8. Omgevingswet
9. Informatieveiligheidsbeleid en privacy
10. Innovatie

Bestuursovereenkomst

De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2015 heeft per 1 juli 2017 de voltooiing van de bouw van de drie OWO-afdelingen bereikt. Na de bouwfase verkeren de OWO-afdelingen nu in de fase van continue verdere ontwikkeling en professionalisering en dat verloopt naar wens. De OWO-afdelingsplannen zijn de basis voor de onderlinge ambities, de bestaande afspraken en de financiële vereffening en verrekening tussen de drie gemeenten. Een uniek construct in Nederland. Nieuweplannen of beleidsopgaven pakken de drie gemeenten, waar mogelijk, gezamenlijk op. Bij actuele of nieuwe (beleids)vraagstukken maken de OWO-gemeenten gebruik van elkaars kennis, kunde en/of capaciteit. Op deze manier lukt het de drie gemeenten om sneller en effectiever in te spelen op landelijke, provinciale of regionale opgaven. Een mooi voorbeeld hiervan is de invoering van de Omgevingswet.

OWO-afdelingen: het fundament van onze samenwerking

OWO is het antwoord van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland op nauwer samenwerken tussen de gemeenten. Door krachten en kennis te bundelen, kunnen we de kwaliteit verhogen, de kwetsbaarheid verminderen en kosten besparen. OWO bestaat uit drie samenwerkende gemeenten die naast de eigen afdelingen drie gezamenlijke afdelingen hebben. Hier werkt ongeveer een derde van de medewerkers.
Ook buiten onze gemeenten is de OWO-samenwerking een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband: samen waar het kan én met behoud van eigenheid. Onverminderd zetten de afdelingen zich in voor de vier K’s:
1. meer Kwaliteit
2. vergroten Kennis
3. vermindering Kwetsbaarheid
4. minder (meer)Kosten

In 2020 zijn op het vlak van de vier K’s mooie resultaten geboekt. De personele bezetting op de Backoffice Sociaal Domein is kritisch onder de loep genomen. Door onder andere de digitalisering van het berichtenverkeer en door processen anders in te richten, konden werkzaamheden efficiënter uitgevoerd worden en is het mogelijk geweest om formatie in te leveren in 2020. Door vacatureruimte niet meer in te vullen na pensionering of vertrek van medewerkers is een bedrag van € 155.000 bespaard.

Op grond van de Wet VTH en het daaraan gekoppelde Besluit VTH zijn in de loop van 2020 verplicht taken op het terrein van bodem, asbest en inrichtingen overgedragen aan de FUMO. Structureel levert OWO-VTH vanaf 2021 1,1 FTE in. Door de schaalvergroting, als gevolg van de OWO-samenwerking, kan meer gewerkt worden met een flexibele schil waardoor de verrekening van de taakoverdracht snel gerealiseerd kon worden en is al in 2020 een structurele besparing van € 83.000 gerealiseerd.

In het navolgende deel van de paragraaf wordt per OWO-afdeling verantwoord over de ontwikkelingen en werkzaamheden in 2020. De financiële cijfers zijn verwerkt in de jaarrekeningen van de drie huizen. En zijn, waar nodig, bij het desbetreffende programma toegelicht.

Afdeling Vergunningen, Handhaving en Toezicht (gemeente Opsterland)

Het landschap waarin VTH zich bevindt, is volop in beweging. Vooral de komst van de Omgevingswet zorgt voor een ingrijpend veranderingsproces.

‘Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Fysieke Ruimtelijke Leefomgeving 2020-2024 OWO-gemeenten’
Het jaar 2020 kreeg in januari voor VTH een mooie start met het vaststellen van een OWO-breed beleidsplan VTH waarvoor de raden van de OWO-gemeenten de kaders hebben aangedragen. Dit is het eerste Beleidsplan OWO-VTH dat voor alle drie samenwerkende OWO-gemeenten geldt. Het plan harmoniseert de werkwijze rond de VTH-taken daar waar het kan. Maatwerk blijft mogelijk omdat de gemeentelijke beleids- en toetsingskaders voor ruimtelijke ordening, integrale veiligheid, Drank- en Horecawet, energietransitie en dergelijke blijven bestaan en per gemeente kunnen verschillen.

Met het vaststellen van het beleidsplan is ook een belangrijke basis gelegd voor de VTH-gerelateerde prioriteiten in de OWO-samenwerking zoals die zijn opgenomen in de OWO-visie. Een eerste prioriteit is gerealiseerd met dit gezamenlijke beleidsplan op het gebied van VTH. Bovendien is in het plan de basis gelegd om te werken volgens de principes van de Omgevingswet, een tweede belangrijke prioriteit uit de OWO-visie.

Het Beleidsplan OWO-VTH bevat het beleidskader voor de uitvoering van de VTH-taken voor de fysieke ruimtelijke leefomgeving. Daaronder vallen ook veel taken, gebaseerd op de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). De OWO-gemeenten hebben ieder een eigen APV gebaseerd op een landelijk model. In 2020 zijn de drie APV’s naast elkaar gelegd en is een eerste inventarisatie gemaakt; in 2021 wordt nader onderzocht waar harmonisatie (derde prioriteit uit de OWO-visie) mogelijk is.

Op basis van het beleidsplan is het verplichte jaarprogramma en -verslag gemaakt die - na vaststelling door de colleges - ter kennisname aan de OWO-raden zijn gestuurd. In dit jaarprogramma zijn de doelen uit het beleidsplan concreet gemaakt en is invulling gegeven aan de vier K’s uit de OWO-samenwerking: uitvoeringsKwaliteit, verminderen Kwetsbaarheid, lagere gezamenlijke Kosten en een goede Klantgerichte dienstverlening. Met het vastgestelde beleidsplan en de uitwerking in een jaarlijks programma en verslag hebben de colleges ook invulling gegeven aan een aantal aanbevelingen uit het onderzoek van de rekenkamercommissie over het proces van vergunningverlening uit 2019.

Implementatie Omgevingswet
In 2020 is de invoering van de Omgevingswet opnieuw uitgesteld. De invoeringsdatum is nu 1 januari 2022 maar is allerminst in beton gegoten. De OWO-gemeenten hebben ieder een eigen traject te gaan op de Omgevingsvisie en uitwerking daarvan maar op een aantal praktische onderwerpen, de zogenaamde minimale eisen voor de invoering, werken de gemeenten samen. De aanschaf van bijvoorbeeld gezamenlijk software is in 2020 voorbereid evenals de organisatie van het beheer daarvan op één locatie. Op deze manier is invulling gegeven aan de vier K’s uit de OWO-samenwerking. Ook is het proces tot afgifte van een Omgevingsvergunning samen ‘ingeregeld’ om straks aan de kortere wettelijke termijn te kunnen voldoen.

Coronapandemie
Het jaar 2020 was door de coronapandemie een bijzonder jaar. Afdeling OWO-VTH, waar ook de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) onder vallen, heeft hier heel nadrukkelijk mee te maken gehad. Het hele jaar door hebben de boa’s naast hun gewone taken, weekenddiensten gedraaid. De nadruk in de aanpak lag op zichtbaarheid, preventie en communicatie.

Afdeling Beheer en Registratie (gemeente Ooststellingwerf)

Team Belastingen & Vastgoedinformatie

Doorontwikkeling digitale dienstverlening
Het verzoek om kwijtschelding gemeentelijke belastingen, het versturen van aanslagen via MijnOverheid, het indienen van een bezwaar, het aanmaken en intrekken van een automatische incasso en het wijzigen van een bankrekeningnummer zijn gerealiseerd; in 2020 is een begin gemaakt met de aangifte toeristenbelasting.

Zelfevaluaties voor de BAG en de BGT (ENSIA-methodiek)
De zelfevaluaties voor 2019 zijn aangescherpt en het resultaat is te zien in de rapportage van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) van mei 2020. De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) hebben de maximale score behaald. De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is nieuw en de behaalde score is 83,3 procent en zit daarmee ruim boven de gestelde norm van zestig procent. De rapportage over 2020 wordt in mei 2021 verwacht.

Doorontwikkeling van GEO-informatie
Team Belastingen & Vastgoedinformatie (BVI) beheert een schat aan data (BAG, GIS, BGT) en is in 2020 gestart met een onderzoek naar de mogelijkheden (intern en extern) van het gebruik en het onder de aandacht brengen bij de moederorganisaties. Er zijn veel verschillende kaartenlagen aangebracht in Iris, het informatieprogramma met kaartmateriaal. Dit wordt OWO-breed gebruikt voor allerlei informatie, van kadastrale gegevens tot het weten waar de riolering ligt of waar welke bomen staan. De kaarten zijn opgewerkt en aanwezig met de input van alle afdelingen. Het onderzoek naar de doorontwikkeling valt samen met het verder ontwikkelen van datagedreven werken.

Samenhangende objectenregistratie (SOR)
Dit is een langdurig traject dat heel langzaam wordt doorgevoerd. Het project wordt vanuit het ministerie van BZK begeleid. Ook de Waarderingskamer houdt zich bezig met deze nieuwe ontwikkeling. Dit betekent het creëren en borgen van afstemming tussen de BGT-, BAG-, BOR- (Beheer Openbare Ruimte) en WOZ- (Waardering Onroerende Zaken) registraties. In 2020 is gestart met het koppelen van de BAG en de BGT.

Digitaal werken buitendiensten
De drie buitendiensten en de gegevensbeheerders van de BGT en BOR werken digitaal samen. Ze werken met GBI online voor het digitaal registreren en melden van mutaties in de openbare ruimte. Team BVI ondersteunt met de inrichting, uitleg en verwerking van de gegevens. Deze werkwijze heeft zijn intrede gedaan en loopt naar volle tevredenheid van alle partijen.

Aanpassen aanslagen
In 2020 gebruiken we geen OLA’s, de overschrijvingskaarten die aan de aanslag hangen, meer. De aanslag komt eruit te zien als een factuur. Alleen bij de Diftar is nog sprake van OLA’s, bij de overige aanslagen niet. Dit gebeurt nu ook met de aanslagen die naar de Berichtenbox van MijnOverheid worden gestuurd.

Taxatie van inhoud naar oppervlakten
Dit project loopt op schema: op 31 december 2020 was 98 procent omgerekend naar de gebruiksoppervlakte. De Waarderingskamer heeft de aanpak zeer gewaardeerd en ons gecomplimenteerd. Aan het einde van het tweede kwartaal 2021 is het afgerond en gaat het testen beginnen.

Overig
• Participatie in de uitrol en ondersteuning van de Omgevingswet onder andere bij de DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet); deelname aan de afzonderlijke projecten van de OWO-gemeenten.
• Duurzaam personeelsbeleid zoals uitwisseling en mobiliteit, opleidingsmogelijkheden en eigenaarschap van eigen taken; een continu proces van aandacht waarbij ook in deze tijd flink gebruik gemaakt wordt van scholing/opleidingen dan wel bijscholing.
• Er is in 2020 gestart met het in kaart brengen van de personele bezetting van het cluster Invordering en het cluster BGT/GEO/WOZ om de toekomstige (verplichte) ontwikkelingen vanuit onder andere het ministerie van BZK en Waarderingskamer en tevens de wensen vanuit de moederorganisaties te kunnen oppakken en de kwaliteit te kunnen waarborgen; ondersteuning door de inventarisatie en optimalisatie van de werkprocessen en de daarmee samenhangende personele bezetting goed in kaart brengen, gebruikmakend van de Lean-methodiek.
• Bij het ontstaan van vacatures is in beeld gebracht hoe de vacature kan bijdragen aan de verdere doorontwikkeling van dat betreffende cluster.
• Deelname aan de Europese aanbesteding voor de belastingapplicaties en de BAG; in de toekomst ketengericht werken gebruikmakend van berichtenverkeer in een omgeving die voldoet aan een kwalitatief en efficiënter niveau van werken.

Team Backoffice Sociaal domein

Uitvoering abonnementstarief
Door landelijke ICT-vertragingen konden pas eind augustus 2020, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020, de inwoners met een eigen bijdrage verschuldigde WMO-voorziening worden doorgegeven aan het CAK.

Invoering PGB 2.0
Invoering is voor gemeenten uitgesteld tot 2023. We volgden de webinars van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en bleven op de hoogte van de diverse ontwikkelingen.

Inbreng OWO- en gemeentelijke taskforces
Team Backoffice Sociaal domein participeerde actief in taskforces en projectgroepen die gericht zijn op meer grip op de kosten in het Sociaal domein met als doel de tekorten terug te dringen. Hieronder viel ook het OWO-brede onderzoek naar Grip op Jeugd.

Uitvoering totale factuurstroom Sociaal domein
Vanaf 1 januari 2020 verlopen alle facturen op cliëntniveau via C-sam en Team Backoffice Sociaal domein. Voorbeelden hiervan zijn de facturen Werk van Ooststellingwerf en Weststellingwerf en de taxinota’s van Weststellingwerf die altijd nog een aparte route via Key2financiën volgden. In 2021 volgen het leerlingenvervoer en voorschotten in het kader van de Participatiewet.

Invoeren i-standaarden en standaard administratieprotocol
Om de administratieve lastendruk bij zorgaanbieders te verminderen, zijn er landelijk standaard administratieprotocollen opgesteld. Deze volgden we nauwgezet en hebben we doorgevoerd. In 2020 zijn de nieuwste standaarden iWmo/iJw doorgevoerd waarbij er op 1 januari 2021 een major release heeft plaatsgevonden.

Overig
• Afgelopen jaar heeft de focus door de coronabeperkingen en het thuiswerken vooral op het op orde houden van onze eigen processen en welbevinden van medewerkers gelegen en is minder ingezet op het extra ondersteunen van de Gebiedsteams.
• De digitalisering van de mutatieformulieren en dossiers van de gemeente Opsterland is in 2020 voorbereid wordt met de komst van i-documenten Opsterland in het eerste kwartaal van 2021 afgerond. Onder andere door de grote tijdsinvestering in de aanbesteding en de coronabeperkingen heeft dit langer geduurd.
• De komende jaren zullen administratieve processen digitaler en optimaler verlopen door proactief in te spelen op veranderingen en in te zetten op regie. Daarnaast hebben we te maken met een grote groep medewerkers die komende jaren met pensioen gaan. Dit biedt (ontwikkel)kansen voor medewerkers en de organisatie.
• Deelname aan de Europese aanbesteding voor het Sociaal domein.

Datagedreven werken
De OWO-gemeenten willen zich ook verder ontwikkelen in het (meer) datagedreven werken. Om deze reden heeft het in de loop van 2020 een plek gekregen in de prioriteitenlijst van de OWO-samenwerking en is meegenomen in de eind 2020 aan de drie gemeenteraden aangeboden OWO-visie.

Binnen de OWO-gemeenten heeft nog niet iedereen eenzelfde beeld van het begrip datagedreven werken en dat maakt het lastiger om de juiste aanpak te hanteren en de organisaties in beweging te krijgen. Een OWO-werkgroep heeft het memo ‘Datagedreven werken binnen de OWO-gemeenten’ geschreven aan de hand waarvan nu verder wordt gewerkt. In dit memo wordt ingegaan op wat datagedreven werken is, wordt duidelijk gemaakt wat de toegevoegde waarde is en wordt het plan van aanpak voor de OWO-gemeenten uiteengezet. Eind 2020 is ook een onderzoek uitgevoerd naar gegevensmanagement binnen de OWO-gemeenten. Gegevensmanagement is het fundament van de gemeentelijke informatievoorziening en is een grondvoorwaarde voor het kwalitatief en kwantitatief beheersbaar houden van gegevens.

In december 2020 is een bijeenkomst geweest van de werkgroep met de programmamanager datagedreven werken van de gemeente Súdwest-Fryslân, één van de oprichters van DataFryslân. Deze bijeenkomst heeft duidelijk gemaakt dat een aantal zaken van groot belang is om datagedreven werken succesvol in te voeren. Het gaat dan om het creëren van draagvlak door met elkaar eenzelfde beeld te hebben over wat datagedreven werken is, het bekend en vertrouwd raken met de mogelijkheden die data(gedreven werken) biedt en dat bij de verantwoordelijkheid voor de processen ook de verantwoordelijkheid voor de onderliggende data hoort. Het credo daarbij is: klein beginnen met aansprekende businesscases met duidelijke toegevoegde waarde.

Afdeling Bedrijfsvoering (gemeente Weststellingwerf)

De afdeling Bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor Informatisering en automatisering, Business Intelligence, de documentaire informatievoorziening, de personeels- en salarisadministratie, inkoop en
verzekeringen en de financiële administratie.

Informatisering en Automatisering (I&A)
ICT is niet meer weg te denken uit ons functioneren, onze manier van werken en communiceren. Onze ICT is er voor ruim 80.000 inwoners en bedrijven en ongeveer 900 gebruikers in ons OWO-netwerk.

2020: coronapandemie en de versnelde vlucht naar digitaal (thuis)werken
De crisisbeheersing rondom het coronavirus heeft in 2020 ertoe geleid dat de transitie gemaakt is met de drie gemeenten van binnenshuis werken naar het thuiswerken en digitale bestuurlijke besluitvorming. Deze transitie is geslaagd en in zeer korte tijd gerealiseerd. Een en ander heeft het thuiswerken, flexibel werken, met andere middelen en niet op locatie werken versneld. Het aanschaffen en uitreiken van laptops is daar een voorbeeld van. In 2020 heeft een majeure verstrekking en inrichting van het mobiele device landschap plaatsgevonden en is gebleken dat digitaal werken en digitale informatievoorziening belangrijke en onmisbare pijlers zijn van en voor het functioneren van de drie OWO-gemeenten.

De thuiswerkomgeving en -mogelijkheden zijn opgeschaald, Zoom en MS Teams zijn ingezet, de MiCollab app wordt breed gebruikt, er zijn ruim tweehonderd laptops ingericht en als toepassing voor flexibel werken en voor thuiswerken beschikbaar gesteld. Tevens hebben de raadsvergaderingen en besluitvormingen digitaal plaatsgevonden en zijn, waar nodig, ondersteund. Ook de extra beveiligingsmaatregelen, zoals onder andere 2-factor-authenticatie (2FA), mogen in deze opsomming niet ontbreken. De gerealiseerde (digitale) voorzieningen in 2020 kunnen we ook in 2021 gebruiken en voortzetten. Door het vele digitale werken hebben ook de beveiligingsvraagstukken een vlucht genomen. Deze zijn in beeld en zijn of worden opgepakt.

Documentaire Informatievoorziening (DIV)
De nazorg van de invoering in 2019 en 2020 van het zaakgericht werken in OWO-samenwerking vraagt aandacht. Zaakgericht werken biedt centraal inzicht in alle lopende zaken en ondersteunt volledige digitale dossiervorming. In 2020 is de uitfasering en ontsluiting van informatie van de oude documentaire management systemen, zoals Corsa en Decos, doorgevoerd. De oude opzet met meerdere verschillende systemen is daarmee omgebouwd naar een generiek zaaksysteem met een digitaal documentair management systeem. Omdat de oude werkwijzen en dossiers nog afwikkeling en dossiervorming vragen of conversie naar de nieuwe systemen is hierop extra capaciteit gezet. Een majeure klus die in de komende jaren nog weggewerkt moet worden.

Door de gevolgen van corona is een aantal werkzaamheden, die gepland waren in 2020, niet of nog niet uitgevoerd. De coronapandemie heeft inhuur in het eerste en tweede kwartaal vertraagd waardoor de geplande activiteiten in de tijd zijn opgeschoven en de werkmassa is blijven liggen. Dit neemt niet weg dat deze werkzaamheden alsnog moeten plaatsvinden. 

Inkoop
Wij faciliteerden, motiveerden en stuurden centraal op onze OWO-inkoop beleidsdoelen: lokale en regionale inkoop daar waar dat kan, Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI), ambitiedocument circulaire economie Fryslân, bevorderen duurzaam inkopen en op landelijk niveau is meegedaan aan het traject Beter Aanbesteden. Dit laatste heeft als doel het verbeteren van inkoop van diensten en producten zodat het slimmer, beter en makkelijker wordt voor zowel ondernemers als overheden. In de zomer en het najaar 2020 is Inkoop met een ombuigingsvoorstel voorstel gekomen om een bijdrage te leveren aan de begroting door slimmer, centraler en integraal in OWO in te kopen. Een uitwerkingsplan wordt in 2021 gepresenteerd.

In 2020 zijn twee grote Europese aanbestedingen opgestart en door Inkoop begeleid: de aanbesteding voor ons financiële pakket in de drie gemeenten en de aanbesteding voor een groot deel van onze ICT-applicaties. Beide Europese aanbestedingen lopen in 2021 door en worden naar verwachting in 2021 afgerond.

Verzekeringen
In 2020 is het OWO-verzekeringsbeleid uitgewerkt en besproken met alle betrokkenen. In het eerste kwartaal van 2021 volgt een definitieve uitwerking, gevolgd door een uitvoeringsnotitie waarin onder meer werkprotocollen, procedures en aanpassing van systemen beschreven worden. In 2020 is gewerkt aan het gezamenlijk integreren van de diverse verzekeringsportefeuilles en het hierop collectief inkopen. Schademeldingen en schadeclaims zijn met betrokkenen en verzekeraars afgewikkeld.

Financiële administratie
Het op tijd binnen de gestelde wettelijke kaders betaalbaar stellen van facturen is een continu proces, waarbij de norm is dat minimaal 95 procent van de onbetwiste facturen binnen dertig dagen betaald is. Dit ontzorgt ondernemers en burgers financieel. De OWO-gemeenten betalen snel en op tijd. Daarnaast is het verwerken, muteren en verantwoorden van onze financiën in combinatie met het ontsluiten van deze informatie (ook aan derden zoals ministeries) in combinatie met onze ondersteuning voor de reguliere planning- en control cyclus een prominente activiteit die continu doorloopt.

Personeel- en salarisadministratie
Op het terrein van de personeel- en salarisadministratie zijn gebruikers gefaciliteerd met het softwarepakket e-HRM waarmee zij eenvoudig, overal en altijd hun zaken kunnen inzien of regelen, zoals salarisspecificatie, declaraties, verlofregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden. Leidinggevenden zijn ondersteund met digitale personeelsdossiers en het faciliteren van procesondersteuning en workflow. Daarnaast zijn rechtspositionele processen, wervings- en selectieprocessen en overige vraagstukken vanuit HRM ondersteund. Personeelsmutaties en betalingen aan personeel zijn op tijd verwerkt.

Paragraaf Verbonden Partijen

Paragraaf Verbonden Partijen

Portefeuillehouder(s)

College

Organisatie

Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie

Inleiding

Wij hebben een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. De samenwerkingsvormen worden aangeduid met het begrip 'verbonden partijen''. Hieronder wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

Visie op verbonden partijen

Onze visie op verbonden partijen is gebaseerd op het uitgangspunt dat onze gemeente alleen participeert in verbonden partijen als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten (van een stichting of vennootschap) staat telkens de doelstelling van de betreffende rechtspersoon geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het veelal om:

  • Efficiency voordeel door grotere schaal;
  • Risicospreiding;
  • Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
  • Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
  • Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.
  • Wettelijke verplichting

Zeggenschap in de praktijk

De invloed van de gemeenten verloopt via besturen van stichtingen, gemeenschappelijke regelingen, aandeelhouders en de raden van commissarissen en toezicht. In het bestuur van die stichtingen en ondernemingen zijn wij vertegenwoordigd. Via dat bestuur wordt onze invloed aangewend als het gaat om sturing op onder andere financiën, risico’s en toekomstvisie. Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur en dat brengt met zich mee dat de directe invloed per definitie beperkt is. Als zich een meerderheid vormt voor of tegen een voorstel dan is de stem van de enkeling niet doorslaggevend en zal de minderheid zich ook moeten schikken. De democratische controle op de in dit overzicht genoemde ‘partijen’ waarmee de gemeente zich verbonden heeft, ligt bij de gemeenteraad. In de besturen zitten in de meeste gevallen leden van ons college en die verantwoorden zich tegenover de raad op de gebruikelijke wijze.

Financieel belang

Het financiële belang dat is gemoeid met de deelneming in verbonden partijen staat per instelling in de tabel onderaan deze paragraaf.

Beleidsontwikkelingen enkele samenwerkingsverbanden

Veiligheidsregio Fryslân
De informatie over de VRF komt uit de tweede bestuursrapportage en gaat over januari tot augustus 2020. De volledige verantwoording van de VRF richting de gemeenteraad volgt zodra de jaarrekening van de VRF 2020 klaar is. De tweede bestuursrapportage van de VRF gaat ervan uit dat het totale resultaat voor 2020 zal uitkomen op € 836.000 positief.
Een belangrijke veroorzaker van dit positieve saldo is dat de coronacrisis ervoor heeft gezorgd dat een aantal onderwerpen in 2020 jaar niet of in mindere mate zijn uitgevoerd. Onderwerpen die, zodra de organisatie in rustiger vaarwater is gekomen, wel weer opgepakt gaan worden. Vandaar dat het voorstel van de VRF is om deze middelen te reserveren, zodat de middelen specifiek voor deze onderwerpen bestemd blijven.
De verwachte meerkosten van de coronacrisis worden op dit moment geschat op € 3,3 miljoen. Daarnaast zijn er op diverse onderdelen ook minderkosten te verwachten, denk bijvoorbeeld aan opleidingen, reiskosten en vrijwilligersuren. Voor zover dit geen inhaaleffect heeft worden deze minderkosten, conform afspraak met ministerie, verrekend met de meerkosten. Deze minderkosten worden geschat op € 0,6 miljoen. De meer-/minderkosten worden gedeclareerd bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bij de jaarrekening 2020 zullen deze kosten gecontroleerd worden op basis van een nog onderhanden zijnde controleprotocol. Exacte zekerheid over het, per saldo, gedeclareerde bedrag is pas op dat moment te verwachten.

Welstandszorg Hûs en Hiem
Met de verwachtte inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt ook de welstandsbeoordeling. Naast de inhoudelijke consequenties zal dit ook effect hebben op de positie van Hûs en Hiem en de gemeenschappelijke regeling. Onder begeleiding van de VFG vindt discussie plaats over de gewenste nieuwe richting. Ook vanuit de VNG, de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vindt hierover discussie plaats.
Doordat de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld zal de besluitvorming over de toekomstige ruimtelijke kwaliteitstoets in 2021 plaatsvinden.

FUMO
Voor de uitvoering van basistaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving betreffende hoofdzakelijk milieu gerelateerde aanvragen en vraagstukken is er in 2014 op Friese schaal de samenwerking gezocht in de vorm van de FUMO. Via wetgeving vindt er regelmatig een aanpassing (verruiming) plaats van het aantal basistaken. In 2020 is binnen het samenwerkingsverband gewerkt aan een nieuw financieringssysteem. Dit systeem is gebaseerd op de werkelijke omvang van de afgenomen diensten.

Omrin
Wij zijn samen met de Friese gemeenten (met uitzondering van Smallingerland) aandeelhouder van Afvalsturing Friesland (met handelsnaam Omrin). Omrin is tot stand gekomen nadat de Friese gemeenten de wens tot meer integrale samenwerking op het gebied van afval binnen de provincie hadden aangegeven. Doelstelling van de samenwerking is een betere kostenbeheersing en meer invloed op het ketenbeheer. De aangesloten gemeenten hebben een leveringsplicht aan Omrin. De visie van Omrin luidt als volgt: “toonaangevend in inzameling en be- en verwerking, terugwinnen van grondstoffen en productie van duurzame energie”. Omrin is continue bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de transitie Van afval naar grondstof (Vang). Vanuit de visie is Omrin ook aanjager van het principe circulaire economie. Voorbeeld hiervan is de in gebruik genomen installatie voor het sorteren van kunststof in vijf verschillende stromen. Deze zijn ieder voor zich goed geschikt om te worden gebruikt als grondstof voor nieuwe producten.

De Marrekrite
Voor aanleg en onderhoud van recreatieve voorzieningen in Friesland is in 1957 de gemeenschappelijke regeling De Marrekrite ingesteld. De belangrijkste taak is het beheer en onderhoud van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen en het fietsknooppuntennetwerk. In 2017 is het beheer en onderhoud van routenetwerken (borden) in de provincie Friesland aan de werkzaamheden van de Marrekrite toegevoegd. Ook het aanleggen, aanpassen en uitbreiden van het wandel- en fietsknooppuntensysteem is onderdeel van het werk van de Marrekrite. Het gebruikelijke onderhoud van de fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie en de gemeenten.
In regio Zuidoost Friesland wordt samengewerkt aan het ontwikkelen en verbeteren van specifieke routenetwerken zoals ruiterroutes en ATB routes. De expertise van de Marrekrite op het gebied van landrecreatie is hierbij ingeschakeld. Verder is samen met de Marrekrite onderzocht waar in de gemeente nieuwe TOP's (Toeristische Overstap Punten) kunnen worden gerealiseerd.

Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV
Voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) neemt de gemeente Weststellingwerf deel aan de GR Sociale werkvoorziening Fryslân. De GR is een samenwerkingsverband van de gemeenten: Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf. De GR is een zogenoemde “collegeregeling”, Het algemeen bestuur treedt in de bevoegdheden van de colleges ten aan zien van de Wsw.
Het formele werkgeverschap wordt in het kader van de Wsw uitgeoefend door de GR, en de feitelijke werkzaamheden worden door Caparis NV uitgevoerd. Caparis is daarvoor door de GR aangewezen als uitvoeringsorganisatie in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Wsw. Na de herstructurering van Caparis die in 2019 is afgerond, is de gemeente Weststellingwerf vanaf 2020 niet langer aandeelhouder van Caparis.
Met ingang van 2020 is door de gemeente een dienstverleningsovereenkomst met Caparis aangegaan voor de duur van vijf jaar (tot en met 2024). In het kader van deze overeenkomst organiseert Caparis afgestemd op de beleidskeuzes van de gemeente passende werkzaamheden voor inwoners met een Wsw-indicatie. Caparis rapporteert per kwartaal aan de gemeente over de uitvoering van de overeenkomst.

Stichting Comprix
Stichting Comprix is verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs in de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf en Opsterland. In 2015-2016 is door het bestuur van de toenmalige stichting Comperio gewerkt aan de samenwerking en fusie met Stichting PRIMO Opsterland. Met ingang van 1 januari 2017 is er sprake van één stichting. Hierdoor is een goede balans ontstaan tussen bovenschoolse organisatie en het scholenbestand/leerlingenaantal. Comprix houdt zich vooral bezig met het behoud van de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie OWO-gemeenten.

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.
Onze gemeente is sinds begin 2018 deelnemer in de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. Voorheen was dit Stichting Openbare Verlichting Fryslân (SOVF). Deze coöperatie doet het onderhoud aan de openbare verlichting van de meeste Friese gemeenten en de provincie Fryslân. Daarnaast koopt de coöperatie energie in voor deze partijen.

Overzicht verbonden partijen

Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:

1. Overzicht Gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt 

Veiligheidsregio Fryslân
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel door schaalvergroting
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2020 Veiligheid € 1.368.000 Gezondheid € 978.939
Ontwikkelingen 2020 Beschermen en bevorderen gezondheid en veiligheid van inwoners in Friesland. Door verbeterde zorg, crisisbeheersing en digitale beveiliging.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 5.266.000 € 58.560.000
31-12-2019 € 3.615.000 € 69.718.000
Resultaat 2019 € 524.000
Portefeuillehouder Van de Nadort
FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)
Vestigingsplaats Grou
Doel deelname Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2020 € 281..339
Ontwikkelingen 2020 De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken. Doel van de FUMO is het realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 647.000 € 3.740.000
31-12-2019 € 1.365.000 € 4.282.000
Resultaat 2019 € 390.590
Portefeuillehouder Jongebloed
GR Hus en Hiem
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen
Deelnemers buiten Weststellingwerf De Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel
Belang In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.
Ontwikkelingen 2020 Door de aantrekkende economie zijn er meer adviesaanvragen binnen gekomen. Verder is Hus en Hiem bezig geweest om in beeld te brengen hoe men kan anticiperen op de nieuwe wetgeving.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 369.000 € 120.000
31-12-2019 € 334.000 € 82.000
Resultaat 2019 € 6.542
Portefeuillehouder Zonderland
Recreatieschap voor het Friese Waterland 'De Marrekrite'
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf Provincie Fryslân en diverse Friese gemeenten
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2020 € 26.675 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is onderverdeeld in diverse fondsen: onderhouds-, bagger- en ontwikkelingsfonds. Deze fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken, bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.
Ontwikkelingen 2020 Duurzame (vervangings)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 4.137.000 € 1.380.000
31-12-2019 € 4.740.000 € 490.000
Resultaat 2019 € 603.355
Portefeuillehouder Hoen
OLAF / OMRIN 
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten Weststellingwerf  Provincie Fryslân en de Friese gemeenten
Belang Zie onder OMRIN
Ontwikkelingen 2020 Zie onder OMRIN
Vermogen Zie onder OMRIN
Resultaat 2019 Zie onder OMRIN
Portefeuillehouder Rikkers
GR SW Fryslân
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Tytsjerksteradiel
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2020 € 4.211.000 (SW-loonkosten incl. opslag)
Ontwikkelingen 2020

In 2019 is er gewerkt aan de herstructurering van het Sociaal Werkbedrijf en dit proces is eind 2019 afgerond. De uitkomst van het herstructureringstraject is dat de gemeente Weststellingwerf vanaf 1 januari 2020 niet langer eigenaar/aandeelhouder meer is van Caparis NV. We hebben een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met Caparis NV voor de medewerkers met een SW indicatie die in Weststellingwerf wonen. Deze dienstverleningsovereenkomst is afgesloten voor een periode van 5 jaar (tot en met 2024).

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019

€ 600.000

€ 5.661.000
31-12-2019 € 458.000 € 5.161.000
Resultaat 2019 € - 142.000
Portefeuillehouder Rikkers

2. Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt 

Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen
Belang Deelname € 120.892
Ontwikkelingen 2019 Voorkomen schuldproblematiek.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 2.371.000 € 42.801.000
31-12-2019 € 2.704.000 € 39.847.000
Resultaat 2019 Niet bekend
Portefeuillehouder Rikkers
Stichting FRIGEM
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Krachtenbundeling aandeelhouders (voormalig) Essent
Opmerking Gezamenlijke vertegenwoordiging oud-aandeelhouders NV FRIGEM in aandeelhoudersvergadering (voormalig) Essent. Lid college in bestuur
Belang Geen
Ontwikkelingen 2019 Er worden geen gemeentelijke taken uitgevoerd.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2019 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Jongebloed 
Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)
Vestigingsplaats Wolvega
Doel deelname Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.
Belang Indirect in relatie tot onder doel genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.
Ontwikkelingen 2019 Geen specifieke ontwikkelingen
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 7.813.113 € 6.050.568
31-12-2019 € 9.187.624 € 6.001.068
Resultaat 2019 € 1.374.511
Portefeuillehouder Hoen
Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. 
Vestigingsplaats Sneek
Doel deelname Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en gezamenlijke inkoop van duurzame energie.
Belang Begroot exploitatiebijdrage 2020 € 34.000
Ontwikkelingen 2019 Professionalisering van dit samenwerkingsverband op het gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie verder ontwikkelen.
Vermogen Niet van toepassing
Resultaat 2019 Niet van toepassing
Portefeuillehouder Rikkers

3. Lijst deelnemingen in vennootschappen 

Caparis NV
Vestigingsplaats Drachten
Doel deelname Uitvoering geven aan de WSW
Deelnemers buiten Weststellingwerf Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel
Belang De gemeente is aandeelhouder tot 1 januari 2020
Ontwikkelingen 2020 Zie de ontwikkelingen GR SW Fryslân
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2018 € 16.091.000 € 7.505.000
31-12-2018 € 14.232.000 € 8.849.000
Resultaat 2018 € -1.859.000
Portefeuillehouder Jongebloed
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doel deelname BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Belang Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178
Ontwikkelingen 2020 Geen specifieke ontwikkelingen.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 4.991.000.000 € 132.518.000.000
31-12-2019

€ 4.887.000.000

€ 144.802.000.000
Resultaat 2019 € 163..000.000
Portefeuillehouder Jongebloed 
OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)
Vestigingsplaats Leeuwarden
Doel deelname Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieuhygiënisch verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000
Ontwikkelingen 2020 Omrin is bezig met doorontwikkeling en geeft onder meer inhoud aan de transitie Van afval naar grondstof (Vang). Vanuit die visie is Omrin ook aanjager van het principe circulaire economie.
Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2019 € 50.585.000 € 47.436.000
31-12-2019 € 57.000.000 € 49.326.000
Resultaat 2019 € 6.536.000
Portefeuillehouder Rikkers

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf grondbeleid

Portefeuillehouder Jongebloed en Zonderland
Organisatie Ruimte

Algemeen

De belangstelling voor woningbouwlocaties en bedrijventerreinen in Weststellingwerf was in 2020 groot. Dit is ook terug te zien in het aantal verkopen. Veel initiatieven zijn in 2020 gestart met de bouw. 

Corona
In maart 2020 kregen wij te maken met de eerste maatregelen omtrent corona. De maatregelen zorgden voor uitgestelde leveringen, zorgen bij potentiële kopers en terughoudendheid bij de hypotheekverstrekkers. Gedurende het jaar nam het vertrouwen weer toe en vonden de leveringen plaats. Dit bleek ook uit het aantal (nieuwe) geïnteresseerden die contact met ons opnamen en informeerden naar de (bouw)mogelijkheden. 

Glasvezel op bedrijventerreinen
In 2020 heeft een marktpartij de belangstelling onderzocht voor glasvezel op de bestaande bedrijventerreinen. Uit dit onderzoek blijkt dat er op dit moment nog onvoldoende belangstelling is voor de aansluiting op glasvezel. We onderzoeken de mogelijkheid om glasvezel aan te leggen op (delen van) de bedrijventerreinen. 

Parameters

De grondexploitaties zijn beoordeeld en geactualiseerd. De parameters kostenstijging (1,5%) en opbrengststijging (1%) zijn ongewijzigd. Het rentepercentage is gewijzigd van 2,62% in 2020 naar 2,61% voor 2021. De disconteringsvoet voor de omvangbepaling verliesvoorzieningen is 2%.

Marketing

Bij de verkoop van woningbouwkavels en de bedrijventerreinen is het belangrijk om ons aanbod bij een zo groot mogelijk publiek onder de aandacht te brengen.

Marketing bedrijventerreinen
Na de zomer was de eerste werksessie met een marketingbureau voor het ontwikkelen van een marketingstrategie. In de werksessie zijn drie klantenprofielen opgesteld. In 2020 is de basis gelegd voor een nieuw promotieplan voor onze bedrijventerreinen. 

Ook zijn er diverse andere communicatiemiddelen en promoties ingezet. Hieronder een samenvatting van de acties die hebben plaatsgevonden*:

  • Fietsroutekaart door de gemeente langs onder andere de kavels in Noordwolde en de Lindewijk;
  • Verkopen en nieuwbouw op bedrijventerreinen Uitbreiding Schipsloot en De Plantage te Wolvega bekend gemaakt in de Nieuwsbrief Ondernemers;
  • Persbericht over de voortgang van het nieuwbouwproject in Noordwolde op de voormalige locatie van de Renbaanschool;
  • Actueel houden van de informatie op de websites www.weststellingwerf.nl en www.lindewijk.nl;
  • Nieuwsbrieven belangstellenden en inwoners Lindewijk;
  • Geadverteerd met vrije kavels op onze woningbouwlocaties op www.funda.nl en www.bouwkavelsonline.nl;
  • Diverse advertenties van de woningbouwkavels in verschillende kranten en gidsen;
  • Diverse PR voor Lindewijk met bijvoorbeeld een vier seizoenen welkomstdoek, berichten via social media met ook een koppeling aan aanverwante activiteiten, zoals Lindebuurtfeest, cursus Loop je Fit ter voorbereiding op Rondje Lindewijk.

    * door de coronamaatregelen kon een groot aantal reguliere activiteiten niet plaatsvinden.

Vennootschapsbelasting

Jaarlijks toetsten wij of we Vennootschapsbelasting (VPB) moeten betalen over ondernemingsactiviteiten. Het verkopen van grond kan namelijk gezien worden als een ondernemingsactiviteit. Voor 2020 en de volgende jaren is de gemeente geen ondernemer volgens de VPB voor de grondverkopen.

Warme gronden

In het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) wordt warme grond uitgelegd als grond die door de gemeente wordt gekocht en in eigendom gehouden voor toekomstige gebiedsontwikkelingen. Deze ontwikkelingen gaan pas over langere tijd spelen, daarom is er nog geen grondexploitatie voor vastgesteld. 

De locatie Bedrijvenlandgoed Helomastate is voor de gemeente Weststellingwerf warme grond. De grond wordt door de gemeente in eigendom gehouden voor zogenoemde specials. Met een special bedoelen wij een ontwikkeling die niet op onze bedrijventerreinen past. Een special voegt waarde toe en is een aanvulling op de bestaande bedrijfsactiviteiten aan in de gemeente. 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Er zijn zeven grondexploitaties onderverdeeld in vier woningbouwlocaties en drie bedrijventerreinen.

Woningbouwlocaties

De Tuinen te Wolvega
In dit plangebied is de laatste kavel verkocht. De looptijd van deze grondexploitatie is verlengd met één jaar tot en met 2021. Zodra de laatste woning is gebouwd worden de laatste werkzaamheden in het plangebied uitgevoerd. Doordat nu alle kavels in het plangebied zijn verkocht, wordt de huidige voorziening verlaagd met € 3.000. 

Oldeholtpade Noord Oost
Aan de Weidekamp is de laatste kavel verkocht. De looptijd van deze grondexploitatie is verlengd met één jaar tot en met 2021. Alle opbrengsten en de meeste kosten zijn in deze grondexploitatie gerealiseerd. Door het positieve saldo in de exploitatie kan volgens de regelgeving van het BBV een winst van € 35.000 worden genomen. De laatste werkzaamheden in het plangebied worden in 2021 uitgevoerd, zodat de exploitatie kan worden afgesloten.

Lindewijk te Wolvega
In 2020 is de verwachte opbrengst uit de begroting van de verkoop van 46 kavels geheel waargemaakt. Er zijn daadwerkelijk 47 kavels verkocht. Inmiddels is daarmee ca 85% van de kavels in deelgebied 1 verkocht. Per 31 december 2020 liggen er 61 opties op projectmatige bouwkavels en 16 opties op particuliere bouwkavels en zijn er nog 14 kavels vrij beschikbaar. In deelgebied 1 zijn per 31 december 2020 463 woningen bewoond (77%).
In het najaar is het appartementencomplex aan het Dambordje naar volle tevredenheid opgeleverd en in het najaar zijn zowel het bijbehorende parkeerterrein alsook het laatste deel Aurelia definitief ingericht. 
In 2019 is deelgebied 2 in exploitatie genomen. In het afgelopen jaar heeft vervolgens de planvoorbereiding voor deelgebied 2 verder vorm gekregen. Zie hiertoe verder onder programma 8.

Locatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
Inmiddels zijn alle kavels voor projectmatige rijwoningen verkocht aan de projectontwikkelaar. De belangstelling is enorm toegenomen voor de kavels voor particuliere uitgifte in dit plangebied. Inmiddels zijn vijf kavels in optie en is er nog één beschikbaar. De verkoopprognose en de looptijd van de exploitatie tot en met 2024 is daar mee realistisch. 

De Plantage te Wolvega
In deze exploitatie zitten vooral bedrijfskavels en een aantal woningbouwkavels. De woningbouwkavels liggen aan de Heerenveenseweg. Van de vier woningbouwkavels zijn drie kavels verkocht.

Bedrijventerreinen
Er zijn met ruim 40 bedrijven gesprekken gevoerd over de vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen in Wolvega. Dit is een toename van de belangstelling met 40% ten opzichte van 2019. In de gesprekken met de bedrijven worden eerst de bedrijfsactiviteiten in beeld gebracht en getoetst aan onder andere het bestemmingsplan. De vraag was met name naar niet-zichtlocaties, ons aanbod hiervoor was beperkt of zelfs niet meer beschikbaar. Door schaarste in de niet-zichtlocaties, worden ondernemers gewezen op de vele voordelen en mogelijkheden op de zichtlocaties. 

Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
De geraamde verkopen zijn dit jaar ruimschoots behaald. Hiertoe behoort ook de verkoop van een zichtlocatie. Inmiddels zijn er ook een aantal opties op kavels, die in 2021 worden gekocht. De voorbereidingen zijn gestart voor het opstellen van een nieuw beeldkwaliteitsplan voor de strook wonen/werken. Hierdoor hebben de kopers meer mogelijkheden voor het bouwen op het perceel. Deze aanpassingen zorgen voor meer aansluiting bij de vraag. Er is één wonen/werken kavel in optie.
Door het realiseren van de geraamde verkopen, is er een financieel voordeel ontstaan. De bestaande voorziening wordt verlaagd met € 57.000. 

De Plantage te Wolvega
Er is een kavel verkocht van ruim een hectare. Dit bedrijfspand is in aanbouw. Ook is voorzien in de uitbreidingswens van een ondernemer op de huidige locatie met circa een halve hectare. De laatste niet-zichtlocatie van circa 4.000 m² is in optie. Ondanks de gerealiseerde verkopen is nog niet voldaan aan de geraamde opbrengsten. Dit komt door de beperkte interesse in de zichtlocaties. Hierdoor is een financieel nadeel ontstaan, zodat de bestaande voorziening wordt verhoogd met € 41.000.

Noord West III te Wolvega
De laatste kavel (zichtlocatie) is in optie. Vanwege de einde looptijd is deze verlengd met twee jaar naar 2022. Deze geeft ruimte voor de realisatie van de verkoop, de bouw van het bedrijfspand en het woonrijp maken van het gebied. De huidige verliesvoorziening wordt met € 53.000 verhoogd.

Boekwaarde bouwgronden

x € 1000
Grondexploitaties boekwaarden (BW) Boekwaarde 31-12-2019 Verliesvoorziening cumulatief t/m 2019 Winstuitname cumulatief t/m 2019 Balanswaarde 31-12-2019 Investeringen 2020 Opbrengsten 2020 Boekwaarde 31-12-2020 Verliesvoorziening 2020 Winstuitneming 2020 Balanswaarde 31-12-2020
Woningbouwterreinen
Wolvega De Tuinen - 1.672 141 1.950 136 24 220 - 1.868 - 3 - 57
Oldeholtpade Noord Oost - 700 - 715 14 19 143 - 825 35 - 75
Wolvega Lindewijk totaal 16.474 1.291 - 15.183 1.462 2.918 15.018 13.727
Noordwolde Locatie Renbaanschool 183 - 22 205 36 206 13 35
Totaal 14.284 1.432 2.686 15.538 1.541 3.487 12.338 - 3 35 13.630
Bedrijventerreinen
Wolvega Noord West III 514 393 - 121 34 - 548 53 - 102
Wolvega Uitbreiding Schipsloot 4.751 1.031 - 3.720 184 411 4.524 - 57 - 3.550
Wolvega De Plantage 4.750 2.669 - 2.081 193 857 4.086 41 - 1.376
Totaal 10.015 4.093 - 5.922 411 1.268 9.158 38 - 5.028
Totaal 24.299 5.525 2.686 21.461 1.952 4.755 21.496 35 35 18.658

Toelichting tabel

  • De boekwaarde is het totaalbedrag van alle investeringen en opbrengsten uit het verleden.
  • Balanswaarde is de gerealiseerde waarde inclusief de verliesvoorzieningen en winstuitnames.
  • Verliesvoorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd per grondexploitatie en berekend op basis van de netto contante waarde(NCW) van 2%.
  • Winstnemingen worden jaarlijks berekend over de winstgevende grondexploitaties met de Percentage of Completion Methode (POC).
  • De POC methode is de opbrengsten en kosten naar rato van de prestatie verwerken. Hierdoor ontstaat er inzicht in de financiële gevolgen tijdens een boekjaar en worden de opbrengsten en kosten in de winst- en verliesrekening verantwoord.

In de toelichting op de balans onder de vlottende activa worden de prognoses van kosten, opbrengsten, eindwaardes en resterende looptijd getoond.

Paragraaf Streekagenda/Regiodeal

Paragraaf Streekagenda

Portefeuillehouder(s)

Van de Nadort

Organisatie

Ruimte en Sociaal domein

 

Algemeen

De paragraaf Streekagenda is opgenomen in de begroting 2020. In 2020 is de Regiodeal Zuidoost Friesland tot stand gekomen. De Regiodeal is een vervolg op de Streekagenda. In deze paragraaf Streekagenda/Regiodeal waarin wordt gerapporteerd over het jaar 2020, verantwoorden we zowel over de beëindiging van de organisatiestructuur Streekagenda als de Regiodeal. Vanaf 2021 is in de P&C stukken de paragraaf Regiodeal opgenomen. 

Streekagenda
De Streekagenda was een structuur van samenwerking in de regio Zuidoost Friesland, die per 1 januari 2020 is beëindigd. Ten aanzien van de drie nog lopende projecten is afgesproken dat deze uiterlijk in juni 2021 moeten zijn afgerond.

Vanaf 2018 is binnen de Streekagenda de focus gelegd op beleidsmatige vraagstukken die spelen in regionaal verband. Projecten in Weststellingwerf die nog niet zijn afgerond, worden verantwoord bij programma 7. Het betreft in het kader van circulaire economie het project Ontwerp en Design (Rotan 2.0) en in het kader van de energietransitie de projecten Energietransitie Wijken en Dorpen en Energiescan voor bedrijfsgebouwen MKB. Zie verder programma 7.

Regiodeal Zuidoost Friesland
Op 14 februari 2020 kwam het bericht uit het Rijk dat het voorstel voor de Regiodeal Zuidoost Friesland is geselecteerd . In de periode februari tot en met juni is er gewerkt aan het vormgeven van de Regiodeal met het Rijk, zodat op 1 juli 2020 de deal gesloten kon worden. In de ontwikkeling van het voorstel voor de Regiodeal is ingezet op gezamenlijke vraagstukken voor de Regio Zuidoost en bestaande beleidsvoornemens vanuit de 7 partners (5 Zuidoost gemeenten, provincie Fryslan en het Wetterskip). Binnen de Regiodeal wordt ingezet op de programmalijnen Vitale kernen en Veerkrachtig landschap. 

Onder verantwoordelijkheid van Weststellingwerf gaan de volgende projecten in 2021 starten. Daardoor zijn er voor de projecten in 2020 geen kosten gemaakt.
- Driewegsluis / Zuidelijke poort
- Bestemming Wolvega

Projecten die plaatsvinden in Weststellingwerf
- Gebiedsontwikkeling beekdal Linde (inclusief fietspad) - onder verantwoordelijkheid en in samenwerking met provincie Fryslan en het Wetterskip

Regionale projecten
Binnen de Regiodeal zijn een aantal regionale projecten opgenomen. Deze projecten zijn belegd bij een van de partners maar in uitvoering de verantwoordelijkheid van alle partners.
- Regiofonds
- Duurzaamheid
- Zorgeconomie
- Recreatie en toerisme
- Natuur en landschap

Organisatie
De Regiodeal is een samenwerking tussen de 5 gemeenten in Zuidoost Friesland, provincie Fryslan en het Wetterskip. Als basis onder de samenwerking ligt de samenwerkingsovereenkomst die in juli 2020 is vastgesteld. Hierin is onder andere onze financiële bijdrage beschreven van € 25.000 per jaar voor de organisatie uitvoering Regiodeal Zuidoost.

Ontwikkeling samenwerking Zuidoost
De samenwerking in Zuidoost focust zich op dit moment op de Regiodeal. Deze loopt tot en met 2024. In de komende periode wordt verkend waar de samenwerking Zuidoost zich verder in kan ontwikkelen en waar kansen liggen, zowel op inhoud als financieel.

 

Financieel

De organisatiekosten voor de Regiodeal bedragen € 25.000 per jaar. Voor de Regiodeal projecten zijn in 2020 nog geen kosten gemaakt.

 

Paragraaf Dynamisch investeringsprogramma

Dynamisch investeringsprogramma

Portefeuillehouder(s) Van de Nadort, Jongebloed, Zonderland, Rikkers en Hoen
Organisatie Ruimte en Sociaal domein

Inleiding

Het dynamisch investeringsprogramma
Bij de kadernota 2020-2023 hebben we een dynamisch investeringsprogramma ingesteld. In het overzicht hieronder zijn de budgetten van dit programma opgenomen. Als zich nieuwe kansen voordoen, dan zullen we ze toevoegen aan deze dynamische investeringsagenda. Vanuit het dynamisch investeringsplan is ook een relatie te leggen met de Regiodeal. Wij zien hierdoor synergievoordelen en cofinancieringsmogelijkheden ontstaan. Duidelijk is dat het geld wat we aan precario hebben en zullen ontvangen en de budgetten voor de collegeambities voldoende zijn. De financiële vertaling van de projecten zal pas in de begroting wordt opgenomen als de projecten gereed zijn voor uitvoering. We komen voor de financiële voorstellen terug bij u.

Dynamische investeringskalender

Grote Projecten bestuursakkoord Oorspronkelijk investeringsplan Dynamisch investeringsplan
Centrum Wolvega € 2.500.000 € 2.500.000
Infra De Blesse € 3.500.000 € 3.500.000
Scholen € 2.700.000 € 2.700.000
Infra Lycklamaweg € 1.500.000 € 1.500.000
Rottige Meente/ Driewegsluis € 1.000.000 € 1.000.000
Bijdrage sportaccommodaties incl. kunstgrasvelden € 400.000
Fietspad langs de Linde fase 2 € 832.000
Fietspad langs de Linde fase 3 € 508.000
Totaal € 11.200.000 € 12.940.000

Toelichting op Dynamische investeringskalender

De projecten Centrum Wolvega, infra De Blesse, scholen, infra Lycklamaweg en Rottige Meente/Driewegsluis bevinden zich in de voorbereidende fase. Aanspraak op het Dynamisch Investeringsplan vanuit deze projecten vindt naar verwachting in 2021 en verder plaats.

We hebben FC Wolvega in 2020 een subsidie verstrekt van €400.000 voor de uitvoering van het masterplan. Zij hebben in 2020 de werkzaamheden laten uitvoeren. Zo zijn er onder andere kunstgrasvelden en verlichting aangelegd.

Voor het Fietspad langs de Linde fase 2 heeft de raad in november 2020 krediet beschikbaar gesteld. Fase 3 bevindt zich in de voorbereidende fase.

Paragraaf Gevolgen corona

Inleiding

In 2020 zijn we wereldwijd getroffen door het coronavirus. Deze pandemie heeft een enorme impact op ieders leven. Ook de gemeente Weststellingwerf kreeg hier uiteraard mee te maken. In de najaarsnota 2020 zijn we al begonnen om hier een aparte paragraaf aan te wijden. Voor het jaarverslag 2020 gaan we hiermee door.
Begin 2020 is de coronacrisis ook in ons land opgedoken, met een lock-down half maart tot gevolg, en vervolgens nog het gehele jaar beperkingen in openstelling van voorzieningen. Ook in Weststellingwerf, bij onze inwoners, bedrijven en organisaties zijn de gevolgen nadrukkelijk merkbaar.

Wij zijn dan ook al snel na het uitbreken van de pandemie intern met een werkgroep Corona  gaan werken om de maatregelen van daar uit te kunnen coördineren.

Op rijksniveau zijn hiervoor een aantal generieke maatregelen genomen, om bijvoorbeeld het bedrijfsleven te compenseren voor doorlopende kosten (bijv. loonkosten, vaste lasten). Ook sportverenigingen zijn middels landelijke regelingen tegemoet gekomen. De VNG is continu in gesprek met ministeries en het kabinet over de compensatie van gemeenten voor de kosten die zij maken als gevolg van de coronamaatregelen en lokaal noodzakelijke maatregelen om de sociale basisinfrastructuur overeind te houden. Dit heeft uitgemond in een compensatiepakket, welke in de septembercirculaire is opgenomen – en in de decembercirculaire verder is aangevuld.
In de diverse programma's zien we de (financiële) gevolgen van de coronapandemie terugkomen. In deze paragraaf geven wij een totaaloverzicht van de coronaeffecten voor Weststellingwerf in 2020. Ook is de verantwoording van de ontvangen coronamiddelen opgenomen.

 

Impact voor Gemeente

De gemeente had vanaf het begin van de coronacrisis een belangrijke rol in het beperken van de schadelijke gevolgen van de crisis voor onze inwoners, bedrijven, verenigingen en organisaties. In de verschillende programma's staat beschreven welke inzet hiervoor is gedaan. Daarom beperken we ons in deze paragraaf tot een korte opsomming van de belangrijkste en opvallendste activiteiten en maatregelen:

  • Coulante opstelling bij het innen van de huur van gemeentelijk eigendom. Indien nodig werd de huur opgeschort. Mogelijk is uiteindelijk niet alle huur inbaar;
  • Gemeentelijke belastingen zijn later geïnd en er is een ruimhartige betalingsregeling getroffen;
  • Waar het vervoer niet kon worden uitgevoerd (leerlingenvervoer, Wmo, gymvervoer) is 80% gecompenseerd. Dit vanuit de opdracht zorg te dragen dat het zorglandschap in stand blijft;
  • Aanslagen reclamebelasting zijn later verzonden;
  • Reguliere subsidies zijn verstrekt en in stand gehouden, ook als de verplichting niet geleverd kon worden. Hierover zijn afspraken gemaakt met accountant;
  • In Weststellingwerf is in nauw overleg met de scholen de noodopvang voor kinderen van de ouders met een cruciaal beroep ingericht. Waar het kwetsbare kinderen betrof, bepaalde het gebiedsteam, in goede afstemming en samenwerking met de scholen of deze kinderen in aanmerking kwamen voor noodopvang;
  • Er is zowel bij de zorgaanbieders als bij de gebiedsteams veel inzet geweest om op alternatieve manier in contact te blijven met cliënten en inwoners met een ondersteuningsvraag. Met name tijdens de lockdown periode is er veel contact geweest tussen de aanbieders en de gemeente om af te stemmen over andere vormen van ondersteuning , ook op bestuurlijk niveau;
  • De gemeente kan een 'sociaal ondersteuningspakket' bieden voor mensen die vanwege het coronavirus in (thuis)quarantaine gaan;
  • Extra aandacht ging uit naar de jongeren, De jongerenwerkers zochten contact op veel verschillende manieren, op straat en via de sociale media. Tijdens de Kerstvakantie was ToBe geopend. De jongerenwerkers organiseren waar mogelijk activiteiten die aansluiten bij de behoefte van de jongeren;
  • Tijdens de lockdown periode zijn alle 154 mantelzorgvrijwilligers vanuit de gemeente gebeld. Door het wegvallen van veel reguliere zorg kwam veel meer zorg op hun schouders terecht. De mantelzorgers hebben een ondersteunende brief van de gemeente ontvangen voor hun werk tijdens de avondklok;
  • Toen het dragen van mondkapjes verplicht werd , zijn duurzame mondkapjes verstrekt aan alle inwoners en hun gezinsleden die op een bijstandsuitkering zijn aangewezen;
  • Met veel van onze verenigingen en organisaties op onder meer het gebied van sport en cultuur is intensief contact onderhouden;
  • De skeelerbaan in Wolvega heeft in de eerste lockdown van NOC NSF de status van topsportlocatie gekregen, waardoor de skeelerbaan als trainingslocatie kon worden gebruikt door topsporters. De gemeente heeft de skeeler- en ijsclub Lindenoord hierin geadviseerd;
  • In Hotel Van der Valk is met hulp van de gemeente de internationale schaatsbubbel ingericht die het mogelijk maakte dat er (inter)nationale schaatstoernooien konden worden georganiseerd in Thialf;
  • Maken van een subsidieregeling om onze lokale maatschappelijke voorzieningen te ondersteunen waar zij schade hebben geleden als gevolg van de coronacrisis
  • Er is nauw contact en goede samenwerking met woningbouwverenigingen over huurachterstanden, overlast en zorgen over huurders tijdens de coronaperiode;

Financiële impact

De diverse geldstromen zijn ingedeeld in clusters. Per cluster volgt hieronder een uitleg. Een totaal overzicht van de baten en lasten als gevolg van corona in 2020 staat aan het einde in deze paragraaf.

1. Cluster specifiek betreft die onderdelen die specifiek worden gecompenseerd door het Rijk
2. Cluster generiek betreft die onderdelen die gecompenseerd worden vanuit het Gemeentefonds, algemeen dekkingsmiddel
3. Cluster inkomstenderving betreft overige inkomsten die wij niet hebben kunnen innen
4. Cluster lokaal betreft specifieke corona gevolgen voor gemeente Weststellingwerf

 

1. Cluster specifiek betreft die onderdelen die specifiek worden gecompenseerd door het Rijk

Programma 5 Sport, cultuur en recreatie
De kwijtschelding aan de sportverenigingen voor de huur van de sportaccommodaties is 100% vergoed door het ministerie van Volksgezondheid, Sport en Welzijn.

Programma 6 Sociaal domein
Tozo
De Tozo regeling is bedoeld voor zelfstandige ondernemers waarvan het inkomen door de coronacrisis is (weg)gevallen. Het betreft inkomensondersteuning voor levensonderhoud.
De regeling wordt voor onze gemeente uitgevoerd door bureau Zelfstandigen Fryslân.
De bijdrage van het Rijk is op basis van bevoorschotting en wordt bepaald aan de hand van monitoring van het aantal aanvragen Tozo.

Uitvoeringskosten Tozo: 
We hebben nog geen zicht op eventuele extra kosten onder andere als gevolg van eventuele terugvorderingen. Voor de uitvoering ontvangen gemeenten een vast bedrag per besluit op een aanvraag. Het aantal besluiten op aanvragen wordt via SiSa verantwoord.

Overig
Vanuit het Rijk zijn landelijk ook diverse andere regelingen getroffen om benadeelden in deze coronacrisis te ondersteunen, zoals de tijdelijke noodmaatregel overbrugging werkgelegenheid ( NOW).

2. Cluster generiek betreft die onderdelen die gecompenseerd worden vanuit het Gemeentefonds, algemeen dekkingsmiddel

Via het gemeentefonds hebben wij voor 2020 een bedrag ontvangen van € 1.112.529. Ontvangsten via het gemeentefonds zijn algemeen dekkingsmiddel en daardoor in principe vrij besteedbaar. Wij willen ze inzetten voor de gevolgen van corona. Om recht te doen aan de intentie van deze uitkering gaan wij dit als volgt besteden, zie ook onderstaande tabel. 

Programma 6 Sociaal domein
- inhaalzorg Wmo en jeugd 
Vanaf september 2020 kwamen er meer aanvragen van mensen die hun hulpvraag hadden uitgesteld . Hierdoor was extra inhuur noodzakelijk zowel voor Jeugd als Wmo. Dit effect zette zich door over de jaarwisseling heen. Voor 2020 rekenen we hiervoor € 35.000.

Kosten overhead
We zijn eind 2020 geconfronteerd met een veranderde opstelling van de belastingdienst. Deze verandering betreft de belastingtechnische uitruilmogelijkheid van de individuele medewerker om een deel van het brutosalaris in te zetten voor een compensatie van reiskosten woon-werkverkeer. Begin 2020 was het standpunt van de belastingdienst dat dit gewoon door kon gaan in 2020 ondanks het thuiswerken vanwege corona. Op dit moment is het standpunt van de belastingdienst dat deze compensatie alsnog belast dient te worden. Voor de gemeente Weststellingwerf betekent dit een naheffing van € 113.800. Zonder de coronapandemie hadden wij deze naheffing niet gehad. In de loop van 2021 zullen wij, net als andere gemeenten, bezwaar aantekenen tegen deze naheffing.

3. Cluster inkomstenderving betreft overige inkomsten die wij niet hebben kunnen innen

Algemene dekkingsmiddelen
Als gevolg van coronabeperkingen hebben er minder overnachtingen plaatsgevonden waardoor de opbrengst van de toeristenbelasting € 35.000 lager uitvalt. 

Verder zien we op een aantal gemeentelijke heffingen ook extra opbrengsten. Hier zou een relatie gelegd kunnen worden met corona. Aangezien hier diensten van de gemeente en dus kosten tegenover staan, hebben wij deze niet in het financieel overzicht opgenomen. In dit kader kan gedacht worden aan begraafrechten en leges voor omgevingsvergunningen.

Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat
Bij de gemeentelijke haven Driewegsluis hebben wij in 2020 voor € 9.000 minder havengelden ontvangen.

Programma 6 Sociaal domein
Inkomstenderving eigen bijdrage WMO april en mei wordt ingeschat op € 20.000

Programma 5 Sport, cultuur en recreatie
De zwembaden waren of gesloten of beperkt toegankelijk daardoor was de kaartverkoop minder dan normaal.
We hebben inkomsten gemist van zaalhuur voor incidentele evenementen en toernooien, van extra activiteiten die niet door kunnen gaan. Reguliere huren zijn gecompenseerd door het Rijk.

Huren eigen gebouwen
Voor het betalen van de huur voor de gemeentelijke gebouwen is aan ondernemers uitstel van betaling aangeboden. Vooralsnog rekenen wij er op dat deze bedragen nog gewoon ontvangen zullen worden. 

4. Cluster lokaal betreft specifieke corona gevolgen voor gemeente Weststellingwerf

Verstrekte subsidies
De tijdelijke subsidieregeling om de rechtmatigheid te waarborgen heeft geen invloed op de financiën van de gemeente

Tabel geldstromen corona in Weststellingwerf

Tabel baten en lasten Coronagelden per cluster en per programma-taakveld
programma taakveld Lasten Baten Toelichting
1.Cluster Specifiek
5 Sport, cultuur en recreatie 5.2 sportaccomodaties 25.869 25.869 De kwijtschelding van de huren sportaccommodaties is 100% vergoed door min. VWS
6 Sociaal Domein 6.3 inkomensregelingen 3.202.300 3.202.300 TOZO
2.Cluster Generiek
Algemene Dekkingsmiddelen 0.7 algemene uitkering 1.112.529 Compensatiepakketten Corona 2020 , bijdrage ontvangen via Gemeentefonds
Kosten overhead - 113.800 Naheffing belastingdienst inzake uitruil reiskosten woonwerkverkeer
Kosten overhead - 40.549 Drukwerk, ontsmettingsmiddelen, communicatie
0 Bestuur en ondersteuning Bestuur 6.859 Kosten digitaal vergaderen Raad
2 Verkeer, vervoer en waterstaat 2.3 Recreatieve havens 1.208 Ontsmettingsmiddelen en dergelijke haven Driewegsluis
3 Economie 3.1 Economische ontwikkeling 2.475 Bijdrage aan online platvorm ondernemersvereniging
4 Onderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 3.341 Compensatie ouderbijdrage peuterspeelzalen
4 Onderwijs 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 2.847 Ontsmettingsmiddelen en dergelijke
5 Sport, cultuur en recreatie 5.2 Sportacommodaties 1.647 Ontsmettingsmiddelen, posters enzovoort
6 Sociaal Domein 6.6 Maatwerkvoorzieningen WMO 2.376 Meer begeleidingskosten WMO
6 Sociaal Domein 6.72 Maatwerkdienstverlening 18 + 17.500 Extra inhuur voor uitgestelde zorg voor Jeugd en WMO
6 Sociaal Domein 6.82 Maatwerkdienstverlening 18 - 17.500 Extra inhuur voor uitgestelde zorg voor Jeugd en WMO
7 Volksgezondheid en milieu 7.4 Milieubeheer 9.882 Extra kosten voor handhaving (VTH)
3.Cluster inkomstenderving
Algemene Dekkingsmiddelen 3.4 Economische promotie - 35.000 Lagere opbrengst toeristenbelasting als gevolg van lagere omzet hotels, campings enzovoort
2 Verkeer, vervoer en waterstaat 2.3 Recreatieve havens - 9.000 Minder liggelden Driewegsluis
5 Sport, cultuur en recreatie 5.2 Openbaar groen en (openlucht) recreatie - 6.500 Misgelopen pacht van de kermis
5 Sport, cultuur en recreatie 5.2.Sportacommodaties - 80.000 Misgelopen inkomsten voor de zwembaden zoals kaartverkoop, zwemlessen
5 Sport, cultuur en recreatie 5.2.Sportacommodaties - 50.000 Misgelopen inkomsten vanwege verhuur voor toernooien en evenmenten
6 Sociaal Domein 6.71Maatwerkdienstverlening 18+ - 20.000 Minder eigen bijdrage WMO (2 maanden) doordat het Rijk dit heeft besloten
Totaal 3.448.153 4.140.198
Saldo Corona baten en lasten 692.045 Dit saldo blijft via overheveling incidenteel budgetten beschikbaar in 2021
Totaal 4.140.198 4.140.198

Vooruitblik naar 2021

Ook zijn er ontwikkelingen in 2020 geweest die gevolgen hebben voor het jaar 2021. De financiële gevolgen hiervan zullen in het jaar 2021 verwerkt worden. Dit betekent dat de gelden die in 2020 resteren vanuit de ontvangen rijksmiddelen nodig zijn om deze financiële gevolgen te verwerken. In de decembercirculaire is aangekondigd dat we ook voor het jaar 2021 nog een compensatie zullen ontvangen. 
Onderstaande opsomming geeft een beeld van wat er zoal verwacht kan worden, deze lijst is niet limitatief.

Algemene dekkingsmiddelen

- verlagen reclamebelasting
In overleg met de Stichting Ondernemersfonds Weststellingwerf, Winkeliers- en Ondernemersvereniging Wolvega en de centrummanager worden er verschillende maatregelen opgezet om lokale ondernemers te steunen. In dat kader wordt gewerkt aan de verlaging van de reclamebelasting voor 2021.

- gemeentelijke belastingen
Voor de verschillende gemeentelijke belastingen is niet duidelijk of en welke financiële gevolgen er zullen ontstaan ten aanzien van de opgelegde belastingaanslagen.

- gemeentelijke invordering
Als gemeente bieden wij bij de invordering meer coulance voor het treffen van betalingsregelingen en dergelijke. In hoeverre dit uiteindelijk leidt tot een hogere afboeking van vorderingen kunnen wij nu nog niet overzien. In de loop van 2021 zal hier meer duidelijkheid over ontstaan.

programma 0 Bestuur en Ondersteuning
Voor de verkiezingen van maart 2021 zijn aanpassingen doorgevoerd. De extra kosten hiervan zijn geraamd op € 55.000. 

programma 6 Sociaal domein
- Griffioenpark
Voor het verlengen van de pilot Griffioenpark 3 is in de raadsvergadering van 1 maart 2021 besloten om een deel van die extra kosten te dekken uit de gelden die wij voor de coronamaatregelen hebben ontvangen. Het gaat om een bedrag van € 196.000 dat ten laste van deze compensatiegelden gebracht zal worden. 

- bijdrage SW bedrijven
De door het Rijk beschikbaar gestelde compensatiemiddelen zijn onder andere bedoeld ter ondersteuning van SW bedrijven. De coronakosten, die Caparis nv aannemelijk heeft gemaakt, worden bekostigd vanuit de eerder genoemde compensatiegelden. Belangrijk uitgangspunt voor deze betaling is dat deze via een evenredige verdeelsleutel is berekend. Caparis nv ontvangt een deel van het compensatiepakket van de geleden schade, aangezien Weststellingwerf ook WSW mensen in dienst heeft. Hier is in de berekening van de compensatie aan Caparis rekening mee gehouden. De toegekende compensatie aan Caparis nv bedraagt € 239.182.

- maatregelenpakket coronacompensatie lokale maatschappelijke voorzieningen
In de raadsvergadering van januari 2021 is een budget beschikbaar gesteld van € 212.000 om uitvoering te kunnen geven aan de subsidieregeling coronacompensatie en het noodfonds coronacompensatie voor maatschappelijke organisatie in Weststellingwerf. Via deze weg kan tegemoetkoming voor financiële schade als van corona worden geboden aan kinderopvang (meerkosten noodopvang), eigen bijdrage n peuteropvang, culturele instellingen, verenigingen amateurkunstbeoefening, dorpshuizen en vrijwilligersorganisaties jeugd.

- inhaalzorg WMO en jeugd
Vanaf september 2020 kwamen er meer aanvragen van mensen die hun hulpvraag hadden uitgesteld. Hierdoor was extra inhuur noodzakelijk voor zowel jeugd als Wmo. Dit effect zette zich door over de jaarwisseling heen. Voor 2021 rekenen we hier eerst € 35.000 voor.

Compensatie corona
Buiten het gemeentefonds om worden nog meer compensaties verstrekt in de vorm van specifieke uitkeringen (SPUK’s). Dat betreft:
- Zwembanen en ijsbanen;
- Verlenging steun aan sportverenigingen;
- Toezicht en handhaving;
- TOZO 3 regeling;
- Beschikbaarheidsvergoeding openbaar vervoer.

In de decembercirculaire is een vooraankondiging gedaan voor een aantal regelingen. Dit is niet verwerkt in de jaarrekening 2020.
- Inkomstenderving.
- Afvalinzameling.
- TONK ( Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) voor huishoudens die door omstandigheden in ernstige financiële problemen dreigen te komen).

Publicatiedatum: 30-04-2021

Inhoud